Emor | Stoppen, tellen en verbeteren

Emor | Stoppen, tellen en verbeteren

Wij kunnen ons leven verbeteren en als een saffier schijnen. We zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wat ons voorgeschoteld wordt in het leven kunnen wij niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Wat de twee onafscheidbare gedeeltes van de Torah hiermee te maken hebben, de schriftelijke en de mondelinge, lees je in dit nieuwe artikel.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het was 14 Nissan, de dag voor Pesach en het hooggerechtshof, dat zitting had in de tempel in Jeruzalem stuurde elk jaar drie afgevaardigden naar een gerstveld vlakbij Jeruzalem. Daar bundelden zij vochtige gerst terwijl het nog aan de grond vastzat.

De volgende dag, op 15 Nissan, de eerste dag Pesach, aan het einde van de dag, toen het donker werd en 16 Nissan begon, begaven massa’s mensen zich naar het gerstveld. De drie afgevaardigden namen elk een zeis en een mand mee en riepen naar de menigte toe:

“Is de zon onder”?
En de toeschouwers antwoordden: “Ja”
“Is de zon onder”?
“Ja”
“Is de zon onder”?
“Ja”

Vervolgens:
“Is dit een zeis?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja”
“Is dit een zeis?”
“Ja”
“Is dit een zeis?”
“Ja”

En daarna:
“Is dit een mand?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja”
“Is dit een mand?”
“Ja”
“Is dit een mand?”
“Ja”

En als het Shabbat was vroeg ons drietal:
“Is het vandaag Shabbat?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja”

En ten slotte:
“Zal ik oogsten?”
En de toeschouwers antwoordden: “Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”

Toeters en bellen

Wat een toeters en bellen! Wat een spektakel! Wat was hier gaande?

De aanwezigheid van zo velen en het driemaal herhalen van elke vraag was bedoeld om de aandacht te trekken en te benadrukken dat dit precies gedaan werd conform de regels uit de Torah en met name de mondelinge leer. Want ziet U, geachte lezer, de Torah heeft twee onafscheidbare gedeeltes. Het ene deel is de schriftelijke leer oftewel de 5 boeken Mozes die G-d, woord voor woord aan Moshe gedicteerd heeft. Het andere deel is de mondelinge leer die G-d aan Moshe erbij verteld heeft.

Pas 1500 jaar na het geven van de Torah werd de mondelinge leer, de Mishna, door Rabbi Yehuda Hanasi opgeschreven. Dat was in het jaar 189 van de gewone jaartelling. Het was samengesteld uit aantekeningen van verschillende geleerden.  Het op schrift stellen van de mondelinge leer achtten de geleerden noodzakelijk omdat zij zich zorgen maakten dat door de ballingschap het niet meer van generatie tot generatie nauwkeurig uit het hoofd onthouden zou worden.

De schriftelijke en mondelinge leer zijn dikke maatjes. Zij kunnen echt niet zonder elkaar. Enerzijds kan het schriftelijke deel van de Torah niet zonder uitleg begrepen of uitgevoerd worden. Anderzijds is de mondelinge leer totaal op het schriftelijke gedeelte gebaseerd. Een aantal voorbeelden zal het één en ander duidelijk maken.

In de schriftelijke leer in Wajiekra, 16-29 en 31 staat:

בַּחֹ֣דֶשׁ הַ֠שְּׁבִיעִי בֶּֽעָשׂ֨וֹר לַחֹ֜דֶשׁ תְּעַנּ֣וּ אֶת־נַפְשֹֽׁתֵיכֶ֗ם

In de zevende maand, op de tiende van de maand zul je jezelf kwellen. (vers A)

שַׁבַּ֨ת שַׁבָּת֥וֹן הִיא֙ לָכֶ֔ם וְעִנִּיתֶ֖ם אֶת־נַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם חֻקַּ֖ת עוֹלָֽם׃

Het is voor jullie een Shabbat stopdag en jullie zullen jullie zelf kwellen, een eeuwige wet. (vers B)

De tiende dag van de zevende maand is Yom Kipoer, grote verzoendag en de Torah vertelt ons om ons te kwellen. Maar nergens staat er in de schriftelijke leer wat het kwellen inhoudt. Misschien moeten we op een spijkerbed gaan liggen of op een mierennest gaan zitten. Toch weet iedereen dat Yom Kipoer een vastendag is. Maar waar komt deze kennis vandaan? Van de mondelinge leer.

Nog een voorbeeld uit Dewariem, 12-21:

וְזָבַחְתָּ֞ מִבְּקָרְךָ֣ וּמִצֹּֽאנְךָ֗ אֲשֶׁ֨ר נָתַ֤ן ְה לְךָ֔ כַּאֲשֶׁ֖ר צִוִּיתִ֑ךָ

…en je zult je rund- en kleinvee die G-d jou gegeven heeft slachten zoals ik jou geboden heb…(vers C)

Maar waar wordt er geboden hoe je slachten moet? Nergens in de schriftelijke leer staat hier iets over! Rashi helpt ons met zijn uitleg op dit vers. Hij vertelt ons dat de slachtwetten aan Moshe verteld werden op de berg Sinai.

Compensatie

En dan het bekende voorbeeld in Shemot, 21-24:

עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן שֵׁ֖ן תַּ֣חַת שֵׁ֑ן יָ֚ד תַּ֣חַת יָ֔ד רֶ֖גֶל תַּ֥חַת רָֽגֶל

Oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.

De letterlijke betekenis van dit vers zou zijn dat als Reuven letsel toebrengt aan het oog van Shimon, dat er een oog bij Reuven weggehaald zou moeten worden. Zijn deze gruwelijke praktijken wel Joods? Nee, natuurlijk niet. Het is nooit voorgekomen dat een Joods gerechtshof een dergelijke uitspraak gedaan heeft. De mondelinge leer schiet ons te hulp. Iemand die een lichaamsdeel van een ander beschadigt moet hem financieel compenseren. Hij moet hem vergoeden voor wat hij nu minder waard is door het ontbreken van het beschadigde lichaamsdeel. Dat is compensatie nummer één. Er volgen er nog vier:

1. financiele vergoeding voor ontbreken beschadige lichaamsdeel
2. financiele vergoeding voor alle medische uitgaven
3. financiele vergoeding van het gemiste salaris tot aan herstel
4. financiele vergoeding voor de pijn
5. financiele vergoeding voor de schaamte

Het kan ook niet anders want wat als Reuven al aan één oog blind was geweest? Wanneer  zijn tweede oog weggehaald zou worden dan zou hij helemaal blind worden! Wie garandeert bovendien dat je, op jouw beurt, in staat bent om precies hetzelfde letsel aan te brengen? Stel je hebt iemand z’n oog voor een derde beschadigd, hoe zorg je ervoor dat je een identieke wond aanbrengt? Misschien wordt de beschadiging wel groter of juist kleiner. De kans bestaat ook dat de persoon aan het letsel komt te overlijden door bijvoorbeeld infectie. Er staat oog om oog en niet oog om het leven. Twee bladzijdes worden er in de Talmoed besteed aan het opsommen van wel tien verschillende redenen waarom ”oog om oog” niet letterlijk vertaald kan worden.

Nu dat we dit weten, moeten wij nog een vraag stellen: als vijf financiële vergoedingen gegeven moeten worden, waarom staat dit dan niet zo letterlijk en duidelijk in de Torah? Oog om oog kan zo gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Maar de Torah wil ons op een subtiele manier aangeven dat een dader met zijn financiële restitutie er nog lang niet is. Een mens en zijn lichaamsdelen zijn niet te koop. Anders zou je kunnen denken dat je rechts en links kunt slaan en amputeren, als je maar achteraf betaalt. Een heel rijk mens zou dan zorgeloos kunnen toeslaan en daarna met zijn financiële compensatie alles weer goed hebben gemaakt? “Welnee”, vertelt de Torah ons. “Heb jij het oog van je medemens afgehakt, dan zou eigenlijk jouw oog ook afgehakt moeten worden”. Oog om oog.

De Torah is niet uitsluitend een wetboek. Elk vers heeft vele betekenissen. Wanneer alleen de wet duidelijk beschreven zou zijn geweest dan hadden we alle andere verborgen lagen niet kunnen ontdekken.

Natuurlijk baseert de mondelinge leer zich ook op het schriftelijke deel. Er staat namelijk helemaal niet oog om oog. Er staat עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן, oog onder oog. Als je de letters van het woord עַ֔יִן, oog neemt en van elke letter neem je de letter die eronder komt, d.w.z. de letter die erna komt dan gebeurt er het volgende:

Na de עַ֚ Ajien komt de פ, Pee.
Na de יִ Joed komt de כ Kaf
Na de ן Noen komt de ס Samech.

Doe je deze drie nieuwe letters bij elkaar dan wordt het woord כסף gevormd dat geld betekent, de financiële compensatie en niet de lichamelijke wraak (Gaon uit Vilna)

De schriftelijke leer zelf laat duidelijk zien dat er een mondelinge leer bij hoort. De Torah zelf is het medicijn en de mondelinge leer is de bijsluiter. “Lees goed de bijsluiter voordat U dit geneesmiddel gaat gebruiken”, staat er op mijn doosje met medicijnen.

Hebreeuws mondeling

De Talmoed vertelt ons het verhaal van een niet-Jood die zich wilde bekeren en die bij de geleerde Hillel kwam om uitsluitend de schriftelijke leer tot zich te nemen. Hij wilde de mondelinge leer van de rabbijnen niet accepteren. Hillel wist dat deze man oprecht was, maar niet begreep waar de mondelinge leer voor diende. En zo kreeg hij zijn eerste les waarin Hillel hem een Aleph en een Beet liet zien.

De volgende dag leerde Hillel hem dezelfde twee letters maar omgekeerd. Van de Aleph zei hij dat het een Beet was en van de Beet dat het een Aleph was. De man protesteerde omdat hij de dag tevoren het precies omgekeerd had geleerd. In dat geval, zei Hillel, zie je dat je een Rabbijn en leraar nodig hebt om het alphabet te leren. Je moet mij dus vertrouwen dat ik de juiste traditie aan jou overbreng. Het lezen van het alphabet is een mondelinge leer. Je kunt niet leren lezen tenzij iemand jou vertelt wat er staat. En jij denkt de Torah te kunnen begrijpen zonder de uitleg van de Rabbijnen. Maar de verklaringen van de Torah zijn vele malen complexer dan het lezen van het alphabet! Zonder de mondelinge traditie zul je de Torah nooit kunnen vatten.

Datum bepalen

En nu terug naar het oogsten van de eerste gerst dat in onze Parasha besproken wordt. De vraag is wanneer dat gebeuren moest, op welke dag? Laten we de schriftelijke leer erbij halen met Wajiekra 23, vers 9 t/m 16:

וַיְדַבֵּ֥ר ֖ה אֶל־מֹשֶׁ֥ה לֵּאמֹֽר׃

G-d zei tegen Moshe om te zeggen. (vers D)

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּֽי־תָבֹ֣אוּ אֶל־הָאָ֗רֶץ אֲשֶׁ֤ר אֲנִי֙ נֹתֵ֣ן לָכֶ֔ם וּקְצַרְתֶּ֖ם אֶת־קְצִירָ֑הּ וַהֲבֵאתֶ֥ם אֶת־עֹ֛מֶר רֵאשִׁ֥ית קְצִירְכֶ֖ם אֶל־הַכֹּהֵֽן׃

Spreek tot het Joodse volk en zeg tegen hen: “Als jullie naar het land zullen komen dat ik jullie geef en jullie zullen de oogst oogsten en jullie zullen brengen één Omer (circa 2,5 liter), het eerste van jullie oogst naar de priester. (vers E)

וְהֵנִ֧יף אֶת־הָעֹ֛מֶר לִפְנֵ֥י ֖ה לִֽרְצֹנְכֶ֑ם מִֽמָּחֳרַת֙ הַשַּׁבָּ֔ת יְנִיפֶ֖נּוּ הַכֹּהֵֽן׃

En hij zal de Omer heen en weer bewegen vóór G-d, voor jullie genoegen, de dag na de Shabbat (feestdag) zal de priester het heen en weer bewegen. (vers F)

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen tellen voor jullie vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

עַ֣ד מִֽמָּחֳרַ֤ת הַשַּׁבָּת֙ הַשְּׁבִיעִ֔ת תִּסְפְּר֖וּ חֲמִשִּׁ֣ים י֑וֹם וְהִקְרַבְתֶּ֛ם מִנְחָ֥ה חֲדָשָׁ֖ה לַה׃

Tot de zevende Shabbat (week) zullen jullie 50 dagen tellen en jullie zullen een nieuw meel offer voor G-d brengen. (vers H)

Betekenis Shabbat

Wij hebben zojuist in  de schriftelijke leer gelezen dat het gerstoffer de dag na Shabbat gebracht moest worden, maar wat betekent ‘Shabbat’?

Wij denken natuurlijk allemaal dat Shabbat de zevende dag van de week is. En terecht dat klopt ook, maar dat is niet de enige vertaling. Eigenlijk betekent Shabbat in het Hebreeuws stoppen. Inderdaad is G-d op de zevende dag van de schepping gestopt met het creëren van nieuwe schepselen. Ook wij stoppen op Shabbat met het maken van nieuwe voorwerpen. Maar dat stoppen gebeurt ook op feestdagen ongeacht op welke dag van de week die vallen.

Het woord Shabbat heeft kennelijk nog meer verklaringen. Wanneer wij dit woord tegenkomen in de Torah kan het de volgende drie betekenissen hebben:

  1. de zevende dag van de week
  2. een feestdag, bijvoorbeeld Yom Kipoer wordt in de Torah Shabbat genoemd, terwijl het op een doordeweekse dag kan vallen. Zie bovengenoemd vers B. Ook Pesach kan Shabbat genoemd worden zoals in de verzen F en G.
  3. een hele week zoals in de verzen G en H

Wanner het Omer offer in de Torah besproken wordt staat erbij op welke dag het gebracht moest worden, namelijk מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת, d.w.z. de dag na de stopdag. Na welke stopdag? Het antwoord is, na de dag van het Pesachfeest, een dag wanneer werken verboden is.

Pesach is 15 Niesan en dus moest het Omer offer de volgende dag op 16 Niesan gebracht worden, ongeacht welke dag van de week dat was.

Dit hield in dat deze gerst de dag na Pesach geoogst moest worden en niet zoals de Tsedoekim beweerden. Zij waren een groep Joden die de mondelinge leer verwierpen en het woordje Shabbat maar op één manier vertaalden.

Zij waren van mening dat men na Pesach moest wachten totdat er  eerst een Shabbat, zaterdag voorkwam, en pas de volgende dag, op zondag, het Omer offer moest brengen. Omdat ze de mondelinge leer niet accepteerden, begrepen ze het vers verkeerd. Vandaar dat het brengen van het Omer offer met heel veel spektakel geschiedde, om te publiceren hoe deze mitswa op de correcte datum uitgevoerd moest worden.

En dus op de dag na Pesach d.w.z. op 16 Nissan, werd de gerst naar de tempel gebracht. Daar werd het geroosterd in een geperforeerde pan. Vervolgens werd het gemalen en 13 keer gezeefd. Een “Omer” (een hoeveelheid van circa 2,5 liter) werd vermengd met olie en wierook en in alle richtingen bewogen. Een kleine hoeveelheid van dit mengsel werd door de priester op het altaar verbrand. Wat er overbleef werd door de priesters gegeten. Pas na dit ritueel mocht het Joodse  volk van de nieuwe oogst gebruik maken.

Zie hier hoe het brengen van de Omer in de tempel gebeurde: https://www.youtube.com/watch?v=7c1WvQXGzUQ

Tellen

Op de dag na Pesach werd niet alleen het Omer offer gebracht. Op die dag begon men ook de dagen te tellen totdat de Torah zeven weken later ontvangen zou worden. Vandaag kunnen wij geen Omer offer  brengen omdat de Romeinen de tempel in Jeruzalem hebben verwoest. Echter tellen wij nog steeds de dagen vanaf Pesach tot aan het wekenfeest, Shawoe-ot.

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen voor jullie tellen vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

Na de uittocht uit Egypte begonnen de voorbereidingen voor het ontvangen van de Torah dat 7 weken later zou plaatsvinden.

Vanaf de dag na Pesach is het een mitswa om die zeven weken te tellen en elke week één van onze karaktereigenschappen te verbeteren. Zo bereiden wij onszelf ook nu voor, in de 21ste eeuw, om de Torah opnieuw op ons te nemen. De ballingschap in Egypte had het Joodse volk op het randje van een spirituele afgrond gebracht. Vanaf de uittocht uit Egypte kreeg iedere Jood zeven weken lang de gelegenheid om zijn karakter te verbeteren alvorens hij de Torah op de berg Sinai zou gaan ontvangen. Ook vandaag gebruiken wij deze weken om ons karakter te verbeteren.

In de eerste week werken wij aan חסד chesed, de liefde in ons leven. Ben ik in staat om liefde te voelen? Kan ik die liefde ook verwoorden aan diegenen van wie ik houd? Ben ik in staat om liefde te onvangen?

De tweede week ligt de focus op גבורה gewoera, het leggen van grenzen. Ben ik in staat om mijzelf te disciplineren? Geef ik mijn grenzen bij anderen aan?

De derde week kijk ik of ik in staat ben om met een ander mee te leven, תפארת tiferet. Ben ik er voor een ander volgens zijn mogelijkheden en niet de mijne?

De vierde week, נצח netsach, concentreren wij op het doorzetten ondanks tegenslag. Heb ik voldoende ambitie?

De vijfde week הוד hod, kijken we of wij dankbaar weten te zijn. Zijn wij in staat om toe te geven, om onze fouten te herkennen?

In week zes יסוד yesod, ligt de focus op communicatie en hechten. Verbind ik mij werkelijk met de mensen waar ik mee verbonden hoor te zijn?

De laatste week, nummer 7 , ontwikkelen wij onze capaciteiten om leiding te geven, מלכות malchoet. Ben ik voldoende zelfverzekerd om leiding te geven? Komt mijn motivatie om te leiden door onzekerheid of door een verlangen om positieve invloed te hebben?

Maar wanneer begint het tellen en dit verbeterproces precies? “Vanaf de dag na de Shabbat” staat er. Onze geleerden vertellen dat Shabbat in dit geval niet de zevende dag van de week betekent, maar de dag na het feest. Welk feest? Pesach. Want ziet U, de betekenis van het woord “Shabbat” is niet altijd de zevende dag. Shabbat betekent stoppen. En net zo goed als wij stoppen met creatieve activiteiten wanneer wij Shabbat vieren, zo ook moest het Joodse volk stoppen met hun verankering in de Egyptische cultuur om zo hun weg langzaam maar zeker naar de berg Sinai te vinden.

Toen en nu ook. Hoe vaak zijn wij wel niet op het randje? Iedereen zijn eigen randje… we zitten vast, geblokkeerd in gewoontes waar wij vanaf willen en G-d geeft ons de mogelijkheid om te stoppen (Shabbat), elke dag weer. Het is aan ons om die dagelijkse gelegenheden aan te pakken. Door het tellen van de Omer realiseren wij ons dat wij wel degelijk kunnen stoppen.

Elke week is er een nieuwe karaktereigenschap aan de beurt. Elke dag wordt geteld:

  1. וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem staat in de Torah en dat betekent: “Jullie zullen tellen”.
  2. Maar וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem betekent ook, jullie zullen schijnen als een saffier.
  3. en ook jullie zullen verbeteren לשפר (leshaper)
  4. Ten slotte kun je het woord ook nog relateren aan ספור (sipoer), een verhaal.

Werk aan je karakter

De uittocht uit Egypte, de zeven weken tellen en het ontvangen van de Torah zijn samen het verhaal ספור (sipoer) van onze ziel; dat wij behalve eten, slapen en werken nog een andere dimensie hebben. Dat wij als mens in staat zijn om boven onze natuurlijke instincten, gewoontes en neigingen uit te stijgen. Wij kunnen ons leven inderdaad verbeteren en schijnen als een saffier. Het tellen van de dagen herinnert ons aan het feit dat wij onszelf los kunnen maken van onze verankering in de Egyptische of Nederlandse cultuur. Dat we langzaam maar zeker, dag in dag uit, week in week uit, ons karakter weten om te buigen om een plezierig mens te worden voor onszelf en voor onze omgeving.

Nee, we zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wij kunnen kiezen om daar bovenuit te stijgen. Wat ons voorgeschoteld wordt in het leven kunnen wij niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Ons grootste knelpunt is wanneer wij vast gaan zitten in het verleden of in de problemen en fouten die anderen ons aandoen. Jij en ik zijn in staat om dit te stoppen. Vandaar dat we beginnen te tellen na de Shabbat (= stoppen). Eerst stoppen met verkeerde vastgeroeste patronen en daarna beginnen met tellen, schijnen en verbeteren. 

Pak de regie op, werk aan je karakter, bereid je voor en de berg Sinai komt al in zicht. Een berg waar G-d ons omarmd heeft, ons gekozen heeft en ons op een podium gezet heeft. Wij werden toen gekozen als de ambassadeurs van de Koning der koningen. Wij bewegen ons in een materiële wereld maar eigenlijk is dit schijn. Ons werkelijke leven en de realiteit is helemaal niet van deze wereld. Wij zijn op reis, van Egypte naar Israël. Met zweet en tranen werken wij aan onszelf en proberen wij te stoppen met ongewenst gedrag. Elke dag en elke stap brengt ons een stukje dichter bij de berg. Goede reis!

Bracha Heintz

www.chabadutrecht.nl

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

One Reply to “Emor | Stoppen, tellen en verbeteren”

  1. Heel mooi en interessant.Onze kleinzoon heeft nu na drie jaar de vijf boeken Thora geleerd en gaat nu denk ik verder met de mondelinge leer.Hij wordt negen.Deze PARASJA is echt prachtig uitgelegd.Je bent geen slachtoffer van de omstandigheden,je kunt ervan leren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂