Auteur: Rabbi Aryeh Leib Heintz

Beshalach | Ben jij hardnekkig?

Beshalach | Ben jij hardnekkig?

Overal om je heen zijn er blokkades en belemmeringen die je beletten om te doen wat je echt wilt. Net zoals Farao het Joodse volk vasthield. Zet je ondanks deze obstakels toch door, dan zullen de Farao’s je uiteindelijk helpen, de zee zal splitsen en je zal je doel bereiken.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het was eindelijk zover. De vrijheid van het Joodse volk was een feit. Am Yisrael had Egypte verlaten en was onderweg naar de berg Sinaï om de Torah in ontvangst te nemen.

En het gebeurde toen Farao het Joodse volk wegstuurde… Shemot 13:17

Zo begint de Parasha, het Torah-stukje dat wij deze week lezen. Inderdaad, het was Farao zelf die het Joodse volk wegstuurde. Oh ja, werkelijk? Dezelfde Farao die keer op keer geen toestemming gaf om het Joodse volk te bevrijden? Dezelfde man die, ondanks vele waarschuwingen, zijn land ten onder liet gaan? De dictator die hardnekkig weigerde om zijn slaven te laten gaan?

Wanneer je de Hebreeuwse letters van het woord פרעה  (Farao) omdraait, dan krijg je הערף, de nek.
Farao is namelijk een nek-persoon.

Hardnekkig

Wat is een nek-persoon? Iedereen heeft toch een nek? Inderdaad, maar afhankelijk van ieder individu, spelen verschillende lichaamsdelen of karaktereigenschappen een meer of minder belangrijke rol. Zo speelt bij Farao de nek een cruciale rol, zo veel zelfs dat de letters van zijn naam dezelfde letters zijn als de nek.

Wat is de rol van de nek? Het is het doorgeefluik tussen het hoofd en de rest van het lichaam, tussen de hersens en het hart. In de praktijk betekent dit dat alles wat zich in de hersens afspeelt, niet automatisch naar het hart doorgespeeld wordt. Eerst moeten de intellectuele zaken door een smalle nek voordat deze bij het hart (gevoelens) en de rest van het lichaam (daden) terecht kunnen komen. Juist in die nek zou wel eens een blokkade kunnen ontstaan. Een soort file, omdat de weg ineens smaller wordt.

Je weet iets, je begrijpt het, je hersens staan erachter, maar de communicatie naar je lichaam is geblokkeerd. Hart en gevoelens zijn niet onder de indruk. Je begrijpt het wel, maar je voelt er weinig of niets voor en je handelt er ook niet naar. Dit is hoe Farao, een nek-persoon, in elkaar zit.

Wat is hardnekkigheid (קשה ערף)? Dat is een eigenschap van iemand die iets begrijpt en er toch niet naar handelt. Eigenwijs in gewoon Nederlands. Maar waarom heet het hardnekkig, een uitdrukking die letterlijk uit het Hebreeuws vertaald is? Omdat de nek moeilijk en hard doet. In plaats van alles door te laten stromen, stelt de nek zich hard op en verspert het de doorgang.

In het water

Bij Moshe ligt het anders. Batya, de dochter van Farao, haalde uit de Nijl een mandje, waar een baby in lag te huilen.

וַתִּקְרָ֤א שְׁמוֹ֙ מֹשֶׁ֔ה וַתֹּ֕אמֶר כִּ֥י מִן־הַמַּ֖יִם מְשִׁיתִֽהוּ׃ 

Ze noemde zijn naam Moshe want zij had hem uit het water getrokken.
Shemot 2:10

Moshe was uit het water gehaald en zo heet hij ook. Zijn hele wezen, karakter en essentie worden door water bepaald. Hij is een water-persoon. Wat is het kenmerk van wezens die met water verbonden zijn? Dat is het feit dat je deze wezens niet van het water kunt scheiden. Zou je een vis uit het water halen en daardoor van zijn bron verwijderen dan is dat zijn dood.

Dieren en mensen die op het land leven zijn wel met het land verbonden, maar niet zo sterk als een vis met het water. Een land-schepsel leeft namelijk óp de aarde en niet erin. Het is wel nauw met de aarde verbonden. Hij staat erop en zijn voedsel komt al dan niet direct uit die aarde. Toch is zo’n wezen niet volledig met de aarde verbonden. Gelukkig maar, want als hij wel helemaal in de aarde zou zijn, dan zou dat zijn dood en begrafenis betekenen.

Daarentegen, voor wie met water verbonden is, is het moeilijk – of zelfs onmogelijk – om zich daarvan af te scheiden. De meeste dieren die in water leven, kunnen daarbuiten niet overleven. Ze zijn dusdanig verbonden met hun bron dat ze daar niet van afgescheiden kunnen worden.

Wanneer een land-schepsel volledig met zijn bron, de aarde, verbonden is dan gaat het dood. Bij een vis is het juist andersom. Hij moet juist met zijn bron verbonden blijven om te overleven.

Farao losgekoppeld

Moshe is een water-persoon d.w.z. dat hij met zijn bron verbonden is. Hij weet waar hij vandaan komt. Hij verbindt zich met het idee dat er een Schepper is, die alles inclusief hemzelf gemaakt heeft. Farao, daarentegen was een nek-persoon. Hij was per definitie losgekoppeld van zijn bron. Farao beweerde (Yechezkel 29-3)

לִ֥י יְאֹרִ֖י וַאֲנִ֥י עֲשִׂיתִֽנִי׃

‘De Nijl is van mij en ik heb mijzelf gemaakt.’

In Egypte regent het vrijwel nooit. Jaren kunnen voorbijgaan zonder dat er een druppel regen valt. De hele economie van het land is niet op hemels water gebaseerd maar op het water van de Nijl. Farao beweerde dat deze rivier van hem was en dat hij zichzelf door zijn eigen wijsheid en slimheid groot gemaakt had en zichzelf koning had gemaakt. Hij had geen hemelse regen nodig of een G-d die hem hielp. Hij dacht alles zelf te kunnen en liet zich door iedereen aanbidden.

Hier ligt het verschil tussen Farao en Moshe. Farao was nergens mee verbonden. Niets maakte indruk op hem. Zelfs de plagen die heel Egypte verwoestten lieten hem koud. Zijn hardnekkigheid heeft zijn hele land, zijn hele volk en uiteindelijk ook zichzelf tot totale destructie geleid. Gelijk een regeringsleider die met zijn koppigheid verwoesting veroorzaakt en zijn eigen ondergang teweegbrengt.

En toen kwam plaag nummer tien, de laatste, het sterven van de eerstgeborenen. Farao was zelf een eerstgeborene en zijn eigen leven stond nu op het spel. Toen zag hij pas de waarheid onder ogen. Niet zijn eigen waarheid en illusie, maar de echte waarheid, de G-ddelijke waarheid, de essentie en zuivere juistheid. Net zoals menig atheïst bij wie het geloof pas boven water komt wanneer hij met een ernstige ziekte of een levensgevaarlijke situatie geconfronteerd wordt.

Wie willen wij zijn? Als Moshe die met zijn Schepper verbonden is of wachten wij, zoals Farao. op een calamiteit om de waarheid noodgedwongen te ontdekken?

Farao was volledig losgekoppeld van zijn Schepper en bron. Zelfs wanneer G-d Zich aan hem openbaarde met bovennatuurlijke plagen, liet dit hem koud. De grootste wonderen bleven bij hem in het bovenkamertje steken. De ene plaag na de andere brak uit. Natuurlijke rampen, ziektes en pandemieën maakten nauwelijks indruk op hem. Hij zag G-ds hand wel, maar hij handelde er niet naar.  Zijn nek vormde een barrière tussen hetgeen hij zag en begreep en hetgeen hij voelde. Farao was een waanzinnige geblokkeerde dictator die zijn land niet op een rationele manier kon besturen.

Moshe daarentegen was naadloos met zijn bron verbonden. Hij wist en voelde waar hij vandaan kwam, zowel in zijn hersens als in zijn hart. Zijn nek faciliteerde de connectie tussen besef in zijn hersens enerzijds en gevoel en ernaar handelen anderzijds. Moshe realiseerde zich wie zijn Schepper was en handelde er ook naar.

Zo zie je maar weer dat het geen zin heeft om op wonderen te wachten om dan pas je band met G-d te versterken. Farao zag heel veel wonderen, maar die hadden bij hem geen impact. Wonderen zijn overal als je ervoor kiest om ze niet alleen te zien, maar om er vooral naar te handelen.

Blokkades en belemmeringen

En wij? Wij leven in een wereld vol met Farao’s, blokkades en andere belemmeringen die ons weerhouden om uit te voeren wat wij echt willen, om toe te passen wat onze hersens beslissen wat goed voor ons is.

Wie zijn onze Farao’s?

Mensen en ideeën die ons in de weg zitten, die ons beletten om te doen wat wij diep in onszelf werkelijk willen.
Situaties die de weg naar de berg Sinaï en het ontvangen van de Torah versperren.
De ene heeft examen op Shabbat en een ander is bang om zijn baan te verliezen wanneer hij op zaterdag niet komt opdagen.
Een joodse partner vinden lijkt onbegonnen werk en kosher eten op tafel zetten vinden we moeilijk, te duur, te ver, te ingewikkeld en te lastig. Wij stoten tegen huwelijkswetten aan en vinden het uitdagend om de Shabbatkaarsen op tijd aan te steken.

Wij zien wonderen om ons heen. Wij zien bijvoorbeeld dat het Joodse volk, ondanks zoveel tegenslag, millennia lang, alles en iedereen overleeft. We zien dat Israël, omringd door vijandelijke staten, blijft voortbestaan. De werking van ons lichaam is ook een groot wonder dat wij vooral pas merken wanneer een deel, G-d behoede ons, niet naar behoren functioneert. De plagen waren zeker wonderen! Maar waarom beschouwen wij de dagelijkse wonderen niet als wonderen? Waarom kijken wij er niet naar? Waarom doen we er niets mee en laten zij ons koud?

Geen toegang emoties

Het antwoord zit hem in de nek. Wij hebben soms te maken met een hardnekkige barrière. Wij hebben gewoon last van hardnekkigheid. Wij zien G-ds aanwezigheid wel, maar wij doen er niets mee. Het blijft een intellectuele gewaarwording die niet doorgesluisd wordt naar het hart. De nek blokkeert de toegang tot de emoties.

Toch gaat het uiteindelijk lukken om door te zetten. We beseffen dan dat elke belemmering enkel een uitdaging en illusie is. Wij kunnen het wel, als wij het maar echt hard genoeg willen. Dan zal wat de hersens weten kunnen overvloeien naar het hart. Wij hoeven alleen maar te beslissen om nu eens te gaan toepassen wat de Almachtige G-d van ons wil, in plaats van onszelf steeds achter smoesjes te verschuilen. Als wij krachtig en dapper gaan kiezen om geen gehoor meer te geven aan wat ons door de buitenwereld (Farao) opgedrongen wordt, dan zullen de mensen die aan de macht zijn of onze baas zijn, ons uiteindelijk helpen om G-ds wil uit te voeren. Durven wij deze stap in ons leven te nemen?

Farao, die steeds weigerde om het Joodse volk vrij te laten, heeft ons uiteindelijk naar de berg Sinaï gestuurd. Hij heeft ons zelfs uit Egypte weggejaagd, zoals er staat: ‘En het was toen Farao het volk wegstuurde’. Niet alleen heeft Farao toestemming gegeven aan de Joden om weg te trekken, hij heeft ze zelfs weggestuurd!

Dus trek je niets aan van wat ze allemaal zeggen en allemaal doen. Onthoud, gelijk de dieren die in water leven, wat je bron is en waar je vandaan komt. Laat je niet intimideren door een werkbaas of een schooldirecteur die jou op Shabbat of Yom Kipoer geen vrije dag wilt geven. Kijk recht voor je. Vrees niet de Egyptenaren die je achterna zitten. Geneer je niet wanneer jij je koshere boterham eet en je klasgenoten of collega’s een amandelkoek in de cafetaria kopen. Wees niet bang voor de zeeën van uitdagingen die op je pad liggen. Uiteindelijk, wanneer de buitenwereld merkt dat je doorzet, dat je principes hebt, dan zal die buitenwereld jou respecteren en jou juist helpen om naar de Torah toe te gaan; En het gebeurde toen Farao het Joodse volk wegstuurde…

Doel bereiken

De hardnekkigheid van Farao zette zich alsnog voort: drie dagen na de uittocht uit Egypte begonnen de Egyptenaren spijt te krijgen dat zij hun slaven kwijt waren. Uitgerust met hun 600 beste wagens (Shemot 14:7) haalden zij het Joodse volk al gauw in. Am Yisrael zat klem tussen het Egyptische leger achter zich en de Rode Zee pal voor hen. Men kon geen kant uit. Grote Paniek! Wat nu?

“En G-d zei tegen Moshe, waarom schreeuw je uit tot mij? Je zit hier een uitgebreid gesprek met Mij te voeren terwijl het Joodse volk in nood is. Spreek tot het Joodse volk en laat ze reizen!”
Shemot 13:15

Wij identificeren ons met Moshe en wij zijn wel verbonden met G-d, onze bron. Wij laten ons niet afschrikken door najagende vijanden en stormachtige zeeën. Wij houden ons vast aan een Macht die hoger is dan een zee of een leger Egyptenaren. Wie zich hogerop vasthoudt valt niet om. Gelijk iemand die zich in een bus vasthoudt aan een hangend touw. Ondanks al het geschud raakt hij zijn evenwicht niet kwijt. Wij worden in ons leven ook geschud en geduwd, soms door anderen maar soms ook door onszelf. Hoe meer we ons met Boven verbinden, hoe weerbaarder we zijn. Wij gaan voorwaarts en verdrinken in geen enkele zee. Toen niet en nu ook niet. We lopen zelfs geen enkele schade op gelijk het Joodse volk waar we van weten dat zelfs hun kleding bij het doorkruisen van de zee droog bleef. Niet alleen heeft het water zich gesplitst, maar zelfs de grond onder hun voeten werd droog. Die hele zee, al die blokkades die je voor je ziet, blijken achteraf helemaal niet te bestaan. Het was enkel een illusie. Voel maar aan je kleren, ze zijn niet eens nat geworden!

Zo is het ook met al onze uitdagingen en moeilijkheden. Ze lijken onoverkomelijk. Ze schrikken ons af. Maar de doorzetter merkt al gauw dat het allemaal verbeelding was. Want zodra je eraan begint, verdwijnen alle belemmeringen als sneeuw voor de zon.

Vergeet je doel niet en houd vol. Dan zullen de Farao’s je uiteindelijk helpen en zal de zee zich splijten opdat jij je doel kan bereiken…voorwaarts!

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson


Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer & Sonja Tamam

Ontvang regelmatig artikelen en korte videoclips
door een WhatsApp te sturen naar 0628478657
of een email naar bracha@joods.org

Donaties zijn welkom op www.chabadutrecht/doneren

 

 

Bo | Vrijheid, wat doe je ermee?

Bo | Vrijheid, wat doe je ermee?

In Parashat Bo wordt een belangrijke fase in de Joodse geschiedenis beschreven: het overstappen van ballingschap naar bevrijding. Door de details van deze overgang te bestuderen, leren wij hoe wij  werkelijk vrij kunnen leven. 

Download hier het artikel in printversie (PDF) 

In onze Parasha komen de laatste drie plagen waarmee de Egyptenaren getroffen werden aan de orde. Ook worden het einde van de ballingschap en het begin van de uittocht uit Egypte gedetailleerd besproken. Deze hele geschiedenis heeft eenmalig plaatsgevonden. Toch gebiedt G-d het Joodse volk om deze uittocht regelmatig te herdenken. Dit is één van de 248 geboden. 

De uittocht uit Egypte vond plaats in het jaar 2448, bijna drie en een half millennia geleden. En nog houdt het ons bezig: jaarlijks met Pesach en zelfs dagelijks in ons gebed. 

Wat is er toch met de uittocht uit Egypte dat het ons tot op de dag van vandaag zo intens en zo diep raakt? Wat hebben wij te maken met een antieke beschaving, een Egyptische slavernij en wonderlijke plagen? Spreekt dit ons nog wel aan in een wereld van sportclubs, Facebook, razendsnelle jets en nog snellere smartphones?

Vergelijking Shabbat 

De Rambam, Rabbi Moshe ben Maimon (1135-1204), Torah geleerde en arts van het hoogste kaliber, noemt en beschrijft alle 248 geboden en 365 verboden. Wanneer hij in hoofdstuk 7 van zijn magnus opum de wetten van Pesach behandelt en het daarbij behorende gebod nummer 157 omschrijft, doet hij dat met de volgende bewoording: “Het vertellen van de wonderen die verricht werden voor onze voorouders in Egypte op de avond van 15 Nissan, zoals er staat (Shemot 13-3), herinner de dag dat jullie uit Egypte trokken, net zoals er staat (Shemot 20-7), herinner de Shabbat-dag.” 

Er komen allerlei belangrijke details aan bod, maar wat opvalt is dat de Rambam de herinnering aan de uittocht uit Egypte vergelijkt met het gebod om Shabbat te herdenken. Waarom deze vergelijking? Wat voegt het toe? Wat is het verband tussen de uittocht uit Egypte en Shabbat? Kunnen we hierdoor de uittocht uit Egypte beter begrijpen of herdenken? En zo ja, hoe? 

De Rogatchover Gaon, Rav Yosef Rosen uit Dvinsk (1858 -1936) verdiept zich hierin en legt de achterliggende gedachte van deze vergelijking uit: kennelijk probeert de Rambam de aard van de uittocht uit Egypte uit te leggen. Kennelijk zit er iets in het beleven van de Shabbat dat ons helpt om de uittocht uit Egypte beter te begrijpen en te integreren.

Het geheim ligt in het feit dat zowel de uittocht en de Shabbat beiden een negatief en een positief aspect hebben.

Sommige activiteiten zijn op Shabbat verboden, dat is het negatieve aspect. Andere handelingen voert men op Shabbat juist wel uit, dit is het positieve aspect oftewel het gebod van het vieren van deze bijzondere dag. Volgens de Rogatchover wil de Rambam ons leren dat net zoals de Shabbat zowel een negatief als een positief aspect heeft, zo ook is dit van toepassing op de uittocht uit Egypte. 

We beginnen met Shabbat toe te lichten.

Shabbat: rust én schepping 

Shabbat vier je op twee manieren: 

  1. Het negatieve aspect: er zijn bepaalde activiteiten die je op Shabbat níet uitvoert. Je beschermt de Shabbat door niet te werken, niet te koken, niets op straat mee te nemen, je mobieltje niet te gebruiken enzovoort. Pa en Ma rennen niet midden in de maaltijd weg voor één of andere vergadering en de kinderen hebben geen wedstrijd waar ze aan mee doen of waar ze naar willen kijken. Alle digitale apparatuur is veilig opgeborgen. De beltoon staat uit en de tijd staat stil. Dit is de passieve kant van Shabbat. Je voert geen handelingen uit die verboden zijn. Maar dan ben je er nog niet. 
  2. Het positieve aspect: Shabbat heeft ook een actieve kant. Je besteedt de dag met familie en vrienden, je zit samen aan tafel. Je maakt tijd voor gezelligheid, zingen, lernen en discussie. Je zorgt ervoor dat er gelegenheid is voor rust en meditatie. Tijd om je te verbinden met je dierbaren, jezelf, je ziel en je G-d. Een oase in de week. Eén dag waar je ervoor kiest om reflectie en introspectie voor jezelf mogelijk te maken en actief te genereren. 

Alleen het negatieve aspect is niet voldoende. Als je op Shabbat stopt met verboden handelingen te verrichten is dat nog niet voldoende om de intellectuele en emotionele diepte van de Shabbat te kunnen ervaren en voelen. Er hangt ook nog een actief deel aan. Zou je de hele Shabbat niets overtreden en bijvoorbeeld de hele dag rusten en slapen, dan nog heb je de Shabbat niet gevierd. Maar ben je actief bezig met de Shabbat door ook bepaalde positieve handelingen te verrichten, dan heb je het positieve deel toegevoegd en is je viering compleet. Lukt het je om op deze bijzondere dag op een ander niveau met jezelf en je medemens bezig te zijn dan ervaar je pas echt waar Shabbat voor bedoeld is: innerlijke ontspanning die je bereikt door die omstandigheden te creëren die ervoor zorgen dat je lichaam en ziel naadloos in elkaar overlopen. 

Shabbat is niet alleen een dag van fysieke rust, het is ook een dag van spirituele schepping. 
Het ene kan niet losstaan van het andere. 

Op vrijdagavond zingen we ‘שמור וזכור בדיבור אחד, ‘Bewaak en Gedenk in één uitspraak’. 
‘Bewaak’ betekent dat je geen verboden handelingen verricht, het negatieve element. ‘Gedenk’ is dat je acties uitvoert om de Shabbat speciaal te maken, het positieve element. Deze twee woorden werden als één woord gezegd. Toen G-d de tien geboden gaf heeft Hij op een wonderbaarlijke manier שמור  bewaak de Shabbaten זכור  gedenk de Shabbattegelijkertijd gezegd. Hij had eerst שמור  kunnen zeggen en vervolgens זכור.  Maar nee, het moest simultaan gebeuren. Beide zijn niet van elkaar los te koppelen. 

Besteed je de zevende dag van de week door alleen niet te werken, dan is de Shabbat aan jou voorbijgegaan. Anderzijds, wanneer je de Shabbat viert door bijvoorbeeld kidoesh te maken en je tegelijkertijd de Shabbat overtreedt, dan mis je de innerlijke rust die deze fantastische dag je had kunnen bieden. De positieve en negatieve componenten van Shabbat zijn niet van elkaar los te koppelen. Ze zijn één! 

Uittocht: vrijheid én invulling 

Laten we nu de uittocht uit Egypte analyseren: 

  1. De slavernij stopte en natuurlijk waren de Joden vrij. Inderdaad, zij waren geen slaven meer. Dit was geweldig! Dit is de passieve kant van de zaak. Want, wat nu? Je bent vrij en wat doe je er dan mee?
  2.  Nu je eenmaal vrij bent, is het wel zaak om die vrijheid te benutten, om er invulling aan te geven en om actief te gaan ontdekken wie je bent, anders weet je niet wie vrij is.

Wie ben je? En wat wil je? Wat kun je en wat heb je te bieden aan jezelf en aan anderen. Nu dat je vrij bent: ga je jezelf ontplooien en jouw unieke capaciteiten gebruiken of ga je bijvoorbeeld de buurman nadoen?

Het leven is één groot examen waarbij velen de antwoorden van hun buren kopiëren, niet wetende dat iedereen een andere vragenlijst heeft. 

Hoe vertaal je vrijheid? In het Hebreeuws kun je het חופש (chofesh) noemen, het moderne woord voorvrijheid en vakantie‘. Het is gerelateerd aan חפש, zoeken. Je bent wel vrij, maar je bent nog op zoek naar een invulling van die vrijheid. 

Of gebruik je het woord חרות (geeroet) dat ook vrijheid betekent, en tegelijkertijd ook als gegraveerd vertaald kan worden (zie Spreuken der Vaderen 6-2)?

De tien geboden waren in de stenen gegraveerd. Wanneer je met inkt op papier of perkament schrijft, dan is het geschreven woord niet totaal verenigd met de stof waar het op geschreven staat. Je zou de letters en de inkt immers van het papier kunnen verwijderen. Bovendien vervaagt de inkt sowieso na verloop van tijd. Daarentegen is het gegraveerde woord helemaal verenigd met en onafscheidelijk van de stof waar het in gegraveerd is. 

Dit staat symbool voor het feit dat de Torah en de materie helemaal met elkaar verenigd zijn en elkaar niet hoeven tegen te spreken. Integendeel, de Torah weet zich juist te verbinden met het fysieke. Men zou kunnen denken dat het materiële de spirituele ontwikkeling begrenst en tegenhoudt. Niets is minder waar. Als de Torah uitsluitend op een spirituele manier uitgedrukt zou kunnen worden, dan had G-d deze G-ddelijke leer beter aan de engelen kunnen gevenen niet aan de mensen hier op aarde. Maar de Torah is hier aanwezig, in deze wereld, juist om ons de gelegenheid te geven om het spirituele en het materiële met elkaar te verbinden. Iets dat alleenhier benedenplaats kan vinden. 

Materie inzetten 

Maar hoe doen wij dat? Neem bijvoorbeeld geld, een voorbeeld van materie bij uitstek. Wat doe je ermee? Waar gebruik je het voor? Om je begeertes te bevredigen of om je noodzakelijke spulletjes aan te schaffen? Om het te verspillen of om een deel ervan te gebruiken om een ander te helpen? 

Wanneer in jouw leven de Torah zich kan verenigen met de materiële wereld om jou heen, dan is de materie geen belemmering, maar juist een middel om uitdrukking te geven aan je spiritualiteit. Het lichamelijke heeft dan geen grip op je maar andersom: jij bent diegene die de materie controleert en het benut op een speciale manier Je bent niet van de materie afhankelijk en je bent er niet aan verslaafd. Integendeel, jij weet de fysieke wereld om jou heen te gebruiken, te sturen en te kanaliseren om jouw talenten en jouw gaven te ontplooien. 

De materie helpt jou om jezelf te zijn, om vrij te zijn. Dit is waarom Hashem ervoor gekozen heeft om de tien geboden in te graveren. De letters zijn hierdoor onafscheidelijk en compleet verenigd met de steen.

Heeft de materie jou in zijn greep? Word je erdoor belemmerd? Ben je eraan verslaafd? Gebruik je het om je behoeftes te bevredigen? Of ben jij diegene die de materie benut en stuurt om gezond te leven, de geboden uit te voeren en je medemens te helpen? Ben jij diegene die de materie gebruikt of laat je je door de materie gebruiken? Wie is de baas? 

Vrijheid is geen eindstation. Zo zien we dat in de Torah de uittocht steeds gekoppeld wordt aan het dienen van G-d door middel van het ontvangen van de tien geboden, gegraveerd in de stenen tafelen. 

Inhoud geven 

Kijk maar: wanneer G-d Moshe toespreekt bij de brandende struik zegt Hij: 
Als je het volk uit Egypte zult halen zullen zij G-d dienen op deze berg (Sinaï).’
Shemot 3-12 

Als G-d Moshe gebiedt om naar Farao te gaan om de zevende plaag aan te kondigen, moet Moshe tegen Farao zeggen: 
Stuur Mijn volk en ze zullen Mij dienen.’ 

Shemot 9-13 

In deze citaten zien we dat de vrijheid gekoppeld is aan een vervolg, iets wat op de berg Sinaï ging gebeuren, namelijk het ontvangen van de Torah, de tien geboden die in steen gegraveerd zijn. 

Zonder deze koppeling heeft de uittocht geen zin. 

Vandaar dat Shawoe’ot, het feest van de ontvangst van de Torah, geen vaste datum in de kalender heeft. Alle andere feestdagen hebben dat wel, ze hebben een eigen onafhankelijk bestaansrecht. Zij worden op een bepaalde datum in de maand gevierd. Maar het ontvangen van de tien geboden, dat wij met Shawoe’ot vieren, is nauw verbonden met de uittocht uit Egypte. Daarom wordt het 49 dagen daarna gevierd. Wanneer die 50ste dag is, is niet altijd op dezelfde datum. Dit kan variëren afhankelijk van de datum waarop de nieuwe maan gezien wordt. 

Pesach, de uittocht uit Egypte en Shawoe’ot , het ontvangen van de Torah, zijnfeesten die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn omdat het doel van de uittocht het ontvangen van de Torah is. Het doel van de vrijheid uit de slavernij is door middel van de Torah vrij te zijn van de grip die de materiële wereld op je kan hebben. 

Je zou het kunnen vergelijken met een gevangene die op straat komt, die niet gerehabiliteerd is en zichzelf niet kan helpen om een nieuw bestaan op te bouwen. Zolang hij geen invulling aan zijn vrijheid weet te geven, is hij nog steeds een gevangene. Deze keer zijn het niet de muren van de inrichting die hem tegenhouden, maar zijn eigen innerlijke beperkingen. 

Nu is het duidelijk waarom de Rambam Shabbat en de uittocht uit Egypte met elkaar vergelijkt. Door je op Shabbat te weerhouden van specifieke handelingen, schep je een sfeer en een kader die je alsnog dient in te vullen. 

Zo ook dien je aan je verkregen vrijheid een waardevolle inhoud te geven! 

Wat doen wij met onze vrijheid? Hebben wij misschien de slavernij van Egypte omgeruild voor een slavernij aan gewoontes en lege egoïstische tijdsbestedingen? 

Wij kunnen veel meer. Door ons uit de Egyptische slavernij te halen heeft G-d een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid in ons geprogrammeerd. We zijn sindsdien uitgerust met een drang naar vrijheid en onafhankelijkheid waar wij ons millennia lang aan vast hebben kunnen houden. Hoe? Door die vrijheid, zelfs tijdens gevangenissen, brandstapels en vernietigingskampen, in te vullen met wie wij werkelijk zijn, waar we vandaan komen en vooral waar we heen willen gaan.  Ook al zit ons lichaam vast, onze geest blijft altijd vrij. Niets en niemand kan onze ziel gevangen nemen.

Het Joodse volk heeft bij de uittocht uit Egypte vrijheid ervaren en er invulling aan mogen geven. Dat vrijheidsgevoel is van generatie op generatie overgebracht en verder naar alle volkeren verspreid. Vandaag wordt een groot deel van de mensheid geïnspireerd om keihard voor z’n vrijheid te knokken. Koningen, graven en andere “belangrijke mensen” die de vrijheid van anderen beperken worden niet meer getolereerd. Denk aan de vrijheidsstrijders in de koloniën en de slaven die zongen: Go down Moses…. De bevrijding uit Egypte heeft de mens doordrongen van een vrijheidsgevoel waar hij voor zal blijven vechten: het recht om niet alleen vrij te zijn maar om daar ook een waardevolle invulling aan te geven.

Ik ben geen slaaf meer, maar wie en wat ben ik dan wel?    

Bracha Heintz   
06-28478657
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Met dank aan Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah van der Heiden voor de opmaak.

 

 

 

Waëra | Joodse identiteit: een vonkje dat nooit dooft

Waëra | Joodse identiteit: een vonkje dat nooit dooft

Jouw Joodse identiteit negeren? Dit vonkje zal nooit doven. Jodendom is namelijk niet iets wat je doet of waar je in gelooft; het is iets wat je bent. De meest hardnekkige ongelovigen in Egypte ontdekten het ook: de Joodse identiteit laat zich niet uitschakelen.

Dowload hier een printversie van het artikel (PDF)

Het was Shabbatochtend en Rav Adin Steinsaltz (1937-2020), liep in de oude stad van Yerushalayim naar sjoel en ontmoette een Israëlische seculiere professor, die een hekel aan het Jodendom had. Nadat ze elkaar gegroet hadden, ging het gesprek ongeveer als volgt:

De Professor: ‘Ik heb echt medelijden met je!’
De Rav: ‘Hoezo?’

De Professor: ‘Nou, ik ga ter ere van Shabbat eieren met spek eten! Trouwens, weet je dat het best moeilijk is om een plekje in Yerushalayim te vinden waar je dat kunt eten? Maar ik weet precies waar het wel kan!’
De Rav: ‘Interessant ontbijt! En hoe zit het met de lunch?

De Professor: ‘Oh heel simpel, voor de lunch ga ik met mijn hele gezin kreeft en garnalen eten. Daarna gaan we met z’n allen naar het strand, we nemen zoveel mogelijk spullen mee. We gaan ook nog naar de bioscoop en dan gezellig ergens wat drinken.’
De Rav: ‘Ik ben jaloers.’

De Professor: ‘Natuurlijk ben je jaloers; jij bent religieus en daardoor een slaaf omdat je verplicht bent om je aan tal van voorschriften te houden en ik ben seculier en vrij om te doen en te laten wat ik wil.’
De Rav: ‘Nee mijn beste vriend. Dat is niet de reden dat ik jaloers ben. Kijk, voor mij is Shabbat een routine dag. Het is weliswaar een speciale dag, maar eerlijk gezegd toch elke week een beetje hetzelfde. Ik ga naar sjoel, daarna maak ik kidoesh, vervolgens eet ik een maaltijd, lern ik wat enzovoort. Maar jij, jij stopt zoveel energie in de Shabbat. Jouw hele dag is helemaal op de Shabbat gericht. Je blijft niet gewoon thuis om de krant te lezen of om je lekker te ontspannen. Nee, omdat het Shabbat is, ga jij juist allerlei dingen doen die op Shabbat verboden zijn. Je bent heel geconcentreerd bezig. De Shabbat is een dag die jou diep raakt, een dag waar jij heel consciëntieus mee omgaat. Elke actie heb jij doelbewust gekozen en jouw focus is helemaal op deze bijzondere dag gericht. Wauw, daar ben ik nu jaloers op. Jij viert ook Shabbat. Jij op een negatieve manier en ik op een positieve manier.’

Tot zover het gesprek op een Shabbatochtend in Yerushalayim.

Identiteit is blijvend

Een dergelijk fenomeen observeren wij ook bij Elisha ben Awoeja. Elisha ben Awoeja was een grote geleerde uit de de eerste en tweede eeuw, die na de verwoesting van de tweede tempel leefde. Awoeja werd ook ook wel Achér (= anders) genoemd. Hij werd zo genoemd omdat hij op een gegeven moment in zijn leven ervoor koos om de Joodse tradities te laten vallen, om anders te gaan leven. Zo wordt er verteld hoe hij op Yom Kipoer op z’n paard ging rijden, precies op de plek waar voorheen de heilige Tempel was geweest.

Als het Jodendom in zijn ogen totaal waardeloos was, waarom ging hij dan juist op de heiligste dag van het jaar, op de heiligste plek rijden? Het betekende toch allemaal niets voor hem? Waren er geen andere wandelpaden voor paarden te vinden? Als hij zo van paardrijden hield, waarom per se op Yom Kipoer en waarom per se op de meest heilige locatie op aarde? Waarom niet een rondje in de Negev of in de Golan? En waarom niet op een gewone dinsdag of woensdag?

Ook Elisha ban Awoeja was verbonden met het Jodendom. Weliswaar op zijn eigen manier, een andere – achér – manier, maar nog steeds sterk verbonden. Want ziet U, het Jodendom is niet iets wat wij doen of waar we in geloven. Het is iets wat wij zijn, het is onze essentie en dat blijft. Er is een onderscheid tussen hetgeen iemand doet en hetgeen iemand is. Je doen en laten kan je veranderen, maar je identiteit is blijvend.

Joods vonkje

Vele mijlpalen die wij in het leven hebben mogen bereiken en waar we misschien trots op zijn geven ons steun, houvast en plezier. Echter deze zaken zijn niet altijd van blijvende aard.  Soms raken ze verloren of worden ze van ons weggenomen. Ze kunnen komen en gaan. Wat altijd blijft en wat niemand van je af kan nemen is je kern, je essentie, je ware ik, je eigen Joodse vonkje, je neshama, je Joodse ziel.

Dit is ook de reden dat er in de meeste synagogen een eeuwig brandend licht is. Dit lichtje staat symbool voor het feit dat het G-ddelijke licht eeuwig aanwezig is en dat het Joodse vonkje in jezelf, de diamant in je hart, dag en nacht blijft branden.

Natuurlijk is het wenselijk om deze schat regelmatig op te poetsen en schoon te maken. Een ruwe diamant ziet eruit als een gewone steen. Ook onze ziel lijkt soms onherkenbaar, zo bedekt is zij met viezigheid, fout gedrag en overtredingen. Elke ziel heeft een regelmatige poetsbeurt nodig om te gaan glimmen. Dat kan met behulp van Torah en mitswot. Geef elke ochtend voor dat je het huis verlaat een muntje in het tsedaka busje en je hebt je eerste schoonmaakbeurt al gehad. Ga bewust om met hetgeen je gedurende de dag in je mond stopt (kosher voedsel?) en wat er weer uit gaat (lieve woorden of kwaadsprekerij). Zo veel goede daden liggen er voor het oprapen. Pak ze op, niet alleen voor je medemens of voor G-d, maar gewoon voor jezelf, omdat het bij je past, omdat het klopt. Omdat jij uiteindelijk diegene bent die zich daar het prettigst bij voelt.

Om te overleven heeft een mens voor zijn lichaam eten, drinken en kleding nodig. Zo niet dan wordt hij ziek of valt hij flauw. Zo ook heeft de ziel voedsel nodig, namelijk het leren van de Torah. De ziel heeft ook kleding nodig en dat wordt vertegenwoordigd door het uitvoeren van goede daden. Zo valt zijn ziel niet flauw. Anders kan een mens zo maar in een soort spirituele coma terecht komen. In deze slapende toestand is hij ongevoelig voor z’n medemens en voor hemelse zaken.
Maar af en toe wordt hij door omstandigheden wakker geschud. Hij raakt door iets of iemand geïnspireerd. Of hij is op een bepaalde plek op aarde, zoals de Klaagmuur in Yerushalayim en de emoties overrompelen hem. Op dat moment heeft hij de hemel geraakt. Maar wat gaat er nu gebeuren? Zakt hij weer weg in zijn dagelijkse routine of weet hij het gevoel vast te houden en ermee aan de slag te gaan? Het is aan hem om die inspiratie te verwerken en te vertalen naar een nieuwe, andere manier van leven. Stapje voor stapje, beetje bij beetje. De opgedane inspiratie is een injectie die hij kan gebruiken. Hij is nu in de gelegenheid om wakker te blijven door zijn enthousiasme in daden om te zetten voordat hij weer in coma raakt.

Mocht de diamant in jezelf toch weer met stof en aarde bedekt worden, met rommel en viezigheid, met ongewenste handelingen en verkeerde activiteiten, toch blijft deze waardevolle edelsteen in jouw hart voortbestaan. De ziel wacht dan geduldig af om uitgegraven en geslepen te worden zodat haar licht weer kan schijnen.

‘Ook al ga je er negatief mee om, je blijft ermee verbonden.’

Hoe je ook omgaat met je neshama, je Joodse ziel, je hebt altijd met deze diamant en vonk te maken. Ook al ga je er negatief mee om, je blijft ermee verbonden. Dit is je essentie. Hier kun je niet omheen. Vroeg of laat komt je eigen ziel bij je aankloppen voor aandacht. Doe dan niet alsof het niet bestaat, val dan niet in je eigen kuil. Neem jezelf niet in de maling. Kom los van je illusies.

Verbeelden dat jij je Joodse hart kunt negeren? In wezen ben je er, hoe dan ook, ontzettend mee bezig.

Niet te verslaan

Dit was de bedoeling van de plagen, waarvan er deze week zeven ter sprake komen. ‘Kom uit Egypte, uit Mitsrayim!’. Het woord Mitsrayim, Egypte, betekent ook begrenzingen.  Elke plaag was een leermoment. Een begeleiding van G-d, om zowel de Joden als de Egyptenaren te helpen om buiten hun begrenzingen en illusies te treden om hun valse denkpatronen te doorbreken. Ze moesten begrijpen dat hoe mooi natuur en logica ook kunnen zijn, er altijd een macht is die daar boven staat en die dit allemaal controleert.

Wie is de baas van de wereld? Is het Farao die van zichzelf zei dat hij god was en dat hij de Nijl had geschapen? Of was het de Nijl zelf, die het hele land irrigeerde? In Egypte regent het nooit en de enige aanwezige waterbron is deze rivier. Maar wie heeft de Nijl gemaakt en wie is de baas over dit stromende water? Wie was bij machte om ervoor te zorgen dat deze rivier een zegen of een vloek voor het land zou zijn, een bron van welvaart of de oorzaak van ellende, tsunami’s, plagen, en overstromingen?

De ene na de andere plaag sloeg toe. Eerst veranderde het water van de Nijl in bloed. Vervolgens kwam uit deze machtige rivier een enorme kikker die zich vervolgens vermenigvuldigde. In de eerste twee plagen wordt ‘het almachtige water’ van de Nijl getroffen. De bron van de hele Egyptische economie – en tevens de afgod – werden geraakt.

Egyptische tovenaars probeerden Moshe en zijn plagen na te doen, maar vanaf de derde plaag lukte het niet meer. De illusionisten waren verslagen. Plaag na plaag ontdekten de meest hardnekkige ongelovigen dat G-d de baas was. Op het moment dat Farao dacht alles onder controle te hebben sloegen de plagen toe. Men bleek toch minder controle te hebben dan aanvankelijk gedacht. Alle spelletjes waren voorbij. Een plaag of ziekte laat al gauw zien wie de Allermachtigste is.

Net zomin als je G-d zou kunnen weghalen, verslaan of doen verdwijnen, zo ook is het onmogelijk om dat Joodse vonkje in jezelf te doven. Blijf dus wakker en houd jezelf bij de les want het vonkje blijft branden en jou bezighouden. Hopelijk op een positieve manier!

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Met Dank aan Rianne, Sonja en Devorah voor de opmaak.

Vragen en commentaar zijn zeer welkom en kunt U hieronder bij reacties plaatsen.
Uw positieve en negatieve feedback wordt zeer gewaardeerd!

Afbeelding bovenaan: Ner Tamid, symbool voor G’ds constante aanwezigheid.

 

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂

💐 Bedankt 💐 aan alle vrijwilligers!


De Soeka wordt met behulp van Michel, Ronald en Shaul netjes gedemonteerd en opgeborgen zodat hij volgend jaar weer opgebouwd kan worden.
💐BEDANKT 💐 aan alle vrijwilligers die Rosh Hashana, Yom Kipoer en Soekot mogelijk hebben gemaakt.

De diensten zijn ruim bijgewoond.
De Joodse studenten waren volop aanwezig.
De kinderen zijn met knutselen blij gemaakt.
Er is gebeden, geleerd, gezongen en gedanst.
We kijken terug naar een succesvolle maand en nemen de spirituele bagage mee naar de rest van het jaar.

Resteert nog de gelegenheid om de financiële gaten te dichten. Heb je al een extraatje gedoneerd, hartelijk dank hiervoor en zo niet, dan is er nu de gelegenheid om dat alsnog te doen zodat wij door kunnen gaan om Joods bewustzijn in Utrecht levend te houden! ✨