Auteur: Rabbi Aryeh Leib Heintz

Waëra | Joodse identiteit: een vonkje dat nooit dooft

Waëra | Joodse identiteit: een vonkje dat nooit dooft

Jouw Joodse identiteit negeren? Dit vonkje zal nooit doven. Jodendom is namelijk niet iets wat je doet of waar je in gelooft; het is iets wat je bent. De meest hardnekkige ongelovigen in Egypte ontdekten het ook: de Joodse identiteit laat zich niet uitschakelen. 

Dowload hier een printversie van het artikel (PDF)

Het was Shabbatochtend en Rav Adin Steinsaltz (1937-2020) liep in de oude stad van Yerushalayim op weg naar sjoel en ontmoette een Israëlische, seculiere professor, die een hekel aan het Jodendom had. Nadat ze elkaar gegroet hadden, ging het gesprek ongeveer als volgt:

De Professor: ‘Ik heb echt medelijden met je!’

De Rav: ‘Hoezo?’

De Professor: ‘Nou, ik ga ter ere van Shabbat, eieren met spek eten! Trouwens, weet je dat het best moeilijk is om een plekje in Yerushalayim te vinden waar je dat kunt eten? Maar ik weet precies waar het wel kan!’

De Rav: ‘Interessant ontbijt! En hoe zit het met de lunch?

De Professor: ‘Oh heel simpel, voor de lunch ga ik met mijn hele gezin kreeft en garnalen eten. Daarna gaan we met z’n allen naar het strand en we nemen zoveel mogelijk spullen mee. We gaan ook nog naar de bioscoop en we sluiten af door gezellig ergens wat te gaan drinken.’

De Rav: ‘Ik ben jaloers.’

De Professor: ‘Natuurlijk ben je jaloers; jij bent religieus en daardoor een slaaf omdat je verplicht bent om je aan tal van voorschriften te houden en ik ben seculier en vrij om te doen en te laten wat ik wil.’

De Rav: ‘Nee mijn beste vriend. Dat is niet de reden dat ik jaloers ben. Kijk, voor mij is Shabbat een routine dag. Het is weliswaar een speciale dag, maar eerlijk gezegd toch elke week een beetje hetzelfde. Ik ga naar sjoel, daarna maak ik kidoesh, vervolgens eet ik een maaltijd, lern ik wat enzovoort. Maar jij, jij stopt zoveel energie in de Shabbat. Jouw hele dag is helemaal op de Shabbat gericht. Je blijft niet gewoon thuis om de krant te lezen of om je lekker te ontspannen. Nee, omdat het Shabbat is, ga jij juist allerlei dingen doen die op Shabbat verboden zijn. Je bent heel geconcentreerd bezig. De Shabbat is een dag die jou diep raakt, een dag waar jij heel consciëntieus mee omgaat. Elke actie heb jij doelbewust gekozen en jouw focus is helemaal op deze bijzondere dag gericht. Wauw, daar ben ik nu jaloers op. Jij viert ook Shabbat. Jij op een negatieve manier en ik op een positieve manier.’

Tot zover het gesprek op een Shabbatochtend in Yerushalayim.

Identiteit is blijvend

Een dergelijk fenomeen nemen wij ook waar bij Elisha ben Awoeja. Elisha ben Awoeja was een grote geleerde uit de eerste en tweede eeuw, die na de verwoesting van de tweede tempel leefde. Awoeja werd ook wel Achèr (= anders) genoemd. Hij werd zo genoemd omdat hij op een gegeven moment in zijn leven ervoor koos om de Joodse tradities te laten vallen, om anders te gaan leven. Zo wordt er verteld hoe hij op Yom Kipoer op z’n paard ging rijden, precies op de plek waar voorheen de heilige Tempel was geweest.

Als het Jodendom in zijn ogen er totaal niet toedeed, waarom ging hij dan juist op de heiligste dag van het jaar, op de heiligste plek rijden? Het betekende toch allemaal niets voor hem? Waren er geen andere wandelpaden voor paarden te vinden? Als hij zo van paardrijden hield, waarom per se op Yom Kipoer en waarom per se op de meest heilige locatie op aarde? Waarom niet een rondje in de Negev of in de Golan? En waarom niet op een gewone dinsdag of woensdag?

Ook Elisha ben Awoeja was verbonden met het Jodendom. Weliswaar op zijn eigen manier, een andere – achér – manier, maar nog steeds sterk verbonden. Want ziet u, het Jodendom is niet iets wat wij doen of waar we in geloven. Het is iets wat wij zijn, het is onze essentie en dat blijft zo. Er is een onderscheid tussen hetgeen iemand doet en hetgeen iemand is. Je doen en laten kun je veranderen, maar je identiteit is blijvend.

Joods vonkje

Vele mijlpalen die wij in het leven hebben mogen bereiken en waar we misschien trots op zijn, geven ons steun, houvast en plezier. Echter deze zaken zijn niet altijd van blijvende aard. Soms raken ze kwijt of worden ze van ons weggenomen. Ze kunnen komen en gaan. Wat altijd blijft en wat niemand van je af kan nemen is je kern, je essentie, je ware ik, je eigen Joodse vonkje, je neshama, je Joodse ziel.

Dit is ook de reden dat er in de meeste synagogen een altijd brandend licht is. Dit lichtje staat symbool voor het feit dat het G-ddelijke licht eeuwig aanwezig is en dat het Joodse vonkje in jezelf, de diamant in je hart, dag en nacht blijft branden.

Natuurlijk is het wenselijk om deze schat regelmatig op te poetsen en schoon te maken. Een ruwe diamant ziet eruit als een gewone steen. Ook onze ziel is soms onherkenbaar, zo bedekt is zij met viezigheid, fout gedrag en overtredingen. Elke ziel heeft een regelmatige poetsbeurt nodig om te gaan glimmen. Dat kan met behulp van Torah en mitswot. Geef elke ochtend voordat je het huis verlaat een muntje in het tsedaka busje en je hebt je eerste schoonmaakbeurt al gehad. Ga bewust om met hetgeen je gedurende de dag in je mond stopt (kosher voedsel?) en wat er weer uit gaat (lieve woorden of kwaadsprekerij?). Zo veel goede daden liggen er voor het oprapen. Pak ze op, niet alleen omwille van je medemens of van G-d, maar gewoon voor jezelf, omdat het bij je past, omdat het klopt. Omdat jij uiteindelijk diegene bent die zich daar het prettigst bij voelt.

Om te overleven heeft een mens voor zijn lichaam eten, drinken en kleding nodig. Zo niet, dan wordt hij ziek of valt hij flauw. Zo ook heeft de ziel voedsel nodig, namelijk het leren van de Torah. De ziel heeft ook kleding nodig en dat wordt vertegenwoordigd door het uitvoeren van goede daden. Zo valt de ziel niet flauw. Anders kan een mens zo maar in een soort spirituele coma terecht komen. In deze slapende toestand is hij ongevoelig voor z’n medemens en voor hemelse zaken. Maar af en toe wordt hij door omstandigheden wakker geschud. Hij raakt door iets of iemand geïnspireerd. Of hij is op een bepaalde plek op aarde, zoals de Klaagmuur in Yerushalayim en de emoties overrompelen hem. Of het is oorlog en zijn mede-Jood wordt aangevallen, verminkt en vermoord. Op dat moment barst zijn Joodse kern naar buiten. Hij is ineens boos omdat zijn geloofsgenoot, die duizenden kilometers verderop woont en die hij noch kent of nooit ontmoet heeft, in gevaar verkeert en daar voelt hij zich zo sterk mee verbonden; het is alsof hij zelf geraakt is. Hij wist niet eens dat hij zich zo ontzettend Joods voelde. Zijn Joodse vonkje lag maar al te goed verborgen, maar aanwezig was het wel. Soms duurt het generaties voordat het verstopspelletje afgelopen is.

Maar wat gaat er daarna  gebeuren? Zakt hij weer weg in zijn dagelijkse routine of weet hij het gevoel vast te houden en gaat hij ermee aan de slag? Het is aan hem om die inspiratie te integreren en te vertalen naar een nieuwe, andere manier van leven. Stapje voor stapje, beetje bij beetje. De opgedane inspiratie is een injectie die hij kan gebruiken. Hij is nu in de gelegenheid om wakker te blijven, door zijn enthousiasme in daden om te zetten voordat hij weer in coma raakt. Hij kan ervoor kiezen om zijn sterke Joodse gevoel om te zetten in Joodse daden. Hij is boos omdat zijn mede-Jood aangevallen wordt, maar achter die boosheid schuilt liefde voor iemand die hij helemaal niet kent en die als enig kenmerk heeft dat er Joods bloed door zijn aderen stroomt.

Die diamant in jezelf kan na verloop van tijd toch weer met stof en aarde bedekt worden, met rommel en viezigheid, met ongewenste handelingen en verkeerde activiteiten. Toch blijft deze waardevolle edelsteen in jouw hart voortbestaan. De ziel wacht dan geduldig af om uitgegraven en geslepen te worden zodat haar licht weer kan schijnen. Hopelijk is daar geen vijand, pogrom of antisemitisme voor nodig.

‘Ook al ga je er negatief mee om, je blijft ermee verbonden.’

Hoe je ook omgaat met je neshama, je Joodse ziel, je hebt altijd met deze diamant en vonk te maken. Ook al ga je er negatief mee om, je blijft ermee verbonden. Dit is je essentie. Hier kun je niet omheen. Vroeg of laat komt je eigen ziel bij je aankloppen voor aandacht. Doe dan niet alsof het niet bestaat, val dan niet in je eigen kuil. Neem jezelf niet in de maling. Kom los van je illusies.

Verbeeld jij je dat jij je Joodse hart kunt negeren? In wezen ben je er, hoe dan ook, ontzettend mee bezig.

Niet te verslaan

Dit was de bedoeling van de plagen, waarvan er deze week zeven ter sprake komen. ‘Kom uit Egypte, uit Mitsrayim!’ Het woord Mitsrayim, Egypte, betekent ook begrenzingen. Elke plaag was een leermoment, een begeleiding van G-d, om zowel de Joden als de Egyptenaren te helpen om buiten hun mentale begrenzingen en illusies te treden en om hun valse denkpatronen te doorbreken. Ze moesten begrijpen dat hoe mooi natuur en logica ook kunnen zijn, er altijd een macht is die daar boven staat en die dit allemaal controleert.

Wie is de baas van de wereld? Is het Farao die van zichzelf zei dat hij god was en dat hij de Nijl had geschapen? Of was het de Nijl zelf, die het hele land irrigeerde? In Egypte regent het nooit en de enige aanwezige waterbron is deze rivier. Maar wie heeft de Nijl gemaakt en wie is de baas over dit stromende water? Wie was bij machte om ervoor te zorgen dat deze rivier een zegen of een vloek voor het land zou zijn, een bron van welvaart of de oorzaak van ellende, tsunami’s, plagen, en overstromingen?

  • De ene na de andere plaag sloeg toe. Eerst veranderde het water van de Nijl in bloed. Vervolgens kwam uit deze machtige rivier een enorme kikker die zich vervolgens vermenigvuldigde. In de eerste twee plagen wordt ‘het almachtige water’ van de Nijl getroffen. Deze grote rivier was de bron van de hele Egyptische economie en tevens de afgod die elke Egyptenaar aanbad. De Nijl werd door de plagen volledig van zijn voetstuk gestoten.
  • De plagen hadden duidelijk gemaakt wie de echte baas was. Wie was almachtig? De Nijl? De economie? Farao? Of is het G-d Almachtig die de hemel, de aarde en de rivieren heeft geschapen?
  • Wie is mijn baas?
  • Wat is bepalend in mijn leven? Mijn salaris, de koopjes, de machthebbers in mijn land of laat ik de morele waarden, zoals die in de Torah beschreven zijn, de doorslaggevende raadgevers in mijn leven zijn?

Egyptische tovenaars probeerden Moshe en zijn plagen na te doen, maar vanaf de derde plaag lukte het niet meer. De illusionisten waren verslagen. Plaag na plaag ontdekten de meest hardnekkige ongelovigen dat G-d de baas was. Op het moment dat Farao dacht alles te kunnen beheersen sloegen de plagen toe. Men bleek toch minder controle te hebben dan aanvankelijk gedacht. Alle spelletjes waren voorbij. Een plaag of ziekte laat al gauw zien wie de Allermachtigste is.

Net zomin als dat je G-d zou kunnen weghalen, verslaan of doen verdwijnen, zo ook is het onmogelijk om dat Joodse vonkje in jezelf te doven. Jouw ziel is namelijk een stukje van G-d dat je bij je draagt. Blijf dus wakker en houd jezelf bij de les, want het vonkje blijft branden en jou bezighouden. Hopelijk op een positieve manier!

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Met dank aan Rianne, Sonja en Devorah voor de opmaak.
Afbeelding bovenaan: Ner Tamid, symbool voor G-ds constante aanwezigheid.

Shemot | Overlevingsgeheimen

Shemot | Overlevingsgeheimen

Slavernij, vervolging, baby’s in de Nijl, gaskamers, zelfmoordaanslagen, raketten pogroms en tunnels. Wij bestaan nog steeds en we blijven hopen en dromen. Net als Yosef: een dromer bij uitstek die buiten alle logica om, over allerlei hindernissen in zijn leven heen sprong. Wij zijn de erfgenamen van Yosef en leren van hem de spelregels om te overleven.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Welkom in Shemot, het tweede van de vijf boeken van de Torah. Bereeshiet, het eerste boek, was de inleiding. Daarin wordt verteld hoe de wereld geschapen is, over de zondvloed, de aartsvaders en de komst van Yakov en zijn gezin naar Egypte. Een inleiding van 2000 jaar is voorbij en met Shemot kan het verhaal van het Joodse volk beginnen.

Niet te verslaan 

Jakov, de derde en laatste aartsvader, is inmiddels overleden. Ook zijn zoon Yosef, de onderkoning van Egypte die het hele volk van de hongersnood had gered, is gestorven. Zijn broers, en met hen die gehele generatie, leven eveneens niet meer.

“Een nieuwe koning stond op over Egypte die Yosef niet kende.” Shemot 8-1

Oh werkelijk, hij kende Yosef niet? Was hij zijn geschiedenisboek kwijtgeraakt of had hij misschien de krant niet gelezen? Nog nooit van Yosef gehoord? De man, die één generatie terug heel Egypte van de hongersnood had gered? Rashi vertelt ons, dat hij dééd alsof hij hem niet kende.

De Keli Jakar, de Praagse rabbijn uit het begin van de zeventiende eeuw, benadert dit echter vanuit een ander perspectief: Farao ‘kende’ Yosef niet, niet omdat hij nooit van hem had gehoord, maar omdat hij geen werkelijk begrip had van wie Yosef was. Hij doorzag zijn karakter niet, had zich onvoldoende verdiept in de details van diens leven en wist daardoor zijn ware hoedanigheid niet te doorgronden.

Had hij zich wél verdiept in het karakter van Yosef, dan had hij zichzelf, zijn volk en het Joodse volk veel ellende kunnen besparen.

Want wie Yosef werkelijk begreep, kon slechts tot één conclusie komen: hij was niet te breken. Keer op keer wist Yosef zich, ondanks alle tegenspoed, weer op te richten. Steeds opnieuw kwam hij omhoog, uit de put, uit de slavernij en uit de gevangenis, totdat hij de facto de leider werd van de toenmalige beschaafde wereld. Yosef was een figuur die alles overleefde.

Dromen

Waarom? Het was allemaal op zijn dromen gebaseerd. Iedereen zou voor hem buigen. Yosef heeft zijn droom en wens nooit losgelaten. Het was een droom en per definitie niet de realiteit. Want eenmaal in een put, kun je er per definitie nooit zelf uitkomen, net zo min je jezelf uit de slavernij of gevangenis zou kunnen bevrijden. Maar Yosef heeft niets met de natuurlijke orde van zaken te maken. Deze man hanteert zijn eigen spelregels. Hij overleeft elke tegenslag en elke vijand op een totaal onverwachte en onlogische wijze. Hij springt over alle hindernissen die het leven met zich meebrengt, heen.

We zijn inmiddels 4000 jaar verder. We dromen nog steeds. Ruim 4000 jaar lang proberen onze vijanden ons uit de geschiedenisboeken te wissen. We zijn er nog steeds en we blijven hopen en dromen. Telkens weer komt er een nieuwe Farao, een keizer, een koning, een premier, een regime of een terreurgroep die Yosef niet kent en die een hoop ellende veroorzaakt voor het Joodse volk, maar uiteindelijk ook voor henzelf.

Verdwenen van de aardbol

Want waar is Farao nu? En het Babylonische rijk of het eens  zo machtige Romeinse rijk? Farao, Achashwerosh, Antiochus, Titus, Ferdinand, Hitler, Stalin en nog meer van deze lieverdjes zijn niet alleen zélf van de aardbol verdwenen, maar ook hun rijken, hun cultuur en alles waar zij meenden te staan. Zij kenden Yosef niet. Ze begrepen het niet en het is ook niet te begrijpen. Ook vandaag staan er leiders, regimes en bewegingen op die menen dat het Joodse volk een tijdelijk verschijnsel is. Dat het een probleem is dat kan worden opgelost met intimidatie, geweld, propaganda of het herschrijven van geschiedenis. Ook zij kennen Yosef niet. Zij begrijpen niet dat wij niet leven volgens de gebruikelijke wetten van macht en logica. Dat wij telkens weer opstaan waar anderen verdwijnen. Dat onderdrukking ons niet uitwist, maar ons, hoe paradoxaal ook, versterkt. Wie dat vandaag niet begrijpt, maakt dezelfde fout als elke Farao vóór hem. En de geschiedenis is daar genadeloos consequent in. Niet met ons, maar met hen.

Slavernij en vervolging, gaskamers en zelfmoordaanslagen, raketten en terreur zullen ‘het Joodse probleem’ nooit oplossen. Het geheim ligt daarin dat zij alleen ons lichaam kunnen raken. Daarentegen is onze geest onverwoestbaar. We zijn jaar in jaar uit achtervolgd, gemarteld en op de brandstapel gezet. Joden zijn vermoord door de eeuwen heen. Joden wel, maar waar ze voor stonden en waar zij in geloofden is nooit verdwenen!

Grote fout

Yosef Yitzchak Shneersohn

In de zomer van 1921 werd de vorige Lubavitcher Rebbe, Rabbi Yosef Yitschak Shneersohn (1880-1950), door de Russische geheime dienst ondervraagd. De Sovjet Unie was namelijk geen vrij land. Men kon daar niet leven zoals men wenste. Vrijheid van meningsuiting bestond niet en iedereen die zich niet conform het regeringsbeleid uitte werd gecensureerd. Eén van de zaken die de regering verbood was religie. Het communisme liet geen geloof toe. De Lubavitcher Rebbe had hier echter andere ideeën over en zette een ondergronds systeem op om het Jodendom, ondanks het toeziend oog van de geheime dienst, toch voort te zetten. Maar nu moest hij voor zijn ‘misdaden’ verantwoording afleggen. Vijftien agenten met geweren waren bij de ondervraging aanwezig.

‘Wij zijn leden van het comité dat onderzoek doet naar religieuze activiteiten’ verklaarde één van de agenten die aan het hoofd stond. ‘Op dit moment zijn we met de Joodse G-dsdienst bezig. U bent uitgenodigd om enkele vraagstukken toe te lichten over Kabbala en Chassidisme’.

‘Ik ben al tweemaal door de geheime dienst uitgenodigd en ik heb al verklaard dat ik van mijn principes niet af zal wijken’ antwoordde de Rebbe, ‘De persoon of de duivel die mij op andere gedachten kan brengen, is nog niet geboren’.

Nog voor de Rabbijn zijn zin af kon maken, pakte één van de ondervragers het geweer dat voor hem op tafel lag en verklaarde: ‘Dit speelgoedje is bij machte om vele principes opzij te schuiven en het opent de mond van mensen die niet spreken willen’.

‘U maakt een grote fout’ antwoordde de Rebbe, ‘dit speelgoed maakt enkel indruk op mensen die niet geloven; lafaards die maar één wereld hebben en vele goden. Mensen bij wie elke lust ‘een god’ is en die bang zijn om deze wereld kwijt te raken. Maar dit speelgoed beangstigt niet een Jood die twee werelden heeft en maar één G-d. Het maakt zelfs geen enkele indruk op hem.’

Hand in hand

Inderdaad: het is mogelijk om iemand van het leven in deze wereld te beroven. Maar net zo min men G-d verwoesten kan, zo is het onmogelijk om de Joodse ziel, de Joodse geest, om te brengen. Door de millennia heen is bewezen dat het Jodendom, dat eeuwige lichtpuntje, niet te vernietigen is. Dit is wat Farao niet (her)kende. Dit is de fout die elke vijand van het Joodse volk keer op keer maakt. 

Wij hoeven niet eens terug te grijpen naar voorbeelden uit de vorige eeuw; op 1 januari 2020 kwamen maar liefst 92.000 Joden bij elkaar in een stadion in de staat New Jersey in de VS. Zij kwamen uit de hele wereld bijeen om een Siyoem te vieren. Dat is een feest dat gevierd wordt wanneer men een bepaald Joods leerboek uit heeft en men er weer opnieuw mee begint. Zeven jaar lang, dag in dag uit, hadden deze mensen, verspreid over de hele wereldwijd hetzelfde stukje uit de Talmoed (de mondelinge leer en toelichting van de Torah) geleerd. Na zeven jaar was de cyclus rond en begonnen ze weer opnieuw. Om dit te vieren waren ze bijeengekomen.

Er waren overlevenden van de Holocaust aanwezig die met hun kinderen en kleinkinderen kwamen vieren dat het Joodse volk, na 1945, vanuit een klein overgebleven zaadje weer was gaan groeien en bloeien. De Torah is wat deze 92.000 mensen bij elkaar hield. Hand in hand hebben ze in het stadion geluisterd, geleerd en gedanst. Mensen uit de hele wereld hebben elkaar daar ontmoet. Ze waren al bevriend voordat ze de locatie binnen waren gestapt. Ze waren uit de hele wereld overgevlogen, niet voor geld, niet voor lusten of oppervlakkig plezier. Het is hun Joodse ziel en geest die hen gemotiveerd had om een ticket te kopen en bij elkaar te komen om uitdrukking te geven aan de eenheid waar zij zeven jaar lang aan gewerkt hadden.

Na afloop van dit gigantisch evenement was Becky, de plaatselijke hoofdverantwoordelijke van het stadion zeer onder de indruk. Maar waarvan? Ze schreef de volgende verklaring (vertaald uit het Engels):

Beste Siyoem team,

Terwijl ik dit schrijf is het 2 uur ’s nachts en ben ik net, na afloop van de Siyoem, thuis gekomen.
Namens ons hele team wil ik mijn diepste trots en plezier uiten over het feit dat wij de gelegenheid hebben gehad om jullie te mogen ontvangen.
Toen het comité ons in juli benaderde begrepen wij helemaal niet om wat voor een evenement het ging. Wij hadden geen idee wat ons te wachten stond of wat er daadwerkelijk ging gebeuren.
Dankzij onze nauwe samenwerking begonnen wij langzamerhand een beeld te krijgen. Naar mate de datum naderde heb ik mijn personeel ingelicht over de aard van het evenement, maar niets had ons kunnen voorbereiden voor wat er werkelijk ging gebeuren.
Duizenden tickets werden er bij de ingang gescand. Dat waren, behalve de Rabbijnen aan de hoofdtafel die via de VIP ingang naar binnen waren gekomen, al jullie vrijwilligers en teamleden. Een aantal punten hebben een zeer diepe indruk op ons gemaakt:

  1.  Wij hebben een kast waar gasten items in kunnen leggen die wij kenmerken als gevaarlijk of ongeschikt. Bij een evenement van deze omvang worden er meestal 700 a 1000 items in beslag genomen en opzij gezet. Vanavond was de kast volkomen leeg! 
  2. Er heeft geen enkel incident plaatsgevonden dat met dronkenschap of wild gedrag te maken had. Niet één! In al die 28 jaar dat ik in de arena heb gewerkt en meer dan 300 evenementen heb georganiseerd is dit niet één keer eerder voorgekomen! 
  3. Alle teams waren stomverbaasd over de hoeveelheid bedankjes die wij aan het einde van de avond mochten ontvangen. Ik dacht zelfs dat de mensen daartoe opdracht hadden gekregen!

Ik vind het vreselijk jammer dat de Siyoem alleen maar één keer in de zeven jaar plaatsvindt. Dit evenement was voor ons allen een genot.

Becky Syrett
Operationeel manager

Dit was een Yosef-actie, een bijeenkomst waarbij de eeuwigheid van de Torah, van het Joodse volk en van G-d gevierd werd. Liefde, saamhorigheid, innerlijk geluk, tevredenheid en rust zijn het resultaat wanneer mensen bij elkaar komen om hun geestelijke prestaties te vieren.

Erfgenamen van Yosef

Wij zijn de erfgenamen van Yosef. Mede dankzij hem kennen wij nu ook de spelregels om te overleven. Wij weten dat onze natuurlijke staat bovennatuurlijk is, mits wij ons via de Torah verbinden met de Allermachtigste. De feiten liegen er niet om. Na 4000 jaar zijn wij er nog. Want wie had gedacht dat onze jongens in 2025 in de tunnels, verhongerd en uitgemergeld  zouden weigeren om de Koran te lezen voor een extra stukje pita? Onze vijanden kennen Yosef niet en trekken uiteindelijk aan het kortste eind. Want wij blijven dromen over vrede in stadions, in Israel en in de hele wereld, over de herbouw van de Tempel in Yerushalayim en over de Koning Mashiach.

Geen terreur of raket zal ons tegenhouden. Wij dragen in ons een G-ddelijke vonk die niet te doven is. Oppervlakkig gezien zijn we het niet altijd met elkaar eens, maar diep binnen in ons nestelt zich een ondoorbreekbare eenheid die geen vijand verwoesten kan. Integendeel, hoe meer we aangevallen worden, hoe sterker wij worden. Ja, het doet pijn, en ja, wij verliezen kostbare zielen, mogen hun gedachtenis tot zegen zijn, maar ons Joods-zijn is onverwoestbaar. 

Am Yisrael chai! 

Shabbat Shalom!

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Gebaseerd o.a. op een artikel van Naftali Silverberg

Wajechie | Trauma of transformatie

Wajechie | Trauma of transformatie

Het geheim van Yosef haTsaddiek: hoe hij zijn tegenslagen wist om te buigen tot veerkracht en succes. Hoe kiezen ook wij voor verantwoordelijkheid boven zelfmedelijden en voor veerkracht boven bitterheid?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het is zover. Deze week lezen wij de laatste parasja van het boek Bereesjiet, het eerste van de vijf boeken van de Tora. Het afronden van een zaak is altijd bijzonder en des te meer wanneer het gaat om een boek zo rijk aan spanning, intriges en ingrijpende gebeurtenissen als Bereesjiet.

Waar eindigen we mee? Toch met een vrolijk stukje, hoop ik. Nee, het eindigt met het sterven van Yosef, de held van Bereesjiet.
Dé held?
Maar hoe zit het dan met Adam, Noach, Avraham, Jitschak of Jaakov? Waren zij geen helden? Zeker wel. En toch lijkt het alsof G-d een bijzondere voorkeur heeft voor Josef. Zijn verhaal wordt uitvoerig verteld, vers na vers, hoofdstuk na hoofdstuk. Wekenlang volgen wij zijn verhaal.

We lezen hoe zijn moeder Rachel hem baart, na jaren wachten, terwijl haar zuster al lang kinderen heeft.
We lezen hoe Rachel sterft wanneer Josef nog maar negen jaar oud is.
We lezen hoe hij op zeventienjarige leeftijd door zijn eigen broers, verteerd door jaloezie, in een put wordt gegooid en vervolgens als slaaf wordt verkocht. Wat een opeenstapeling van ellende.

In Egypte komt Josef terecht in het huis van Potifar, waar hij zich opwerkt tot vertrouweling. Maar dan slaat het noodlot opnieuw toe. De vrouw van Potifar probeert hem te verleiden. Josef weigert. Gekrenkt en woedend beschuldigt zij hem van precies datgene wat zij zelf beoogde. Het gevolg: Josef belandt in de gevangenis.

Ook daar lijkt hoop niet binnen handbereik te komen. Na tien jaar gevangenschap verwacht Josef bevrijding, maar de wijnschenker, aan wie hij hulp heeft geboden, vergeet hem te noemen bij Farao. Nog twee lange jaren blijft Josef opgesloten.

Pas daarna keert zijn lot. Hij wordt onderkoning van Egypte. Zijn periode van ellende lijkt voorbij, al blijft één wond open: het contact met zijn familie is nog altijd verbroken.

Bijzondere man

Wat een bijzondere man! Nergens lezen wij over posttraumatische stressstoornissen. Altijd en overal laat Yosef zijn licht schijnen. Op één of andere manier lukt het hem, helemaal alléén in een land vol met wreedheid en immorele praktijken, om elke gelegenheid, elke uitdaging om te buigen naar een bron van inspiratie voor zichzelf en de mensen om hem heen.

Toen hij nog bij zijn vader thuis woonde, lachten zijn broers hem uit vanwege zijn dromen. Of zoals Yakov het uitdrukt: hun tongen waren als pijlen, zie Bereesjiet 49 – 23. In Egypte probeerde zijn bazin hem te verleiden. Waarom zou hij daar niet aan hebben toegegeven? Niemand bekommerde zich om hem en niemand zou het ooit te weten komen. Van zijn vader ontving hij geen berichten want die dacht dat hij niet meer leefde en zijn broers lustten hem rauw. Toch weerstond hij de verleiding en weigerde hij om in te gaan op haar verzoek. Waar haalde hij de kracht vandaan?

Zelfs in de gevangenis, na tien jaar onterechte opsluiting, zou je toch verwachten dat Yosef zichzelf een beetje zielig zou vinden en moedeloos zou raken. In dit soort benarde situaties denken de meesten vooral aan hun eigen ellende. Maar Yosef niet. Zelfs in de gevangenis overstijgt hij zijn uitzichtloze situatie. De Torah beschrijft hoe Yosef zich zelfs dáár om zijn medemens bekommert (Bereeshiet 40-6 en 7):

וַיָּבֹ֧א אֲלֵיהם יוֹסֵ֖ף בַּבֹּ֑קֶר וַיַּ֣רְא אֹתָ֔ם וְהִנָּ֖ם זֹעֲפִֽים׃

En Yosef kwam ’s ochtends naar hen toe en hij zag hen en ze waren droevig.

וַיִּשְׁאַ֞ל אֶת־סְרִיסֵ֣י פַרְעֹ֗ה אֲשֶׁ֨ר אִתּ֧וֹ בְמִשְׁמַ֛ר בֵּ֥ית אֲדֹנָ֖יו לֵאמֹ֑ר מַדּ֛וּעַ פְּנֵיכֶ֥ם רָעִ֖ים הַיּֽוֹם׃

En hij vroeg de dienaren van Farao die met hem in de gevangenis waren en zei: Waarom zien jullie er vandaag zo slecht uit?

Zo bemerkte hij op een dag dat twee andere gevangenen er een beetje droevig uitzagen. Hij vroeg hen wat er aan de hand was. Het waren de twee dromers, de wijnschenker en de bakker. Dankzij het feit dat Yosef zich over zijn medegevangenen had bekommerd en niet alleen in zijn persoonlijke ellende opging, kreeg hij de gelegenheid om naar hun dromen te luisteren en ze te verklaren. Deze actie heeft uiteindelijk zijn eigen bevrijding in werking gesteld.

Twee jaar later is het Farao’s beurt om te dromen. Het lukte noch Farao noch zijn adviseurs om deze nachtverhalen te interpreteren. Totdat de wijnschenker zich ineens de Hebreeuwse slaaf kon herinneren, Yosef, de dromenverklaarder bij uitstek.

Geheugenprobleem

Uiteindelijk wordt Yosef uit de gevangenis bevrijd. Hij verklaart tot volle tevredenheid de dromen van Farao en koppelt daar een helder economisch advies aan. Zo groot is de indruk die hij maakt, dat Farao hem aanstelt tot onderkoning en minister van economische zaken. In die rol redt Yosef niet alleen Egypte van de hongersnood, maar later ook zijn eigen familie.  

Nog voor het begin van de hongersnood in Egypte worden er twee jongetjes in huize Yosef geboren. Yosef kiest hun namen zorgvuldig, Beresjiet 41-51:

ויקרא יוסף את שם הבכור מנשה כי נשני אלקים את כל עמלי ואת כל בית אבי

“En Yosef heeft de naam van de oudste Menashe genoemd omdat G-d al mijn narigheid en het hele huis van mijn vader heeft doen vergeten” ( נשני = nashani)

Oh ja? Was Yosef werkelijk alles vergeten?

Toen zijn broers voedsel kwamen kopen, herkende hij hen wel degelijk. Hij wist precies wie zij waren en wat zij hem hadden aangedaan. Van een geheugenprobleem is hier geen sprake! Wat betekent נשני (nasjani) dan en waar staat de naam Menasjé werkelijk voor?

Yosef was natuurlijk niets vergeten. De traumatische ervaringen die hij had meegemaakt kunnen per definitie nooit vergeten worden. Wie kan vergeten dat hij door zijn eigen broers in een put vol slangen en schorpioenen werd gegooid? Zou iemand zich niet kunnen herinneren dat hij als slaaf verkocht werd of 12 jaar onterecht in een gevangenis heeft gezeten?

Niet permanent

Yosef kon zich zijn pijn maar al te goed herinneren, maar hij liet zich er niet door definiëren. Hij wist zich ervan los te maken door verbinding te zoeken met iets dat diep in hem verankerd lag, een innerlijke kern die onaantastbaar bleef. Daar ontdekte hij, steeds opnieuw, momenten van vrijheid, liefde en een onbegrensd potentieel.

Alles wat hij had meegemaakt was vreselijk, onuitstaanbaar en zo onterecht. Hij had het goed recht om eraan ten onder te gaan en er kapot van te zijn. Hij was het niet vergeten, maar hij wist zich er los van te maken.

Zijn identiteit werd niet bepaald door zijn vreselijke ervaringen. Het waren alleen zijn ervaringen, het was niet hém. Yosef was niet zijn trauma, noch zijn pijn, noch zijn misbruik. Hij liet zich niet definiëren door hetgeen er met hem gebeurd was. De Torah verbiedt tatoeage omdat zaken die van buitenaf komen nooit een onuitwisbaar spoor bij ons mogen achterlaten. Niets dat van buitenaf komt mag ons diep en permanent raken. Niet op onze huid, niet in onze ziel.

Wanneer zijn broers voedsel komen kopen, zegt hij tegen hen: “Ik ben Yosef.” Met andere woorden: ik ben gebleven wie ik altijd was. Ik bén niet wat mij is aangedaan. Ik definieer mijzelf niet aan de hand van mijn omstandigheden, mijn vijanden of mijn narigheden, maar vanuit iets dat hoger reikt dan dat alles. Dáárom ben ik wie ik ben.

Ik ben mijn eigen baas. Omstandigheden kunnen pijnlijk, hard en zelfs verwoestend zijn, maar zij bepalen niet mijn identiteit. En juist daarom ben ik niet boos op jullie.

Onaangetaste kern

In elke situatie wist Yosef te bewaren wie hij in wezen was, door zich los te maken, נשני (nasjani), van zijn traumatische ervaringen. Niet door ze te ontkennen, maar door te voorkomen dat zij zijn identiteit gingen bepalen. Opmerkelijk genoeg komt ditzelfde woordwortel terug bij de verwrongen pees, de gid hanasjé (גיד הנשה). Wanneer de engel Jaakov raakt, wordt zijn heup ontwricht. De pees raakt los, niet afgesneden, maar ontkoppeld.

Zo ook bij Yosef: zijn pijn blijft bestaan, zijn verleden verdwijnt niet, maar het verliest zijn greep. De verbinding tussen wat hem is overkomen en wie hij ís, wordt losgemaakt. Dáár ligt de sleutel tot zijn veerkracht. Nee, Yosef is zijn ervaringen niet vergeten. Zijn vreselijke ervaringen zijn er nog en doen nog steeds pijn. Maar hij weet zichzelf ervan te bevrijden; zijn ellende bepaalt noch zijn gemoedstoestand noch zijn gedrag.

Een trauma is per definitie iets wat een mens zo diep raakt dat het zijn verdere leven dreigt te bepalen. En toch wist Yosef, ondanks alles wat hem overkwam, een onaangetaste kern in zichzelf te vinden en te bewaren. Een kern die niet werd beschadigd door verraad, onrecht of lijden.

Die zuivere kern draagt ieder mens in zich. Iedereen is in staat zich los te maken van pijnlijke ervaringen en zich te voeden vanuit zijn diepste essentie, een plek waar waardigheid, vrijheid en betekenis intact blijven. Maar hoe doe je dat?
Door te beseffen dat niet de gebeurtenissen die ons overkomen bepalen wie wij zijn of hoe wij ons voelen, maar de manier waarop wij daarop reageren. De gebeurtenis is gegeven; onze reactie is een keuze.
 Stel iemand stoot zijn hoofd. Dan zijn er grofweg twee reacties mogelijk.

  1. Hij zegt ‘au’ en gaat verder met waar hij mee bezig was.

  2. Hij zegt ‘au’ en denkt vervolgens: Het moet mij ook altijd overkomen. Ik heb altijd pech. Alles gaat mis met mij. Ik verdien dit blijkbaar.

Dit is een eenvoudig voorbeeld, maar het maakt iets essentieels duidelijk. Niet de gebeurtenis zelf bepaalt onze gemoedstoestand, maar het verhaal dat wij er vervolgens aan vastkoppelen. Alles ligt aan onze manier van denken en die hebben wij zelf in de hand. Wij zijn namelijk in staat om onze gedachten te beheersen en te sturen in welke richting wij maar willen. Wij kunnen ervoor kiezen om onszelf neer te halen met negatieve conclusies of wij kunnen kiezen voor mooie, positieve en liefdevolle gedachten. 

Precies daar ligt onze verantwoordelijkheid. En precies daar begint veerkracht.

Springplank

Daarna wordt de tweede zoon geboren, Bereeshiet 41-52:

וְאֵ֛ת שֵׁ֥ם הַשֵּׁנִ֖י קָרָ֣א אֶפְרָ֑יִם כִּֽי־הִפְרַ֥נִי אֱלֹקים בְּאֶ֥רֶץ עָנְיִֽי׃

“En de naam van de tweede heeft hij Efrayim genoemd omdat G-d mij vruchtbaar ( הִפְרַ֥נִי = hiefranie) heeft gemaakt in een land van mijn leed.

Efrayim betekent vruchtbaarheid en ontwikkeling. Die naam verwijst naar een diep proces. Wanneer een zaadje in de winter, in de koude, donkere aarde ligt te verrotten is het alleen maar ellende in de vieze modder. Toch moet het zaadje eerst ontbinden en door al die narigheid heengaan. Straks kan juist door die ontbinding een prachtige boom groeien met heerlijk sappige vruchten. Eerst heeft Yosef zich losgemaakt van zijn vreselijke misères maar daar bleef het niet bij. Daarna is hij overgegaan naar de volgende etappe. Hij heeft zijn trauma’s weten te gebruiken als springplank om zichzelf verder te ontplooien. De naam Efraïm komt van het woord הִפְרַנִי – hifraní, ‘Hij heeft mij vruchtbaar gemaakt’. Yosefs groei kwam niet ondanks zijn moeilijkheden, maar juist dóór hen. Zijn lijden werd geen eindpunt, maar een voedingsbodem.

Juist door zijn beproevigen bereikte Yosef een hoger niveau..

Vaak klagen wij over de problemen die op ons pad worden gelegd. Toch zijn het de moeilijkheden in het leven die ons ertoe dwingen om dieper in onszelf te graven en om schatten van kracht en potentieel te ontdekken. Als wij door een moeilijke fase in ons leven gaan, vechten wij er tegen en proberen wij van alles om er zo snel mogelijk van af te zijn om zo ons ‘normale’ leven weer te hervatten. We beseffen niet dat deze moeilijke fase niet alleen ons niet in de weg zit, maar juist een belangrijk deel van onze weg is! G-d stuurt ons deze ‘vervelende’ fase om het beste en het diepste dat in ons verborgen ligt naar boven te halen. 

Een olijf moet met kracht geperst worden alvorens er smaakvolle olie uit kan vloeien. De fluorescerende staafjes moeten gebroken worden voordat ze licht geven. Een lucifer moet je langs schuurpapier schaven alvorens je een vlam kunt creëren. Schuurpapier? Au! Kennelijk is de wrijving noodzakelijk om iets te doen ontstaan wat nog mooier en nog lichter is.

Wij laten ons niet naar beneden sleuren door tegenstellingen en onrechtvaardigheden. Integendeel: wij gebruiken deze moeilijkheden om verborgen krachten in onszelf aan te boren om daarmee de struikelblokken te overwinnen.

רֹ֘עֵ֤ה יִשְׂרָאֵ֨ל ׀ הַאֲזִ֗ינָה נֹהֵ֣ג כַּצֹּ֣אן יוֹסֵ֑ף יֹשֵׁ֖ב הַכְּרוּבִ֣ים הוֹפִֽיעָה׃

“Herder van Israel, luister, jij leidt Yosef (het Joodse volk) als een kudde, Jij rust tussen de Keroewiem (de engelen op de gouden ark in de tempel).”

In bovenstaand vers, Tehilim 80:2, wordt het Joodse volk als geheel aangeduid met de naam Yosef. Daarmee wordt een krachtige boodschap meegegeven: wij kunnen allemaal ‘Yosefs’ zijn. Door ons eerst los te maken van alles wat ons is overkomen en het vervolgens te gebruiken als bron van groei. En is dit niet precies wat ons volk, onze soldaten, onze gewonden, onze weduwen en wezen sinds 7 oktober hebben laten zien?

De zegen

In onze parasja zegent Jaakov, vlak voor zijn sterven, al zijn zonen en ook zijn twee kleinzonen, de zonen van Yosef. Wanneer het moment van zegenen aanbreekt, plaatst Yosef zijn oudste zoon, Menasjé, aan de rechterkant van zijn vader, de sterke zijde, en Efraïm, de jongste, aan de linkerzijde, de zwakkere kant.

Maar grootvader Jaakov kruist zijn handen. Zijn sterke rechterhand rust niet op Menasjé de oudste, maar op Efraïm.

“Niet zo, papa!”

“Toe nou,” lijkt Yosef te zeggen, “laten we niet opnieuw dezelfde fout maken. Al dat voortrekken van de jongste boven de eerstgeborene, daar komt alleen maar ellende van. Kijk naar Kain en Hevel, Jisjmaël en Jitschak, jijzelf en oom Esav. En kijk naar mij: hoeveel ellende heb ík moeten doorstaan omdat jij mij voortrok en mijn oudere broers verteerd werden door jaloezie.”

“Ik weet het, mijn zoon. Ik weet het,” antwoordt Jaakov (Bereesjiet 48:19).

Twee keer: ik weet het. Ja, Yosef, je vader wéét hoe pijnlijk dit patroon kan zijn. Hij weet wie de oudste is. Maar hij weet ook wat er dieper onder ligt. Hij hoort wat je zegt, en hij hoort wat je níét zegt. Hij ziet hoe situaties eruitzien, maar begrijpt ook wat ze in wezen zijn.

Menasjé, het vermogen om je los te maken van wat je is overkomen, is een hoog niveau. Maar het doel is Efraïm: je uitdagingen gebruiken als katalysator voor groei. Niet alleen loskomen van pijn, maar haar omzetten in vruchtbaarheid en ontwikkeling, zelfs in de ergste ballingschap.

Juist daarom legt Jaakov zijn rechterhand op Efraïm. Omdat vruchtbaarheid en groei de uiteindelijke bestemmingen moeten zijn. En omdat ware kracht niet alleen ligt in het zich losmaken van tegenslag, maar in wat wij er verder mee doen.

Kracht om vol te houden

Zo beëindigen we Bereesjiet: met een held die zelfs in Egypte (ballingschap, duisternis en moeilijkheden) en juist omdat hij zich ín Egypte bevindt, weet te groeien en te bloeien. 

Yakov verzoekt dat na zijn sterven zijn lijk meteen naar Israel gebracht zou worden om hem daar te begraven. Maar toen Yosef stierf, verliep het anders. Yosef koos ervoor om ook na zijn sterven in Egypte te blijven. Zijn lichaam werd pas later bij de uittocht uit Egypte naar Israel gebracht en in Shechem begraven. Zolang er nog Joden in Egypte waren zou Yosefs lichaam daar blijven. Yosef was een leider die zelfs na zijn sterven zijn volk niet verliet.

Na het eerste boek volgt Choemash Shemot, het tweede boek. Hierin zullen de ballingschap in Egypte en de slavernij van het Joodse volk in alle details aan bod komen.

Graf van Yosef nabij Shechem 

Waar hebben de Joodse slaven de kracht vandaan gehaald om als volk te overleven? De kracht kwam van Yosef, een man die maling had aan moeilijkheden en trauma’s, een leider die zelfs na zijn sterven zijn volk niet wilde verlaten. Het Joodse volk heeft kracht weten te putten uit het feit dat Yosef zelfs na zijn sterven in Egypte is gebleven.
Zowel zijn aanwezigheid en alles wat hij vertegenwoordigde hebben het Joodse volk moed en kracht gegeven.

Toen en nu ook inspireert Yosef ons om het leven in ballingschap vol te houden. De slavernij is nu anders dan toen. We worden niet meer met een zweep geslagen als wij niet genoeg produceren. Toch ligt er voor ons volk, constant gevaar op de loer. 

Slapende krachten

Ook inwendig worden we met slavernij geconfronteerd.  We zijn verslaafd aan allerlei zaken die ons in bedwang houden en waar we ons maar moeilijk van los kunnen maken: gewoontes, sigaretten, alcohol, internet, smartphones…

Yosef inspireert ons om slapende krachten te ontdekken en te ontplooien. Hij leert ons dat wij allemaal een vonkje in onszelf hebben dat door niemand en door niets geraakt kan worden; dat is onze ziel, onze neshama, een waar deel van G-d dat in ieder mens aanwezig is. Net zo min als je G-d kunt verwoesten kun je ook niet de ziel in jezelf kapot maken. Die ziel geeft ons de kracht om natuurlijke ballingschapsgrenzen te doorbreken, om zelfs in de gevangenis en in de slavernij vrij van geest te blijven en onze begeertes, verleidingen en verslavingen te beheersen.

Net zoals Yosef zich aan zijn broers heeft geopenbaard, vragen wij aan G-d om zich aan ons te openbaren en het messiaanse tijdperk in te luiden.

Zo eindigen wij Parashat Wajechie en tevens het hele boek Bereesjiet, met het sterven van onze ballingschapsheld Yosef en het bijzondere feit dat hij er voor koos om in Egypte te blijven zelfs na zijn overlijden. Wanneer het verhaal uitgelezen is roept iedereen luidkeels een uitdrukking uit die na het bereiken van het einde van elk van de vijf boeken gezegd wordt:

חזק חזק ונתחזק

“Wees sterk, wees sterk en laten wij onszelf versterken!”

Bracha Heintz