Bemidbar – Hoe je de Torah in een wildernis verplaatst / Kleurrijk en toch één
Bemidbar is de naam van het vierde boek van de Torah en tevens de naam van de eerste parasha van dit boek. Bemidbar betekent in een woestijn. Inderdaad mogen wij in dit vierde boek een kijkje nemen in alles wat het Joodse volk is overkomen in hun veertigjarige trek door die woestijn.
Download hier een printversie van dit artikel (PDF)
In deze Parasha wordt de reis door de woestijn voorbereid en ingepland. Allereerst wordt het Joodse volk geteld. Daarna wordt er omschreven hoe alle stammen hun tenten om de Tabernakel heen moesten opstellen. Elke stam wist precies waar het moest kamperen. Ook het reizen werd zorgvuldig georganiseerd. U kunt zich voorstellen wat een chaos er had kunnen ontstaan wanneer drie miljoen mensen, allemaal tegelijkertijd, op reis gingen. Denk aan de moeilijkheden die er ontstaan wanneer een hele stad ineens tegelijkertijd moet evacueren. Maar alles in de woestijn liep op wieltjes. Het vertrekken, het reizen en de aankomst werden elke keer weer in gang gezet via een door G-d georkestreerd systeem.
Ook de Tabernakel, het middelpunt van het Joodse kamp, werd elke keer mee vervoerd en dat onderwerp vormt het sluitstuk van onze Parasha. De laatste verzen leggen ons uit hoe de vijf meest heilige voorwerpen uit die Tabernakel getransporteerd moesten worden: de ark, de tafel, de menorah, het gouden en het koperen altaar.
Het zijn de Levieten die de taak op zich namen om de Tabernakel uit elkaar te halen, te vervoeren en op de nieuwe bestemmingsplek weer veilig af te leveren. Levi, de zoon van Yakov had drie zonen: Gershon, Kehat en Merari en één dochter Yochewed (moeder van Aharon, Miriam en Moshe). Bij elke verhuizing had ieder van de drie broers met zijn familie een aparte taak.
Verhuizing
In de veertigjarige trektocht werd er nogal wat verhuisd. Van de ene plek van de woestijn naar de andere, totdat ze veertig jaar later in Israel zouden arriveren.
Parashat Bemidbar (4, 4-6) omschrijft hoe de familie van Kehat, de middelste zoon van Levi, verantwoordelijk was voor het transporteren van de meest heilige voorwerpen. Wel moesten de priesters (Aharon en zijn afstammelingen) eerst deze heilige voorwerpen volledig inpakken voordat de Levieten in actie mochten komen om aan hun transporttaken te beginnen.
Minstens twee verschillende stoffen waren nodig om de heilige voorwerpen in te pakken:
- Een wollen kleed in turquoise geverfd
- De veelkleurige huid van een dier dat Tachash heet
De Ark waarin de stenen tafelen werden bewaard werd eerst met het gordijn bedekt dat tussen het heilige gedeelte van de Tabernakel hing en het allerheiligste gedeelte. Vervolgens werd het met de huid van de Tachash ingepakt en als laatste met het wollen turquoise kleed.
Zo eindigt de eerste Parasha van het vierde boek, Parashat Bemidbar. De Parasha van volgende week, Naso, gaat verder met het transport van de resterende voorwerpen uit de Tabernakel door de twee andere broers: Gershon en Merari.
Betekenis turquoise verf
Wat is de betekenis van de turquoise kleur en waarom de huid van de Tachash? Waarom waren deze stoffen en vooral hun kleuren essentieel om het transport mogelijk te maken? Wat schuilt hierachter en welke les kunnen wij eruit trekken?
Rav Y.B. Soloveitchik, een geleerde uit de twintigste eeuw legt het uit.
Techelet is de turquoise kleur die verkregen werd uit een bepaalde vis uit de Middellandse zee die Chilazon heet. Deze vis was moeilijk te vinden en te vangen en derhalve was deze turquoise kleur lastig te verkrijgen. Het is zelfs zo dat het nu al eeuwen niet meer gebruikt wordt omdat men gewoonweg niet meer weet welke vis dit precies is.
Deze zelfde turquoise kleur werd ook voor Tsietsiet gebruikt, de touwtjes die door mannen aan de hoeken van een vierhoekig kleed worden gedragen. Eén van die touwtjes moest ook met die turquoise kleur geverfd worden. Dit wordt tegenwoordig niet meer gedaan omdat men niet meer precies weet om welke vis het gaat. Recentelijk claimde de Radziner Rav dat hij deze zeldzame vis weer ontdekt had. Derhalve lopen vandaag de dag enkele mensen met een blauwe draad in hun tsietsiet, maar de meesten niet, omdat vele geleerden niet met zekerheid weten vast te stellen dat de gevonden vis de juiste is.
Omdat deze vis ook vroeger zelden te vinden was ontstond er destijds een handel in indigo poeder, een verf, afkomstig van de indigo plant, die er net zo uitziet als het turquoise van de Chilazon vis. Toch was men in staat om te verifiëren of de turquoise kleur die men wilde kopen werkelijk van de vis afkomstig was. De Talmoed (Menachot 42b) vertelt ons dat men door het inweken van de stof de afkomst van de kleur kon nagaan. De turquoise kleur die van de Chilazon gemaakt was verbleekte namelijk nooit. Als eenmaal de wol ermee geverfd was bleef het voor altijd zijn kleur behouden. Daarentegen verkleurde de indigo verf wel.
Onaantastbare essentie
Hierin ligt al de eerste les van het transporteren van de meest kostbare elementen uit de Tabernakel. Niet alleen werd de Tabernakel in de woestijn getransporteerd. Ook later door de hele geschiedenis heen, zou het Joodse volk moeten verhuizen onder de meest schrijnende omstandigheden. Gediscrimineerd, vervolgd, bestolen, gemarteld en vermoord zijn wij in groepen of individueel op transport gezet. Hoe hebben wij het als volk overleefd? Wat heeft onze uitzonderlijke continuïteit gewaarborgd? Hoe hebben wij de warmte en de vonk van het Jodendom kunnen behouden? En waar komt onze vitaliteit en het Joods bewustzijn vandaan?
Het zit hem in de Chilazon vis en juist niet in de indigo poeder. De verf van de indigo plant komt en gaat, het kleurt om vervolgens weer te vervagen. Daarentegen blijft de turquoise kleur, afkomstig uit de Chilazon, continu verenigd met de stof. Wat je er ook mee doet, het blijft. Niets kan het aantasten of verminderen. Waar je het ook mee mengt en waar je het ook in weekt het blijft zijn kleur behouden. Het Joodse volk behoudt ook zijn kleur. En die kleur is onafscheidelijk van onze essentie. Onze omgeving beïnvloedt ons niet. 2000 jaar lang weken in ballingschap tast onze essentie niet aan.
Verschillende lagen en kleuren
Tegelijkertijd is er, alvorens men op reis gaat een tweede bedekking nodig, de Tachash, de huid van dat ene dier dat niet meer bestaat. Hoe zag die huid eruit? Het was een mengsel van verschillende prachtige tinten (Talmoed Shabbat 28a). Dit vertegenwoordigt de vele verschillende interpretaties binnen de Torah en de verschillende benaderingen binnen het Jodendom. Alles in de Torah heeft 70 verschillende lagen. De Torah heeft meer dan één kleur, net zoals de huid van de Tachash.
Elk individu is anders en zal daarom op een andere manier geïnspireerd raken. Iedereen heeft een bepaalde muzieknoot die bij zijn ziel past en samen met de andere muzieknoten vormt dit een prachtige symfonie. Iedereen mag de Torah ervaren op zijn manier, mits het binnen het kader van de Torah en haar wetten valt. Vandaar dat het gordijn als eerste op de ark gelegd werd. Het gordijn was de scheiding tussen heilig en allerheiligst. De Torah moest beschermd worden, gescheiden van de rest. Maar binnen de Torah zelf bestaan er zeeën van mogelijkheden, talloze interpretaties en vele manieren om hetzelfde idee te ervaren. De Torah en de stenen tafelen in de ark zijn niet beperkt tot één kleur, één niveau of één manier van ervaren. Iedereen heeft het recht en de mogelijkheid om daar zijn eigen weg en creativiteit in te vinden. Iedereen heeft zijn eigen bijdrage en zijn eigen invalshoek.
Ook een piano heeft 88 toetsen en als Mozart er op speelt komt er een hele andere melodie uit dan als Beethoven gaat spelen. Dezelfde toetsen, dezelfde piano, maar iedereen zijn eigen energie, zijn eigen muziek. De Torah gaat over inclusiviteit, iedereen hoort erbij, iedereen draagt op een unieke manier bij en samen vullen we elkaar aan. Stel je voor dat een hele symfonie maar één noot zou hebben of dat een schilderij maar uit één kleur zou bestaan? Iedereen hoort erbij en wordt erbij betrokken. De huid van de Tachash was een mix van prachtige tinten en daarom een uiterst geschikte stof om de Torah mee in te pakken en waar ook ter wereld naar toe te brengen.
Veelkleurig, maar één geheel
Toch is de Tachash de huid van maar één dier. Weliswaar een veelkleurig dier maar het is er toch maar één. Omdat het Jodendom ook één geheel is. Wil je de Torah door de generaties heen meenemen dan moet je het ook als één geheel zien. Als je erin gaat hakken, gaat sorteren en keuzes maken, of zegt: dit spreekt mij aan en dit niet, dit vind ik leuk, gezellig enz… en dit is me weer te duur, te lastig en te ver, dan houd je een verwaterd Jodendom over.
De geschiedenis laat zien dat díe stromingen binnen het Jodendom, die ervoor kozen om een deel van de Torah uit te voeren en een deel niet, geen stand hebben kunnen houden. Dit soort Jodendom heeft de kracht niet in zich om naar de volgende generatie overgebracht te worden. Stel, je vindt Shabbat leuk maar je gaat ook op Shabbat boodschappen doen of werken. Wat moeten jouw kinderen of leerlingen hieruit concluderen? Is het Jodendom serieus of niet? Is het altijd waar óf af en toe niet? Natuurlijk is er ook ruimte voor groei. Niemand hoeft of moet alles in één keer op zich nemen. Dit is echter heel anders dan te zeggen: “Met dit deel ben ik het eens en met dit deel niet.” Je zou kunnen stellen: “Ik ben er nog niet aan toe of het is mij nu nog te veel, maar hopelijk in de toekomst gaat het mij wel lukken.
Voorbeeld Ruth en Naomi
Dit is wat Ruth tegen Naomi zei toen Ruth weigerde om terug naar Moaw en haar ouders te gaan. Ruth wilde hoe dan ook samen met Naomi mee naar Israel gaan en Joods worden. Ruth liet aan Naomi zien dat zij elk detail van het Jodendom op zich nam.
Ruth zei (Ruth 1, 16-17):
‘En Ruth zei (tegen haar schoonmoeder Naomi): “Vraag mij niet om jou niet te volgen, want waar jij naartoe gaat zal ik naartoe gaan en waar jij zult slapen zal ik slapen, jouw volk is mijn volk en jouw G-d is mijn G-d. Ik zal sterven waar jij sterft en daar zal ik begraven worden. Zo zal G-d voor mij doen en zo zal Hij het verder door laten gaan, want de dood zal een scheiding maken tussen mij en jou.”
Zo staat het letterlijk in Megilat Ruth geschreven, maar eigenlijk was er veel meer gaande dan wij hier oppervlakkig kunnen lezen. Het gesprek was eigenlijk veel dieper en gedetailleerder (Talmoed Yevamot 47b):
Het Jodendom doet niet aan zending en toen Naomi zag dat Ruth, haar schoondochter, niet naar haar ouders wilde terugkeren, probeerde Naomi haar te overtuigen om dat wel te doen. Naomi zei tegen Ruth: “Als je Joods wilt worden dan moet je je aan de Shabbat-regels houden. Dat houdt o.a. in dat je niet meer dan 1 km buiten de bebouwde kom mag lopen.” Waarop Ruth zegt: “…waar jij heengaat zal ik heengaan.”
De reis naar Israel kan langer dan een dag duren. Dat houdt in dat wij onderweg zullen moeten slapen, maar dat kan niet zomaar overal. Je mag namelijk volgens de Joodse wet niet samen met een man in een huis of welke plek dan ook zijn als niemand anders naar binnen kan, tenzij die man jouw echtgenoot is of hele naaste familie. We zullen daarom misschien in de open lucht moeten slapen waarop Ruth zegt: “…waar jij slaapt zal ik slapen.”
Wij hebben 613 geboden en verboden en jij maar 7. Waarop Ruth antwoordt: “…jouw volk is mijn volk”.
Naomi zegt: “Wij mogen geen afgoden dienen.” En Ruth zegt: “…jouw G-d is mijn G-d”.
Tenslotte zegt Naomi: “Er zijn vier verschillende doodstraffen die een mens kan krijgen bij bepaalde overtredingen.” En Ruth reageert: “…ik zal sterven waar jij sterft”. M.a.w. ik onderwerp me aan dezelfde regels als jij.
Holistisch
Wat opvalt in dit gesprek is de mix en verscheidenheid van onderwerpen, regels en wetten die door Naomi en Ruth naar voren worden gebracht. Van afgodsdienst tot de details van de Shabbat-regels, van het alleen in een woning zijn met een man tot de doodstraf. Fundamentele elementen lijken samen met zijdelingse onderwerpen ter sprake te komen. Het gesprek gaat over monotheïsme en tegelijkertijd over hoe ver je op Shabbat buiten de stad mag lopen. Maar het Jodendom is holistisch. Het is geen keuzepakket. Het is niet zo dat de ene regel de andere overtreft of dat sommige geboden belangrijker of essentiëler zijn dan andere. Elk gebod heeft iets oneindigs in zich, alleen al door het feit dat het van G-d afkomstig is. Met de wil van G-d verbind je je wanneer je het uitvoert. Het maakt dan niets uit of het een detail is of iets essentieels. Alles is dan essentieel. In die zin is elk gebod gelijk. Het woord gebod in het Hebreeuws is Mitswah en dat betekent verbinding, omdat, als je iets doet dat iemand wil, het maakt niets uit wat het is, dan verbind je je automatisch met die persoon. Hetzelfde geldt met G-d. Met elk gebod dat je uitvoert versterk je je relatie met G-d. Je kunt niet zeggen: “Ik eet geen varkensvlees, maar voor de rest houd ik mij niet aan de regels.” Je kunt het natuurlijk wel zeggen, maar dan is jouw Jodendom zwak en fragiel en niet sterk genoeg om over meerdere generaties heen getild te worden. Bij de eerste storm onderweg valt het om. Het kan zijn dat het ene gebod je meer aanspreekt en dat je het graag vervult. En het kan zijn dat je het met andere elementen binnen het Jodendom niet eens bent of saai vindt of niet relevant. Maar het gaat niet om jou of om mij of om wat wij ervan vinden.
Samen dragen wij een collectieve verantwoordelijkheid om van alle kleuren en tinten in de Torah een prachtige mix te maken zoals de veelkleurigheid van de Tachash. Het is juist die houding die de continuïteit waarborgt.
Om een Jood te zijn en te blijven, om de stormen van millennia aan te kunnen en steeds weer die ark met z’n stenen tafelen mee te kunnen nemen heb je de Tachash nodig: de diverse eigenschappen van het Jodendom samengevoegd tot één geheel.
Munten van Moshe
De Talmoed vertelt ons hoe de Romeinse minister Koentroekoes maar niet begreep waarom Moshe vergeten was waar de 1775 zilveren gedoneerde munten naartoe verdwenen waren. Koentroekoes vroeg aan Rav Yochanan ben Zakai of Moshe een dief of een oplichter was of dat hij zijn rekenlessen op school misschien niet goed had begrepen (Talmoed Bechorot 5a). Moshe wist in eerste instantie inderdaad niet waar het geld naartoe verdwenen was, maar later zag hij de zilveren haken die op de pilaren van de Tabernakel waren aangebracht en hij herinnerde zich ineens dat het zilver dáárvoor gebruikt was.
Ook dit gesprek tussen Koentroekoes en Rabbi Yochanan ben Zakai heeft een diepere laag en betekenis. Koentroekoes wist heel goed dat het zilver niet in Moshes broekzak terecht was gekomen. Maar waar het bij Koentroekoes om ging was dat de details van het Jodendom best genegeerd en overgeslagen konden worden. Voor hem waren de details, de kleine haken, niet van belang. Uitsluitend de pilaren, de fundering, waren essentieel. Maar het Jodendom maakt geen onderscheid tussen hoofd en bijzaken. Alles is G-ddelijk, onmeetbaar en van oneindige waarde. Of iemand zich weerhoudt van afgoden dienen of oplet dat hij niet te ver loopt op Shabbat, voor de Eeuwige G-d die boven de natuur en boven metingen en vergelijkingen staat, is het allemaal evenveel waard.
Details zijn cruciaal
Mensen vragen wel eens: Kun jij niet een keertje een boterham met ham eten als je onverwacht op een vliegveld twee dagen moet wachten voor je verder kunt reizen? Of kan je niet een keertje op zaterdag werken of een examen afleggen omdat het echt niet anders kan? Kun je niet eenmalig een vrijstelling of ontheffing krijgen? Nee, is het antwoord. Het Jodendom is een pakket. Weliswaar een prachtig pakket met vele kleuren, maar een pakket desalniettemin.
Waarom heeft het Jodendom zo veel details? Ik begrijp de pilaren. Het monotheïsme aanvaard ik. Het spreekt mij aan dat wij geld geven aan de armen, dat we lief voor elkaar moeten zijn, dat we in één G-d geloven en een moreel en ethisch leven leiden waarin Joodse kennis en het gezinsleven centraal staan. Dit zijn de basisbegrippen, de pilaren van het Jodendom. Maar waarom de haken? Waarom tijd, energie en geld steken in zoveel details? Wat maakt het uit of dat kleine lepeltje in mijn keuken voor vlees of voor melk gebruikt wordt? Zelfs Moshe was de haken even vergeten! Maar G-d liet hem in de donkere hemel glimmende haken zien (Yalkoet Shimon Pekoedee 415). En toen wist Moshe het ineens weer. In de nacht van de ballingschap en in de duisternis van de nachtelijke reizen glimmen de zilveren details in de hemel. De details zijn cruciaal. De nuances binnen het Jodendom vormen juist een speciale glans. En dit is hoe het bewaard is gebleven, millennia lang.
Goede reis
De Tachash en de turquoise kleur zijn het geheim achter het bewaren en koesteren van het Joodse gebeuren, individueel en collectief. Blauw is blauw en blijft blauw. Of het regent of dat de zon schijnt of je jong of oud bent en of je nou in Utrecht woont of in Jerushalayim. Of de details je aanspreken of niet. Het Jodendom gaat door merg en been. Het is geen oppervlakkige indigo kleur die met de tijd vervaagt. Het is één met je. En alles waar je je mee vereenzelvigt blijft bestaan.
Hoe meer moeite je ergens voor doet, hoe meer je het zult waarderen en bewaren en hoe meer je kinderen het op hun beurt zullen overnemen. Alleen datgene dat je met overgave en vastberadenheid doet zal alle rondreizen, klimaatverschillen en generaties doorstaan. Zo zijn onze kostbaarheden met ons verhuisd, ingepakt in duurzame turquoise en kleurrijke Tachash.
Goede reis!
Bracha Heintz
Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Devorah van der Heiden
Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!
Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.