Categorie: Inspiratie

Shawoe’ot wekenfeest | Torah voor iedereen

Shawoe’ot wekenfeest | Torah voor iedereen

De Torah is niet alleen aan het Joodse volk geschonken, maar biedt aan alle mensen op aarde belangrijke leefregels. Op Shawoe’ot vieren we het ontvangen van de Torah, een universele gebeurtenis met een wereldwijde impact!

Download hier een printversie van dit artikel

Op 20 Maart 1991 verklaarde George Bush senior (1989-1993), President van de Verenigde Staten van Amerika de zeven Noachidische wetten als de grondslag voor alle beschavingen (motie 104, openbare wetgeving 102-14).

De zeven wetten zijn:

  1. Dien geen afgoden – Geloof en vertrouw in G-d.
  2. Vervloek G-ds naam niet – Respecteer en loof G-d.
  3. Vermoord en verwond niet. Respecteer het leven van een mens.
  4. Heb geen verboden relaties – Beschouw het huwelijk als een G-ddelijke instelling.
  5. Niet kidnappen, stelen of afpersen – Respecteer andermans eigendommen.
  6. Eet geen vlees van een levend dier – Vermijd wreedheid.
  7. Richt een rechtssysteem op – Gerechtigheid is de basis voor ware vrede.

Oorsprong Noachidische wetten

Waar komen deze regels vandaan? Door wie zijn ze gegeven? Aan wie? En, wie houdt zich daaraan?

Het zijn zeven regels die verder opgesplitst worden in meerdere sub-regels. Eigenlijk gaat het om zeven categorieën, waar 66 geboden en verboden uit voortvloeien. Deze regels gelden voor alle mensen op aarde. Zes ervan zijn door G-d aan Adam, de eerste mens gegeven. Aan Noach is er na de zondvloed een zevende toegevoegd. Vandaar dat er zeven kleuren in de regenboog zijn.

Vervolgens zijn de zeven wetten bij de berg Sinai in het jaar 2448 (-1313) herhaald. Daar vertelt de Torah ons hoe Moshe, twee dagen voor het ontvangen van de tien geboden, deze zeven regels herhaalt. Het zijn de zeven Noachidische wetten (Rashi Shemot 24-3).

Door de geschiedenis heen

Wie heeft zich ooit aan de Noachidische wetten gehouden? Na de Chanoeka geschiedenis bestond er een hele groep Grieken die afstand deden van de Griekse cultuur en zich aan de zeven regels hielden. De Romeinse keizer Julian was zelf een Noachied die vrijheid van G-dsdienst in zijn rijk vaststelde.

De verwoesting van de tweede Tempel in het jaar 69, (3829 vanaf de schepping) bracht een lange ballingschap met zich mee. Ballingschap voor de Joden, maar ook voor de zeven Noachidische wetten. Joden en het Jodendom liepen door de eeuwen heen bijna constant gevaar. De Joden konden zich individueel en collectief amper overeind houden. Vanaf de wrede verwoesting van de tempel, de moordzuchtige kruistochten, de Spaanse inquisitie, de pogroms en de Tweede Wereldoorlog tot vandaag de dag toe is de geschiedenis te droevig om na te vertellen. De mogelijkheid om de zeven Noachidische wetten aan andere volkeren door te geven was vrijwel nihil.

Het einde van de dertigjarige oorlog (1618-1648) bracht een lichte verandering. De katholieke overmacht was enigszins voorbij. Er ontstonden langzaam maar zeker ‘nieuwe’ wetten. De Torah en andere Joodse geschriften werden iets minder vaak op de brandstapel gegooid. Men ging zich soms juist in deze Torah verdiepen om ideeën te verkrijgen hoe de nieuwe maatschappij er uit zou moeten zien. En dit, geachte lezer, gebeurde nog het meest in Nederland. De Nederlandse regeerders hadden net de Spaanse troepen verslagen en weggestuurd. Nu werd er overleg gepleegd met de Joden en hun wetten en werd er een nieuw systeem opgezet, gebaseerd op de zeven Noachidische wetten. Er kwamen nieuwe wetten terwijl Rembrandt maar bleef schilderen over Rabbijnen en andere Joodse wetten en feesten.

Ook Engeland deed mee. John Selden (1584-1654), was een Britse Jurist, die de Engelse grondwet en de Joodse wet bestudeerde. Hij was een Hebraïst en schreef een boek over de zeven Noachidische wetten.

Niet uitsluitend het Joodse volk

Aime Palliere

Zo komen wij terecht bij Aimé Pallière (1879-1949) uit Lyon, een katholieke priester. Hij is een man die zich vreselijk stoort en principiële bezwaren heeft tegen het katholicisme. In het protestantisme ziet hij ook geen heil: de drie-eenheid blijft voor hem een storend element. G-d kan geen partners hebben die Zijn macht en kracht zouden delen. Mochten er andere krachten zijn die even sterk zouden zijn als G-d, dan is G-d niet meer Almachtig.

Aimé besloot toen om Joods te worden. Echter zou dit voor hem betekenen dat hij afstand zou moeten nemen van zijn lieve familie en van zijn moeder waar hij zo aan gehecht was.

Een reis naar Italië werkte verhelderend. Daar ontmoette hij Rav Eliya Benamozeg (1823-1900), een afstammeling van Spaanse Joden die hun land, gedwongen door de inquisitie, hadden moeten verlaten. Rav Benamozeg bood hem een waardevolle oplossing: om in de absolute eenheid van G-d te geloven en er ook naar te handelen hoefde hij helemaal niet Joods te worden. 

Zou G-d, die hemel en aarde heeft geschapen zich uitsluitend over het Joodse volk ontfermen? Zou G-d alleen aan hen een code hebben gegeven, volgens welke zij in vrede en harmonie kunnen leven? Hoe zit het dan met alle andere mensen op aarde? Zouden zij maar kunnen doen en laten waar zij zin in hebben?

Nee, ook zij hebben recht op een rechtvaardige, liefdevolle maatschappij waarin de mens en G-d gerespecteerd worden. Een cultuur waarin niet alleen het eerste gebod gehouden wordt, namelijk het geloven in de eenheid van G-d maar ook het verbod dat er pal naast staat op de tweede set stenen tafelen, namelijk het verbod tot moord.

Beschaving wereldwijd

De Torah geeft een systeem voor elk mens dat het beste bij hem past: 613 geboden voor het Joodse volk en 66 voor alle andere volkeren. Op Shawoe-ot wordt het ontvangen van al deze geboden in de Torah gevierd.

Het is een gelegenheid om stil te staan bij de ontwikkelingen van de laatste 3334 jaar. Hoe de Torah de beschaving over de hele wereld langzaam maar zeker heeft doen veranderen. We zijn er kennelijk nog niet, maar Mashiach komt eraan. Kijk maar in Tsefania 9-3, hoe het dan zal zijn:

כִּֽי־אָ֛ז אֶהְפֹּ֥ךְ אֶל־עַמִּ֖ים שָׂפָ֣ה בְרוּרָ֑ה לִקְרֹ֤א כֻלָּם֙ בְּשֵׁ֣ם ה לְעָבְד֖וֹ שְׁכֶ֥ם אֶחָֽד׃

Omdat ik dan de volkeren een reine taal zal laten spreken, zodat zij allen G-ds naam zullen roepen om Hem te dienen als één groep.

 En Yeshayahu bevestigt het idee (56-7):

וַהֲבִיאוֹתִ֞ים אֶל־הַ֣ר קָדְשִׁ֗י וְשִׂמַּחְתִּים֙ בְּבֵ֣ית תְּפִלָּתִ֔י עוֹלֹתֵיהֶ֧ם וְזִבְחֵיהֶ֛ם לְרָצ֖וֹן עַֽל־מִזְבְּחִ֑י כִּ֣י בֵיתִ֔י בֵּית־תְּפִלָּ֥ה יִקָּרֵ֖א לְכָל־הָעַמִּֽים׃

Ik zal hun brengen naar Mijn heilige berg en ik zal zorgen dat zij zich zullen verheugen in Mijn gebedshuis (de Tempel). Hun offers zullen welkom zijn op mijn altaar want Mijn huis (de Tempel) zal een gebedshuis zijn voor alle volkeren.

Uit deze verzen blijkt duidelijk dat iedereen het recht heeft om in G-ds eenheid te geloven, om Hem in de Tempel te dienen en deel te nemen aan de voorbereidingen voor de komst van Mashiach die een afstammeling van Koning David was en op Shawoe’ot geboren is.

De eerste Mishna van het eerste hoofdstuk van Spreuken der Vaderen vertelt ons hoe Moshe de Torah heeft ontvangen op de berg Sinaï en concludeert o.a. met het feit dat men veel leerlingen moet hebben, Joods of niet-Joods. Het Joodse volk heeft de opdracht om de zeven Noachidische wetten te onderwijzen aan alle volkeren. Deze 66 wetten vallen binnen deze zeven categorieën zoals de Rambam (Maimonides) het in hilchot Melachim {8:13 & 14} verklaart.

Wekenfeest Shawoe’ot

Met Shawoe’ot, het wekenfeest, wordt het ontvangen van de Torah gevierd. Het is een gelegenheid voor de hele mensheid om de Torah elk jaar weer opnieuw op zich te nemen. Het is een moment om zich te realiseren dat alle wetten, inclusief de civiele regels en inclusief de Noachidische wetten van  G-d afkomstig zijn.

We vervullen ze niet omdat ze mooi zijn, omdat we ze begrijpen of omdat ze logisch en noodzakelijk zijn. De enige reden, de uitsluitende motivatie is, dat ze door G-d Almachtig aan ons geschonken zijn. Het ontvangen van de Torah is een universele gebeurtenis met een wereldwijde impact die niet meer genegeerd kan worden.

Shawoe’ot heeft betrekking op het Joodse volk, die dit feest viert zoals G-d het hun geboden heeft.

Shawoe’ot is ook een feest dat door alle volkeren gevierd hoort te worden. Zo wordt het bewustzijn verhoogd dat ieder mens het recht heeft om een waardig en rechtvaardig leven te leiden. Een bestaan gebaseerd op respect voor G-d, respect en eerbied voor zichzelf, zijn medemens en alle schepselen op aarde en op het feit dat de zeven Noachidische wetten van G-d afkomstig zijn.

Iedereen heeft het voorrecht en de mogelijkheid om zich hieraan te houden. Doe jij ook mee?

Bracha Heintz
vriendenjoodsutrecht.org

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Bamidbar| Een hemels gesprek over Torah en kaas

Bamidbar| Een hemels gesprek over Torah en kaas

Dankzij een hemelse discussie over het scheiden van vlees en melk ontdekken wij waarom de Torah juist op aarde is gegeven en niet in een spirituele wereld is blijven steken. 

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Bamidbar betekent in de woestijn. Deze Parasha wordt bijna altijd op de Shabbat gelezen die net voor Shawoe’ot valt. Shawoe’ot is het feest waarmee wij het ontvangen van de Torah op de berg Sinaï vieren. We weten dat de Torah aan het Joodse volk in een woestijn geschonken is. Kon G-d geen betere plek vinden voor deze grote openbaring? In een mooi paleis misschien, in een wereldstad of in een prachtig aangelegde tuin? G-d heeft natuurlijk heel bewust de meest ideale ligging geselecteerd.

Er schuilen zoveel lessen alleen al in G-ds keuze voor de berg Sinaï om juist daar de Torah aan het Joodse volk te geven: 

  1. Een woestijn is openbaar gebied, opdat niemand zou kunnen claimen dat de Torah van hem alleen is.
  2. De woestijn bestaat uit zand, steen en aarde. Om de Torah te kunnen ontvangen moet je je bescheiden opstellen, zoals zand en aarde.
  3. In een barre zandvlakte groeit niets. Er is voedsel noch kleding beschikbaar zodat een mens leert op G-d te vertrouwen om in al zijn levensbehoeften te voorzien.
  4. De woestijn is een gevaarlijk gebied met o.a. veel slangen. De ballingschap wordt vergeleken met een spirituele woestenij. Het kan gevaarlijk zijn voor een Jood. Assimilatie ligt op de loer. Het kwaad in de mens, vertegenwoordigd door de slang, blijft aandringen totdat het de mens overhaalt om van de verboden vruchten te eten. Torah is het tegengif dat ons helpt om onze slechte eigenschappen in bedwang te houden. Door Torahstudie zijn wij in staat om ons als Jood te gedragen, waardoor wij de continuïteit van ons volk kunnen waarborgen. 

Kaaskoek

Op welke manier is de Torah gegeven? Wat is er toen allemaal precies gebeurd? We weten dat er op dat belangrijke moment donder, bliksem en nog veel meer was. Voor meer informatie kijk in Shemot, hoofdstuk 19 waar de gebeurtenissen op aarde beschreven worden. 

Verder zijn we natuurlijk ook nieuwsgierig naar wat zich in de hemel afspeelde. Wie weet wat daar geschiedde? Of zijn de stenen tafelen zo maar naar beneden gekomen? Welnee!
Wanneer wij het over Shawoe’ot hebben, kunnen wij ons afvragen waar de heerlijke gewoonte vandaan komt om juist bij dit feest van kaaskoek en andere melkproducten te genieten en pas daarna een vleesmaaltijd te gebruiken.  

De Midrash, Tehilim 8, vertelt ons het volgende:

וכשעלה משה לקבלה פעם שניה, אמרו מלאכי השרת רבונו של עולם והלא אתמול עברו עליה, שכתבת בה לא יהיה לך אלהים אחרים (שמות כ ג). אמר להם הקב”ה בכל יום הייתם קטיגורין ביני לבין ישראל, לא אתם כשירדתם אצל אברהם אכלתם בשר בחלב, שנאמר ויקח חמאה וחלב ובן הבקר וגו’ ויאכלו (בראשית יח ח) ותינוק שלהם כשהוא בא מבית רבו, ואמו נותנת לו פת ובשר וגבינה לאכול, והוא אומר לה, היום למדני רבי, לא תבשל גדי בחלב אמו (שמות לד כו)! לא מצאו לו מענה. באותה שעה אמר הקב”ה למשה, כתב לך את הדברים האלה (שמות ל”ד כז), עד שאין להם מענה ותשובה

Toen Moshe naar boven ging om de tweede set stenen tafelen te ontvangen, spraken de dienstdoende engelen: “Meester van de wereld, is het niet zo dat het Joodse volk gisteren nog de Torah heeft overtreden door afgoden te dienen (het gouden kalf) terwijl er op de stenen tafelen staat: “Je zult geen andere goden hebben.”  

G-d zei tegen hen: “Iedere dag beschuldigen jullie het Joodse volk! Waren jullie het niet die, toen jullie naar beneden kwamen om Avraham te bezoeken, jullie toen vlees met melk hebben gegeten, zoals er staat (Bereeshiet 18-8): “En hij (Avraham) nam boter en melk en een kalf dat hij klaargemaakt had en hij gaf het hun en hij bediende hen en zij (de engelen) aten”.

En als één van hun kinderen (van het Joodse volk), uit school komt en zijn moeder geeft hem brood met vlees en kaas te eten, dan zegt hij tegen haar: “Vandaag heb ik geleerd van mijn leraar, kook het bokje niet in de melk van zijn moeder.” (Shemot 34 -26) De engelen konden geen antwoord vinden. Op dat moment zei G-d tegen Moshe (Shemot 34- 27): “Schrijf voor jezelf deze woorden op want zij (de engelen) hebben geen antwoord.”

Tot zo ver een vrije vertaling van de Midrash. 

Vlees en melk

Wat is hier precies gaande? De Midrash is een beetje moeilijk te begrijpen. Laten we samen kijken welke boodschap wij hierin kunnen ontdekken. Wat is er precies gebeurd in de hogere werelden toen G-d de Torah aan het Joodse volk wilde geven? De Midrash vertelt ons dat de engelen protesteerden. Zij wilden zelf de Torah krijgen en beweerden dat het Joodse volk het niet waard was, aangezien het volk het gouden kalf had aanbeden. Op dat moment schoot G-d het Joodse volk te hulp en begon Hij het te verdedigen.

Nu was het G-ds beurt om de engelen te beschuldigen. De engelen hadden namelijk ook de Torah voorschriften overtreden toen zij te gast waren bij Avraham onze aartsvader. Zij werden uitgenodigd om te eten en hebben toen melk en vlees gegeten. Verder vertelt G-d aan de engelen hoe een jongetje dat uit school komt weigert om melk en vlees te eten omdat er in de Torah staat dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken. Wat hier eigenlijk gebeurt is dat de engelen het Joodse volk beschuldigen van afgodsdienst, maar G-d verdedigt zijn geliefde volk door de engelen erop te attenderen dat zij zich niet aan de kashroet wetten hebben gehouden. De engelen hadden hier geen antwoord op. 

In hoofdstuk 34 van het boek Shemot staat er eerst dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken en precies één vers later staat er dat Moshe deze woorden moest opschrijven want dankzij deze woorden (namelijk het verbod van vlees met melk) heeft G-d een verbond met jou (Moshe) en het Joodse volk gesloten. Kijk maar:

Vers 26:

 לֹא־תְבַשֵּׁ֥ל גְּדִ֖י בַּחֲלֵ֥ב אִמּֽוֹ׃ 

Kook het bokje niet in de melk van zijn moeder. 

Vers 27:

 וַיֹּ֤אמֶר ה’ אֶל־מֹשֶׁ֔ה כְּתָב־לְךָ֖ אֶת־הַדְּבָרִ֣ים הָאֵ֑לֶּה כִּ֞י עַל־פִּ֣י ׀ הַדְּבָרִ֣ים הָאֵ֗לֶּה כָּרַ֧תִּי אִתְּךָ֛ בְּרִ֖ית וְאֶת־יִשְׂרָאֵֽל׃  

En G-d zei tegen Moshe schrijf deze woorden op want volgens deze woorden heb Ik met jou en met Israël een verbond gesloten. 

Wat blijkt? Hoe heeft G-d de Torah aan het Joodse volk kunnen geven? Wegens melk en vlees; wegens het feit dat de engelen niets meer te zeggen hadden omdat, ten eerste, zij zelf melk en vlees hadden geconsumeerd en, ten tweede, omdat het Joodse volk zich juist wel aan deze wetten houdt. 

Kosher

Dames en heren, de hele Torah is aan ons gegeven omdat G-d de mond van de engelen heeft weten te snoeren! Anders hadden de engelen de Torah ontvangen in plaats van wij. En waar ging het over? Het bekende verbod van het tegelijkertijd eten van melk en vlees. 

Maar hebben de engelen inderdaad niet kosher gegeten? Was het niet zo dat Avraham een kalf ging halen en zijn dienaar vroeg om het klaar te maken? Hoe lang duurt dat wel, het slachten, zouten en spoelen en vervolgens koken? En dus gaf Avraham zijn gasten eerst wat melkgerechten als aperitief en zodra het vlees klaar was – toch minstens een uur later – heeft hij hun het hoofdgerecht voorgeschoteld. Niets aan de hand dus! Waarom beschuldigt G-d de engelen er dan van dat zij tegelijkertijd melk en vlees hebben gegeten, terwijl zij na het eten van de melkproducten lang moesten wachten tot het vlees verorberd kon worden?

De Joodse wet legt het uit. Als je vlees eet moet je zes uur wachten voordat je melk mag consumeren. Heb je melkproducten gegeten dan mag je meteen daarna vlees eten, mits je handen schoon zijn en je je mond schoonmaakt. Nu is het de gewoonte om na melkproducten toch een uur te wachten alvorens men vlees eet. Waarom het verschil? Na vlees zes uur en na melk maar één uur? 

Maimonides stelt dat het vlees nog uren tussen je tanden kan blijven zitten en de ‘Toer’ verklaart dat de smaak van vlees nog heel lang in je mond blijft. Vandaar dat het noodzakelijk is om zes uur te wachten. Melkproducten verdwijnen veel makkelijker en sneller uit je mond waardoor je al één uur na het eten van melkproducten, vlees kan eten. 

Dit is één uitleg voor het wachten van zes uur na een vleesmaaltijd. Maar de Torah heeft oneindig veel verschillende lagen met uitleg. Laten we er daar nu nog één van ontdekken.

Chesed: geven en liefde

Melk is in deze wereld gekomen als de vertegenwoordiger van de eigenschap van Chesed: geven en liefde. Waarom wordt Chesed, liefde, geassocieerd met melk? 

Omdat melk wit en schoon is en geven een schone zaak is. Omdat melk vloeibaar is en zich grenzeloos verspreidt tenzij het door de wanden van bijvoorbeeld een kommetje tegengehouden wordt. Die begrenzing komt dan van het kommetje en niet van de melk zelf. Liefde straalt ook naar alle kanten toe. Omdat als de moeder melk geeft aan haar kind, ze daarna niet minder melk heeft. Integendeel, hoe meer ze zoogt, hoe meer melk ze produceert. Zo zijn liefde en geven sterk met elkaar verbonden, want als je van iemand houdt en veel aan hem geeft, dan krijg je er nog meer voor terug.  

Daarentegen vertegenwoordigt vlees de eigenschap van Gewoera: begrenzing, strengheid en discipline. Dit is de mogelijkheid om nee te zeggen en te weigeren. Vlees is vast en stevig, begrensd en gelimiteerd; tot daar en niet verder. Gelijk een stuk vlees een bepaalde maat heeft en zich niet zoals melk verspreidt, zo ook vertegenwoordigen strengheid en discipline het feit dat men zaken kan begrenzen, controleren en aansturen.

Chesed (vrijgevigheid) en Gewoera (grenzen stellen) zijn twee tegenovergestelde aspecten die allebei noodzakelijke ingrediënten zijn in een gezonde relatie. Liefde en geven zijn fantastisch, maar laat het niet uit de hand lopen. Als jouw liefde geen grenzen kent, dan vloeit jouw persoonlijkheid over in de ander en raak je jezelf kwijt. Je verliest hierdoor je eigen identiteit. Zelf besta je dan niet meer waardoor je dus ook niemand lief kunt hebben. Want hoe kun je een ander lief hebben terwijl je zelf niet weet wie je bent. Als je zelf onzeker bent dan is dat geen geschikt moment om aan een relatie te beginnen. Discipline en grenzen zorgen ervoor dat iedere persoon zichzelf kan zijn en blijven. Zo behoud je je onafhankelijkheid en waardigheid. 

De Kotsker Rebbe verwoordt het als volgt: 

“Als ik, ik ben 
omdat jij, jij bent,
en jij bent jij
omdat ik, ik ben,
dan ben ik niet ik
en jij bent niet jij.  

Maar als ik, ik ben
omdat ik, ik ben,     
en jij bent jij
omdat jij, jij bent,
dan ben ik, ik en jij, jij.”

Grenzen

Met andere woorden: om een gezonde relatie te hebben moeten er grenzen zijn. Iedereen behoudt zijn eigen identiteit en respect en gunt de ander zijn ruimte en privacy. Zo kan de tweede persoon zichzelf, op zijn eigen manier, ontwikkelen. Als twee mensen weten wie zij zijn, los van elkaar, dan pas kunnen ze een relatie beginnen. Verschillen en grenzen zijn noodzakelijk zodat de liefde kan groeien en gedijen. 

Maar let op! Hoewel liefde en grenzen beiden noodzakelijk zijn, toch moet liefde altijd de overhand houden. De grenzen en de strengheid zijn alleen maar aanwezig om de liefde in goede banen te leiden en te kanaliseren. Geef je les in een klas, gebruik dan discipline om te voorkomen dat je les een chaotische vertoning wordt, maar zorg er vooral voor dat je heel lief en aardig bent tegen je leerlingen. Als je straf uitdeelt aan je kinderen omdat je boos en geïrriteerd bent, dan is dat geen discipline die de liefde van dienst is, maar strengheid om jezelf de illusie te geven dat de leerlingen jou respecteren.  

Nu terug naar de Joodse wet: 

Wat gebeurt er als in de keuken vlees en melk wel met elkaar vermengd worden? De Talmoed geeft verheldering: als heet vlees in hete melk valt of hete melk in heet vlees dan zijn allebei verboden. Als ze allebei koud zijn dan kun je ze weer uit elkaar halen en consumeren. Waarom? Omdat, als eten koud is, verspreidt  en vermengt de smaak van het ene voedsel zich niet met het andere voedsel. Elk voedsel behoudt zijn eigen smaak. Maar op het moment dat het heet wordt, dan gaat de smaak van het ene voedsel over naar het andere. Dit is wetenschappelijk heel simpel te verklaren: bij hitte openen de moleculen zich en absorberen ze alles waar ze mee in aanraking komen. 

Heet en koud

Maar we zijn er nog niet want nu komt één van de duizenden Talmoedische hersenkrakers: Wat te doen als het ene heet is en het andere koud? 

Let op! Bijvoorbeeld een pan hete melk waar een koud stuk vlees in valt. Wat zeggen we dan? Dat allebei heet zijn geworden of dat allebei als koud worden beschouwd? Verwarmt de hete melk uit de pan het koude stuk vlees dat erin is gevallen? Of verkoelt het koude vlees de hete melk die al in de pan zat?  

Of omgekeerd: een pan met heet vlees waar een koud stuk kaas in valt. Verwarmt het hete vlees dat al in de pan ligt het koude stuk kaas dat erin valt waardoor alles als heet wordt beschouwd en dus verboden wordt om te eten? Of zeggen we dat het koude stuk kaas het hete vlees in de pan afkoelt waardoor al het eten nu als koud wordt beschouwd en dus toegestaan is mits het vlees en de melk gescheiden worden? 

Tot nu toe hebben we het gehad over heet eten in de pan, waar koud voedsel in valt. Het kan ook zijn dat het eten in de pan koud is en wat erin valt heet is. Een koude melk waar een heet stuk vlees in valt of een koud vleesgerecht in een pan waar een stuk hete kaas in valt. De vraag blijft hetzelfde. Verkoelt wat in de pan of schaal ligt hetgeen dat erin valt, of verwarmt hetgeen dat erin valt wat er al in lag? Met andere woorden, wat heeft de overhand? Het onderste dat al in de bakpan of schaal ligt of het bovenste dat erin valt? 

Rav en Shmuel

De Talmoed presenteert over dit vraagstuk een meningsverschil tussen Rav en Shmuel: 

Rav zegt dat het hoogste – dus dat wil zeggen datgene wat erin valt – overheerst. Als het voedsel wat erin valt heet is, dan verhit het het koude eten dat al in de pan lag en is alles verboden. En als datgene wat erin valt koud is, dan heeft dat de overhand; het koelt af wat al in de pan zat en beiden zijn toegestaan mits ze gescheiden worden.  

Shmuel is een andere mening toegedaan. Hij stelt dat het onderste de overhand heeft. Als het eten dat al in de pan is, heet is, dan maakt dat, dat wat erin valt ook heet is en dan is alles verboden om te eten. Als dat wat in de pan ligt koud is dan maakt het ook koud dat wat erin valt en is alles toegestaan. Wat onderaan ligt is bepalend. 

De wet volgt de tweede mening, die van Shmuel: het onderste heeft altijd de overhand

Vandaar dat we eerst melkproducten eten en vervolgens vlees en maar één uur ertussen wachten. Melk dat liefde vertegenwoordigt ligt dan al onderin, in onze maag en heeft daardoor de overhand. Wij absorberen in eerste instantie het concept van liefde. Dat kan omdat dat dan de overhand heeft over het vlees, de strengheid die wij pas daarna tot ons nemen. Op dat moment heeft de liefde de nadruk omdat het als eerste is gegeten. Vandaar dat een uurtje wachten voldoende is. 

Bewezen

Heb je al vlees, strengheid in je systeem – het ligt dus onderaan, gooi er dan geen melk overheen want dan zal de strengheid over de liefde heersen en dat is niet kosher. Wacht dan zes uur. Dat is de tijd die noodzakelijk is voor het vlees om helemaal uit je systeem te verdwijnen. Pas na die zes uur kunnen de melkproducten veilig naar binnen zonder door de strengheid overheerst te worden. 

De engelen hadden inderdaad bij Avraham eerst melkproducten gegeten en vervolgens vlees genuttigd. Prima zegt G-d tegen hen. Dat betekent dat jullie het eens zijn met de mening van Shmuel. Want melk, vrijgevigheid moet sowieso de overhand hebben en als jullie eerst melk hebben gegeten dan vinden jullie dat wat onderaan ligt de overhand heeft. Jullie gaan akkoord met  Shmuel, met het feit dat het onderste in de pan de overhand heeft en dus geef ik Mijn Torah aan de onderste wereld. Kennelijk, lieve Engelen vinden jullie dat de laagste wereld, de fysieke wereld waar jij en ik in leven de overhand hoort te krijgen en het belangrijkste is. Hoewel deze lage wereld vol is met allerlei ongewilde en ongunstige zaken, toch is het hier beneden waar de Torah de hoofdrol speelt. Daar waren de engelen het kennelijk mee eens, want hadden ze niet bij Avraham eerst melkproducten gegeten en vervolgens vlees? Zij hadden daardoor bewezen dat het onderste bepalend is.

Willen ze de Torah in de hemel houden, dan vinden ze kennelijk dat de hogere werelden de overhand horen te hebben. Dan hadden zij, toen zij op bezoek waren bij Avraham, eerst vlees en vervolgens melk moeten eten. Dit hebben ze echter niet gedaan en daarmee hebben ze bewezen dat de lagere wereld zegeviert en de Torah in hun hoge wereld geen nut heeft. 

Daarom moest Moshe de wet van vlees en melk opschrijven. Deze regel is het bewijs dat de Torah in deze lagere wereld hoort en niet daarboven bij de engelen. Door eerst melk te consumeren hebben de engelen bewezen dat het onderste de overhand heeft omdat melk liefde vertegenwoordigt en liefde hoort de nadruk te krijgen. 

Hemels gesprek

En dat vieren wij met Shawoe’ot door speciaal een melkmaaltijd te nuttigen en pas daarna een vleesmaaltijd. Het is een herinnering aan een hemels gesprek. Daarmee bewijzen wij dat het doel van de schepping hier beneden ligt. Wij bevestigen hiermee dat G-d van ons houdt en Zijn meest dierbare geschenk, de Torah, juist aan ons heeft gegeven. De Torah hoort bij de mensen hier op aarde, met al onze begeertes en onze gedachtes die niet altijd even zuiver zijn en onze kleine en grote fouten. De hogere spirituele en engelachtige werelden interesseren G-d niet. Hij verheugt zich als het ons af en toe lukt om in deze duistere wereld een vonkje aan te steken, een lichtje te laten branden door bijvoorbeeld iemand te helpen, hem wat te geven of door hem simpelweg toe te lachen. 

Dank je wel, G-d, dat Jij ons de Torah hebt gegeven, bedankt voor de voorkeursbehandeling die Jij ons gegeven hebt. Laten we dit prachtige cadeau dagelijks koesteren en gebruiken om ons leven mooier en rustiger te maken en vol met eeuwige normen en waarden te vullen. Elk jaar wordt de Torah aan mij en aan jou opnieuw geschonken. Het is aan ons om dit hemels geschenk, dat juist hier beneden hoort, met vreugde en diepgang te aanvaarden. 

Shabbat Shalom en Chag Sameach! 

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl 

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Opmaak door Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah van der Heiden.

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Welke positie je ook hebt, weet waar je talenten vandaan komen opdat je bescheiden blijft en niet op anderen neerkijkt. Respecteer je medemens, oordeel hem ten goede en deel je bezittingen!

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

De Talmoed vertelt ons het volgende verhaal {Shabbat 127 b}: Op een dag ging een man uit het noorden van Israël naar het zuiden om drie jaar lang daar te werken. Aan het einde van deze periode, de dag voor Yom Kipoer, zei hij tegen zijn werkgever: ”Geef mij mijn salaris en ik zal huiswaarts keren om mijn vrouw en kinderen te eten te geven.”

De werkgever zei tegen hem: “Ik heb geen geld om jou te betalen”.
-“Geef mij dan maar fruit.” zei de werknemer.
-“Ik heb geen fruit.”
-“Geef mij dan maar land.”
-“Ik heb geen land.”
-“Geef mij dieren.”
-“Ik heb geen dieren.”
-“Geef mij kussens en dekens.”
-“Ik heb geen kussens en dekens.”

De man hing zijn gereedschap over zijn schouders en ging teleurgesteld naar huis.
Na de feestdagen reisde de werkgever naar het noorden waar zijn werknemer woonde met het salaris en drie ezels. De eerste ezel was volgeladen met voedsel, de tweede met drinken en de derde met lekkernijen. Samen hebben ze gegeten en gedronken en de werkgever heeft het salaris uitbetaald. Daarna vroeg de werkgever: “Toen je mij om jouw salaris vroeg en ik je zei dat ik geen geld had, waar heb je mij toen van verdacht?”

Verdacht

 -“Ik dacht”, zei de werknemer, “dat jij voor een aantrekkelijke prijs goederen had ingekocht en jij al je geld had geïnvesteerd”.
-“En toen jij zei: “Geef mij dieren” en ik zei: “Ik heb geen dieren”, waar heb je mij toen van verdacht?”
-“Ik dacht dat de dieren misschien aan anderen verhuurd waren.”

De werkgever vroeg: “Toen je tegen mij zei: “geef mij land” en ik zei: “ik heb geen land”, waar heb je mij van verdacht?”
– Ik dacht: “Misschien is het land aan anderen verhuurd.”
-“En toen ik zei dat ik geen vruchten had, waar heb je mij van verdacht?“
-“Ik dacht dat je misschien de tiende (10% die men van zijn oogst opzij moest zetten alvorens men er gebruik van kon maken) er nog niet van afgetrokken had.”
-“En toen ik zei dat ik geen kussens en dekens had, waar heb je mij van verdacht?“
– “Ik dacht: “Misschien heeft hij al zijn bezittingen aan de tempel beloofd”.

De werkgever zei: “Ik zweer je dat dit precies is wat er gebeurd is. Ik had al mijn bezittingen aan de tempel beloofd vanwege Hurkanus mijn zoon die geen Torah leerde. Toen ik bij mijn vrienden in het zuiden kwam hebben ze mij van mijn belofte vrijgemaakt”. De werkgever zei: “En net zoals je mij positief beoordeeld hebt, zal G-d jou positief berechten”.

Tot zover het verhaal uit de Talmoed.

Elke situatie kan op een positieve of negatieve manier geïnterpreteerd worden. Hoe je over anderen denkt zegt eigenlijk meer over jezelf dan over de persoon die je beoordeelt. Als je lekker in je vel zit, je eigen leven  op een positieve manier bekijkt en ruim denkt, dan zal je deze houding ook bij anderen kunnen toepassen. Hoe je zelf in het leven staat bepaalt hoe je naar anderen kijkt.

Oordeel niet

De Torah zit vol met verhalen, geboden en verboden, maar nog voordat je de Torah rol überhaupt opent en eruit gaat leren, kun je al inzicht krijgen welke houding een mens aan moet nemen. Alleen al de plaats op aarde waar de Torah gegeven werd, bevat een waardevolle les. De Sinaï, een simpele lage berg in een woestijn, bleek de meest ideale plek in de wereld te zijn om een gigantische levensles aan de mensheid door te geven.

G-d koos de Sinaï om daar de Torah op te geven, maar eigenlijk is deze berg helemaal niet zo bijzonder, integendeel. De Midrash vertelt ons hoe de bergen met elkaar concurreerden omdat elke berg wilde dat de Torah op hem gegeven zou worden. Elke berg liet zien waarom hij meer geschikt was dan de ander. Alleen de berg Sinaï deed niet mee aan deze discussie omdat hij van mening was dat hij geen kans maakte. Het was een lage berg waar maar weinig op groeide.

Toch had G-d een hele goede reden om juist deze lage kale berg te kiezen. Het was om aan te tonen hoe belangrijk het is om bescheiden te zijn. Een bescheiden persoon is niet vol van zichzelf. Hij stelt zich nederig op en maakt daardoor ruimte voor een ander. Denk niet dat je het altijd beter weet of dat je beter bent. Oordeel niet.

Kijk bijvoorbeeld naar die man die met zijn kinderen de metro instapte. Iedereen zat rustig voor zich uit te staren of een krant te lezen maar de kinderen verstoorden de rust. Ze renden van de ene kant van de wagon naar de andere, maakten een hoop kabaal en vielen hun medepassagiers lastig. Tot overmaat van ramp zei de vader niets tegen de kinderen. Hij liet ze hun gang gaan en leek niet eens hun wangedrag te bemerken. De irritatie bij de medepassagiers escaleerde en uiteindelijk vroeg iemand aan de papa of hij misschien zijn kindjes tot de orde kon brengen. De man keek op, realiseerde zich wat er gaande was en zei: “Oh ja, je hebt gelijk. Ik moet hier wel iets aan doen. We komen net terug uit het ziekenhuis waar hun moeder een uur geleden overleden is. Ik weet niet zo goed wat ik hiervan moet denken of hoe ik mijn kinderen kan helpen om dit te verwerken…”.

Als een mens bescheiden is dan beoordeelt hij een ander positief. Hij maakt ruimte voor zijn medemens en voor G-d. Niet dat G-d ruimte nodig heeft, maar als wij Hem willen tegenkomen in ons leven, dan is het natuurlijk wel handig om ruimte voor Hem te maken, anders is Hij er wel, maar laat hij zich niet manifesteren.

Bechoekotai

In Parashat Bechoekotai komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Hoe G-d ons zegent wanneer wij ons aan Zijn geboden houden.
  2. De meest vreselijke vloeken wanneer wij de geboden overtreden.
  3. Hoe je de geldwaarde van een mens kan uitrekenen als je dat bedrag aan de tempel wenst te doneren.
  4. Hoe je een dier aan de tempel kan doneren.
  5. Hoe je je huis of veld of de waarde ervan aan de tempel kunt schenken.
  6. Het geven van 10% van je oogst en één dier op de tien aan de priesters.

Na de vloeken (2), worden de donaties aan de tempel (3) besproken. Men kon bijvoorbeeld een gift geven in de vorm van de waarde van een mens. Maar hoe reken je de waarde van een mens uit? Dit werd uitgerekend aan de hand van de leeftijd en ook of het om een man of een vrouw ging. De bedragen vertegenwoordigden natuurlijk niet de werkelijke onschatbare waarde van een persoon, maar waren zuiver een symbolisch bedrag om een bepaalde som geld te kunnen geven.

Als een man, tussen de 20 en 60 jaar was, kon hij zijn eigen waarde aan de tempel geven door 50 zilveren Shekalim te betalen. Voor een jongen van 5 jaar gold een donatie van 20 Shekel en voor een jongen van 1 jaar, 5 Shekel. Of hij nou voorzitter van een multinationaal bedrijf was of een straatveger, voor de tempel was zijn waarde gelijk. Zijn rijkdom noch zijn prestaties waren in dit geval van belang.

Waardevolle lessen

Niet alleen schuilen er waardevolle lessen in de verhalen en wetten van de Torah, maar zelfs in de volgorde waarin deze in de Torah besproken worden zit er een eeuwige boodschap. Nu kunnen we de vraag stellen waarom de geldwaarde van een mens behandeld wordt meteen nadat alle vloeken worden opgenoemd?

De Torah geeft hiermee een signaal af: Wil je je beschermen tegen allerlei misères en ziektes? Wees het vóór en besteed dan een deel van je geld aan de tempel of aan een ander hemels doel in plaats van aan een dokter of ziekenhuis.

Bij het bepalen van de waarde van mannen, vrouwen en kinderen worden de volgende bedragen genoemd: 50, 30, 20, 10, 5, 3, 15 en 10 Shekel. De Baal Hatoerim merkt op dat het totaal van deze bedragen 143 is. En dat is precies het aantal vloeken in de Torah voor het niet volgen van de geboden waarvan er 45 in onze Parasha Bechoekotai staan en 98 in Kie Tawo (Dewariem). Geld geven is kennelijk dé bescherming tegen allerlei narigheden.

De Kotsker Rebbe leert ons een andere les. Waarom wordt de waarde van een mens berekend meteen na het opnoemen van alle vloeken, vervolgingen, ziektes en ellende? Daarin ligt het geheim van de overleving van het Joodse volk. Keer op keer zijn we verdreven, vervolgd en vernietigd. Maar op de één of andere manier hebben wij allemaal onze onschatbare waarde weten te koesteren en te bewaren. Waar halen wij de kracht vandaan? Elk ander volk dat onder gelijke omstandigheden heeft geleefd is van de kaart verdwenen. Hoe verklaren wij ons voortbestaan? Eeuw in, eeuw uit? Het antwoord ligt in deze parasha. Na de meest gruwelijke ellende vertelt de Torah ons dat elk mens waarde heeft. Het is niet de vijand en zijn gebrek aan respect die onze waarde bepaalt, maar Diegene die ons gemaakt en gevormd heeft.

Ook in de 21ste eeuw nemen wij deze opdracht mee. Ook al leef je niet in een oorlogsgebied, dan toch kun je deze boodschap ter harte nemen. Velen van ons voelen zich vanbinnen verwoest. Misschien zijn we misbruikt of hebben wij een enorm verlies geleden. Maar wij mensen hebben een bepaalde vaste waarde die onafhankelijk is van wat er met ons gebeurd is. En die waarde kan een bijdrage leveren aan het meest heilige plan van de wereld dat door de tempel vertegenwoordigd wordt. Hoe zwaar jouw leven was of is, jouw menselijke waarde blijft hetzelfde.

Geld geven

Tsedakah-busje mét molen in Jeruzalem

En hoe krijg je jezelf zover om geld weg te geven? Wie motiveert je? Als je bescheiden bent en niet vindt dat alles jou per se toekomt, dan kun je ook makkelijk tsedaka geven, zoals onze werkgever in het eerste verhaal, die alles aan de tempel beloofd had. Je kunt zelfs, vertelt onze parasha, je eigen waarde aan de tempel geven.

Bescheidenheid leren wij van de plek waar de Torah gegeven is, namelijk een lage berg die Sinaï heet. Je zou je kunnen afvragen waarom G-d überhaupt een berg koos als Hij nederigheid zo wilde benadrukken. Waarom niet in ons platte kikkerlandje of nog beter in een dal of vallei?

De berg Sinaï geeft ons een bescheiden maar ook een krachtige les. De berg is wel noodzakelijk om ons te leren dat we ons niet moeten laten platwalsen door andere mensen die ons misschien uitlachen of zelfs vragen waarom we niet meedoen met de rest van de maatschappij. Waarom gedragen wij ons niet zoals ieder ander? Waarom gaan we niet gemengd zwemmen en op zaterdag gewoon boodschappen doen? Dat zou toch allemaal veel handiger en simpeler zijn? Waarom gedragen wij ons anders, vragen onze buren zich af.

We laten onszelf de grond niet inboren. Enerzijds weten wij wat we waard zijn. Anderzijds passen wij de “Moshe Rabeenoe” regel toe. Over hem is namelijk bekend dat hij de meest bescheiden man op aarde was. De Torah in Bamidbar (12-3) getuigt hiervan:

“xוהאיש משה ענו מאד מכל האדם אשר על פני האדמה”

“En de man Moshe, was zeer bescheiden, meer dan ieder mens op aarde.” 

Prestatie

Hoe heeft hij dat klaargespeeld? Was hij niet trots op zichzelf? Besefte hij niet welke vooraanstaande rol hij in zijn generatie speelde en in wezen in de hele geschiedenis? Wij zijn inmiddels meer dan 3000 jaar verder en iedereen weet nog steeds wie Mozes was. Hij werd door G-d gekozen om het Joodse volk uit Egypte te bevrijden! Hij heeft de Torah hoogstpersoonlijk in ontvangst genomen! Hij heeft het Joodse volk 40 jaar door de woestijn geleid. Dit was misschien wel zijn grootste prestatie! Je zou toch maar drie miljoen Joden met je mee op reis nemen. U kent toch het gesprek tussen de Amerikaanse president en zijn Israëlische collega?

De president van de VS: “Ik heb het heel erg zwaar. Mijn land is gigantisch groot en ik moet hier leiding geven aan miljoenen inwoners”. “Oh”, zegt de Israëlische president, “dat is niets. Ik moet een land besturen die uit miljoenen presidenten bestaat!”

Moshe Rabeenoe had de hoogste positie ooit. Het ging zelfs zo ver dat de Torah getuigt van het feit dat het Joodse volk in G-d geloofde én in Moshe, Zijn dienaar (zie Shemot 14-31). Toch wist Moshe zich bescheiden op te stellen. Hij was er namelijk van overtuigd dat, als andere mensen op aarde zijn gaven en mogelijkheden zouden hebben gehad, zij beter zouden hebben gepresteerd dan hij.

Dat is de berg Sinaï. Het is een berg, hij is een beetje hoog en hij heeft kracht. We weten wat we waard zijn. We zijn ons ervan bewust dat wij een unieke bijdrage kunnen en horen te leveren aan de maatschappij. We laten ons niet door vijanden intimideren. Spotters en belagers worden genegeerd. Tegelijkertijd weten wij dat onze talenten en begaafdheden door G-d aan ons geschonken zijn. We zijn er blij mee en dankbaar voor dat we ze ten goede mogen gebruiken. Zo zorgen wij ervoor dat we bescheiden blijven waardoor wij ruimte maken voor anderen. Het geven aan goede doelen wordt hierdoor een natuurlijke manier van leven net zoals het positief beoordelen van onze medemens. Een waardevolle les!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les Rav YY Jacobson

Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam en Devorah van der Heiden

www.chabadutrecht.nl

Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

Chanoeka 2020 terugkijken

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.