Toe Bisjwat: meer dan het minimum

Aan het begin van Traktaat Rosj Hasjana, spreekt de Talmoed over vier verschillende nieuwe jaren. Het nieuwjaarsfeest der bomen geschiedt op Toe Bisjwat.
Toe Bisjwat wordt gevierd o.a. door het eten van verschillende soorten vruchten – in het bijzonder vruchten voor welk het land Israël geprezen is. Zoals er staat, “Een land van tarwe en gerst en wijnstokken, vijgen en granaatappelbomen, olijfbomen en dadelhoning.”
Uit deze vers zien wij dat Israël met zowel vruchten alsook met granen vergeleken wordt. Op Toe Bisjwat, concentreren wij ons op boomvruchten, terwijl wij het nieuwjaarsfeest voor de granen (bij voorbeeld tarwe en gerst) op 1 Tisjri vieren.
Vruchten en granen verschillen van elkaar in twee opzichten:
1. Om graan te zaaien, moeten graankorrels in de grond gebracht worden; het eindproduct is dan alleen meer graankorrels. Terwijl, als men vruchtenbomen gaat verbouwen; door het zaaien van zaadjes, kan men vruchten oogsten. Men stopt slechts een klein zaadje in de grond maar ieder individuele vrucht is veel meer waard dan een zaadje.
2. Graan is basisvoeding, “onze dagelijks brood.” Terwijl vrucht een “genotsmiddel” is die voor ons dieet niet strikt noodzakelijk is.
Onze beleving van het Jodendom, kan met graan of met vrucht vergeleken woorden.
Sommigen willen slechts de basisvoeding, het graan van het Jodendom, het minimaal dagelijks vereiste van Joodse beleving. Hierdoor, weliswaar heeft men de noodzakelijk dagelijks injectie van Jodendom, maar men laat de mogelijkheid om van het Jodendom te genieten links liggen.
Maar als men van het Jodendom geniet, dan is de minimale dagelijks vereiste niet voldoende. Men leeft met het Jodendom en daardoor oogst men veel meer dan men zaait.
Met wensen voor een vruchtbare plezierige Toe Bisjwat,
Rabbjin A.L. Heintz

Delen is ontvangen:
Posted in Inspiratie