Inspiratie, perspiratie, realisatie

Dat G-d ons de stenen tafelen geschonken heeft is ons wel bekend. De Midrasj vertelt ons de details van deze cruciale gebeurtenis: G-d was op zoek naar een volk dat Zijn Tora zou accepteren. De Edomieten waren niet geïnteresseerd omdat er in staat: ”jij zult niet vermoorden”. De Ismaëlieten wilden het niet, omdat er in staat: “Jij zult niet stelen” en de Moabieten konden niet van het leven genieten, omdat er in staat: “ Jij zult geen overspel drijven”. Toen G-d bij het Joodse volk aankwam werd Hem gevraagd hoeveel het kostte. Toen G-d zei dat het gratis was konden zij hun geluk niet geloven: “ Geef er ons maar twee” was hun respons.
Dit laatste is omdat wij nog een beetje in de Poeriem stemming zijn want in de realiteit was het antwoord van het Joodse volk: “ Wij zullen doen en (daarna) zullen wij (trachten) te begrijpen”. Als beloning voor hun loyaliteit schonk G-d aan iedereen twee kronen. Hoe dan ook zijn wij er voordelig van af gekomen.
Dit is trouwens niet het enige geval dat wij twee voor de prijs van één hebben gekregen. Als wij kijken naar het vieren van het nieuwe jaar, zien wij bij alle volkeren dat dit één keer per jaar gebeurt. Bij ons vier keer! Inderdaad, Het Joodse jaar heeft vier Rosj Hasjana’s. Uit bescheidenheid echter zullen wij ons in dit artikel tot twee beperken.
In het algemeen staat Rosj Hasjana bekend als de eerste dag van de maand Tisjrie, de dag waarop wij de sjofar blazen. Toch is de eerste van de maand Niessan ook een nieuw jaar, weliswaar minder bekend maar toch even belangrijk. Het verschil? 1 Tisjrie is de geboorte van de wereld, 1 Niessan de geboorte van het Joodse volk.
Laten wij onze geboorte groots vieren door het ABC van het Jodendom te leren of terwijl het Alef, Beit en Ĝimmel.
Alef is het begin.
Beit is het midden.
Ĝimmel is het einde.
Eigenlijk heeft alles een begin een midden en een einde. Het begin is de inspiratie. Het midden dat het moeilijkste gedeelte is, is het toepassen van het idee en het einde is het plezier dat men heeft van de realisatie van het project.
Inderdaad, als wij proberen iets belangrijks te realiseren, doen wij dat meestal in drie fases:
De eerste fase is de inspiratie, het concept of het idee.
De tweede fase is de toepassing, d.w.z. dat wij het idee realiseren.
In de derde fase is het idee reeds geconcretiseerd en wij kunnen vanaf dat moment de vruchten van ons werk plukken.
Het bovengenoemde is van toepassing op elke belangrijke taak.
Als iemand, bijvoorbeeld een huis wil bouwen, neemt hij eerst een architect in dienst om zijn ideeën vorm te geven.
Daarna moet hij met de aannemer in zee die vervolgens aan de slag gaat. In deze moeilijke fase krijgt hij te maken met verschillende bouwvakkers.
Uiteindelijk, na veel bloed, zweet en tranen, mag hij genieten van zijn droomhuis.

Het begin en het einde van een project verlopen meestal zonder veel problemen. De visie in het begin en de realisatie aan het einde zijn, in wezen, spirituele aangelegenheden. De kracht gespendeerd tijdens de tweede fase is vaak een bron van veel mentale en emotionele ellende. Vaak gaat men zelfs achteruit voordat men vooruit kan gaan. Bijvoorbeeld, als men een huis gaat verbouwen moet men vaak eerst de muren afbreken voor dat men nieuwe muren kan plaatsen. Een vreemde die het huis binnenkomt kan denken dat de huisbaas een beetje gek is, gezien dat hij een goed huis aan het afbreken is. Midden in de renovaties wordt de eigenaar ook gek van de stof, de rommel en het ongemak. Hij kan zich afvragen waar hij eigenlijk aan begonnen is en gaan twijfelen of hij niet de verkeerde beslissing genomen heeft. Pas als de verbouwing af is, heeft hij uiteindelijk plezier van de realisatie van zijn plannen.

Een dergelijk voorbeeld: de huisarts deelt iemand mee dat hij aan een ernstige ziekte lijdt. Een zware behandeling moet volgen. In het begin, wil de patiënt behandeld worden, omdat hij het eind resultaat in gedachte heeft. Maar terwijl hij bezig is met de artsen, de medische testen en de soms “onverwachte” complicaties, wordt de patiënt vaak wanhopig. Alleen na afloop, is hij uiteindelijk blij dat hij de behandeling heeft doorgezet.

Toen onze voorouders in Egypte slaven waren, heeft Mosjé hetzelfde ervaren. Eerst, bij de G-ddelijke openbaring bij de brandende doornstruik was alles duidelijk. Mosjé ging vol vertrouwen naar Egypte om het Joodse volk te bevrijden. Maar toen hij bij Farao aankwam met de boodschap dat de Joden vrijgelaten moesten worden, was Farao niet onder de indruk. Na de eerste ontmoeting was de situatie voor de Joden alleen verslechterd: de Joden moesten vanaf dat moment zelfs hun eigen stro verzamelen om bakstenen te maken. Als zij niet genoeg stro hadden moesten zij Joodse kinderen gebruiken in plaats van bakstenen. De situatie werd zo slecht dat de Joodse leiders tegen Mosjé zeiden: “Laat G-d zijn oordeel uit- spreken tussen U en ons.” Mosjé zei hierop tegen G-d, “Waarom heeft U dit volk zo slecht behandeld? Waarvoor heeft U mij gestuurd? ”
Dezelfde Mosjé’ die bij de brandende doornstruik een visie van de verlossing had gehad, werd wanhopig. Het was duidelijk een achteruitgang. Alleen veel later toen de Joden door de Rode Zee gingen, konden zij zingen: “Dit is mijn G-d en ik zal Hem loven.”

Ook m.b.t. de schepping van de wereld zien wij duidelijk deze 3 fases. De geleerden vertellen ons dat G-d, vóór de schepping alleen in de wereld was. In de eerste fase, had G-d en visie van een wereld waar zijn aanwezigheid niet tastbaar zou zijn. Toch, in die wereld moest zijn aanwezigheid geopenbaard worden. (Had G-d een wereld zonder gebreken geschapen dan zou zijn aanwezigheid vanzelfsprekend zijn geweest. Daarom moest G-d een wereld maken waarin zijn aanwezigheid verborgen was). Hierdoor kwam ook de mogelijkheid om G-d’s aanwezigheid in de wereld te ontkennen.
De toepassing van G-d’s visie in deze onvolmaakte wereld verliep niet zonder problemen. Al op de eerste dag van de schepping, heeft Adam, van de “Boom van het Weten van Goed en Slecht” gegeten. Kayin vond in deze wereld de mogelijkheid Hevel (Abel) te vermoorden.
Over de tweede fase kunnen wij een lange lijst maken van tragedie en leed. Toch moeten wij het doel van de schepping niet vergeten. Uiteindelijk, in de derde fase zal in deze onvolmaakte wereld het G-dde-lijke doorschijnen. Dit is de finale fase – de uiteindelijke verlossing, zoals er staat, “Dan zal al het vlees zien dat de mond van G-d gesproken heeft.” D.w.z. dat iedereen vanzelfsprekend het G-ddelijke in alles zal herkennen.
Wij vieren Pesach niet alleen om de geschiedenis van onze voorouders te herdenken, maar ook als blik in de toekomst. D.m.v. de geschiedenis is het de bedoeling dat wij gaan beseffen dat een verlossing realiteit is. Wij doen op de Seider avond de deur open, letterlijk en figuurlijk om Elijahoe de profeet te verwelkomen. Hij is diegene die de uiteindelijke verlossing zal aankondigen.

Rabbijn A.L. Heintz

Delen is ontvangen:
Posted in Inspiratie