Auteur: Rabbi Aryeh Leib Heintz

Waëtchanan | Ik ben Joods en Israel is van mij!

Waëtchanan | Ik ben Joods en Israel is van mij!

Hoe zit het met de band die elke Jood, religieus of seculier, met het land Israel voelt? Is dit een nationaal gevoel? Willen we naar Israel omdat we daar oorspronkelijk vandaan komen? Nee, het gaat dieper. Ons DNA is intrinsiek met Israel verbonden. Je leest hier waarom.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het was afgelopen. Moshe Rabenoe was 80 jaar oud toen de uittocht uit Egypte begon. Nu staat het Joodse volk, na 40 jaar rondzwerven in de woestijn, bij de grens van Israel, aan de oostzijde van de Yarden. Moshe heeft de rijpe leeftijd van 120 jaar bereikt. De tijd breekt aan voor het Joodse volk om de Yarden over te steken en om Israel binnen te komen, maar Moshe mag niet mee. 

Hoe is zoiets mogelijk? Moshe had het Joodse volk uit Egypte gehaald en de Torah voor hen in ontvangst genomen. Veertig jaar lang begeleidde hij het volk door de woestijn. Het ultieme doel van dit hele project was het brengen van het Joodse volk naar het Beloofde Land. En net dat laatste stukje werd Moshe ontnomen. Hij had zijn hele leven aan dit doel gewerkt en net voordat het bereikt werd, werd hij uit het verhaal onttrokken. De geschiedenis van het Joodse volk zou zonder Moshe verder gaan. Yehoshua nam deleiding over. 

Moshe smeekte G-d om toch toegelaten te worden in het heilige land. Stel je voor, je vaart naar Israel, het beloofde land, en net voordat je aan kunt meren, word je naar Cyprus gestuurd. Of je komt aanvliegen en de kustlijn is al in zicht maar je kunt niet landen.  

“En Moshe smeekte” (= Waëtchanan) om binnen te mogen komen. Maar G-d belette Moshe om verder te smeken en bood hem aan om een zekere berg te beklimmen om van daaruit het beloofde land te kunnen aanschouwen. 

Begraven

Wat een pech. Zelfs de botten van Yosef, die in Egypte was gestorven, waren veertig jaar lang meegedragen om in Israel begraven te kunnen worden, maar Moshes lichaam zou buiten het beloofde land achterblijven. Zo laat de Torah ons zien dat een mens nooit perfect kan zijn, zelfs niet Moshe Rabenoe. Moshe was een rechtschapen man. Daar twijfelt niemand aan. Toch belicht de Tora op subtiele wijze dat Moshe een nog hoger niveau had kunnen bereiken. 

Wat was nu het verschil tussen Moshe Rabenoe en Yosef Hatsadiek?

Dat Moshe het heilige land niet binnen mocht trekken kon hij nog wel accepteren, maar dat hij daar zelfs niet begraven mocht worden was voor hem moeilijk te aanvaarden. Waarom mocht Yosef in het beloofde land ter aarde besteld worden en Moshe niet?  

Yosef was 180 jaar eerder, nog voordat de slavernij begonnen was, in Egypte overleden. Yosef had het Joodse volk laten zweren dat wanneer het Egypte zou verlaten, zijn lichaam meegenomen zou worden en in het beloofde land begraven zou worden.

Moshe had nota bene 40 jaar lang de verantwoordelijkheid op zich genomen voor het vervoer door de woestijn van het lijk van Yosef. Deze zelfde Moshe moest buiten Israel begraven worden? 

Moshe kon nog wel accepteren dat hij het beloofde land niet mocht binnentreden. Maar dat hij daar niet begraven mocht worden terwijl Yosef dat wel zou worden, dat was hem te veel. 

Wat is het verschil tussen Yosef Hatsadiek en Moshe Rabenoe dat de ene wel en de andere niet het voorrecht zou hebben om in het heilige land begraven te mogen worden?

Het antwoord vind je in de Torah zelf, in een bijna onopgemerkte nuance tussen het gedrag van Yosef en de manier hoe Moshe zich profileerde. 

Hebreeuwse man 

We gaan terug naar de jonge Yosef. Hij was een slaaf in een Egyptisch huis. Op een dag dat bijna niemand thuis was, probeerde de bazin hem zover te krijgen dat hij met haar morele grenzen zou overschrijden. Yosef liet zich niet verleiden en rende weg, terwijl zijn kledingstuk nog in de handen van de vrouw bleef. “Kijk”, vertelde zij aan de mensen van het huis die ze geroepen had, “Mijn man heeft een Hebreeuwse man gebracht om spelletjes met ons te spelen” (Bereeshiet 39-13).  

Hoe beschreef de bazin Yosef? Ze noemde hem een Hebreeuwse man. Kennelijk stond hij als zodanig bekend. Blijkbaar had Yosef zichzelf als een Joodse man geïntroduceerd, met alle risico’s van discriminatie en antisemitisme van dien. 

Op het moment dat de bazin hem beschuldigde, vergat ze niet te benoemen dat Yosef Joods was. Dat voegde alleen maar waarde toe aan haar betoog dat Yosef haar aangevallen had terwijl het in de werkelijkheid juist andersom was. Het was haar woord tegen het woord van een Joodse slaaf. Je kunt je conclusie al trekken: twaalf jaar gevangenisstraf voor Yosef. Antisemitisme, nog voor het ontvangen van de Torah! 

Bewoner van Israel

Tien jaar later, nog steeds in de gevangenis, ontmoette Yosef de wijnschenker van het hof van Farao die ook gevangen zat. De wijnschenker werd vrijgelaten en Yosef vroeg hem om een goed woordje voor hem te doen bij Farao: “Doe mij een plezier en als het goed gaat met jou, noem dan mijn naam bij Farao, dat ze mij uit dit bewaarhuis halen (40-14 en 15). Want ik ben gekidnapt uit het land van de Hebreeërs en ook hier heb ik niets gedaan dat ze mij in de put hebben gegooid.”

Ook hier bevestigde Yosef zijn band met het Joodse land. Inderdaad, wanneer de wijnschenker twee jaar later de situatie van Yosef bij de koning beschreef, staat er: “En daar was met ons een Hebreeuwse slaaf… (Bereeshiet 41-12). Yosef wordt steeds omschreven als een Hebreeër. 

Yosef profileerde zich overal en altijd als Jood, bewoner van Israel. Had hij dit detail achterwege gelaten, dan had hij waarschijnlijk veel ellende kunnen besparen. Hij was dan veel beter geïntegeerd in de Egyptische maatschappij. Een Hebreeër zijn was alles behalve een pluspunt. Hij heeft zich daarmee behoorlijk in de nesten gewerkt.

Waarom heeft hij zijn afkomst niet verborgen gehouden? Dat was een verstandiger en logischer houding geweest. Maar ten koste waarvan? Het leven met een leugen of een halve waarheid is niet erg waardevol. 

Toen hij het later hogerop zocht in de Egyptische politiek was het ook niet zo slim om zijn afkomst te openbaren. Was het niet veel wijzer geweest om zijn afkomst niet te benoemen? Wie durft er in de tweede kamer in Den Haag te zitten met een keppeltje op? Wie durft ermee naar zijn werk te gaan en ermee op straat te lopen?

Nationaal gevoel

Trouwens, hoe kon het zijn dat Yosef het land Israel als het land der Hebreeërs beschreef terwijl het land uit 31 kleine vorstendommen bestond en de Israeliërs (Yakov en zijn gezin van bijna 70 man) alleen in een deel van Chevron woonden?  

Het antwoord op deze vraag is simpel, het is de realiteit van het leven van een Jood, waar ook ter wereld. Het is de verbinding die elke Jood, religieus of seculier, voelt met zijn land. 

Is het een nationaal gevoel? Willen wij naar Israel omdat we daar oorspronkelijk vandaan komen? Als dat zo was, dan was dat nationale gevoel na 2000 jaar wel wat afgezwakt. Kijk maar naar Nederlanders met een Franse achternaam. Pieter Lenoble komt oorspronkelijk uit Frankrijk en zijn familie is hier al eeuwen. Maar ze zijn zo Nederlands als maar kan zijn. Behalve hun naam voelen zij zich niet meer Frans dan Jantje de Vries of Klaas Pieterse. 

Bij het Joodse volk is het gevoel na 2000 jaar nog steeds op volle kracht. Nog steeds davent elke Jood in de richting van Jeruzalem. Nog steeds eindigt hij zijn Pesach-avond en Yom Kipoer-viering met de wens om in Jeruzalem te zijn. Nog steeds vast hij op de dag dat de Tempels verwoest werden. 

DNA

Het DNA van een Jood is onherroepelijk met Israel verbonden. Dit is niet alleen een nationaal gevoel. Het gaat veel dieper dan dat. Het is een individueel en collectief bewustzijn. Of je in de middeleeuwen in Cordoba of langs de Rijn woont, of in de 16de eeuw in Krakau bent of in de 21ste eeuw bij Starbucks koffie zit te drinken, je ziel is in Israel geboren en door Israel gevormd. Misschien is je lichaam geboren en getogen in Australië of Friesland. Misschien voel je een bepaalde verbondenheid met en nostalgie naar je geboorteplaats. Maar dat is enkel je lichaam. 

Yosef was in Egypte. Daar kon hij geen verandering aan brengen. Op een gegeven moment werd hij daar premier, maar dat was alleen zijn lichaam. Zijn ziel bleef verbonden met het beloofde land. Beloofd door wie? Door G-d Almachtig. En aan wie? Aan het Joodse volk. Yosef bleef trouw aan zichzelf. Zijn normen en waarden waren niet te koop of inwisselbaar. ‘Ik ben Joods’ verklaarde hij keer op keer, kostte wat het kostte met alle risico’s van dien. Ik woon misschien wel in Egypte maar een deel van mij is altijd in Israel gebleven. Misschien vind ik Egypte leuk, mooi en gezellig maar Israel is thuis. Misschien ben ik gehecht aan molens, tulpen, klompen en haring, maar mijn hart is diep met Israel verbonden. 

Laten we nu de aandacht vestigen op Moshe. Deze leider was trots op het feit dat hij Joods was. Hij durfde heel veel. Hij was zelfs zo dapper om rechtstreeks aan koning Farao te vragen om een heel slavenvolk te bevrijden. Maar toch. Toen hij jonger was en uit Egypte wegrende naar Midian, vanwege de doodstraf die boven zijn hoofd hing, wordt hij beschreven door de dochters van Yitro als een Egyptische man. 

“Een Egyptenaar heeft ons gered van de herders en hij heeft zelfs water voor ons en voor de schapen geput”, (Shemot 2-19) zeggen zij. Moshe gaf de indruk dat hij een Egyptenaar was en heeft er niets aan gedaan om deze verkeerde indruk weg te halen. In dat opzicht was de band van Yosef met het land sterker dan bij Moshe. Vandaar dat zijn lichaam vele jaren na zijn dood uit Egypte werd gehaald en in Israel werd begraven. Daarentegen kwam Moshe Israel niet binnen.  

Verbonden

Zo is elke Jood in meer of mindere mate met Israel verbonden. Waarom? Omdat wij diep in onszelf een stukje Israel hebben. Omdat Israel door G-d aan ons beloofd is als een eeuwige erfenis. Maar durven wij wel met deze boodschap naar buiten toe te treden? Of schuilen wij achter een Balfourverklaring (1917) waarin het Joodse volk het officiële recht kreeg om in Israel te wonen. Of pakken wij de resolutie van de Verenigde Naties uit 1948 erbij toen het Joodse volk een eigen land kreeg? 

Hoe dan ook blijken deze argumenten bij de volkeren van de wereld weinig overtuigingskracht te hebben. Nog steeds wordt ons recht betwist om in (heel) Israel te wonen. Vanaf de verwoesting van de tweede Tempel in het jaar 70 van onze gewone jaartelling, al bijna 2000 jaar geleden, zijn er altijd Joden in Israel blijven wonen. Ons recht op het land is door G-d aan ons gegeven en kan daarom niet door mensen afgenomen of teruggegeven worden. In 1948 besloten de Verenigde Naties om Israel aan het Joodse volk te geven. Maar Israel was al van ons duizenden jaren eerder. Hoe kun je iemand iets geven dat hij al bezit, maar dat van hem gestolen is? Dat heet niet geven, maar teruggeven!

Het is G-d Almachtig die om de één of andere reden besloten heeft dat het Joodse volk een eigen, klein, warm plekje op de wereldkaart zou hebben. Als we dat nou eens zouden durven geloven en zeggen, dan waren we al lang klaar geweest. Want dit argument werkt. Het staat in de Torah, het meest gelezen boek op aarde. Daar is geen weerwoord op mogelijk.

Op het moment dat wij of onze politici gaan twijfelen of wij wel recht hebben om in Israel of in sommige delen daarvan te wonen, dan voelt de tegenpartij dat wij onze rechten op logica willen baseren. We verlagen ons dan naar het niveau van logisch denken en discussie. Dit is een zeer zwakke houding, waarbij de tegenpartij heel makkelijk op zijn beurt een op logica gebaseerd tegenargument kan plaatsen. Op deze manier begint de politieke discussie, de ellende, de oorlog en de intifada.

Geschonken

De gevolgen zijn desastreus en onnodig, met bloedbaden en doden aan zowel Israelische als Arabische kant. Elke dode is er één te veel! Allemaal vanwege de angst om duidelijk te verklaren hoe het eigenlijk zit. Het land is namelijk niet van het Joodse volk vanwege de geschiedenis. 

Het is een valse droom van Israel dat het weggeven van land en het creëren van een Palestijnse staat tot vrede zou kunnen leiden. Wie gelooft daar nu nog in? Deze beslissingen hebben al zoveel bloed gekost zowel voor Israeliërs als voor Arabieren. En hoe kun je iets weggeven dat G-d Almachtig aan jou geschonken heeft? 

Yosef schaamde zich niet om te zeggen wie hij was, waar hij vandaan kwam en waar hij voor stond. Hij liep in de wandelgangen samen met de hoogste pieten uit de Egyptische regering. Als onderkoning en econoom van de eerste orde heeft hij Egypte van de hongersnood gered. Tegelijkertijd bleef hij trouw aan wie hij was. Hij schaamde zich niet en verklaarde steeds weer: ik ben een Jood, een Hebreeër, intrinsiek verbonden met mijn land. Zowel in de laagste positie als slaaf en gevangene als in de hoogste positie toen hij onderkoning was, verklaarde Yosef overal en altijd dat hij Joods was.

Ook wij zijn Yosefs, ook wij durven te zeggen: 

“Ik ben Joods en het is G-d Zelf die het land Israel aan mij geschonken heeft!” 

Shabbat Shalom! 

Bracha Heintz 

Gebaseerd op lessen van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn zeer welkom!


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren ben je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Dewariem | Hoe is het mogelijk??

Dewariem | Hoe is het mogelijk??

Drie verzen die allemaal beginnen met ‘Hoe is het mogelijk …’. Is dit toeval, of zit er meer achter? Alle drie zijn opmerkingen over onverschilligheid en de uiteindelijke gevolgen daarvan. Als mensen zich nonchalant opstellen, dan is de verwoesting nabij. Zoals de laconieke houding die geleid heeft tot de totale verwoesting van de Tempel in de tijd van Yirmiyahoe. 

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)  

איכה אשא לבדי טרחכם ומשאכם וריבכם 

Hoe kan het zijn dat ik jullie moeilijkheden en jullie last en jullie ruzie eigenhandig zal dragen?’’ (Parashat Dewariem 1-12) zegt Moshe.  

איכה היתה לזונה קריה נאמנה מלאתי משפט צדק ילין בה ועתה מרצחים 

Hoe kan het zijn dat een trouwe stad (Yerushalayim), vol met gerechtigheid, waar rechtschapenheid in overnachtte, een prostituee is geworden en nu zijn er moordenaars?’’ Yeshayahoe (1-21)   

איכה ישבה בדד העיר רבתי עם היתה כאלמנה רבתי בגוים שרתי במדינות היתה למס 

Hoe kan het zijn dat de stad, die ooit vol met het volk was alleen zat? Ze is als een weduwe geworden. Ze was zo groot in de ogen van de volkeren, een prinses in de provinciën. Ze is schatplichtig geworden.” Eecha (1-1, geschreven door Yirmiyahoe) 

 Drie verzen en allemaal beginnen ze met het woord איכה (eecha) dat vertaald wordt met: “Hoe?”, “Helaas!”, “Hoe kan het zijn?” of “Hoe is het mogelijk?”  

Drie keer dezelfde uitdrukking gezegd door drie van de grootste leiders en profeten aller tijden:
1. Moshe vlak voor zijn sterven in het jaar 2488. Hij beklaagt zich over de problemen en de ruzies binnen het Joodse volk die hij eigenhandig moet oplossen.
2. Yeshayahoe, zeven eeuwen later, die constateerde hoe het spirituele niveau van het Joodse volk afgezwakt was.
3. Tenslotte Yirmiyahoe nog eens twee eeuwen later, die de verwoesting van Yerushalayim voorspelde.  

Geen toeval

Natuurlijk is het geen toeval dat deze profeten dezelfde uitdrukking איכה (eecha), “hoe is het mogelijk” gebruikten. Het thema dat door alle drie aangekaart werd heeft een gemeenschappelijk aspect. Vandaar dat dezelfde uitdrukking van toepassing is. Niet alleen dat, maar de ene איכה (eecha) heeft tot de volgende איכה (eecha) geleid.   

Ook kunnen we constateren dat deze verzen die met het woord איכה (eecha) beginnen alle drie kort na elkaar voorgelezen worden.

  • De eerste איכה (eecha) wordt deze week op Shabbat, in hoofdstuk 1 van  Parashat Dewariem uit een Torah-rol gelezen.
  • De tweede, ook deze Shabbat, lezen wij als Haftara, d.w.z. na het lezen van Parashat Dewariem uit de Torah, lezen wij uit het boek Yeshayahoe hoofdstuk 1.
  • De derde wordt op Tisha Beaw gelezen, een vastendag die altijd dichtbij de Shabbat van Parashat Dewariem valt. Op deze dag herdenken wij de verwoesting van de Tempel en lezen we het droevige boek Eecha dat met datzelfde woord aanvangt, ook in hoofdstuk 1. 

Maar wat is het verband tussen het tijdperk van Moshe en het tijdperk van Yeshayahoe en van Yirmiyahoe? Op het eerste gezicht lijkt er juist geen gemeenschappelijk thema te zijn tussen deze drie periodes. 

1) In de tijd van Moshe verkeerde Israel in volle glorie. Het Joodse volk was spiritueel ijzersterk. Het was nauw verbonden met de Schepper en jaagde angst aan bij alle andere volkeren in de regio. 

2) In de tijd van Yeshayahoe, daarentegen, was de hoge morele standaard van Israel vreselijk afgezwakt. Daar jammerde de profeet Yeshayahoe over, hoe Israel gelijk een prostituee zijn eigen ethische waarden had verwaarloosd.  

3) Tenslotte werd in de tijd van Yirmiyahoe de Tempel verwoest. De spirituele kerncentrale van het Joodse volk en van de hele wereld werd verwijderd. 

De Midrash vertelt ons dat je het zou kunnen vergelijken met een belangrijke dame die drie verschillende vriendinnen had. De ene vriendin was met de dame in een tijd van vrede en geluk (de tijd van Moshe toen het Joodse volk sterk stond). De tweede vergezelde haar in een tijd van roekeloosheid (wanneer criminaliteit en immorele praktijken in Yerushalayim de norm werden). De derde was bij haar wanneer zij zich moest schamen (de tijd dat Yerushalayim verwoest werd). 

Eigenhandig

We kunnen de uitdrukking “Hoe is het mogelijk” in een bepaalde context wel begrijpen. We kunnen vatten dat immorele praktijken uiteindelijk tot de verwoesting van het heiligdom hebben geleid. Maar waarom jammert Moshe en gebruikt hij het woord איכה (eecha) terwijl Israel in die periode in volle glorie verkeerde? Het Joodse volk stond toen op het punt om het Heilige Land in te trekken. De ene vijand na de andere werd verpletterd. De grootste en machtigste legers in de wereld waren als sneeuw voor de zon verdwenen! Zelfs de spirituele vijanden, Midian en Bilam, waren uitgeschakeld. Waar jammert Moshe over? 

Één woord valt op in zijn betoog: לבדי (lewadie) eigenhandig. In mijn eentje heb ik de zorgen, de moeilijkheden en de ruzies opgelost. Ja, het hele volk is geweldig. Drie boeken van De heilige Torah zijn geweid aan het beschrijven van de perikelen van dit volk, zo speciaal is het! En toch, wie heeft zich echt om dit volk bekommerd? Wie was bereid om zich in te zetten tot het einde toe? Wie heeft niet alleen hulp geboden en vergaderd, maar ook echt meegedaan tot het probleem opgelost was? Wie was zo geraakt dat hij er ’s nachts niet van kon slapen? Dat was er maar eentje en dat was Moshe. “Alleen”, jammert Moshe. 

Was de werkdruk hem te zwaar? Had hij behoefte aan vakantie? Nee.  

Apathisch toekijken

Wat Moshe probeerde toe te lichten is dat er in een gezonde maatschappij niet zo veel slechte mensen zijn. De meeste individuen zijn eerlijk en oprecht. Toch ontwikkelt en groeit het kwaad en wordt het uiteindelijk een nationaal probleem. Het leidt tot totale verwoesting.  

Waarom? Omdat toen het een beetje misging, niemand adequaat en afdoende opgetreden is. Natuurlijk heeft men met een demonstratie meegelopen, een petitie getekend, een WhatsApp doorgestuurd en 10 euro overgemaakt. Maar daarna heeft niemand gekeken of het probleem opgelost was. 

Toen de nazi’s in 1938 het Sudetenland annexeerden bleven de wereldleiders stil. Laten we hier geen gedoe van maken en de boel op de spits drijven, meenden zij. Uiteindelijk heeft deze apathie geleid tot de verwoesting van Europa en miljoenen doden. 

Op het moment dat een Egyptenaar één Jood slaat en Moshe dat ziet, staat er: “Hij keek alle kanten op en hij zag dat er geen man was en toen sloeg hij de Egyptenaar en verstopte hem in het zand.” (Shemot 2-12) Er was ‘’geen man’’ staat er in het vers. Maar er stonden wel degelijk mensen om Moshe heen toen hij toesloeg. Dat weten wij omdat de volgende dag iedereen wist wat er gebeurd was en zijn daad verklikt werd aan Farao. Hierdoor moest Moshe, die als kind in het paleis van Farao was opgegroeid, Egypte ontvluchten. Wat betekent dan dat er “…geen man…” was? 

Moshe zag niemand die op eigen risico het kwaad wilde stoppen. En als iedereen apathisch toe zit te kijken dan gaat het kwaad איכה (eecha) “helaas” echt niet vanzelf weg.  

איכה “Helaas”, hoe kan het zijn? Hoe is het mogelijk dat ik er alleen voor sta! Iedereen vindt het erg dat een Joodse slaaf geslagen en mishandeld wordt, vreselijk zelfs, maar men draait zich om en gaat door met zijn eigen dagelijkse beslommeringen. 

40 woestijnjaren

Deze week beginnen wij met Parashat Dewariem aan de laatste van de vijf boeken van de Torah. Alle woestijnperikelen zijn over. Het Joodse volk staat aan de oostzijde van de Jordaan, klaar om Israel binnen te trekken. Het Joodse volk wel, Moshe niet. Hij sterft buiten Israel en Yehoshua neemt de leiding over. Maar nog even is Moshe aan het woord. Nog even herhaalt hij voor zijn sterven wat er allemaal gebeurd is in de laatste 40 woestijnjaren. En dat is de inhoud van het hele vijfde boek, Dewariem. Het is de nalatenschap van Moshe, een soort testament, opgedragen aan het Joodse volk, zijn volk, nog aan de oostelijke oever van de Jordaan.

En hoe begint het? Met een zucht van Moshe in het eerste hoofdstuk: ‘’איכה, hoe kan het zijn dat ik eigenhandig jullie moeilijkheden en jullie last en jullie ruzie zal dragen?’’ Natuurlijk was het Joodse volk lastig onderweg, gelijk de kinderen op de achterbank onderweg naar een verre bestemming. Wat is er toch een hoop geklaag en geruzie geweest! 

Men zou zich kunnen afvragen waarom Moshe, als hij de laatste 40 jaar wil samenvatten, hij niet de meest opvallende punten benoemt: bijvoorbeeld het maken van het gouden kalf of het sturen van de verspieders? Maar Moshe benadrukt hier een ander aspect. Het probleem was, dat er maar eentje was, לבדי (lewadie), die zich zorgen bleef maken, ook al had hij alles al geprobeerd. Gelijk het verschil tussen een werknemer die consciëntieus zijn werk doet, waarna hij om 5 uur huiswaarts keert of de baas van het bedrijf die zijn kantoor pas verlaat als alles wat niet uitgesteld kan worden, af is.

Als er zich een probleem voordoet en je ligt er niet wakker van, dan ben je niet diegene die de eindverantwoordelijkheid neemt. Als het mis gaat en je hebt alles gedaan wat je maar kon en het is toch niet gelukt en je hebt daar vrede mee dan ontbreekt er iets. Je gaat namelijk niet nog verder door om er alsnog een oplossing voor te vinden. לבדי, er alleen voor staan was het probleem voor Moshe: De apathie van iedereen die zijn plicht deed en het daarna losliet, of hij zijn doel bereikt had of niet. Hoe is het mogelijk dat Moshe er alleen voor stond?

In een gemiddelde maatschappij gedragen de meeste mensen zich redelijk. Er zijn maar enkelen die de boel verstoren en grenzen overschrijden. Het grootste probleem is dat iedereen dit toelaat, waardoor het probleem verergert. Het begint met apathie in een tijd waar alles min of meer goed gaat, zoals in de generatie van Moshe. Het eindigt met de woorden van Yeshayahoe: “Hoe kan het zijn dat Yerushalayim, de stad van vrede, veranderd is in een prostituee, een vrouw die zichzelf verkocht heeft?”

Laat zien dat het je wel iets kan schelen 

Zeven eeuwen later bevindt het Joodse volk zich in een hele andere situatie dan in de tijd van Moshe. Heel veel water is sindsdien onder de brug door gestroomd. Talloze veranderingen hebben plaatsgevonden en allerlei verschillende volkeren hebben al dan niet met succes geprobeerd om over Israel te heersen. De apathie die na Moshes overlijden nog 700 jaar lang doorwoekerde, had zich helaas ontwikkeld tot een nationaal probleem. Yeshayahoe kondigt de noodtoestand af. Wat is een prostituee? Het is een dame die onverschillig is over zichzelf. Ze doet zelfs actief mee aan het feit dat ze niets waard is. Ze laat zichzelf als object gebruiken. Ze is apathisch ten aanzien van haar eigen leven, haar eigen lichaam, haar waardigheid en zelfrespect. Niet alleen kan het probleem van een ander haar niets schelen, maar ze is ook nog eens ongeïnteresseerd in haar eigen jammerlijke toestand en situatie. En als het niemand wat kan schelen, als je eigen leven geen bestaansrecht meer heeft, dan is de verwoesting nabij. Daar jammert Yirmiyahoe twee eeuwen later over, wanneer hij helaas (איכה) de verwoesting van Yerushalayim moet profeteren. De ene “helaas” heeft tot de andere “helaas” geleid…  

In de tijd van Moshe heeft gebrek aan interesse voor de misères van een ander geleid tot apathie ten opzichte van de eigen noodtoestand in de tijd van Yeshayahoe. Uiteindelijk heeft deze laconieke houding geleid tot de totale verwoesting van de Tempel in de tijd van Yirmiyahoe. Alle drie de opmerkingen van “helaas” blijken intrinsiek met elkaar verbonden. Alle drie zijn opmerkingen over onverschilligheid en de uiteindelijke gevolgen daarvan.

Wij bevinden ons nu in een rouwperiode van drie weken wegens de verwoesting van de eerste en tweede Tempel. Moge deze dagen van rouw veranderen in dagen van vreugde en verlossing. Mogen wij actief meedoen aan de herbouw van het jodendom, binnen onszelf, ons gezin en onze gemeentes. Iedereen kan iets geven of doen: een helpende hand, een donatie, een klusje of een bezoek aan een bejaarde.  Zo dragen wij ons steentje bij aan de herbouw van de Tempel in Yerushalayim. Ga ervoor en ga vooral door totdat je het probleem opgelost hebt. Vergader iets minder en voer iets meer uit, laat zien dat het je wél iets kan schelen. Zorg ervoor dat de (spirituele) leiders er niet alleen voor staan. Steun, help en bemoei je met de noodtoestand van een ander totdat hij geholpen is. Zo bescherm je uiteindelijk jezelf en de wereld om je heen. Zo bouw je een speciale plek in Yerushalayim waar G-d zich in volle glorie zal openbaren, spoedig in onze dagen.

Amen en shabbat shalom! 

Bracha Heintz 

Gebaseerd op lessen artikel van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn zeer welkom!


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Masee | 42 keer op reis

Masee | 42 keer op reis

Het onverwoestbare aspect van ons volk is het feit dat we niet statisch zijn, maar blijven reizen, van land tot land, van rustplaats tot rustplaats, van het ene niveau naar het andere. We blijven leren en we blijven onszelf ontwikkelen. Zo blijft onze identiteit bewaard.

(Download hier een printversie van dit artikel)

Elke parasha heeft een naam, een titel. Deze naam is meestal een belangrijk woord dat in de eerste paar verzen van de parasha voorkomt en heel vaak is het zelfs het eerste woord.

Het feit dat dit woord aan het begin staat is niet de reden waarom het als titel wordt gekozen. De naam van de parasha is doelbewust geselecteerd omdat deze betrekking heeft op de inhoud van de hele parasha en verbonden is met de essentie ervan.

De naam מַסְעֵ֣י, (Masee) betekent reizen, het meervoud van reis. De parasha begint namelijk met het noemen van de 42 plaatsen waar het Joodse volk gelegerd heeft tijdens hun reis van Egypte naar Israël.

אֵ֜לֶּה מַסְעֵ֣י בְנֵֽי־יִשְׂרָאֵ֗ל אֲשֶׁ֥ר יָֽצְא֛וּ מֵאֶ֥רֶץ מִצְרַ֖יִם לְצִבְאֹתָ֑ם בְּיַד־משֶׁ֖ה וְאַֽהֲרֹֽן

Dit zijn de reizen van de kinderen van Israël die uit Egypte zijn gegaan volgens hun troepen, met Moshe en Aharon.

Dit is het eerste vers van onze parasha met als tweede woord “Masee”, de titel van de parasha. Vervolgens noemt de parasha de 42 plaatsen waar het Joodse volk gelegerd heeft tijdens hun tocht van Egypte naar Israël.

Men kan zich al gelijk verwonderen over het feit dat het woord Reizen gekozen is als titel van de parasha, terwijl het over 42 stopplaatsen gaat en niet over 42 reizen. De parasha had beter חנויות (chanoejot), legerplaatsen, kunnen heten want dat is waar het werkelijk over gaat.

Amper gereisd

De vraag wordt nog sterker wanneer men beseft dat het Joodse volk tijdens hun veertigjarig verblijf in de woestijn amper gereisd heeft. In tegendeel, het grootste deel van de veertig jaar legerde het op verschillende plekken en was het juist niet onderweg.

Als je de kaart bekijkt en de afstand berekent tussen Egypte en Israël zul je zien dat je daar zelfs te voet niet meer dan enkele weken over zou kunnen doen. Het is echt geen reis van járen en zeker niet van veertig jaar. Zo zien wij dat het volk in het eerste jaar al op 14 verschillende plekken was geweest. In het

laatste jaar zijn ze door 8 plaatsen gegaan. In de 38 jaar die er tussen lagen zijn ze maar 20 keer gestopt. Het is zelfs zo dat ze op één plek, Kadeesh Barnea genaamd, zelfs 19 jaar lang gebleven zijn. Het verblijf in de woestijn was dus veel meer dan een reis van A naar B, aangezien ze meer gelegerd waren dan gereisd hebben.

Verder staat er in het vers dat dit de reizen (in het meervoud) zijn van het Joodse volk dat uit Egypte trok. Maar om uit Egypte te trekken is er maar één reis nodig en geen 42. Je kunt toch maar één keer de grens overgaan! Dan heb je het land van Egypte toch echt wel verlaten. Hoezo staat er dan in het eerste vers dat alle 42 reizen hun uittocht uit Egypte waren?

Ook moeten we ons afvragen wat de relevantie is van het opnoemen van 42 rustplaatsen in een Torah die eeuwig is en waarvan de lessen ook eeuwig zijn. Vooral daar de Talmoed (Pesachim 116b) ons het volgende voorlegt:

בְּכָל דוֹר וָדוֹר חַיָיב אָדָם לִרְאוֹת אֶת עַצְמוֹ כְּאִלוּ הוּא יָצָא מִמִצְרָיִם

“In elke generatie hoort een mens zichzelf te beschouwen alsof hij uit Egypte is getrokken.”

Meer dan een reisverslag

Ik moet dus reflecteren over de uittocht uit Egypte alsof ik zelf die reis zou hebben gemaakt. Nu ga ik natuurlijk liever zelf op vakantie dan dat ik over een volksverhuizing van 33 eeuwen geleden ga nadenken.

Blijft de vraag welke les ik millennia later kan trekken uit 42 reizen die eigenlijk 42 stopplaatsen waren?

We hebben drie vragen gesteld:

1 Waarom heet de parasha Masee, Reizen i.p.v. Rustplaatsen?

2 Waarom zijn alle 42 stopplaatsen een onderdeel van de uittocht terwijl de eerste etappe al voldoende was om Egypte te verlaten?

3 Welke les kunnen we trekken uit 42 etappes van eeuwen geleden om dagelijks beter te kunnen leven?

Het is vanzelfsprekend dat de Torah ons veel meer wil vertellen dan alleen een reisverslag. De Torah is oneindig en haar lessen ook. Dit zullen wij begrijpen door eerst te analyseren wat er precies in die woestijn veertig jaar lang bij elke rustplaats gebeurde.

Moeilijkheden

Bij elke standplaats traden er allerlei moeilijkheden op. Bij elke rustplaats ging het Joodse volk de mist in met één of andere fout. Nog voor het splitsen van de zee verloor het volk zijn vertrouwen in G-d en wilde naar Egypte terugkeren. Dit zal in de veertigjarige reis een terugkerend thema zijn. Bij de berg Sinai werd het gouden kalf gemaakt. Er werd geklaagd over het manna, het gebrek aan water en het gebrek aan vlees en niet te vergeten de angst voor het veroveren van Israël nadat de verspieders waren teruggekomen. Ze werden door Amalek aangevallen en door slangen. De Edomieten lieten hen niet door hun land trekken. Koning Balak probeerde hen eerst te vervloeken en vervolgens te verleiden met afgodsdienst. Door te zondigen verzwakte het volk in spirituele zin.

Tegelijkertijd was elke etappe onderweg een gelegenheid om een beter mens te worden. Op elke plaats waar het Joodse volk legerde gebeurde er iets, een uitdaging, een klacht, een muiterij. Van klachten over watergebrek tot gezeur over eentonig voedsel. Van aanvallen van vijandelijke volkeren tot venijnige slangen die beten. Het volk maakte van alles mee. Blijdschap en teleurstelling, klachten en overtredingen, angst en verdriet, rouw en feest. Overal schuilde er een lering achter. Toen en nu. Het Joodse volk moest getraind worden aan de hand van allerlei voorvallen. Een soort 40-jarige stage voor drie miljoen mensen, ouderen en jongeren, kinderen en volwassenen, mannen en vrouwen, priesters, leiders en gewone mensen, houthakkers en waterscheppers.

Bij elke etappe kwam iedereen weer een stukje verder. Van fouten leert men. Bij elke rustplaats groeiden zij en ontwikkelden zij zich verder. Elke plek was een manier om het benauwde Egypte weer wat verder achter zich te laten. Elke plaats bood aan de hand van de fouten die daar gemaakt waren aan iedereen een gelegenheid om zijn begrenzingen en blokkades te overstijgen. Een dynamiek die zich veertig jaar lang voortzette. Een levenslange stage met lessen, niet alleen voor de volgende generatie maar tot in de eeuwigheid.

Vrij

In die zin kunnen de legerplaatsen “Reizen” genoemd worden. Ook al stonden ze fysiek stil, ze waren bij elke stop constant op reis in hun eigen ontwikkeling om van een verslaafd volk een vrij volk te worden, niet alleen fysiek verslaafd, maar vooral ook psychisch, mentaal en spiritueel.

Eigenlijk is ware vrijheid tot nu toe nog in geen enkele beschaving geconsolideerd; zeker niet in het communisme, niet in autocratie en zelfs niet in democratie. Ware vrijheid is als iedereen zijn hart en begeertes kan beheersen. Dat niveau bereik je niet in één keer. Stapje voor stapje ga je hiermee aan de slag. Net als in de droom van Yakov waarin hij een ladder zag die met z’n voeten op de grond stond en zijn bovenkant de hemel raakte. Je kunt je niet hemels gaan gedragen van de ene op de andere dag, niet alles in één keer. Zoiets doe je stapsgewijs, trede voor trede.

Levensreis

De Baal Shem Tov (1698-1760) geeft ons inzicht in de 42 reizen door te stellen dat in wezen elk mens een reis doormaakt in zijn leven. De eerste reis is zijn geboorte, een ware verlossing uit een zeer nauwe plek. Tegen de tijd dat een moeder bijna gaat bevallen ligt de baby wegens ruimtegebrek opgerold in de baarmoeder. De bevalling is zijn uittocht van het nauwe en begrensde naar ruimte en verdere ontwikkeling. Het blijft namelijk niet bij een geboorte; elke dag daarna ontwikkelt het kind zich, het groeit, het leert en wordt steeds meer volwassen en verstandig. Ook als volwassene blijft hij zich hopelijk ontwikkelen totdat hij zich aan de grens van Israël bevindt en de overstap maakt naar een andere wereld; het beloofde land vertegenwoordigt de plek waar zijn ziel in de komende wereld zijn beloofde beloning krijgt. Met zijn overlijden maakt hij de laatste stap in/uit zijn leven. Het is de stap van een nauwe, donkere wereld vol leugens, oorlog en corruptie naar een wereld vol met licht, liefde en waarheid.

Het woord Mitsrayim, Egypte, is niet alleen de naam van een land; het woord mitsrayim betekent begrenzingen. Het verlaten van de Egyptische grens gebeurde inderdaad toen ze de grens overstaken en was met één stap geklaard. Maar het verlaten van onze eigen interne begrenzingen gaat niet in één keer. Er zijn daar vele stappen voor nodig, zelfs 42, om van een begrensde geblokkeerde situatie in ware vrijheid te belanden.

Ware vrijheid betekent niet dat iedereen maar doet wat hij wil, tenzij de politie en de rechterlijke macht hem tegenhoudt. Ware vrijheid is ruimte maken voor jezelf, voor wie je echt bent. Je bent niet je materiële verlangens of je begeertes, maar je bent veel meer. Til jezelf op naar je ware ik: een mens gemaakt naar het evenbeeld van Hashem met een taak die hier op aarde wacht om uitsluitend door jou vervuld te kunnen worden. Een unieke taak die niemand anders kan uitvoeren.

Weg van de minste weerstand

Eenieder heeft de vrijheid om die taak en dat doel op zich te nemen. Je kunt kiezen om ervoor te gaan of om de makkelijke, luie weg te bewandelen. De weg van de minste weerstand biedt uiteindelijk de minste vrijheid. Want een mens die zich laat gaan blijft gevangen door zijn begeertes waar hij alsmaar door geblokkeerd wordt. Hij is zo gewend om bepaalde ongezonde of zelfs kwalijke handelingen te doen dat hij zich niet meer anders gedragen kan. Hij is zijn vrijheid kwijt omdat hij vast en gevangen zit in zijn eigen gewoontes. Hij creëert mentale tralies voor zichzelf door alsmaar gehoor te geven aan waar hij zin in heeft, totdat hij denkt dat hij er niet meer uit kan komen.

Maar er is een weg uit Egypte, uit de begrenzingen. En deze weg is elke keer weer een gevecht en geeft frictie, maar is ook een stap naar bevrijding. Niet alleen verlaat je Egypte met de eerste stap, maar elke volgende stap is ook een bevrijding uit je begrenzingen, mits jij jezelf elke keer weer tilt naar een ander niveau.

Je kunt namelijk op twee manieren vooruitgaan in het leven. Je kunt steeds een stapje verder komen door iets meer te doen of je kunt naar een totaal andere categorie gaan. Door de parasha ‘Reizen” te noemen laat de Torah ons weten dat wij niet moeten rusten anders had de parasha ‘Rustplaatsen’ geheten. Maar zelfs vooruitgaan blijkt onder de maat te zijn anders had de parasha ,הליכות Wandelingen geheten.

De Torah verlangt van ons en biedt ons de gelegenheid om bij elke stap in ons leven onszelf naar een totaal andere categorie te verheffen. Vandaar dat de parasha ‘Reizen’ heet. Het niet voldoende dat je elke keer iets meer doet in kwantiteit, maar probeer een ware uittocht mee te maken door bij elke stap ervoor te zorgen dat je jezelf op een niveau begeeft dat van een totaal ander kaliber is dan het vorige.

Vooruitlopen of vooruitspringen

Dit is het verschil tussen vooruitlopen en vooruitspringen. Bij het lopen tilt de persoon altijd één voet op, terwijl de andere voet nog op de grond staat. Hierdoor is elke stap nog verankerd en verbonden met de vorige en valt deze dus in dezelfde categorie.

Bij springen is het anders: dan tilt hij beide benen tegelijkertijd van de grond. Zo komt hij op een hoger niveau dat niet verbonden is met het vorige maar grenzeloos hoger en anders is.

Elke sprong is een uittocht uit je voorgaande begrenzing. De situatie die je de vorige keer hebt bereikt en die oorspronkelijk een bevrijding was, wordt na verloop van tijd, wanneer je jezelf weer verder ontwikkeld hebt, je nieuwe begrenzing. Opnieuw kun je dan een reis maken van begrenzing naar bevrijding.

Dat is ook de betekenis van het woord Masee. Het betekent reizen op een manier dat jouw vorige plek totaal niet meer bestaat. Vandaar dat elke stap een uittocht uit Egypte kan zijn. Het eerste vers zei het al: dit zijn de reizen, (in het meervoud) die het Joodse volk gemaakt heeft uit Egypte. Eén etappe was niet voldoende om de begrenzingen achter zich te laten. Wel de geografische grens, maar niet de mentale grens. Daar waren 42 stappen voor nodig.

Zo stijg je steeds. Reizen en rijzen.

Je kunt de weg van Egypte naar Israël niet korter maken. Elke rustpunt was een mentale reis en ontwikkeling. 42 keer werd er een nieuwe les geleerd over zelfdiscipline. Bij elke stap in het leven, zelfs in de barre woestijn waarin wij soms moeten leven, worden wij weer een ervaring rijker. We nemen verantwoordelijkheid in morele waarden, rechtvaardigheid, liefde en barmhartigheid.

In die zin was elke rustplaats een onderdeel van een reis. Een reis naar zowel individuele als collectieve vrijheid. Vrijheid van een Egyptische tiran, Farao en van een genieperige slang die ons voorliegt en vertelt dat alles OK is en dat het allemaal niets uitmaakt wat je wel of niet doet.

Begrenzing

Zo sprak de slang tegen Chawa in Gan Eden en zei dat het niets uitmaakte of ze wel of niet van die ene boom zou eten. Zo ook hebben wij een stemmetje in ons die ons vertelt dat het er allemaal niet toe doet wat wij in de privacy van ons eigen huis wel of niet doen. En óf het uitmaakt! Je bent toch niet voor niets geschapen! Je bent toch niet een willekeurig vlekje in het heelal! We zijn naar het evenbeeld van G-d gemaakt! G-d wacht en vertrouwt erop dat jij en ik verantwoordelijkheid nemen en op reis gaan van de ene stap naar de andere.

Deze reis gaat niet in één keer. Want G-d heeft niet alleen alle schepselen gemaakt maar hij heeft ook de dimensie van tijd gecreëerd. Daarbij zijn wij diegenen hier op aarde die de tijd op een hoger niveau kunnen brengen door elk moment in ons leven optimaal en op een doordachte manier te gebruiken. Dit doen wij door te reflecteren hoe wij elk moment, dat G-d ons schenkt, positief kunnen gebruiken voor onszelf en de mensen om ons heen.

Wat we vorig jaar of gisteren hebben bereikt is fantastisch, maar ten aanzien van morgen is het een begrenzing omdat we nu weer zo veel meer kunnen. De reis en de tijd in ons leven worden dan ineens zo waardevol. Met deze kennis hoef je je niet meer af te vragen waarom je leeft en wat je hier te doen hebt. Ineens wordt elk moment waardevol, of je nu een baby in ontwikkeling bent of een bejaarde die met moeite zijn ontbijt klaarmaakt. Grijp elk moment en verwelkom elke seconde in je leven want als je dat tijdstip niet optimaal gebruikt zal het voor jou en voor de hele wereld een gemiste kans zijn.

Als de parasha ‘Rustplaatsen” had geheten dan had een mens kunnen denken dat het niveau waarop hij zich nu bevindt prima is. ‘Het is voldoende wat ik nu bereikt heb en ik ga de strijd niet meer aan’. Ik ben tevreden zoals ik nu ben. Maar de Torah zegt: “Nee.” Zolang je leeft, zolang jou nog een dag geschonken wordt, of een uur of zelfs maar één microseconde, dan heb je hier nog iets te betekenen.

Vandaar dat je iemand niet mag vermoorden, zelfs niet één moment voordat hij toch dood zou zijn gegaan. Want wie zijn wij om te beslissen dat de taak van die persoon afgelopen is, ook al schijnt hij niets meer te kunnen, ook al is hij doodziek. Misschien is het feit dat die persoon iets later komt te overlijden van

invloed op een hele reeks feiten die anders op een hele andere manier waren verlopen. Elk tijdstip, elk moment en zelfs elke seconde is door G-d geschapen en daarom onmisbaar.

Hoger niveau

De parasha heet Masee, Reizen. We zijn op reis naar Israël, naar het hiernamaals. Dit is een soort reis waarin elke stap een kwalitatieve vooruitgang kan zijn. Een stap die niet gerelateerd is aan de vorige. Het is een oneindige stap omdat elke vooruitgang oneindig veel groter is dan de vorige.

Men kan zich afvragen als je al een oneindige stap hebt gemaakt, hoe je dan nog hoger kan komen. Oneindig is toch al oneindig! Echter zelfs in het oneindige bestaan er verschillende gradaties.

De Tsemach Tsedek (1789-1966), een grote Joodse geleerde en Chabad Rebbe legt ons uit dat je dit zelfs in de fysieke wereld kunt zien, namelijk in de geometrie.

Hij merkt op dat een punt wiskundig gezien oneindig klein is. En wat is een streep? Een streep is een opeenvolging van een oneindig aantal oneindig kleine punten. Een punt is dus oneindig en een streep is dat ook, alleen de oneindigheid van een streep is op een hoger niveau dan de oneindigheid van een punt.

We voeren dit een stapje verder door naar een vlak te kijken. Een vlak is een samenvoeging van een oneindig aantal strepen en is daardoor op een nog hoger niveau van oneindigheid dan een streep. Een kubus is op zijn beurt een oneindig aantal vlakken en is dus oneindig ver verheven boven het vlak.

Zo zien wij dat ook al begeef je je in het oneindige, je toch nog hoger kunt komen. Een mens kan steeds stijgen, niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Hij hoeft niet te rusten. Hij kan altijd op reis zijn en zelfs op zo’n manier dat hij zijn vorige niveau zo ver achter zich laat dat zijn nieuwe niveau totaal niet meer verbonden is met zijn vorige situatie. Hij is daar oneindig ver vandaan. Op deze manier weet hij bij elke stap weer Egypte te verlaten omdat het nieuwe oneindige hoger is dan het vorige oneindige. Wanneer hij het nieuwe oneindige niveau bereikt is het voormalige oneindige niveau voor hem een begrenzing geworden.

Doorzettingsvermogen

Nu wordt duidelijk waarom deze parasha altijd gelezen wordt in de drie weken dat het Joodse volk rouwt wegens de verwoesting van de twee Tempels in Jeruzalem. Na de vernietiging van beide volgde er een periode van ballingschap. Na de verwoesting van de eerste Tempel (in het jaar -586) werden de Joden 70 jaar lang naar Babylonië verbannen. Na de verwoesting van de tweede tempel (in het jaar 70) werden ze door de Romeinen uit Israël verjaagd. Het Joodse volk is sindsdien nog nooit in zijn volledigheid teruggekeerd.

In die tweeduizend jaar van ballingschap, dat veel op een woestijn lijkt, is er met ons van alles gebeurd. Maar van elke fout is er wat geleerd. Uit elke negatieve ervaring is er iets positiefs gehaald. We verkeren al veel te lang in deze ballingschap. Wat een ellende hebben wij moeten meemaken! Dit valt met geen toetsenbord te beschrijven. Net als in de woestijn zijn wij vervolgd. In twee millennia zijn we zo vaak vernietigd, gemarteld en verwoest. Hoeveel Joden zijn gedwongen om te kiezen of om zich te bekeren of op de brandstapel te gaan? Hoeveel Joden zijn door al dan niet gedwongen assimilatie totaal van het Joodse toneel verdwenen? Kunnen wij daar om huilen? Ja. Daar zijn de drie rouwweken voor waar we ons nu in bevinden. Zijn wij hierdoor getraumatiseerd? Nog een grotere ja.

En alhoewel er op elke rustplaats van de geschiedenis iets negatiefs gebeurde is er toch een les uitgehaald. De rustplaats is een reis geworden. Het statische is gaan bewegen. De neerwaartse beweging is gebruikt om nog hoger te kunnen springen. Onze spirituele en morele spieren zijn nog verder getraind en gerekt. Ja, het deed pijn en het doet nog steeds pijn en het doet soms helaas weer pijn maar onze weerstand is hierdoor nog groter geworden en ons doorzettingsvermogen des te sterker.

We bestaan nog. Mooier dan ooit, veerkrachtiger dan ieder ander volk en meer vastberaden om door te gaan. Wij zijn diegenen die vrijheid, moraliteit, verantwoordelijkheid en doorzettingsvermogen hebben tentoongespreid aan onszelf en aan de hele wereld. Waar komen alle religies vandaan? Uit Het Jodendom. Waar komen de regels, de wetten en de constituties vandaan die over de hele beschaving gehanteerd worden? Waarop zijn ze gebaseerd? Op de Torah en de tien geboden… allemaal van ons geleerd en al dan niet in correcte vorm overgenomen. Wellicht zijn we daarom verbannen.

Blijven reizen

En dit is het oneindige en onverwoestbare aspect van ons volk, namelijk ons voortbestaan, het feit dat we niet statisch zijn, maar blijven reizen, van land tot land, van rustplaats tot rustplaats, van het ene niveau naar het andere. We blijven leren en we blijven onszelf ontwikkelen. Zo wordt onze identiteit bewaard. Elke Jood op aarde is het bewijs van de oneindige waarde van ons volk, zowel individueel als collectief.

Ja, we gaan ervoor om moeilijke, dappere keuzes te maken in elke stap van ons leven en in elke eeuw van onze geschiedenis. G-d heeft ons niet verlaten en zal ons nooit verlaten. Onze geleerden vertellen ons dat, ondanks het feit dat de Tempel verwoest werd, de G-ddelijke aanwezigheid de plek van de Tempel nooit verlaten heeft. Elke bezoeker aan de Klaagmuur kan hiervan getuigen.

G-d heeft Jeruzalem nooit verlaten, maar ook in ons hart en in onze ziel is Hij altijd aanwezig zoals G-d ons in de Torah belooft dat elke Jood in zichzelf een Tempel kan bouwen, een plekje waar G-d uitgenodigd is om aanwezig te zijn. Een hart waar G-d zich thuis voelt omdat de mens G-d’s wegen bewandelt. Net zoals G-d de Tempelberg, zelfs na de verwoesting nooit verlaten heeft, zo blijft Hij in ieders hart zetelen.

Hij blijft en daarom kiezen wij niet voor passiviteit. We gaan er niet onderdoor, integendeel, we springen van niveau naar niveau en reizen constant door totdat we met Mashiach in Israël zullen aankomen en wij het Oneindige, zonder enige begrenzing, met onze vleselijke ogen zullen kunnen aanschouwen. Spoedig in onze dagen, AMEN!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rabbi Berel Bell en Rabbi Jonathan Sacks z”l

Help jij Chabad Utrecht mee om de continuïteit van dit soort artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op https://vriendenjoodsutrecht.org/doneren.

Beeld: chabad.org

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

Chanoeka 2020 terugkijken

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.