Auteur: Rabbi Aryeh Leib Heintz

Acharee Mot | Yom Kipoer en daarna

Acharee Mot | Yom Kipoer en daarna

Het leven bestaat uit vele contrasten. De ene dag voelen we ons geïnspireerd en high en de volgende dag vragen wij ons af waar al onze begeertes vandaan komen. Weet dat het leven er ná je meest sublieme momenten er soms heel anders uit kan zien. Gebruik dan de eerder opgedane inspiratie om valkuilen te omzeilen.

Download hier een printversie van dit artikel

Parashat Acharee Mot (na de dood)  is onderverdeeld in drie hoofdstukken waar tegenstrijdige onderwerpen aan bod komen. De opbouw is als volgt:

Het eerste deel van de parasha staat in hoofdstuk 16 van Wajiekra. Daar gaat het over de dienst van de Hogepriester, de Kohen Gadol, in de Tempel op de heiligste dag van het jaar, Yom Kipoer. Hier staat beschreven welke offers hij moest brengen, welke kleding hij op welk moment aandeed, hoe en voor wie hij verzoening verkreeg en welke handelingen hij in het allerheiligste moest verrichten.

Het tweede deel, hoofdstuk 17 waarin het verbod om offers buiten de Tempel te brengen en om bloed te consumeren beschreven wordt. Vervolgens komt de onreinheid van een niet-geslachte vogel aan bod.

Ten slotte het derde deel, hoofdstuk 18 dat verboden relaties behandelt.  Het Joodse volk mag zich niet gedragen zoals de immorele Egyptenaren, wiens land zij net verlaten hebben. Noch mogen zij de Kanaänieten, die in Israël wonen, nadoen. Daarom is het verboden om een relatie te hebben met je vader, je moeder, je zuster of broer, je oom of je tante. Buitenechtelijke relaties zijn verboden alsook homoseksualiteit en bestialiteit.

‘Wie denkt er nu aan zoiets’

Twee keer wordt er op Yom Kipoer, Grote Verzoendag, uit de Torah gelezen. De eerste keer gebeurt dat tijdens het ochtendgebed. Dan wordt hoofdstuk 16 van onze Parasha gelezen, het hoe en wat van Yom Kipoer. De tweede keer dat er uit de Torah wordt gelezen is tijdens het middaggebed. Dan wordt hoofdstuk 18 gelezen, over verboden relaties.

Het contrast kan niet genegeerd worden. De eerste vraag: hoe komen twee zulke tegenstrijdige stukken in één Parasha voor? Enerzijds wordt de heiligste dag van het jaar omschreven en anderzijds worden we gewaarschuwd tegen de meest immorele zaken.

Een tweede vraag: waarom moeten wij op de heiligste dag van het jaar überhaupt geattendeerd worden op verboden relaties? Wie denkt er aan zoiets? Op zo’n speciale dag? Een dag waarop we witte kleren dragen zodat wij op engelen lijken? Op het moment dat het middaggebed gezegd wordt is het grootste gedeelte van Yom Kipoer al voorbij. Men heeft dan al bijna een heel etmaal gevast en gebeden. Onze gedachtes gaan op dat moment al naar het hoogtepunt van Yom Kipoer dat meteen daarna plaats gaat vinden, namelijk het slotgebed dat Neíla heet. Dan sluit G-d de deuren van de hemel en neemt ons mee naar binnen.

Vlak voor dit bijzondere moment moeten we luisteren naar het verbod om niet intiem te zijn met een dier? We hebben dan al bijna 24 uur gevast. Wij hebben om vergiffenis gevraagd. We voelen ons schoon en rein. Zelfs de Jood die door het jaar niet zo vaak op komt dagen, is aanwezig en voelt zich hemels en één met G-d. En dan dit? Je mag de naaktheid van je moeder of vader niet blootstellen! Je mag niet met een dier naar bed! Je mag niet met een koe trouwen. Wie denkt er nu aan zoiets, op dat moment?!?

Wetten en regels

Wanneer Maimonides de regels van Yom Kipoer in zijn wetboek omschrijft, eindigt hij met het volgende:

רמב”ם: הלכות עבודת יוהכ”פ ד, ב

ואחר כך מקדש ידיו ורגליו ופושט בגדי זהב ולובש בגדי עצמו ויוצא לביתו וכל העם מלוין אותו עד ביתו  ויום טוב היה עושה על שיצא בשלום מן הקדש

En daarna waste hij zijn handen en voeten en trok hij zijn gouden kleren uit en deed zijn eigen kleren aan. En hij ging naar huis en het hele volk vergezelde hem tot zijn huis en hij maakte een feestdag omdat hij in vrede uit het heiligdom was gekomen.

Alles in de Torah inclusief de mondelinge leer is nauwkeurig. Nu komen wij de derde vraag tegen: welk belang heeft het voor ons om te weten waar de Hogepriester naar toe ging na afloop van de dienst? Waar anders had hij naar toe moeten gaan? Naar het stadion voor de volgende wedstrijd?

En behalve dat, in hoeverre is het naar huis gaan een onderdeel van een wet, vraag nummer vier . Aangezien de Rambam, Maimonides, het naar huis gaan behandelt in zijn wetboek, kunnen wij niet anders concluderen dan dat dit één van de vele regels is die de Hogepriester uit moest voeren. Het is dus niet zo dat Maimonides ons vertelt dat hij naar huis ging als extra interessante informatie. Nee, Maimonides schrijft een boek over wetten en dus is alles wat in dat boek staat een wet. Het naar huis gaan is dus een regel zoals elke andere. En niet alleen hoort deze regel erbij, het is ook nog het laatste voorschrift, het hoogtepunt van de Yom Kipoer-dienst.

Niet toevallig

Verder weten wij dat in het Jodendom de naam voor een persoon of een voorwerp niet toevallig is. Een naam geeft de essentie weer van het voorwerp, dier of persoon dat het aanduidt. En dus moeten we proberen te begrijpen waarom onze Parasha ‘Acharee Mot’ – na de dood – heet. De dood van wie? Wat? Waarom?

Het ging om Nadaw en Awiehoe, de twee zonen van Aharon, de eerste Hogepriester. Deze twee jongens waren niet zomaar gestorven. Ze waren namelijk in de allerheiligste plek van de tempel geweest terwijl het geen Yom Kipoer was. Onze Parasha begint met het feit dat Aharon gewaarschuwd wordt om het allerheiligste te betreden, uitsluitend  op Yom Kipoer. Niet zoals zijn twee zonen. Die wilden permanent dichtbij G-d zijn. Het voelde zo spiritueel, zo warm, zo subliem. Heerlijk…voor hen, maar het was niet de bedoeling. Op een gegeven moment waren zij zo hoog gekomen dat hun ziel niet meer in hun lichaam kon blijven waardoor ze automatisch kwamen te overlijden.

Nu begrijpen wij waarom de Parasha begint met “na de dood”. Maar waarom heet de hele Parasha zo? Kennelijk heeft de titel “na de dood”  betrekking op de hele Parasha, op elk hoofdstuk (16 – 17 en 18) en op elk detail. Na de dood geeft kennelijk de essentie weer van ieder onderwerp en ieder vers en niet alleen van het begin.

Daarmee komen we tot de vijfde vraag: wat is het verband tussen Na de dood, de titel van deze Parasha en elk onderwerp dat daarin voorkomt? In hoeverre heeft de dienst op Yom Kipoer en verboden relaties betrekking op na de dood?

Vreemde manier van tellen

Resteert nog één vraag, de zesde: voor diegenen onder ons die wel vaker in een synagoge zijn geweest, is het bekend hoe de Hogepriester, op Yom Kipoer, het bloed van de koe en de geit tegenover de ark en vervolgens tegen het  gordijn sprenkelde. Hij moest eerst één keer naar boven sprenkelen en vervolgens zevenmaal naar beneden. De voorganger in de synagoge zingt dan op een meest prachtige melodie hoe de Hogepriester het sprenkelen telde:

Eén (naar boven)
Eén (naar boven)  en één (naar beneden)
Eén  (naar boven) en twee (naar beneden)
Eén (naar boven) en drie (naar beneden)
Eén (naar boven) en vier (naar beneden)
Eén (naar boven) en vijf (naar beneden)
Eén (naar boven) en zes (naar beneden)
Eén (naar boven) en zeven (naar beneden)

Wat een vreemde manier van tellen! Kon de priester niet gewoon één zeggen en vervolgens van 1 tot 7 tellen? Waarom elke keer weer die één toevoegen?

Om de kerngedachte van Yom Kipoer te kunnen begrijpen zullen we het verband tussen de naam van de Parasha, ‘Na de dood’ en de essentie van Yom Kipoer moeten doorzien en de antwoorden op deze zes vragen ontdekken.

Zes vragen

1 Waarom worden er twee tegengestelde onderwerpen in één parasha behandeld?

2 Waarom worden verboden relaties op Yom Kipoer voorgelezen?

3 Waarom moeten we weten waar de Hogepriester naar toe ging na afloop van Yom Kipoer?

4 Hoezo is het naar huis gaan van de Hogepriester een wet?

5 In hoeverre heeft de naam van de Parasha, Acharee Mot (na de dood) betrekking op alle onderwerpen die in de Parasha besproken worden?

6 Waarom wanneer de Hogepriester het bloed sprenkelt, herhaalt hij steeds het woord één?

Tijdens en daarna

Het draait allemaal om ‘na de dood’, de naam van de parasha. Het gaat om daarna. Over tijdens hebben we geen vragen. Tijdens Yom Kipoer is iedereen heilig. Dat is de sfeer, dat zijn de omstandigheden, het gevoel, het vasten, het dragen van witte kleren en het samenzijn in sjoel. De vraag is meer over het daarna.

Natuurlijk is Yom Kipoer bijzonder. Je voelt je op zo’n dag verheven, spiritueel gedreven, geïnspireerd. Je hart stroomt waarschijnlijk over van liefde, plezier en saamhorigheid. Maar hoe is het daarna? Hoe sta je er een uur later voor? Of een dag later, een week, een jaar?

Eenmaal uit de Yom Kipoer sfeer zullen je gevoelens en je verlangens niet meer zo verheven zijn. Misschien ben je over een maand in een andere bui en ga je ineens over tot het verrichten van de meest grove daden?

Beide benen op de grond

Daarom lezen wij op Yom Kipoer, bij het middaggebed, dichtbij het hoogtepunt van deze meest heilige dag, over de meest gewone dingen waar een mens in het dagelijks leven overheen kan struikelen. De ene meer en de andere minder. Maar iedereen moet op Yom Kipoer beseffen, op het moment dat hij zich zo verheven voelt, dat er ook een daarna is. Dat er gruwelijkheden in het leven zijn, dat mensen zich beestachtig kunnen gedragen. “Wees je ervan bewust”, vertelt de Torah ons, “dat je moet opletten. Dat je niet dronken hoeft te zijn met je allerheiligste gevoel. Er is nog een ‘daarna’.

Niet zoals de twee broers Nadaw en Awiehoe. Die hadden geen daarna. Zíj bleven daarboven vast in hun spirituele ervaring. Maar G-d wil dat wij terugkomen. Yom Kipoer is niet voor engelen. Eén dag per jaar worden we met engelen vergeleken, maar de rest van het jaar is daarna.

Beide benen terug op de grond. De ladder van Yakov raakte weliswaar de hemel, maar de onderkant stond op de grond. De bedoeling is dat wij de eenheid van G-d niet alleen daarboven ervaren, Eén (naar boven), maar die eenheid ook in de zeven dagen van de week weten te brengen.

Eén (naar boven) en één (naar beneden), Eén (naar boven) en twee (naar beneden), Eén (naar boven) en drie (naar beneden)… Eén (naar boven) en zeven (naar beneden). Bij elke telling werd diegene die Eén is opnieuw genoemd, om te laten zien dat we de eenheid van G-d in de verscheidenheid (1-2-3-4-5-6-7) van de schepping weten te brengen, in de zeven dagen van de week, de zeven kleuren van de regenboog of de zeven noten in de muziek. Het doel van de schepping is om de eenheid van G-d in de aardse details van het leven te brengen.

Op zondag gebruik ik mijn tijd om vrijwilligerswerk te doen, Eén in één.
Op maandag ga ik Tora leren, Eén in twee.
Op dinsdag ga ik een extra goede daad doen voor mijn echtgenoot en mijn kinderen, Eén in drie.
Op woensdag ga ik boodschappen doen en zorg ik dat ik enkel koshere producten aanschaf, Eén in vier.
Op donderdag ga ik challa bakken, Eén in vijf.
Op vrijdag steek ik de Shabbat kaarsen aan en maak ik kidoesh, Eén in 6.
Op Zaterdag ga ik leren over de Parasha, Eén in 7.

Dagelijks leven

Fantastisch dat je het zo fijn hebt gehad op Yom Kipoer, maar hoe was het toen je thuiskwam? Ben je überhaupt naar huis gegaan? Heb je wel een huis? Wat voor een zin heeft het om zo heilig te doen in sjoel als je daarna niet weet hoe je thuis moet komen! Het hoogtepunt van de Yom Kipoer dienst van de Hogepriester was juist zijn thuiskomst; de aandacht en de sfeer waarmee hij zijn familie tegemoetkwam na afloop van de meest heilige dag van het jaar!

Bestaat G-d bij jou ook in het dagelijks leven en in de diversiteit van de schepping? Lukt het je om ook in je dagelijkse beslommeringen je als ambassadeur van G-d te gedragen of is Yom Kipoer en de eenheid van G-d alweer vervaagd of zelfs verdwenen?

Het feit dat zelfs verboden relaties op Yom Kipoer besproken worden leert ons nog iets cruciaals: Jodendom is niet alleen gereserveerd voor de elite onder ons, de mensen die nooit een zonde begaan, die zich nooit laten verleiden, maar de Torah is er voor iedereen. Ook op de meest sublieme momenten zoals Yom Kipoer is iedereen welkom, ongeacht je niveau op de ladder.

Vandaar dat de Torah juist bij het middaggebed ons laat horen over het meest lage gedrag, zoals bijvoorbeeld je vrouw voor een affaire verlaten. “Wees je ervan bewust”, vertelt de Torah, “dat niet alles constant heilig is, dat de gemiddelde mens er ook bij hoort ook al heeft hij nog zo veel overtredingen in z’n boekje staan. Hij hoort er ook bij. Wees gewaarschuwd tijdens je meest sublieme momenten en weet dat het leven er daarna soms heel anders uit kan  zien”.

Moreel dilemma

Op Yom Kipoer worden wij opgeroepen om onze sublieme energie door te voeren naar onze dagelijkse activiteiten. Anderzijds, als we beproefd worden, kunnen we weten dat wij ooit in een Yom Kipoer-bui waren en dat wij die speciale energie nu kunnen inzetten om ons hoofd boven water te houden, ook op moreel gebied. Wij laten ons niet meesleuren in allerlei misdrijven, tegenstrijdigheden en relaties die niet kloppen.

ּמִי־יַעֲלֶה בְהַר־ה’ וּמִי־יָקוּם בִּמְקוֹם קָדְשׁוֹ׃

Wie zal G-ds berg beklimmen en wie is in staat om zich op de heilige plek te handhaven?

In dit vers, Tehilim 24-3, vraagt David niet alleen wie de berg van spiritualiteit kan beklimmen, maar ook wie in staat is om daar te blijven.

Iedereen gaat op dieet, maar wie houdt het vol? 
Iedereen vindt Yom Kipoer fijn, maar wie kan het gevoel handhaven en meenemen naar de zeven dagen van de week, één en zeven?

Evenwicht handhaven

Het leven is één en al contrast. De ene dag zijn we helemaal high en de volgende dag vragen wij ons af waar onze lusten en begeertes vandaan komen. Vandaar dat we juist op Yom Kipoer voor het meest  lage en immorele gedrag gewaarschuwd worden. “Denk niet”, zegt de Torah tegen ons, “dat het van nu af aan allemaal koek en ei zal zijn. Bereid je voor. Neem dit heilige moment mee. Gebruik je inspiratie van nu om jezelf ook morgen te bewapenen tegen de valkuilen van het dagelijks leven”.

Besprenkel je bloed, je warmte en je energie niet alleen naar boven. Eén naar boven, maar verspreid het ook op zondag, Eén en één naar beneden, op maandag, Eén en twee naar beneden, op dinsdag, Eén en drie naar beneden enzovoort.

Pak die eenheid, dat intieme gevoel dat je je één met G-d voelt en ga ermee naar huis, naar je dagelijkse aardse bezigheden. Nadaw en Awiehoe zijn niet gestraft omdat ze gangsters waren. Hun overtreding was juist dat ze hun sublieme gevoel in de hemel hebben gelaten. Ze hebben verzuimd om terug naar beneden te gaan, om de eenheid van G-d te openbaren in de diversiteit van het aardse bestaan.

Nu begrijpen wij waarom de Rambam het naar huis gaan van de Hogepriester aan het einde van Yom Kipoer als onderdeel opneemt in de dienst van de allerheiligste dag.

Het is niet alleen een deel, het is het hoogtepunt van Yom Kipoer. Een huis kan vol met familieleden zijn die zich op allerlei manieren kunnen gedragen. Hoe reageer je daarop in de drukte van je dagelijks leven? Behalve alle afspraken, verantwoordelijkheden, stress en tijddruk waaronder wij worden verwacht te opereren, zoeken wij ook naar momenten van rust, eenheid en onderling respect. 

Het draait er allemaal om hoe je je daarna gedraagt.

G-d nodigt ieder mens op aarde uit om Hem te dienen. Contrasten zijn er, humeurige buien bestaan, maar wij hebben de sleutel in onze handen om ons evenwicht te handhaven. Enerzijds voeren we dagelijks in ons leven Yom Kipoer-momenten in. Anderzijds zorgen we dat we niet helemaal opgaan in onze spirituele ervaringen. We komen terug in het hier en nu. We zijn ons ervan bewust dat G-d ons hier op aarde neergezet heeft om juist in de wereldse zaken de eenheid van G-d te ontdekken. Als je 10 euro aan een arme man schenkt of aan een Joodse school geeft, dan heb  je de eenheid van G-d geopenbaard in het aardse geld en in alles wat je gedaan hebt om dat geld te kunnen verdienen. We houden ons evenwicht en weten ons te handhaven op Yom Kipoer en daarna!

Shabbat shalom!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Kedoshim | Verbonden met je wortels

Kedoshim | Verbonden met je wortels

Wist je dat de landbouwregels uit de Torah vertellen hoe je verbonden kunt blijven met je wortels, met je ziel en dus ook met G-d? Zolang de vruchten aan de boom vast zitten blijven zij verbonden met hun wortels en levenskracht. Zo ook een Jood. Zolang hij bewust omgaat met zijn oorsprong zal hij altijd als Jood blijven bestaan.  

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het Jodendom is geen G-dsdienst, maar een manier van leven. Daarom zul je in de Torah niet alleen religieuze wetten vinden, maar ook gebruiksaanwijzingen en regels voor alle details van het dagelijkse leven. Ook de landbouw hoort hierbij. Zo vinden wij in de Parasha van deze week, (waar maar liefst 51 ge- en verboden aan de orde komen), een verbod en een gebod met betrekking tot bomen, boomgaarden en vruchten:

Nadat een boom geplant is, is er een verbod om de eerste drie jaar, (geteld vanaf 1 Tishrie*), de vruchten ervan te plukken, te consumeren of te verkopen. Dit heet Orla. Daaraan gekoppeld is een gebod om in het vierde jaar na de planting van een boom, de vruchten ervan uitsluitend in Jeruzalem te eten.

Israël

Dit verbod en gebod zijn altijd en overal geldig. Er is echter een verschil tussen het land Israël en andere landen met betrekking tot fruit waarover je twijfelt of het Orla is of niet. Als je een vrucht wilt eten die van een boom komt en je weet niet hoe oud die boom is, zijn er twee mogelijkheden:

De boom bevindt zich in Israël. Je mag de vrucht dan niet eten want wie weet is de boom nog geen 3 jaar oud.

De boom bevindt zich buiten Israël. Als je niet weet van welke boom jouw vrucht afkomstig is of hoe oud de boom is, dan mag je de vrucht toch eten.

Stel je gaat naar een supermarkt in Assen, Brugge, Alicante of Peking. Dan mag je daar gewoon fruit kopen. Je hoeft niet uit te zoeken uit welke boomgaard deze appels komen en of de bomen minstens drie jaar oud zijn of niet. Misschien zijn ze dat wel of misschien ook niet. In geval van twijfel hoef je niet na te gaan waar de vruchten vandaan komen en hoe oud te bomen zijn.

Daarentegen mag je Israëlisch fruit uitsluitend eten als je zeker weet dat het geen Orla is.

Waarom Orla?

 Het eerste, het beste en het mooiste bewaar je vanzelfsprekend voor G-d en dus ga je de mooiste nieuwe vruchten in Jerushalayim eten. De eerste drie jaar hebben bomen meestal geen vruchten. Als ze dat wel hebben zijn deze van lage kwaliteit. Zou je de vruchten van de eerste drie jaar naar Jerushalayim brengen, dan zou dat een gebrek aan respect zijn voor G-d om een slechte oogst in de heiligste stad van de wereld te consumeren. En dus wachten we eerst drie jaar om er zeker van te zijn dat we mooie vruchten hebben. In het vierde jaar, wanneer de vruchten volledig tot ontwikkeling zijn gekomen, nemen we ze mee naar de hoofdstad om ze daar op te eten. (Sefer Hachinuch).

Adam en Chava werden op het negende uur van de zesde dag geschapen. Drie uur later begon de Shabbat. Tijdens deze drie uren mochten ze niet van de boom van de Kennis eten. Op Shabbat mochten ze dat wel. Omdat zij zich geen drie uur konden beheersen, wachten wij drie jaar voordat wij vruchten eten (Siftee Cohen). Hadden Adam en Chava geduld gehad, dan hadden ze de vruchten kunnen plukken, persen en het sap op Shabbat kunnen gebruiken om Kidoesh te maken. Volgens een aantal geleerden was de boom waar ze niet van mochten eten namelijk een wijnstok. Een appelboom was het in ieder geval niet.

Landbouwregels

Geval nummer 1

Wat gebeurt er nu wanneer je een appel hebt die toch geplukt is binnen de eerste drie jaar na het planten van de boom? Vervolgens raakt deze appel per ongeluk vermengd in een kist appelen van andere bomen die wel voorbij de drie jaar zijn. Wat nu? Gooi je de hele kist weg? Nee, schrijft de Joodse wet ons voor; als de verboden appel één op 200 is, dan zeggen wij dat deze vrucht nietig is ten aanzien van de rest. De verhouding moet minstens één op 200 zijn.

Zo hanteert de Joodse wetgeving in bepaalde gevallen het idee dat iets teniet wordt verklaard (batel in het Hebreeuws) t.a.v. een meerderheid. Afhankelijk van het geval kan de vereiste verhouding wisselen. Soms gaat het om een meerderheid, soms moet de verhouding 1 op 60 zijn (bij vlees en melk) of bijvoorbeeld in het geval van Orla, 1 op 200.

Maar let op! Het volgende principe geldt: je mag nooit iets vooraf met opzet tenietdoen.

Je mag dus niet in je kippensoep een druppeltje melk toevoegen, ook al is het volume van de soep 60 keer zo veel als die van de melk.  Valt er per ongeluk een druppel melk in de soep, dan is het wat anders. Dan passen we de 1 op 60 regel toe. Ook in ons geval; doe je met opzet een verboden appel in een kist waar er minstens 199 andere geoorloofde appels in zitten, dan worden alle 200 appels verboden vruchten.

Geval nummer 2

Je hebt een boomgaard. Alle bomen, behalve één, zijn ouder dan drie jaar. Eén boom valt nog binnen de drie eerste jaren. Klein probleempje: je weet niet meer welke boom het is! Wat nu? De vruchten van alle bomen zijn in principe geoorloofd behalve die ene, maar welke is dat? Helaas weet je dat niet.

De Joodse wet is er heel duidelijk over: je mag de hele boomgaard niet oogsten, ongeacht hoeveel bomen er zijn; 100, 200 of zelfs 100 000.

Stel, je buurman, ook een boer, was zo vriendelijk om je appels te oogsten terwijl je een weekendje weg was. Hij was niet op de hoogte van die ene boom die nog geen drie jaar oud was. Nu zijn de geplukte appels van alle bomen per ongeluk vermengd geraakt en je hebt een verhouding van 1 op 200, dan ineens zijn alle appels wel geoorloofd.

Met andere woorden: zolang de vruchten aan de boom hangen maakt het niet uit hoeveel bomen er in de boomgaard zijn. Of er nu 2 bomen , 200 of 2000 zijn, de wet dat iets wegvalt in een bepaalde hoeveelheid kan niet toegepast worden. Het oogsten van de gehele boomgaard is verboden omdat je niet weet welke boom jonger is dan drie jaar. Maar indien ze per ongeluk geplukt zijn vallen de verboden vruchten weg in een meerderheid van 200.

Aan de boom of los van de boom

Waarom het verschil? Aan de boom of los van de boom? Kennelijk wordt het plukken of het niet plukken van vruchten zeer serieus genomen.

En terecht: op het moment dat je een vrucht plukt, dan verbreek je de verbinding van deze vrucht met zijn wortels en zijn levenskracht. Wees daar voorzichtig mee. De Torah zet ons aan tot nadenken en helpt ons om bewuster om te gaan met alle schepselen, zowel mensen, dieren, planten als mineralen.

Hoe zou jij het ervaren als je geen voedsel en vocht meer zou krijgen? Een mens wordt in de Torah vergeleken met een boom!

Wie geeft jou het recht om zomaar een blaadje van een boom af te scheuren tijdens een wandeling? Welk recht heb jij om planten te ontwrichten van hun bron, hun levenskracht en voedsel? Er wordt in de moderne samenleving bij  hoog en laag beweerd dat wij geen of weinig vlees moeten eten. En planten dan? Hoezo mag dat wel?

Maar plukken mag, want een verbinding verbreken wordt toegestaan volgens de Torah, op voorwaarde dat je daardoor een hogere verbinding bewerkstelligt. Wanneer jij de vrucht eet en de nu verkregen energie in je lichaam gebruikt om goede daden te verrichten, dan zorg je dat je de vrucht verbonden hebt met een nog hogere levenskracht dan wanneer hij nog aan de boom vast zat. En dan mag het.

Hetzelfde geldt voor het slachten van dieren. Je mag niet zomaar een dier doden. Echter gebruik je het voor voedsel en neem je de energie van het vlees om je menselijk te gedragen en goede daden te verrichten dan heb je het vlees en het dier met G-d verbonden. Het dier bereikt daardoor het doel waar het voor geschapen is. Je zou eigenlijk de dierenwereld tekortdoen als je het niet zou gebruiken. Vandaar dat het Jodendom het toestaat om dieren, planten en mineralen te consumeren. Hierbij is de mens de schakel die deze drie elementen op een hoger niveau brengt.

Verloren vruchten en verloren mensen

Verder kunnen wij concluderen dat zolang een vrucht aan de boom vast zit, deze nooit en te nimmer weg zal vallen in de menigte. Ook al bevindt een boom zich in een boomgaard van een miljoen andere bomen, dan behoudt hij nog steeds zijn eigen bestaansrecht en individualiteit. Zolang de vruchten verbonden zijn met hun oorsprong, hun bron, hun wortels en levenskracht is het onmogelijk voor een boom om zijn identiteit te verliezen.

Hierin berust het geheim van het overleven van het Joodse volk. Heb je je ooit afgevraagd waarheen het Egyptische volk naar toe is verdwenen is of de Griekse beschaving of het Romeinse rijk? En het machtige Spanje dan? Waar zijn al die mensen met al hun filosofieën, tradities, cultuur en aanverwante wreedheden gebleven? Deze Super Powers zijn allemaal, op een gegeven moment in de geschiedenis, door een ander volk overheerst. Verzwakt en in de minderheid zijn zij hun identiteit kwijtgeraakt.

Als je een geschiedkundige analyse zou maken van het Joodse volk of een militair onderzoek, dan zou de conclusie alleen maar kunnen zijn dat het Joodse volk niet meer zou bestaan. Toch is het Joodse volk ondanks alle vervolgingen en overheersingen zijn identiteit nooit kwijtgeraakt. Het geheim van dit volk is zijn verbinding met zijn Schepper d.m.v. Torah studie en het uitvoeren van de mitswot. Zolang het volk verbonden blijft met zijn bron en levenskracht zal het nooit en te nimmer in de menigte opgaan.

Onverslaanbaar

Dagelijks worden wij blootgesteld aan strijd met de buitenwereld maar ook aan innerlijke strijd. De verantwoordelijkheden die wij dragen, worden ons soms te veel. Er heerst te veel stress op ons werk, school en in relaties.

Van binnenuit kunnen wij verteerd worden door zo veel schuldgevoelens, angst, onzekerheden, pijn en soms trauma’s. Wat moeten we daar allemaal mee? Plus, en dat is het nog het grootste gevaar: de sociale druk. De angst om anders te zijn, om uitgelachen te worden, om er niet bij te horen, om anders gekleed te zijn. Sommigen van ons zullen alles doen om bij de groep te horen, om door anderen gewaardeerd te worden. Maar waar ben je zelf dan? Wat blijft er nog van jou over? Waar is jouw unieke bijdrage aan de wereld? Allemaal verkocht en weggegeven? Aan wat?

Je kijkt in de spiegel en het enige wat er nog over is, is een omhulsel. De rest heb je verkocht om erbij te horen. Je hebt jezelf opgeofferd en soms je kinderen ook. Zelfs je relatie met G-d en jouw unieke identiteit heb je weggegeven om er maar bij te kunnen horen, om hetzelfde te zijn als anderen.

Landbouw regels verklappen de oplossing. Wil je je identiteit behouden, blijf verbonden met jezelf, met je eigen ziel die een deel van G-d is. Luister naar je eigen stem. Doe eens al het lawaai om je heen uit.

De laatste van alle profeten, Malachi verklapt het geheim:

כִּ֛י אֲנִ֥י ה לֹ֣א שָׁנִ֑יתִי וְאַתֶּ֥ם בְּנֵֽי־יַעֲקֹ֖ב לֹ֥א כְלִיתֶֽם׃

“Omdat ik G-d ben, Ik ben niet veranderd en jullie zijn de kinderen van Yakov, jullie zullen niet vergaan”

G-d verandert nooit. Ook een Jood behoudt eeuwig zijn Joods-zijn mits hij er zich mee verbindt. Ontwikkel je die relatie, dan vergroot je automatisch je weerbaarheid. Je gedrag is niet afhankelijk van het weer, de president, de koning, de krant of de buren. Je bent een weerspiegeling van G-ds wil. Net zomin als je G-d kunt vermoorden, zo kun je iemand die G-ds aanwezigheid bij zich draagt niet verslaan.

Verbind jezelf met wie je echt bent. Koester het G-ddelijke vonkje dat altijd in je blijft branden. Net zomin als je G-d kunt verslaan zal het nooit lukken om een Joods vonkje in de menigte te laten verdwijnen. Steek dat vonkje aan, maak er een prachtig groot licht van, voor jezelf, je kinderen en voor iedereen die dat licht wenst te gebruiken om ook zíjn kern te ontdekken.

Het paradijs uit

Het verbod tot het eten van vruchten in de eerste drie jaren is nauw verbonden met de overtreding van Adam en Chava, drie uur voor de ingang van Shabbat. Drie jaar wachten wij om goed te maken dat de eerste mensen zich drie uur niet beheersen konden. Er ligt echter ook een dieper verband tussen Orla en het eten van de verboden vrucht in het paradijs.

Zoals eerder genoemd gebeurt er iets wezenlijks bij het plukken van een vrucht. Je scheidt de vrucht van zijn voedselbron af. Hetzelfde gebeurde er bij het eten van de verboden vrucht. Op dat moment hebben Adam en Chava besloten om niet naar G-d te luisteren; ze hebben zich toen gedistantieerd van het verbod en dus ook van Diegene die het verbod heeft uitgevaardigd. Ze hebben G-d buiten spel gezet. Zij hebben hun relatie met G-d verbroken.

Waar ben je? Vroeg G-d aan Adam. Hij had door het eten van de verboden vrucht, zich losgemaakt van zijn oorspronkelijke missie, van zijn G-d en zijn Bron die hem zojuist geschapen had. G-d kon Adam als het ware niet meer vinden. Adam was overgegaan naar een andere realiteit. Hij had zich naar een andere situatie verplaatst en zichzelf onvindbaar gemaakt. Vandaar dat het Gan Eden niet meer als woonplek voor hem geschikt was. Hij moest het paradijs uitgestuurd worden.

Hij had zijn eigen ziel van zijn lichaam gescheiden. Hij had zijn lichaam ontwricht van het doel waar het voor geschapen was. Zijn lichaam was nu geen direct kanaal meer voor het spirituele. Hij had zijn lijf voedsel aangeboden dat giftig was voor zijn ziel. Hierdoor ging het materiële een eigen leven leiden. Voordien waren zijn lichaam en ziel naadloos met elkaar verbonden. Nu zijn ze noodgedwongen van elkaar gescheiden. Het lijf was door de overtreding losgekoppeld van zijn ziel. Het lichaam bleef als leeg omhulsel over en moest zich daardoor schamen en bedekken.

G-d had gezegd dat Adam zou sterven als hij van de verboden vrucht zou eten. Maar Adam is helemaal niet gestorven! In tegendeel, hij leefde daarna nog heel lang. Had G-d dan voor niets gewaarschuwd? Er staat echter nergens dat hij meteen zou sterven. Wat G-d bedoelde is dat als hij van de vrucht zou eten dat hij dan ooit zou sterven. De oorspronkelijke intentie van G-d was dat een mens eeuwig zou leven. Had hij zich 3 uur kunnen beheersen dan had G-d het sterven niet hoeven toe te passen en had een mens eeuwig geleefd.

Bij elke overtreding die een mens begaat ontkoppelt hij zijn lichaam van zijn ziel. Hij laat zijn lijf functioneren zonder hoger doel, zonder spirituele inhoud. Deze scheiding veroorzaakt de noodzaak om te sterven. Wat gebeurt er als iemand sterft? Precies hetzelfde; het lichaam en de ziel worden bij het overlijden van elkaar gescheiden. Het lijf gaat naar de aarde en vindt daar, door ontbinding, zijn herstel. De ziel wacht in de hemel. Na reparatie kunnen ze weer bij elkaar komen met het herleven der doden.

Leven in harmonie

Bij elke overtreding die een mens begaat veroorzaakt hij een scheiding tussen lichaam en ziel. Is de overtreding heel ernstig dan zal hij het alleen maar goed kunnen maken doordat zijn lichaam en ziel volledig gescheiden worden. Dat is de definitie van de dood. Vandaar dat een doodvonnis soms de enige oplossing is voor een aantal ernstige misdrijven. Het is geen straf, het is de enige manier om het weer goed te maken. Zo ook is het sterven na 120 jaar noodzakelijk om alle kleinere  overtredingen recht te trekken, waarbij elk vergrijp zijn oorsprong vindt in de allereerste verboden vrucht.

Het omgekeerde geldt des te meer: elke keer dat een Jood kosher eet of op een andere manier Joodse activiteiten met zijn lichaam onderneemt, voedt hij zijn lichaam en ziel op een gezonde Joodse manier. Zijn lichaam is op dat moment een omhulsel voor de ziel. Hierdoor kunnen lichaam en ziel in harmonie leven. Dit klopt en dat voelt hij ook als rustgevend.

Al sinds de schepping zijn wij bezig, individueel en collectief, om ons lichaam met onze ziel weer naadloos te verbinden. Zolang de vruchten aan de boom vast zitten en zolang een Jood met zijn wortels verbonden blijft zal hij altijd als Jood blijven leven en zich ontwikkelen. Je zult hem nooit kunnen verslaan en hij zal ook nooit in de menigte kunnen verdwijnen!

Am Yisrael Chai!

Bracha Heintz

* niet zoals men zou kunnen denken, vanaf 15 Shewat

Gebaseerd o.a. op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam

 
Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.
 

Metsora | Jouw woorden kunnen opbouwen of verwoesten

Metsora | Jouw woorden kunnen opbouwen of verwoesten

Met woorden kun je mensen maken of breken. Kwaadspreken zegt meer over de spreker dan over diegene over wie hij vertelt. Reis met ons mee en ontdek hoe de Torah op subtiele wijze ons uitlegt wat de oorzaak van kwaadspreken is en hoe het te genezen. Hoe zit het met jou? Probeer jij jezelf boven anderen te verheffen door kwaad over hun te spreken of stralen jouw woorden zelfrespect en liefde uit?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Twee broers speelden met elkaar. De oudere broer was kleiner dan de jongere broer. De oudere broer plaatste zijn langere broertje in een kuil. Hierop vroeg zijn vader, de Rebbe Maharash, waar hij mee bezig was. “Het is niet eerlijk dat hij jonger is en toch langer dan ik. Dus heb ik hem in een kuil gezet zodat ik de langste ben.” Zijn vader zei daarop: “Als je hier last van hebt, ga dan zelf op een berg staan.” 

Maar een berg beklimmen is lastig en vermoeiend en dus geven wij meestal de voorkeur aan een  gemakkelijkere weg. Bewust of onbewust kiezen wij er vaak voor om een ander persoon te verlagen in plaats van onszelf te verheffen.

Woorden hebben scheppingskracht

Spreken is een krachtig middel. De wereld is geschapen door gesproken woorden, Bereeshiet (1-3): ‘En G-d zei, ‘…er zij licht’, en er was licht’.

Woorden hebben een scheppende kracht. Ze zijn door G-d gebruikt om de wereld te creëren. De letters van elk Hebreeuws woord vormen samen een code, de DNA van elk schepsel. Denk je dat het niets uitmaakt wat je zegt, of meen je dat enkel acties betekenis hebben? Spreken lijkt misschien geen consequenties te hebben, maar in het Joodse leven is elk woord waardevol en cruciaal.

Met woorden kun je scheppen of kapot maken. Je kunt ermee bouwen of verwoesten, je medemens groot maken of hem helemaal afbreken. Niet alleen dat, het zou zo maar kunnen zijn dat als je iets zegt, dat het gaat gebeuren. Zeg je positieve dingen, dan zal er iets positiefs uit voortvloeien. Spreek je op een  negatieve manier, dan kan de uitkomst precies zijn zoals je voorspeld hebt.

Zo gaat het ook als je over een ander spreekt. Doe je dat op een positieve manier, dan ondersteun en benadruk je zijn goede kant. Mooie aspecten worden door jouw compliment – ook al hoort die ander het niet – belicht en versterkt. Als vanzelf wordt het negatieve zwakker. Spreek je negatieve woorden, dan versterk je juist het aspect waar je zoveel last van hebt. Niet slim!

Laster brengt scheiding

In de tijd van de Tempel waren de mensen spiritueel zo gevoelig dat zij zelfs wanneer ze kwaadspraken een bepaalde spirituele huidziekte kregen die Tsaraat heette. De zieke werd Metsora genoemd en zo heet de Parasha van deze week. Metsora betekent letterlijk ‘hij uit iets slechts’.

Zo zien we dat Moshe door deze ziekte getroffen werd toen hij bij de brandende struik kwaadsprak over het Joodse volk (Shemot 4):

וַיַּ֤עַן מֹשֶׁה֙ וַיֹּ֔אמֶר וְהֵן֙ לֹֽא־יַאֲמִ֣ינוּ לִ֔י וְלֹ֥א יִשְׁמְע֖וּ בְּקֹלִ֑י כִּ֣י יֹֽאמְר֔וּ לֹֽא־נִרְאָ֥ה אֵלֶ֖יךָ ה’׃

En Moshe antwoordde en hij zei, zij zullen mij niet geloven en zij zullen niet naar mijn stem luisteren, want zij zullen zeggen G-d is niet aan jou verschenen.

Daarna moest Moshe zijn hand op zijn borst plaatsen en toen hij zijn hand weghaalde was er Tsaraat op als sneeuw.

Was deze ‘ziekte’ eenmaal geconstateerd, dan werd de persoon onrein verklaard en moest hij tijdelijk buiten de stad in quarantaine. Door zijn laster waren mensen uit elkaar gehaald en gescheiden. Als rectificatie moest hij zelf isolement ervaren. Wanneer de ziekte over was, moest de gewezen kwaadspreker een offer brengen om zijn reiniging te voltooien.

Dit offer bestond uit twee duiven; één werd geslacht en de tweede vogel werd na een bepaald ritueel vrijgelaten. Waarom vogels? En waarom werd de tweede vogel niet geslacht?

Vogels

De Talmoed geeft antwoord: vogels fluiten en kwekken aan één stuk door. Zoals de kwaadspreker zijn mond niet kon houden, zo zingen vogels non-stop! Laster moet stoppen, vandaar dat de ene vogel geslacht wordt. De tweede, die bij het ritueel gebruikt werd, bleef leven; een mens is namelijk niet alleen verantwoordelijk voor de slechte woorden die hij uitgesproken heeft. Ieder mens moet ook verantwoording afleggen voor wat hij níet gezegd heeft wanneer hij zijn mond wél open had moeten doen.

Kwaad kan slechts gedijen wanneer men zwijgt.

Ijow, adviseur van Farao, werd gestraft omdat hij zweeg toen de Endlösung van het Joodse volk in het Egyptische paleis besproken werd. Awiehoe vond de dood omdat hij niet protesteerde toen zijn broer Nadav kwaadsprak over Moshe en Aharon.

Heel veel ellende had in de Tweede Wereldoorlog voorkomen kunnen worden als de vrije landen tijdig op waren gekomen tegen de bezetting en het uitroeien van miljoenen!

Kwaadspreken

Tsaraat was niet alleen een ziekte die zich op  de huid manifesteerde. Ook kleding of de muren van je huis konden bepaalde vlekken vertonen die door de priesters geanalyseerd moesten worden. Soms werd er een week gewacht om te kijken of er veranderingen in de Tsaraat te bespeuren waren. Als de ziekte aanhield moest aangedane kleding weleens verbrand worden en bevlekte muren verwoest om op een afdoende manier de ziekte en de zieke te genezen.

De Rambam vertelt ons dat kwaadspreken, ook al is wat wij zeggen waar, even erg is als moord, verboden relaties en afgodsdienst samen!

Iedereen weet het. Kwaadspreken is verboden, maar toch wordt het zo veel gedaan. Wat is het toch dat men de verleiding niet kan weerstaan?

Men zou kunnen denken dat er een of ander mystiek verband bestaat tussen lasteren en Tsaraat en die zal er heus wel zijn. Er bestaat echter een direct verband. Iemand die kwaadspreekt doet dit niet zomaar. Hij denkt daar iets mee te bereiken. Wat hij zeker bereikt is een misvorming van zijn huid. Deze huid verminking weerspiegelt de vervorming van zijn eigen ziel.

Gezonde mensen hebben namelijk geen behoefte aan kwaadspreken. Ze hoeven zichzelf niet te verheffen door een ander te vernederen. Ze zijn zelf al op een berg, misschien niet bovenaan, maar ze dromen wel van een ladder die aan de onderkant op de grond staat en aan de bovenkant de hemel bereikt.

וַֽיַּחֲלֹ֗ם וְהִנֵּ֤ה סֻלָּם֙ מֻצָּ֣ב אַ֔רְצָה וְרֹאשׁ֖וֹ מַגִּ֣יעַ הַשָּׁמָ֑יְמָה

En hij (Yakov) droomde over een ladder die op de aarde stond waarvan de bovenkant de hemel bereikte…

Stevig in je schoenen

We leven in de realiteit, maar we weten deze realiteit te combineren met een hoger doel, met een ideaal. Iemand die zich verbindt met de hemel, weet dat G-d van hem houdt en heeft geen behoefte om een ander met woorden te verlagen. Hij staat met beide benen op de grond en ziet heus wel dat een ander niet altijd even goed bezig is. Het is niet zo dat hij zich weerhoudt van laster omdat hij bang is van een G-ddelijke straf. Hij ondersteunt de verkeerde handelingen die hij bij een ander waarneemt absoluut niet. Dit motiveert hem echter niet om er met anderen over te spreken. Nee, hij gaat juist actie ondernemen om zijn vriend te helpen om de situatie te corrigeren. Bij hem is er geen behoefte aan laster! Want kwaadspreken over een ander heeft in de geschiedenis nog nooit een probleem opgelost, een wond genezen of een negatieve situatie verbeterd.

Als je behoefte hebt om kwaad te spreken is dat waarschijnlijk uit onzekerheid en arrogantie. Die twee gaan altijd samen. Maar als je gezond bent en stevig in je schoenen staat dan heb je geen laster nodig om een diep en ongelukkig gat  in jezelf op te vullen.

Dan ben jij een ladder-persoon. Iemand die weliswaar aards is, met alle problemen die daarbij horen, maar ook iemand die zich tegelijkertijd bewust is van het feit dat je de hemel kan raken. Niemand kan jouw waardigheid en zelfrespect afnemen. Je hebt een bepaald doel waar je op focust en het kwaad dat om je heen gebeurt is geen reden voor jou om tot kwaadspreken over te gaan.

Drie vormen van laster

De Torah noemt drie soorten Tzaraat in Wajiekra 13-2. De aandoening kon drie vormen aannemen:

  • שְׂאֵ֤ת > een zwelling
  • סַפַּ֙חַת֙ > een vlek
  • בַהֶ֔רֶת > een lichtverkleuring

Alle drie reflecteren direct de toestand waarin de kwaadspreker verkeert, zijn huidtoestand en zijn gemoedstoestand.

De zwelling is de persoon die zich onzeker voelt en zich verheft door een ander in een kuil te plaatsen. De ene verdooft zijn onaangename gevoelens door een driedubbele maaltijd te eten en een ander gebruikt laster als uitlaatklep.

De vlek is iets dat op de huid is. Deze laster is niet van hem afkomstig, maar zit er als een extraatje bovenop, net als de wond die iets vreemds  is voor de huid. Het hoort er niet te zijn. Het is een weefsel dat niet bij het lichaam hoort. Dit vertegenwoordigt diegene die graag meedoet. Zelf is hij niet begonnen met kwaadspreken, maar eenmaal in de sociale groep durft hij het spannende gesprek niet te stoppen of weg te lopen. Bij hem ontbreekt de wilskracht om te zijn wie hij eigenlijk wil zijn.

De lichtverkleuring is de persoon die alles duidelijk (‘licht’) denkt te weten over de ander. Hij ziet een bepaald gedrag en weet al meteen waarom die persoon dat gedaan heeft en trekt zijn conclusies. Hij is zo zeker van zijn zaak, hij is zo arrogant dat hij niet eens navraagt wat er aan de hand is. In plaats van kwaad te spreken kan hij ook even bellen, om te vragen wat er gebeurd is. Misschien kun je helpen oplossen in plaats van het probleem en diegene die eronder lijdt nog verder de grond in te boren. Het geven van het voordeel van de twijfel getuigt van grootsheid en bescheidenheid.

Ben je zelf gezond, dan heeft laster jou niets te bieden. Ben je een zuurpruim, dan zie je bij jezelf en bij anderen een berg van negativiteit. Ben je een levensgenieter, dan zijn de moeilijkheden niet verdwenen, noch van jezelf noch van een ander, maar je kijkt er wel anders naar.

Hoe je kijkt

Ook daarover geeft de Torah ons een subtiele boodschap: soms moest een kledingstuk waar Tsaraat op geconstateerd was gewassen worden – waarna er een week gewacht moest worden:

וְרָאָ֨ה הַכֹּהֵ֜ן אַחֲרֵ֣י ׀ הֻכַּבֵּ֣ס אֶת־הַנֶּ֗גַע וְ֠הִנֵּה לֹֽא־הָפַ֨ךְ הַנֶּ֤גַע אֶת־עֵינוֹ֙

En de Kohen zal  kijken nadat de vlek gewassen is en zie, het oog van de vlek was niet omgewenteld…

Hoezo het oog van de vlek? Daarmee wordt natuurlijk bedoeld hoe de vlek er uit zag, maar waarom het woord עין (ajien) gebruiken dat oog betekent en dat tevens de 16de letter van het Hebreeuwse alfabet is. Omdat het verschil tussen kwaadspreken en stil zijn direct verbonden is met je oog, met hoe je naar dingen kijkt. Het is het verschil tussen נגע een plaag, vlek of letsel en ענג dat plezier betekent.

De twee woorden נגע , plaag en ענג , plezier hebben beide dezelfde letters, alleen zit de letter ע (oog) op een andere plaats in het woord. En daar moest de Kohen naar kijken: had je de ע van het woord נֶּ֤גַע, plaag, weten om te draaien naar het begin van het woord om zo plezier, ענג te verkrijgen? Was je van een ongezonde negatieve zuurpruim een levensgenieter geworden?

Als je jezelf genezen had van je onzekerheden en leegtes, dan was je weer in staat om in de maatschappij toe te treden. Wanneer je jezelf op een positieve manier kan bekijken, dan kun je dat ook bij je medemens. Je behoefte en beweegreden tot kwaadspreken is dan verdwenen.

Het grootste plezier, ענג (oneg), dat ouders kunnen hebben, is wanneer ze van iemand anders horen dat hun kind zich goed gedragen heeft. Misschien wisten zij al dat hun zoon of dochter deze karaktereigenschap had of zich zo gedroeg, of misschien klopt het zelfs helemaal niet. Maar het hart van Papa en Mamma zwelt op van liefde, trots en plezier wanneer zij op een ouderavond goede geluiden over hun kind(eren) te horen krijgen.

Evenbeeld: liefde verspreiden

Wij zijn naar het evenbeeld van G-d geschapen. We kunnen G-d geen groter plezier schenken dan op een positieve manier over Zijn kinderen te spreken. En dan dames en heren, zult U zien dat het goede zich gaat uitbreiden. Het negatieve heeft dan geen ruimte meer en verdwijnt vanzelf.

G-d is diegene die het spreken in ons geschapen heeft. Dat was een gigantische maar ook riskante investering. We zijn de enige schepselen op aarde die deze gave bezitten. Laten we deze instrumenten, onze tanden, keel, gehemelte en tong die tot onze beschikking gesteld zijn, optimaal gebruiken. Laten we woorden en zinnen benutten om goede en liefdevolle gevoelens weer te geven. Een lief woordje hier, een vriendelijke Whatsapp daar, een respectvolle email of een leuk ansichtkaartje maken allemaal een wereld van verschil.

Denk na voor dat je iets zegt. Heb je kritiek? Kijk eerst eens waar het vandaan komt. Zeg je het uit liefde of heb je behoefte om te laten zien dat je beter bent? Ben je de andere persoon aan het helpen of voel je jezelf onzeker?

Zorg ervoor dat je jezelf voldaan en gelukkig voelt en dan zal je een ander ook op een positieve manier zien.

De mens is het enige schepsel dat kan spreken. Zorg ervoor dat jouw woorden laten zien dat je een mens bent, iemand die grootsheid, waardigheid en zelfrespect uitstraalt. Met onze woorden en zinnen kunnen wij hele werelden creëren, liefde verspreiden en genezing bewerkstelligen. Wat zeg jij?

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂