Auteur: admin

Welke kostuum?

Welke kostuum?

Onze geleerden vertellen ons, “Wie de Megiela achteruit leest heeft zijn plicht niet voldaan.”

In de Joodse wet, betekent dit dat wij de Megiela op volgorde vanaf het begin tot aan het slot horen te beluisteren. D.w.z. dat als iemand midden in het Megiela lezen de sjoel is binnengetreden, hij niet aan zijn plicht kan voldoen door het voorgaande deel, dat hij gemist heeft achteraf te beluisteren omdat dit als “achteruit” lezen beschouwd wordt.
De Joodse filosofen leggen ons uit, dat het verbod om de Megiela achteruit te lezen een diepere betekenis heeft namelijk dat wij de Megiela niet moeten zien alsof het achter ons ligt, maar dat het nog steeds aktueel is, en dat wij er ook tegenwoordig nog een les uit kunnen leren.

Als wij kijken naar de naam van het feest Poeriem, vinden wij bepaalde vreemde aspecten:

1) Poeriem is het enige feest dat geen echte Hebreeuwse naam heeft. Poeriem is afgeleid van het woord “poer” dat in het Perzisch lot betekent. Omdat het geen Hebreeuws woord is moest daarom, bij de eerste vermelding van het woord “poer” in de Megiela, het worden vertaald (krudv tuv rup).
2) Men zou verwachten dat de naam van het feest betrekking zou hebben op het vreugdevolle aspect ervan, namelijk de redding van het Joodse volk. Integendeel, de naam Poeriem (loten) heeft betrekking op de werkwijze van de slechte Haman die het Joodse volk wou uitroeien d.m.v. het loten van de dag die “gunstig” zou zijn om een einde te maken k”r aan het Joodse volk.

De Megielat Esther lijkt niet bij de Heilige Schiften (l”b,) te horen. In de Megiela ontbreekt de naam van G-d, terwijl bij Joden het juist de gewoonte is G-d’s naam te noemen ook bij profane gelegenheden. (bv. G-d zij dank, oav lurc; als G-d het wilt, oav vmrh ot, enz.).
Het verbergen van G-d wordt ook aangeduid in de naam Esther die men kan afleiden van het Hebreeuwse woord voor verborgenheid. (r,x=r,xt)

Toen Haman’s dekreten tegen de Joden bekend werden hebben Mordechai en Esther begrepen dat aktie ondernomen moest worden.
De eerste stap die Mordechai gemaakt heeft was het dragen van zak en as als teken van berouw. Toen Mordechai aan Esther vertelde over Haman’s decreet verzocht hij haar de koning te benaderen om zijn barmhartigheid te vragen. Esther stemde toe onder voorwaarde dat het hele Joodse volk eerst een driedaagse vast zou ondernemen. Zij zou dan ook vasten en op de derde vastendag zou zij naar de koning gaan.
Mordechai en Esther lijken verkeerde stappen te hebben ondernomen.
1) Mordechai was diegene die het leven van de koning had gered (Esther 2:21-22) en een leider van het Joodse volk was. Hij was een man van groot aanzien aan het hof van koning Achasjwerosj en was door hem gekozen ls adviseur. In plaats van zak en as had hij, bij wijze van spreken, zijn mooiste costuum met een passende stropdas moeten aandoen en naar het paleis moeten gaan om het goede kanaal te vinden om het probleem op te lossen.
2) Esther, als koningin, lijkt ook de verkeerde keuze gemaakt te hebben. Zij is, tenslotte koningin geworden omdat zij “genade heeft gevonden in de ogen van de koning.” (m.a.w. hij vond haar mooi) Na drie dagen vasten zag zij er zeker niet op haar mooist uit. Zij had misschien beter een paar dagen bij de “fitness center” moeten afleggen en een paar uurtjes onder de zonnehemel kunnen doorbrengen.

Esther en Mordechai konden echter dieper dan de oppervlakkige feiten kijken. Zij begrepen dat het decreet van Achasjwerosj om het Joodse volk uit te roeien een gevolg was van een hoger dekreet van G-d ( zie Maimonides Hilchot Taaniet 21:2-3 ). G-d was kwaad op het Joodse volk althans op diegenen die deel hadden genomen aan het grote feest dat de koning georganiseerd had. Immers, het eten dat daar geserveerd werd was niet, om het zachtjes uit te drukken, onder rabbinaal toezicht. G-d was boos en om die boosheid te doen verdwijnen was het nodig om de oorzaak ervan weg te halen. Vasten en het dragen van zak en as zijn allemaal hulpmiddelen om tot inkeer te komen en om na te denken hoe je je leven kan verbeteren en niet steeds dezelfdde fouten te herhalen. Er is immers altijd nog ruimte voor verbetering.

Pas nadat Mordechai en Esther, samen met het Joodse volk er voor gezorgd hadden dat het probleem spiritueel opgelost was, konden zij maatregelen treffen zodat de oplossing ook in deze wereld zou plaats vinden. Daarom heeft Esther gevast en is zij pas daarna naar de koning toegegaan. Mordechai en Esther hadden dit beide begrepen en waren gelukkig ook in staat om het aan de rest van hun volk duidelijk te maken. Zij wisten, dat zelfs in een vreemd land, waar men een vreemde taal spreekt en waar het lot ( k”r ) tot het slechte keert, men zich in eerste instantie tot G-d moet wenden; alleen na de spirituele voorbereiding kon Esther een beroep doen op de barmhartigheid van de koning.

Rabbijn A.L. Heintz

Please follow and like us:
Toe Bisjwat: meer dan het minimum

Toe Bisjwat: meer dan het minimum

Aan het begin van Traktaat Rosj Hasjana, spreekt de Talmoed over vier verschillende nieuwe jaren. Het nieuwjaarsfeest der bomen geschiedt op Toe Bisjwat.
Toe Bisjwat wordt gevierd o.a. door het eten van verschillende soorten vruchten – in het bijzonder vruchten voor welk het land Israël geprezen is. Zoals er staat, “Een land van tarwe en gerst en wijnstokken, vijgen en granaatappelbomen, olijfbomen en dadelhoning.”
Uit deze vers zien wij dat Israël met zowel vruchten alsook met granen vergeleken wordt. Op Toe Bisjwat, concentreren wij ons op boomvruchten, terwijl wij het nieuwjaarsfeest voor de granen (bij voorbeeld tarwe en gerst) op 1 Tisjri vieren.
Vruchten en granen verschillen van elkaar in twee opzichten:
1. Om graan te zaaien, moeten graankorrels in de grond gebracht worden; het eindproduct is dan alleen meer graankorrels. Terwijl, als men vruchtenbomen gaat verbouwen; door het zaaien van zaadjes, kan men vruchten oogsten. Men stopt slechts een klein zaadje in de grond maar ieder individuele vrucht is veel meer waard dan een zaadje.
2. Graan is basisvoeding, “onze dagelijks brood.” Terwijl vrucht een “genotsmiddel” is die voor ons dieet niet strikt noodzakelijk is.
Onze beleving van het Jodendom, kan met graan of met vrucht vergeleken woorden.
Sommigen willen slechts de basisvoeding, het graan van het Jodendom, het minimaal dagelijks vereiste van Joodse beleving. Hierdoor, weliswaar heeft men de noodzakelijk dagelijks injectie van Jodendom, maar men laat de mogelijkheid om van het Jodendom te genieten links liggen.
Maar als men van het Jodendom geniet, dan is de minimale dagelijks vereiste niet voldoende. Men leeft met het Jodendom en daardoor oogst men veel meer dan men zaait.
Met wensen voor een vruchtbare plezierige Toe Bisjwat,
Rabbjin A.L. Heintz

Please follow and like us:
De hele Megiela

De hele Megiela

In onze Joodse cultuur, is de Megiela bekend als één van de langste verhandelingen die in sjoel gelezen wordt. Zodoende, betekent in de Joodse spreektaal de uitdrukking “een hele Megiela,” een zeer lang uitgebreid verhaal.
De Megiela is weliswaar redelijk lang maar het voorlezen ervan duurt slechts 30 tot 45 minuten. Echter, als men het aantal jaren telt waarin de gebeurtenissen uit de Megiela zich afspelen, duurt de hele Megiela ongeveer 11 jaar.
De Megiela begint met een feest, georganiseerd door de koning Achasjwerosj, ter ere van het feit dat hij al 3 jaar koning van Perzië was. Dit geschiedde in het jaar 3395 (366 voor de gewone jaartelling). Tijdens het feest verzocht de koning zijn koningin Wasjtie te verschijnen. Zij weigerde. Haar onwil werd beschouwd als verzet tegen de wil van de koning; zij kreeg de doodstraf.
De koning had nu een nieuwe koningin nodig en besloot verscheidene dames te verzamelen nabij zijn koninklijk paleis met de bedoeling dat één van hun de nieuwe koningin moest worden.
In het jaar 3398, drie jaar nadat Wasjtie de doodstraf kreeg werd Esther, tegen haar eigen wil in, meegenomen naar het vrouwenverblijf bij het koninklijk paleis. Voordat zij ging, kreeg zij aanwijzingen van haar oom Mordechaj m.b.t. hoe zij in het paleis moest handelen. O.a. mocht Esther haar Joodse afkomst niet openbaren.
Na een uitgebreide schoonheidsbehandeling die één jaar duurde moest Esther voor de koning verschijnen. Esther vond genade in de ogen van de koning en werd benoemd tot koningin.
Nog een paar jaren gingen voorbij, waarin een komplot om de koning te vermoorden door Mordechaj ontdekt werd en Haman tot premier benoemd werd.
Op 13 Nissan (twee dagen voor Pesach) van het jaar 3404 (-356) heeft Premier Haman een dekreet uitgevaardigd om alle Joden uit te roeien – mannen, vrouwen en kinderen. Het zou op één dag geschieden op de 13e van de maand Adar 3405 (11 manden na de datum van het dekreet).
Als reactie hierop verzocht Mordechaj aan Esther om naar de koning toe te stappen om barmhartigheid te vragen voor haar volk. Esther antwoordde dat zij daartoe bereid was onder voorwaarde dat het hele Joodse volk zich 3 dagen bezig zou houden met vasten en inkeer. Hoewel de laatste van de genoemde drie dagen de eerste dag van Pesach was, hebben de Joden, gezien de slechte omstandigheden, gevast.
Op de 15e Nissan ging Esther naar de koning. Op de 16e heeft Esther de koning verteld dat zij Jodin was en dat het dekreet van Haman haar trof. De koning beval dat Haman gehangen moest worden.
Esther vroeg de koning om Haman’s dekreet, waarin er stond dat de Joden uitgeroeid moesten worden, te herroepen.
De koning weigerde echter het oorspronkelijke dekreet in te trekken, gezien het met de koninklijke zegel verzegeld was. Wat de koning wel gedaan heeft is toestemming geven aan Mordechaj en Esther om een supplementair dekreet uit te vaardigen.
Op de 23ste van de maand Sivan (meer dan twee maanden nadat Haman gehangen werd), is een dekreet uitgevaardigd, voorzien van de koninklijke zegel, waarin stond dat, op dezelfde dag dat Haman uitgekozen had om de Joden uit te roeien, alle Joden in het koninkrijk toestemming kregen om zich te verdedigen.
Op de bewuste dag, (13 Adar – ongeveer 9 maanden nadat het supplementaire dekreet uitgevaardigd was) vochtten de Joden tegen hun vijanden. In de hoofdstad, Sjoesjan vochtten zij ook op de 14e Adar.
Uiteindelijk in 3406, 11 jaar na het feest waarover aan het begin van de Megiela geschreven is, werd Poeriem door de Sanhedrin aanvaard als feestdag.
Waarom heb ik nu de hele Megiela in de NIGUN gezet?
Hiermee wil ik laten zien dat de gebeurtenissen die in de Megiela verteld worden, alleen als wonderbaarlijk beschouwd kunnen worden als wij de Megiela in zijn geheel bekijken. Wij moeten dan ook het 11 jaar durende verhaal als één geschiedenis beschouwen.
Pas als wij terugkijken over die hele periode als één geheel kunnen wij de hand van G-d in de geschiedenis terug zien.

vzv inzc ovv ohnhc

Ook in onze tijd kunnen wij, als wij de moderne geschiedenis van het land Israël in één oogopslag bekijken, G-d’s voorzienigheid herkennen. Alleen al de gebeurtenissen tijdens de Golf Oorlog, laten ons wonderen zien. De 39 Scud raketten die op Israël werden afgeschoten hebben geen directe slachtoffers gehad; terwijl, van één Scud raket, die Saudi- Arabië trof, waren er meer dan honderden slachtoffers.
Als wij als Joden de gebeurtenissen van de laatste 50 jaar, net als de Megiela achteraf bekijken, zien wij voorzienigheid; keer op keer hoe ons kleine land tussen de wolven het steeds weer overleefde.
Wij hopen, rekenen en davenen, opdat de wonderen zullen blijven gebeuren, vooral nu in deze moeilijke tijd totdat het grootste wonder gebeuren zal nl. dat alle Joden in Israël gaan wonen en de Derde Tempel herbouwd wordt.

int ubhnhc vrvnc

Rabbijn Aryeh Leib Heintz

Please follow and like us:
Bevrijding van Slavernij en Verslaving

Bevrijding van Slavernij en Verslaving

In het Jodendom staan de concepten van slavernij en bevrijding centraal. Wij moeten zelfs iedere dag en iedere nacht de uittocht uit de Egyptische slavernij gedenken, zoals er in de hagada staat, “opdat jij je zult herinneren de dag van je uittocht, alle dagen van je leven.” Dit doen wij twee maal daags door het zeggen van het Sjema gebed (einde derde hoofdstuk).
Zelfs een aantal van de belangrijkste vieringen in het Joodse jaar zijn een herinnering aan de uittocht uit Egypte. Pesach is het feest waar de uittocht centraal staat.
Soekot herinnert ons aan de bescherming die G-d ons gegeven heeft tijdens de tocht door de woestijn in de vorm van de wolken van glorie. Op Sjawoeöt vieren wij het geven van de Tora dat het doel van de uittocht uit Egypte was.
In het Kiddoesj gebed lezen wij dat ook de Sjabbat “een herinnering aan de uittocht uit Egypte” is.
Waarom neemt de slavernij in Egypte zo een belangrijke plaats in het Jodendom in?
Omdat slavernij en Egypte symbolen zijn van zaken die in de innerlijke gewetens-oorlog binnen ieder mens een belangrijke rol spelen.
Egypte is in het Hebreeuws: Mitzraïm. Mitzraïm heeft dezelfde letters als Meetzariem dat benauwdheid, grenzen of limieten betekent.
In het leven, bereiken wij soms een stadium waarbij het lijkt alsof wij begrensd en gelimiteerd zijn. Wij voelen dan dat wij geestelijk niet verder kunnen. Deze situatie, waarin wij ons omringd voelen door geestelijke obstakels is als het ware een persoonlijke Egypte. Wij worden soms uitgedaagd door beproevingen die gigantisch kunnen lijken en ons zo limiteren dat wij geen doorbraak kunnen maken om een oplossing voor onze problemen te vinden.
De kwestie van vrijheid of slavernij komen wij in zekere zin in ons dagelijks leven tegen. Juist in deze generatie wanneer alles kan, wordt men gauw slaaf van de samenleving of nog erger van zijn eigen neigingen.
Om te begrijpen hoe een mens slaaf van zijn eigen neigingen wordt, moet men aan het verschil tussen een mens en een dier denken. Een dier heeft verstand, echter is zijn verstand aan zijn instinct onderworpen. Als hij voedsel moet hebben, zorgen zijn hersens ervoor dat hij weet waar hij het vinden moet en hoe hij het zich toe kan eigenen. Als hij bescherming nodig heeft weet hij, hoe hij zich moet verdedigen, en indien nodig waar hij een schuilplaats kan vinden. Als hij aandacht wil hebben leert hij hoe en waar, enz., enz. Bij een dier werkt zijn verstand alleen als een middel om zijn emotionele c.q. zijn materiële behoeften te bereiken.
Een mens is geen viervoeter. Bij hem liggen de hersens hoger dan het hart. De mens moet hoger dan een dier zijn. In het menselijke lichaam is het hoofd, letterlijk en figuurlijk, boven zijn hart verheven. Zo ook hoort de menselijke geest boven zijn materiële lusten verheven te zijn.
Als een mens zijn verstand gebruikt louter om zijn instinct en emoties uit te voeren, vernedert hij zich lager dan de dieren. Immers is een dier zo geschapen dat het intellect onderworpen is aan zijn emoties. Het dier heeft de mogelijkheid niet om anders te handelen. Een mens die zijn intellect aan zijn emoties onderwerpt is erger dan een dier omdat de mens de mogelijkheid heeft om anders te handelen, nl. om er voor te zorgen dat zijn intellect de baas is. Toch zien wij vaak dat een mens ziet waar hij zin in heeft; daarna, gebruikt hij zijn verstand om te beredeneren en te rationaliseren dat hetgeen hij begeert ook juist is. Het oog ziet; het hart begeert en de hand pakt. De mens in zich heeft hij slaaf gemaakt van zijn materiële en emotionele behoeften. Hij is dan niet anders dan een ontwikkeld dier. Net als het dier, wiens instinct hem zegt dat hij eten nodig heeft en daarna zijn verstand gebruikt om aan zijn behoeften gehoor te geven, gebruikt de mens zijn intellect om zijn lusten te verwerkelijken. Hij maakt zich tot slaaf van zijn instinct en emoties. Hij doet wat lekker voelt, ongeacht de gevolgen en kan in sommige gevallen zijn hele leven en geluk ruïneren. Kettingroken of zelfs drugs, criminaliteit en andere geestelijke en emotionele problemen zijn soms ook het gevolg van “het doen waar je op dat moment zin in hebt”. Men denkt dan vrij te zijn, maar in feiten is het tegenovergestelde waar: iemand die alsmaar handelt volgens wat zijn hart hem aangeeft wordt langzaam maar zeker een slaaf van zijn eigen emoties. Hij raakt zo gewend om te doen waar hij zin in heeft dat hij in het geval hij anders wilt handelen de kracht niet kan opbrengen om zijn begeertes in bedwang te houden.

Sommige mensen zijn slachtoffer van een andere soort slavernij: zij hebben geen echte eigen mening. Hun “mening” bestaat grotendeels uit het naäpen van hetgeen zij vanuit hun omgeving horen, waarbij radio, TV en kranten vaak een voornamelijke rol spelen. Deze mensen zijn ook niet echt vrij; zij zijn jammer genoeg niet eens bewust van hun eigen opinie.

Als iemand vrij wil zijn van zijn “verslaving” is het niet voldoende om de materiële c.q. emotionele lusten te onderdrukken. Hij moet ook trachten zijn leven een positieve invulling te geven. Immers, toen G-d de Israëlieten uit de Egyptische ballingschap verlost heeft, heeft hij hieraan ook een positieve invulling gegeven, zoals er staat, “Laat mijn volk vrij opdat het mij zal dienen.”

Het versterken van onze G-d-delijke kant kan een positieve invulling geven in ons leven. Het verheft ons boven onze dierlijke instincten. Het bevrijdt ons uit onze persoonlijke Egypte. Dan pas zijn wij echt vrij.

Rabbijn A.L. Heintz

Please follow and like us:

Loofhuttenfeest in de Soeka

Rabbijn Heintz geeft uitleg over de vier soorten arba’a miniem in de Soeka, de loofhut.
Bekijk het fotoboek.