Auteur: Rabbi Aryeh Leib Heintz

Wayelech | En hij ging

Wayelech | En hij ging

Op de laatste dag van zijn leven schreef Moshe de Torah-rol. Deze rol werd bewaard in de Heilige Ark in de tempel. De precieze plek waar de rol bewaard werd, heeft een belangrijke boodschap voor ons: hoe wij vandaag de dag G-d’s wijsheid uit de Torah aan iedereen kunnen laten zien. Ook aan een 21e eeuwse smartphoneverslaafde!

Download hier de PDF van dit artikel

De eerste Torah-rol

We naderen het einde van de vijf boeken van de Torah en daarmee tevens het einde van het leven van Moshe. Het gedeelte wat we deze week uit de Torah lezen, parashat Wayelech, vertelt ons wat er op de laatste dag van het leven van deze grote leraar en leider gebeurde.

Zo heeft Moshe de Torah, zoals hij die van G-d ontvangen had, opgeschreven. Je leest dit in Dewarim 31-9. Dit was de eerste Torah-rol ooit!

De Torah-rollen die we vandaag gebruiken zijn kopieën van kopieën van deze oorspronkelijke rol. Het is bijzonder dat, ondanks de verspreiding van het Joodse volk over de hele wereld, alle Torah-rollen identiek zijn gebleven. Gedurende duizenden jaren hadden Joden niet of nauwelijks contact met elkaar en toch blijkt dat – enkele verschillen in gewoontes nagelaten – Joden over de hele wereld hun Jodendom op dezelfde manier beleven.

Eenmaal voltooid gaf Moshe deze speciale rol aan de priesters. Zij waren samen met de Levieten verantwoordelijk voor onderwijs en kregen daarom de Torah-rol aangeboden.

De rest van het Joodse volk was hier niet zo blij mee. Want dan zou uitsluitend de stam Levi een Torah-rol bezitten. De Torah was toch aan het hele Joodse volk geschonken bij de berg Sinaï! Iedereen zou toegang tot de Torah moeten hebben. Iedereen had het voorrecht en de plicht om te lernen.

‘Moshe besloot om nog twaalf Torah-rollen te schrijven.’

Moshe was heel blij met deze klacht en besloot om nog twaalf Torah-rollen te schrijven, één voor elke stam. Zodoende schreef Moshe op zijn sterfdag, 7 Adar 2488, totaal dertien Torah-rollen (Psikta deRav Kahana).

Plek in de Heilige Ark

 “En Moshe gebood de Levieten, dragers van de heilige ark zeggende: neem deze Torah-rol (de 1e die Moshe had geschreven) en plaats hem aan de zijkant van de heilige ark van het verbond van G-d, jullie G-d en het zal daar zijn in jou als getuige.”
Dewarim 31-25,26

De heilige ark was een driedubbele doos gemaakt van hout en goud. Deze doos lag in de allerheiligste plek in de tabernakel en later in de tempel in Yerushalayim. Deze ruimte was een kamer waar bijna nooit iemand kwam. De hogepriester mocht daar eenmaal per jaar op Yom Kipoer komen. Deze Torah-rol werd om de zeven jaar door de koning gebruikt.

Aan het einde van het shemita jaar – een landbouwkundig rustjaar voor de grond – vond er een bijzondere bijeenkomst plaats: in plaats van dat alleen de heren zich naar de tempel begaven was er een totale reünie van het hele joodse volk.  Mannen, vrouwen, kinderen en zelfs baby’s kwamen bijeen in de tempel.

Daar las de koning om de zeven jaar uit deze speciale Torah-rol voor ‘zodat zij zullen horen en zodat zij zullen leren en ze zullen G-d, jullie G-d vrezen en ze zullen uitvoeren alle woorden in deze Torah’, Dewarim  31-12.

De vraag is waar deze rol precies bewaard werd. ‘Aan de zijkant van de heilige ark’ vertelt de Torah ons. Wat wordt daar mee bedoeld? Rabbi Meir en Rabbi Yehuda hebben hier een meningsverschil over. De Talmoed legt dit uit in Bawa Basra 14.

Rabbi Meir was van mening dat de Torah-rol in de heilige ark aan de zijkant van de stenen tafelen geplaatst moest worden. Met andere woorden, niet tussen de stenen tafelen, maar ernaast, binnen de doos.

Rabbi Yehuda dacht er anders over. Hij vertaalt het woord zijkant letterlijk.
De Torah-rol lag volgens hem op een plank die aan de buitenkant van de doos vast zat.

Eigenaardig.

Drie vragen

Drie vragen om te onderzoeken:

  1. Wat motiveert Rabbi Meir om te zeggen dat deze speciale Torah-rol aan de binnenkant van de heilige ark geplaatst moest worden terwijl de vers duidelijk ‘aan de zijkant’ zegt?
  2. Waarom moest deze rol zo dichtbij de ark zijn?
  3. Wat kunnen wij met deze informatie? We zijn inmiddels in het jaar 5779 beland. Dit voorval vond dus 3291 jaar geleden plaats. Hoe relevant is het voor mijn leven of de Torah-rol aan de binnenkant of aan de buitenkant van de heilige ark geplaatst werd?

De tempel is inmiddels tweemaal verwoest, éénmaal door de Babyloniërs en de tweede keer door de Romeinen. Dat laatste vond ook al 2000 jaar geleden plaats. En elk jaar weer lezen wij uit de Torah waar deze rol geplaatst werd. Welke les schuilt hierachter?

In de heilige ark waren de stenen tafels waar de tien geboden in gegraveerd waren. Deze geboden, geschreven met 620 letters vertegenwoordigen de hele Torah. Er zijn 613 geboden en verboden die in de Torah staan en 7 geboden die onze geleerden hebben ingesteld, wat samen 620 maakt.

Elke wet, idee, geschiedenis, regel en verhaal uit de Torah ligt in geconcentreerde vorm in die tien geboden. De Torah is eigenlijk een uitleg en uitbreiding van deze tien hoofdprincipes. De stenen tafelen zijn de bron en de geconcentreerde vorm van de Torah.

Het meningsverschil tussen Rabbi Meir en Rabbi Yehuda gaat eigenlijk over de band tussen de tien geboden en de uitleg ervan in de Torah.

Moet de Torah bij de bron blijven, in de heilige ark zoals Rabbi Meir stelt of moet de
Torah zoals Rabbi Yehuda zegt naar buiten toe treden?

‘Mag de Torah zich ook in Utrecht of Cuijk manifesteren?’

Moet alles in de doos blijven in zijn oorspronkelijke vorm of mogen we voorzichtig naar buiten toe treden? Blijft de Torah in Yerushalayim en Bnei Brak of mag deze Torah zich ook in Utrecht of Cuijk manifesteren en zo ja op welke manier?

Doorgeven

Hoe geven we oude tradities door aan een 21e eeuwse smartphoneverslaafde? Hoe vertellen we ‘In het begin schiep G-d de hemel en de aarde’ aan een scholier die niets beter weet dan dat wij vroeger apen waren?

Laten we de Torah in een dichte doos of laten wij G-d’s wijsheid aan iedereen zien? Blijven wij naar een oud stuk perkament kijken waar letters met een pluim op geschreven staan of gaan wij internet gebruiken om leuke Torah filmpjes aan onze kinderen te tonen? Laten we het Jodendom in zijn oorspronkelijke vorm of treden wij uit de doos.

Rabbi Meir was een grote geleerde. Toch wordt de wet niet door zijn mening bepaald. Hij was te heilig, te hoog om door zijn collega’s gevat te worden. Hij vond dat de Torah in de ark moest blijven. Zo was hij zelf ook. Geen aanpassingen en modernisering.

De naam Meir betekent licht geven. Deze grote geleerde gaf zo veel licht dat zijn leerlingen hem niet konden vatten. Ze werden verblind en al het licht ging verloren.

Rabbi Yehuda daarentegen ging wat meer met zijn tijd mee. Van hem mocht de Torah uit de doos. Maar let op! De rol werd geplaatst op een plank die vastzat aan de heilige ark.  Met andere woorden: de link met de stenen tafelen moest behouden worden. Het plankje zat vast.

Dit betekent dat je nooit en te nimmer de Torah mag aanpassen, veranderen, verminderen of toevoegen. De Torah is de wijsheid van G-d en is daarom onveranderbaar. G-d is eeuwig en Zijn wijsheid dus ook.

Wél ga je de Torah vertalen, uitleggen, verspreiden en alle moderne middelen gebruiken om de Torah duidelijker en verstaanbaader te maken voor de moderne mens. Buiten de ark, maar wel nauw ermee verbonden.

De naam Yehuda betekent dankbaarheid en overgave. Rabbi Yehuda was van mening dat de leraar zijn hoge licht moet verlaten om zichzelf verstaanbaar te maken voor zijn studenten. Doceren is doseren. Hij moet zich overgeven aan zijn leerling en zijn hoge niveau gedeeltelijk verlaten. Zolang de plank nog maar verbonden is.

In beweging

Zo is ook de naam van onze parasha Wayelech. En hij ging…. De Torah is in beweging. Enerzijds heeft de wijsheid van G-d een onveranderbaar aspect. Dat zijn de gegraveerde letters die je nooit en te nimmer los kunt koppelen van de steen. Anderzijds staat de Torah boven de tijd en beweegt mee zonder dat het verandert. De externe aspecten en de terminologie passen zich aan. De kern blijft echter zuiver, puur, G-ddelijk en onveranderlijk.

Hier is het belangrijk om te kunnen nuanceren. Zijn wij in staat om de Torah te vertalen naar termen en woorden die de moderne mens aanspreken of gaan we de Torah aanpassen aan de gemakken van de 21ste eeuw?

Leg je de Shabbat-rust uit in termen die een moderne persoon raken of vertel je hem dat hij Shabbat kan vieren zonder zich aan de regels te houden, zodat hij op een comfortabele manier zijn dagelijkse routine en gewoontes niet hoeft te verstoren?

‘Blijf bij de bron’ is de les van het plankje.
Maar kijk wel om je heen en leg uit in een taal die de mensen aanspreekt.

Deze nuance is soms moeilijk te bepalen. Wees in ieder geval eerlijk. Elk pad dat afdwaalt van het authentieke Jodendom is in wezen een leugen en mag geen Jodendom meer genoemd worden. En wie wil daar nou zijn tijd aan verdoen?

Gemar chatima tova!

Mogen jullie verzegeld worden voor een goed en zoet jaar! Amen!

Bracha Heintz

Download hier de PDF van dit artikel

Gebaseerd op een les van HaRav YY Jacobson 
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer

Agenda:

Zondag ochtend 16 september
11 tot 12 uur
Joodse les voor kinderen
Joodse les voor volwassenen

Yom Kipoer:
Dinsdag 18 september
17:00 uur maaltijd
Aansluitend Kol Nidrei dienst met uitleg

Woensdag 19 september, Yom Kipoer
10 uur aanvang van de dienst
20:00 Neïla gebed met uitleg
21:30 Maaltijd

Aanmelden: www.chabadutrecht.nl

 

 

­

 

 

 

 

 

 

 

 

Please follow and like us:
Nitsawiem | Wat als het niet lukt?

Nitsawiem | Wat als het niet lukt?

Ieder gezond mens zoekt naar voldoening en geluk in zijn leven. Het grootste geluk is: weten dat je goed bezig bent. Kan dit in een wereld waar het duister is? Ja, herontdek je eigen vlammetje, je eigen zuivere ziel en openbaar je eigen potentieel.

Download hier de PDF van dit artikel

Voldoening en geluk

De geboden zijn niet moeilijk, ze zijn niet ver. Ze zijn niet in de hemel of aan de andere kant van de zee. Ze zijn heel dichtbij jou om ze uit te voeren met jouw mond, met jouw hart en met jouw daden.
Dewariem hoofdstuk 30 (11-14)

“Oh werkelijk? Nou, voor mij niet. Ik vind het hartstikke ingewikkeld, lastig, duur en omslachtig om de geboden uit te voeren.”

Hoe dan ook, ieder gezond mens zoekt voldoening en geluk in zijn leven. Het grootste geluk is: weten dat je goed bezig bent, weten dat je van betekenis bent.

Rosh Hashana

De vooravond van Rosh Hashana is een speciaal moment om daarover na te denken. Rosh Hashana is het begin van het Joodse jaar. Het is zo’n belangrijke dag dat het vaak ook HAYOM – de dag of vandaag – genoemd wordt. De Parasha die vlak voor Rosh Hashana gelezen wordt, begint met de volgende woorden: “Jullie staan vandaag allemaal stevig vóór G-d…”.

Jazeker, Rosh Hashana is een belangrijke en serieuze dag. Een dag wanneer G-d de wereld berecht. Een dag waarop wij over het afgelopen jaar nadenken en bedenken hoe het komende jaar er uit zal gaan zien. G-d geeft ons meteen ook al versterking en bekrachtiging:  ‘Vandaag, op Rosh Hashana staan jullie sterk’, zegt Hij. Hoe kan dit? Met alles wat wij fout hebben gedaan? Komt de Torah ons vertellen dat wij sterk staan?

Met Rosh Hashana vieren wij de schepping van de mens. Deze schepping is natuurlijk niet zomaar gegaan. Het is niet zo dat aan de ene kant van de schepping G-d staat en aan de andere kant ‘deze wereld’. Er bestaat een heel spectrum van werelden. G-d heeft eerst een wereld geschapen die heel dichtbij Hem is, die Atsiloet heet. Vervolgens heeft Hij weer andere werelden gemaakt. Deze werelden zijn allemaal van spirituele aard, behalve onze wereld.

Ander perspectief

Ook binnen het spirituele bestaan er weer verschillende gradaties. In elke wereld schijnt het G-ddelijke licht net ietsje minder dan in de wereld ervoor. Totdat je in ‘onze wereld’ terecht komt. Hier schijnt het licht niet minder, hier is het donker.

‘Met een andere wereld wordt bedoeld dat je naar dezelfde realiteit kunt kijken maar vanuit een ander perspectief’

De spirituele werelden zijn niet fysiek ‘boven’ of ‘ergens anders’ of ‘in een andere tijd’. Het is niet zo dat je met een ruimteschip naar een andere wereld zou kunnen reizen en ook niet met een tijdmachine. Wat zijn die andere spirituele werelden dan wel? Met een andere wereld wordt bedoeld dat je naar dezelfde schepselen en realiteit kunt kijken maar vanuit een ander perspectief, met een andere kleur bril.

Stel iemand kijkt naar de muzieknoten van een symfonie. Hij zal heel veel streepjes, puntjes en rondjes zien en wordt er wellicht zelfs duizelig van. Toon de partituur aan een musicus en hij begint te glimlachen en te neuriën. De musicus ziet iets diepers, iets mooiers, iets geweldigs.

Het is niet alleen wat er fysiek aanwezig is maar ook en vooral wat het vertegenwoordigt en wat erachter schuilt.

Als je naar een appel kijkt zie je dan een appel of G-ddelijke energie die de appel doet bestaan? Zo ook is het met de spirituele werelden. Ze zijn hier allemaal aanwezig, de vraag is in hoeverre kunnen we ze waarnemen.

Rechtschapen mens

Je zou verder kunnen denken dat de hogere werelden ideaal zijn. Er schijnt daar immers meer licht dan hier. Of dat het hoogste wat een mens zou kunnen bereiken, is om een Tsadiek te worden, een rechtschapen mens. De Tsadiek leeft op zo’n hoog niveau dat hij alles op een G-ddelijke manier beziet en ervaart. Als er iets is dat ‘niet mag’, dan heeft hij daar geen zin in. Als er iets te eten is dat voor hem ‘te veel’ is, dan heeft hij er geen verlangen naar. Net zomin als ik ernaar verlang om een stukje glas te eten als ik honger heb…

‘Ik ben een mens die na het materiële verlangt en het zichzelf het meest aangenaam wil maken’

Welnu, ik ben niet rechtschapen en ook al doe ik zo mijn best: ik zal het nooit worden. Al doe ik soms zo mijn best, elke keer val ik weer terug. Wat wil je? Ik ben een mens van deze wereld. Wanneer ik iets leuks zie dan heb ik er zin in en dan ga ik zoeken hoe ik het tot mij kan krijgen. Natuurlijk beheers ik mij af en toe – en daar stop ik best veel kracht in, maar dat duurt maar eventjes. De volgende dag ben ik weer mijzelf, een mens die na het materiële verlangt en het zichzelf het meest aangenaam wil maken.

Wat heeft het dan nog voor zin? Het is best wel deprimerend om je hele leven te vechten om jezelf te kunnen beheersen en uiteindelijk heb je nog steeds niets bereikt.

We willen meer licht, maar we zien G-d niet. We hebben zo onze atheïstische kanten, af en toe. En wat wil je? G-d is toch niet zichtbaar en de gebakjes en de pretparken wel!

G-d kan wel heel goed verstoppertje spelen en het lukt mij lang niet altijd om Hem te vinden. Hoe moet dat verder? Wat verwacht G-d van mij? Ik voer een eeuwige strijd.

Kijk en besef

Ten eerste lukt het mij niet om de rechtschapen persoon te worden. Maar het blijkt dat G-d dit helemaal niet van ons verwacht! Dit schijnt niet het doel van de schepping te zijn. We hoeven geen duisternis in licht te veranderen. Dat gaat ons zelden of nooit lukken. Laat dit jou niet ontmoedigen, vertellen ons de geleerden. Maar trek het je wel wat aan, maar niet teveel.

Wat is dan mijn rol in het geheel? G-d heeft maar één verzoek: kijk naar deze wereld en besef dat het hier totaal donker is.

Het kan zijn dat het je maar weinig lukt om daar iets in te veranderen, maar jouw opdracht is om ervan bewust te zijn. Niets is erger dan dat een mens genoegen neemt met valsheid en leugens. In wezen is de hele schepping één grote leugen aangezien wij de Schepper niet kunnen zien.

Maar laat je niet in de maling nemen! Deze hele wereld is alleen een omhulsel. Dieper is er heel veel.  Ga op zoek naar de ziel in jezelf en naar de ziel die in de wereld verscholen ligt.

Dagelijks gevecht

Dit is een dagelijks gevecht van ‘de geest over de materie’, van ‘diepte over oppervlakkigheid’ en van ‘betekenis over onzin’. Misschien lukt het je niet om de leugens te transformeren, maar je kunt ze wel het hoofd bieden.

De hele schepping geeft de schijn dat het vanzelf bestaat. Deze schijn koppelt de schepping los van Zijn Bron. Wees je daarvan bewust, ook al lukt het je niet om daar verandering in te brengen. Je hebt misschien de slag verloren maar je hebt de oorlog gewonnen.

Dit is het drama van het leven; één individu, misschien wel alléén in zijn kamer waar niemand hem ziet, is toch in staat om te zien en te zeggen: ‘Deze wereld klopt niet. Ik zie alleen maar een schil, maar die ga ik niet opeten. Die gooi ik weg.’

Aan het front

Dit is de boodschap van deze week. Het lukt ons niet altijd om ons op te trekken naar niveaus die ver boven ons liggen, maar dat is ook helemaal niet de bedoeling! Af en toe lukt het wel en hebben we weer een terugval.
Net als het doornbos bij Moshe. Hij brandde wel maar verbrandde niet. Er was vuur, inspiratie en enthousiasme. Maar het had maar weinig effect. De takjes brandden niet en de doorns bleven prikken.

Zo is het leven. We hebben allemaal van die momenten dat we helemaal warm zijn en goed bezig zijn. Misschien gebeurt het wanneer je de kaarsjes van Shabbat hebt aangestoken, of je moeite hebt gedaan om een ander te helpen.

‘Waar het om gaat, is dat we de strijd aangaan en niet verwachten dat we winnen’

Hopelijk zullen er tijdens de hoge feestdagen zulke momenten langskomen.
Maar, het blijft niet. En dat geeft niet. Je blijft geconfronteerd worden met de duisternis. Je staat tenslotte aan het front, je vecht dagelijks. En ja, aan het front worden je kleren vies, is er bloed en narigheid. Geeft niet, waar het om gaat, is dat we de strijd aangaan en niet verwachten dat we winnen.

Beweging in de wereld

G-d heeft ons in deze laagste wereld neergezet en elke keer dat wij moeite doen om een laagje duisternis te verwijderen, bewerkstelligen wij trillingen in alle werelden. Onze ziel is als een lang touw. Als je aan de ene kant duwt en trekt beweegt alles mee.

Ja, dames en heren, wij met onze kleine en grote strijd, veroorzaken bewegingen in alle werelden. Aangezien elk mens een ziel in zich heeft, een stukje van G-d, is hij bij machte om door één kleine daad een wereld van verandering teweeg te brengen.

Wat een kracht, wat een potentieel! Jij en ik hebben dit in ons!

Het is niet zo moeilijk. Je hoeft daar geen bergen voor te beklimmen en zeeën voor over te steken. Het is heel dichtbij je, vertelt de Torah ons. Herontdek je eigen vlammetje in je hart, je eigen warme zuivere ziel. Luister ernaar en openbaar je eigen potentieel. Het is er al en daar gaan we het komende jaar op bouwen met de wetenschap dat we helemaal niet hoeven te winnen, alleen elke keer weer een duwtje in de goede richting…

Hierbij wens ik iedereen een goed en zoet jaar, een jaar vol met geluk, gezondheid en voldoening in materiële en spirituele zin!

Shana towa oemetoeka!

Bracha Heintz

Download hier de PDF van dit artikel

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Please follow and like us:
Ki Tawo | Opbiechten op de Joodse manier

Ki Tawo | Opbiechten op de Joodse manier

Elk mens heeft zijn goede kanten! We moeten leren om niet alleen naar dit deel van ons leven te kijken, maar er ook over te vertellen, het te waarderen en er op te teren.

Het opbiechten van een tiende

וידוי מעשר

Download hier de PDF van dit artikel

Dit is een gebod waar we deze week over leren. Het gaat hier om een 3000 jaar oud belastingsysteem dat in Israël opereerde en uitstekend functioneerde. Bedacht door G-d zelf was het volgende principe: er bestond een cyclus van zeven jaar dat uit twee sets van drie jaar en vervolgens een apart zevende jaar bestond.

In het eerste en tweede jaar van de cyclus werd belasting in goederen op de volgende manier betaald. Of het nou ging om graan, vruchten, of groente, elke landeigenaar of boer gaf 2% van zijn oogst aan de priesters. Dit heet Teroema. De priesters vertegenwoordigden iedereen in de dienst van de tempel. Ze waren ook verantwoordelijk voor onderwijs, bezaten geen grond en waren geen zakenlui.

Vervolgens werd er van wat er over bleef, Maaser Rishon, 10% aan de Levieten gegeven. Zij voerden soortgelijke taken voor het hele volk  uit.

Nog eens 10%

Van de rest werd nog eens 10% genomen, Maaser Sheni. Deze tweede Maaser of terwijl de tweede tiende werd door de boer naar Yerushalayim gebracht. Daar kon hij zelf van die 10% van zijn oogst eten en genieten. Het was een gelegenheid voor alle boeren om op reis te gaan naar Yerushalayim en daar te genieten van de sfeer. Het was een manier om de economie in Yerushalayim te versterken. Het vulde de stad met actie en het gaf de boer voldoening zowel materieel als spiritueel.

Hierna was de boer vrij om de rest van zijn oogst voor zichzelf te bewaren, te verkopen of zelf te nuttigen.

In het derde jaar van de cyclus gaf de boer hetzelfde als in jaar 1 en 2. Alleen het laatste deel, Maaser Sheni, de tweede Maaser, de laatste heffing was anders. Die ging niet mee naar Yerushalayim. Het werd aan de armen gegeven, Maaser Ani, de tiende voor de armen.

Voor de armen

Behalve de tiende in jaar 3 en 6 kregen de armen elk jaar drie delen van de oogst.

  • Deel 1. Een boer mocht nooit zijn hele veld oogsten. Hij moest altijd een hoek van zijn veld ongeoogst laten. De armen mochten daar zelf komen plukken.
  • Deel 2. Als een boer een deel van zijn oogst was vergeten mocht hij niet teruggaan om het alsnog te halen. Dit liet hij achter voor de armen.
  • Deel 3.  Als een deel van de oogst tijdens het plukken viel, mocht de boer het niet oprapen. Ook dit deel werd voor de armen achtergelaten.

In het derde jaar van de cyclus ontvingen de armen nog meer. Een tiende van de oogst nadat de delen voor de priesters en de Levieten al afgetrokken waren geweest. Na het derde jaar begon men overnieuw. Jaar 4 en 5 waren gelijk aan jaar 1 en 2. 2 % voor de priesters, daarna 10% van de rest voor de Levieten en vervolgens 10 % om in Yerushalayim te consumeren.

Jaar 6 was gelijk aan jaar 3.

‘Zo werd alles geregeld: de landbouw, de belastingen, voedsel voor de armen en een vakantie naar Yerushalayim.’

Speciale status

Het zevende jaar had een speciale status. In dat jaar werden alle velden onbeheerd achtergelaten. Elk individu, boer of niet, had gelijke toegang tot alle wijngaarden, velden en boomgaarden en mocht daar na behoefte plukken. Ook de eigenaar mocht dat, maar alleen wat hij nodig had voor zichzelf, zijn gezin, zijn personeel en zijn dieren. Hij mocht er niet in handelen. Aangezien hij er geen eigendom over had was hij ook niet bij machte om er belasting over te betalen.

Zo werd alles geregeld, volgens de wetten van de Torah, de landbouw, alsook de belastingen, voedsel voor de armen en een vakantie naar Yerushalayim.

Gebod וידוי מעשר

En nu komt het. Wanneer de cyclus van drie of 6 jaar voorbij was, was er een gebod dat וידוי מעשר heet, of terwijl het opbiechten van de tiende.

Wat was dat?

In het vierde jaar of zevende jaar moest de boer controleren of hij wel aan al zijn belastingverplichtingen had voldaan. Misschien was hij niet overal aan toegekomen en een bepaald deel vergeten of gewoon nog niet weggegeven. Misschien lag er nog ergens bij hem in opslag een hoeveelheid graan of erwten die hij nog schuldig was. Nu was de tijd aangebroken om alles wat hij verzuimd had te geven uit te betalen.

Natuurlijk moest alles, in eerste instantie op het juiste moment in het juiste jaar worden weggegeven. Mocht hij echter iets vergeten zijn, of hij was te druk en is er niet aan toegekomen, dan is het vierde jaar de laatste gelegenheid om alles recht te trekken.

Liefst in de tempel

Aangezien er ook nog in de winter van het vierde jaar producten die in het derde jaar waren geplant, geoogst werden, moest de boer tot de lente van het vierde jaar wachten, op de laatste dag van Pesach om, liefst in de tempel, maar het kon ook bijvoorbeeld thuis, zijn Maaser (tiende) op te biechten. Hoofdstuk 26 van Dewariem helpt ons verder.

12) “Als je klaar bent om al je tienden van je oogst te geven in het derde jaar, het jaar van de tiende, en je zult het aan de Levi, aan de vreemdeling, aan de wees en de weduwe geven, en jullie zullen eten in jullie poorten en jullie zullen verzadigd zijn.

13) En jij zult zeggen vóór Hashem jouw G-d, “Ik heb uit mijn huis al het heilige verwijderd en ik heb ook gegeven aan de Levi en aan de vreemdeling, aan de wees en aan de weduwe zoals Jouw gebod is, dat je mij geboden hebt. Ik heb Jouw gebod niet overtreden en ik ben niets vergeten.

14) Ik heb er niet van gegeten toen ik rouwde, noch heb ik het speciale deel verwijderd terwijl ik onrein was en ik heb het niet gebruikt voor een lijk. Ik heb naar de stem van Hashem, onze G-d geluisterd, ik heb gedaan zoals Jij mij alles hebt geboden.

15) Kijk vanuit Jouw heilige woonplaats, vanuit de hemel, en zegen Jouw volk, het Joodse volk en het land dat Jij ons geschonken hebt, zoals je het aan onze voorouders hebt gezworen, een land dat met honing en melk vloeit.

Hierbij eindigt het gebod van וידוי מעשר, het opbiechten van de tiende.

‘Waarom wordt deze verklaring opbiechten genoemd?

Niets vergeten

Interessant, maar tegelijkertijd zeer vreemd. Ik lees hier een verklaring maar ik bespeur nergens iets wat op opbiechten zou lijken.  Vooralsnog betekent opbiechten dat je benoemt hetgeen je verkeerd hebt gedaan. Dit doen we dagelijks in ons gebed. Ook op Yom Kipoer benoemen we al onze fouten. We hebben spijt, we verontschuldigen ons en nemen verantwoordelijkheid om in de toekomst ons aan de regels te houden.

Deze boer echter vertelt juist dat hij alles naar behoren heeft uitgevoerd. Hij is zelfs niets vergeten. Hij heeft precies alles gedaan zoals G-d hem geboden heeft. Zelfs per ongeluk heeft hij niets overtreden. Hij heeft alles foutloos en perfect uitgevoerd. Waarom wordt deze verklaring dan opbiechten genoemd? Het is juist het tegenovergestelde. Je verklaart dat je alles perfect hebt gedaan en je zelfs niets vergeten bent!

Het is Rav Yosef Ber Soloveitchik die ons gaat helpen om dit te begrijpen.

Klopje op eigen schouder

De Torah geeft ons hier een diepe boodschap: soms moet een mens een verklaring geven hoe goed hij is, hoe fantastisch hij alles gedaan heeft, hoe succesvol hij is. Klopje op je eigen schouder dus.

Niet alleen moet hij het denken. Nee, hij moet het ook hardop zeggen en vertellen, niet vanuit hoogmoed of argwaan maar uit het diepste van zijn hart en met oprechtheid.

Want ziet U, geachte lezer, elk mens heeft zo zijn successen, zijn goede kanten, zijn vakken waar hij het hartstikke goed in doet. Hij moet leren om naar dit deel van zijn leven niet alleen te kijken, maar ook te vertellen, te waarderen en er op te teren.

Niet alleen moet hij zijn goede kanten bekijken, hij wordt zelfs geboden om ze op te noemen en te zeggen: “Ik heb het perfect gedaan, ik ben zelfs niets vergeten!”

Twee vragen

Blijven er twee vragen over:

  1. Waarom heet deze declaratie opbiechten? en
  2. Waarom moet dit aan G-d verteld worden? G-d weet toch al het goede dat hij uitgevoerd heeft?

Als je iets fouts hebt gedaan, dan begrijpen we dat je het op moet noemen. Ook dan weet G-d alles wat je uitgespookt hebt. In dat geval echter heeft de mens het nodig om zichzelf ermee te confronteren. Hij moet zich realiseren wat er gaande is voordat hij er iets aan kan doen. Vandaar dat elke vorm van inkeer met opbiechten begint. 

Maar onze boer heeft alles voortreffelijk en uitmuntend ten uitvoer gebracht. Wat is hij aan het opbiechten?

G-d in Zijn Torah, Zijn wijsheid leert ons hoe je moet opbiechten.

Toetje op je jurk

Stel je draagt een mooi kledingstuk. Het is gewassen en gestreken en je draagt het bij een bruiloft. Helaas bij het toetje stoot iemand tegen je aan en je zit onder de chocola. Je begeeft je naar een wastafel om de vlekken te verwijden en onderweg laat iemand zijn bessentaart met poedersuiker en al over je heen vallen. Op dat moment is de zaak hopeloos. Je geeft het op. Als iemand nog een restje soep kwijt moet, dan mag het wel op jouw jurk. Als je het nog een jurk kunt noemen aangezien er een metamorfose heeft plaatsgevonden. Een dweil zou nu een betere benaming voor je kledingstuk zijn.

‘Als er al zoveel op geknoeid is, dan heeft het schoonmaken weinig zin meer.Gooi er dan nog maar wat bovenop.’

Hetzelfde geldt voor je persoonlijkheid, je gevoel van eigen waarde. Als er al zoveel op geknoeid is, dan heeft het schoonmaken weinig zin meer. Gooi er dan maar nog wat meer bovenop.

Niemand die het verschil zal merken tussen een vieze dweil en een viezere dweil. Er is geen noodzaak meer om een mooie jurk, een zuivere ziel, te beschermen.

Als je van jezelf denkt dat alles bij jou een mislukking is, dat je vies en onwaardig bent en dat je medemens en G-d jou niet respecteren en waarderen, ja, wat het heeft het dan voor zin om op te biechten en de smeerboel te verwijderen. Je zit toch al onder de vlekken…nee, je bent zelf één grote vlek.

Als je zo in het leven staat dan zul je nooit tot inkeer kunnen komen. Dan ga je niet eens beginnen om je fouten te wassen. Het heeft toch geen zin. Wel eens iemand tegen gekomen die zegt: “Ik doe toch altijd alles fout! “Het gaat zelfs nog een stapje verder; in zo’n geval neem je niet eens verantwoordelijkheid voor je daden. Waarom zou je? Het maakt toch geen enkel verschil.

Hardop vertellen

Nee, vertelt de Torah ons. Wil je tot inkeer komen, ga dan eens eerst aan jezelf vertellen, hardop, in de tempel, wie jij bent. Een schepsel in het evenbeeld van G-d gemaakt. Een persoon die ver boven zijn vlekken uitsteekt, iemand die zich niet laat definiëren door negatieve punten.

Ja, er is hier en daar misschien wel een vlekje, maar ik ben dat vlekje niet. Ik heb successen geboekt. Ik heb mijn plicht gedaan. Ik ben een goede persoon, die alles wat mij niet toebehoort gegeven heeft aan wie het moest ontvangen. Ik ben de baas over mijzelf.

Als ik de mist in ga, dan kan ik dat corrigeren want ik heb oneindig veel kracht, potentie en mogelijkheden. Ik laat de regie bij mijzelf. Ik heb controle en als het fout gaat dan is het precies dat, een vlekje op een prachtige mooie jurk. De jurk is elegant en daar hoort geen vlekje op. Het vlekje wordt meteen verwijderd. Maar op een dweil? Wie maakt zich druk om een schoonmaak doek, vuil, vuiler of nog vuiler.

Geen vergissing

Ik heb mij misschien vergist, maar ik ben geen vergissing. Ik kan kiezen hoe ik mij verhoud tot het verleden en daardoor ook tot het heden en de toekomst. Als ik mij goed voel en mij realiseert wat ik waard ben dan zal ik automatisch deze waarde willen behouden en elk vlekje willen corrigeren.

Ik wacht ook niet op complimenten en erkenning van anderen. Dit doe ik helemaal zelf. Het is een verplichting, één van de mitswot die ons geboden is. Ik ga het liefst naar de heiligste plek op aarde, de tempel in Yerushalayim en daar ga ik zelf hardop vertellen hoe fantastisch en vlekkeloos ik ben. Zelfs per ongeluk heb ik niets verzuimd. Ik ben niet afhankelijk van de waardering van anderen.

Eigen waarde

De Torah leert ons dat elke vorm van inkeer en opbiechten begint met het opnoemen van je eigen waarde. De basis voor inkeer is het verklaren van hoe je alles perfect hebt uitgevoerd, je hebt zelfs geen enkele steek laten vallen.

Daarom wordt deze parasha gelezen vlak voor Rosh Hashana en Yom Kipoer. Het is weleens waar geen opbiechten, maar het is daar wel de voorwaarde en de inleiding voor.

Wat een waardevolle les, wat een speciaal leermoment!

Goede daden opbiechten

Proef je successen, benadruk ze en toon het mooie en pure in jezelf en in anderen. Wil je verandering in het gedrag bewerkstelligen van jezelf of een familielid? Ga dan eerst kijken of er überhaupt een wilskracht en potentieel aanwezig is. Zorg dat de mensen om je heen (jezelf inbegrepen) positief geluid horen. Zorg dat jij jouw goede daden “opbiecht”. Vanuit dit positieve gevoel zul jij de wilskracht in jezelf ontdekken om op te biechten, spijt te betuigen en verantwoordelijkheid voor jouw gedrag in de toekomst nemen.

Alleen als je in jezelf gelooft dat jij een prachtig schoon en mooi kledingstuk bent waar incidenteel een klein vlekje op terecht is gekomen, zul je bij machte zijn om de viezigheid te verwijderen. Wanneer je dit positief gevoel bij jezelf weet te ontdekken en te ontplooien zul jij het ook aan je medemens kunnen doorgeven. Je zult in staat zijn om je kinderen, je levenspartner, je buurvrouw en de bakker in een zuiver en schoon daglicht te beschouwen. Nu ben je klaar voor Rosh Hashana, het Joodse Nieuwjaar en Yom Kipoer. Het zijn dagen van inkeer en bezinning.

Met de wetenschap dat er een fantastische kern in jouw hart en ziel ligt zul je in staat zijn dit jaar om je vlekjes te reinigen, met liefde en respect naar jezelf en je medemens!

Shabbat Shalom en Shana Tova!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Download hier de PDF van dit artikel
Please follow and like us:
Opvoeding Joodse Stijl

Opvoeding Joodse Stijl

Yosef vertelt:
In 1954, vlak voor mijn Bar Mitswa, nam mijn grootvader mij mee op bezoek naar
de Lubavitcher Rebbe om een zegen van hem te krijgen. Mijn ouders waren niet
zo religieus en lieten de Joodse opvoeding over aan mijn grootvader.
Ik verwachtte een man met een lange witte baard te zien, maar was zeer verrast
toen ik deze jonge Rebbe zag. Mijn grootvader sprak Jiddisch met de Rebbe, maar
daar begreep ik niet veel van.
Even later draaide de Rebbe zich naar mij toe en vroeg tot mijn grote verbazing
wat mijn lievelingsport was. Ik antwoordde gelijk: “Baseball”
“En hoe houd jij van dit spel? Als er twee teams spelen of alleen maar een?”
Ik deed mijn uiterste best om aan de Rebbe de regels van baseball uit te leggen
en hoe het onmogelijk was om maar met een team te spelen.
“Waarom?” vroeg hij.
Mijn geduld werd op de proef gesteld; hoe moest ik uitleggen iets wat zelfs een
kind weet? Toch waagde ik een poging:
“Rebbe” zei ik zo voorzichtig mogelijk, “Het hele doel van het spel is om te
winnen; er moeten twee teams zijn” toen de Rebbe dat begreep was ik opgelucht.
‘’ En in het algemeen, welk team is de winnaar?”
“Het team dat het beste speelt” antwoordde ik spontaan en tevreden over mijn
eigen wijsheid.
Ik heb geen idee wat mijn grootvader van dit onderhoud vond maar de Rebbe
leek daar geen rekening mee te houden en zette zijn baseball gesprek met mij
voort.
“Vertel, speel je wel eens baseball met je vrienden?”

“Zeker” antwoordde ik, helemaal paraat om aan de Rebbe alle nodige details uit
te leggen.
“En ga je ook naar echte wedstrijden toe?”
“Ja ook”, antwoordde ik trots.
“Maar waarom is het spelen met je schoolvrienden dan niet voldoende?”
“Rebbe” antwoordde ik zo delicaat mogelijk, “Als wij spelen, is het kinderspel,
maar bij de professionele wedstrijden, dat is pas het echte spel”!
Als ik tot nu toe had gedacht dat de Rebbe echt in baseball geïnteresseerd was,
dan kwam nu de verrassing:
“Yosef” begon de Rebbe met een grote vriendelijke glimlach.
“In je hart zit een grote baseball juweel. Tot nu toe waren er twee spelers: je
slechte kant en je goede kant, maar dat was kinderspel. Vanaf je Bar Mitswa
begint het echte spel. Daarom geeft Hashem je een heel mooi cadeau: een echte
professionele goede kant met G-ddelijke krachten. Je moet er van nu af aan voor
zorgen om altijd tegen je slechte kant te winnen. En onthoud dit: net als bij
Baseball, de beste speler wint. Als je echt wilt, kun je altijd de winnaar zijn. Ik geef
jou mijn zegen” concludeerde de Rebbe “dat je grootvader en je ouders altijd veel
nachas van jou zullen mogen krijgen” Amen antwoordde Opa met luide stem en
signaleerde dat ik dat ook moest doen.
Dit bijzondere baseball gesprek ben ik gauw daarna vergeten. Ik was druk met
school en vrienden. Althans dat leek zo…
Toen ik 16 was won mijn hele klas een reis naar New Orleans. Een droom die ik
zeker niet wilde missen. Toen ik het goede nieuws thuis kenbaar maakte vertelde
mijn moeder dat de grote uitstap samen viel met Yom Kipoer en dat ze graag
wilde dat ik voor deze ene traditie samen met de familie zou blijven om te vasten
en naar de synagoge gaan. Welnu, ik ging deze buitengewone reis niet zomaar
voorbij laten gaan. Wat was er mis mee, om een keertje in mijn leven Yom Kipoer
over te slaan? De discussies gingen de hele week heen en weer tot dat mijn
liberaal denkende ouders de beslissing aan mij overlieten. Voor mij was de keuze
helder; ik ging naar New Orleans.

De avond voor de uitstap was ik op bezoek bij een vriend en we keken samen op
de televisie naar een baseball wedstrijd. Het was een spannende wedstrijd en het
“zwakkere” team verraste iedereen met zijn overwinning. Waarop de
commentator zei: “Er is altijd gerechtigheid in het spel: diegene die het beste
speelt is ook diegene die wint”! Ik heb geen idee hoe, maar op dat moment zag ik
mijzelf voor de Rebbe staan die tegen mij zei: ”En onthoud dit: net als bij Baseball,
de beste speler wint. Als je echt wilt, kun je altijd de winnaar zijn”. Drie jaar waren
er sinds mijn Bar Mitswa voorbijgegaan en geen enkele keer had ik aan ons
gesprek gedacht, maar nu voor de televisie werd alles glashelder. Ik was
vastbesloten: ik zou deze Yom Kipoer al vastend in de synagoge zijn.
En vijf jaar later, terwijl ik aan de universiteit studeerde en ik naar de betekenis
van het leven zocht, werd ik door twee vrienden van mij overtuigd om een goeroe
te aanbidden. Langzaam maar zeker werd ik overgehaald om mijzelf te bekeren,
alleen had ik er wel moeite mee om het aan mijn ouders te vertellen. Ik stelde het
uit en hoopte stiekem om hun op een dag ook te kunnen overtuigen. De avond
voor de bekeringsceremonie heb ik met mijn nieuwe vrienden, zoals zo vaak, een
leuk baseball spel gespeeld. Mijn team verloor maar ik ging toch vol enthousiasme
het winnende team feliciteren. Terwijl ik hun hand schudde zei ik: ”het spel was
eerlijk en de beste spelers hebben gewonnen!” Ik kon mijn zin amper afmaken en
mijn vrienden konden niet vatten wat er met mij geschiedde. Pas later na heel
veel aandringen van hun kant legde ik uit waarom ik mijn bekeringsplannen had
teruggedraaid.
In Spreuken (hfdst. 22, vers 6) staat: “Voed een jongen op volgens zijn weg, zelfs
als hij oud wordt zal hij er niet van afwijken” dit is Joodse educatie; leer het kind
wijsheden op zijn niveau, op een manier dat hij het kan vatten. Dan zullen de
lessen levenslang bij hem blijven.
Doe het met een glimlach, houd het kind dichtbij je, openbaar je liefde voor hem
met kracht en gebruik strengheid met mate. De Talmud leert ons: “Met de
rechterhand (die kracht heeft) breng hem dichtbij en met je linkerhand (die zwak
is) duw je hem weg.
Succes!
Bracha Heintz

Utrecht

Please follow and like us:

Loofhuttenfeest in de Soeka

Rabbijn Heintz geeft uitleg over de vier soorten arba’a miniem in de Soeka, de loofhut.
Bekijk het fotoboek.