Teroema | Waar G-d zich thuis voelt

Teroema | Waar G-d zich thuis voelt

Wist je dat iedereen in staat is om van zichzelf een tempel, een G-ddelijk huis te maken? Vandaar dat een aanzienlijk deel van de Torah over de constructie en de dienst in de tempel gaat.  Deze tempel is al 2000 jaar verwoest, maar onze Parasha vertelt hoe G-d zich toch nog steeds openbaart, namelijk in ons eigen leven. In ons manifesteert Hij zich, gelijk Hij dat in de tempel deed.

Download hier de printversie van het artikel

“ועשו לי מקדש ושככנתי בתוכם” (Teroema 25-8)

U zult een tempel voor Mij maken en Ik zal in hun rusten.

Grammaticaal klopt deze zin niet. Er had moeten staan “en Ik zal erin rusten” en niet in “hun”. Deze ‘fout’ wakkert onze nieuwsgierigheid aan en zoals altijd in dergelijke gevallen, wil de Torah ons ergens op attent maken.

In dit ‘foutje’ schuilt namelijk de volgende les: de G-ddelijke aanwezigheid rust niet alleen in de tempel of in een synagoge, maar in ieder persoon. Iedereen is namelijk in staat, overal (niet alleen in Jeruzalem) en altijd (nu ook) om van zichzelf een G-ddelijk huis te maken.

Huis voor G-d

Waarom zou G-d een huis moeten hebben? Welke toegevoegde waarde zou een tempel aan G-d bieden, terwijl Hij de hemel en de aarde vult. G-d is volmaakt. Per definitie heeft hij niets nodig en niets kan aan Hem toegevoegd worden. Alle geboden die G-d aan ons vraagt om uit te voeren zijn aan ons gegeven omdat ze goed voor óns zijn. Wíj hebben ze nodig om gezond te zijn, zowel materieel als spiritueel, emotioneel en psychisch. Wij concluderen dat wij diegenen zijn die het nodig hebben om voor G-d een huis te maken.

Blijft de vraag wat er met een huis bedoeld wordt. Het huis van een mens is de plek waar hij zich prettig voelt, waar hij zich kan ontspannen omdat het volgens zijn wensen ingericht is. Wij zijn in staat om van ons leven een G-ddelijk huis te maken. Dat wil zeggen dat wij ons bestaan zo kunnen inrichten dat G-d bij ons welkom is. Wanneer wij een leven leiden waarbij wij de ge- en verboden van de Torah uitvoeren, voelt G-d zich prettig bij ons en kan Hij ons als Zijn thuis beschouwen.

In de tempel werden allerlei handelingen verricht die deel uitmaakten van de dienst, precies zoals G-d dat geboden had. Vandaar dat G-d zijn aanwezigheid in die tempel openbaarde. Het gaat zelfs zo ver dat mensen tot op de dag van vandaag bij de westelijke muur van de bergtempel nog steeds geïnspireerd raken.

G-d gebiedt ons in bovengenoemd vers om van onszelf een heiligdom te maken, een thuis voor G-d; een plek waar Hij zich prettig voelt.  Een huis waar hij regelmatig heen gaat. Wij zijn door onze handelingen in staat om G-d’s aanwezigheid in onszelf te openbaren. G-d zal zich dan via ons in meer of mindere mate manifesteren, door bijvoorbeeld ons te helpen, ons te beschermen en hier en daar wondertjes of -zoals mensen het noemen- toevalligheden te laten gebeuren.

Gechiedenisboek of toch niet

De Torah lijkt op een geschiedenisboek. In het begin schiep G-d de hemel en de aarde. Vervolgens worden alle schepselen opgenoemd. Daarna gaat het verhaal verder met de eerste mens, zijn afstammelingen, de aartsvaders, de ballingschap in en de uittocht uit Egypte en tenslotte de aankomst in Israël. Het lijkt allemaal op een interessant verhaal, maar dat is schijn. Bij nader onderzoek blijkt al gauw dat niet alles op chronologische volgorde beschreven staat. Sommige evenementen die pas later gebeurden, worden eerder genoemd.

Ook blijkt dat vele generaties amper genoemd worden, terwijl over andere heel uitgebreid verteld wordt. Sommige gebeurtenissen worden tot in detail besproken en andere voorvallen worden niet eens genoemd.

Neem bijvoorbeeld de schepping van de wereld. Dat is nogal een groot project. 31 verzen worden hieraan besteed. Daar moeten we het dan maar mee doen. In deze 31 zinnen schuilen alle geheimen van de schepping. Hoewel wij nog veel te ontdekken hebben in onze wereld, zowel in het groot, in het heelal als in het klein, onder de microscoop, vertelt de Torah er heel weinig over. 

Als de Torah geen geschiedenis boek is, wat is het dan wel?

Aanwijzing

Het woord Torah is af te leiden van het woord הוראה (Hora-a) dat laten zien en aanwijzing betekent. De Torah beschrijft alleen dié gebeurtenissen, waar wij voor altijd een les uit kunnen leren. Uitsluitend die verhalen waaruit een eeuwige lering getrokken kan worden zijn in de Torah opgenomen. Wanneer een vertelling ons bepaalde levensvaardigheden kan instrueren, zelfs nog in de 21ste eeuw, pas dan wordt het vermeld. Er moet in het relaas iets verborgen zijn waar wij ook in onze generatie iets mee kunnen.

Het kan dus zomaar zijn dat onze aartsvader Avraham of Moshe bijvoorbeeld, hele bijzondere daden heeft verricht. Toch worden deze alleen in de Torah vermeld wanneer er een les in schuilt die van eeuwigdurend belang is. Ook in het scheppingsverhaal worden er alleen maar zaken beschreven waar een mens te allen tijde een les uit kan trekken. Er is natuurlijk heel veel gebeurd bij het ontstaan van de wereld, maar kennelijk zijn 31 verzen voldoende om ons op de hoogte te brengen van die zaken die voor ons van belang zijn, waar wij iets mee kunnen. 

Eerste synagoge

De eerste helft van Shemot (het tweede boek van de Torah)  beschrijft de ballingschap in en uittocht uit Egypte, met als hoogtepunt het ontvangen van de Torah op de berg Sinaï. Helaas eindigde deze grote spirituele openbaring verkeerd. Het gouden kalf werd gemaakt en aanbeden omdat Moshe niet snel genoeg van de berg terugkwam. De drang naar afgodsdienst was te groot en de verleiding te sterk.

Wat nu? Er moest verzoening komen, tussen een Almachtige G-d en een volk dat geen geduld had gehad om te wachten totdat Moshe, onze leraar, van de berg Sinai zou terugkomen.

G-d “had er al lang geen zin meer in” en wilde het hele Joodse volk uitroeien. Zijn wens was om met Moshe en zijn afstammelingen een nieuw volk te stichten, gelijk Hij dat met Noach tijdens de zondvloed had gedaan. Maar Moshe moest hier niets van hebben. Hij was een ware leider en kapitein en hij zou zijn schip niet verlaten. Hij stond vierkant achter zijn volk omdat hij onvoorwaardelijk van zijn volk hield. Hij eiste van G-d dat Hij het volk zou vergeven. En zo was het ook.

Een tent mocht gebouwd worden, een huis voor G-d: de eerste synagoge; een plek waar verzoening plaats zou vinden tussen G-d en de mens, niet alleen toen, maar voor altijd. Dit werd de tabernakel genoemd. Het was een constructie die makkelijk op- en afgebouwd kon worden, waardoor deze bij elke etappe in de woestijn getransporteerd kon worden. In deze verplaatsbare tempel waren er o.a. altaars, een gouden menorah en een bovennatuurlijke driedubbele doos, met een engelachtig deksel van goud waar de stenen tafelen in bewaard zouden worden.

Plek van verzoening

De offers die men in de tabernakel ging brengen brachten verzoening tussen het Joodse volk en G-d. Collectieve offers werden gebracht om het volk als geheel te vergeven. Maar ook individuen die over de schreef waren gegaan konden toenadering bewerkstelligen door middel van een offer. Het woord voor offer in het Hebreeuws is קרבן (korban) dat dichtbij en toenadering betekent.

Want waarom begaat iemand een overtreding? Omdat zijn band met G-d op één of andere manier verzwakt is. Zijn geloof is niet meer zo sterk en zijn enthousiasme is misschien wat afgezwakt. En dus wordt hij verleid om zich met zaken bezig te houden die niet bij zijn ware Joodse kern passen; hij gaat iets doen dat niet in overeenstemming is met de wil van zijn Schepper. Maar niet alles is verloren. Hij krijgt al meteen de gelegenheid om het voor zichzelf goed te maken. De mogelijkheid wordt hem geboden om een offer, קרבן (korban) te brengen. Hij begeeft zich naar de tempel en voert alle handelingen uit die bij het brengen van een offer horen. Ondertussen vertoeft hij op de meest heilige plek op aarde. Een plaats waarvan onze geleerden vertellen dat zich daar dagelijks tien wonderen plaatsvonden (Pirkei Awot 5-5).

Een unieke ruimte op aarde dat altijd een bezoekje waard is. Een plek waar iedereen tot op  de dag van vandaag geïnspireerd raakt. We zijn inmiddels duizenden jaren verder. De tabernakel uit de woestijn bestaat al lang niet meer en onze tempel in Jerushalayim is al tweemaal verwoest. Het enige wat er nog van over is, is een klein stukje van de westelijke muur. Dat stukje is niet eens van de tempel zelf maar van de omheining rond de tempelberg. En zelfs hiervoor voelen bezoekers tot de dag van vandaag veel ontzag. Je ziet ze daar staan, zo serieus, geëmotioneerd en geïnspireerd. En natuurlijk, wat had je anders verwacht? Want deze plek is dé ontmoetingsplek voor de mens om zijn connectie met de Almachtige te versterken.

Het begon allemaal met een gouden kalf, een noodzaak tot verzoening en de bouw van een heilige tent.

Toen het Joodse volk 40 jaar later in Israël arriveerde kreeg het de opdracht om van deze tijdelijke tempel een vast huis voor G-d te bouwen. Dit gebod werd honderden jaren later door Koning Salomon uitgevoerd.

Beschrijving Tabernakel

Zo komen we deze week terecht in de tweede helft van het boek Shemot, dat met Parashat Teroema begint. In deze parasha, alsook in de volgende vier parshiot zijn een totaal van 371 verzen, (de helft van één van de vijf boeken) nodig om de tabernakel, die maar een tijdelijke constructie was, te beschrijven. De voorwerpen in de tabernakel en de kleren van de priesters worden allemaal uitgebreid besproken: hoe ze eruit moesten zien, hoe ze gemaakt moesten worden, wat de afmetingen waren, door wie, de donaties en van welke materialen; goud, zilver, koper, hout, edelstenen, stoffen enzovoort.

Kortom; 31 verzen voor de schepping en 371 voor een tabernakel, die niet meer bestaat en die voornamelijk dienst heeft gedaan in de woestijn.

Dit contrast kan niet genegeerd worden!

Voor een oneindige G-d om een begrensde wereld te maken schijnt niet zo bijzonder te zijn.  De 31 verzen zijn voldoende om dit kunstje te beschrijven. Maar voor ons, om G-d weer in deze wereld te ontdekken, daar zijn kennelijk 371 verzen voor nodig.

Wij zijn na meer dan 5000 jaar nog steeds bezig om de wereld te doorgronden, om nog verder in het heelal te kijken, om nieuwe dierensoorten op aarde te ontdekken. Over de hele wereld, in alle universiteiten wordt er keihard gewerkt aan research; het ontdekken en ontrafelen van nog meer fenomenen, verbanden en mutaties. Maar voor G-d was het met enkele luttele 31 verzen gepiept.

Anderzijds komt er heel wat bij kijken als een begrensd wezen zoals de mens, een thuis moet maken voor een oneindige G-d. Dit is gecompliceerd en daar is veel tekst en uitleg voor nodig.

Plek waar spiritualiteit kan gedijen

Er komt heel wat bij kijken als iemand van het materiële hier op aarde een heiligdom moet vormen. Wanneer het hem lukt om de wereld om zich heen te verheffen, dan heeft hij een tabernakel gebouwd, zelfs 2000 jaar nadat het echte gebouw verwoest is. Dit kan hij bijvoorbeeld bereiken als hij niet zomaar iets eet, maar ervoor zorgt dat het een koshere hap is. Bovendien gebruikt hij ook nog de energie van dit voedsel om een goede daad te verrichten. Nu heeft hij alle ingrediënten van zijn eten en alle handelingen die verricht zijn om het voor te bereiden, naar een niveau gebracht waarvan wij zeggen: dit is een plekje dat dichtbij G-d is.

Dit is een tabernakel, een tempel, een plaats waar G-d zich thuis voelt omdat de handelingen die er verricht worden de Torah code en recepten volgen. Dit kan overal en altijd bewerkstelligd worden, ongeacht de aanwezigheid van een tempel, synagoge of klaagmuur. Het enige dat hiervoor nodig is, is een mens, jij of ik, een stukje materie en een gebruiksaanwijzing, de Torah.

Hierin ligt de omwenteling die de gebeurtenissen bij de berg Sinaï teweeg hebben gebracht. Vóór dat de Torah gegeven werd was een goede daad geweldig, maar daar bleef het bij. Deze daad bleef vaststeken in onze materiële wereld.

Bij de berg Sinai trad een wezenlijke verandering op. Mozes ging naar boven op de berg en G-d daalde af, naar Mozes toe. Er vond een ontmoeting plaats tussen de hogere en de lagere  werelden. Vanaf dat moment zou de materie, waarmee een goede daad verricht werd , opgaan in een hogere wereld. Ook de persoon zelf die een gebod uitvoert zou een spirituele verandering ondergaan. De G-ddelijke aanwezigheid zou zich hier op aarde zowel in de materie als in de mens zelf openbaren. G-d door middel van een door ons uitgevoerde mitswah zou zichzelf openbaren. De G-ddelijke aanwezigheid, zoals die in Gan Eden voelbaar was en die door alle fouten van voorafgaande generaties van de aarde verdwenen was, was weer teruggekomen.

Als een mens erin slaagt om de gebroken stukjes van zijn leven bij elkaar te rapen en er een huis voor G-d mee weet te maken, is dat heel bijzonder. Als het hem lukt, al is het maar voor even, om een plekje hier op aarde te creëren waar G-d zich thuis voelt, waar spiritualiteit kan gedijen, dan heeft hij heel wat bereikt. 

Het wonder van G-d en het wonder van de mens

Het leven bestaat uit tegenstellingen. De ene dag zijn we geïnspireerd en kunnen we de hele wereld aan en de volgende dag vragen wij ons af waar al onze lusten en begeertes vandaan komen en hoe wij zo diep hebben kunnen zinken. Wat is het toch dat ons steeds weer naar beneden sleurt en ons tot de meest afschuwelijke en lage gedachtes en daden brengt?

Wij zijn geen engelen die nooit kwaad verrichten en constant in harmonie met hun bron weten te bestaan. Volmaaktheid wordt niet van ons verwacht. Wel voelen wij de frictie en leveren wij een strijd. Het gaat om de inspanning en niet per se om het resultaat. Een mens vergeet herhaaldelijk waar hij vandaan komt en wat hij met de wereld aan moet. Door zijn blindheid heeft hij moeite om de G-ddelijke vonken uit de materie te halen.

Het Jodendom is geen religie die zich voornamelijk in een synagoge afspeelt. Het G-ddelijke aspect kan overal ontdekt worden, zelfs in de woestijn. Juist in de wildernis wordt een tabernakel gebouwd! Midden in je eigen chaos en rommel kun je dat vonkje aansteken. De schepping van de wereld, het veranderen van energie in materie, dat is G-d’s wonder. Het terugkoppelen van de materie naar de bron, het ontdekken van de G-ddelijke energie in de kleinste details van ons leven, dat is het wonder van de mens. Daar is innovatie en creativiteit voor nodig.

Als je naar de bouwplannen van de tabernakel kijkt, merk je dat G-d aandacht heeft voor elk detail. Ineens blijkt elke balk, spijker, knoop en lus van belang te zijn. Waar het zich bevindt, hoeveel ervan zijn, van welk materiaal het gemaakt moet worden etc… Het is een opsomming van de kleinste details waarbij vaak halve maten gebruikt moeten worden.

Ons leven is ook vol kleine details en zelfs halve stukjes. Was je eerlijk bij de kassa vandaag? Heb je de vuilnisman op een respectvolle manier gegroet? Heb je de Shabbat kaarsen nog net op tijd aangestoken? Had je nog een glimlach over voor je leerling? Was je aardig tegen je werkgever en vooral je broer, je moeder en je echtgenoot? Heb je een bracha gezegd voordat je dat kleine schijfje appel in je mond stopte? Heb je de verleiding kunnen weerstaan, al is het maar eventjes, om niet….

Energie openbaren

Denk niet dat het een alles of niets spelletje is. Nee, elke keer dat je moeite doet om in deze wereld de materie, je geld of je liefde te gebruiken en deze naar een hoger niveau probeert te brengen, heb je weer een detail toegevoegd aan de constructie van een tabernakel, een thuis voor G-d, een plek op aarde waar G-d zich prettig voelt. Een moment in je dag waarin je voelt dat het allemaal klopt, dat het zo hoort, dat je goed bezig bent. En ja, het gaat honderd keer mis, maar dat ene vonkje dat je steeds weet te ontdekken maakt het verschil. Het is die halve maat, dat kleine stapje. Al die vonkjes bij elkaar resulteren in een prachtige constructie. Het kost veel tijd en moeite. De 371 verzen zijn nodig om de energie te openbaren die G-d in deze wereld heeft verstopt.

De Talmoed heeft het geheim al lang verklapt (Ketoebot 5a): Bar Kapara wordt geciteerd en vertelt ons dat “De daden van goede mensen op een hoger niveau zijn dan de schepping van hemel en aarde”.

Ja, wij zijn het, die ongeacht ons spiritueel niveau, dagelijks een detail kunnen toevoegen aan het bouwen van de derde tempel, met de komst van Mashiach, spoedig in onze dagen! Amen…

Bracha Heintz

Gebaseerd o.a. op een artikel van YY Jacobson


Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

2 Replies to “Teroema | Waar G-d zich thuis voelt”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂