Categorie: Inspiratie

Poerim | Alles op z’n tijd

Poerim | Alles op z’n tijd

De Malbim merkt op dat normaal gesproken, als iemand het leven van een koning redt, dan wordt hij direct beloond.

In Megilat Esther zien wij hoe Mordechai ontdekt dat Bigtan en Teresh Koning Achashwerosh willen vergiftigen.

Mordechai vertelt over dit complot aan Esther, die het aan Achashwerosh doorvertelt waardoor Bigtan en Teresh de doodstraf krijgen.

Deze redding wordt in het geschiedenisboek genoteerd, maar Mordechai wordt vreemd genoeg niet op dat moment beloond.

Zijn beloning komt pas jaren later op het moment dat Achashwerosh niet slapen kan.

Achashwerosh heeft last van slapeloosheid omdat, zoals elke monarch, hij bezorgd is dat iemand zijn positie wil innemen door hem te vermoorden. Daarom vraagt hij aan zijn dienaar om midden in de nacht het geschiedenisboek voor te lezen om na te gaan of hij wel iedereen beloond heeft die dat verdiende, opdat er geen jaloezie en moord zou ontstaan.

En precies dan opent de voorlezer het geschiedenisboek bij het verhaal van Mordechai’s redding. Koning Achashwerosh beslist om meteen de volgende ochtend Mordechai te belonen en gaat weer rustig slapen.

Juist die ochtend kwam Haman bij de Koning om toestemming te vragen om Mordechai op te hangen. In plaats daarvan moest Haman ervoor zorgen dat Mordechai op een passende manier beloond zou worden.

Zo zie je maar weer. Je kunt jarenlang wachten en voor iets dawenen waarvan je vindt dat het al lang geleden had moeten gebeuren.

Maar maak je geen zorgen. Hashem bewaart alles tot het moment dat het effect van Zijn zegen nog spectaculairder zal uitpakken!

Er is een uitdrukking in het Yiddish:

דער אויבערשטער בלייבט נישט קיין בעל חוב

en dat betekent dat G-d nooit iemand wat schuldig blijft.

Voor elke mitswah die je vervuld hebt, voor elke keer dat je je hebt weten te beheersen, al is het maar voor even, en alles waar je voor gedawend hebt, zal G-d je op het meest geschikte moment voor belonen.

Chag Sameach!

Bracha Heintz
Met dank aan Rav Meilech Biderman

Tetsawé | Dierenvechter en zielspecialist

Tetsawé | Dierenvechter en zielspecialist

In elk voorwerp en in elke handeling in de tempel schuilt een les hoe wij, door alle eeuwen heen, G-d dagelijks kunnen dienen, ook in afwezigheid van de tempel. Zelfs het materiaal dat gebruikt werd voor de constructie vertelt ons geheimen.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Twee altaars

In de tempel bevonden zich twee altaars. Eén was vervaardigd uit cederhout en met koper overtrokken. Het bevond zich in het buitenste deel van de Tempel en er werden dieren op geofferd. Het andere altaar bevond zich meer aan de binnenkant van de Tempel, in het heilige gedeelte. Het was ook van cederhout gemaakt maar met goud overtrokken. Op het gouden altaar werd wierook gebrand.

Zo ook heeft een mens twee altaars in zich. Elk individu heeft een dierlijk en een wierook aspect, een biologische en een spirituele kant. Zijn dierlijke kant snakt naar voedsel, sport, kleding, een mooie woning en alle verdere benodigdheden voor zijn lichaam. Anderzijds verlangt de ziel van een mens naar spiritueel genot dat te vergelijken is met een heerlijk geurend aroma, de wierook. Een mens heeft vaak een diepe wens om zichzelf te overstijgen en spirituele niveaus te raken. Hij verlangt ernaar om de pracht en praal van hemelse zaken in zijn leven te doen ontwikkelen, om de heerlijke geur van Gan Eden te snuiven.

Het oppervlakkige buitendeel van ons leven is egoïstisch. Het zorgt en leeft uitsluitend voor zichzelf. Het heeft voedsel nodig gelijk er op het buitenste altaar dieren gebracht werden. Anderzijds is onze innerlijke en diepere kant altruïstisch en verlangt naar spirituele zaken gelijk een heerlijke geur.

Dierenvechter en zielspecialist

We kunnen ons leven naar een hoger niveau tillen door ons dierlijk aspect op te offeren en onze zelfzucht opzij te zetten. We zijn in staat om het lichamelijke in ons leven te dempen, te bevechten, te transformeren en te verheffen. Op het moment dat je aan een ander denkt, hem voorziet in zíjn lichamelijke en spirituele benodigdheden, dan leg je de nadruk op je innerlijke ziel. We zijn allemaal in staat en wij kunnen onszelf trainen om de benodigdheden van ons lichaam te beperken en wat ruimte te maken voor onze spirituele belevenissen.

Het woord קרבן (korban), offer betekent ook dichtbij. Door onze lichamelijke behoeftes op te offeren komen we dichter bij onze ware essentie, onze bron, onze G-d. We zijn er nog niet, maar we komen wel in de buurt, dichtbij.

Ook het woord קְטֹ֑רֶת (ketoret) wierook heeft een tweede betekenis, namelijk binden. In het binnenste van het heiligdom, daar waar de wierook gebrand werd, hoef je niet dichterbij te komen want daar ben je al verbonden. Op deze heilige plek, op dat niveau ben je één met G-d.

Beide altaars vertegenwoordigen een cruciaal aspect in het dagelijkse joodse gebeuren.  Misschien ben je het type dat veelvuldig worstelt met je lusten. Je moet constant vechten om je dierlijke aspecten opzij te zetten. Of wellicht ben je op het niveau dat je ziel zich d.m.v. heerlijke geuren kan uitdrukken. Waarschijnlijk wisselen beide ervaringen elkaar in verschillende verhoudingen bij jou af. Hoe dan ook bevonden beide altaars zich in de tempel omdat zelfs het bevechten van je dierlijke instincten een deel vormt van het dienen van G-d.  Of je nu bezig bent met je lichamelijke behoeftes te kanaliseren of dat je op het niveau van wierook bent, beide niveaus hebben een plek in de Tempel en worden door G-d gewaardeerd.

Misschien raak je ontmoedigd wanneer je constant dezelfde strijd moet leveren tegen je dierlijke instincten. Toch is dit een heilige bezigheid zoals er dagelijks in de tempel dieren geofferd werden. Niet alleen de wierook-persoon, de zielspecialist, krijgt een plekje in de Tempel, maar ook diegene die dagelijks zijn lichamelijke aspecten moet bevechten.

Cederhout

Zelfs de materialen waarmee de tabernakel gebouwd werd geven ons inzicht. Behalve goud, zilver en edelstenen was cederhout een belangrijk component in de constructie van de tabernakel. Vele voorwerpen en ook de muren werden van dit houtsoort gemaakt.

Waar in de woestijn haalde het Joodse volk cederbomen vandaan? Rabbi Tanchoema weet ons te vertellen dat onze aartsvader Jakov, toen hij met zijn grote gezin (69 man) naar Egypte verhuisde, jonge cederbomen met zich meenam.

Waren zijn koffers en wagens niet al overvol? Konden er geen cederbomen uit Egypte gebruikt worden? Maar nee, Jakov wist dat het Joodse volk tot slavernij gedwongen zou worden. Maar hij wist ook dat het Joodse volk ooit, 210 jaar later, bevrijd zou worden en in de woestijn een tabernakel van o.a. cederhout zou bouwen. Yakov nam bomen uit Israël mee en zorgde dat ze in Egypte herplant werden.

Yakov stierf. Ook zijn kinderen en die hele generatie leefden niet meer. Een aantal jaren later waren de mensen die Jakov hadden gekend ook gestorven. Maar bomen afkomstig uit Israël waren er wel, niet alleen beloftes uit vorige generaties dat er ooit een bevrijding zou komen. Deze cederbomen waren het materiële erfgoed en tevens het bewijs dat er licht aan het einde van de donkere slavernijtunnel was. Geen wonder dat het Rabbi Tanchoema is die ons dit uitlegt. Tanchoema betekent namelijk troost.

Net zoals de cederbomen het Joodse volk in Egypte voorzagen van hoop en troost, zo ook hebben wij door de eeuwen heen morele steun mogen ontvangen. Tijdens alle ballingschappen die we mee hebben moeten maken, tot op de dag van vandaag zijn het de cederbomen die ons hoop en versterking geven. Wat zijn deze bomen? Kijkt U even mee naar psalm 92 vers 13:

צַ֭דִּיק כַּתָּמָ֣ר יִפְרָ֑ח כְּאֶ֖רֶז בַּלְּבָנ֣וֹן יִשְׂגֶּֽה׃

Een rechtschapen man zal als een palmboom bloeien, als een cederboom in Libanon gedijen.

Onze rechtschapenen, geleerden en Rabbijnen staan ons altijd bij. Zij zijn onze cederbomen. Zij wakkeren onze hoop aan en maken ons ervan bewust dat ondanks onze misères of dan wel onze welvaart, we ver weg zijn van een herbouwd Jeruzalem. Wij wachten nog steeds op Mashiach, de verlosser die de Tempel zal herbouwen en Israël zijn uitverkoren plek weer zal teruggeven. Wanneer onze verbinding met G-d verzwakt, zijn het de tsadiekim, de rechtschapenen die ons helpen om onze eigen neshama (ziel) weer terug te vinden. Zij zijn diegenen die ons dichterbij de Torah brengen en ons helpen onze ware essentie terug te vinden.

Tempeldienst als model

Dagelijks vond de dienst in de tempel plaats. Tweemaal daags werd er een schaap op het altaar gebracht. Elke dag werd de gouden kandelaar eerst schoongemaakt en vervolgens ontstoken. Zoals een vlam heeft onze ziel het nodig aangewakkerd te worden nadat het systeem eerst schoon is gemaakt. Ook de wierook had zijn eigen sublieme moment in de dienst van de Tempel.

Iedere dag werd elke handeling met de hoogste precisie uitgevoerd. Elk deel van de dienst was cruciaal om de G-ddelijke aanwezigheid te openbaren. De dienst in de Tempel fungeert als model zodat wij weten hoe wij in onszelf G-ds aanwezigheid kunnen openbaren.

We zetten ons dierlijk aspect opzij zoals een dier op het altaar geofferd werd. We verlossen onszelf van ongewenste elementen, zoals de menora na het uitbranden schoongemaakt werd.  Wij wakkeren ons enthousiasme voor spirituele zaken aan net zoals de menora ontstoken werd. Ten slotte genieten wij van de heerlijke aroma die door ons nieuw verworven niveau vrijkomt, zoals de wierook die op het gouden altaar gebrand werd.

Jodendom in één zin

Rav Yakov Chaviv was ooit op zoek naar de kerngedachte van het Jodendom. Hoe kunnen we het hele Jodendom in één zin samenvatten? In de inleiding van zijn boek Eyn Yakov geeft hij antwoord. Hij citeert de volgende Midrash:

  1. Ben Zoma zegt: “We hebben een vers gevonden waar alles inbegrepen is en het is: “שְׁמַ֖ע יִשְׂרָאֵ֑ל ה אֱלֹהֵקינוּ ה אֶחָֽד” (Dewariem 6-4) “Luister Israël, G-d is onze G-d, G-d is één.”
  2. Ben Nanas zegt: ”  וְאָֽהַבְתָּ֥ לְרֵעֲךָ֖ כָּמ֑וֹךָ”(Wajiekra 19-18) “En houd van je vriend zoals je van jezelf houdt.”
  3. Shimon Ben Pazi zegt: “אֶת־הַכֶּ֥בֶשׂ הָאֶחָ֖ד תַּעֲשֶׂ֣ה בַבֹּ֑קֶר וְאֵת֙ הַכֶּ֣בֶשׂ הַשֵּׁנִ֔י תַּעֲשֶׂ֖ה בֵּ֥ין הָעַרְבָּֽיִם ” (Tetsawé 29-39) “Het ene schaap zal je ‘s ochtends doen en het tweede schaap zal je ‘s middags doen.”

Een zekere rabbijn stond op en zei: “De wet is volgens Ben Pazi.”

Monotheisme

De eerste mening, die van Ben Zoma, is goed te begrijpen. Shema Yisrael is toch het belangrijkste citaat in het Jodendom. Dit is hoe elke Jood zijn geloof verkondigt, hoe iedereen zijn unieke relatie met G-d ervaart en zijn geloof in Zijn eenheid bevestigt. Het is het vers dat we twee keer per etmaal zeggen. Eén keer overdag en één keer als het donker is. Ook aan het einde van Yom Kipoer wordt het uitgesproken, of wanneer een Jood voelt dat zijn einde nabij is. Dan verklaren we: “… G-d is onze G-d, G-d is één.”

Naastenliefde vanuit de ziel

Ben Nanas, de tweede mening, heeft ook een goede onderbouwing voor zijn stelling. Rabbi Akiva stelt dat naastenliefde het basisprincipe van de Torah is. We weten immers dat een niet-Jood eens op bezoek kwam bij Reb Hillel met het verzoek om alles over het Jodendom te leren terwijl hij op één been stond. Dat kan nooit erg lang zijn geweest! Reb Hillel antwoordde: ”Wat U niet wilt dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Oftewel heb je naasten lief.

De Alter Rebbe legt uit waarom onderlinge liefde zo centraal staat. Hij stelt dat haat, ruzie, jaloezie en gebrek aan liefde veroorzaakt worden doordat een mens van het fysieke een prioriteit maakt. Inderdaad zit de lichamelijke wereld vol verschillen. De ene persoon is lang, de andere is klein. Sommigen zijn mooi, anderen weer minder. De ene is intelligent of begaafd en een ander is wat simpeler. Daarentegen als een mens zijn spirituele kant benadrukt, dan zijn allen gelijk en zal er broederschap heersen. Alle zielen zijn gelijkwaardig en zijn als één geheel met elkaar verbonden omdat ze allemaal een deel van G-d zijn. De mate van naastenliefde onthult waar bij jou de prioriteit ligt. 

Dagelijkse verbinding

De derde stelling roept het meest verbazing op: het ochtend en het middag schaap dat in onze parasha wordt beschreven (29-39). Het gaat hier over de dagelijkse offers die in de tabernakel – en later in de Tempel – gebracht werden. Offers zijn natuurlijk prachtig en inderdaad een belangrijk deel van onze G-dsdienst. Maar kunnen we ze fundamenteel noemen? Helemaal nu dat we al bijna 2000 jaar geen tempel meer hebben en geen offers meer kunnen of mogen brengen?

Toch wordt de stelling van Ben Pazi gekozen als de winnaar van alle drie stellingen! Hoe kan dit?

De Maharal uit Praag, Rabbi Yehuda Loew (1525 – 1609) lost het raadsel op. Hij geeft aan dat het kernpunt van het Jodendom je voortdurende verbinding is. Een schaapje in de ochtend en een schaapje in de middag. ‘s Ochtends een offer en ‘s middags ook iets van jezelf opofferen voor een hoger doel. In de winter en in de zomer, als het vriest en als het zonnetje schijnt. Of je zin hebt of niet, of je een leuke dag hebt gehad of een lawine van pech op je afgekomen is.

Natuurlijk is het leuk om op Yom Kipoer te vasten en geestelijk te doen. Het hoogtepunt van de dienst op de allerheiligste dag van het jaar was, het brengen van wierook in het allerheiligste deel van de Tempel. De wierook die het genot van de ziel vertegenwoordigt is geweldig, maar vertegenwoordigt niet de kern van het Jodendom. Het is het dagelijkse schaapje, eentje ’s ochtends en eentje ’s middags, elke dag weer iets opzijzetten, een offer brengen om dichterbij te komen.

Het kan zo speciaal voelen om Yom Kipoer of een speciale herdenking mee te maken of een inspirerende lezing te beluisteren. Maar waar was je gisteren? En vanochtend? En wat ga je morgen doen?

Uiteraard is het geloof in de eenheid van G-d essentieel – en zeker is naastenliefde een kernpunt in onze traditie. De winnaar is echter het dagelijkse offer. Aanwezig zijn op de momenten dat er ‘iets Joods’ moet gebeuren. Niet enkel wanneer het zo uitkomt, of alleen omdat je er zin in hebt, geïnspireerd bent of gewoon niets beters te doen hebt. Zet even je andere benodigdheden, afspraken en schema’s opzij en kom opdagen bij een Joodse activiteit of een Torah les. Maak tijd vrij om tefilin aan te doen, shabbat te vieren en Poerim volledig te ervaren. Offer je geld op om kosher voedsel aan te schaffen en tsedaka te geven.

Om die reden heeft G-d jou en mij gekozen en ons daarbij ook de mogelijkheid gegeven om de geboden dagelijks uit te voeren. Het uitzonderlijke van het Jodendom is het feit dat het je leven voortdurend en in alle aspecten kan verrijken, niet alleen op Yom Kipoer, maar elke dag.  

Wij zijn bevoegd om dagelijks onze relatie met onze wortels te versterken. Elke dag kunnen wij nieuwe energie genereren door een offer te brengen, door iets uit te stellen of opzij te zetten voor een hoger doel, voor een ander of voor je eigen ziel. Hierdoor maken we ruimte om spirituele zaken te ontdekken, te waarderen en te ontwikkelen. Een eeuw geleden, vanochtend en straks weer! 

Heerlijke kruiden ruiken; dit is een gebruik dat elke week, wanneer shabbat geëindigd is, uitgevoerd wordt. Op shabbat krijgt elke Jood een extra ziel. Wanneer de shabbat afgelopen is en deze extra ziel hem verlaat zou hij zich wel eens zwak kunnen voelen. Door het ruiken naar een heerlijke aroma komt hij bij. Dit is een voorbeeld hoe een geur verbonden is met de ziel van een mens.

 Bracha Heintz

Gebaseerd o.a. op een les van YY Jacobson
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Teroema | Waar G-d zich thuis voelt

Teroema | Waar G-d zich thuis voelt


Wist je dat iedereen in staat is om van zichzelf een tempel, een G-ddelijk huis te maken? Vandaar dat een aanzienlijk deel van de Torah over de constructie en de dienst in de tempel gaat.  Deze tempel is al 2000 jaar verwoest, maar onze Parasha vertelt hoe G-d zich toch nog steeds openbaart, namelijk in ons eigen leven. In ons manifesteert Hij zich, gelijk Hij dat in de tempel deed.

Download hier de printversie van het artikel

“ועשו לי מקדש ושככנתי בתוכם” (Teroema 25-8)

U zult een tempel voor Mij maken en Ik zal in hun rusten.

Grammaticaal klopt deze zin niet. Er had moeten staan “en Ik zal erin rusten” en niet in “hun”. Deze ‘fout’ wakkert onze nieuwsgierigheid aan en zoals altijd in dergelijke gevallen, wil de Torah ons ergens op attent maken.

In dit ‘foutje’ schuilt namelijk de volgende les: de G-ddelijke aanwezigheid rust niet alleen in de tempel of in een synagoge, maar in ieder persoon. Iedereen is namelijk in staat, overal (niet alleen in Jeruzalem) en altijd (ook nu) om van zichzelf een G-ddelijk huis te maken.

Huis voor G-d

Waarom zou G-d een huis moeten hebben? Welke toegevoegde waarde zou een tempel aan G-d bieden, terwijl Hij de hemel en de aarde vult. G-d is volmaakt. Per definitie heeft hij niets nodig en niets kan aan Hem toegevoegd worden. Alle geboden die G-d ons vraagt om uit te voeren zijn aan ons gegeven omdat ze goed voor óns zijn. Wíj hebben ze nodig om gezond te zijn, zowel materieel als spiritueel, emotioneel en psychisch. Hieruit concluderen we dat wij diegenen zijn die het nodig hebben om voor G-d een huis te maken.

Blijft de vraag wat er met een huis bedoeld wordt.
Het huis van een mens is de plek waar hij zich prettig voelt, waar hij zich kan ontspannen omdat het volgens zijn wensen ingericht is. Wij zijn in staat om van ons leven een G-ddelijk huis te maken. Dat wil zeggen dat wij ons bestaan zo kunnen inrichten dat G-d bij ons welkom is. Wanneer wij een leven leiden waarbij wij de ge- en verboden van de Torah uitvoeren, voelt G-d zich prettig bij ons en kan Hij ons als Zijn thuis beschouwen.

In de tempel werden allerlei handelingen verricht die deel uitmaakten van de dienst, precies zoals G-d dat geboden had. Vandaar dat G-d zijn aanwezigheid in die tempel openbaarde. Het gaat zelfs zo ver dat mensen tot op de dag van vandaag bij de westelijke muur van de bergtempel nog steeds geïnspireerd raken.

G-d gebiedt ons in bovengenoemd vers om van onszelf een heiligdom te maken, een thuis voor G-d; een plek waar Hij zich prettig voelt.  Een huis waar hij regelmatig heen gaat. Wij zijn door onze handelingen in staat om G-d’s aanwezigheid in onszelf te openbaren. G-d zal zich dan via ons in meer of mindere mate manifesteren, door bijvoorbeeld ons te helpen, ons te beschermen en hier en daar wondertjes of -zoals mensen het noemen- toevalligheden te laten gebeuren.

Gechiedenisboek of niet?

De Torah lijkt op een geschiedenisboek. In het begin schiep G-d de hemel en de aarde. Vervolgens worden alle schepselen opgenoemd. Daarna gaat het verhaal verder met de eerste mens, zijn afstammelingen, de aartsvaders, de ballingschap in en de uittocht uit Egypte en tenslotte de aankomst in Israël. Het lijkt allemaal op een interessant verhaal, maar dat is schijn. Bij nader onderzoek blijkt al gauw dat niet alles op chronologische volgorde beschreven staat. Sommige evenementen die pas later gebeurden, worden eerder genoemd.

Ook blijkt dat vele generaties amper genoemd worden, terwijl over andere heel uitgebreid verteld wordt. Sommige gebeurtenissen worden tot in detail besproken en andere voorvallen worden niet eens genoemd.

Neem bijvoorbeeld de schepping van de wereld. Dat is nogal een groot project. 31 verzen worden hieraan besteed. Daar moeten we het dan maar mee doen. In deze 31 zinnen schuilen alle geheimen van de schepping. Hoewel wij nog veel te ontdekken hebben in onze wereld, zowel in het groot, het heelal als in het klein, onder de microscoop, vertelt de Torah er heel weinig over. 

Als de Torah geen geschiedenis boek is, wat is het dan wel?

Aanwijzing

Het woord Torah is af te leiden van het woord הוראה (Hora-a) dat laten zien en aanwijzing betekent. De Torah beschrijft alleen dié gebeurtenissen, waar wij voor altijd een les uit kunnen leren. Uitsluitend die verhalen waaruit een eeuwige lering getrokken kan worden zijn in de Torah opgenomen. Wanneer een vertelling ons bepaalde levensvaardigheden kan instrueren, zelfs nog in de 21ste eeuw, pas dan wordt het vermeld. Er moet in het relaas iets verborgen zijn waar wij ook in onze generatie iets mee kunnen.

Het kan dus zomaar zijn dat onze aartsvader Avraham of Moshe bijvoorbeeld, hele bijzondere daden heeft verricht. Toch worden deze alleen in de Torah vermeld wanneer er een les in schuilt die van eeuwigdurend belang is. Ook in het scheppingsverhaal worden er alleen maar zaken beschreven waar een mens te allen tijde een les uit kan trekken. Er is natuurlijk heel veel gebeurd bij het ontstaan van de wereld, maar kennelijk zijn 31 verzen voldoende om ons op de hoogte te brengen van die zaken die voor ons van belang zijn, waar wij iets mee kunnen. 

Eerste synagoge

De eerste helft van Shemot (het tweede boek van de Torah)  beschrijft de ballingschap in en uittocht uit Egypte, met als hoogtepunt het ontvangen van de Torah op de berg Sinaï. Helaas eindigde deze grote spirituele openbaring verkeerd. Het gouden kalf werd gemaakt en aanbeden omdat Moshe niet snel genoeg van de berg terugkwam. De drang naar afgodsdienst was te groot en de verleiding te sterk.

Daarna moest er verzoening komen, tussen een Almachtige G-d en een volk dat geen geduld had gehad om te wachten totdat Moshe, onze leraar, van de berg Sinai zou terugkomen.

G-d had geen vertrouwen meer in het Joodse volk en wilde het in zijn geheel uitroeien. Zijn wens was om met Moshe en zijn afstammelingen een nieuw volk te stichten, gelijk Hij dat met Noach tijdens de zondvloed had gedaan. Maar Moshe moest hier niets van hebben. Hij was een ware leider en kapitein en hij zou zijn schip niet verlaten. Hij stond vierkant achter het volk waar hij onvoorwaardelijk van hield. Hij eiste van G-d dat Hij het volk zou vergeven. En zo geschiedde.

Een tent mocht gebouwd worden, een huis voor G-d: de eerste synagoge, een plek waar verzoening plaats zou vinden tussen G-d en de mens, niet alleen toen, maar voor altijd. Dit werd de Tabernakel genoemd. Het was een constructie die makkelijk op- en afgebouwd kon worden, waardoor deze bij elke etappe in de woestijn getransporteerd kon worden. In deze verplaatsbare Tempel waren er o.a. altaars, een gouden menorah en een bovennatuurlijke driedubbele doos, met een engelachtig deksel van goud waar de stenen tafelen in bewaard zouden worden.

Plek van verzoening

De offers die men in de tabernakel ging brengen brachten verzoening tussen het Joodse volk en G-d. Collectieve offers werden gebracht om het volk als geheel te vergeven. Maar ook individuen die over de schreef waren gegaan konden toenadering bewerkstelligen door middel van een offer. Het woord voor offer in het Hebreeuws is קרבן (korban) dat dichtbij en toenadering betekent.

Want waarom begaat iemand een overtreding? Omdat zijn band met G-d op één of andere manier verzwakt is. Zijn geloof is niet meer zo sterk en zijn enthousiasme is misschien wat afgezwakt. En dus wordt hij verleid om zich met zaken bezig te houden die niet bij zijn ware Joodse kern passen; hij gaat iets doen dat niet in overeenstemming is met de wil van zijn Schepper. Maar niet alles is verloren. Hij krijgt al meteen de gelegenheid om het voor zichzelf goed te maken. De mogelijkheid wordt hem geboden om een offer, קרבן (korban) te brengen. Hij begeeft zich naar de tempel en voert alle handelingen uit die bij het brengen van een offer horen. Ondertussen vertoeft hij op de meest heilige plek op aarde. Een plaats waarvan onze geleerden vertellen dat zich daar dagelijks tien wonderen plaatsvonden (Pirkei Awot 5-5).

Een unieke ruimte op aarde dat altijd een bezoekje waard is. Een plek waar iedereen tot op  de dag van vandaag geïnspireerd raakt. We zijn inmiddels duizenden jaren verder. De tabernakel uit de woestijn bestaat al lang niet meer en onze tempel in Jerushalayim is al tweemaal verwoest. Het enige wat er nog van over is, is een klein stukje van de westelijke muur. Dat stukje is niet eens van de tempel zelf maar van de omheining rond de tempelberg. En zelfs hiervoor voelen bezoekers tot de dag van vandaag veel ontzag. Je ziet ze daar staan, zo serieus, geëmotioneerd en geïnspireerd. En natuurlijk, wat had je anders verwacht? Want deze plek is dé ontmoetingsplek voor de mens om zijn connectie met de Almachtige te versterken.

Het begon allemaal met een gouden kalf, een noodzaak tot verzoening en de bouw van een heilige tent.

Toen het Joodse volk 40 jaar later in Israël arriveerde kreeg het de opdracht om van deze tijdelijke tempel een vast huis voor G-d te bouwen. Dit gebod werd honderden jaren later door Koning Salomon uitgevoerd.

Beschrijving Tabernakel

Zo komen we deze week terecht in de tweede helft van het boek Shemot, dat met Parashat Teroema begint. In deze parasha, alsook in de volgende vier parshiot zijn een totaal van 371 verzen nodig om de tabernakel, die maar een tijdelijke constructie was, te beschrijven. De voorwerpen in de tabernakel en de kleren van de priesters worden allemaal uitgebreid besproken: hoe ze eruit moesten zien, hoe en door wie ze gemaakt moesten worden, wat de afmetingen waren, de donaties en van de materialen; goud, zilver, koper, hout, edelstenen, stoffen enzovoort.

Kortom; 31 verzen voor de schepping en 371 voor een tabernakel, die niet meer bestaat en die voornamelijk dienst heeft gedaan in de woestijn.

Dit contrast kan niet genegeerd worden!

Voor een oneindige G-d om een begrensde wereld te maken schijnt niet zo bijzonder te zijn.  De 31 verzen zijn voldoende om dit kunstje te beschrijven. Maar voor ons, om G-d weer in deze wereld te ontdekken, daar zijn kennelijk 371 verzen voor nodig.

Wij zijn na meer dan 5000 jaar nog steeds bezig om de wereld te doorgronden, om nog verder in het heelal te kijken, om nieuwe dierensoorten op aarde te ontdekken. Over de hele wereld, in alle universiteiten wordt er keihard gewerkt aan research; het ontdekken en ontrafelen van nog meer fenomenen, verbanden en mutaties. Maar voor G-d was het met enkele luttele 31 verzen gepiept.

Anderzijds komt er heel wat bij kijken als een begrensd wezen zoals de mens, een thuis moet maken voor een oneindige G-d. Dit is gecompliceerd en daar is veel tekst en uitleg voor nodig.

Plek waar spiritualiteit kan gedijen

Er komt heel wat bij kijken als iemand van het materiële hier op aarde een heiligdom moet vormen. Wanneer het hem lukt om de wereld om zich heen te verheffen, dan heeft hij een tabernakel gebouwd, zelfs 2000 jaar nadat het echte gebouw verwoest is. Dit kan hij bijvoorbeeld bereiken als hij niet zomaar iets eet, maar ervoor zorgt dat het een koshere hap is. Bovendien gebruikt hij ook nog de energie van dit voedsel om een goede daad te verrichten. Nu heeft hij alle ingrediënten van zijn eten en alle handelingen die verricht zijn om het voor te bereiden, naar een niveau gebracht waarvan wij zeggen: dit is een plekje dat dichtbij G-d is.

Dit is een tabernakel, een tempel, een plaats waar G-d zich thuis voelt omdat de handelingen die er verricht worden de Torah code en recepten volgen. Dit kan overal en altijd bewerkstelligd worden, ongeacht de aanwezigheid van een tempel, synagoge of klaagmuur. Het enige dat hiervoor nodig is, is een mens, jij of ik, een stukje materie en een gebruiksaanwijzing namelijk de Torah.

Hierin ligt de omwenteling die de gebeurtenissen bij de berg Sinaï teweeg hebben gebracht. Vóór dat de Torah gegeven werd was een goede daad geweldig, maar daar bleef het bij. Deze daad bleef vaststeken in onze materiële wereld.

Bij de berg Sinai trad een wezenlijke verandering op. Mozes ging naar boven op de berg en G-d daalde af, naar Mozes toe. Er vond een ontmoeting plaats tussen de hogere en de lagere  werelden. Vanaf dat moment zou de materie, waarmee een goede daad verricht werd , opgaan in een hogere wereld. Ook de persoon zelf die een gebod uitvoert zou een spirituele verandering ondergaan. De G-ddelijke aanwezigheid zou zich hier op aarde zowel in de materie als in de mens zelf openbaren. G-d door middel van een door ons uitgevoerde mitswah zou zichzelf openbaren. De G-ddelijke aanwezigheid, zoals die in Gan Eden voelbaar was en die door alle fouten van voorafgaande generaties van de aarde verdwenen was, was weer teruggekomen.

Als een mens erin slaagt om de gebroken stukjes van zijn leven bij elkaar te rapen en er een huis voor G-d mee weet te maken, is dat heel bijzonder. Als het hem lukt, al is het maar voor even, om een plekje hier op aarde te creëren waar G-d zich thuis voelt, waar spiritualiteit kan gedijen, dan heeft hij heel wat bereikt. 

Het wonder van G-d en het wonder van de mens

Het leven bestaat uit tegenstellingen. De ene dag zijn we geïnspireerd en kunnen we de hele wereld aan en de volgende dag vragen wij ons af waar al onze lusten en begeertes vandaan komen en hoe wij zo diep hebben kunnen zinken. Wat is het toch dat ons steeds weer naar beneden sleurt en ons tot de meest afschuwelijke en lage gedachtes en daden brengt?

Wij zijn geen engelen die nooit kwaad verrichten en constant in harmonie met hun bron weten te bestaan. Volmaaktheid wordt niet van ons verwacht. Wel voelen wij de frictie en leveren wij een strijd. Het gaat om de inspanning en niet per se om het resultaat. Een mens vergeet herhaaldelijk waar hij vandaan komt en wat hij met de wereld aan moet. Door zijn blindheid heeft hij moeite om de G-ddelijke vonken uit de materie te halen.

Het Jodendom is geen religie die zich voornamelijk in een synagoge afspeelt. Het G-ddelijke aspect kan overal ontdekt worden, zelfs in de woestijn. Juist in de wildernis wordt een tabernakel gebouwd! Midden in je eigen chaos en rommel kun je dat vonkje aansteken. De schepping van de wereld, het veranderen van energie in materie, dat is G-d’s wonder. Het terugkoppelen van de materie naar de bron, het ontdekken van de G-ddelijke energie in de kleinste details van ons leven, dat is het wonder van de mens. Daar is innovatie en creativiteit voor nodig.

Als je naar de bouwplannen van de tabernakel kijkt, merk je dat G-d aandacht heeft voor elk detail. Ineens blijkt elke balk, spijker, knoop en lus van belang te zijn. Waar het zich bevindt, hoeveel ervan zijn, van welk materiaal het gemaakt moet worden etc… Het is een opsomming van de kleinste details waarbij vaak halve maten gebruikt moeten worden.

Ons leven is ook vol kleine details en zelfs halve stukjes. Was je eerlijk bij de kassa vandaag? Heb je de mensen die je op straat tegenkwam op een respectvolle manier gegroet? Heb je de Shabbat kaarsen nog net op tijd aangestoken? Had je nog een glimlach over voor je leerling? Was je aardig tegen je werkgever en vooral je broer, je moeder en je echtgenoot? Heb je een bracha gezegd voordat je dat kleine schijfje appel in je mond stopte? Heb je de verleiding kunnen weerstaan, al is het maar eventjes, om niet….

Energie openbaren

Denk niet dat het een alles of niets spelletje is. Nee, elke keer dat je moeite doet om in deze wereld de materie, je geld of je liefde te gebruiken en deze naar een hoger niveau probeert te brengen, heb je weer een detail toegevoegd aan de constructie van een tabernakel, een thuis voor G-d, een plek op aarde waar G-d zich prettig voelt. Een moment in je dag waarin je voelt dat het allemaal klopt, dat het zo hoort, dat je goed bezig bent. En ja, het gaat honderd keer mis, maar dat ene vonkje dat je steeds weet te ontdekken maakt het verschil. Het is die halve maat, dat kleine stapje. Al die vonkjes bij elkaar resulteren in een prachtige constructie. Het kost veel tijd en moeite. De 371 verzen zijn nodig om de energie te openbaren die G-d in deze wereld heeft verstopt.

De Talmoed heeft het geheim al lang verklapt (Ketoebot 5a): Bar Kapara wordt geciteerd en vertelt ons dat “De daden van goede mensen op een hoger niveau zijn dan de schepping van hemel en aarde”.

Ja, wij zijn het, die ongeacht ons spiritueel niveau, dagelijks een detail kunnen toevoegen aan het bouwen van de derde tempel, met de komst van Mashiach, spoedig in onze dagen! Amen…

Bracha Heintz

Gebaseerd o.a. op een artikel van YY Jacobson


Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂