Auteur: admin

Shemini | Topconditie

Shemini | Topconditie

Net zoals atleten een dieet volgen om topprestaties te kunnen leveren, hebben wij een belangrijk geestelijk dieet om in topconditie te blijven: kosher eten. Het verfijnt onze antennes en helpt ons net een stapje verder in het Joodse denken en voelen. 
 
 
In ziekenhuizen bezoeken dokters regelmatig hun patiënten. Zo ging een arts, samen met zijn assistent in opleiding langs elke patiënt. De hoofdverpleegster liep ook mee om van de dokter instructies te krijgen. De assistent mocht in aanwezigheid van de patiënten geen opmerkingen maken of vragen stellen.
 
Na verloop van tijd merkte de assistent in opleiding dat verschillende patiënten met een gelijk ziektebeeld toch niet dezelfde behandeling kregen. Hij ontdekte zelfs grote verschillen. De ene patiënt moest veel pillen slikken op gezette uren van de dag, moest zich aan een streng dieet houden en meerdere keren per dag op vaste tijden oefeningen doen. Anderzijds werd er voor andere patiënten met precies dezelfde ziekte nauwelijks een behandeling voorgeschreven. 
 
De leerling was verbaasd en na de ronde mocht hij zijn vragen aan de arts voorleggen. Deze legde hem uit dat sommige patiënten zo ziek waren dat ze geen hoop hadden om te overleven. Terwijl anderen – mits zij alles op alles zouden zetten om te genezen – nog een kans hadden. De terminaal zieken hoefden geen ingewikkelde behandeling. Zo’n streng schema zou voor hen het leven alleen maar zwaarder en ingewikkelder maken. Daarentegen kregen de minder zieke patiënten nauwkeurige voorschriften, strenge diëten en stipte aanwijzingen in de hoop nog te kunnen genezen.

Op dieet

Zo is het ook met het Joodse volk. G-d bekommert zich over ons en geeft ons 613 aanwijzingen om gezond te zijn en om schadelijke verleidingen te weerstaan. De Torah functioneert als geneesmiddel. De voorschriften die daarin staan zijn er zodat wij ons kunnen verheffen boven alle verslavingen, gewenningen en egoïstische handelingen. Zaken die ons neerwaarts sleuren.
 
Deze week maken wij kennis met één van de geneesmiddelen die onze ziel gezond houdt, namelijk de regels van kosher voedsel. De Torah vertelt ons over koshere dieren en vissen, welke wel en welke niet voor consumptie geschikt zijn voor een Jood. Waarom moeten wij op dieet? Waarom wordt ons het leven zo lastig gemaakt? Wat is er mis met een stukje varkensvlees of een bord vol mosselen? 
 
Een mens is wat hij eet. De cellen van zijn lichaam worden gevormd door het voedsel dat hij consumeert. Lichamelijk, psychisch en emotioneel wordt een mens beïnvloed door hetgeen hij tot zich neemt. Als wij beïnvloed worden door wat wij zien, des te meer dat het eten, dat deel van onze cellen wordt, een vergaande impact op ons heeft.
Wilde dieren mogen wij niet eten omdat wij niet wild willen zijn. Maar waarom zijn zoogdieren die niet herkauwen en gespleten hoeven hebben verboden?
En wat is de reden dat vissen schubben en vinnen moeten hebben om op ons menu te kunnen staan?

Gespleten

Alleen zoogdieren die gespleten hoeven hebben én herkauwen zijn kosher. Een gespleten hoef laat zien dat het dier, d.m.v. zijn poten contact heeft met de grond. Maar dat contact met het aardse is niet volledig. Tussen de linker en de rechter kant van de hoef is er een deel van de poot dat los staat van de grond.
 
Dit is ook hoe onze levenswijze in elkaar zou moeten steken. We raken de grond, maar leven deels ook gescheiden van het aardse. We houden contact met het hier en nu. We leven een aards leven, hebben beide benen op de grond, maar tegelijkertijd weten wij onszelf los te maken van de materie. We houden onszelf overeind door niet constant verbonden te zijn met deze wereld.
 
De splitsing tussen de  rechter- en de linkerkant van de hoef vertelt ons nog meer. De twee zijden vertegenwoordigen twee tegengestelde componenten, het goede en het kwade. Deze aspecten moet je gescheiden houden. Je krijgt de grootste ellende wanneer deze scheiding vervaagt. Een mens moet constant keuzes maken. De eerste stap om te kunnen kiezen is de bekwaamheid om tussen goed en kwaad te differentiëren.
 
הֹ֣וי הָאֹמְרִ֥ים לָרַ֛ע טֹ֖וב וְלַטֹּ֣וב רָ֑ע שָׂמִ֨ים חֹ֤שֶׁךְ לְאֹור֙ וְאֹ֣ור לְחֹ֔שֶׁךְ שָׂמִ֥ים מַ֛ר לְמָתֹ֖וק וּמָתֹ֥וק לְמ  
Wee diegenen die slecht goed noemen en goed slecht, van duisternis maken ze licht en van licht duisternis, van bitterheid maken ze zoetigheid en van zoetigheid bitterheid.’ Yeshayahoe 5-20:
 
Wij leven in een wereld waarin grenzen vervagen. Immorele handelingen wekken in eerste instantie afschuw, maar worden toch getolereerd. In een volgend stadium treedt gewenning op waarna de stap naar normalisering erg klein is geworden. Langzamerhand degenereert de maatschappij. De grenzen tussen moreel en immoreel verzwakken waarna ze verdwijnen. De mogelijkheid om te kiezen wordt steeds ingewikkelder. De gespleten hoef symboliseert dat er een duidelijke scheiding tussen rechts en links, tussen juist en onjuist, moet zijn. Dan pas kunnen wij een verantwoorde keus maken.

Beschermen

Van alles wat er in het water leeft zijn alleen dieren die vinnen en schubben hebben kosher. De schubben van de vis beschermen hem tegen aanvallen van vijanden. Elke schub is een soort nagel op de huid van de vis. Het maakt de vis weerbaar ten aanzien van de buitenwereld. De vinnen zorgen ervoor dat de vis zich in het water kan voortbewegen en verplaatsen.
 
Ook wij moeten ons leven beschermen tegen invloeden van buitenaf. Wij kunnen zelf kiezen waar wij onszelf en onze gezinsleden aan blootstellen. We hoeven niet te kijken naar alles wat op ons afkomt. We hoeven niet te luisteren naar alles wat er gezegd wordt. En het is al helemaal niet nodig om alles wat zich op straat afspeelt naar binnen te halen. Wij kiezen zelf wie ons huis binnentreedt. Zowel via de voordeur als via de achterdeur, de televisie, het internet en social media.
 
Tegelijkertijd is het dankzij de vinnen dat we voorwaarts gaan. Wij blijven niet steken in een geïsoleerde beschermende cocon, maar bewegen ons in de buitenwereld. We zoeken contact naar buiten toe en hebben overal invloed. Wij bewerken en verbeteren deze wereld terwijl wij tegelijkertijd onszelf met schubben blijven beschermen.

Topprestatie

Wij zijn net atleten en gaan op dieet zoals professionele sporters die topprestaties moeten leveren. Ook wij rennen mee met een spirituele marathon. Wij zijn in spirituele topconditie. Het koshere voedsel dat wij tot ons nemen, helpt ons om spiritueler te denken en te voelen. Daardoor begrijpen wij de Torah beter en zijn wij in staat om fijne karaktereigenschappen makkelijker te ontwikkelen. 
 
Iemand die kosher eet hoeft minder moeite te doen om aardig te zijn, om bescheiden te zijn. Hij kan zijn begeertes makkelijker in bedwang houden. Net zoals een atleet zijn spieren optimaal kan gebruiken wanneer hij het meest geschikte voedsel tot zich neemt. Zo ook past kosher voedsel bij een Jood. In kosher eten zitten alle spirituele vitaminen en mineralen die een joodse ziel nodig heeft om zich joods te voelen, om zich te kunnen verenigen met G-d, met de Torah en met het Joodse volk.
 
Gezond eten zorgt ervoor dat het lichaam optimaal functioneert.
Kosher eten garandeert het welbehagen  van de ziel.
 
Dit is ook wat het woord kosher in het Hebreeuws betekent, namelijk: geschikt! Het Jodendom is geen religie dat op bepaalde tijden en op bepaalde plaatsen uitgeoefend wordt. Het Jodendom is een manier van leven. Aangezien eten de enige manier is om in leven te blijven, is het een essentieel onderdeel van Joods zijn.
 
Behalve dat het eten kosher hoort te zijn, hanteren  we ook nog voor elke gelegenheid speciale gerechten. We hebben speciale menu’s voor Shabbat en feestdagen waarbij elk voedsel een diepe betekenis heeft dat direct gerelateerd is aan het desbetreffende feest.

Shabbat, zevende dag

Zo zien we dat op Shabbat, de zevende dag van de week, wij voedsel nuttigen dat met het getal 7 verbonden is. Op deze bijzondere dag staan de volgende specialiteiten op het menu: wijn, challe, vis en vlees.
 
Nou ga ik U, geachte lezer, meenemen op een getallen reis. De Joodse letters zijn namelijk niet uitsluitend leestekens, ze zijn ook getallen. De א, alef is één, de ב, beet is twee en zo gaan we door tot de י, joed: tien.
Vervolgens is כ, gaf 20 en ל, lamed 30 enzovoort, tot aan ק, koef, dat is 100. De ר, reesj 200 en ש, shien 300 en ten slotte is de ת, taw 400.
 
Je kunt een willekeurig Hebreeuws woord nemen en de getalswaarde van elke letter noteren. Vervolgens tel je al deze cijfers op. Het totaal is de getalswaarde van dat woord.
En nu verder…
 
Op Shabbat, de zevende dag van de week, maken we allereerst “kidoesh” op wijn.
 
Het Hebreeuwse woord voor wijn is יין (jajien)
Het woord heeft twee keer de letter י joed, 2 x 10 en één נ noen, 50.
De getalswaarde van יין is 2  x 10 + 50 = 70
Haal je de 0 weg dan houd je een 7 over.
 
Vervolgens eten we חלה challe, het gevlochten brood. De getalswaarde van challe חלה is 8 + 30 + 5= 43. En 4 + 3 = 7
 
De eerste gang op Shabbat bestaat uit een visgerecht, דג. De getalswaarde van דג, vis is 4+3=7.
 
Bij het hoofdgerecht wordt בשר vlees gegeten. De getalswaarde van vlees, בשר is 502.
ב = 2  
ש = 300
200 = ר
2+300+200=502.
En 5 + 2 = 7

Stapje verder

Onder leiding van Yehoshua stak het Joodse volk meer dan 3000 jaar geleden de Jordaan over om eindelijk Israël binnen te kunnen komen. Het had 40 jaar lang door de woestijn getrokken en dagelijks hemels brood gegeten, het zogenaamde manna. Ineens stopte dit fenomeen. Vanaf dat moment moest het brood zelf gemaakt worden. Yehoshua moest landbouwlessen geven aan een volk dat niet beter wist dan dat brood op een natuurlijke wijze, dagelijks uit de hemel kwam vallen. Het zaaien en oogsten, het malen en bakken waren een nieuwe gewaarwording voor een hele generatie die in de woestijn was geboren. De vakantie was over. Het utopisch leven was voorbij. Vanaf nu moest elk mens hard werken om voedsel te verkrijgen.
 
Wanneer wij brood eten, wassen wij eerst onze handen op een speciale manier, gelijk de priesters dat in de Tempel deden alvorens zij naar binnen gingen. Onze eetkamertafel lijkt op een altaar en het nuttigen van voedsel is een vorm van G-d dienen. Na het wassen van de handen dopen wij het eerste hapje brood altijd in zout, ter herinnering aan het feit dat er in de Tempel bij elk offer zout toegevoegd werd. Een offer zonder zout was onacceptabel en moest opnieuw gebracht worden.
 
Ons eten is ons offer. Het wassen en het zout herinneren ons eraan om ons eten te verheffen, net zoals de offers. Het kosher eten maakt van het nuttigen van voedsel een G-ddelijke operatie. Het verfijnt onze antennes en helpt ons net een stapje verder in het Joodse denken en voelen. Wanneer wij G-d bedanken voor en na het eten en ook nog de energie van dit koshere voedsel weten te benutten om goede daden te verrichten dan zijn wij al helemaal goed bezig. Als wij op deze manier met voedsel omgaan, dan veranderen wij een gewone dagelijkse bezigheid in een spirituele actie.  Eten wordt nu een hemelse handeling waarmee wij onszelf en het voedsel dat wij nuttigen weten te verheffen.
 
Eet smakelijk en Shabbat Shalom!

Bracha Heintz
Opmaak Rianne Meijer en Sonia Tamam

www.chabadutrecht.nl

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

 
 
Tetsawé | Dierenvechter en zielspecialist

Tetsawé | Dierenvechter en zielspecialist

In elk voorwerp en in elke handeling in de tempel schuilt een les hoe wij, door alle eeuwen heen, G-d dagelijks kunnen dienen, ook in afwezigheid van de tempel. Zelfs het materiaal dat gebruikt werd voor de constructie vertelt ons geheimen.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Twee altaars

In de tempel bevonden zich twee altaars. Eén was vervaardigd uit cederhout en met koper overtrokken. Het bevond zich in het buitenste deel van de Tempel en er werden dieren op geofferd. Het andere altaar bevond zich meer aan de binnenkant van de Tempel, in het heilige gedeelte. Het was ook van cederhout gemaakt maar met goud overtrokken. Op het gouden altaar werd wierook gebrand.

Zo ook heeft een mens twee altaars in zich. Elk individu heeft een dierlijk en een wierook aspect, een biologische en een spirituele kant. Zijn dierlijke kant snakt naar voedsel, sport, kleding, een mooie woning en alle verdere benodigdheden voor zijn lichaam. Anderzijds verlangt de ziel van een mens naar spiritueel genot dat te vergelijken is met een heerlijk geurend aroma, de wierook. Een mens heeft vaak een diepe wens om zichzelf te overstijgen en spirituele niveaus te raken. Hij verlangt ernaar om de pracht en praal van hemelse zaken in zijn leven te doen ontwikkelen, om de heerlijke geur van Gan Eden te snuiven.

Het oppervlakkige buitendeel van ons leven is egoïstisch. Het zorgt en leeft uitsluitend voor zichzelf. Het heeft voedsel nodig gelijk er op het buitenste altaar dieren gebracht werden. Anderzijds is onze innerlijke en diepere kant altruïstisch en verlangt naar spirituele zaken gelijk een heerlijke geur.

Dierenvechter en zielspecialist

We kunnen ons leven naar een hoger niveau tillen door ons dierlijk aspect op te offeren en onze zelfzucht opzij te zetten. We zijn in staat om het lichamelijke in ons leven te dempen, te bevechten, te transformeren en te verheffen. Op het moment dat je aan een ander denkt, hem voorziet in zíjn lichamelijke en spirituele benodigdheden, dan leg je de nadruk op je innerlijke ziel. We zijn allemaal in staat en wij kunnen onszelf trainen om de benodigdheden van ons lichaam te beperken en wat ruimte te maken voor onze spirituele belevenissen.

Het woord קרבן (korban), offer betekent ook dichtbij. Door onze lichamelijke behoeftes op te offeren komen we dichter bij onze ware essentie, onze bron, onze G-d. We zijn er nog niet, maar we komen wel in de buurt, dichtbij.

Ook het woord קְטֹ֑רֶת (ketoret) wierook heeft een tweede betekenis, namelijk binden. In het binnenste van het heiligdom, daar waar de wierook gebrand werd, hoef je niet dichterbij te komen want daar ben je al verbonden. Op deze heilige plek, op dat niveau ben je één met G-d.

Beide altaars vertegenwoordigen een cruciaal aspect in het dagelijkse joodse gebeuren.  Misschien ben je het type dat veelvuldig worstelt met je lusten. Je moet constant vechten om je dierlijke aspecten opzij te zetten. Of wellicht ben je op het niveau dat je ziel zich d.m.v. heerlijke geuren kan uitdrukken. Waarschijnlijk wisselen beide ervaringen elkaar in verschillende verhoudingen bij jou af. Hoe dan ook bevonden beide altaars zich in de tempel omdat zelfs het bevechten van je dierlijke instincten een deel vormt van het dienen van G-d.  Of je nu bezig bent met je lichamelijke behoeftes te kanaliseren of dat je op het niveau van wierook bent, beide niveaus hebben een plek in de Tempel en worden door G-d gewaardeerd.

Misschien raak je ontmoedigd wanneer je constant dezelfde strijd moet leveren tegen je dierlijke instincten. Toch is dit een heilige bezigheid zoals er dagelijks in de tempel dieren geofferd werden. Niet alleen de wierook-persoon, de zielspecialist, krijgt een plekje in de Tempel, maar ook diegene die dagelijks zijn lichamelijke aspecten moet bevechten.

Cederhout

Zelfs de materialen waarmee de tabernakel gebouwd werd geven ons inzicht. Behalve goud, zilver en edelstenen was cederhout een belangrijk component in de constructie van de tabernakel. Vele voorwerpen en ook de muren werden van dit houtsoort gemaakt.

Waar in de woestijn haalde het Joodse volk cederbomen vandaan? Rabbi Tanchoema weet ons te vertellen dat onze aartsvader Jakov, toen hij met zijn grote gezin (69 man) naar Egypte verhuisde, jonge cederbomen met zich meenam.

Waren zijn koffers en wagens niet al overvol? Konden er geen cederbomen uit Egypte gebruikt worden? Maar nee, Jakov wist dat het Joodse volk tot slavernij gedwongen zou worden. Maar hij wist ook dat het Joodse volk ooit, 210 jaar later, bevrijd zou worden en in de woestijn een tabernakel van o.a. cederhout zou bouwen. Yakov nam bomen uit Israël mee en zorgde dat ze in Egypte herplant werden.

Yakov stierf. Ook zijn kinderen en die hele generatie leefden niet meer. Een aantal jaren later waren de mensen die Jakov hadden gekend ook gestorven. Maar bomen afkomstig uit Israël waren er wel, niet alleen beloftes uit vorige generaties dat er ooit een bevrijding zou komen. Deze cederbomen waren het materiële erfgoed en tevens het bewijs dat er licht aan het einde van de donkere slavernijtunnel was. Geen wonder dat het Rabbi Tanchoema is die ons dit uitlegt. Tanchoema betekent namelijk troost.

Net zoals de cederbomen het Joodse volk in Egypte voorzagen van hoop en troost, zo ook hebben wij door de eeuwen heen morele steun mogen ontvangen. Tijdens alle ballingschappen die we mee hebben moeten maken, tot op de dag van vandaag zijn het de cederbomen die ons hoop en versterking geven. Wat zijn deze bomen? Kijkt U even mee naar psalm 92 vers 13:

צַ֭דִּיק כַּתָּמָ֣ר יִפְרָ֑ח כְּאֶ֖רֶז בַּלְּבָנ֣וֹן יִשְׂגֶּֽה׃

Een rechtschapen man zal als een palmboom bloeien, als een cederboom in Libanon gedijen.

Onze rechtschapenen, geleerden en Rabbijnen staan ons altijd bij. Zij zijn onze cederbomen. Zij wakkeren onze hoop aan en maken ons ervan bewust dat ondanks onze misères of dan wel onze welvaart, we ver weg zijn van een herbouwd Jeruzalem. Wij wachten nog steeds op Mashiach, de verlosser die de Tempel zal herbouwen en Israël zijn uitverkoren plek weer zal teruggeven. Wanneer onze verbinding met G-d verzwakt, zijn het de tsadiekim, de rechtschapenen die ons helpen om onze eigen neshama (ziel) weer terug te vinden. Zij zijn diegenen die ons dichterbij de Torah brengen en ons helpen onze ware essentie terug te vinden.

Tempeldienst als model

Dagelijks vond de dienst in de tempel plaats. Tweemaal daags werd er een schaap op het altaar gebracht. Elke dag werd de gouden kandelaar eerst schoongemaakt en vervolgens ontstoken. Zoals een vlam heeft onze ziel het nodig aangewakkerd te worden nadat het systeem eerst schoon is gemaakt. Ook de wierook had zijn eigen sublieme moment in de dienst van de Tempel.

Iedere dag werd elke handeling met de hoogste precisie uitgevoerd. Elk deel van de dienst was cruciaal om de G-ddelijke aanwezigheid te openbaren. De dienst in de Tempel fungeert als model zodat wij weten hoe wij in onszelf G-ds aanwezigheid kunnen openbaren.

We zetten ons dierlijk aspect opzij zoals een dier op het altaar geofferd werd. We verlossen onszelf van ongewenste elementen, zoals de menora na het uitbranden schoongemaakt werd.  Wij wakkeren ons enthousiasme voor spirituele zaken aan net zoals de menora ontstoken werd. Ten slotte genieten wij van de heerlijke aroma die door ons nieuw verworven niveau vrijkomt, zoals de wierook die op het gouden altaar gebrand werd.

Jodendom in één zin

Rav Yakov Chaviv was ooit op zoek naar de kerngedachte van het Jodendom. Hoe kunnen we het hele Jodendom in één zin samenvatten? In de inleiding van zijn boek Eyn Yakov geeft hij antwoord. Hij citeert de volgende Midrash:

  1. Ben Zoma zegt: “We hebben een vers gevonden waar alles inbegrepen is en het is: “שְׁמַ֖ע יִשְׂרָאֵ֑ל ה אֱלֹהֵקינוּ ה אֶחָֽד” (Dewariem 6-4) “Luister Israël, G-d is onze G-d, G-d is één.”
  2. Ben Nanas zegt: ”  וְאָֽהַבְתָּ֥ לְרֵעֲךָ֖ כָּמ֑וֹךָ”(Wajiekra 19-18) “En houd van je vriend zoals je van jezelf houdt.”
  3. Shimon Ben Pazi zegt: “אֶת־הַכֶּ֥בֶשׂ הָאֶחָ֖ד תַּעֲשֶׂ֣ה בַבֹּ֑קֶר וְאֵת֙ הַכֶּ֣בֶשׂ הַשֵּׁנִ֔י תַּעֲשֶׂ֖ה בֵּ֥ין הָעַרְבָּֽיִם ” (Tetsawé 29-39) “Het ene schaap zal je ‘s ochtends doen en het tweede schaap zal je ‘s middags doen.”

Een zekere rabbijn stond op en zei: “De wet is volgens Ben Pazi.”

Monotheisme

De eerste mening, die van Ben Zoma, is goed te begrijpen. Shema Yisrael is toch het belangrijkste citaat in het Jodendom. Dit is hoe elke Jood zijn geloof verkondigt, hoe iedereen zijn unieke relatie met G-d ervaart en zijn geloof in Zijn eenheid bevestigt. Het is het vers dat we twee keer per etmaal zeggen. Eén keer overdag en één keer als het donker is. Ook aan het einde van Yom Kipoer wordt het uitgesproken, of wanneer een Jood voelt dat zijn einde nabij is. Dan verklaren we: “… G-d is onze G-d, G-d is één.”

Naastenliefde vanuit de ziel

Ben Nanas, de tweede mening, heeft ook een goede onderbouwing voor zijn stelling. Rabbi Akiva stelt dat naastenliefde het basisprincipe van de Torah is. We weten immers dat een niet-Jood eens op bezoek kwam bij Reb Hillel met het verzoek om alles over het Jodendom te leren terwijl hij op één been stond. Dat kan nooit erg lang zijn geweest! Reb Hillel antwoordde: ”Wat U niet wilt dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Oftewel heb je naasten lief.

De Alter Rebbe legt uit waarom onderlinge liefde zo centraal staat. Hij stelt dat haat, ruzie, jaloezie en gebrek aan liefde veroorzaakt worden doordat een mens van het fysieke een prioriteit maakt. Inderdaad zit de lichamelijke wereld vol verschillen. De ene persoon is lang, de andere is klein. Sommigen zijn mooi, anderen weer minder. De ene is intelligent of begaafd en een ander is wat simpeler. Daarentegen als een mens zijn spirituele kant benadrukt, dan zijn allen gelijk en zal er broederschap heersen. Alle zielen zijn gelijkwaardig en zijn als één geheel met elkaar verbonden omdat ze allemaal een deel van G-d zijn. De mate van naastenliefde onthult waar bij jou de prioriteit ligt. 

Dagelijkse verbinding

De derde stelling roept het meest verbazing op: het ochtend en het middag schaap dat in onze parasha wordt beschreven (29-39). Het gaat hier over de dagelijkse offers die in de tabernakel – en later in de Tempel – gebracht werden. Offers zijn natuurlijk prachtig en inderdaad een belangrijk deel van onze G-dsdienst. Maar kunnen we ze fundamenteel noemen? Helemaal nu dat we al bijna 2000 jaar geen tempel meer hebben en geen offers meer kunnen of mogen brengen?

Toch wordt de stelling van Ben Pazi gekozen als de winnaar van alle drie stellingen! Hoe kan dit?

De Maharal uit Praag, Rabbi Yehuda Loew (1525 – 1609) lost het raadsel op. Hij geeft aan dat het kernpunt van het Jodendom je voortdurende verbinding is. Een schaapje in de ochtend en een schaapje in de middag. ‘s Ochtends een offer en ‘s middags ook iets van jezelf opofferen voor een hoger doel. In de winter en in de zomer, als het vriest en als het zonnetje schijnt. Of je zin hebt of niet, of je een leuke dag hebt gehad of een lawine van pech op je afgekomen is.

Natuurlijk is het leuk om op Yom Kipoer te vasten en geestelijk te doen. Het hoogtepunt van de dienst op de allerheiligste dag van het jaar was, het brengen van wierook in het allerheiligste deel van de Tempel. De wierook die het genot van de ziel vertegenwoordigt is geweldig, maar vertegenwoordigt niet de kern van het Jodendom. Het is het dagelijkse schaapje, eentje ’s ochtends en eentje ’s middags, elke dag weer iets opzijzetten, een offer brengen om dichterbij te komen.

Het kan zo speciaal voelen om Yom Kipoer of een speciale herdenking mee te maken of een inspirerende lezing te beluisteren. Maar waar was je gisteren? En vanochtend? En wat ga je morgen doen?

Uiteraard is het geloof in de eenheid van G-d essentieel – en zeker is naastenliefde een kernpunt in onze traditie. De winnaar is echter het dagelijkse offer. Aanwezig zijn op de momenten dat er ‘iets Joods’ moet gebeuren. Niet enkel wanneer het zo uitkomt, of alleen omdat je er zin in hebt, geïnspireerd bent of gewoon niets beters te doen hebt. Zet even je andere benodigdheden, afspraken en schema’s opzij en kom opdagen bij een Joodse activiteit of een Torah les. Maak tijd vrij om tefilin aan te doen, shabbat te vieren en Poerim volledig te ervaren. Offer je geld op om kosher voedsel aan te schaffen en tsedaka te geven.

Om die reden heeft G-d jou en mij gekozen en ons daarbij ook de mogelijkheid gegeven om de geboden dagelijks uit te voeren. Het uitzonderlijke van het Jodendom is het feit dat het je leven voortdurend en in alle aspecten kan verrijken, niet alleen op Yom Kipoer, maar elke dag.  

Wij zijn bevoegd om dagelijks onze relatie met onze wortels te versterken. Elke dag kunnen wij nieuwe energie genereren door een offer te brengen, door iets uit te stellen of opzij te zetten voor een hoger doel, voor een ander of voor je eigen ziel. Hierdoor maken we ruimte om spirituele zaken te ontdekken, te waarderen en te ontwikkelen. Een eeuw geleden, vanochtend en straks weer! 

Heerlijke kruiden ruiken; dit is een gebruik dat elke week, wanneer shabbat geëindigd is, uitgevoerd wordt. Op shabbat krijgt elke Jood een extra ziel. Wanneer de shabbat afgelopen is en deze extra ziel hem verlaat zou hij zich wel eens zwak kunnen voelen. Door het ruiken naar een heerlijke aroma komt hij bij. Dit is een voorbeeld hoe een geur verbonden is met de ziel van een mens.

 Bracha Heintz

Gebaseerd o.a. op een les van YY Jacobson
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Wat is Chanoeka?

Wat is Chanoeka?

In de Talmoed, vragen onze geleerden, “Wat is Chanoeka?” Hun antwoord luidt, “Toen de Grieken de Tempel in Jeroesjalajim binnen drongen, hebben zij alle olijfolie (die voor de lampen van de menora bestemd was) onrein gemaakt. Toen de leden van het koninklijk huis van de Chasjmonajiem de oorlog tegen de Grieken gewonnen hadden, vonden zij slechts 1 kruik olie die nog verzegeld was door de kohen gadol.” (De zegel van de hogepriester garandeerde de spirituele reinheid van de olie.)

Dit stuk uit de Talmoed roept wat vragen op:

1. Waarom is de gebeurtenis van de olie voor de geleerden van de Talmoed belangrijker dan alle andere wonderen die tijdens de oorlog met de Grieken geschied zijn?

2. Als de Grieken het aansteken van de lampen van de menora wilden verstoren, waarom hebben zij de oliekruiken niet gewoon kapot gemaakt? Waarom moesten zij de oliekruiken heel laten en slechts de zegel verbreken waardoor de olie alleen zijn status van reinheid verloor.

De Grieken ontkenden het bestaan van reinheid en onreinheid. Deze begrippen hebben trouwens niets met hygiëne te maken, het gaat hier zuiver om een spirituele aangelegenheid. In de Griekse beschaving, bestond alleen wat een mens zelf kan zien en waarnemen. Weliswaar hadden zij goden maar die hadden zij zelf gemaakt volgens hun eigen verbeelding. Daarentegen weten wij “Hij is, Hij was en Hij zal zijn.” Eerst was er G-d en Die heeft de mens geschapen. Als een mens een god maakt dan is deze god beperkt volgens de inzichten van de maker. De Griekse goden waren dus supermensen, maar konden onmogelijk bovenmenselijk zijn.

De Grieken hadden geen begrip voor iets bovenmenselijks. Vandaar dat de wetten van spirituele reinheid voor hen vreemd en onacceptabel waren. Spirituele reinheid en onreinheid zijn onverklaarbaar. Zij zijn niet te meten met menselijke maatstaven; zij zijn ontastbaar.

Om het voorbeeld te nemen van de olijfolie die in de Tempel gebruikt werd: als iemand die onrein is een kruikje olie dat niet verzegeld was in zijn handen nam, dan werd de olie onrein. Op dat moment was dat niet meer geschikt om voor de dienst in de Tempel gebruikt te worden.
De olie verandert dan niet in samenstelling. Als men een chemische analyse ervan zou maken, zou men vinden dat de reine olie en de onreine olie precies dezelfde samenstelling hebben. Toch is de olie onrein geworden. Reinheid en onreinheid liggen namelijk in een bovenmenselijke dimensie die met metingen niet waargenomen kunnen worden.
Daarom hebben de Grieken gekozen om slechts de zegels van de kruiken te breken. Zij wilden demonstreren dat de olie hetzelfde bleef en dat de wetten van reinheid en onreinheid onzin waren.

De Griekse Benadering

Als wij een beetje dieper kijken, vinden wij in de Joodse mystiek dat olie het symbool van wijsheid is.
De Tora is het boek waarin G-d zijn wijsheid heeft gestopt.
De Griekse beschaving was zeer geïnteresseerd in de wijsheid van de Tora. De Griekse koning Ptolemaeus liet zelfs de Tora in het Grieks vertalen. Toch was de Griekse beschaving tegen bepaalde aspecten van het Jodendom. Hoe is dit mogelijk? De Grieken beschouwden de Tora als een boek vol met wijsheden, maar stoorden zich aan het bovenmenselijk aspect ervan. De Tora was een zeer diepgaand filosofisch boek die in iedere bibliotheek een plaats moest hebben. Maar bovenmenselijk?! Neen! De wereld bestond voor de Grieken slechts uit zaken die door de mens waarneembaar zijn. De olie, de wijsheid, maakten zij daardoor onrein, onG-ddelijk.

De Joodse Benadering

De Grieken wilden iets demonstreren, de Maccabiem ook. Als er geen reine olie beschikbaar is mag men namelijk volgens de Joodse wet gebruik maken van onreine olie voor de menora. Zelfs wanneer iedereen of alle beschikbare voorwerpen voor de dienst in de Tempel onrein zouden zijn zou de Tempeldienst toch plaats kunnen vinden.1
Toch wilden de Maccabiem geen onreine olie gebruiken. Het mocht wel, toch deden zij het niet. Zij gingen zoeken of er toch nog ergens wat reine olie te vinden was. Zij vonden slechts 1 kruik waar alleen voldoende olie in was voor 1 dag. Het vervaardigen van nieuwe reine olie zou 8 dagen in beslag nemen. Tegen alle logica in staken ze die kleine onvoldoende hoeveelheid olie aan. De rest lieten zij aan G-d over.

De Maccabiem wilden laten zien dat er meer is dan het waarneembare en het meetbare. Zij wilden demonstreren dat het Griekse negeren van het bovenmenselijke fout was. Men moest reine olie hebben. De beleving van het Jodendom moest G-ddelijk blijven.
Met hun daden hebben de Maccabiem zich volledig verzet tegen de Griekse gedachtegang. Allereerst door de vijand zelf te verslaan en daarna door zijn ideeën te niet te doen. Tegen alle logica in moest dat kruikje met zegel gevonden en aangestoken worden. Op een bovennatuurlijke wijze hebben zij durven handelen. G-d heeft op een bovennatuurlijke manier Zijn instemming bewezen door de kleine hoeveelheid olie wonderbaarlijk lang te laten branden.

Een handje vol Joden wonen nog hier in Utrecht. Wij blijven het vlammetje aansteken. Volgens alle berekeningen zouden wij al lang niet meer bestaan. Wij maken geen berekeningen. Wij doen niet aan statistieken. Ook al hebben wij maar een klein beetje olie steken wij toch de menora aan, ook al lijkt het soms dat er niet genoeg zal zijn voor de toekomstige acht dagen.
Net als de Maccabiem vertrouwen wij erop dat het Utrechtse spirituele lampje zal blijven branden.

Rabbijn A.L. Heintz

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂