Kie Tiesa | Hoe meer je geeft, hoe rijker je wordt

Kie Tiesa | Hoe meer je geeft, hoe rijker je wordt

Geld hebben wij in bruikleen. G-d geeft het ons om te gebruiken: voor jezelf, maar ook voor anderen. Goed doen en doorgeven. Je zult zien dat je jezelf hiermee een enorme verdienste doet, zowel in deze als in de toekomstige wereld. Hoe meer je geeft, hoe rijker je wordt.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

In de tabernakel werden allerlei offers gebracht. In deze bijzondere tent, midden in de woestijn, gaf G-d een mogelijkheid aan het Joodse volk om verzoening te bewerkstelligen na de zonde van het gouden kalf. Zie hierover het artikel waarin het verband tussen offers en vergiffenis wordt uitgelegd. Nu lezen? Klik hier.

Offers waren dé manier om de relatie weer goed te maken.

Offers toen en nu

Er waren individuele offers, bedoeld voor mensen die zelf een fout hadden begaan. Zij konden hier vergiffenis voor verkrijgen door het brengen van een offer. Dit offer kon zowel in de tabernakel in de woestijn, als in de tempel later in Yerushalayim, gebracht worden.

Daarnaast bestonden er ook collectieve offers. Er werd bijvoorbeeld elke ochtend en elke middag een schaap op het altaar gebracht. Het ochtendschaap was om de fouten van het hele Joodse volk die in de nacht waren begaan te vergeven. Het middagschaap was voor de overtredingen overdag.

Sinds de verwoesting van de tempel, bijna 2000 jaar geleden, worden er geen offers meer gebracht. Er is namelijk een verbod om offers buiten de tempel te brengen. Zo hebben onze geleerden het ochtend- en het middaggebed ingesteld die met de dagelijkse offers overeenkomen. Vandaar dat het ochtend- en middaggebed verplicht zijn, terwijl het avondgebed, dat geen enkel offer vervangt, facultatief is. Vandaar ook dat wij op Shabbat en op feestdagen een extra gebed uitspreken, het zogenaamde moesaf-gebed, (moesaf betekent toegevoegd) omdat er vroeger in de tempel, op deze bijzondere dagen ook een extra offer gebracht werd.

Halve shekel

De kosten van de collectieve offers moesten gezamenlijk gedragen worden. De parasha van deze week begint hiermee: een jaarlijkse donatie door iedereen boven de 20 jaar. Dit was een vast bedrag. Niets meer en niets minder dan een halve shekel per persoon, zie Kie Tiesa 30, 11-16. Tegelijkertijd was dit dé manier om een volkstelling te doen.

Mensen tellen ‘hoorde’ namelijk niet. Koning Shaul bijvoorbeeld, wilde weten hoeveel soldaten er waren en hij beval ze om ieder een bokje te brengen. Hij telde de bokjes, zie Shmuel 1, 15-4. Toen koning David het Joodse volk wél gewoon ging tellen, brak er daarna een plaag uit waarbij 70.000 zielen het leven verloren, zie Shmuel 2, 24-15.

Moshe telde de uitgedeelde munten om erachter te komen hoeveel Joden er waren. Iedereen had een halve munt gegeven. Waarom een halve munt? Om te laten zien dat wij op onszelf nooit volmaakt kunnen zijn. We hebben altijd een tweede helft nodig, een andere persoon om het beeld compleet te maken, om de krachten bij elkaar te bundelen, om een geheel te vormen en vooral om bescheiden te blijven.

Tellen zonder cijfers

Kennelijk is het tellen van Joden geen gunstige zaak, zoals de Talmoed ons in Baba Metsia 42a leert: Er kan geen zegen rusten op iets dat gewogen, gemeten of geteld wordt. Het tellen onderscheidt namelijk de ene persoon van de andere en om G-d’s zegen te ontvangen is eenheid en saamhorigheid van cruciaal belang – en niet individuen en verschillen.

Als wij in de synagoge willen weten of er wel 10 mensen aanwezig zijn om bepaalde gebeden te kunnen zeggen, dan pakken we Psalm 28 erbij. Vers 9 heeft namelijk precies tien worden. Kijk maar:

הוֹשִׁ֤יעָה אֶת־עַמֶּ֗ךָ וּבָרֵ֥ךְ אֶת־נַחֲלָתֶ֑ךָ וּֽרְעֵ֥ם וְ֝נַשְּׂאֵ֗ם עַד־הָעוֹלָֽם׃

Red jouw volk en zegen jouw erfdeel, hoed hen en verhef hen voor altijd.

We wijzen elke man aan terwijl we per persoon één woord uit deze zin uitspreken. Als het vers volledig is opgezegd, weten we dat er precies tien man geteld zijn zónder cijfers op te noemen.

Tellen en verheffen

Onze Parasha begint met de volgende woorden, (Kie Tiesa 30, 12):

כִּ֣י תִשָּׂ֞א אֶת־רֹ֥אשׁ בְּנֵֽי־יִשְׂרָאֵ֘ל לִפְקֻדֵיהֶם֒ וְנָ֨תְנ֜וּ אִ֣ישׁ כֹּ֧פֶר נַפְשׁ֛וֹ לַיהוָ֖ה בִּפְקֹ֣ד אֹתָ֑ם וְלֹא־יִהְיֶ֥ה בָהֶ֛ם נֶ֖גֶף בִּפְקֹ֥ד אֹתָֽם׃

Wanneer jij het hoofd van de kinderen van Israël zult verheffen (tellen) volgens hun getallen, en ieder mens zal geven een vergiffenis (de halve shekel voor de offers) voor zijn ziel voor G-d, wanneer jij ze telt en er zal bij hun geen plaag (zoals er bij koning David gebeurde) zijn wanneer jij ze telt.

Vervolgens vertelt de Torah ons hoeveel iedereen moest geven. Het geld werd gebruikt voor de aanschaf van de dagelijkse collectieve offers, vandaar dat de donatie een vergiffenis genoemd wordt.

Wat opvalt is dat de Torah het woord verheffen gebruikt in plaats van het woord tellen. Kennelijk wordt een mens verheven door het geven van geld. De Torah geeft hier een geheime boodschap door: wie geld weggeeft, bereikt een subliem niveau. Wanneer je uitsluitend voor jezelf leeft en niets met een ander deelt, dan blijf je in alle opzichten in deze lage materiële wereld. Gebruik je het geld en de materie hier op aarde voor een ander, dan breng je jezelf naar een andere dimensie toe.

De molen in Jerusalem, gedoneerd door M. Montefiore foto: Ike Harel

Sir Moses Montefiore was een Joodse Britse filantroop die in de 19de eeuw leefde. Hij was rijk, zeer rijk en gaf enorme bedragen weg aan joodse doeleinden. Hij heeft o.a. de molen in Jeruzalem laten bouwen om de toenmalige zeer arme bevolking te voorzien van een bron van inkomsten. Deze molen is recentelijk gerenoveerd door een bewoner uit Utrecht.
Er werd eens gevraagd aan Sir Moses Montefiore wat zijn vermogen waard was, waarop hij een getal aangaf waarvan de toehoorder al kon begrijpen dat dit veel minder was dan hij werkelijk bezat. Hij zei: “Je vroeg mij niet hoeveel geld ik heb, maar wat ik waard ben. Nou, ik ben waard – en ik bezit hetgeen ik gegeven heb. Dit kan namelijk nooit iemand van mij afnemen. Het geld dat ik op de bank heb staan, is er vandaag, maar of het er morgen is, weet ik niet.”

Met andere woorden; wij, als individu zijn een minuscuul en onbelangrijk deel van de schepping, in de schepping. Totdat wij iets geven. Dan veranderen de verhoudingen. In werkelijkheid bezitten wij uitsluitend hetgeen wij weggegeven hebben.
Dit principe geldt voor individuen, maar ook collectief. Kijk maar naar het Joodse volk. Wij vormen nog geen 1% van de wereldbevolking, maar onze bijdragen in de wetenschap, in de kunst, in morele waarden en ethiek zijn immens groot. Dit is wat er duidelijk in onze parasha staat; wanneer je geeft, verhef je jezelf.

Tsedeka zaaien

In Hoshea 10-12 staat er:

זִרְע֨וּ לָכֶ֤ם לִצְדָקָה֙ קִצְר֣וּ לְפִי־חֶ֔סֶד

Zaai voor jullie voor Tsedaka, oogst volgens liefdadigheid.

Het geven van Tsedaka, geld voor liefdadigheid, wordt vergeleken met zaaien. Net zoals je met zaaien kleine droge zaden in de aarde plant en later fantastische rijpe sappige vruchten kunt oogsten, is het ook met het zaaien van geld. Hetgeen wat je terugkrijgt voor het weggeven van geld is onvergelijkbaar met hetgeen je gegeven hebt. Wat je terugkrijgt is vele malen groter en beter dan wat je gezaaid hebt.

Tsedaka-busje mét molen in Jeruzalem

Tsedaka redt ons van de dood vertellen onze geleerden. En wanneer het je ‘van de dood kan redden’, des te meer dat het je beschermt tegen minder ernstige narigheden en gevaren. Zo wordt het dagelijks geven van een klein bedrag vergeleken met het maken van een harnas, dat opgebouwd is uit verschillende kleine onderdelen. Elk geldstuk is één deel. De bescherming is optimaal. Elk muntje vormt een onderdeel van het harnas, gelijk de schubben die de vis tegen vijanden en scherpe objecten beschermt.

De dochter van Rabbi Akiva

Zo wordt er verteld over Rabbi Akiva, een grote geleerde die door de Romeinen doodgemarteld werd in het jaar 135. U kunt zijn graf in Tiberias bezoeken.   Hij was door waarzeggers gewaarschuwd dat er iets vreselijks met zijn dochter zou gebeuren op de dag dat zij zou trouwen. Ons lot ligt echter niet in de handen van waarzeggers.

G-d staat boven alles – en ook al zou er iets slechts voor een mens bestemd zijn, dan kan hij door zijn goede gedrag en lieve daden het van het ene extreem naar het andere veranderen. Kijk maar naar de stad Ninweh. Deze stad zou verwoest worden, maar dankzij de profeet Yonah die de bewoners waarschuwde over de door G-d geplande verwoesting, zijn zij tot inkeer gekomen. Hun stad werd niet verwoest!

Ook rabbi Akiva heeft de waarzeggers genegeerd en zijn dochter toch laten huwen. De avond na de bruiloft deed zij haar sluier uit. Ze stak de haarspeld waarmee haar sluier in haar haar vast had gezeten in de muur. Toen zij de volgende ochtend haar speld uit de muur haalde vond ze tussen de stenen een dode slang. Zonder er bewust van te zijn, had ze met haar speld de slang in de muur doodgestoken.

Bij het aanschouwen van de dode slang schrok zij vreselijk en rende naar haar vader om het voorval te vertellen. Rabbi Akiva zag direct de link met de voorspelling van de waarzegger. Inderdaad, het leven van zijn dochter was in groot gevaar geweest. Ze was gered, dat was duidelijk. Maar wat was haar verdienste om deze verlossing van een zekere dood te mogen beleven?

Rabbi Akiva begreep al lang dat zijn dochter iets bijzonders had uitgevoerd om dit te kunnen verdienen. Hij vroeg het zijn dochter, die diep moest nadenken wat er allemaal op de dag van haar bruiloft gebeurd was. In eerste instantie kon zij niets bedenken, maar ineens herinnerde zij zich dat een zeer arme man bij het diner kwam aanzetten. Hij vroeg om eten bij het personeel, maar deze mensen waren veel te druk om hem überhaupt te zien of te helpen. En dus nam zij het initiatief in eigen handen. Zij, de bruid, liep in haar prachtige gewaad naar de keuken, haalde een bord vol met eten en overhandigde het aan onze armoezaaier. Dat was het, concludeerde Rabbi Akiva: “Tsedaka redt van de dood. Omdat je voor deze arme man gezorgd hebt, heb je je eigen leven gered.”

Verrijkend

Zo komen we bij nog een voordeel van het weggeven van geld. Het is één van de weinige mitswot waar je al in deze wereld voor beloond wordt. In de Torah staat: Geef 10% zodat je rijk zult worden.

Hoor ik U nu zeggen dat G-d toch Zelf het geld eerlijk had kunnen verdelen? Als Hij zo graag wilde dat de armen er beter voor zouden staan – en Hij inderdaad almachtig is, waarom heeft Hij dan rijke en arme mensen op aarde neergezet? Waarom niet iedereen gelijk en het geld eerlijk Zelf verdelen? Het antwoord is verrijkend: G-d wilde óns de verdienste geven om een hele grote mitswa te doen.

G-d geeft jou en mij enorme hoeveelheden geld in bruikleen. Denk niet dat het geld van jou of van mij is. Dat geld is niet bedoeld om allemaal voor jezelf te gebruiken. Nee, we schuiven het geld gedeeltelijk door en daarmee doen wij onszelf een enorme gunst zowel in deze als in de toekomstige wereld.

Eigenlijk, in plaats van dat de armen ons bedanken, is het aan ons om juist hen erkentelijk te zijn. Zij zijn het, die ons de gelegenheid geven om deze enorme verdienste en bescherming voor onszelf te bewerkstelligen. Of het nu gaat om behoeftige mensen of organisaties die goed werk doen, wij weten de gelegenheden te waarderen die G-d op ons pad brengt om te doneren en daardoor verdiensten voor onszelf opeen te stapelen. Zoals ook te lezen is in Dewariem (14-22):

עַשֵּׂ֣ר תְּעַשֵּׂ֔ר אֵ֖ת כָּל־תְּבוּאַ֣ת זַרְעֶ֑ךָ הַיֹּצֵ֥א הַשָּׂדֶ֖ה שָׁנָ֥ה שָׁנָֽה׃

Je zult een tiende heffen, je zult een tiende heffen van alle oogst van jouw zaaien dat elk jaar uit het veld komt.

Doorgeven

Waarom staat er twee keer Je zult een tiende heffen?

Tien in het Hebreeuws is עשר en rijk is ook עשר. Het ene woord schrijf je met een sien, dan staat het puntje van de letter links. Het andere woord schrijf je met een shien. Dat is in wezen dezelfde letter alleen staat het puntje nu aan de rechter kant.

Echter, in de Torah staan er geen puntjes!
Enerzijds  zou je kunnen zeggen dat een tiende geven er twee keer staat. Herhaling wordt weleens gebruikt om iets te benadrukken.
Anderzijds  kun je het als volgt lezen: geef een tiende opdat je rijk zult worden, in materiële en spirituele zin, want Tsedaka geven is één van de weinige mitswot waar je al in deze wereld voor beloond wordt. Zo uitgelegd staat er niets twee keer.
De eerste עשר betekent een tiende en de tweede עשר betekent rijk worden.

Stel je voor dat je bij een verjaardagsfeestje bent en jou een schaal vol lekkernijen gepresenteerd wordt. Is dan alles voor jou of is het de bedoeling dat je een deel voor jezelf neemt en vervolgens de schaal doorgeeft aan je buurman?

Zo ook geeft G-d ons in deze wereld schalen vol met lekkernijen, geld, en andere geschenken. Zou het de bedoeling zijn om alles voor onszelf te bewaren? Is het werkelijk van ons? Of zullen we als doorgeefluik functioneren en alleen bewaren wat wij nodig hebben? Daarom is het woord voor geld weggeven in het Hebreeuws niet liefdadigheid, maar Tsedaka dat rechtvaardigheid betekent. Met het geven van je geld doe je eigenlijk niets speciaals. Het is alleen maar juist en rechtvaardig. Je hebt het geld te leen om het verder door te geven. Het is nooit van jou geweest.

Met dit inzicht zul je geen moeite hebben om het weg te geven. Want wie heeft nou bezwaar tegen het retourneren van bezittingen aan de oorspronkelijke eigenaar en er nog een verdienste aan over houden ook!

Belangrijkste gebod

Als klap op de vuurpijl moet ik nog even benoemen dat Tsedaka in de geschriften vaak als dé mitswah genoemd wordt. Het belangrijkste gebod dat een mens hier op aarde kan vervullen. Het is niet alleen heel belangrijk, het is alomvattend. Want ziet U, geachte lezer, wanneer U een willekeurige goede daad verricht, dan gebruikt u daar meestal één bepaald deel van Uw lichaam voor. U luistert naar de sjofar of naar de megilah met Uw oren, U leert Torah met Uw hersens en gebruikt Uw mond om lieve en aangename woorden uit te spreken.

Maar wanneer U geld weggeeft, dan geeft U alles van Uzelf weg. Dat geld heeft U verdiend door er heel veel verschillende krachten in te stoppen. Uw hele lichaam is er mee gemoeid geweest. Denk alleen maar aan alle energie die U al stopt om Uw werkplek te bereiken plus nog alle vermoeienis en concentratie die U in Uw werk investeert. Dit alles verheft U bij het doneren van een deel van Uw salaris.

Neem je 10 à 20 % (volgens de Joodse wet het verplichte deel) en geef je dat weg, dan verhef je niet alleen het weggegeven percentage, maar ook het deel dat je voor jezelf bewaart, aangezien de 10% nauw verbonden en afhankelijk is van de resterende 90%. En zo heb je alles naar een hoger niveau gebracht, de 10% en de 90%. Alle handelingen die je verricht om je werk te doen en je salaris binnen te krijgen hebben nu een andere betekenis gekregen. Ze hebben een eeuwige vonk in jou en in het geld geïnjecteerd.

Wat als het geld niet door jou verdiend is? Je hebt het ontvangen, geërfd of op welke manier dan ook verkregen? Dan nog verhef je het gegeven én het resterende deel door er een percentage van weg te geven. Je had dat geld namelijk kunnen gebruiken om ermee in je levensonderhoud te kunnen voorzien. Je had er voedsel mee kunnen kopen, een onderkomen of andere genoegens mee kunnen aanschaffen. Dit alles zet je opzij en je geeft het weg. Door het geven van Tsedaka geef je letterlijk een deel van je leven weg. Zo zien wij dat zelfs iemand die van Tsedaka leeft alsnog 10% van zijn ‘inkomen’ weg hoort te geven aan een ander, ook al is het maar één cent! Waarom zou de arme man de mogelijkheid ontnomen worden om beschermd te zijn en rijk te worden?

 En ik durf te zeggen: ga ervoor! Regel die maandelijkse afschrijvingen en zorg dat zodra er geld binnen komt, je er minstens 10% gelijk van opzij zet. Vul je huis en je zaak met Tsedakabusjes. Begin je dag elke ochtend door een munt door dat gleufje heen te gooien. Creëer daarbij elke dag weer opnieuw een deel van je harnas dat je gedurende de hele dag zal beschermen. Zorg dat dit doosje zo vol raakt dat je de muntjes niet eens meer hoort rinkelen. Wees dankbaar dat je de gelegenheid hebt om dé mitswah te doen.

En besef dat hoe meer je geeft, hoe rijker je wordt. Durf je?

Bracha Heintz

Gebaseerd op Tanya

Doneren

 

Mooi voorbeeld van Joodse bijdrage aan de wetenschap.

 

Volg ons!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

🎬 Video Chanoeka 2018

Bekijk alle video’s op YouTube .

Utrechters tegen antisemitisme-actie

De bijeenkomst van zondag 13 januari is goed verlopen. Lees hier een update!

Steun Chabad Utrecht


Iedere bijdrage komt ten goede aan Chabad Utrecht. Rabbijn Heintz kan zo zijn werk doen voor de Joodse Utrechters die een beroep op hem doen. Meer…
Facebook  –  Twitter

Volg ons!

Facebook
Twitter
YouTube

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht