Auteur: Rabbi Aryeh Leib Heintz

Toe Bishwat | Verbonden met je wortels

Toe Bishwat | Verbonden met je wortels

Wist je dat de landbouwregels uit de Torah ons vertellen hoe wij verbonden kunnen blijven met onze wortels, met onze ziel en dus ook met G-d? Zolang de vruchten aan de boom vast zitten blijven zij verbonden met hun wortels en levenskracht. Zo ook een Jood. Zolang hij bewust omgaat met zijn oorsprong zal hij altijd als Jood blijven bestaan.  

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het Jodendom is geen G-dsdienst, maar een manier van leven. Daarom zul je in de Torah niet alleen religieuze wetten vinden, maar ook gebruiksaanwijzingen en regels voor alle details van het dagelijkse leven. Ook de landbouw hoort hierbij. Zo vinden wij in de Parasha van deze week, (waar maar liefst 51 ge- en verboden aan de orde komen), een verbod en een gebod met betrekking tot bomen, boomgaarden en vruchten:

Nadat een boom geplant is, is er een verbod om de eerste drie jaar, (geteld vanaf 1 Tishrie*), de vruchten ervan te plukken, te consumeren of te verkopen. Dit heet Orla. Daaraan gekoppeld is er een gebod om in het vierde jaar na de planting van een boom, de vruchten ervan alleen in Jerushalayim te eten. Deze vierdejaars vruchten kunnen uitsluitend gegeten worden in de tijd dat de tempel bestaat en alleen door iemand die rein is (bijvoorbeeld doordat hij niet in contact geweest is met een lijk).

Jammer genoeg hebben wij op dit moment geen tempel in Jerushalayim (een situatie waar we G-d dagelijks om smeken om te veranderen). Ook wordt vandaag de dag iedereen als onrein beschouwd omdat iedereen bewust of onbewust bijvoorbeeld in aanraking is gekomen met of in hetzelfde gebouw is geweest als een lijk. Zolang de tempel niet bestaat beschikken wij helaas over geen enkele manier om onszelf te reinigen. Daarom eten wij de vierdejaars vruchten niet in Jerushalayim (en uiteraard ook niet daar buiten). In plaats daarvan hevelen wij de speciale status van deze vruchten over naar een klein muntstuk dat wij daarna wegdoen op zo’n manier dat niemand het meer kan vinden of gebruiken. 

Israel

Dit verbod en gebod zijn altijd en overal geldig. Er is echter een verschil tussen vruchten uit Israel en vruchten uit andere landen in het geval dat je twijfelt of die vruchten van de eerste vier jaar zijn (Orla) of niet. Als je een vrucht wilt eten die van een boom komt en je weet niet hoe oud die boom is, zijn er twee mogelijkheden:

  1. De boom bevindt zich in Israel. Dan mag je de vrucht niet eten want wie weet is de boom nog geen 4 jaar oud.
  2. De boom bevindt zich buiten Israel. Als je in zo’n geval niet weet van welke boom jouw vrucht afkomstig of hoe oud de boom is, dan mag je de vrucht toch eten.

Stel, je gaat naar een supermarkt in Assen, Brugge, Alicante of Lima. Dan mag je daar gewoon fruit kopen. Je hoeft niet uit te zoeken uit welke boomgaard deze appels komen en of de bomen minstens drie jaar oud zijn of niet. Misschien zijn ze dat wel of misschien ook niet. In geval van twijfel hoef je niet na te gaan waar de vruchten vandaan komen en hoe oud de bomen zijn. 

Daarentegen mag je Israelisch fruit uitsluitend eten als je zeker weet dat het geen Orla is.

Waarom Orla? Twee verklaringen:

  1. Het eerste, het beste en het mooiste bewaar je vanzelfsprekend voor G-d en dus ga je de mooiste nieuwe vruchten in Jerushalayim eten. De eerste drie jaar hebben bomen meestal geen vruchten. Als ze dat wel hebben zijn deze van lage kwaliteit. Zou je de vruchten van de eerste drie jaar naar Jerushalayim brengen, dan zou dat een gebrek aan respect zijn voor G-d om een minderwaardige oogst in de heiligste stad van de wereld te consumeren. En dus wachten we eerst drie jaar om er zeker van te zijn dat we mooie vruchten hebben. In het vierde jaar, wanneer de vruchten volledig tot ontwikkeling zijn gekomen, nemen we ze mee naar de hoofdstad om ze daar op te eten. (Sefer Hachinuch).
  2. Adam en Chava werden op het negende uur van de zesde dag geschapen. Drie uur later begon de Shabbat. Tijdens deze drie uren mochten ze niet van de boom van de Kennis eten. Op Shabbat mochten ze dat wel. Omdat zij zich geen drie uur konden beheersen, wachten wij drie jaar voordat wij vruchten eten (Siftee Cohen). Hadden Adam en Chava geduld gehad, dan hadden ze de vruchten kunnen plukken, persen en het sap op Shabbat kunnen gebruiken om Kidoesh te maken. Volgens een aantal geleerden was de boom waar ze niet van mochten eten namelijk een wijnstok. (Een appelboom was het in ieder geval niet.)

Landbouwregels

Geval nummer 1

Wat gebeurt er nu wanneer je een appel hebt die toch geplukt is binnen de eerste drie jaar na het planten van de boom? Vervolgens raakt deze appel per ongeluk vermengd in een kist appelen van andere bomen die wel meer dan drie jaar oud zijn. Wat nu? Gooi je de hele kist weg? Nee, schrijft de Joodse wet ons voor. Als de verboden appel één op 200 is, dan zeggen wij dat deze vrucht nietig is ten aanzien van de rest. De verhouding moet minstens één op 200 zijn.

Zo hanteert de Joodse wetgeving in bepaalde gevallen het idee dat iets nietig wordt verklaard (batel in het Hebreeuws) t.a.v. een meerderheid. Afhankelijk van het geval kan de vereiste verhouding wisselen. Soms gaat het om een meerderheid, soms moet de verhouding 1 op 60 zijn (bij vlees en melk) of bijvoorbeeld in het geval van Orla, 1 op 200.

Maar let op! Het volgende principe geldt: je mag nooit iets vooraf met opzet nietig verklaren.

Je mag dus niet in je kippensoep een druppeltje melk toevoegen, ook al is het volume van de soep 60 keer zo veel als die van de melk.  Valt er per ongeluk een druppel melk in de soep, dan is het wat anders. Dan passen we de 1-op-60-regel toe. Ook in ons geval: doe je met opzet een verboden appel in een kist waar er minstens 199 andere geoorloofde appels in zitten, dan worden alle 200 appels verboden vruchten.

Geval nummer 2

Je hebt een boomgaard. Alle bomen, behalve één, zijn ouder dan drie jaar. Eén boom valt nog binnen de drie eerste jaren. Klein probleempje: je weet niet meer welke boom het is! Wat nu? De vruchten van alle bomen zijn in principe geoorloofd behalve van die ene boom, maar welke is dat? Helaas weet je dat niet.

De Joodse wet is er heel duidelijk over: je mag de hele boomgaard niet oogsten, ongeacht hoeveel bomen er zijn; 100, 200 of zelfs 100 000.

Stel, je buurman, ook een boer, was zo vriendelijk om je appels te oogsten terwijl je een weekendje weg was. Hij was niet op de hoogte van die ene boom die nog geen drie jaar oud was. Nu zijn de geplukte appels van alle bomen per ongeluk vermengd geraakt en je hebt een verhouding van 1 op 200, dan ineens zijn alle appels wel geoorloofd.

Met andere woorden: zolang de vruchten aan de boom hangen maakt het niet uit hoeveel bomen er in de boomgaard zijn. Of er nu 2 bomen, 200 of 2000 zijn, de wet dat iets-wegvalt-in-een-bepaalde-hoeveelheid kan niet toegepast worden. Het oogsten van de gehele boomgaard is verboden omdat je niet weet welke boom jonger is dan drie jaar. Maar indien ze per ongeluk geplukt zijn, dan vallen de verboden vruchten weg in een meerderheid van 200.

Aan de boom of los van de boom

Waarom het verschil? Aan de boom of los van de boom? Kennelijk wordt het plukken of het niet plukken van vruchten zeer serieus genomen.

En terecht: op het moment dat je een vrucht plukt, dan verbreek je de verbinding van deze vrucht met zijn wortels en zijn levenskracht. Wees daar voorzichtig mee. De Torah zet ons aan tot nadenken en helpt ons om bewuster om te gaan met alle schepselen, zowel mensen, dieren, planten als mineralen.

Hoe zou jij het ervaren als je geen voedsel en vocht meer zou krijgen? Een mens wordt in de Torah vergeleken met een boom!

Wie geeft jou het recht om zomaar een blaadje van een boom af te scheuren tijdens een wandeling? Welk recht heb jij om planten te ontwrichten en los te koppelen van hun bron, hun levenskracht en voedsel? Er wordt in de moderne samenleving bij hoog en laag beweerd dat wij geen of weinig vlees moeten eten. En planten dan? Hoezo mogen die wel gegeten worden?

Maar plukken en slachten mag allebei van de Torah, want een verbinding verbreken wordt toegestaan mits men zich aan een hele duidelijke voorwaarde houdt, namelijk dat men door dat plukken een hogere verbinding gaat bewerkstelligen. Wanneer jij de vrucht eet en de nu verkregen energie in je lichaam gebruikt om goede daden te verrichten, dan zorg je dat je aan de geplukte vrucht een nieuwe verbinding gaat geven. Je hebt het verbonden met een nog hogere levenskracht dan wanneer hij nog aan de boom vast zat. En dan mag het. Niet alleen mag het, maar je doet de vrucht een gunst door de voedzame stof die er door Hashem ingestopt is terug te brengen naar Hashem doordat je de kracht van de vrucht gebruikt om G-ds wil uit te voeren. 

Hetzelfde geldt voor het slachten van dieren. Je mag niet zomaar een dier doden. Echter, gebruik je het voor voedsel en neem je de energie van het vlees om je menselijk te gedragen en goede daden te verrichten, op dat moment heb je het vlees en het dier met G-d verbonden. Het dier bereikt daardoor het doel waar het voor geschapen is. Je zou eigenlijk de dierenwereld tekortdoen als je het niet zou gebruiken. Vandaar dat het Jodendom het toestaat om dieren, planten en mineralen te consumeren. Hierbij is de mens de schakel die deze drie elementen op een hoger niveau brengt.

Verloren vruchten en verloren mensen

Verder kunnen wij concluderen dat zolang een vrucht aan de boom vast zit, deze nooit en te nimmer weg zal vallen in de menigte. Ook al bevindt een boom zich in een boomgaard van een miljoen andere bomen, dan behoudt hij nog steeds zijn eigen bestaansrecht en individualiteit. De vruchten van deze boom zullen nooit teniet verklaard kunnen worden ten aanzien van een menigte, hoe groot dan ook.  Zolang de vruchten verbonden zijn met hun oorsprong, hun bron, hun wortels en levenskracht is het onmogelijk voor een boom om zijn identiteit te verliezen.

Hierin berust het geheim van het overleven van het Joodse volk. Heb je je ooit afgevraagd waarheen het Egyptische volk, de Griekse beschaving of het Romeinse rijk verdwenen zijn? En het machtige Spanje dan? Waar zijn al die mensen met al hun filosofieën, tradities,  culturen en aanverwante wreedheden gebleven? Deze Super Powers zijn allemaal, op een gegeven moment in de geschiedenis, door een ander volk overheerst. Verzwakt en in de minderheid zijn zij hun identiteit kwijtgeraakt.

Als je een geschiedkundige analyse zou maken van het Joodse volk of een militair onderzoek zou doen, dan zou de conclusie alleen maar kunnen zijn dat het Joodse volk niet meer zou bestaan. Toch is het Joodse volk, ondanks alle vervolgingen en overheersingen, zijn identiteit nooit kwijtgeraakt. Het geheim van dit volk is zijn verbinding met zijn Schepper d.m.v. Torah studie en het uitvoeren van de mitswot. Zolang het volk verbonden blijft met zijn bron en levenskracht zal het nooit en te nimmer in de menigte opgaan.

Onverslaanbaar

Dagelijks worden wij blootgesteld aan strijd met de buitenwereld maar ook aan een innerlijke strijd. De verantwoordelijkheden die wij dragen worden ons soms te veel. Er heerst te veel stress op ons werk, op school en in onze relaties.

Van binnenuit kunnen wij verteerd worden door zo veel schuldgevoelens, angst, onzekerheden, pijn en soms trauma’s. Wat moeten we daar allemaal mee? Plus, en dat is het nog het grootste gevaar: de sociale druk. De angst om anders te zijn, om uitgelachen te worden, om er niet bij te horen, om anders gekleed te zijn. Sommigen van ons zullen alles doen om bij de groep te horen, om door anderen gewaardeerd te worden. Maar waar ben je zelf dan? Wat blijft er nog van jou over? Waar is jouw unieke bijdrage aan de wereld? Allemaal verkocht en weggegeven? Aan wat?

Je kijkt in de spiegel en het enige wat er nog over is, is een omhulsel. De rest heb je verkocht om erbij te horen. Je hebt jezelf opgeofferd en soms je kinderen ook. Zelfs je relatie met G-d en jouw unieke identiteit heb je weggegeven om er maar bij te kunnen horen, om hetzelfde te zijn als anderen.

Landbouw regels verklappen de oplossing. Wil je je identiteit behouden, blijf verbonden met jezelf, met je eigen ziel die een deel van G-d is. Luister naar je eigen stem. Doe eens al het geluid om je heen uit.

De laatste van alle profeten, Malachi verklapt het geheim:

כִּ֛י אֲנִ֥י ה לֹ֣א שָׁנִ֑יתִי וְאַתֶּ֥ם בְּנֵֽי־יַעֲקֹ֖ב לֹ֥א כְלִיתֶֽם׃

“Omdat ik G-d ben, Ik ben niet veranderd en jullie zijn de kinderen van Yakov, jullie zullen niet vergaan”

G-d verandert nooit. Ook een Jood behoudt eeuwig zijn Joods-zijn mits hij er zich mee verbindt. Ontwikkel je die relatie, dan vergroot je automatisch je weerbaarheid. Je gedrag is niet afhankelijk van het weer, de president, de koning, de krant of de buren. Je bent een weerspiegeling van G-ds wil. Net zomin als je G-d kunt vermoorden, zo kun je iemand die G-ds aanwezigheid bij zich draagt niet verslaan.

Verbind jezelf met wie je echt bent. Koester het G-ddelijke vonkje dat altijd in je blijft branden. Net zomin als je G-d kunt verslaan zal het nooit lukken om een Joods vonkje in de menigte te laten verdwijnen. Steek dat vonkje aan, maak er een prachtig groot licht van, voor jezelf, je kinderen en voor iedereen die dat licht wenst te gebruiken om ook zíjn kern te ontdekken.

Het paradijs uit

Het verbod tot het eten van vruchten in de eerste drie jaren is nauw verbonden met de overtreding van Adam en Chava, drie uur voor het ingaan van Shabbat. Drie jaar wachten wij om goed te maken dat de eerste mensen zich drie uur niet konden beheersen. Er ligt echter ook een dieper verband tussen Orla en het eten van de verboden vrucht in het paradijs.

Zoals eerder genoemd gebeurt er iets wezenlijks bij het plukken van een vrucht. Je scheidt de vrucht van zijn voedselbron. Hetzelfde gebeurde er bij het eten van de verboden vrucht. Op dat moment hebben Adam en Chava besloten om niet naar G-d te luisteren. Ze hebben zich toen gedistantieerd van het verbod en dus ook van Diegene die het verbod heeft uitgevaardigd. Ze hebben G-d buiten spel gezet. Zij hebben hun relatie met G-d verbroken.

‘Waar ben je?’, vroeg G-d aan Adam. Hij had door het eten van de verboden vrucht, zich losgemaakt van zijn oorspronkelijke missie, van zijn G-d en zijn Bron die hem zojuist geschapen had. G-d kon Adam als het ware niet meer vinden of herkennen. Adam was overgegaan naar een andere realiteit. Hij had zich naar een andere situatie verplaatst en zichzelf onvindbaar gemaakt. Vandaar dat Gan Eden niet meer als woonplek voor hem geschikt was. Hij moest het paradijs uitgestuurd worden. Omdat hij een ander mens was geworden moest zijn woonomgeving ook aangepast worden.

Hij had zijn eigen ziel van zijn lichaam gescheiden. Hij had zijn lichaam ontwricht van het doel waar het voor geschapen was. Zijn lichaam was nu geen direct kanaal meer voor het spirituele. Hij had zijn lijf voedsel aangeboden dat giftig was voor zijn ziel. Hierdoor ging het materiële een eigen leven leiden. Voordien waren zijn lichaam en ziel naadloos met elkaar verbonden. Nu zijn ze noodgedwongen van elkaar gescheiden. Het lijf was door de overtreding losgekoppeld van zijn ziel. Het lichaam bleef als leeg omhulsel over en moest zich daardoor schamen en bedekken.

G-d had gezegd dat Adam zou sterven als hij van de verboden vrucht zou eten. Maar Adam is helemaal niet gestorven! Integendeel, hij leefde daarna nog heel lang. Had G-d dan voor niets gewaarschuwd? Er staat echter nergens dat hij meteen zou sterven. Wat G-d bedoelde is, dat als hij van de vrucht zou eten dat hij dan ooit zou sterven. De oorspronkelijke intentie van G-d was dat een mens eeuwig zou leven. Had hij zich 3 uur kunnen beheersen dan had G-d het sterven niet hoeven toe te passen en had een mens eeuwig geleefd.

Bij elke overtreding die een mens begaat ontkoppelt hij zijn lichaam van zijn ziel. Hij laat zijn lijf functioneren zonder hoger doel, zonder spirituele inhoud. Deze scheiding veroorzaakt de noodzaak om te sterven. Wat gebeurt er als iemand sterft? Precies hetzelfde: het lichaam en de ziel worden bij het overlijden van elkaar gescheiden. Het lijf gaat naar de aarde en vindt daar, door ontbinding, zijn herstel. De ziel wacht in de hemel. Na reparatie kunnen ze weer bij elkaar komen met het herleven der doden.

Leven in harmonie

Bij elke overtreding die een mens begaat veroorzaakt hij een scheiding tussen lichaam en ziel. Is de overtreding heel ernstig dan zal hij het alleen maar goed kunnen maken doordat zijn lichaam en ziel volledig gescheiden worden. Dat is de definitie van de dood. Vandaar dat een doodvonnis soms de enige oplossing is voor een aantal ernstige misdrijven. Het is geen straf, het is de enige manier om het weer goed te maken. Zo ook is het sterven na 120 jaar noodzakelijk om alle kleinere overtredingen recht te trekken, waarbij elk vergrijp zijn oorsprong vindt in de allereerste verboden vrucht.

Het omgekeerde geldt des te meer: elke keer dat een Jood kosher eet of op een andere manier Joodse activiteiten met zijn lichaam onderneemt, voedt hij zijn lichaam en ziel op een gezonde Joodse manier. Zijn lichaam is op dat moment een omhulsel voor de ziel. Hierdoor kunnen lichaam en ziel in harmonie leven. Dit klopt en dat voelt hij ook als rustgevend.

Al sinds de schepping zijn wij bezig, individueel en collectief, om ons lichaam met onze ziel weer naadloos te verbinden. Zolang de vruchten aan de boom vast zitten en zolang een Jood met zijn wortels verbonden blijft zal hij altijd als Jood blijven leven en zich ontwikkelen. Je zult hem nooit kunnen verslaan en hij zal ook nooit in de menigte kunnen verdwijnen!

Am Yisrael Chai!

Bracha Heintz

* niet zoals men zou kunnen denken, vanaf 15 Shewat

Gebaseerd o.a. op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak: Rianne Meijer en Sonja Tamam en Devorah van der Heiden

 
Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beshalach | Hoe hardnekkig zijn wij?

Beshalach | Hoe hardnekkig zijn wij?

Overal om je heen zijn er blokkades en belemmeringen die je beletten om te doen wat je echt wilt. Net zoals Farao het Joodse volk maar bleef vasthouden. Zet je ondanks deze obstakels toch door, dan zullen de Farao’s je uiteindelijk helpen, de zee zal splitsen en jij zult je doel bereiken.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het was eindelijk zover. De vrijheid van het Joodse volk was een feit. Am Yisrael had Egypte verlaten en was onderweg naar de berg Sinaï om de Torah in ontvangst te nemen.

En het gebeurde toen Farao het Joodse volk wegstuurde… Shemot 13:17

Zo begint de Parasha, het Torah-stukje dat wij deze week lezen. Inderdaad, het was Farao zelf die het Joodse volk wegstuurde. Oh ja, werkelijk? Dezelfde Farao die keer op keer geen toestemming gaf om het Joodse volk van de slavernij te bevrijden? Dezelfde man die, ondanks vele waarschuwingen, zijn land door de tien plagen ten onder liet gaan? De dictator die hardnekkig weigerde om zijn slaven te laten gaan?

Wanneer je de Hebreeuwse letters van het woord פרעה  (Farao) omdraait, dan krijg je הערף, de nek.
Farao is namelijk een nek-persoon.

Hardnekkig

Wat is een nek-persoon? Iedereen heeft toch een nek? Inderdaad is dat zo, maar afhankelijk van ieder individu, spelen verschillende lichaamsdelen of karaktereigenschappen een meer of minder belangrijke rol. Zo speelt bij Farao de nek een cruciale rol, zoveel zelfs dat de letters van zijn naam dezelfde letters zijn als de nek.

Wat is de rol van de nek? Het is het doorgeefluik tussen het hoofd en de rest van het lichaam, tussen de hersens en het hart. In de praktijk betekent dit dat alles wat zich in de hersens afspeelt, niet automatisch naar het hart doorgespeeld wordt. Eerst moeten de intellectuele zaken door een smalle nek voordat deze bij het hart (gevoelens) en de rest van het lichaam (daden) terecht kunnen komen. Juist in die nek zou wel eens een blokkade kunnen ontstaan. Een soort file, omdat de weg ineens smaller wordt.

Je weet iets, je begrijpt het, je hersens staan erachter, maar de communicatie naar je lichaam is geblokkeerd. Hart en gevoelens zijn niet onder de indruk. Je begrijpt het wel, maar je voelt er weinig of niets voor en je handelt er ook niet naar. Dit is hoe Farao, een nek-persoon, in elkaar zit.

Wat is hardnekkigheid (קשה ערף)? Dat is een eigenschap van iemand die iets begrijpt en er toch niet naar handelt. Eigenwijs in gewoon Nederlands. Maar waarom heet het hardnekkig, een uitdrukking die letterlijk uit het Hebreeuws vertaald is? Omdat de nek moeilijk en hard doet. In plaats van alles door te laten stromen stelt de nek zich hard op en verspert het de doorgang.

In het water

Bij Moshe ligt het anders. Batya, de dochter van Farao, haalde uit de Nijl een mandje, waar een baby in lag te huilen.

וַתִּקְרָ֤א שְׁמוֹ֙ מֹשֶׁ֔ה וַתֹּ֕אמֶר כִּ֥י מִן־הַמַּ֖יִם מְשִׁיתִֽהוּ׃ 

Ze noemde zijn naam Moshe want zij had hem uit het water getrokken. Shemot 2:10

Moshe was uit het water gehaald en zo heet hij ook. Zijn hele wezen, karakter en essentie worden door water bepaald. Hij is een water-persoon. Wat is het kenmerk van wezens die met water verbonden zijn? Dat je ze niet van het water kunt scheiden. Zou je een vis uit het water halen en daardoor van zijn bron verwijderen dan zou dat zijn dood betekenen.

Dieren en mensen die op het land leven zijn wel met het land verbonden, maar niet zo sterk als een vis met het water. Een land-schepsel leeft namelijk óp de aarde en niet erin. Het is wel nauw met de aarde verbonden. Hij staat erop en zijn voedsel komt al dan niet direct uit die aarde. Toch is zo’n wezen niet volledig met de aarde verbonden. Gelukkig maar, want als hij wel helemaal in de aarde zou zijn, dan zou dat zijn dood en begrafenis betekenen.

Daarentegen, voor wie met water verbonden is, is het moeilijk – of zelfs onmogelijk – om zich daarvan af te scheiden. De meeste dieren die in water leven, kunnen daarbuiten niet overleven. Ze zijn dusdanig verbonden met hun bron dat ze daar niet van afgescheiden kunnen worden.

Wanneer een land-schepsel volledig met zijn bron, de aarde, verbonden is dan gaat het dood. Bij een vis is het juist andersom. Hij moet juist met zijn bron verbonden blijven om te overleven.

Farao losgekoppeld

Moshe is een water-persoon d.w.z. dat hij met zijn bron verbonden is. Hij weet waar hij vandaan komt. Hij verbindt zich met het idee dat er een Schepper is, die alles, inclusief hemzelf, gemaakt heeft. Farao, daarentegen was een nek-persoon. Hij was per definitie losgekoppeld van zijn bron. Farao beweerde (Yechezkel 29-3)

לִ֥י יְאֹרִ֖י וַאֲנִ֥י עֲשִׂיתִֽנִי׃

‘De Nijl is van mij en ik heb mijzelf gemaakt.’

In Egypte regent het vrijwel nooit. Jaren kunnen voorbijgaan zonder dat er een druppel regen valt. De hele economie van het land is niet op hemels water gebaseerd maar op het water van de Nijl. Farao beweerde dat deze rivier van hem was en dat hij zichzelf door zijn eigen wijsheid en slimheid groot gemaakt had en zichzelf koning had gemaakt. Hij had geen hemelse regen nodig of een G-d die hem hielp. Hij dacht alles zelf te kunnen en liet zich door iedereen aanbidden. 

Hier ligt het verschil tussen Farao en Moshe. Farao was nergens mee verbonden. Niets maakte indruk op hem. Zelfs de plagen die heel Egypte verwoestten lieten hem koud. Zijn hardnekkigheid heeft zijn hele land, zijn hele volk en uiteindelijk ook hemzelf tot totale destructie geleid, gelijk een regeringsleider die met zijn koppigheid verwoesting veroorzaakt en uiteindelijk zijn eigen ondergang teweegbrengt.

En toen kwam plaag nummer tien, de laatste, het sterven van de eerstgeborenen. Farao was zelf een eerstgeborene en zijn eigen leven stond nu op het spel. Toen zag hij pas de waarheid onder ogen. Niet zijn eigen waarheid en illusie, maar de echte waarheid, de G-ddelijke waarheid, de essentie en zuivere juistheid. Net zoals bij menig atheïst bij wie het geloof pas boven water wanneer hij met een ernstige ziekte of een levensgevaarlijke situatie geconfronteerd wordt.

Wie willen wij zijn? Als Moshe die met zijn Schepper verbonden is of wachten wij, zoals Farao, op een calamiteit om de waarheid noodgedwongen te ontdekken?

Farao was volledig losgekoppeld van zijn Schepper en bron. Zelfs toen G-d Zich aan hem openbaarde met bovennatuurlijke plagen, liet dit hem koud. De grootste wonderen bleven bij hem in het bovenkamertje steken. De ene plaag na de andere brak uit. Natuurlijke rampen, ziektes en pandemieën maakten nauwelijks indruk op hem. Hij zag G-ds hand wel, maar hij handelde er niet naar.  Zijn nek vormde een barrière tussen hetgeen hij zag en begreep en hetgeen hij voelde. Farao was een waanzinnige geblokkeerde dictator die zijn land niet op een rationele manier kon besturen.

Moshe daarentegen was naadloos met zijn bron verbonden. Hij wist en voelde waar hij vandaan kwam, zowel in zijn hersens als in zijn hart. Zijn nek faciliteerde de connectie tussen het besef in zijn hersens enerzijds en het gevoel en ernaar handelen anderzijds. Moshe realiseerde zich wie zijn Schepper was en handelde er ook naar.

Zo zie je maar weer dat het geen zin heeft om op wonderen te wachten om dan pas je band met G-d te versterken. Farao zag heel veel wonderen, maar die hadden bij hem geen impact. Wonderen zijn overal als je ervoor kiest om ze niet alleen te zien, maar om er vooral naar te handelen.

Blokkades en belemmeringen

En wij? Wij leven in een wereld vol met Farao’s, blokkades en andere belemmeringen die ons weerhouden om uit te voeren wat wij echt willen, om toe te passen wat onze hersens beslissen wat goed voor ons is.

Wie zijn onze Farao’s?

Mensen en ideeën die ons in de weg zitten, die ons beletten om te doen wat wij diep in onszelf werkelijk willen.
Situaties die de weg naar de berg Sinaï en het ontvangen van de Torah versperren.
Voor de ene is het het examen dat op Shabbat gemaakt moet worden en voor de ander is het de baan die dreigt verloren te worden wanneer iemand op zaterdag niet komt opdagen. 
Een joodse partner vinden lijkt onbegonnen werk en kosher eten op tafel zetten vinden we moeilijk, te duur, te ver, te ingewikkeld en te lastig. Wij lopen tegen huwelijkswetten aan en vinden het uitdagend om de Shabbatkaarsen op tijd aan te steken.

Wij zien wonderen om ons heen. Wij zien bijvoorbeeld dat het Joodse volk, ondanks zoveel tegenslag, millennia lang, alles en iedereen overleeft. We zien dat Israel, omringd door vijandelijke staten, blijft voortbestaan. De werking van ons lichaam is ook een groot wonder dat wij vooral pas merken wanneer een deel, G-d behoede ons, niet naar behoren functioneert. De plagen waren zeker wonderen! Maar waarom beschouwen wij de dagelijkse wonderen niet als wonderen? Waarom kijken wij er niet naar? Waarom doen we er niets mee en laten zij ons koud?

Geen toegang emoties

Het antwoord zit hem in de nek. Wij hebben soms te maken met een hardnekkige barrière. Wij hebben gewoon last van hardnekkigheid. Wij zien G-ds aanwezigheid wel, maar wij doen er niets mee. Het blijft een intellectuele gewaarwording die niet doorgesluisd wordt naar het hart. De nek blokkeert de toegang tot de emoties.

Toch gaat het uiteindelijk lukken om door te zetten. We beseffen dan dat elke belemmering enkel een uitdaging en illusie is. Wij kunnen het wel, als wij het maar echt hard genoeg willen. Dan zal wat de hersens weten, kunnen doorvloeien naar het hart. Wij hoeven alleen maar te beslissen om nu eens te gaan toepassen wat de Almachtige G-d van ons wil, in plaats van onszelf steeds achter smoesjes te verschuilen. Als wij krachtig en dapper gaan kiezen om geen gehoor meer te geven aan wat ons door de buitenwereld (Farao) opgedrongen wordt, dan zullen de mensen die aan de macht zijn of onze baas zijn, ons uiteindelijk helpen om G-ds wil uit te voeren. Durven wij deze stap in ons leven te zetten?

Farao, die steeds weigerde om het Joodse volk vrij te laten, heeft ons uiteindelijk naar de berg Sinaï gestuurd. Hij heeft ons zelfs uit Egypte verjaagd, zoals er staat: ‘En het was toen Farao het volk wegstuurde’. Niet alleen heeft Farao toestemming gegeven aan de Joden om weg te trekken, hij heeft ze zelfs weggestuurd!

Dus trek je niets aan van wat ze allemaal zeggen en allemaal doen. Onthoud, gelijk de dieren die in water leven, wat je bron is en waar je vandaan komt. Laat je niet intimideren door een werkbaas of een schooldirecteur die jou op Shabbat of Yom Kipoer geen vrije dag wilt geven. Kijk recht voor je. Vrees niet de Egyptenaren die je achterna zitten. Geneer je niet wanneer jij je koshere boterham eet en je klasgenoten of collega’s een niet-koshere amandelkoek in de cafetaria kopen. Wees niet bang voor de zeeën van uitdagingen die op je pad liggen. Uiteindelijk, wanneer de buitenwereld merkt dat je doorzet, dat je principes hebt, dan zal die buitenwereld jou respecteren en jou juist helpen om naar de Torah toe te gaan; En het gebeurde toen Farao het Joodse volk wegstuurde…

Doel bereiken

De hardnekkigheid van Farao zette zich alsnog voort: drie dagen na de uittocht uit Egypte begonnen de Egyptenaren spijt te krijgen dat zij hun slaven kwijt waren. Uitgerust met hun 600 beste wagens (Shemot 14:7) haalden zij het Joodse volk al gauw in. Am Yisrael zat klem tussen het Egyptische leger achter zich en de Rode Zee pal voor hen. Men kon geen kant uit. Grote Paniek! Wat nu?

“En G-d zei tegen Moshe, waarom schreeuw je uit tot mij? Je zit hier een uitgebreid gesprek met Mij te voeren terwijl het Joodse volk in nood is. Spreek tot het Joodse volk en laat ze reizen!”
Shemot 13:15

Wij identificeren ons met Moshe en wij zijn wel verbonden met G-d, onze bron. Wij laten ons niet afschrikken door najagende vijanden en stormachtige zeeën. Wij houden ons vast aan een Macht die hoger is dan een zee of een leger Egyptenaren. Wie zich hogerop vasthoudt valt niet om. Gelijk iemand die zich in een bus vasthoudt aan een hangend touw. Ondanks al het geschud raakt hij zijn evenwicht niet kwijt. Wij worden in ons leven ook geschud en geduwd, soms door anderen, maar soms ook door onszelf. Hoe meer we ons met Boven verbinden, hoe weerbaarder we zijn. Wij gaan voorwaarts en verdrinken in geen enkele zee. Toen niet en nu ook niet. We lopen zelfs geen enkele schade op gelijk het Joodse volk, waar we van weten dat zelfs hun kleding bij het doorkruisen van de zee droog bleef. Niet alleen heeft het water zich gesplitst, maar zelfs de grond onder hun voeten werd droog. Die hele zee, al die blokkades die je voor je ziet, blijken achteraf helemaal niet te bestaan. Het was enkel een illusie. Voel maar aan je kleren, ze zijn niet eens nat geworden!

Zo is het ook met al onze uitdagingen en moeilijkheden. Ze lijken onoverkomelijk. Ze schrikken ons af. Maar de doorzetter merkt al gauw dat het allemaal verbeelding was. Want zodra je eraan begint, verdwijnen alle belemmeringen als sneeuw voor de zon.

Vergeet je doel niet en houd vol. Zorg dat, wat je met je verstand weet, naadloos overgaat naar je gevoelens en naar je daden. Dan zullen de Farao’s je uiteindelijk helpen en zal de zee zich splijten opdat jij je doel kan bereiken… voorwaarts!

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson


Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Ontvang regelmatig artikelen en korte videoclips
door een WhatsApp te sturen naar 0628478657
of een email naar bracha@joods.org

Donaties zijn welkom op www.chabadutrecht/doneren

 

 

Bo | Vrijheid, wat doe je ermee?

Bo | Vrijheid, wat doe je ermee?

In Parashat Bo wordt een belangrijke fase in de Joodse geschiedenis beschreven: het overstappen van ballingschap naar bevrijding. Door de details van deze overgang te bestuderen, leren wij hoe wij, ook tegenwoordig, werkelijk vrij kunnen zijn. 

Download hier het artikel in printversie (PDF) 

In onze Parasha komen de laatste drie plagen, waar de Egyptenaren mee getroffen werden, aan de orde. Ook worden het einde van de ballingschap en het begin van de uittocht uit Egypte gedetailleerd besproken. Deze hele geschiedenis heeft eenmalig plaatsgevonden. Toch gebiedt G-d het Joodse volk om deze uittocht regelmatig te herdenken. Dit is één van de 248 geboden. 

De uittocht uit Egypte vond plaats in het jaar 2448, bijna drie en een halve millennia geleden. En nog houdt het ons bezig: jaarlijks is dit het hoofdthema van Pesach en zelfs dagelijks in ons gebed wordt het meerdere malen benoemd 

Wat is er toch met de uittocht uit Egypte, dat het ons tot op de dag van vandaag zo intens en diep raakt? Wat hebben wij te maken met een antieke beschaving, een Egyptische slavernij en wonderlijke plagen? Spreekt dit ons nog wel aan in een wereld van sportclubs, Tik Tok, drones, razendsnelle jets en nog snellere smartphones?

Vergelijking Shabbat 

De Rambam, Rabbi Moshe ben Maimon (1135-1204), Torah geleerde en arts van het hoogste kaliber, noemt en beschrijft alle 248 geboden en 365 verboden die G-d ons via de Torah geboden heeft. Wanneer hij in hoofdstuk 7 van zijn magnus opum de wetten van Pesach behandelt en het daarbij behorende gebod nummer 157 omschrijft, doet hij dat met de volgende bewoording: “Het vertellen van de wonderen die verricht werden voor onze voorouders in Egypte op de avond van 15 Nissan, zoals er staat (Shemot 13-3), herinner de dag dat jullie uit Egypte trokken, net zoals er staat (Shemot 20-7), herinner de Shabbat-dag.” 

Er komen allerlei belangrijke details aan bod, maar wat opvalt is dat de Rambam de herinnering aan de uittocht uit Egypte vergelijkt met het gebod om Shabbat te herdenken. Waarom deze vergelijking? Wat voegt het toe? Wat is het verband tussen de uittocht uit Egypte en Shabbat? Kunnen we hierdoor de uittocht uit Egypte beter begrijpen of herdenken? En zo ja, hoe? 

De Rogatchover Gaon, Rav Yosef Rosen uit Dvinsk (1858 -1936) verdiept zich hierin en legt de achterliggende gedachte van deze vergelijking uit: kennelijk probeert de Rambam de aard van de uittocht uit Egypte uit te leggen. Kennelijk zit er iets in het beleven van de Shabbat dat ons helpt om de uittocht uit Egypte beter te begrijpen en te integreren.

Het geheim ligt hem in het feit dat zowel de uittocht en de Shabbat beiden een negatief en een positief aspect hebben. 

Sommige activiteiten zijn op Shabbat verboden, dat is het negatieve aspect. Andere handelingen voert men op Shabbat juist wel uit, dit is het positieve aspect oftewel het gebod van het vieren van deze bijzondere dag. Volgens de Rogatchover wil de Rambam ons leren dat net zoals de Shabbat zowel een negatief als een positief aspect heeft, zo ook is dit van toepassing op de uittocht uit Egypte. 

We beginnen met het toelichten van het achterliggende idee van de Shabbat. 

Shabbat: rust én schepping 

Shabbat vier je op twee manieren: 

  1. Het negatieve aspect: er zijn bepaalde activiteiten die je op Shabbat níet uitvoert. Je beschermt de Shabbat door niet te werken, niet te koken, niets op straat mee te nemen, je mobieltje niet te gebruiken enzovoort. Pa en Ma rennen niet halverwege de maaltijd weg voor één of andere vergadering en de kinderen hebben geen wedstrijd waar ze aan mee doen of waar ze naar willen kijken. Alle digitale apparatuur is veilig opgeborgen. De beltoon staat uit en de tijd staat stil. Dit is de passieve kant van Shabbat. Je voert geen handelingen uit die verboden zijn. Maar dan ben je er nog niet. 
  2. Het positieve aspect: Shabbat heeft ook een actieve kant. Je steekt kaarsen aan, maakt kidoesh en eet Challah en andere Shabbat-gerechten. Je besteedt de dag met familie en vrienden, je zit samen aan tafel. Je maakt tijd voor gezelligheid, zingen, lernen en discussie. Je zorgt ervoor dat er gelegenheid is voor rust en meditatie. Tijd om je te verbinden met je dierbaren, jezelf, je ziel en je G-d. Een oase in de week. Eén dag waar je ervoor kiest om reflectie en introspectie voor jezelf mogelijk te maken en actief te genereren. 

Alleen het negatieve aspect is niet voldoende. Als je op Shabbat stopt met verboden handelingen te verrichten is dat nog niet voldoende om de intellectuele en emotionele dieptes van de Shabbat te kunnen ervaren en voelen. Er hangt ook nog een actief deel aan. Zou je de hele Shabbat niets overtreden en bijvoorbeeld de hele dag rusten en slapen, dan nog heb je de Shabbat niet gevierd. Maar ben je actief bezig met de Shabbat door ook bepaalde positieve handelingen te verrichten, dan heb je het positieve deel toegevoegd en is je viering compleet. Lukt het je om op deze bijzondere dag op een ander niveau met jezelf en je medemens bezig te zijn dan ervaar je pas echt waar Shabbat voor bedoeld is: innerlijke ontspanning die je bereikt door die omstandigheden te creëren, die ervoor zorgen dat je lichaam en ziel naadloos in elkaar overlopen. 

Shabbat is niet alleen een dag van fysieke rust, het is ook een dag van spirituele schepping. Het ene kan niet los staan van het andere. 

Op vrijdagavond zingen we ‘שמור וזכור בדיבור אחד, ‘Bewaak en Gedenk in één uitspraak’. 
‘Bewaak’ betekent dat je geen verboden handelingen verricht, het negatieve element. ‘Gedenk’ is dat je acties uitvoert om de Shabbat speciaal te maken, het positieve element. Deze twee woorden werden als één woord gezegd. Toen G-d de tien geboden gaf heeft Hij op een wonderbaarlijke manier שמור  bewaak de Shabbaten זכור  gedenk de Shabbattegelijkertijd gezegd. Hij had eerst שמור  kunnen zeggen en vervolgens זכור.  Maar nee, het moest simultaan gebeuren. Beide zijn niet van elkaar los te koppelen. 

Besteed je de zevende dag van de week door alleen niet te werken, dan is de Shabbat aan jou voorbijgegaan. Anderzijds, wanneer je de Shabbat viert door bijvoorbeeld kidoesh te maken en je tegelijkertijd de Shabbat overtreedt, dan mis je de innerlijke rust die deze fantastische dag je had kunnen bieden. De positieve en negatieve componenten van Shabbat zijn niet van elkaar los te koppelen. Ze zijn één! 

Uittocht: vrijheid én invulling 

Laten we nu de uittocht uit Egypte analyseren: 

  1. De slavernij stopte en natuurlijk waren de Joden vrij. Inderdaad, zij waren geen slaven meer. Dit was geweldig! Dit is de passieve kant van de zaak. Want, wat nu? Je bent vrij en wat doe je er dan mee?
  2.  Nu je eenmaal vrij bent, is het wel zaak om die vrijheid te benutten, om er invulling aan te geven en ook te gaan ontdekken wie je bent, anders weet je niet wie vrij is.

Wie ben je? En wat wil je? Wat kun je en wat heb je te bieden aan jezelf en aan anderen? Nu dat je vrij bent, ga je jezelf ontplooien en jouw unieke capaciteiten gebruiken. Of ga je de buurman nadoen?

Het leven is één groot examen waarbij velen de antwoorden van hun buren kopiëren, niet wetende dat iedereen een andere vragenlijst heeft. 

Hoe vertaal je vrijheid? In het Hebreeuws kun je het חופש (chofesh) noemen, het moderne woord voorvrijheid en vakantie‘. Het is gerelateerd aan חפש, zoeken. Je bent wel vrij, maar je bent nog op zoek naar een invulling van die vrijheid. 

Of gebruik je het woord חרות (geeroet) dat ook vrijheid betekent, en tegelijkertijd ook als gegraveerd vertaald kan worden (zie Spreuken der Vaderen 6-2)?

De tien geboden waren in de stenen gegraveerd. Wanneer je met inkt op papier of perkament schrijft, dan is het geschreven woord niet totaal verenigd met de stof waar het op geschreven staat. Je zou de letters en de inkt immers van het papier kunnen verwijderen. Bovendien vervaagt de inkt sowieso na verloop van tijd. Daarentegen is het gegraveerde woord helemaal verenigd mét  en onafscheidelijk ván de stof, waar het in gegraveerd is. 

Dit staat symbool voor het feit dat de Torah en de materie helemaal met elkaar verenigd zijn en elkaar niet hoeven tegen te spreken. Integendeel, de Torah weet zich juist te verbinden met het fysieke. Men zou kunnen denken dat het materiële de spirituele ontwikkeling begrenst en tegenhoudt. Niets is minder waar. Als de Torah uitsluitend op een spirituele manier uitgedrukt zou kunnen worden, dan had G-d deze hemelse leer beter aan de engelen kunnen gevenen niet aan de mensen hier op aarde. Maar de Torah is híer aanwezig, in déze wereld, juist om ons de gelegenheid te geven om het spirituele en het materiële met elkaar te verbinden. Iets dat alleenhier benedenplaats kan vinden. 

Materie inzetten 

Maar hoe doen wij dat? Neem bijvoorbeeld geld, een voorbeeld van materie bij uitstek. Wat doe je ermee? Waar gebruik je het voor? Om je begeertes te bevredigen of om je noodzakelijke spulletjes aan te schaffen? Om het te verspillen of om een deel ervan te gebruiken om een ander te helpen? 

Wanneer in jouw leven de Torah zich kan verenigen met de materiële wereld om jou heen, dan is de materie geen belemmering, maar juist een middel om uitdrukking te geven aan je spiritualiteit. Het lichamelijke heeft dan geen grip op je maar andersom: jij bent diegene die de materie beheerst en het benut op een speciale manier. Je bent niet van de materie afhankelijk en je bent er niet aan verslaafd. Integendeel, jij weet de fysieke wereld om jou heen te gebruiken, te sturen en te kanaliseren om jouw talenten en jouw gaven te ontplooien. 

De materie helpt jou om jezelf te zijn, om vrij te zijn. Dit is waarom Hashem ervoor gekozen heeft om de tien geboden in te graveren. De letters zijn hierdoor onafscheidelijk en compleet verenigd met de steen.

Heeft de materie jou in zijn greep? Word je erdoor belemmerd? Ben je eraan verslaafd? Gebruik je het om je behoeftes te bevredigen? Of is het juist omgekeerd en ben jij diegene die de materie benut en stuurt om gezond te leven, de geboden uit te voeren en je medemens te helpen? Ben jij diegene die de materie gebruikt of laat je je door de materie gebruiken? Wie is de baas? 

Vrijheid is geen eindstation. Zo zien we dat in de Torah de uittocht steeds gekoppeld wordt aan het dienen van G-d door middel van het ontvangen van de tien geboden, gegraveerd in de stenen tafelen. 

Inhoud geven 

Kijk maar: wanneer G-d Moshe toespreekt bij de brandende struik zegt Hij: 
Als je het volk uit Egypte zult halen zullen zij G-d dienen op deze berg (Sinaï).’
Shemot 3-12 

Als G-d Moshe gebiedt om naar Farao te gaan om de zevende plaag aan te kondigen, moet Moshe tegen Farao zeggen: 
Stuur Mijn volk en ze zullen Mij dienen.’ 

Shemot 9-13 

In deze citaten zien we dat de vrijheid gekoppeld is aan een vervolg, iets wat op de berg Sinaï ging gebeuren, namelijk het ontvangen van de Torah, de tien geboden die in steen gegraveerd zijn. 

Zonder deze koppeling heeft de uittocht geen zin. 

Vandaar dat Shawoe’ot, het feest van de ontvangst van de Torah, geen vaste datum in de kalender heeft. Alle andere feestdagen hebben dat wel omdat ze een eigen onafhankelijk bestaansrecht hebben. Zij worden op een bepaalde datum in de maand gevierd. Maar het ontvangen van de tien geboden, dat wij met Shawoe’ot vieren, is nauw verbonden met de uittocht uit Egypte. Daarom wordt het 49 dagen daarna gevierd. Die 50ste dag valt niet altijd op dezelfde datum. Dit kan variëren afhankelijk van de datum waarop de nieuwe maan gezien wordt. 

Pesach, de uittocht uit Egypte, en Shawoe’ot, het ontvangen van de Torah, zijnfeesten die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn omdat het doel van de uittocht het ontvangen van de Torah is. Het doel van de vrijheid uit de slavernij is, door middel van de Torah, vrij te zijn van de grip die de materiële wereld op je kan hebben. 

Je zou het kunnen vergelijken met een gevangene die op straat komt, die niet gerehabiliteerd is en zichzelf niet kan helpen om een nieuw bestaan op te bouwen. Zolang hij geen invulling aan zijn vrijheid weet te geven is hij nog steeds een gevangene. Deze keer zijn het niet de muren van de inrichting die hem tegenhouden, maar zijn eigen innerlijke beperkingen. 

Nu is het duidelijk waarom de Rambam Shabbat en de uittocht uit Egypte met elkaar vergelijkt. Door je op Shabbat te weerhouden van specifieke handelingen, schep je een sfeer en een kader die je alsnog dient in te vullen. 

Zo ook dien je aan je verkregen vrijheid een waardevolle inhoud te geven! 

Wat doen wij met onze vrijheid? Hebben wij misschien de slavernij van Egypte omgeruild voor een slavernij aan gewoontes en lege egoïstische tijdsbestedingen? 

Wij kunnen veel meer. Door ons uit de Egyptische slavernij te halen heeft G-d een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid in ons geprogrammeerd. We zijn sindsdien uitgerust met een drang naar vrijheid en onafhankelijkheid waar wij ons millennia lang aan vast hebben kunnen houden. Hoe? Door die vrijheid, zelfs tijdens gevangenissen, brandstapels en vernietigingskampen, in te vullen met wie wij werkelijk zijn, waar we vandaan komen en vooral waar we heen willen gaan.  Ook al zit ons lichaam vast, onze geest blijft altijd vrij. Niets en niemand kan onze ziel gevangen nemen.

Het Joodse volk heeft bij de uittocht uit Egypte vrijheid ervaren en er invulling aan mogen geven. Dat vrijheidsgevoel is van generatie op generatie overgebracht en verder naar alle volkeren verspreid. Vandaag wordt een groot deel van de mensheid geïnspireerd om keihard voor z’n vrijheid te knokken. Koningen, graven en andere “belangrijke mensen” die de vrijheid van anderen beperken worden niet meer getolereerd. Denk aan de vrijheidsstrijders in de koloniën en de slaven in de VS die zongen: ‘Go down Moses, way down to Egypt land. Tell old Pharaoh, let my people go’ . De bevrijding uit Egypte heeft de mens doordrongen van een vrijheidsgevoel waar hij voor zal blijven vechten: het recht om niet alleen vrij te zijn maar om daar ook een waardevolle invulling aan te geven.

Ik ben geen slaaf meer, maar wie en wat ben ik dan wel?    

Bracha Heintz   
06-28478657
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Met dank aan Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah van der Heiden voor de opmaak.

 

 

 

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.