Categorie: Uncategorized

Beshalach | Ben jij hardnekkig?

Beshalach | Ben jij hardnekkig?

Overal om je heen zijn er blokkades en belemmeringen die je beletten om te doen wat je echt wilt. Net zoals Farao het Joodse volk vasthield. Zet je ondanks deze obstakels toch door, dan zullen de Farao’s je uiteindelijk helpen, de zee zal zich splitsen en je zal je doel bereiken.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het is eindelijk zover. De vrijheid van het Joodse volk is een feit. Am Yisrael heeft Egypte verlaten en is onderweg naar de berg Sinaï om de Tora in ontvangst te nemen.

En het gebeurde toen Farao het Joodse volk wegstuurde…
Shemot 13:17

Zo begint de Parasha, het Torah-stukje dat wij deze week lezen. Inderdaad, het was Farao zelf die het Joodse volk wegstuurde. Oh ja werkelijk? Dezelfde Farao die keer op keer geen toestemming gaf om het Joodse volk te bevrijden? Dezelfde man die, ondanks gewaarschuwd te zijn, zijn land ten onder liet gaan? De dictator die hardnekkig weigerde om zijn slaven te laten gaan?

Wanneer je de Hebreeuwse letters van het woord פרעה  (Farao) omdraait, dan krijg je הערף, de nek.
Farao is namelijk een nek-persoon.

Hardnekkig

Wat is een nek-persoon? Iedereen heeft toch een nek? Inderdaad, maar afhankelijk van ieder individu, spelen verschillende lichaamsdelen of karaktereigenschappen een meer of minder belangrijke rol. Zo speelt bij Farao de nek een cruciale rol, zo veel zelfs dat de letters van zijn naam dezelfde letters zijn als de nek.

Wat is de rol van de nek? Het is het doorgeefluik tussen het hoofd en de rest van het lichaam, tussen de hersens en het hart. In de praktijk betekent dit dat alles wat zich in de hersens afspeelt, niet automatisch naar het hart doorgespeeld wordt. Eerst moeten de intellectuele zaken door een smalle nek voordat deze bij het hart (gevoelens) en de rest van het lichaam (daden) terecht kunnen komen. Juist in die nek zou wel eens een blokkade kunnen ontstaan. Een soort file, omdat de weg ineens smaller wordt.

Je weet iets, je begrijpt het, je hersens staan erachter, maar de communicatie naar je lichaam is geblokkeerd. Hart en gevoelens zijn niet onder de indruk. Je begrijpt het wel, maar je voelt er weinig of niets voor en je handelt er ook niet naar. Dit is hoe Farao, een nek-persoon, in elkaar zit.

Wat is hardnekkigheid (קשה ערף)? Dat is een eigenschap van iemand die iets begrijpt en er toch niet naar handelt. Eigenwijs in gewoon Nederlands. Maar waarom heet het hardnekkig, een uitdrukking die letterlijk uit het Hebreeuws vertaald is? Omdat de nek moeilijk en hard doet. In plaats van alles door te laten vloeien, stelt de nek zich hard op en verspert de doorgang.

In het water

Bij Moshe ligt het anders. Batya, de dochter van Farao, haalde uit de Nijl een mandje, waar een baby in lag te huilen.

וַתִּקְרָ֤א שְׁמוֹ֙ מֹשֶׁ֔ה וַתֹּ֕אמֶר כִּ֥י מִן־הַמַּ֖יִם מְשִׁיתִֽהוּ׃ 
Ze noemde zijn naam Moshe want zij had hem uit het water getrokken.
Shemot 2:10

Moshe was uit het water gehaald en zo heet hij ook. Zijn hele wezen, karakter en essentie wordt door water bepaald. Hij is een water-persoon. Wat is het kenmerk van wezens die met water verbonden zijn? Dat is het feit dat je deze wezens niet van het water kunt scheiden. Zou je een vis uit het water halen en daardoor van zijn bron verwijderen dan is dat zijn dood.

Dieren en mensen die op het land leven, zijn wel met het land verbonden, maar niet zo sterk als een vis met het water. Een land-schepsel leeft namelijk óp de aarde en niet erin. Het is wel nauw met de aarde verbonden. Hij staat erop en zijn voedsel komt al dan niet direct uit die aarde. Toch is zo’n wezen niet volledig met de aarde verbonden. Gelukkig maar, want als hij wel helemaal in de aarde zou zijn, dan zou dat zijn dood en begrafenis zijn.

Daarentegen, voor wie met water verbonden is, is het moeilijk – of zelfs onmogelijk – om zich daarvan af te scheiden. De meeste dieren die in water leven, kunnen daarbuiten niet overleven. Ze zijn dusdanig verbonden met hun bron dat ze daar niet van afgescheiden kunnen worden.

Wanneer een land-schepsel volledig met zijn bron, de aarde, verbonden is dan gaat het dood. Bij een vis is het juist andersom. Hij moet juist met zijn bron verbonden blijven om te overleven.

Farao losgekoppeld

Moshe is een water-persoon d.w.z. dat hij met zijn bron verbonden is. Hij weet waar hij vandaan komt. Hij verbindt zich met het idee dat er een Schepper is, die alles inclusief hemzelf gemaakt heeft. Farao, daarentegen was een nek-persoon. Hij was per definitie losgekoppeld van zijn bron. Farao beweerde (Yechezkel 29-3)

לִ֥י יְאֹרִ֖י וַאֲנִ֥י עֲשִׂיתִֽנִי׃

‘De Nijl is van mij en ik heb mijzelf gemaakt’

In Egypte regent het vrijwel nooit. Jaren kunnen voorbij gaan zonder dat er een druppel regen valt. De hele economie is daar niet op hemels water gebaseerd maar op de Nijl. Farao beweerde dat deze rivier van hem was en dat hij zichzelf door zijn eigen wijsheid en slimheid groot gemaakt had en zichzelf koning had gemaakt. Hij had geen hemelse regen nodig of een G-d die hem hielp. Hij dacht alles zelf te kunnen en liet zich door iedereen aanbidden.

Hier ligt het verschil tussen Farao en Moshe. Farao was nergens mee verbonden. Niets maakte indruk op hem. Zelfs de plagen die heel Egypte verwoestten lieten hem koud. Zijn hardnekkigheid heeft zijn hele land, zijn hele volk en uiteindelijk zichzelf tot totale destructie geleid. Gelijk een Amerikaanse president die met zijn koppigheid verwoesting veroorzaakt en zijn eigen ondergang teweegbrengt.

En toen kwam plaag nummer tien, de laatste, het sterven van de eerstgeborenen. Farao was zelf een eerstgeborene en zijn eigen leven stond nu op het spel. Toen zag hij pas de waarheid voor ogen. Niet zijn eigen waarheid en illusie, maar de echte waarheid, de G-ddelijke essentie en zuivere juistheid. Net zoals menig atheïst bij wie het geloof pas boven water komt wanneer hij met een ernstige ziekte of een levensgevaarlijke situatie geconfronteerd wordt.

Wie willen wij zijn? Als Moshe die met zijn Schepper verbonden is, of wachten wij zoals Farao op een calamiteit om de waarheid in onszelf te ontdekken?

Farao was volledig losgekoppeld van zijn Schepper en bron. Zelfs wanneer G-d Zich aan hem openbaarde met bovennatuurlijke plagen, liet dit hem koud. De grootste wonderen bleven bij hem in het bovenkamertje steken. De ene plaag na de andere brak uit. Natuurlijke rampen, ziektes en pandemieën maakten nauwelijks indruk op hem. Hij zag G-d’s hand wel, maar hij handelde er niet naar.  Zijn nek vormde een barrière tussen hetgeen hij zag en begreep en hetgeen hij voelde. Farao was een waanzinnige geblokkeerde dictator die zijn land niet op een rationele manier kon besturen.

Moshe daarentegen was naadloos met zijn bron verbonden. Hij wist en voelde waar hij vandaan kwam, zowel in zijn hersens als in zijn hart. Zijn nek faciliteerde de connectie tussen besef in zijn hersens enerzijds, en gevoel in zijn hart en handelen met zijn lichaam anderzijds. Moshe realiseerde zich wie zijn Schepper was en handelde er ook naar.

Zo zie je maar weer dat het geen zin heeft om op wonderen te wachten om dan pas je band met G-d te versterken. Farao zag heel veel wonderen, maar die hadden bij hem geen impact. Wonderen zijn overal als je ervoor kiest om ze niet alleen te zien, maar vooral om ernaar te handelen.

Blokkades en belemmeringen

En wij? Wij leven in een wereld vol met Farao’s: blokkades en andere belemmeringen die ons weerhouden om uit te voeren wat wij echt willen, om toe te passen wat onze hersens beslissen wat goed voor ons is.

Wie zijn onze Farao’s?

Mensen en ideeën die ons in de weg zitten, die ons beletten om te doen wat wij diep in onszelf werkelijk willen.
Situaties die de weg naar de berg Sinaï en het ontvangen van de Torah versperren.
De ene heeft examen op Shabbat en een ander is bang om zijn baan te verliezen wanneer hij op zaterdag niet komt opdagen.
Een joodse partner vinden, lijkt onbegonnen werk en kosher eten op tafel zetten vinden we moeilijk, te duur, te ver, te ingewikkeld en te lastig. Wij stoten tegen huwelijkswetten aan en vinden het uitdagend om de Shabbat kaarsen op tijd aan te steken.

Wij zien wonderen om ons heen. Wij zien bijvoorbeeld dat het Joodse volk, ondanks zoveel tegenslag, millennia lang, alles en iedereen overleeft. We zien dat Israel, omringd door vijandelijke staten, blijft voortbestaan. De werking van ons lichaam is ook een groot wonder dat wij vooral pas merken wanneer een deel niet naar behoren functioneert. De plagen waren zeker wonderen! Maar waarom beschouwen wij de dagelijkse wonderen niet? Waarom kijken wij er niet naar? Waarom doen we er niets mee en laten zij ons koud?

Geen toegang emoties

Het antwoord zit hem in de nek. Wij hebben soms te maken met een hardnekkige barrière. Wij hebben gewoon last van hardnekkigheid. Wij zien G-d’s aanwezigheid wel, maar wij doen er niets mee. Het blijft een intellectuele gewaarwording die niet doorgesluisd wordt naar het hart. De nek blokkeert de toegang tot de emoties.

Toch gaat het uiteindelijk lukken om door te zetten. We beseffen dan dat elke belemmering enkel een uitdaging en illusie is. Wij kunnen het wel, als wij het maar echt hard genoeg willen. Dan zal wat de hersens weten kunnen overvloeien naar het hart. Wij hoeven alleen maar te beslissen om nu eens te gaan toepassen wat de Almachtige G-d van ons wil, in plaats van onszelf steeds achter smoesjes te verschuilen. Als wij krachtig en dapper gaan kiezen om geen gehoor meer te geven aan wat ons door de buitenwereld (Farao) opgedrongen wordt,  dan zullen de mensen die aan de macht zijn of onze baas zijn, ons uiteindelijk helpen om G-d’s wil uit te voeren. Durven wij deze stap in ons leven te nemen?

Farao, die steeds weigerde om het Joodse volk vrij te laten, heeft ons uiteindelijk naar de berg Sinaï gestuurd. Hij heeft ons zelfs uit Egypte weggejaagd, zoals er staat: En het was toen Farao het volk wegstuurde. Niet alleen heeft Farao toestemming gegeven voor de Joden om weg te trekken, hij heeft ze zelfs weggestuurd!

Dus trek je niets aan van wat ze allemaal zeggen en allemaal doen. Onthoud, gelijk de dieren die in water leven, wat je bron is en waar je vandaan komt. Laat je niet intimideren door een werkbaas of een schooldirecteur die jou op Shabbat of Yom Kipoer geen vrije dag wilt geven. Kijk recht voor je. Vrees niet de Egyptenaren die je achterna zitten. Geneer je niet wanneer jij je koshere boterham eet en je klasgenoten of collega’s een amandelkoek in de cafetaria kopen. Wees niet bang van de zeeën van uitdagingen die op je pad liggen. Uiteindelijk, wanneer de buitenwereld merkt dat je doorzet, dat je principes hebt, dan zal die buitenwereld jou respecteren en jou juist helpen om naar de Torah toe te gaan; En het gebeurde toen Farao het Joodse volk wegstuurde…

Doel bereiken

De hardnekkigheid van Farao zette zich alsnog voort: drie dagen na de uittocht uit Egypte begonnen de Egyptenaren spijt te krijgen dat zij hun slaven kwijt waren. Uitgerust met hun 600 beste wagens (Shemot 14:7) haalden zij het Joodse volk al gauw in. Am Yisrael zat klem tussen het Egyptische leger achter zich en de Rode Zee pal voor hen. Men kon geen kant uit. Grote Paniek! Wat nu?

“En G-d zei tegen Moshe, waarom schreeuw je uit tot mij? Je zit hier een uitgebreid gesprek met Mij te voeren terwijl het Joodse volk in nood is. Spreek tot het Joodse volk en laat ze reizen!”
Shemot 13:15

Wij identificeren ons met Moshe en wij zijn wel verbonden met G-d, onze bron. Wij laten ons niet afschrikken door najagende vijanden en stormachtige zeeën. Wij houden ons vast aan een Macht die hoger is dan een zee of een leger Egyptenaren. Wie zich hogerop vasthoudt valt niet om. Gelijk iemand die in zich een bus vasthoudt aan een hangend touw. Ondanks al het geschud raakt hij zijn evenwicht niet kwijt. Wij worden in ons leven ook geschud en geduwd, soms door anderen maar soms ook door onszelf. Hoe meer we ons met Boven verbinden, hoe weerbaarder we zijn. Wij gaan voorwaarts en verdrinken in geen enkele zee. Toen niet en nu ook niet. We lopen zelfs geen enkele schade op gelijk het Joodse volk waar we van weten dat zelfs hun kleding bij het doorkruisen van de zee droog bleef. Niet alleen heeft het water zich gesplitst, maar zelfs de grond onder hun voeten werd droog. Die hele zee, al die blokkades die je voor je ziet, blijken achteraf helemaal niet te bestaan. Het was enkel een illusie. Voel maar aan je kleren, ze zijn niet eens nat geworden!

Zo is het ook met al onze uitdagingen en moeilijkheden. Ze lijken onoverkomelijk. Ze schrikken ons af. Maar de doorzetter merkt al gauw dat het allemaal verbeelding was. Want zodra je eraan begint, verdwijnen alle belemmeringen als sneeuw voor de zon.

Vergeet je doel niet en houd vol. Dan zullen de Farao’s je uiteindelijk helpen en zal de zee zich splitsen opdat jij je doel kan bereiken…voorwaarts!

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson


Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Ontvang regelmatig artikelen en korte videoclips
door een WhatsApp te sturen naar 0628478657
of een email naar bracha@joods.org

Donaties zijn welkom op www.chabadutrecht/doneren

 

 

Eekew | Gebroken en toch heel

Eekew | Gebroken en toch heel

Waarom de gebróken tafelen bewaard werden in het allerheiligste van de Tempel in Jeruzalem? Omdat niet alles volmaakt hoeft te zijn. G-d waardeert de gebroken stukken in ons leven en legt ze pal naast de volmaakte tafelen. Licht schijnt juist door de spleten en de barsten in ons leven. Gebruik je de brokstukken in je leven om bescheidenheid te ontwikkelen, dan ben je gebroken, maar toch heel.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Eekew is de derde parasha van het vijfde boek, Dewariem. Dewariem is de nalatenschap van Moshe, vóór zijn overlijden, aan het Joodse volk. Niet alles in de geschiedenis was even rooskleurig verlopen en Moshe moest ook een aantal pijnlijke momenten uit het verleden benoemen, leermomenten van een veertig jaar durende reis.

Onze Parasha vertelt o.a. over een zeer pijnlijk moment, de datum was 6 Siewan 2448. Dit voorval had 40 jaar eerder plaatsgevonden. In aanwezigheid van circa drie miljoen mensen had G-d zich op de berg Sinaï geopenbaard. Vervolgens beklom Moshe de berg om daarboven veertig dagen lang de hele Torah te leren.

Hemels cadeau

De veertig dagen waren om, althans zo had het Joodse volk het berekend, maar Moshe was niet terug. Leefde hij nog wel? Hij was zonder proviand naar boven gegaan! Er was hem vast iets overkomen. Het Joodse volk besloot in afwezigheid van hun leider een nieuwe gezagvoerder te benoemen. Omdat ze 210 jaar in Egypte hadden geleefd, omringd en gewend aan afgodendienst, was de meest voor de hand liggende oplossing om een afgod als nieuwe leider te kiezen. Zo ontstond het gouden kalf.

Helaas had het joodse volk de verleiding niet kunnen weerstaan. Hoewel G-d zich veertig dagen eerder aan het hele volk geopenbaard had en hoewel het met eigen oren gehoord had, hoe G-d het dienen van afgoden had verboden (het tweede van de Tien Geboden), was hun drang naar afgodendienst intens.

Maar Moshe kwam wel terug. Weliswaar een dag later, maar dat lag aan een misverstand. Hoe dan ook, het was 17 Tammoez toen hij eindelijk van de berg afdaalde met de twee stenen tafelen in zijn handen. Hij zag het gouden kalf en brak de tafelen. Kennelijk vond hij dat het Joodse volk het niet meer waard was om de stenen tafelen te ontvangen. Dit hemelse cadeau was niet aan hun besteed. Prima, begrijpelijk. Maar waarom heeft Moshe de tafelen gebroken? Hij had ze toch weg kunnen zetten, verstoppen of terug kunnen brengen naar waar ze vandaan waren gekomen?

Stel je voor dat je een diamanten ring voor je vrouw  hebt gekocht en voordat je de kans krijgt om het haar te geven, krijgen jullie vreselijke ruzie. Wat doe je dan met die ring? Ga je hem breken? Welnee. Misschien bewaar je hem voor later of je verkoopt hem of brengt hem terug naar de juwelier bij wie je de ring gekocht hebt! De stenen tafelen waren een hemels cadeau van onschatbare waarde. Hoe kon Moshe ze vernielen?

Na het breken van de tafelen volgde er opnieuw een periode van veertig dagen, die Moshe weer op de berg Sinaï doorbracht. Daar heeft hij G-d gesmeekt om het Joodse volk te vergeven. In deze periode leerde het Joodse volk dat je altijd weer goed kunt maken wat vernield is, dat je een gebroken relatie weer kunt herstellen. Vaak kun je juist in iets dat gebroken is, inspiratie vinden.

Scherven

Na die veertig dagen ging Moshe op de eerste dag van de maand Eloel, voor de derde keer de berg Sinaï op, om een nieuw stel tafelen in ontvangst te nemen.

Weer veertig dagen later, op Yom Kippoer (grote verzoendag) kwam Moshe van de berg af met nieuwe stenen tafelen in zijn handen. Deze tafelen werden in een speciale driedubbele kist in de allerheiligste plek in de Tempel neergelegd en bewaard.

Maar wat was er met de scherven van de eerste tafelen gebeurd? Lagen die nog waar ze gevallen waren? Nee, de gebroken stenen tafelen werden ook bewaard. Weliswaar niet in dezelfde kist maar wel ernaast, op de allerheiligste plek op aarde, in Israel, in Yerushalayim, in de Tempel, op de allerheiligste plek van de Tempel.

Waarom kregen deze scherven zo’n vooraanstaande bewaarplaats? Waarom werd er überhaupt een aandenken aan deze pijnlijke geschiedenis bewaard?

Twee maal ‘ogen’

In onze parasha staat hoe Moshe de tafelen brak:

וָאֶתְפֹּשׂ֙ בִּשְׁנֵ֣י הַלֻּחֹ֔ת וָֽאַשְׁלִכֵ֔ם מֵעַ֖ל שְׁתֵּ֣י יָדָ֑י וָאֲשַׁבְּרֵ֖ם לְעֵינֵיכֶֽם׃

“En ik nam de twee stenen tafelen en ik gooide ze van mijn twee handen en ik brak ze voor jullie ogen” (Dewariem 9-17).

Aan het einde van de vijf boeken Moses, in het allerlaatste vers in de Torah wordt Moshe geprezen voor “De sterke hand (waarmee hij de Torah heeft ontvangen), de grote ontzagwekkende daad die hij gedaan heeft voor de ogen van het hele volk Israël.”

Rashi (Rabbi Shlomo Yitschaki, 1040-1105) verklaart om welke ontzagwekkende daad het gaat. Het is het breken van de stenen tafelen dat voor de ogen van Israël geschiedde. Omdat er in beide verzen de uitdrukking voor de ogen gebruikt wordt weet men dat het om hetzelfde voorval gaat. Maar sinds wanneer wordt iemand geprezen die uit boosheid iets breekt? Maar Moshe was niet boos. Moshe begreep dat onder deze omstandigheden, de beste oplossing was om de stenen tafelen te breken.

De Midrash vertelt ons dat de stenen tafelen het gegraveerde contract tussen het Joodse volk en G-d was. Dat contract kon maar beter vernietigd worden, dan in een situatie terecht te komen waarin het joodse volk dat contract zou hebben gebroken. Beter de afspraak verbreken voordat het contract in ontvangst genomen zou worden!

Inderdaad was dat heel dapper van Moshe, maar waarom kiest G-d juist deze daad om Moshe te prijzen en daarmee alle vijf de boeken af te sluiten? Is dit de grootste prestatie van Moshe? Kon de Torah niet met iets vrolijks en positiefs eindigen? De uittocht uit Egypte, de splitsing van de zee, het ontvangen van de Torah of het leiden van de veertigjarige tocht door de woestijn?

G-ddelijk licht

In de gebeurtenis van de gebroken tafelen schuilt echter een zeer waardevolle les. Zo belangrijk, dat dit het beste is wat Moshe ooit gedaan heeft. G-d heeft hem zelfs daarvoor geprezen. Het was kennelijk zo waardevol dat G-d gekozen heeft om de Torah daarmee te beëindigen.

Het leven is namelijk niet altijd volmaakt. Er bestaan heel veel gebroken stukken en daar zit het G-ddelijke licht ook in verstopt. Je zou kunnen denken dat er iets mis is, als het allemaal gescheurd, kapot of stuk is. Niets is minder waar. Ook en juist in het gebrekkige schijnt het licht en kun je inspiratie vinden. De waarheid is niet altijd te vinden in volmaaktheid. Integendeel, het is juist in het kwetsbare en machteloze deel van je leven dat je een glimmend aspect kunt ontdekken.

Soms verbind je je met de Almachtige met blijheid en succes. Alles gaat voorspoedig: je baan, je gezin, je vakantie. Maar het gaat ook zo vaak mis en in die gebrekkige situaties zit G-d des te meer verscholen.

Licht door spleten

We hopen natuurlijk dat het altijd goed gaat, dat we ons altijd kunnen begeven in de sfeer van het heiligdom. Voel je echter niet ontmoedigd als het misgaat. Misschien is het een gelegenheid om op zoek te gaan naar een diepere band met Hashem. Je denkt misschien G-d te kunnen vinden in een perfecte Shabbat, een volmaakte saamhorigheid, de ideale liefde of een perfect artikel.

Hoe zit het dan als je er geen zin in hebt, boos bent op G-d en boos bent op het leven. Of misschien ben je neerslachtig, moedeloos en somber. Misschien ben je het slachtoffer van omstandigheden, misbruik en nog meer narigheden. Wij denken vaak dat er een bepaald gevoel van volmaaktheid bij spiritualiteit zou moeten horen, maar is dat wel zo? Wat als je al jarenlang voor een zieke of bejaarde aan het zorgen bent waardoor je het huis niet uitgaat en je je neerslachtig voelt. Misschien is die bejaarde jouw vader of tante…of iemand anders. Of je probeert op te krabbelen na een langdurige ziekte en je ziet het niet meer zitten. Of je zit dag en nacht met een huilende baby of je collega’s blijven je maar treiteren en je komt tot niets.

Je voelt je daardoor neerslachtig en klein. Het gevoel dat je de controle kwijt bent en de bescheidenheid die daaruit voortvloeit, vormen een nieuw kader voor een diepere relatie met Hashem. Een nieuwe situatie ontstaat waarin je jezelf aan Hem kan overgeven. Op dat moment maak je ruimte voor G-d in jouw leven. Je bent in een situatie terecht gekomen, waarin je jouw band met Hashem versterkt.

Psalm 51, vers 19:

זִֽבְחֵ֣י אֱלֹקים֮ ר֪וּחַ נִשְׁבָּ֫רָ֥ה לֵב־נִשְׁבָּ֥ר וְנִדְכֶּ֑ה אֱ֝לֹקים לֹ֣א תִבְזֶֽה׃

“Een gebroken ziel is een offer voor G-d, een gebroken en verstoten hart zal G-d niet veronachtzamen.”

Wat de gebroken tafelen ons leren is dat hetgeen wij spiritueel of heilig noemen juist kan bestaan uit de meest neerslachtige omstandigheden. Heb je veel pijn en moeilijkheden in je leven en je weet je nog min of meer overeind te houden? Bravo! Het is juist door de spleten van een muur dat het licht door kan schijnen.

Hele emmer en gebroken emmer

Een Chinese legende vertelt ons over een waterdrager die dagelijks water uit de put ging halen. Alles liep voorspoedig, ware het niet dat één van zijn emmers een kleine spleet had, waardoor de emmer lekte.

Al gauw ontstond er een gesprek tussen de hele emmer en de gebroken emmer. De hele emmer was zo trots. Dag in dag uit was hij in staat om een volle lading aan te leveren. De gebroken emmer daarentegen was niet zo blij. Bij aankomst was er altijd maar een halve emmer water, de rest was onderweg verspild en verloren. Hij voelde zich altijd zo verdrietig en neerslachtig, vooral in vergelijking met zijn trotse collega. Wat was hij waard?

Na jarenlange lekkages en tranen had hij het niet meer. Hij besloot om met de waterdrager in gesprek te gaan en hem te vertellen hoe waardeloos hij zich voelde omdat hij niet in staat was om zijn rol te vervullen waarvoor hij geschapen was.

“Waar heb je het over, mijn lieve emmer”, zei de waterdrager. “Heb je niet gezien dat ik onderweg zaadjes heb gezaaid? Heb je nooit gemerkt dat jij dagelijks, als lekkende emmer, de plantjes hebt bewaterd terwijl wij er langs liepen? Heb je de bloemen niet gezien die daardoor gegroeid zijn? Deze bloemen pluk ik regelmatig en zet ze in een vaas. Ze versieren mijn huis en maken door hun pracht en praal iedereen blij.”

Nieuw potentieel

Ja, dames en heren, jongens en meisjes, het licht schijnt vaak juist door de spleten en de barsten in ons leven. Het zijn dikwijls de problemen in je leven die je ertoe dwingen om dieper in jezelf te graven en nieuw potentieel te ontdekken. Hierdoor leef je op een ander niveau, je relaties kennen meer diepgang en last but not least ontwikkel je meer begrip en medeleven voor de moeilijkheden van een ander.

Nu begrijpen we waarom de gebroken tafelen niet alleen bewaard werden, maar in het allerheiligste van de Tempel in Jerusalem neergelegd werden. Niet alles hoeft volmaakt te zijn. G-d waardeert de gebroken stukken in ons leven en legt ze pal naast de volmaakte tafelen. Wissel je gevoel van neerslachtigheid over jouw falen in voor bescheidenheid. Je hoeft niet alles onder controle te hebben. Het mag wel eens misgaan. Stel je bescheiden op en realiseer dat je niet perfect kan of hoeft te zijn. Gebruik de brokken in je leven als springplank. Ze zijn net zo mooi als de bloemetjes die door een lekkende emmer zijn ontstaan!

Shabbat Shalom
Bracha Heintz 

Gebaseerd op lessen van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn ook zeer welkom!


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Behar | Twijfelen of vertrouwen

Behar | Twijfelen of vertrouwen

Is G-d in staat om in onze levensbehoeftes te voorzien ook al staat de landbouw en de economie stil? Als je daaraan twijfelt ben jij juist diegene die de toevloed blokkeert. Wanneer je niet alleen gelooft, maar er zeker van bent dat G-d Almachtig is en in staat is, ongeacht de situatie om voor ons te zorgen, dan is jouw vertrouwen de catalysator voor G-d’s zegen. Wij maken de eerste stap door te vertrouwen, vervolgens vult G-d onze schuur en voorraadkast. Wat kies jij, twijfelen of vertrouwen?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Wajiekra, hoofdstuk 25.

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּ֤י תָבֹ֙אוּ֙ אֶל־הָאָ֔רֶץ אֲשֶׁ֥ר אֲנִ֖י נֹתֵ֣ן לָכֶ֑ם וְשָׁבְתָ֣ה הָאָ֔רֶץ שַׁבָּ֖ת לַה׃

Spreek tot de kinderen van Israël en zeg hun, als jullie zullen komen naar het land dat ik jullie geef dan zal het land Shabbat vieren.

De naam van dit gebod is shemita en houdt in dat vanaf het moment dat het Joodse volk zich in Israël gevestigd had, men jaren ging tellen in cycli van zeven. In het zevende jaar mag het land niet bewerkt worden.

Zoals wij elke week op de zevende dag Shabbat vieren en stoppen met creatief bezig zijn, zo stopt ook de landbouw elk zevende jaar. Het is een jaar dat wij niet ploegen, niet zaaien en niet oogsten. Of het nou om groenten, graan of fruit gaat, alles staat stil. Eens in de zeven jaar krijgt de aarde rust. En of je alleen een moestuintje hebt, een paar bomen bezit of 1000 hectares graanvelden beheert, de regel blijft hetzelfde. Jouw velden en alles wat erin groeit zijn tijdens het shemita-jaar algemeen bezit geworden. Ieder mens of dier mag vrij komen plukken. De eigenaar heeft niet méér recht op zijn landbouwproducten dan wie dan ook. Ook hij mag net als iedereen plukken wat hij voor eigen consumptie nodig acht, maar niet meer.

Levensgevaarlijk

Stelt u zich eens voor wat dit gebod te betekenen had in een tijd dat de hele economie op landbouw gebaseerd was. In een jaar dat het bewerken en oogsten verboden zijn ligt hongersnood al snel op de loer. Er is dan niets te eten, de winkels staan leeg en de overlevingskansen zijn zeer gering. Een levensgevaarlijke situatie!

Het hele leven draaide vroeger om voedselproductie in eigen land. De mens was vroeger nauw verbonden met de aarde. Tegenwoordig zijn we meer verbonden met wolken, golven en satellieten.

Hoe dan ook had men niets te eten. De meeste mensen waren boeren en hadden geen inkomen. Alle mensen en dieren kregen vrije toegang om wat ze maar wilden, te plukken. Stel je voor dat één jaar op de zeven, iedereen van je bankpas gebruik zou mogen maken!

Wanneer wij nu denken, dat het ‘maar om één jaar ging’, dan bewijst dat alleen maar hoe ver we van het platteland zijn. Want het gebrek aan voedsel duurde langer dan dat ene shemita-jaar. Wat viel er namelijk in het achtste jaar te oogsten wanneer er in het zevende jaar niet gezaaid was? Pas in het achtste jaar, dat het eerste jaar van de nieuwe cyclus was, mocht de landbouw weer starten. Men kon pas in jaar 8 beginnen met ploegen en zaaien, waarna gewacht moest worden dat er wat ging groeien. Pas wanneer men kon oogsten in jaar 8 was er sprake van voedselproductie, inkomen en eten voor het hele volk. De vraag wordt alleen maar sterker: wat was er te eten niet alleen in het zevende maar ook voor een groot deel in het achtste jaar?

Wajiekra 25, 20-22

וְכִ֣י תֹאמְר֔וּ מַה־נֹּאכַ֤ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת הֵ֚ן לֹ֣א נִזְרָ֔ע וְלֹ֥א נֶאֱסֹ֖ף אֶת־תְּבוּאָתֵֽנוּ׃

וְצִוִּ֤יתִי אֶת־בִּרְכָתִי֙ לָכֶ֔ם בַּשָּׁנָ֖ה הַשִּׁשִּׁ֑ית וְעָשָׂת֙ אֶת־הַתְּבוּאָ֔ה לִשְׁלֹ֖שׁ הַשָּׁנִֽים׃

וּזְרַעְתֶּ֗ם אֵ֚ת הַשָּׁנָ֣ה הַשְּׁמִינִ֔ת וַאֲכַלְתֶּ֖ם מִן־הַתְּבוּאָ֣ה יָשָׁ֑ן עַ֣ד ׀ הַשָּׁנָ֣ה הַתְּשִׁיעִ֗ת עַד־בּוֹא֙ תְּב֣וּאָתָ֔הּ תֹּאכְל֖וּ יָשָֽׁן׃

En als jullie zullen vragen, wat zullen wij eten in het zevende jaar, wij zullen niet zaaien en onze producten niet oogsten.
En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.
En jullie zullen zaaien het achtste jaar en jullie zullen van de oude productie eten tot het negende jaar, totdat de oogst van het achtste jaar komt, zullen jullie van de oude oogst eten.

Hashem zal ons een hele speciale zegen geven; het zesde jaar zal een driedubbele oogst opbrengen:

  1. de normale hoeveelheid voor het zesde jaar.
  2. een extra hoeveelheid dat de oogst van het zevende jaar zal vervangen
  3. daarbovenop nog een extra deel in afwachting van de oogst van het achtste jaar.

Wat bijzonder, een driedubbele zegen. Moshe belooft in de Torah dat het land in het zesde jaar van de cyclus een wonderbaarlijke driedubbele hoeveelheid oogst zal opbrengen.

Woord voor woord

Hierin vinden wij het G-ddelijke aspect van de Torah. Er zijn mensen die niet geloven dat de Torah door G-d geschreven is. Theorieën bestaan dat de Torah door Moshe zelf geschreven zou zijn, of door andere zeer slimme personen. In dat geval merken wij hierbij dat het niet zo slim was om te beloven dat het zesde jaar een gigantische opbrengst zal geven. Want hoe lang gaat het duren totdat men ontdekt dat die hele Torah niet klopt? Zes jaar. Niet meer. Hoe kon Moshe zo’n belofte en voorspelling uitspreken? Als men na zes jaar zou ontdekken dat er geen grotere oogst was geweest, was hij eruit gegooid en de Torah ergens op een tweedehands boekenkraampje terechtgekomen.

Zo zijn er nog meer gevallen dat wij uitspraken in de Torah ontdekken die alleen maar door G-d geschreven hadden kunnen worden. Neem bijvoorbeeld de opsomming van vier dieren die ieder maar één van de twee koshere tekens hebben. Hoe zou een mens zoiets kunnen beweren? Had Moshe een wereldreis gemaakt dat hij zoiets kon verklaren? Kende hij alle dieren op aarde? En ook al zou dat zo zijn, waarom zou hij het risico nemen om dat zo in de Torah op te schrijven? Als Moshe inderdaad zijn eigen document geschreven had, zogenaamd in de naam van G-d, waarom staan er dan allerlei zaken waardoor Moshe vroeg of laat door de mand zou vallen. Als je al een vals document maakt, zorg er dan voor dat niemand kan bewijzen dat het vals is. Wie liegen wil, vertelt de gemara ons, moet ver weg blijven van bewijzen. Het is dan beter om verhalen uit het verleden en mensen die niet meer leven erbij te halen en te vertellen wat zij gezegd hebben. Wanneer je een nieuwe godsdienst wilt verzinnen of een aftakking van een G-dsdienst wilt innoveren, gebruik dan uitsluitend zaken die men mogelijkerwijs zal kunnen geloven.

Maar Moshe heeft niets zelf geschreven. De Torah is hem woord voor woord door G-d Almachtig, Schepper van dieren en van de oogst gedicteerd. Moshe was totaal niet bezorgd dat men ooit een vijfde dier zou vinden dat maar één kosher teken zou hebben. En dat het land in het zesde jaar extra zou produceren, daar had Moshe het volste vertrouwen in.

‘Wat zullen wij eten in het zevende jaar?’

Nu dat de voedseldistributie over het zesde, zevende en achtste jaar opgelost is kunnen wij ons afvragen waarom de Torah een vraag en antwoord stijl gebruikt en ons niet gewoon zoals gebruikelijk direct het antwoord vertelt. Meestal als de Torah ons iets wil vertellen dan staat het er gewoon. Soms in een hele zin, soms is het een woord en vaak ook alleen een letter. Maar wanneer zien wij dat er eerst een vraag wordt gesteld:

מַה־נֹּאכַ֤֖ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת

Wat zullen we in het zevende jaar eten? staat er in onze parasha, 25,20.

Deze vraag is overbodig. Bij andere wetten en regels staat normaal alleen wat je moet doen. Als de Torah ons informatie wil geven is dat niet in de vorm van vraag en antwoord, maar enkel het antwoord. Waarom wordt er in dit geval hiervan afgeweken? Waarom staat er niet gelijk dat Hashem ons een zegen gaat geven. Je hoeft toch geen doctorandus in de economie te zijn om te begrijpen dat er een voedselprobleem zal ontstaan wanneer de shemita-wetten gehouden zullen worden?!

Onophoudelijke stroom

Reb Elimelech uit Lizhensk (Polen) citeert zijn broer, Reb Zushe uit Annipoli en vertelt waarom de Torah in dit geval wel een vraag stelt. Hij biedt de volgende verklaring:

Toen Hashem de wereld schiep heeft Hij ervoor gezorgd dat er voor elk schepsel alles is wat het nodig heeft. Er bestaat voor ieder wezen een continue stroom van benodigdheden, eten, drinken, intelligentie, liefde etc… Iedereen is als het ware verbonden met Boven door middel van een buis waarlangs continu allerlei goeds naar hem toekomt. De stroom gaat onophoudelijk door, behalve wanneer er storing ontstaat doordat een mens zichzelf niet meer is. Hij verliest zijn identiteit, hij weet niet meer waar hij aan toe is. Hij ligt ’s ochtends in bed en weet niet of hij wel of niet moet opstaan en waarvoor. Een typisch menselijk probleem. Geen enkel ander schepsel heeft dit dilemma. Elk ander schepsel op aarde weet waar het voor geschapen is en wat het te doen staat.

Heb je ooit een mierennest geobserveerd? Duizenden mieren kruipen rond en zorgen samen voor hun leefomgeving, hun voedsel en hun voortplanting. Mieren beschikken over ijver waar wij nog wat van kunnen opsteken. Ooit een mier zien stoppen met werken omdat het zich afvroeg of het nog wel zin had om door te gaan? Ooit een boom ontmoet die twijfelde of hij dit seizoen wel door wilde groeien? Of de maan gezien die twijfelde of zij wel moest schijnen of in welke baan zij zich moest begeven?

Alle schepselen doen wat ze horen te doen, behalve de mens! Hij weet het niet, hij twijfelt, hij moet met zijn therapeut overleggen. De aarde voedt de planten, de planten voeren de dieren maar zodra bij de mens gearriveerd, stopt ineens de cyclus. De mens twijfelt; zal hij vlees eten of niet, zal hij geloven of niet, zal hij als Jood leven of niet. Hij weet het niet zeker. Hij is niet meer in contact met zijn raison d’etre. G-d heeft hem geschapen en samen met deze schepping een hoop kanalen en toegangswegen meegegeven waar een vloed van benodigdheden doorheen stroomt. Maar wat? De mens houdt het zelf tegen omdat hij niet begrijpt hoe G-d voldoende zou hebben voor hem en voor iedereen.

Twijfel

Het probleem ligt in de vraag, in de twijfel. Als een mens naadloos verbonden zou zijn met wie hij in werkelijkheid is, dan zou hij geen vraag hebben. Omdat hij zich afvraagt wie hij is, vraagt hij zich ook af wat hij waard is.

Op het moment dat hij zijn vertrouwen in zichzelf en in zijn capaciteiten verliest, is hij diegene die de stroom tegenhoudt. Dit was in Gan Eden al een probleem. G-d vroeg aan Adam: waar ben je? Natuurlijk wist G-d waar Adam was. G-d weet toch alles. Hij is alles en Hij is overal, ook waar Adam zich verstopt. Maar G-d wilde Adam wakker schudden omdat Adam zelf niet meer wist waar hij was. Adam was zijn relatie kwijt. Welke relatie? De relatie met zijn eigen ik, met wie hij had willen en kunnen zijn. Omdat Adam niet meer dezelfde persoon was na het eten van de verboden vrucht was hij ook zijn stroom van overvloed kwijt en moest hij het Gan Eden verlaten. Zijn vertrek uit het paradijs was geen straf. Het was een wijziging van een situatie die hij zelf gecreëerd had.

Wanneer G-d ons belooft dat het goed zal gaan wanneer wij ons aan de shemita-regels houden, dan hebben we maar één ding te doen en dat is ons daaraan te houden en dan zal alles goed komen.  Dat is het hoogste niveau.

Dat niveau van vertrouwen lukt lang niet altijd en daarom brengt de Torah in vers 20 van hoofdstuk 25 een vraag, een twijfel. Met andere woorden: als je je aan shemita houdt, komt alles goed en loopt de stroom gewoon door. Maar als je vragen hebt, als je twijfelt en je begint je zorgen te maken over de huur en de bankrekening en je gezondheid en de buren en je werk en de collega’s – en je vraagt je of het allemaal goed kan komen; ‘Wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Door het stellen van deze vraag verplaats je je naar een hele andere situatie. Je blokkeert je eigen stroom. Je bent bang dat je het niet waard bent. Misschien denk je wel dat G-d boos op je is. Wie zegt dat dat zo is? Natuurlijk houdt G-d van jou en van zijn schepselen, anders had hij ze toch niet gemaakt! Je bent bezorgd, je twijfelt aan jezelf en aan je eigenwaarde en vraagt je af of je van al het mooie in deze wereld wel mag genieten? Waar anders was deze prachtige natuur dan voor geschapen? Voor óns om te gebruiken volgens de Torah-code. Maar je twijfelt en je vraagt jezelf af of G-d misschien een wereld zou scheppen met mensen en ze dan niets te eten zou geven.

Vol vertrouwen

Misschien denk je dat G-d zich vergist en ons vraagt om shemita te houden maar daarbij vergeet om ons in ons levensonderhoud te voorzien. Of Hij vraagt ons de Shabbat te vieren maar daardoor missen wij onze examens en verliezen we onze baan en levensonderhoud. Oh ja werkelijk? Zou G-d zich echt zo vergissen en de mens allerlei geboden en verboden laten uitvoeren en daardoor zou de mensheid falen, verhongeren en uiteindelijk sterven? Is dat de Torah. Is dat het jodendom? Welnee. Maar omdat we het niveau van vol vertrouwen nog niet hebben kunnen bereiken verwoordt de Torah onze vraag: ‘wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Er is een reset nodig en G-d belooft – na je vraag – opnieuw een zegen van overvloed:

En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.

Vandaar dat de Torah eerst een vraag stelt: wat zullen we eten? Het is niet de vraag van de Torah, het is de vraag van de twijfelaar, diegene bij wie de relatie en het vertrouwen in Hashem verzwakt is. Die kan niet meer teren op een stroom van natuurlijke zegens. Voor hem komt er een speciale zegen van driedubbele overvloed.

De bedoeling van ons bestaan is om te genieten van deze wereld, van een overvloed aan goedheid die G-d ons schenkt. Alleen ligt er wel een gebruiksaanwijzing bij, de Torah die ervoor zorgt dat wij alles gebruiken en delen op een gezonde manier, volgens de Bron waar alles vandaan komt. Als je deze methode gebruikt hoef je niet te twijfelen. Dan kun je ‘s ochtends gewoon je bed uitkomen en je gang gaan en ’s avonds met een gerust hart naar bed gaan.

De mineralen, het water en de aarde, voorzien de planten van voedsel. De planten voeden op hun beurt de dieren, die op hun beurt de mens van dienst zijn. Maar bij de mens zou ineens het verloop kunnen stoppen; hij zou zomaar de symfonie kunnen onderbreken omdat hij de laatste schakel en steek laat vallen. De drie categorieën onder hem – mineralen, planten en dieren – die elkaar zo goed opgevolgd hebben heeft hij in de steek gelaten doordat hij vergeten is om met de wereld om te gaan op een bewuste manier. Hij had dat vlees (dier) en de groente (planten) en het zout (mineralen) op een bedachtzame manier kunnen benutten, maar de opbouw van de melodie van de schepping is bij hem gestopt. Hij kijkt om zich heen en twijfelt wat hij vandaag moet doen. Dat is niet nodig. Ook gedachten kunnen gedisciplineerd worden.

Belangrijke schakel

Door positief te denken houd je je verbindingskanalen open. Hashem gunt het je, maar gun jij het jezelf? Waardeer wie je bent: een belangrijke schakel in de kosmos. Een mens kan kiezen om een schakel te zijn in het bevrijden van de wereld. Anderzijds is hij in staat, doordat hij aan zichzelf twijfelt, om de volmaaktheid van de wereld in gevaar te brengen. Stop je de symfonie midden in de melodie of speel je de laatste scène op het toneel  van het leven?

Een mens is door G-d geschapen. Hij geeft hem een missie om Hem te vertegenwoordigen hier op aarde. Zijn doel is om door de schepping heen de verborgenheid van Hashem te ontdekken. Dit doet hij door de materie te gebruiken conform de Torah-wetten. Als vertegenwoordiger van de Almachtige G-d worden natuurlijk zijn onkosten ruim vergoed tijdens de gewone jaren en zelfs tijdens het shemita-jaar. Succes gegarandeerd!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Hieronder een filmpje uit Israël in 2015 waarbij uitgelegd wordt hoe een gigantisch veld heel vroeg in het seizoen, nog voordat het shemita-jaar begon, snel geoogst moest worden. Het veld kwam daardoor onverwachts leeg te staan en de terroristen die uit een tunnel kwamen waren niet blij verrast toen ze i.p.v. het hoge graan een totaal plat geoogst veld ontdekten. Doordat de grond kaal was werden de terroristen makkelijk en snel ontdekt en werd het enorme gevaar vermeden.

 

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂