Bevrijding van Slavernij en Verslaving

In het Jodendom staan de concepten van slavernij en bevrijding centraal. Wij moeten zelfs iedere dag en iedere nacht de uittocht uit de Egyptische slavernij gedenken, zoals er in de hagada staat, “opdat jij je zult herinneren de dag van je uittocht, alle dagen van je leven.” Dit doen wij twee maal daags door het zeggen van het Sjema gebed (einde derde hoofdstuk).
Zelfs een aantal van de belangrijkste vieringen in het Joodse jaar zijn een herinnering aan de uittocht uit Egypte. Pesach is het feest waar de uittocht centraal staat.
Soekot herinnert ons aan de bescherming die G-d ons gegeven heeft tijdens de tocht door de woestijn in de vorm van de wolken van glorie. Op Sjawoeöt vieren wij het geven van de Tora dat het doel van de uittocht uit Egypte was.
In het Kiddoesj gebed lezen wij dat ook de Sjabbat “een herinnering aan de uittocht uit Egypte” is.
Waarom neemt de slavernij in Egypte zo een belangrijke plaats in het Jodendom in?
Omdat slavernij en Egypte symbolen zijn van zaken die in de innerlijke gewetens-oorlog binnen ieder mens een belangrijke rol spelen.
Egypte is in het Hebreeuws: Mitzraïm. Mitzraïm heeft dezelfde letters als Meetzariem dat benauwdheid, grenzen of limieten betekent.
In het leven, bereiken wij soms een stadium waarbij het lijkt alsof wij begrensd en gelimiteerd zijn. Wij voelen dan dat wij geestelijk niet verder kunnen. Deze situatie, waarin wij ons omringd voelen door geestelijke obstakels is als het ware een persoonlijke Egypte. Wij worden soms uitgedaagd door beproevingen die gigantisch kunnen lijken en ons zo limiteren dat wij geen doorbraak kunnen maken om een oplossing voor onze problemen te vinden.
De kwestie van vrijheid of slavernij komen wij in zekere zin in ons dagelijks leven tegen. Juist in deze generatie wanneer alles kan, wordt men gauw slaaf van de samenleving of nog erger van zijn eigen neigingen.
Om te begrijpen hoe een mens slaaf van zijn eigen neigingen wordt, moet men aan het verschil tussen een mens en een dier denken. Een dier heeft verstand, echter is zijn verstand aan zijn instinct onderworpen. Als hij voedsel moet hebben, zorgen zijn hersens ervoor dat hij weet waar hij het vinden moet en hoe hij het zich toe kan eigenen. Als hij bescherming nodig heeft weet hij, hoe hij zich moet verdedigen, en indien nodig waar hij een schuilplaats kan vinden. Als hij aandacht wil hebben leert hij hoe en waar, enz., enz. Bij een dier werkt zijn verstand alleen als een middel om zijn emotionele c.q. zijn materiële behoeften te bereiken.
Een mens is geen viervoeter. Bij hem liggen de hersens hoger dan het hart. De mens moet hoger dan een dier zijn. In het menselijke lichaam is het hoofd, letterlijk en figuurlijk, boven zijn hart verheven. Zo ook hoort de menselijke geest boven zijn materiële lusten verheven te zijn.
Als een mens zijn verstand gebruikt louter om zijn instinct en emoties uit te voeren, vernedert hij zich lager dan de dieren. Immers is een dier zo geschapen dat het intellect onderworpen is aan zijn emoties. Het dier heeft de mogelijkheid niet om anders te handelen. Een mens die zijn intellect aan zijn emoties onderwerpt is erger dan een dier omdat de mens de mogelijkheid heeft om anders te handelen, nl. om er voor te zorgen dat zijn intellect de baas is. Toch zien wij vaak dat een mens ziet waar hij zin in heeft; daarna, gebruikt hij zijn verstand om te beredeneren en te rationaliseren dat hetgeen hij begeert ook juist is. Het oog ziet; het hart begeert en de hand pakt. De mens in zich heeft hij slaaf gemaakt van zijn materiële en emotionele behoeften. Hij is dan niet anders dan een ontwikkeld dier. Net als het dier, wiens instinct hem zegt dat hij eten nodig heeft en daarna zijn verstand gebruikt om aan zijn behoeften gehoor te geven, gebruikt de mens zijn intellect om zijn lusten te verwerkelijken. Hij maakt zich tot slaaf van zijn instinct en emoties. Hij doet wat lekker voelt, ongeacht de gevolgen en kan in sommige gevallen zijn hele leven en geluk ruïneren. Kettingroken of zelfs drugs, criminaliteit en andere geestelijke en emotionele problemen zijn soms ook het gevolg van “het doen waar je op dat moment zin in hebt”. Men denkt dan vrij te zijn, maar in feiten is het tegenovergestelde waar: iemand die alsmaar handelt volgens wat zijn hart hem aangeeft wordt langzaam maar zeker een slaaf van zijn eigen emoties. Hij raakt zo gewend om te doen waar hij zin in heeft dat hij in het geval hij anders wilt handelen de kracht niet kan opbrengen om zijn begeertes in bedwang te houden.

Sommige mensen zijn slachtoffer van een andere soort slavernij: zij hebben geen echte eigen mening. Hun “mening” bestaat grotendeels uit het naäpen van hetgeen zij vanuit hun omgeving horen, waarbij radio, TV en kranten vaak een voornamelijke rol spelen. Deze mensen zijn ook niet echt vrij; zij zijn jammer genoeg niet eens bewust van hun eigen opinie.

Als iemand vrij wil zijn van zijn “verslaving” is het niet voldoende om de materiële c.q. emotionele lusten te onderdrukken. Hij moet ook trachten zijn leven een positieve invulling te geven. Immers, toen G-d de Israëlieten uit de Egyptische ballingschap verlost heeft, heeft hij hieraan ook een positieve invulling gegeven, zoals er staat, “Laat mijn volk vrij opdat het mij zal dienen.”

Het versterken van onze G-d-delijke kant kan een positieve invulling geven in ons leven. Het verheft ons boven onze dierlijke instincten. Het bevrijdt ons uit onze persoonlijke Egypte. Dan pas zijn wij echt vrij.

Rabbijn A.L. Heintz

Delen is ontvangen:
Posted in Inspiratie