Auteur: admin

Ekew | Gebroken en toch heel

Ekew | Gebroken en toch heel

Waarom de gebroken tafelen bewaard werden in het allerheiligste van de Tempel in Jerushalayim? Omdat niet alles volmaakt hoeft te zijn. G-d waardeert de gebroken stukken in ons leven en legt ze pal naast de volmaakte tafelen. Licht schijnt juist door de spleten en de barsten in ons leven. Zet je hoogmoed opzij en durf naar de brokstukken in je leven te kijken!

Download hier een printversie van dit artikel (PDF) 

Ekew is de derde parasha van het vijfde boek, Dewariem. Dewariem is de nalatenschap van Moshe Rabenoe, vijf weken vóór de intocht in het beloofde land en net vóór zijn overlijden. Niet alles in de geschiedenis was even rooskleurig verlopen en Moshe moest ook een aantal pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden benoemen: leermomenten van een veertig jaar durende reis.

Onze Parasha vertelt ons over zo’n moeilijk moment. Dit voorval had 40 jaar eerder plaatsgevonden. De datum was 17 Tamoez  2448. In aanwezigheid van minstens drie miljoen mensen had G-d zich op de berg Sinai geopenbaard. Vervolgens beklom Moshe Rabenoe de berg om daarboven veertig dagen lang de hele Torah te leren.

Hemels cadeau

De veertig dagen waren om, althans zo had het Joodse volk het berekend, maar Moshe Rabenoe was niet terug. Leefde hij nog wel? Hij was zonder proviand naar boven geklommen! Er was hem vast iets overkomen. Het Joodse volk besloot in afwezigheid van hun leider een nieuwe gezagvoerder te benoemen. Omdat ze 210 jaar in Egypte hadden geleefd, omringd en gewend aan afgodsdienst, was de meest voor de hand liggende oplossing om een afgod als nieuwe leider te kiezen. Zo ontstond het gouden kalf.

Helaas had het Joodse volk de verleiding niet kunnen weerstaan. Hoewel G-d zich veertig dagen eerder aan het hele volk geopenbaard had en hoewel het met eigen oren gehoord had, hoe G-d het dienen van afgoden had verboden (het tweede van de Tien Geboden), was hun drang naar afgodendienst té intens.

Maar Moshe Rabenoe kwam wel terug. Weliswaar een dag later, maar dat lag aan een miscalculatie. Hoe dan ook, het was 17 Tamoez toen hij ‘eindelijk’ van de berg afdaalde met de twee stenen tafelen in zijn handen. Hij zag het gouden kalf en brak de tafelen. Kennelijk vond hij dat het Joodse volk het niet meer waard was om de stenen tafelen te ontvangen. Dit hemelse cadeau was niet aan hen besteed. Prima, begrijpelijk. Maar waarom heeft Moshe Rabenoe de tafelen gebróken? Hij had ze toch ook weg kunnen zetten, verstoppen of terug kunnen brengen naar waar ze vandaan waren gekomen?

Stel je voor dat je een diamanten ring voor je vrouw hebt gekocht en voordat je de kans krijgt om het haar te geven, krijgen jullie vreselijke ruzie. Wat doe je dan met die ring? Ga je hem breken? Welnee. Misschien bewaar je hem voor later of je verkoopt hem of je brengt hem terug naar de juwelier! De stenen tafelen waren een hemels cadeau van onschatbare waarde. Hoe kon Moshe Rabenoe ze vernielen?

Na het breken van de tafelen volgde er opnieuw een periode van veertig dagen, die Moshe Rabenoe weer op de berg Sinai doorbracht. Daar heeft hij G-d gesmeekt om het Joodse volk te vergeven. In deze periode leerde het Joodse volk dat je altijd weer goed kunt maken wat vernield is, dat je een gebroken relatie weer kunt herstellen. Het is zelfs zo dat je juist in iets dat gebroken is vaak diepere inspiratie kunt ontdekken. 

Scherven

Na die veertig dagen ging Moshe Rabenoe, op de eerste dag van de maand Eloel, voor de derde keer de berg Sinai op, om een nieuw stel tafelen in ontvangst te nemen.

Weer veertig dagen later, op Yom Kippoer (Grote Verzoendag), kwam Moshe van de berg af met nieuwe stenen tafelen in zijn handen. Deze tafelen werden in een speciale, driedubbele kist op de allerheiligste plek in de Tempel neergelegd en bewaard.

Maar wat was er met de scherven van de eerste tafelen gebeurd? Lagen die nog waar ze gevallen waren? Nee, de gebroken stenen tafelen werden opgeborgen in dezelfde ark waar de héle stenen tafelen lagen. Zo bleven de gebroken tafelen op een zeer bijzondere plek bewaard: in Israel, in Yerushalayim, in de Tempel en zelfs op de allerheiligste plek in de Tempel.

Waarom kregen deze scherven zo’n vooraanstaande plaats? Waarom werd er überhaupt een aandenken aan deze pijnlijke geschiedenis bewaard?

Tweemaal ‘ogen’

In onze parasha staat hoe Moshe Rabenoe de tafelen brak:

וָאֶתְפֹּשׂ֙ בִּשְׁנֵ֣י הַלֻּחֹ֔ת וָֽאַשְׁלִכֵ֔ם מֵעַ֖ל שְׁתֵּ֣י יָדָ֑י וָאֲשַׁבְּרֵ֖ם לְעֵינֵיכֶֽם׃

“En ik nam de twee stenen tafelen en ik gooide ze uit mijn twee handen en ik brak ze voor jullie ogen” (Dewariem 9-17).

Aan het einde van de vijf boeken Moses, in het allerlaatste vers in de Torah, wordt Moshe geprezen voor “de sterke hand (waarmee hij de Torah heeft ontvangen), de grote ontzagwekkende daad die hij gedaan heeft ‘voor de ogen’ van het hele volk Israel.”

Rashi (Rabbi Shlomo Yitschaki, 1040-1105) verklaart om welke ontzagwekkende daad het gaat. Het is het breken van de stenen tafelen dat ‘voor de ogen’ van Israel geschiedde. Omdat er in beide verzen de uitdrukking ‘voor de ogen‘ gebruikt wordt, weet men dat het om hetzelfde voorval gaat. Maar sinds wanneer wordt iemand geprezen die uit boosheid iets breekt? Maar Moshe Rabenoe was helemaal niet boos. Hij begreep dat de beste oplossing, onder deze omstandigheden, was om de stenen tafelen te breken.  

De Midrash vertelt ons dat de stenen tafelen het gegraveerde contract was tussen het Joodse volk en G-d. Dat contract kon maar beter vernietigd worden dan dat men in een situatie terecht zou komen waarin het Joodse volk dat contract zou verbreken. Beter de afspraak verbreken voordat het contract in ontvangst genomen zou worden!

Inderdaad was dat heel dapper van Moshe Rabenoe, vooral omdat hij daardoor in wezen de genezing in gang heeft gezet, namelijk de mogelijkheid voor het Joodse volk om hun relatie met G-d weer goed te maken. Blijft de vraag waarom G-d juist deze daad gekozen heeft om daarmee Moshe Rabenoe te prijzen en zelfs alle vijf boeken van de Torah daarmee af te sluiten? Was dit zijn grootste prestatie? Kon de Torah niet met iets vrolijks en positiefs eindigen? De uittocht uit Egypte, de splitsing van de zee, het ontvangen van de Torah of het leiden van de veertigjarige tocht door de woestijn?

G-ddelijk licht

In de gebeurtenis van het breken van de tafelen schuilt echter een zeer waardevolle les. Zó belangrijk, dat dit het beste is wat Moshe Rabenoe ooit gedaan heeft. G-d heeft hem daarvoor zelfs geprezen. Het was kennelijk zo waardevol dat G-d gekozen heeft om de Torah hiermee te beëindigen.

Ons bestaan is namelijk niet altijd volmaakt. Er bestaan heel veel gebroken stukken in ons leven en daar zit het G-ddelijke licht ook in verstopt. Je zou kunnen denken dat er iets mis is, als het allemaal gescheurd, kapot of stuk is. Niets is minder waar. Ook en juist in het gebrekkige schijnt het licht en kun je inspiratie vinden. De waarheid is niet altijd te vinden in volmaaktheid. Integendeel, het is vaak in het kwetsbare en machteloze deel van je leven dat je een glinsterend aspect kunt ontdekken.

Soms verbind je je met de Almachtige met blijdschap en succes. Alles gaat voorspoedig: je baan, je gezin, je vakantie. Maar het gaat ook zo vaak mis en in die gebrekkige situaties zit G-d des te meer verscholen.

Licht door spleten

We hopen natuurlijk dat het altijd goed gaat, dat we ons altijd kunnen begeven in de sfeer van het heiligdom. Voel je echter niet ontmoedigd als het misgaat. Misschien is het een gelegenheid om op zoek te gaan naar een diepere band met Hashem. Je denkt misschien G-d te kunnen vinden in een perfecte Shabbat, een volmaakte saamhorigheid, de ideale liefde of een perfect artikel.

Hoe zit het dan als je er geen zin in hebt, boos bent op G-d en boos bent op het leven? Of misschien ben je neerslachtig, moedeloos en somber. Misschien ben je het slachtoffer van omstandigheden, misbruik en nog meer narigheden. Wij denken vaak dat er een bepaald gevoel van volmaaktheid bij spiritualiteit zou moeten horen, maar is dat wel zo? Wat als je al jarenlang voor een zieke of bejaarde aan het zorgen bent waardoor je het huis niet uitgaat en je je neerslachtig voelt?  Misschien is die bejaarde jouw vader of tante…of iemand anders. Of je probeert op te krabbelen na een langdurige ziekte en je ziet het niet meer zitten. Of je zit dag en nacht met een huilende baby of je collega’s blijven je maar treiteren en je komt tot niets.

Je voelt je daardoor neerslachtig en klein. Jij bent de controle kwijt en daar vloeit een gevoel van bescheidenheid uit. Nu dat je geen grip meer op je eigen situatie hebt, blijft er maar één mogelijkheid over: je over te geven aan Hashem. Vanuit de gebroken stukken van je leven heb je een nieuw kader ontdekt voor een diepere relatie met Hem. Nieuwe omstandigheden in jouw leven zorgen ervoor dat je jezelf aan Hem kan overgeven. Op dat moment maak je ruimte voor G-d in jouw leven. Je bent in een situatie terecht gekomen, waarin je jouw band met Hashem versterkt.

Psalm 51, vers 19:

זִֽבְחֵ֣י אֱלֹקים֮ ר֪וּחַ נִשְׁבָּ֫רָ֥ה לֵב־נִשְׁבָּ֥ר וְנִדְכֶּ֑ה אֱ֝לֹקים לֹ֣א תִבְזֶֽה׃

“Een gebroken ziel is een offer voor G-d, een gebroken en verstoten hart zal G-d niet veronachtzamen.”

Wat de gebroken tafelen ons leren is dat spiritualiteit juist kan bestaan in de meest neerslachtige omstandigheden. Heb je veel pijn en moeilijkheden in je leven en je weet jezelf nog min of meer overeind te houden? Bravo! Het is juist door de spleten van een muur dat het licht kan schijnen.

Hele emmer en gebroken emmer

Een Chinese legende vertelt ons over een waterdrager die dagelijks water uit de put ging halen. Alles liep voorspoedig, ware het niet dat één van zijn emmers een kleine spleet had, waardoor de emmer lekte.

Al gauw ontstond er een gesprek tussen de hele emmer en de gebroken emmer. De hele emmer was zo trots. Dag in dag uit was hij in staat om een volle lading aan te leveren. De gebroken emmer daarentegen was niet zo blij. Bij aankomst op het adres waar het water afgeleverd moest worden, was er altijd maar een halve emmer over, de rest was onderweg verspild en verloren. Hij voelde zich altijd zo verdrietig en neerslachtig, vooral in vergelijking met zijn trotse collega. Was hij nog iets waard?

Na jarenlange lekkages en tranen had hij het niet meer. Hij besloot om met de waterdrager in gesprek te gaan en hem te vertellen hoe waardeloos hij zich voelde omdat hij niet in staat was om zijn rol te vervullen waar hij voor bedoeld was.

“Waar heb je het over, mijn lieve emmer”, reageerde de waterdrager. “Heb je niet gezien dat ik onderweg zaadjes heb geplant? Heb je nooit gemerkt dat jij dagelijks, als lekkende emmer, de plantjes hebt bewaterd terwijl wij er langs liepen? Heb je de bloemen niet gezien die daardoor gegroeid zijn? Deze bloemen pluk ik regelmatig en zet ze in een vaas. Ze versieren mijn huis en maken door hun pracht en praal iedereen blij.”

Nieuw potentieel

Ja, dames en heren, jongens en meisjes, het licht schijnt vaak juist door de spleten en de barsten in ons leven. Het zijn dikwijls de problemen in je leven die je ertoe dwingen om dieper in jezelf te graven en nieuw potentieel te ontdekken. Hierdoor ga je op een ander niveau leven en zullen je relaties meer diepgang kennen; de relaties met anderen maar ook met jezelf en met Hashem. Last but not least zul je meer begrip en medeleven in jezelf ontdekken om de misères van een ander beter aan te voelen.

Nu begrijpen we waarom de gebroken tafelen niet alleen bewaard werden, maar zelfs in het allerheiligste van de Tempel in Jerushalayim neergelegd werden. Niet alles hoeft volmaakt te zijn. G-d waardeert de gebroken stukken in ons leven en legt ze pal naast de volmaakte tafelen. Wissel je gevoel van neerslachtigheid over jouw falen in voor bescheidenheid. Je hoeft niet alles onder controle te hebben. Het mag wel eens misgaan. Stel je bescheiden op en realiseer je dat je niet perfect kan of hoeft te zijn. Gebruik de brokken in je leven als springplank. Ze zijn net zo mooi als de bloemetjes die door een lekkende emmer zijn gaan groeien!

Shabbat Shalom
Bracha Heintz

Hier een link naar: Een andere kijk op gebroken stukken 

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Gebaseerd op lessen van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn ook zeer welkom!

Speciale dank voor de opmaak en correcties door Rianne Meyer, Sonja Tamam en Devorah Verwoerd.


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Shemini | In topconditie

Shemini | In topconditie

Net zoals atleten een zorgvuldig dieet volgen om hun lichaam naar topprestaties te brengen, zo hebben wij een geestelijk dieet dat ons verfijnt en versterkt: kosjer eten. Het is niet alleen wat we eten, maar wat het met ons doet. Kosjer voedsel scherpt onze innerlijke antenne, verdiept ons gevoel en tilt ons net dat stapje hoger in hoe wij Joodse waarden beleven, begrijpen en aanvoelen.

 
 
In ziekenhuizen bezoeken dokters regelmatig hun patiënten. En zo gebeurde het dat een arts, samen met zijn assistent in opleiding, de ronde in het ziekenhuis deed en langs elke patiënt ging. De hoofdverpleegster liep ook mee om van de dokter instructies te krijgen. De assistent mocht in aanwezigheid van de patiënten geen opmerkingen maken of vragen stellen.
 
Na verloop van tijd merkte de assistent in opleiding dat verschillende patiënten met een gelijk ziektebeeld toch niet dezelfde behandeling kregen. Hij ontdekte zelfs grote verschillen. De ene patiënt moest op gezette uren van de dag een hele reeks pillen slikken. Hij moest een streng dieet houden en meerdere keren per dag op vaste tijden oefeningen doen. Aan andere patiënten met precies dezelfde ziekte werd nauwelijks een behandeling voorgeschreven. 
 
De leerling was verbaasd en na de ronde mocht hij zijn vragen aan de arts voorleggen. Deze legde hem uit dat sommige patiënten zo ziek waren dat ze geen hoop hadden om te overleven. Terwijl anderen – mits zij alles op alles zouden zetten om te genezen – nog een kans hadden. De terminaal zieken hoefden geen ingewikkelde behandeling. Zo’n streng schema zou voor hen het leven alleen nog zwaarder maken. Daarentegen kregen de minder zieke patiënten nauwkeurige voorschriften, strenge diëten en stipte aanwijzingen in de hoop nog te kunnen genezen.

Op dieet

Zo is het ook met het Joodse volk. G-d heeft het Joodse volk een specifieke taak toegewezen en Hij bekommert zich over ons door ervoor te zorgen dat wij een dieet kunnen volgen dat ons in staat stelt om onze opdracht te vervullen. In Zijn goedheid heeft Hij ons 613 aanwijzingen gegeven om geestelijk gezond te blijven en om schadelijke verleidingen te weerstaan. De Torah functioneert als geneesmiddel. De voorschriften die daarin staan zijn er zodat wij ons kunnen verheffen boven alle verleidingen, verkeerde gewenningen en egoïstische handelingen, allemaal zaken die ons neerwaarts sleuren.
 
Deze week maken wij kennis met één van de geneesmiddelen die onze ziel gezond houdt, namelijk de regels van kosher voedsel. De Torah vertelt ons over koshere dieren en vissen, welke wel en welke niet voor consumptie geschikt zijn voor een Jood. Waarom moeten wij op dieet? Waarom wordt ons het leven zo lastig gemaakt? Wat is er mis met een stukje varkensvlees of een bord vol mosselen? 
 
Een mens is wat hij eet. De cellen van zijn lichaam worden gevormd door het voedsel dat hij consumeert. Lichamelijk, psychisch en emotioneel wordt een mens beïnvloed door hetgeen hij tot zich neemt. Als wij beïnvloed worden door wat wij zien, des te meer heeft het eten, dat deel van onze cellen wordt, een vergaande impact op ons.
Wilde dieren mogen wij niet eten omdat wij niet wild willen zijn. Maar waarom zijn zoogdieren die niet herkauwen en gespleten hoeven hebben verboden?
En wat is de reden dat vissen schubben en vinnen moeten hebben om op ons menu te mogen staan?

Gespleten

Alleen zoogdieren die gespleten hoeven hebben én herkauwen zijn kosher. Een gespleten hoef laat zien dat het dier, d.m.v. zijn poten, contact heeft met de grond. Maar dat contact met het aardse is niet volledig. Tussen de linker- en de rechterkant van de hoef is er een deel van de poot dat los staat van de grond.
 
Dit is ook hoe wij in ons leven willen staan. We raken de grond, maar leven deels ook gescheiden van het aardse. We houden contact met het hier en nu. We leven een aards leven, hebben beide benen op de grond, maar tegelijkertijd weten wij onszelf los te maken van de materie. We houden onszelf overeind door niet constant verbonden te zijn met deze wereld.
 
De splitsing tussen de rechter- en de linkerkant van de hoef vertelt ons nog meer. De twee zijden vertegenwoordigen twee tegengestelde componenten, het goede en het kwade. Deze aspecten moet je gescheiden houden. Je krijgt de grootste ellende wanneer deze scheiding vervaagt. Een mens moet constant keuzes maken. De eerste stap om te kunnen kiezen is de bekwaamheid om tussen goed en kwaad te differentiëren.
 

הֹ֣וי הָאֹמְרִ֥ים לָרַ֛ע טֹ֖וב וְלַטֹּ֣וב רָ֑ע שָׂמִ֨ים חֹ֤שֶׁךְ לְאֹור֙ וְאֹ֣ור לְחֹ֔שֶׁךְ שָׂמִ֥ים מַ֛ר לְמָתֹ֖וק וּמָתֹ֥וק לְמַ֛ר

  
‘Wee diegenen die slecht goed noemen en goed slecht, van duisternis maken ze licht en van licht duisternis, van bitterheid maken ze zoetigheid en van zoetigheid bitterheid.’ Yeshayahoe 5-20
 
Wij leven in een wereld waarin grenzen vervagen. Immorele handelingen wekken in eerste instantie afschuw, maar worden na verloop van tijd toch getolereerd. In een volgend stadium treedt gewenning op waarna de stap naar normalisering erg klein is geworden. Zonder het te merken degenereert de maatschappij. De grenzen tussen moreel en immoreel verzwakken waarna ze verdwijnen. De mogelijkheid om te kiezen wordt steeds ingewikkelder. De gespleten hoef symboliseert het feit dat er een duidelijke scheiding moet zijn tussen rechts en links en tussen juist en onjuist. Dan pas kunnen wij een verantwoorde keus maken.

Beschermen

Van alles wat er in het water leeft zijn alleen dieren die vinnen en schubben hebben kosher. De schubben van de vis beschermen hem tegen aanvallen van vijanden. Elke schub is een soort nagel op de huid van de vis. Het maakt de vis weerbaar ten aanzien van de buitenwereld. De vinnen zorgen ervoor dat de vis zich in het water kan voortbewegen en verplaatsen.
Ook wij moeten ons leven beschermen tegen invloeden van buitenaf. Wij kunnen zelf kiezen waar wij onszelf en onze gezinsleden aan blootstellen. We hoeven niet te kijken naar alles wat op ons afkomt. We hoeven niet te luisteren naar alles wat er gezegd wordt. En het is al helemaal niet nodig om alles wat zich op straat afspeelt naar binnen te halen. Wij kiezen zelf wie ons huis binnentreedt. Zowel via de voordeur als via de achterdeur, via de televisie, het internet en social media.
 
Tegelijkertijd is het dankzij de vinnen dat we voorwaarts kunnen gaan. Wij blijven niet steken in een geïsoleerde, beschermende cocon, maar bewegen ons in de buitenwereld. We zoeken contact naar buiten toe en hebben overal invloed. Wij bewerken en verbeteren deze wereld terwijl wij tegelijkertijd onszelf met schubben blijven beschermen.

Topprestatie

Wij zijn net atleten en gaan op dieet zoals professionele sporters die topprestaties moeten leveren. Ook wij rennen mee met een spirituele marathon. Wij zijn in spirituele topconditie. Het koshere voedsel dat wij tot ons nemen helpt ons om spiritueler te denken en te voelen. Daardoor begrijpen wij de Torah beter en wordt het makkelijker om onze karaktereigenschappen te verfijnen. 
 
Iemand die kosher eet hoeft minder moeite te doen om aardig te zijn, om bescheiden te zijn. Het gaat hem natuurlijker af. Hij kan zijn begeertes makkelijker in bedwang houden. Net zoals een atleet zijn spieren optimaal kan gebruiken wanneer hij het meest geschikte voedsel tot zich neemt, zo ook past kosher voedsel bij een Jood. In kosher eten zitten alle spirituele vitaminen en mineralen die een Joodse ziel nodig heeft om zich Joods te voelen en om zich te kunnen verenigen met G-d, met de Torah en met het Joodse volk.
 
Gezond eten zorgt ervoor dat het lichaam optimaal functioneert.
Kosher eten garandeert het welbehagen van de ziel.
 
Dit is ook wat het woord kosher in het Hebreeuws betekent, namelijk geschikt. Het Jodendom is geen religie dat op bepaalde tijden en op bepaalde plaatsen uitgeoefend wordt. Het Jodendom is een manier van leven. Aangezien eten de enige manier is om in leven te blijven, is het een essentieel onderdeel van het Joods-zijn.
 
Behalve dat het eten kosher hoort te zijn, hanteren we ook nog voor elke gelegenheid bijzondere gerechten. We hebben speciale menu’s voor Shabbat en feestdagen waarbij elk onderdeel van het voedsel een diepe betekenis heeft dat gerelateerd is aan het desbetreffende feest.

Shabbat, zevende dag

Zo zien we dat op Shabbat, de zevende dag van de week, wij voedsel nuttigen dat met het getal 7 verbonden is. Op deze bijzondere dag staan de volgende specialiteiten op het menu: wijn, challe, vis en vlees.
 
Nu ga ik U, geachte lezer, meenemen op een getallen-reis. De Joodse letters zijn namelijk niet uitsluitend leestekens, ze zijn ook getallen. De א alef is één, de ב beet is twee en zo gaan we door tot de י joed: tien.
Vervolgens is כ gaf 20 en ל lamed 30 enzovoort, tot aan ק koef, dat is 100. De ר reesj 200, de ש shien 300 en ten slotte is de ת taw 400.
 
Je kunt een willekeurig Hebreeuws woord nemen en de getalswaarde van elke letter noteren. Vervolgens tel je al deze cijfers op. Het totaal is de getalswaarde van dat woord.
En nu …
 
Op Shabbat, de zevende dag van de week, maken we allereerst “kidoesh” op wijn.
 
Het Hebreeuwse woord voor wijn is יין (jajien)
Het woord heeft twee keer de letter י joed, 2 x 10 en één keer de letter נ noen, 1 x 50.
De getalswaarde van יין is 2  x 10 + 50 = 70
Tel je de 7  en de 0 bij elkaar op dan heb je het getal 7
 
Vervolgens eten we חלה challe, het gevlochten brood. De getalswaarde van challe, חלה is 8 + 30 + 5= 43. En 4 + 3 = 7
 
De eerste gang op Shabbat bestaat uit een visgerecht, דג. De getalswaarde van dag דג, vis is 4+3=7.
 
Bij het hoofdgerecht wordt basar בשר vlees gegeten. De getalswaarde van vlees, בשר is 502.
ב = 2  
ש = 300
200 = ר
2+300+200=502.
En 5 + 2 = 7

Stapje verder

Onder leiding van Yehoshua stak het Joodse volk meer dan 3000 jaar geleden de Jordaan over om eindelijk Israel binnen te kunnen komen. Het volk had 40 jaar lang door de woestijn getrokken en dagelijks hemels brood gegeten, het zogenaamde manna. Ineens stopte dit fenomeen. Vanaf dat moment moest het brood zelf gemaakt worden. Yehoshua moest landbouwlessen geven aan een volk dat niet beter wist dan dat brood dagelijks uit de hemel kwam vallen. Het zaaien en oogsten, het malen en bakken waren een nieuwe gewaarwording voor een hele generatie die in de woestijn was geboren. De vakantie was over. Het utopisch leven was voorbij. Vanaf nu moest elk mens hard werken om voedsel te verkrijgen.
 
Wanneer wij brood eten, wassen wij eerst onze handen op een speciale manier, gelijk de priesters dat in de Tempel deden alvorens zij naar binnen gingen. Onze eettafel wordt met een altaar vergeleken en het nuttigen van voedsel wordt gezien als een vorm van G-d dienen. Na het wassen van de handen dopen wij ons eerste hapje brood altijd in zout, ter herinnering aan het feit dat er in de Tempel bij elk offer zout toegevoegd werd. Een offer zonder zout was onacceptabel en moest opnieuw gebracht worden.
 
Ons eten is ons offer. Het wassen en het zout herinneren ons eraan om ons eten te verheffen, net zoals de offers. Het kosher eten maakt van het nuttigen van voedsel een G-ddelijke operatie. Het verfijnt onze antennes en helpt ons net een stapje verder in het Joodse denken en voelen. Wanneer wij G-d bedanken voor en na het eten en ook nog de energie van dit koshere voedsel benutten om er goede daden mee te verrichten dan zijn wij helemaal goed bezig. Als wij op deze manier met voedsel omgaan, dan veranderen wij een gewone, dagelijkse bezigheid in een spirituele actie.  Eten wordt nu een hemelse handeling waarmee wij onszelf en het voedsel dat wij nuttigen verheffen.
 
Eet smakelijk en Shabbat Shalom!

Bracha Heintz

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

www.chabadutrecht.nl

Opmaak: Rianne, Sonia en Devorah.

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op: chabadutrecht.nl/doneren.

 
Tetsawè | Gebraden vlees en parfum, twee altaren in één mens

Tetsawè | Gebraden vlees en parfum, twee altaren in één mens

Wat weegt zwaarder in een mens: het verlangen van het lichaam of het fluisteren van de ziel? In de Tempel stonden twee altaren, één voor dieren en één voor een verfijnde geur. Diezelfde twee altaren bevinden zich ook in ieder van ons. Tussen het materiële verlangen van een mens en zijn inspiratie, tussen de strijd met het laagste in hem en verheffing, voltrekt zich dagelijks een tempeldienst.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Twee altaars

In de Tempel bevonden zich twee altaars. Het ene was vervaardigd uit cederhout en overtrokken met koper. Het stond in het buitenste deel van de Tempel en daarop werden dieren geofferd. Het andere altaar bevond zich meer naar binnen, in een heiliger gedeelte van de Tempel. Ook dit was gemaakt van cederhout, maar overtrokken met goud. Op het gouden altaar werd wierook gebrand.

Zo draagt ook de mens twee altaren in zich. Ieder individu bezit enerzijds een dierlijke kant en anderzijds een wierookgedeelte, een biologische en een spirituele dimensie. Zijn dierlijke kant verlangt naar voedsel, sport, kleding, een mooie woning en alle verdere benodigdheden voor het lichaam. Tegelijkertijd hunkert de ziel van de mens naar spiritueel genot, te vergelijken met een heerlijk geurend aroma, de wierook. Een mens koestert vaak een diepe wens zichzelf te overstijgen en spirituele niveaus te bereiken. Hij verlangt ernaar de pracht en praal van hemelse zaken in zijn leven te laten ontluiken en de heerlijke geur van Gan Eden op te snuiven.

Het oppervlakkige, uiterlijke deel van ons leven is egoïstisch. Het zorgt en leeft uitsluitend voor zichzelf. Het heeft voedsel nodig, zoals op het buitenste altaar dieren werden gebracht. Daartegenover staat onze innerlijke, diepere kant, die altruïstisch is en naar spirituele zaken verlangt, gelijk een heerlijke geur.

Dierenvechter en zielspecialist

 Wij kunnen ons leven naar een hoger niveau tillen door ons dierlijke aspect te offeren en onze zelfzucht terzijde te schuiven. Wij zijn in staat het lichamelijke in ons leven te dempen, te bevechten, te transformeren en te verheffen. Op het moment dat je aan een ander denkt en hem voorziet in zijn lichamelijke en spirituele benodigdheden, leg je de nadruk op je eigen innerlijke ziel. Wij zijn allen in staat onszelf te trainen om de behoeften van ons lichaam te kanaliseren en te beperken, en zo ruimte te scheppen voor onze spirituele beleving.

Het woord קרבן (korban) betekent, naast offer, ook nabijheid. Door onze lichamelijke behoeften op te offeren, komen wij dichter bij onze ware essentie, onze bron en G-d. Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling geheel in spiritualiteit op te gaan, want dan zou ons aardse leven tot stilstand komen. Toch verlangen wij ernaar in de nabijheid te komen, dichtbij = קרבן, van de bron.

Het woord קְטֹרֶת (ketoret), dat wierook betekent, draagt ook een tweede betekenis in zich namelijk verbinden. In het binnenste van het Heiligdom, waar de wierook werd gebrand, hoef je niet dichterbij te komen, want daar ben je reeds verbonden. Op die heilige plaats, op dat niveau, ben je één met G-d.

Beide altaren vertegenwoordigen een cruciaal aspect van het dagelijkse Joodse leven. Misschien behoor je tot het type dat veelvuldig met zijn lusten worstelt en voortdurend moet strijden om de lichamelijke en dierlijke kanten opzij te zetten. Of wellicht bevind jij je op een niveau waarop de ziel zich, als een heerlijke geur, kan uitdrukken. Waarschijnlijk wisselen beide ervaringen elkaar bij ieder mens in verschillende verhoudingen af. Of men nu meer geneigd is het fysieke in bedwang te houden, of dat het spirituele de natuurlijke staat vormt, duidelijk is dat beide altaren zich in de Tempel bevonden, omdat ook het bevechten van de dierlijke instincten deel uitmaakt van het dienen van G-d. Of men nu bezig is de lichamelijke behoeften te kanaliseren of zich bevindt op het niveau van de wierook, beide niveaus hebben een plaats in de Tempel en worden door G-d gewaardeerd, gevierd en gekoesterd op de heiligste plek op aarde.

Soms kan ontmoediging ontstaan wanneer telkens opnieuw dezelfde strijd tegen de dierlijke behoeften moet worden gevoerd. Toch is dit een heilige bezigheid, zoals er dagelijks in de Tempel dieren werden geofferd. Niet alleen de wierookmens, de specialist van de ziel, ontvangt een plaats in de Tempel, maar ook degene die dagelijks zijn lichamelijke neigingen moet bevechten.

Cederhout

Zelfs de materialen waarmee de Tabernakel werd gebouwd, bieden ons inzicht. Naast goud, zilver en edelstenen vormde ook cederhout een belangrijk bestanddeel van de constructie. Talrijke voorwerpen, evenals de wanden, werden uit deze houtsoort vervaardigd.

Waar haalde het Joodse volk in de woestijn plotseling cederbomen vandaan? Rabbi Tanchoema weet ons te vertellen dat onze aartsvader Yakov, toen hij met zijn grote gezin (69 man) naar Egypte verhuisde, jonge cederbomen met zich meenam.

Waren zijn koffers en wagens bij deze grote verhuizing niet al overvol? Konden er geen cederbomen uit Egypte gebruikt worden? Maar nee, Yakov wist dat het Joodse volk tot slavernij gedwongen zou worden. Maar hij wist ook dat het Joodse volk ooit, 210 jaar later, bevrijd zou worden en in de woestijn een Tabernakel zou bouwen onder meer van cederhout. Daarom nam Jakov bomen uit Israel mee en zorgde ervoor dat zij in Egypte opnieuw werden geplant. 

Yakov stierf. Ook zijn kinderen stierven en die hele generatie leefde niet meer. Een aantal jaren later waren de mensen die Yakov persoonlijk hadden gekend ook gestorven. Maar bomen, afkomstig uit Israel, waren er wel. Er waren niet alleen beloftes uit vorige generaties dat er ooit een bevrijding zou komen. Deze cederbomen waren het bewijs, het materiële erfgoed dat getuigde dat er licht aan het einde van de donkere slavernijtunnel was. Geen wonder dat het Rabbi Tanchoema is die ons dit uitlegt. De naam Tanchoema betekent namelijk troost.

Zoals de cederbomen het Joodse volk in Egypte van hoop en troost voorzagen, zo hebben ook wij door de eeuwen heen morele steun mogen ontvangen. Tijdens alle ballingschappen die wij hebben moeten doorstaan, tot op de dag van vandaag, zijn het deze cederbomen die ons hoop en kracht hebben gegeven en nog steeds geven. Wat zijn deze bomen? Laten wij kijken naar Psalm 92, vers 13:

צַ֭דִּיק כַּתָּמָ֣ר יִפְרָ֑ח כְּאֶ֖רֶז בַּלְּבָנ֣וֹן יִשְׂגֶּֽה׃

Een rechtschapen mens zal bloeien als een palmboom, hij zal hoog groeien als een cederboom in  Libanon.

Onze rechtschapenen, geleerden en rabbijnen staan ons altijd bij. Zij zijn onze cederbomen. Zij wakkeren onze hoop aan en maken ons ervan bewust dat, ondanks onze misères of soms juist onze welvaart, wij allen verlangen naar een herbouwd Jeruzalem. Wij wachten nog steeds op Mashiach, de verlosser die de Tempel zal herbouwen en Israel zijn uitverkoren plaats zal teruggeven. Wanneer onze verbinding met G-d verzwakt, zijn het de tsadikiem, de rechtschapenen, die ons helpen onze eigen nesjama (ziel) weer terug te vinden. Zij zijn degenen die ons dichter bij de Torah brengen en ons helpen om onze ware essentie daadwerkelijk te voelen.

Tempeldienst als model

Tweemaal daags werd er een schaap op het altaar gebracht.
Elke dag werd de gouden kandelaar eerst gereinigd en vervolgens ontstoken. Onze ziel is als een vlam en ons lichaam kan met een kandelaar worden vergeleken. Dagelijks behoeft het lichaam een spirituele reiniging, waarna de Joodse vlam en het innerlijke elan opnieuw kunnen worden aangewakkerd.
Ook de wierook kende zijn eigen sublieme moment in de dienst van de Tempel.

Iedere dag werd elke handeling met de hoogste precisie uitgevoerd. Elk onderdeel van de dienst was cruciaal om de G-ddelijke aanwezigheid in de Tempel te openbaren. De handelingen die de priesters namens het hele Joodse volk verrichtten, dienen als model, opdat ook wij leren hoe wij in onszelf G-ds aanwezigheid kunnen openbaren.

Wij zetten het dierlijke in ons opzij, zoals een dier op het altaar werd afgezonderd en geofferd. Wij bevrijden ons van ongewenste elementen, zoals de menora dagelijks werd gereinigd. Wij wakkeren ons enthousiasme voor spirituele zaken aan, zoals de menora opnieuw werd ontstoken. Ten slotte genieten wij van het heerlijke aroma dat voortkomt uit ons nieuw verworven niveau, zoals de wierook die op het gouden altaar werd gebrand.

Ongeacht met welk deel van de dienst wij ons bezighouden, waardeert G-d elk aspect en schenkt Hij het een betekenisvolle plaats in Zijn heiligste ruimte op aarde, de Tempel in Jeruzalem.
Moge deze nu herbouwd worden met de komst van Mashiach. Amen!

Het ruiken van heerlijke kruiden is een gebruik dat elke week wordt verricht wanneer de sjabbat ten einde is. Op sjabbat ontvangt iedere Jood een extra ziel. Wanneer de sjabbat voorbij is en deze extra ziel hem verlaat, kan een gevoel van zwakte ontstaan. Door te ruiken aan een aangenaam aroma hervindt men zijn kracht. Dit is een voorbeeld van hoe een geur verbonden is met de ziel van de mens.

Bracha Heintz

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

 

Gebaseerd o.a. op een les van YY Jacobson
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer, Sonja Tamam & Devorah Verwoerd