Poeriem, eenheid en Tora

De zegen die het Joodse volk van G-d geniet is afhankelijk van de Joodse eenheid, zoals aangeduid in het achttiengebed (vrag vbuna): “Zegen ons, onze Vader, allen als één.” ubkf ubhct ubhfrc” “sjtf Onze geleerden leggen uit dat de zegen van G-d alleen op ons berusten kan wanneer wij een eenheid vormen. Waar verdeeldheid heerst ont-breekt G-d’s zegen.
Joodse eenheid vloeit voort uit de Tora, zoals er staat, t,hhrutu k-trah” “sj tkuf v”cueu “Israël, de Tora en G-d zijn allen één.” Het is de Tora die ons met elkaar bindt. Deze eenheid stamt van de Berg Sinai af, waar het volk Israël zo veel met elkaar verenigd was dat het als één mens met één hart beschouwd werd.
Door de eeuwen heen tot aan vandaag de dag toe blijft de Tora het bindende factor binnen het Joodse volk. Waar ter wereld een Jood ook komt, zijn de wetten en vaak ook de gebruiken in grote lijnen hetzelfde. Dit geeft altijd een prettig gevoel van saamhorig-heid. Men kan duizenden kilometers van huis zijn en zich toch thuis voelen.
Het ontbreken van eenheid onder het Joodse volk was de basis van Haman’s aanklacht. Toen de slechte Haman aan de koning Achasjwerosj toe-stemming vroeg om de Joden uit te roeien, zei Haman, “Er is één volk [toch is het] verstrooid.” m.a.w. de eenheid onder het Joodse volk ontbrak.
Haman wist dat als de Joodse eenheid wankel is, de Joden dan ook zwak en kwetsbaar zijn.
De Joodse koningin Esther had begrepen hoe Haman de mogelijkheid had gekregen de Joden aan te vallen; de Joodse eenheid was aangetast door gebrek aan verbon-denheid met de Tora. Immers, het hele pro-bleem was bij het feest van Achasjwerosj begon-nen, waar sommige Joden zich niet aan de wetten van de Tora hadden gehouden en van ongeoor-loofde spijzen hadden genoten.
Om de eenheid van het Joodse volk te waarbor-gen en de Joden van de decreten van Haman te redden, heeft Esther aan Mordechai gevraagd om actie te ondernemen: “Verzamel alle Joden … en vast … en eet en drink niet.” Het verstrooide volk moest bijeenkomen en weer één worden.
De Midrasj leert ons dat door te zeggen “vast” en ook “eet en drink niet” bedoelde Esther dat het Joodse volk moest vasten; waarom? “eet en drink niet” omdat zij bij het feest van Achasjwerosj gegeten en gedronken hadden.
Alleen na dat de aange-taste eenheid van het Joodse volk d.m.v. vasten en inkeer hersteld was, kon Esther naar de koning toe gaan om zijn medelijden voor het Joodse volk te vragen.
Daarna, toen de Joden van de slechte decreten van Haman gered waren, besloten zij hun verbin-ding met de Tora verder te versterken, zoals er in de Megila staat, “De Joden hebben vastgesteld en op zich genomen…” De geleerden zeggen hier-over, “De Joden hadden vastgesteld hetgeen zij reeds eerder op zich genomen hadden bij het geven van de Tora.” Door de Tora werd het Joodse volk weer één.
Ook onze viering van Poeriem moet leiden tot versterkte Joodse eenheid.
Wij komen bijéén om de Megila te horen. In geest van liefde voor onze medejoden (k-trah ,cvt),
geven wij aalmoezen aan de armen (ohbuhctk ,ub,n). Wij sturen kosjere etenswaren aan elkaar. (,ubn jukan). De feestmaal eten wij samen als een gemeente.
Laten wij hopen dat door onze Poeriem viering de Joodse eenheid bevorderd wordt en dat wij allemaal door G-d als één gezegend zullen worden.

Rabbijn A. L. Heintz

Delen is ontvangen:
Posted in Poerim