Tag: Rav YY Jacobson

Wajechie | Trauma of transformatie

Wajechie | Trauma of transformatie

Yosef, de man die zo veel meemaakt en toch altijd en overal zijn licht laat schijnen. Niks posttraumatische stressstoornis. Het lukt Yosef om zijn moeilijkheden te gebruiken als bron van inspiratie. Zo roept Yosef ons op, om ondanks alle uitdagingen die het leven met zich meebrengt, toch vol te houden.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het is zo ver. Deze week lezen we de laatste parasha van Bereeshiet, het eerste boek van de vijf boeken van de Torah. Het is altijd spannend om iets af te maken en helemaal zo’n goed boek vol met gebeurtenissen en intriges. Waar eindigen we mee? Toch met een vrolijk stukje hoop ik. Nee, het eindigt met het sterven van Yosef, de held van Bereeshiet.

De held? Hoe zit het dan met Noach of de aartsvaders? Waren zij geen helden? Jazeker, maar kennelijk was G-d verliefd op Yosef. Hij blijft over hem vertellen, het ene vers na het andere, het ene hoofdstuk na het andere. Wekenlang horen wij zijn verhaal;

Hoe zijn moeder, Rachel, hem uiteindelijk baart, lang nadat haar zuster al veel kinderen had gekregen en zij geen.

Hoe Yosef’s moeder stierf toen hij nog maar 9 jaar oud was.

Op zijn 17e wordt hij door zijn eigen broers uit jaloezie in een put gegooid en vervolgens als slaaf verkocht. Wat een ellende!

Hij komt in Egypte terecht, waar hij dienaar wordt in het huis van Potiefar. Na een tijdje te hebben gediend, probeert de vrouw van Potiefar hem te verleiden. Yosef weigert daaraan gehoor te geven, maar zijn bazin is er niet blij mee en beschuldigt hem juist van wat zij zelf graag wilde. Yosef belandt hierdoor in de gevangenis.

Na tien jaar hoopt hij bevrijd te worden, maar de wijnschenker vergeet zijn bestaan te melden bij Farao waardoor Yosef nog twee jaar in bewaring blijft. Daarna wordt hij onderkoning en is zijn ellende voorbij, hoewel hij nog steeds geen contact met zijn familie heeft.

Bijzondere man

Wat een bijzondere man! Nergens lezen wij over posttraumatische stressstoornissen. Altijd en overal laat Yosef zijn licht schijnen. Op een of andere manier lukt het hem, alléén, in een wrede immorele wereld, om elke gelegenheid, elke uitdaging en moeilijkheid te veranderen in een bron van inspiratie voor zichzelf en de mensen om zich heen.

Toen hij een wees was, lachten zijn broers hem uit vanwege zijn dromen. Of zoals Yakov het uitdrukt: hun tongen waren als pijlen, zie Bereeshiet 49 – 23. In Egypte probeerde zijn bazin hem te verleiden. Waarom zou hij daar niet aan hebben toegegeven? Niemand bekommerde zich om hem en niemand zou het ooit te weten komen. Van zijn vader ontving hij geen berichten want die dacht dat hij niet meer leefde en zijn broers lustten hem rauw. Toch weerstond hij de verleiding en weigerde hij om in te gaan op haar verzoek. Waar haalde hij de kracht vandaan?

Zelfs in de gevangenis, na tien jaar onterechte opsluiting, zou je toch verwachten dat Yosef zichzelf een beetje zielig zou vinden en moedeloos zou raken. In dit soort benarde situaties denken de meesten meestal alleen aan hun eigen ellende. Maar Yosef niet. Hij overstijgt zijn eigen uitzichtloze situatie en bekommert zich om zijn medemens! De Torah vertelt ons hoe Yosef omging met zijn medegevangenen (Bereeshiet 40-6 en 7):

וַיָּבֹ֧א אֲלֵיהם יוֹסֵ֖ף בַּבֹּ֑קֶר וַיַּ֣רְא אֹתָ֔ם וְהִנָּ֖ם זֹעֲפִֽים׃
En Yosef kwam ’s ochtends naar hun toe en hij zag hen en ze waren droevig.

וַיִּשְׁאַ֞ל אֶת־סְרִיסֵ֣י פַרְעֹ֗ה אֲשֶׁ֨ר אִתּ֧וֹ בְמִשְׁמַ֛ר בֵּ֥ית אֲדֹנָ֖יו לֵאמֹ֑ר מַדּ֛וּעַ פְּנֵיכֶ֥ם רָעִ֖ים הַיּֽוֹם׃
En hij vroeg de dienaren van Farao die met hem in de gevangenis waren en zei: Waarom zien jullie er vandaag zo slecht uit?

Zo bemerkte hij  op een dag, dat twee andere gevangenen er een beetje droevig uitzagen. Hij vroeg hen wat er aan de hand was. Het waren de twee dromers, de wijnschenker en de bakker. Dankzij het feit dat Yosef zich over zijn medegevangenen had bekommerd en niet alleen  in zijn persoonlijke ellende opging, kreeg hij de gelegenheid om naar hun dromen te luisteren en ze te verklaren. Dit heeft uiteindelijk zijn eigen bevrijding in werking gesteld.

Twee jaar later is het Farao’s beurt om te dromen. Het lukte noch hem noch zijn adviseurs om deze nachtverhalen te interpreteren. Totdat de wijnschenker zich ineens de Hebreeuwse slaaf kon herinneren; Yosef, de droomverklaarder bij uitstek.

Geheugenprobleem

Uiteindelijk wordt Yosef uit de gevangenis bevrijd. Hij verklaart naar tevredenheid de dromen van Farao en geeft de koning economisch advies. Farao is zo onder de indruk dat Yosef als onderkoning en minister van economische zaken benoemd wordt. Hiermee redt hij heel Egypte en zijn eigen familie van de hongersnood.     

Nog voor het begin van de hongersnood in Egypte, worden er twee jongetjes in huize Yosef geboren. Hij kiest hun namen zorgvuldig, Bereshiet 41-51:

ויקרא יוסף את שם הבכור מנשה כי נשני אלקים את כל עמלי ואת כל בית אבי
“En Yosef heeft de naam van de oudste Menashe genoemd omdat G-d al mijn narigheid en het hele huis van mijn vader heeft doen vergeten” ( נשני = nashani)

Oh ja? Was Yosef werkelijk alles vergeten? Toen zijn broers voedsel kwamen kopen, herkende hij ze wel degelijk en hij wist ook heel goed wat zij hem hadden aangedaan. Geen geheugenprobleem daar! Wat betekent dan נשני of Menashe?

Yosef was natuurlijk niets vergeten. De traumatische ervaringen die hij had meegemaakt kunnen per definitie nooit vergeten worden. Wie kan vergeten dat zijn broers hem in een put vol slangen en schorpioenen hebben gegooid? Zou iemand zich niet kunnen herinneren dat hij als slaaf verkocht werd of 12 jaar onterecht in een gevangenis heeft gezeten?

Niet permanent

Yosef kon zich zijn pijn heel goed herinneren, maar hij wist zich daarvan los te maken. Hij wist zich te verbinden met iets wat heel diep in hem was – en waar niets en niemand hem kon raken. Hij wist altijd stukjes vrijheid, liefde en eindeloze mogelijkheden te ontdekken in zichzelf.

Alles wat hij had meegemaakt was vreselijk, onuitstaanbaar en zo onterecht. Hij had al het recht om eraan kapot te gaan. Hij was het niet vergeten, maar hij wist zich er los van te maken.

Zijn identiteit werd niet bepaald door zijn vreselijke ervaringen. Het waren zijn ervaringen, niet zijn persoonlijkheid. Yosef was niet zijn trauma, noch zijn pijn en zijn misbruik. Hij liet zich niet definiëren door hetgeen met hem gebeurd was. De Torah verbiedt tatoeage; de buitenwereld mag ons niet diep en permanent raken.

Wanneer zijn broers bij hem voedsel komen aanschaffen zegt hij tegen hun: Ik ben Yosef… Met andere woorden: Ik ben niet wat er met mij gebeurd is. Ik identificeer mezelf op een andere manier: volgens iets dat hoger ligt dan mijn dagelijkse leven, mijn vijanden en mijn narigheden. Daarom ben ik wie ik ben. Ik ben mijn eigen baas. Omstandigheden kunnen zeer pijnlijk, naar en vreselijk zijn, maar ze bepalen niet wie ik ben. En daarom ben ik niet boos op jullie.

Onaangetaste kern

In elke situatie heeft Yosef zich weten vast te houden aan wie hij was door zichzelf los te maken נשני van zijn traumatische ervaringen. Hetzelfde woord wordt gebruikt bij de verwrongen pees גיד הנשה – gied hanashe. De engel raakte Yakov en zijn heup werd daardoor ontwricht.

Nee, Yosef is zijn ervaringen niet vergeten. Zijn trauma’s zijn er nog en doen nog steeds pijn. Maar hij weet zichzelf ervan te bevrijden; zijn ervaringen bepalen noch zijn gemoedstoestand noch zijn gedrag.

Een trauma is per definitie iets wat een mens zo diep raakt, dat zijn verdere leven hierdoor bepaald wordt. Maar Yosef wist ondanks alles, een onaangetaste kern in zichzelf te vinden. Deze zuivere kern heeft ieder mens in zich. Elke persoon is in staat om zich los te maken van zijn nare ervaringen en te teren op zijn onaangetaste zuivere kern en essentie.

Springplank

Daarna wordt de tweede zoon geboren, Bereeshiet 41-52:

וְאֵ֛ת שֵׁ֥ם הַשֵּׁנִ֖י קָרָ֣א אֶפְרָ֑יִם כִּֽי־הִפְרַ֥נִי אֱלֹקים בְּאֶ֥רֶץ עָנְיִֽי׃
“En de naam van de tweede heeft hij Efrayim genoemd omdat G-d mij vruchtbaar ( הִפְרַ֥נִי = hiefranie) heeft gemaakt in een land van mijn leed.”

Efraim betekent vruchtbaarheid en ontwikkeling. Wanneer een zaadje in de winter, in de koude donkere aarde ligt te verrotten is het stilte voor de storm. Nu is het alleen maar ellende in de vieze modder. Toch moet het zaadje eerst ontbinden en door al die narigheid gaan. Straks kan juist door de ontbinding een prachtige boom groeien met heerlijke sappige vruchten. Eerst heeft Yosef zich losgemaakt van zijn vreselijke misères maar daar bleef het niet bij. Daarna is hij overgegaan naar de volgende etappe. Hij heeft zijn trauma’s weten te gebruiken als springplank om zichzelf verder te ontplooien, Efrayim ( הִפְרַ֥נִי = hiefranie).

Juist door zijn moeilijkheden heeft hij een hoger niveau bereikt.

Vaak klagen wij over de problemen die ons opgelegd worden. Toch zijn het de moeilijkheden in het leven die ons ertoe dwingen om dieper in onszelf te graven en om schatten van kracht en potentieel te ontdekken.

Een olijf moet met kracht geperst worden alvorens er smaakvolle olie uit kan vloeien. De fluorescerende staafjes moeten gebroken worden voordat ze licht geven. Een lucifer moet je langs schuurpapier schaven alvorens je een vlam kunt creëren. Schuurpapier? Au! Kennelijk is de wrijving noodzakelijk om iets te doen ontstaan wat nog mooier en nog lichter is.

We laten ons niet naar beneden sleuren door tegenstellingen en onrechtvaardigheden. Als we kunnen, lossen we ze op, maar zonder onze menschlichkeit te verliezen. Laat je neshama, je ziel schijnen!

רֹ֘עֵ֤ה יִשְׂרָאֵ֨ל ׀ הַאֲזִ֗ינָה נֹהֵ֣ג כַּצֹּ֣אן יוֹסֵ֑ף יֹשֵׁ֖ב הַכְּרוּבִ֣ים הוֹפִֽיעָה׃
“Herder van Israel, luister, jij leidt Yosef (het Joodse volk) als een kudde, Jij rust tussen de Keroewiem (de engelen op de gouden ark in de tempel).”

Wij zien in bovenstaande vers, Tehilim 80 – 2, dat het Joodse volk als geheel ook Yosef genoemd wordt. Wij kunnen allemaal Yosefs zijn en dat ultieme doel bereiken door onszelf eerst los te maken van alles wat ons zou kunnen raken en er daarna groter en beter van worden.

De zegen

In onze Parasha zegent Yakov voor zijn sterven al zijn zonen en twee kleinzonen, Yosefs twee kinderen. Menashe, de oudste, plaatst Yosef aan de sterke rechter kant van zijn vader en Efraim, de jongste, aan de linker zwakke kant. Maar Opa Yakov kruist zijn handen en zorgt dat zijn sterke rechter hand, op de jongste van de twee, Efraim terecht komt.

“Niet zo Papa!”
“Hé, toe nou, laten we niet weer de mist ingaan. Al dat gedoe met steeds het jongste kind voortrekken boven de eerstgeborene. Hier komt alleen maar ellende van! Kijk naar Kayin en Hevel, Yishmael en Yitschak, jijzelf en Oom Esaw. Kijk naar mij, wat een ellende ik heb moeten doorstaan omdat jij mij voortrok waardoor mijn oudere halfbroers zo vreselijk jaloers waren.”

“Ik weet het, mijn zoon, ik weet het” (48 – 19) antwoordt Yakov.

Tweemaal ik weet het? Ja Yosef, je vader weet hoe het in elkaar zit. Hij weet wie de oudste is, maar ook wat er diep achter ligt. Ja, hij hoort wat je zegt, maar hoort ook wat je niet zegt. Hij weet hoe situaties lijken en weet ook wat ze werkelijk zijn. 

Menashe – je losmaken – is een heel hoog niveau, maar je doel moet Efraim zijn, je uitdagingen als katalysator gebruiken om je diepste krachten te ontdekken, zelfs in ballingschap waardoor je enorme vooruitgang gaat boeken. Omdat de vruchtbaarheid en de ontwikkeling door de naam Efraïm vertegenwoordigd worden en omdat Yakov die aspecten als het voornaamste zag, deed hij zijn sterke hand, de rechterhand, op Efraim, de jongste zoon.

Kracht om vol te houden

Zo eindigen we Bereeshiet: met een held die zelfs in Egypte (ballingschap, duisternis en moeilijkheden) en juist door Egypte weet te bloeien.

Yakov liet zich na z’n sterven gelijk in Israel begraven. Maar Yosef niet. Hij koos ervoor om ook na zijn sterven in Egypte te blijven. Zijn lichaam werd pas later bij de uittocht uit Egypte naar Israël gebracht en in Shechem begraven. Zolang er nog Joden in Egypte waren zou Yosef’s lichaam daar blijven. Yosef was een leider die zelfs na zijn sterven zijn volk niet verliet.

Choemash Shemot, het tweede boek, gaat beginnen waarin de ballingschap in Egypte en de slavernij van het Joodse volk in alle details zal worden besproken.

Graf van Yosef nabij Shechem

Waar hebben de joodse slaven de kracht vandaan gehaald om als volk te overleven? De kracht kwam van Yosef, een man die maling had aan moeilijkheden en trauma’s, een leider die zelfs na zijn sterven zijn volk niet verlaten heeft. Het Joodse volk heeft kracht weten te putten uit het feit dat Yosef zelfs na zijn overlijden in Egypte is gebleven.
Zowel zijn aanwezigheid en alles wat hij vertegenwoordigde hebben het Joodse volk moed en kracht gegeven.

Toen en nu ook inspireert Yosef ons om het leven in ballingschap vol te houden. De slavernij is nu anders dan toen. We worden niet meer met een zweep geslagen als wij niet genoeg produceren. Wel worden wij met messen gestoken en met pistolen beschoten.

Slapende krachten

Ook inwendig worden we met slavernij geconfronteerd.  We zijn verslaafd aan allerlei zaken die ons in bedwang houden en waar we ons maar moeilijk van kunnen losmaken; gewoontes, sigaretten, alcohol, internet, smartphones…

Yosef inspireert ons om slapende krachten te ontdekken en te ontplooien. Hij leert ons dat wij allemaal een vonkje in onszelf hebben dat door niemand en door niets geraakt kan worden; dat is onze ziel, onze neshama, een waar deel van G-d in iedere persoon aanwezig. Net zo min als je G-d kunt verwoesten kun je ook niet de ziel in jezelf kapot maken. Die ziel geeft ons de kracht om natuurlijke ballingschapsgrenzen te doorbreken, om zelfs in de gevangenis en in de slavernij vrij van geest te blijven en om onze begeertes, verleidingen en verslavingen te beheersen.

Net zoals Yosef zich aan zijn broers heeft geopenbaard, vragen wij aan G-d om zich te openbaren en het messiaanse tijdperk in te voeren.

Zo eindigen wij Parashat Wayechie en tevens het hele boek Bereeshiet, met het sterven van onze ballingschapsheld Yosef en het bijzondere feit dat hij er voor koos om in Egypte te blijven zelfs na zijn overlijden. Wanneer het verhaal uitgelezen is, roept iedereen luidkeels een uitdrukking uit die na het bereiken van het einde van elk van de vijf boeken gezegd wordt:

חזק חזק ונתחזק
“Wees sterk, wees sterk en laten wij onszelf versterken!”

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂