Tag: Rav YY Jacobson

Toldot | Waarom je echtgenoot bedriegen?

Toldot | Waarom je echtgenoot bedriegen?

Schijn bedriegt: achter uiterlijk, woorden en daden kan een heel ander hart schuilgaan. Graaf dieper en kijk verder dan de eerste indruk, zowel bij de ander als bij jezelf. Parashat Toldot laat zien hoe Yakow en Esaw – en hun vader en moeder – hier ook al mee te maken hadden. Want, waarom bedriegt Rivkah haar echtgenoot door te doen alsof Yakow Esaw is? 

Deze week ontmoeten wij opnieuw onze aartsvader Yitschak en zijn echtgenote Rivkah. Zij krijgen een tweeling: Esaw en Yakow. Esaw is behaard en wild en zijn broer Yakow is oprecht en studeert.

De zegen

Yitschak is inmiddels oud geworden en zelfs blind, vertelt de Torah. Hij voelt dat hij niet lang meer te leven heeft en hij wil zijn oudste zoon Esaw zegenen. Yitschak stuurt Esaw om te jagen en een lekkere maaltijd voor hem te bereiden om te kunnen eten en hem vervolgens te kunnen zegenen. Rivkah overhoort het gesprek, maar vindt dat de jongste van de tweeling de zegen moet ontvangen. Yakov was immers een rechtschapen man en Esaw niet.

Terwijl Esaw op jacht is, stuurt Rivkah haar zoon Yakow naar Yitschak toe. Ze kleedt Yakow in Esaw’s kleren en z’n handen en nek bedekt zij met geitenhuid, zodat hij op z’n behaarde broer lijkt. Yakow neemt een heerlijk gerecht mee voor zijn vader, bereid door niemand anders dan Rivkah zelf.

”Wat ben je snel terug!”, roept Yitschak verbaasd.
“G-d heeft mij geholpen”, antwoordt Yakow.

Yitschak voelt nattigheid. Het was namelijk niet de gewoonte van Esaw om G-d in zijn dagelijkse gesprekken te benoemen. Maar nadat Yitschak zijn ‘behaarde’ zoon gevoeld heeft en zijn kleren geroken heeft, zegent hij hem, Bereshiet 27-27:

ויגש וישק־לו וירח את־ריח בגדיו ויברכהו ויאמר ראה ריח בני כריח שדה אשר ברכו יהוה

En hij (Yitschak) kwam dichterbij en hij kuste hem (Yakow) en hij rook de lucht van zijn kleren

Ingewikkeld

Yakow is nog niet vertrokken of Esaw komt binnen met een jachtschotel, gekookt en gekruid precies zoals Papa het lekker vindt. De woede van Esaw  is groot wanneer hij merkt dat zijn broertje hem voor is geweest. Hij smeekt zijn vader om hem alsnog te zegenen en maakt plannen om zijn broertje te vermoorden.

‘Kon Rivkah niet gewoon aan haar man uitleggen dat hij door zijn blindheid de verkeerde zoon voortrok?’

Wat een sensatie! En wat ingewikkeld allemaal! Kon Rivkah niet gewoon een normale discussie met haar man voeren en hem uitleggen dat hij door zijn blindheid de verkeerde zoon voortrok? Elke Jiddische Mama weet toch hoe ze dit soort zaken moet aanpakken! Waar dienen al die geheimzinnigheden en verkleedpartijtjes voor? Is de rechte weg niet het meest voor de hand liggend?

Het antwoord schuilt in de woorden zijn kleren, het Hebreeuwse woord בגדיו (beģadaw). De Talmoed vertelt ons dat בגדיו (beģadaw) en בוגדיו (boģedaw) bijna dezelfde Hebreeuwse letters zijn, alleen de klinkers zijn anders, maar die staan niet in een Torah rol. Beide betekenissen kloppen: בגדיו (Beģadaw) betekent zijn kleren en בוגדיו (boģedaw) wordt vertaald met zijn verraders.

Kleding is niet alleenmaar een stuk stof waarmee men zijn lichaam bedekt. Kleding kan tegelijkertijd een verrader zijn. Een bedelaar kan rondlopen in een chique pak, een crimineel in een politieuniform en een Zeeuws meisje in Volendamse klederdracht. Kleren verraden de man (en de vrouw).

Verrader wordt held

Maar wie zijn de verraders? En wie verraden zij? Heel simpel: het zijn de verraders van het Joodse volk.

Zoals bijvoorbeeld de heer Yosef Meshita (bron: Midrash). Wie was deze Yosef?  Hij was een grote verrader van zijn eigen volk in de tijd van de verwoesting van de tempel door de Romeinen. Op het moment dat het Joodse volk ten onder ging, koos deze man om mee te doen met het leegplunderen van de tempel.

De Romeinen hadden hem nodig om de tempel als eerste te ontheiligen. Behalve dat zij geen idee hadden hoe zij de weg in de tempel konden vinden, waren ze ook nog behoorlijk bang voor de G-ddelijke aanwezigheid die daar zo sterk overheerste. Yosef mocht de weg banen en als beloning mocht hij van hun een voorwerp uit de tempel meenemen. Geen probleem! Yosef gaat naar binnen en komt met de gouden Menorah aanzetten.

“Nee!”, reageerden de Romeinen. “Dát gaat te ver. Zo’n groot en kostbaar voorwerp, dat kan niet. Ga terug Yosef en haal iets anders voor jezelf.” “Nee!”, zegt Yosef, “ik ga niet terug.” Er wordt hem veel geld beloofd, maar Yosef weigert. Hij stelt: “Is het niet genoeg dat ik één keer naar binnen ben gegaan? Moet ik nu nog een keer gaan?” De Romeinen martelen hem. Ze slaan spijkers door zijn lichaam en al schreeuwend roept hij: “Oy, dat ik de Schepper boos heb gemaakt!” Zo is hij gestorven, als een held…!

Wat is hier aan de hand? Hoe is Yosef veranderd van een verrader naar een held? Welk mechanisme is hier in werking gezet? Kijk naar de tempel en de gouden kandelaar. De tempel was doordrongen met de aanwezigheid van G-d. Op deze heilige plek heeft Yosef contact weten te maken met zijn Schepper, met zijn eigen ziel, met zijn oorsprong en zijn wortels. Daar heeft hij gevoeld dat hij Joods was en altijd zal blijven. Zijn Romeinse kleren en handelen waren alleen maar een oppervlakkige vertoning. Weliswaar had hij de huid en de kleren van Esaw; hij gedroeg zich als een Romein, maar dat was schijn en bedrog. Diep binnenin was hij Yakow gebleven.

Verbinding verbroken

We hoeven niet alleen 2000 jaar terug te kijken en de Midrash te lezen om dit fenomeen te bevestigen. Zoveel mensen die niets aan hun Jodendom deden, hebben door de eeuwen heen hun leven opgeofferd om niet voor een afgod te buigen. Ze aten niet kosher en ze vierden geen Shabbat. Ze hadden zich min of meer geassimileerd en de gewoontes van het land waar ze woonden overgenomen en hun Joodse gewoontes langzaam maar zeker vergeten. Maar toch op het moment suprême hebben zij zichzelf laten vermoorden om zelfs niet de schijn te geven dat ze in een afgod zouden geloven. Ze hadden ook kunnen buigen of een verklaring onder dwang kunnen afleggen en in hun hart trouw kunnen blijven aan G-d. Toch kozen zij voor de dood.

“De moeite om kosher te eten of Shabbat te vieren is toch veel geringer dan je leven op te offeren?”

Waar haalden ze de kracht vandaan? De moeite om kosher te eten of Shabbat te vieren is toch veel geringer dan je leven op te offeren? Dit is een denkfout, vertelt de eerste Lubavitcher Rebbe ons in zijn meesterwerk de Tanya. Als een Jood de Shabbat overtreedt, beseft hij niet dat hij daarmee zijn verbinding met G-d verzwakt. Als hij varkensvlees eet, dan weet hij dat dat niet mag, maar hij realiseert zich niet dat hij daarmee zijn relatie met zijn Schepper in het geding brengt. Maar als hij voor een afgod zou knielen? Ja, dan heeft hij zijn connectie met de Almachtige voorgoed verbroken.

Wat is dan de denkfout, hoor ik u zeggen. Het zit zo: iedere ziel is met G-d verbonden door middel van een heel dik touw. Een touw is gemaakt van heel veel kleine touwtjes die allemaal in elkaar gerold zijn. Het dikke touw is onze relatie met G-d. Dit touw bestaat uit 613 dunne touwtjes. Dat zijn de 248 geboden en de 365 verboden, samen 613.

Elke keer dat een overtreding plaats vindt, breekt een dun touwtje en verzwakt de connectie. Maar niet getreurd. Op het moment dat iemand tot inkeer komt, dan komt er een knoop in het losse touwtje en wordt de verbinding weer hersteld. Door de knoop is het touwtje bovendien korter geworden – en de verbinding is nog sterker dan in de oorspronkelijke situatie.

Je zou haast kunnen denken dat je eerst de overtreding moet begaan om op een nog hoger niveau te komen. Helaas werkt het niet zo. Iemand die met deze bedoeling in overtreding gaat zal heel moeilijk (maar niet onmogelijk) tot inkeer kunnen komen. We hebben het dus vooral over iemand die per ongeluk of omdat hij de verleiding niet kon weerstaan iets verkeerds heeft gedaan.

Achter de façade

Ook vandaag lopen mensen rond ‘in kleren die verraden’. Je ziet een jongen in gescheurde jeans en met een alternatief kapsel. Of je ziet een dame met iets minder kleding aan dan wellicht gewenst. Niet alleen de kleding, ook de manier van spreken en handelen kunnen bedriegen. Want wat zit er binnen in? Wat zit er binnen jou? Een gouden hart? Een tere ziel? De mooiste gedachtes, de fijnste bedoelingen en de liefste zienswijze schuilen misschien achter jouw gezicht of mijn gezicht.

Laat je niet in de maling nemen! Spreek jezelf en anderen toe en richt je daarbij vooral tot het deel van de mens dat áchter zijn façades schuilt. Een bezoek aan de Klaagmuur of een ander ontroerend moment zal de valse kleren doen verdwijnen en de ware jij en ik laten opduiken.

Rivkah wilde dat de zegen van Yitschak niet alleen voor de Yakows, de rechtschapenen en de geleerden van toepassing zou zijn. Iedere ‘Yosef uit de toekomst’ die per ongeluk of met opzet, bewust of onbewust in de kleren van Esaw rondloopt – en zijn eigen wortels verraadt – heeft ook Yitschak’s zegen nodig. Deze mensen mogen niet buitengesloten worden. Vandaar dat Rivkah er voor koos om de zegen op een omslachtige manier te laten gebeuren.

Het leven is helaas niet altijd recht door zee. Soms moet je wat dieper graven en zoeken om de oppervlakkige (schijn)vertoningen weg te denken. Wat slim van onze Jiddische Mama Rivkah!

Shabbat Shalom!

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer

Chanoeka Feest Utrecht

Zondag 2 dec 2018
Mariaplaats Utrecht

17:00 – 18:00 uur
www.chanoeka.info

Please follow and like us:
Wajeera | Te veel zout is niet goed!

Wajeera | Te veel zout is niet goed!

Donderdagavond 25 oktober hebben wij met z’n allen in Utrecht challe gebakken, tegelijkertijd met duizenden andere vrouwen over de hele wereld die deze week meedoen aan het internationale Shabbat Project. We hebben samen een stukje van het deeg weggelegd ter herinnering aan het stukje dat in de tijd van de tempel aan de priesters werd gegeven en later hebben we het verbrand. We hebben geleerd dat we meel gebruiken dat vrij is van insecten en eieren die vrij zijn van bloed.

We hebben de getallenwaarde geanalyseerd van de letters van het eten dat we op shabbat consumeren en zagen dat het allemaal op 7 terechtkomt. Kijk maar:

We beginnen met wijn    יין    Jajien    10 + 10 + 50 = 70

Vervolgens חלה       challah    8 + 30 + 5 =  43   4 + 3 = 7

Daarna eten we vis  דג   da’g   4 + 3 = 7

En vlees  בשר  basar 2 = 300 = 200. Haal de nullen weg en je hebt 7.

Zout

We hebben ons verdiept in het allerkleinste ingrediënt, het zout. Het zout is zo belangrijk, behalve als het overheerst. Zo zien wij in de parasha van deze week hoe G-d Sedom en de vier bijbehorende steden verwoestte omdat de inwoners zo vreselijk slecht waren.

Deze steden waren zeer welvarend. Lot was er niet zomaar heen verhuisd. Prachtige villa’s, brede straten, een goed functionerend rechtsysteem en een solide economie waren de kenmerken van dit gebied.

Helaas waren de mensen vreselijk wreed. Het was verboden om gasten te ontvangen, iemand te helpen of geld weg te geven. Werd je betrapt op één van deze daden dan moest je terechtstaan.

Er was eens in Sedom een arme man die maar niet stierf. Al gauw vroeg men zich af waarom hij nog niet van de honger was overleden. Na zorgvuldig onderzoek bleek een jonge vrouw brood in haar kruik te verstoppen en het aan de arme man te geven. Voor straf werd ze uitgekleed, met honing besmeerd en naast een bijenkorf geplaatst. Haar geschreeuw heeft G-d doen besluiten om een eind te maken aan deze vreselijke toestanden. De steden werden verwoest!

Alleen Lot, zijn vrouw en zijn twee ongehuwde dochters werden op het allerlaatste nippertje gered. Ze vonden het wel moeilijk en aarzelden vreselijk om te vertrekken. Eenmaal vertrokken mochten ze niet naar achteren kijken. Maar de vrouw van Lot kon de drang niet weerstaan. Ze keek om en veranderde in een pilaar van zout. Wat eigenaardig! Wat een vreselijke straf omdat ze even omkeek? En waarom zout?

Weglopen

Dames en Heren, ook wij moeten in ons leven wegrennen van Sedom weglopen van ons eigen egoïsme, wreedheid en andere lelijke dingen. Weglopen van een verleden waar wij misschien de grootste fouten hebben gemaakt. En terwijl we weglopen kijken we vaak even terug. Nee, we kómen erop terug; hoe slecht het allemaal was, wat wij allemaal gedaan hebben of wat ons is aangedaan. Oh, wat voelt dat goed om het allemaal achter ons te laten, maar is het werkelijk achter ons? Als we steeds terugkijken, kennelijk niet. Het lijkt misschien onschuldig om terug te kijken, maar is het dat wel?

Sommigen onder ons blijven maar vertellen hoe we superieur zijn. Anderen houden niet op om over hun fouten te spreken en hoe klein ze zijn en dat ze niets waard zijn. Zowel het superieure type als het inferieure soort blijft steeds met zichzelf bezig. Maar G-d vraagt ons om te leven, om te genieten om te geven, om voor elkaar verantwoordelijkheid te dragen. Binnen die verantwoordelijk past het schuldgevoel, het zout. Een beetje geeft smaak, maar te veel is funest!

Te veel

Zout is noodzakelijk. Zich schuldig voelen is een belangrijk ingrediënt. Het is een deel van het nemen van verantwoordelijkheid. Maar stel je voor dat je alleen maar zout hebt. Voor ontbijt een beker zout en voor avondeten twee bekers zout. Dat is oneetbaar, daar kan niemand wat mee. Dus wegrennen? Ja. Terugkijken? Nee want dan word je een pilaar van zout, een oneetbare dode persoonlijkheid. Zoals de dode zee waar men van zegt dat dat de plaats is waar vroeger Sedom was. De dode zee is zo zout, dat er geen leven in mogelijk is. Er zijn daar geen vissen.

Zout is heerlijk, maar op het moment dat het de overhand krijgt is het een verschrikking. Ooit geprobeerd soep te eten waar veel te veel zout in was? Oneetbaar toch! Schuld is noodzakelijk in zéér kleine mate! Zo werd elk offer in de tempel samen met zout gebracht. Bij elke maaltijd dopen we ons brood in zout. Een beetje zout preserveert en houdt ons gezond en in stand. Te veel is synoniem van het gebrek aan leven! Doseer je zout zorgvuldig…net als met de soep, beter te weinig schuldgevoelens dan te veel!

Eet smakelijk en shabbat shalom!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Kom je naar de shabbaton in Utrecht?

Vrijdag, 26 Oktober vanaf 6 uur ‘s avonds
Zaterdag, 27 Oktober vanaf 10 uur ‘s ochtend

Foto’s Challah Bake

Bekijk hier een serie foto’s van de Challah Bake.

Bekijk hier de foto's van de Challah Bake!

 

 

Please follow and like us:
Lech Lecha | Wat sjouw jij allemaal mee op reis?

Lech Lecha | Wat sjouw jij allemaal mee op reis?

Ben jij jezelf of ben jij wat anderen over jou denken? Heb jij door wat je waarde is, zelfs al presteer je niet veel? Je kunt pas ‘goed op reis’ als je de ballast van opgebouwde negatieve gedachten en geluiden afschudt. ‘Wees kieskeurig bij het inpakken van je koffer’ is dan ook de les die Avraham van G’d meekrijgt. Een les voor ons allemaal.

Download hier de PDF van dit artikel

In de eerste Parasha van de Torah wordt het scheppingsverhaal verteld, in de tweede leren wij over Noach, de zondvloed en de geboorte van Avraham. Deze week zijn wij beland in de derde Parasha. Avraham krijgt al in de eerste vers, Bereshiet 12 – 1, een opdracht van G-d:

וַיֹּ֤אמֶר יְהוָה֙ אֶל־אַבְרָ֔ם לֶךְ־לְךָ֛ מֵאַרְצְךָ֥ וּמִמּֽוֹלַדְתְּךָ֖ וּמִבֵּ֣ית אָבִ֑יךָ אֶל־הָאָ֖רֶץ אֲשֶׁ֥ר אַרְאֶֽךָּ׃

En G-d zei tegen Avram, ga naar jezelf, uit jouw land, uit jouw geboorteplaats en uit jouw vaders huis, naar het land dat ik jou zal laten zien.

Verhuisbericht

Dit lijkt een simpele en duidelijke opdracht naar Avraham toe; een verhuisbericht zullen we maar zeggen. Tot nu toe woonde hij in Charan (Irak) en nu moet hij een volgende stap in zijn leven nemen, naar Kanaän (Israël) verhuizen. Toch zit hier hoogstwaarschijnlijk meer achter dan alleen een informatief bericht. Het is namelijk de eerste keer dat de Torah ons iets vertelt over Avraham naast wat er geschreven staat aan het einde van Parashat Noach, over zijn geboorte, zijn familie en met wie hij getrouwd was.

“De basis van het hele Jodendom gaat schuil in dit ene vers over Avraham.”

Opdracht voor het leven

Je zou toch iets bijzonders verwachten wanneer G-d voor het éérst met de éérste Jood communiceert. Een bijzondere les, een nieuw inzicht of een kernverklaring bijvoorbeeld. En inderdaad, dit vers bevat een historische boodschap; een opdracht voor elk individu. De basis en het beginsel van het hele Jodendom gaat schuil in deze eerste mededeling van G-d naar Avraham toe.

Wat blijkt? Wat op het eerste gezicht op een verhuisbericht lijkt, is veel meer dan dat. Het is een opdracht voor het leven. Want waarom anders staat er ga naar jezelf toe? Er had gewoon kunnen staan: vertrek uit je land.

Wat betekent het überhaupt om ‘naar jezelf toe te gaan’? Hoe kan iemand naar zichzelf gaan? Als het goed is, ben je er toch al? Het woord לְךָ֛ (lecha), naar jezelf hoort hier toch eigenlijk niet?

Daarnaast klopt de volgorde van de vertrekplaatsen niet. Deze hadden precies andersom moeten staan. Eerst verlaat je het ouderlijk huis בֵּ֣ית אָבִ֑יך , vervolgens vertrek je uit je geboorteplek מּֽוֹלַדְתְּךָ , en als laatste ga je weg uit je land אַרְצְךָ֥ . Er staat echter als éérste “uit je land”. Nadat je eenmaal je land hebt verlaten, hoef je noch je geboorteplaats noch je ouderlijk huis nog te verlaten. Dan ben je daar al lang van weg! Het is net alsof je zegt tegen iemand: “Vertrek uit Nederland en uit Amsterdam en uit je ouderlijk huis.” De volgorde is onlogisch. Eenmaal Nederland verlaten, kun je moeilijk alsnog uit Amsterdam vertrekken.

Laten we alles even op een rijtje zetten:

  • Ten eerste is het woord naar jezelf te veel.
  • Ten tweede klopt de volgorde van locaties niet.
  • Ten derde zijn daardoor twee vertrekplaatsen overbodig; uit het land vertrekken is voldoende.
  • Ten vierde: als je iemand vertelt om te verhuizen, vertel je hem waarheen hij moet trekken. Dit staat aan het einde van het vers: “…naar het land dat ik jou zal laten zien.” Het is toch eigenlijk overbodig om te vertellen waar vandaan je vertrekt, want waar anders zou je vandaan moeten komen?

“Elke zin, elk woord en zelfs élke letter is met G-ds wijsheid in de Torah neergezet.”

Op reis naar jezelf

Vier vragen over één zin! Voldoende stof om over na te denken. Vooral omdat we weten dat in de Torah niet overbodig staat. Elke zin, elk woord en zelfs elke letter is daar met G-ds wijsheid neergezet. Genoeg voor de geleerden om zich hierover te buigen en voor ons om ons in te verdiepen. G-d is eeuwig en Zijn wijsheid, de Torah ook.

Welke les schuilt hierin voor de gewone man, vrouw en kind van de 21ste eeuw?

De Torah neemt ons mee op reis. Op reis van Irak naar Israël, van het buitenland naar het binnenland, van afgodsdienst naar monotheïsme. Een reis die begint met naar jezelf toe te gaan. Want dit is wat er staat: ga naar jezelf. Kennelijk is jouw alleréérste opdracht om te gaan ontdekken wie je zelf bent. Wat betekent dit en welke weg moeten we bewandelen om dit doel te bereiken?

De Torah geeft ons drie tips om onszelf te ontdekken:

  1. We moeten eerst uit ons land vertrekken.
  2. Daarna moeten wij afstand doen van onze geboorteplek.
  3. In de laatste fase moeten wij ons los maken van het ouderlijk huis.

De Torah vraagt aan ons: Wie zijn jullie? Wie ben je? Ga naar jezelf toe, herontdek wie jij bent. Welk beeld heb je van jezelf? Ieder individu is uniek. Elke baby die geboren wordt heeft zijn eigenschappen, zijn karakter, zijn eigen waarde. In de loop van je groei en je ontwikkeling gebeurt er van alles. Mensen en omstandigheden vormen je tot hoe jij nu bent. Maar lang niet alles wat je gehoord en meegemaakt hebt, was of is ten goede voor je ontwikkeling. Veel ervaringen en opmerkingen van anderen laten  een spoor in je achter. Een spoor d at juist je persoonlijke ontwikkeling in de weg kan staan.

Bijvoorbeeld dat kritische stemmetje wat dagelijks een liedje in jouw hoofd zingt en je vertelt dat je het niet goed genoeg doet. Dat je meer moet presteren. Dat je moet laten zien wat je waard bent, dat je respect moet verdienen enzovoort.

Je bent nu (bijna) volwassen. Blijft er nog iets van je over? Ben jij jezelf of ben jij wat anderen over jou denken? Of wat andere mensen van jou verwachten? Hoe belangrijk is het voor jou dat mensen jou waarderen? Ben jij afhankelijk van de opinies van je medemens? Heb jij een eigen waarde? Ben jij waardevol? Ook al heb je niets gepresteerd? Of heb jij alleen het recht tot bestaan wanneer je iets doet, maakt, presteert?

Beknellend

Stel je voor dat je als kind gehoord hebt dat jij goed en lief was als je een goed rapport had, of als je thuis geholpen had of mooie kleren aan had, of schone sokken aangetrokken had. Welk beeld vormt dit kind dan over zichzelf? Ik heb alleen maar bestaansrecht wanneer ik lief ben, mijn haren er netjes uit zien, mijn kleren in de mode zijn of mijn kleren juist niet in de mode zijn.

Iedereen heeft een verhaal dat voor hem beknellend is, bewust of onbewust. Stel je voor dat jij voelt dat je steeds anderen tevreden moet stellen anders ben je niets waard. Stel je voor dat iemand jou een goed cijfer moet geven, jou bedanken of complimenteren anders vraag je je constant af of wat je doet wel zinvol is. Je leeft eigenlijk als een parasiet. Je leeft van de mening van anderen. Je bent afhankelijk van hun goedkeuring. Je komt alleen tot rust wanneer anderen jouw bestaan waarderen.

Dit heeft vele gevolgen. Bijvoorbeeld in je relatie. Hoe kun je op een gezonde manier met een ander omgaan wanneer je je constant moet afvragen hoe je bij een ander overkomt. Als je steeds daarover gespannen bent, hoe kun je dan luisteren en horen wat iemand anders zegt? Hoe kun je hem aandacht geven als je zo ontzettend naar een plekje voor jezelf zit te zoeken en je zo veel zorgen maakt wat je moet zeggen, hoe je het gaat zeggen en of je het überhaupt kunt zeggen.

De Kotsker Rebbe (1787-1859) zei:

Als ik ben ik, omdat jij bent jij
en jij bent jij, omdat ik ben ik,
dan ben ik niet ik en jij bent niet jij.

Maar als ik ben ik omdat ik ben ik
en jij bent jij omdat jij bent jij,
dan ben ik, ik en dan ben jij, jij!

Met andere woorden: als ik ben ik pas waarde heb omdat jij bent jij, dus dat ik afhankelijk van jouw mening ben – en andersom – dan ben ik niet mezelf en dan ben jij ook niet jezelf. Maar als ik ben ik omdat ik ben ik, omdat ik mijzelf kan zijn en jij andersom ook, dan ben ik mijzelf en dan ben jij jezelf. Daarna kunnen wij een relatie beginnen, omdat wij allebei gezond zijn en eigenwaarde hebben. Nu hebben we ieder ruimte voor een tweede persoon.

Ga naar jezelf

Het is net als in een vliegtuig: doe eerst je eigen zuurstofmasker aan voordat je hem bij je kind aantrekt. Heb je je ooit afgevraagd waarom? Heel simpel: als je zelf genoeg zuurstof hebt kun je ook zuurstof aan een ander geven. Geef je jezelf de ruimte, dan gun je het ook aan een ander. Zit je niet lekker in je vel, dan sta je ook heel kritisch ten aanzien van je medemens. Kom je zelf tekort, dan functioneer je niet goed en ben je daardoor niet in staat om er voor een ander te zijn. Of het nou om zuurstof, emoties of voedsel gaat.

Zorg eerst voor jezelf om er voor een ander te kunnen zijn. Niemand heeft iets aan je als jij niet eerst jezelf kunt zijn; ga naar jezelf zegt G- d tegen Avraham.

“Zorg eerst voor jezelf om er voor een ander te kunnen zijn.”

Hetzelfde principe geldt tussen jou en G-d. Een mens kan zelfs met G-d een ongezonde relatie hebben. Dat je G-d nodig hebt omdat je jezelf haat, een klein beetje of heel veel en alles daartussenin. Denk dus niet dat een relatie met G-d hebben er op neer komt dat je jezelf beschouwt als niets. Of dat het niets uitmaakt wat je doet en dat je bestaat. Dit zijn ongezonde gedachtes van een zieke geest.

Ga naar jezelf. Herontdek jezelf. Niemand, behalve jij kan vertellen wie je bent. Dat houdt in dat je je los kunt maken van je land, je geboorte plaats en je ouderlijk huis. Precies in die volgorde, van makkelijk naar moeilijk.

> Uit je land

De eenvoudigste opdracht is jezelf losmaken van het land waar je geboren en getogen bent. Het land en de invloed die dat land op je hebben. Maak je los van de kenmerken die jouw essentie verduisteren. Je bent in een bepaald land opgegroeid of je woont er al jaren. De gewoontes en eigenschappen van het land hebben jou gevormd. Is dit wie je bent? Nee, zegt de Torah, ga uit je land en wees jezelf!

> Uit je geboorteplaats

Dit is al wat ingewikkelder. Je geboorteplaats is je wijk, de kinderen waar je mee hebt gespeeld, je school, je sportclub de winkels bij jou op straat de buren en de mevrouw aan de balie bij de bibliotheek. Allemaal mensen en dingen die jou hebben beïnvloed in je jonge jaren. Allemaal mensen die het (hopelijk) goed bedoeld hebben, maar die hier en daar misschien opmerkingen hebben gemaakt die nog steeds blijven hangen en die jou misschien beknellen.

Wist je dat als je een krasje aanbrengt op de stam van een boom, of een tak of blaadje er niet veel meer gebeurt dan dat ene krasje? Ga je echter in de wortels van de boom krassen, dan groeit de hele boom scheef. Zo ook met kinderen; kleine opmerkingen, of zelfs het aanschouwen van het gedrag van mensen om het kind heen, kunnen gevolgen hebben voor het hele leven.

Weet jij jezelf los te maken van alle invloeden die jou in je jeugd hebben gevormd? Maak een keus tussen de indrukken die jij in je jonge jaren hebt geabsorbeerd.  Zijn deze waardevol en passen ze bij je? Dan zijn ze welkom. Maar als ze jou tegenhouden en beklemmend zijn, dan ga weg voor jezelf uit je geboorteplaats.

> Van het huis van je vader

Ten slotte de derde en tevens de laatste stap, het verlaten van het ouderlijk huis. Dit is de meest lastige. Je vader, je moeder, broers en zusters en misschien een tante die met de beste bedoelingen zich overal mee bemoeide. Hoor je constant hun opmerkingen, kritiek en kanttekenen? Werkt hun kritiek of sarcasme misschien beknellend voor jou? Hoor je steeds een stemmetje dat jou vertelt dat het eigenlijk anders moet? Is dit je eigen stem of misschien van iemand anders? Ben je het er mee eens?

G’d houdt van jou

Beschrijven deze drie plekken jouw karakter, angsten en beperkingen? Dan zit je vast en wordt het tijd voor een langzaam maar zekere bevrijding. Ik zal je namelijk een geheim vertellen. G-d houdt heel veel van jou, nee niet van diegene die over je schouders leest, maar van JOU.

Hoe ik dat weet? Omdat G-d jou geschapen heeft. En G-d houdt van jou zoals Hij jou gemaakt heeft en omdat jij JIJ bent. Niet om wat je doet, zegt, denkt of voelt. Nee, jij bent een perfecte, onweerlegbaar G-ddelijk schepsel dat G-d gewild heeft. Precies zoals je bent.  Dit is een feit en hierover valt niet te twisten.

“G-d houdt onvoorwaardelijk van jou.”

G-d houdt onvoorwaardelijk van jou. Wat je doet en hoe jij je gedraagt komt pas op de tweede plaats. Niets en niemand, zelfs jijzelf niet, kan iets veranderen aan die onvoorwaardelijke liefde. Net zomin als dat je G-d zou kunnen aantasten of veranderen. Je hoeft nooit iets te doen om dit onberispelijke feit te bevestigen, te bekrachtigen of te legaliseren.

Oh, maar je voert wel eens iets ondeugends uit. Natuurlijk gebeurt dat. Maar dat is jouw hondje. Die moet je aan de lijn houden en af en toe aaien, hem te eten geven en aardig voor hem zijn. Maar je moet hem wel dresseren, anders neemt hij de boel over. Dan kan dat hondje zomaar een tijger worden of een grote herdershond. Maar raak als je blieft niet in de war. Jij bent geen hondje, nee, jij hébt een hondje. Het is dus niet zo dat als je van gebakjes houdt, je een gebakje bent geworden. Het hondje hoort in de mand. Geef hem wat hij nodig heeft en voed hem op.

Het is net als die bedelaar, vertelt de Alter Rebbe ons, die niet wist dat hij multimiljonair was. Hij bleef maar bedelen en proberen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Zo ook zoeken wij plezier en bevrediging in de materiële wereld, terwijl wij oneindig rijk zijn op spiritueel gebied. Wij bezitten rijkdommen en schatten van oneindige waarde. En we blijven maar bedelen in de materiële wereld, denkende dat wij daar oplossingen zullen vinden in onze zoektocht naar vrede, rust, blijheid en geluk.

Maar we zijn zo rijk. We hoeven niet van deur tot deur te gaan bedelen voor bevrediging in oppervlakkige gebieden. We gaan voor de essentie, voor wie we zijn, een schepsel in het evenbeeld van G-d gemaakt. Een mens waar G-d voor gekozen heeft dat het precies zo zou bestaan.

Oneindig licht

Ga naar jezelf. Maak je los van alle invloeden die negatief uitvallen. Maak een bewuste keuze uit de positieve en minder positieve aspecten uit je jeugd. Haal eruit wat goed was en verlaat je obstructies. Doe dat beschuldigende stemmetje eens uit. Laat de beknellingen achterwegen. Iedereen kan voor zichzelf ontdekken welke dat zijn. Je bent geen slaaf van je beknellende gewoontes en gedachtes. Je mag zijn wie JIJ bent. Je mag aardig zijn voor jezelf, jezelf lief toespreken.

We kijken veel te vaak naar onszelf en maken ons zo klein mogelijk. We zijn bang om groot te zijn, om belangrijk te zijn om succesvol te zijn. Wie zijn wij, zeggen we tegen onszelf, om macht te hebben, om successen te boeken, om gelukkig te zijn, om fantastisch te zijn? Wie ben ik om invloedrijk te zijn? Wie ben ik om een mooi huwelijk te hebben of wie ben ik om een fantastische relatie met mijn kinderen te hebben? Wie ben ik om een ongelofelijk goed leven te leiden. Wie ben ik? Wat? Ik? Ik ben niets waard! Een dweil om de vloer mee schoon te maken.

Wat bedoel je wie ben ik?, je bent het oneindige licht van G-d dat zich in deze wereld manifesteert. Je helpt er niemand mee als je dat licht dooft. Integendeel, als je je eigen licht laat schijnen, help je daar jezelf en anderen mee!

Als je hier iets mee kan, jezelf weet te herkennen en van jezelf houdt dan pas kun je van een ander gaan houden, dan pas kun je beginnen met het dienen van G-d. Ieder mens ontvangt elke ochtend weer opnieuw een mooie schone, uitgeruste en reine ziel. Elke dag opnieuw bedanken wij G-d hiervoor in ons ochtendgebed. Het gaat om dit stukje in je, dat een waar deel is van G-d. Deze kern is onaantastbaar. Zelfs trauma, misbruik en geweld kunnen dit essentiele element in jou niet raken. Alhoewel mensen met traumas, hun hele leven vreselijk lijden, behouden ze altijd een schone onverwoestelijke kern. Met deze wetenschap kunnen zij hun reis naar genezing beginnen.

We zijn allemaal, stuk voor stuk prachtige mensen. Zo heeft G-d ons gemaakt. Zoek naar dit fantastische schepsel. Pas daarna kan jouw reis naar Israël, naar het Jodendom beginnen. Herken en verlaat eerst jouw beknellende ervaringen uit de drie bronnen. Dit is de eerste opdracht naar de eerste Jood, Avraham. Pak je koffers zorgvuldig in. Laat achterwege de spullen die jou in de weg staan. Goede reis!

Bracha Heintz

 

Download hier de PDF van dit artikel

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer

Noteer in je agenda:
Challa Bake
Donderdag 25 Oktober

Shabbat Viering
26 en 27 Oktober

Chanoeka
Zondag 2 December

Please follow and like us:
Haazinoe | Jouw naam in de Torah

Haazinoe | Jouw naam in de Torah

Het is bijna niet te geloven, maar één letter in het Torah-gedeelte van deze week laat zien dat er – ook voor jou en mij – altijd mogelijkheid is om opnieuw te beginnen, om te veranderen. Hoe diep een mens ook gezonken is, hoe beestachtig hij zich ook gedragen heeft: er is altijd een kiertje van de deur open.

> Download hier de PDF van dit artikel

Jezelf terugvinden

Het verbond tussen het Joodse volk en G-d is bij de berg Sinaï gesloten. Vóór zijn sterven legt Moshe de afspraken nog even op een rijtje: eerst in Parashat Ki Tawo en deze week nogmaals in poëzievorm in het tekstgedeelte van deze week, de Parashat Haazinoe. De bijna volledige Parasha wordt gewijd aan dit gedicht dat Moshe voordraagt aan het Joodse volk.

‘Iedere man, vrouw of kind en elke gebeurtenis
is terug te vinden in deze Parasha.’

Volgens de overlevering kan iedereen zichzelf terugvinden in Parashat Haazinoe. Iedere man, vrouw of kind dat ooit geleefd heeft – en elke gebeurtenis die gebeurd is – is terug te vinden in deze Parasha. 

Zo zien we wat er ooit gebeurde met een leerling van Nachamanides, de Ramban. Dit is Rabbi Moshe Ben Nachman. Deze grote Spaanse geleerde werd in Gerona (Spanje) in 1194 geboren en stierf in 1270 in Israël.

In de dertiende eeuw begon de sfeer in Spanje al zeer onaangenaam te worden voor de Joden. De druk om zich te bekeren naar het christendom werd hoe langer hoe groter. In de veertiende eeuw kwam de inquisitie op volle gang wat resulteerde in de volledige verbanning van alle Joden uit Spanje in 1492. De keus was: bekering, verbanning of de brandstapel.  

De Joodse weg verlaten

Terug naar de Ramban, een zeer grote geleerde, Talmoedist en arts. Een van zijn beste leerlingen was Reb Awner. Reb Awner was een genie maar de sfeer in Spanje was niet altijd even inspirerend. Hij bekeerde zich tot het christendom. Reb Awner werd een vooraanstaand persoon, bekend en beroemd. Vanuit zijn positie en hoedanigheid liet hij op een zekere Yom Kipoer zijn voormalige leraar naar zich toe komen. De Ramban besloot om aan zijn verzoek gehoor te geven.

Het was Grote Verzoendag en Reb Awner ging in aanwezigheid van zijn leraar een varken slachten, snijden, koken en eten. Vervolgens begon hij met zijn leraar te bespreken hoeveel overtredingen hij begaan had. De Ramban was van mening dat het er vier waren, maar Reb Awner opperde dat het er vijf waren.

De discussie ging heen en weer tussen vier en vijf. Redenen en verklaringen vlogen over tafel totdat de Ramban zijn leerling heel diep en scherp aankeek. Dit raakte hem waardoor de discussie stopte. ‘Vertel mij’, begon de Ramban, ‘Waarom heb je de Joodse weg verlaten?’

‘Mijn meester, ik zal U vertellen waarom. Ooit gaf U les over Parashat Haazinoe, de voorlaatste Parasha van het vijfde boek van Mozes. U liet ons weten dat iedere persoon en elke gebeurtenis in geconcentreerde en verborgen vorm in Haazinoe terug te vinden is. Nu wist ik dat dat natuurlijk onmogelijk was. Dit was gewoon kolder en onzin. En als deze traditie niet klopte dan is de rest van het Jodendom ook niet waar. En dus heb ik de hele Joodse weg verlaten.’

De Ramban reageerde: ‘Ik blijf er nog steeds bij dat alles en iedereen in Haazinoe terug te vinden is.’

 ‘Laat mij zien waar ik, Awner te vinden ben.’

Laat het mij zien

‘Prima’, zei Reb Awner. ‘Laat mij dan zien waar ik, Awner te vinden ben.’ De Ramban ging in een hoek van de kamer om Hashem om hulp te vragen om deze moeilijke vraag te beantwoorden.

De Ramban citeerde hoofdstuk 32 vers 26:

אמרתי אפאיהם אשביתה מאנוש זכרם

‘Ik zei ik zal hun eindigen, ik zal hun gedachtenis uit de mensheid doen verdwijnen.’

Neem de derde letter van elk woord uit dit vers en zet ze naast elkaar.

De naam Reb Awner, רי אבנר  komt eruit.

Reb Awner was zeer onder de indruk en veranderde van het ene uiterste naar het andere. Hij vroeg aan de Ramban hoe hij zijn weg terug naar het Jodendom kon vinden. Hoe kon hij zijn ziel redden? De Ramban liet hem zien dat het antwoord op zijn vraag in deze zelfde vers lag en verliet hem.

‘Ik zei ik zal hun eindigen, ik zal hun gedachtenis uit de mensheid doen verdwijnen.’

Reb Awner begreep wat de bedoeling was. Hij ging op een schip zonder kapitein, matrozen of vaarinstrumenten. Hij verliet de haven, liet het schip zijn gang gaan en verdween op zee. Niemand heeft ooit meer wat van hem gehoord. ‘Ik zal hun gedachtenis uit de mensheid doen verdwijnen.’

Reb Awner

In 1981 vertelde de Lubavitcher Rebbe dit verhaal. Hij had het als kind van zijn leraar gehoord. Deze leraar wilde tonen hoe speciaal het gedeelte Haazinoe is. Maar de Lubavitcher Rebbe ontdekte een opmerkelijk detail. Het verhaal wordt in meerdere bronnen genoemd, maar in iedere bron valt het volgende op: Awner wordt altijd Reb Awner genoemd. Hij krijgt een titel van Reb of terwijl rabbijn.

Deze titel laat een bepaalde status, aanzien en voornaamheid zien. Sinds wanneer verdient onze varkenseter deze titel? Waar heeft hij deze titulatuur en aanspreekvorm aan te danken? Heel simpel! Het is de Torah zelf die hem deze titel geeft. Kijk maar naar vers 26, de derde letter van het eerste woord is een ר, de eerste letter van het woord Rabbijn!

De Torah noemt hem niet Awner maar Reb Awner. Toch zien wij nergens dat Farao, Reb Farao genoemd wordt of Reb Haman of Reb Sancheriv… Waarom onze Reb Awner dan wel? Onze Reb Awner die zo brutaal was om al zijn zondes op Yom Kipoer in aanwezigheid van zijn leraar te begaan?!

‘Reb Awner heeft de moed bij elkaar gebracht om zijn leven van het ene uiterste naar het andere te transformeren.’

Deze letter ר laat ons de kracht van terugkeer zien. Kennelijk is iedereen altijd in staat om te genezen en opnieuw te beginnen. Hoe diep een mens ook gezonken is, hoe beestachtig hij zich ook gedragen heeft, hoe brutaal hij ook geweest is, er blijft altijd nog één kiertje van de deur open.

Reb Awner heeft de moed bij elkaar gebracht om zijn leven van het ene uiterste naar het andere te transformeren. En deze kracht, dit potentieel dat hij naar buiten heeft weten te brengen is wat hem de titel Rabbijn heeft doen verdienen.

Hemelse stem

Zo vinden wij ook in de Talmoed het verhaal van Reb Elazar ben Dordaya (Awoda Zara 17 A). Er was geen prostituee in de wereld die hij niet bezocht had. Eens hoorde hij dat een zekere dame in een verre stad een hele zak gouden munten voor haar diensten vroeg. Hij nam een tas vol goudstukken, en stak zeven rivieren over om haar te bereiken. Terwijl hij samen met haar was, blies zij lucht uit en zei: ‘Net zoals deze lucht nooit binnen in mij terug zal komen zo zal de terugkeer van Reb Elazar ben Dordaya nooit geaccepteerd worden.’

Deze uitspraak schudde hem wakker. Hij begaf zich tussen de bergen en vroeg hun, om voor hem genade te vragen. Zij weigerden. Vervolgens vroeg hij de hemel en de aarde en daarna de zon en de maan, maar niets hielp. Hij begreep dat het enkel in zijn eigen handen lag. Hij legde zijn hoofd tussen zijn knieën en huilde zo hard en zo veel dat zijn ziel uit zijn lichaam steeg.

Op dat moment kwam er een stem uit de hemel en zei: Rabbi Elazar ben Dordaya is klaar voor het leven van de toekomstige wereld. Rabbi Yehuda Hanasi huilde en verklaarde: Er zijn mensen die hun toekomstige wereld gedurende jaren aanschaffen en er zijn er die dit in één uur doen. Rabbi Yehuda Hanasi zei: Het is niet genoeg voor diegenen die terugkeren dat ze in de toekomstige wereld worden ontvangen, maar ze worden ook nog Reb genoemd.

Kracht van verandering

Dames en heren, Haazinoe laat ons met één letter zien, een ר, dat er altijd nog een deur open is. Terwijl iemand op het allerlaagst leeft en de ergste overtredingen aan het begaan is, wordt hij toch Rabbijn genoemd. Hij kan varkensvlees op Yom Kipoer eten en toch een titel krijgen.

Want de Torah en de Ramban geloofden in zijn leerling en in de kracht en macht die hij binnen zich had om zijn weg terug te vinden. Daarom zien wij dat opvoeden en geloven nauw met elkaar verbonden zijn. Zo vertelt Megilat Esther ons dat Mordechai Esther had opgevoed (Ester 7-2): ויהי אמן את הדסה היא אסתר

Het woord opvoeden אמן is hier gelijk aan geloven. Iemand die in jouw potentieel gelooft, die geeft jou de kracht om dat potentieel te gaan gebruiken en ontwikkelen. Het feit dat de Ramban zijn leerling reeds Reb noemde terwijl hij nog varkensvlees at, heeft Reb Awner de kracht en de moed gegeven om de stap terug naar het Jodendom te nemen.

De kracht van verandering is altijd aanwezig.
Aan ons om daarin te geloven, in onszelf en in anderen!

Shabbat Shalom!

Bracha Heintz

> Download hier de PDF van dit artikel

Gebaseerd op een les van HaRav YY Jacobson 
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer


Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen?

Sponsor ons en steun daarmee ook onze verdere activiteiten!
Doneer via www.chabadutrecht.nl.

 

Please follow and like us:

Loofhuttenfeest in de Soeka

Rabbijn Heintz geeft uitleg over de vier soorten arba’a miniem in de Soeka, de loofhut.
Bekijk het fotoboek.