Categorie: Inspiratie

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Welke positie je ook hebt, weet waar je talenten vandaan komen opdat je bescheiden blijft en niet op anderen neerkijkt. Respecteer je medemens, oordeel hem ten goede en deel je bezittingen!

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

De Talmoed vertelt ons het volgende verhaal (Shabbat 127 b) : Op een dag ging een man uit het noorden van Israel naar het zuiden om drie jaar lang daar te werken. Aan het einde van deze periode, op de dag voor Yom Kipoer, zei hij tegen zijn werkgever: ”Geef mij mijn salaris en ik zal huiswaarts keren om mijn vrouw en kinderen te eten te geven.” 

De werkgever zei tegen hem: “Ik heb geen geld om jou te betalen”.
-“Geef mij dan maar fruit.” zei de werknemer.
-“Ik heb geen fruit.”
-“Geef mij dan maar land.”
-“Ik heb geen land.”
-“Geef mij dieren.”
-“Ik heb geen dieren.”
-“Geef mij kussens en dekens.”
-“Ik heb geen kussens en dekens.”

De man hing zijn gereedschap over zijn schouders en ging teleurgesteld naar huis.
Na de feestdagen reisde de werkgever naar het noorden waar zijn werknemer woonde met het salaris en drie ezels. De eerste ezel was volgeladen met voedsel, de tweede met drinken en de derde met lekkernijen. Samen hebben ze gegeten en gedronken en de werkgever heeft het salaris uitbetaald. Daarna vroeg de werkgever: “Toen je mij om jouw salaris vroeg en ik je zei dat ik geen geld had, waar heb je mij toen van verdacht?”

Verdacht

 -“Ik dacht”, zei de werknemer, “dat jij voor een aantrekkelijke prijs goederen had ingekocht en jij al je geld had geïnvesteerd”.
-“En toen jij zei: “Geef mij dieren” en ik zei: “Ik heb geen dieren”, waar heb je mij toen van verdacht?”
-“Ik dacht dat de dieren misschien aan anderen verhuurd waren.”

De werkgever vroeg: “Toen je tegen mij zei: “Geef mij land” en ik zei: “Ik heb geen land”, waar heb je mij van verdacht?”
– Ik dacht: “Misschien is het land aan anderen verhuurd.”
-“En toen ik zei dat ik geen vruchten had, waar heb je mij van verdacht?“
-“Ik dacht dat je misschien de tiende (10% die men van zijn oogst opzij moest zetten alvorens men er gebruik van kon maken) er nog niet van afgetrokken had.”
-“En toen ik zei dat ik geen kussens en dekens had, waar heb je mij van verdacht?“
– “Ik dacht: “Misschien heeft hij al zijn bezittingen aan de tempel beloofd”.

De werkgever zei: “Ik zweer je dat dit precies is wat er gebeurd is. Ik had al mijn bezittingen aan de tempel beloofd vanwege Hurkanus, mijn zoon, die geen Torah leerde. Toen ik bij mijn vrienden in het zuiden kwam hebben ze mij van mijn belofte vrijgemaakt”. De werkgever zei: “En net zoals je mij positief beoordeeld hebt, zal G-d jou positief berechten”.

Tot zover het verhaal uit de Talmoed.

Elke situatie kan op een positieve of negatieve manier geïnterpreteerd worden. Hoe je over anderen denkt zegt eigenlijk meer over jezelf dan over de persoon die je beoordeelt. Als je lekker in je vel zit, je eigen leven op een positieve manier bekijkt en ruim denkt, dan zal je deze houding ook bij anderen kunnen toepassen. Hoe je zelf in het leven staat bepaalt hoe je naar anderen kijkt.

Oordeel niet

De Torah zit vol met verhalen, geboden en verboden, maar nog voordat je de Torah rol überhaupt opent en eruit gaat leren, kun je al inzicht krijgen welke houding een mens aan moet nemen. Alleen al de plaats op aarde waar de Torah gegeven werd, bevat een waardevolle les. De Sinai, een simpele, lage berg in een woestijn, bleek de meest ideale plek in de wereld te zijn om een gigantische hoeveelheid levenslessen aan de mensheid te geven.

G-d koos de Sinai om daar de Torah op te geven, maar eigenlijk is deze berg helemaal niet zo bijzonder, integendeel. De Midrash vertelt ons hoe de bergen met elkaar concurreerden omdat elke berg wilde dat de Torah op hem gegeven zou worden. Elke berg liet zien waarom hij meer geschikt was dan de ander. Alleen de berg Sinai deed aan deze discussie niet mee omdat hij van mening was dat hij geen kans maakte. Het was een lage berg waar maar weinig op groeide.

Toch had G-d een hele goede reden om juist deze lage, kale berg te kiezen. Het was om aan te tonen hoe belangrijk het is om bescheiden te zijn. Een bescheiden persoon is niet vol van zichzelf. Hij stelt zich nederig op en maakt daardoor ruimte voor een ander. Denk niet dat je het altijd beter weet of dat je beter bent. Oordeel niet.

Kijk bijvoorbeeld naar die man die met zijn kinderen de metro instapte. Iedereen zat rustig voor zich uit te staren of een krant te lezen, maar de kinderen verstoorden de rust. Ze renden van de ene kant van de wagon naar de andere, maakten een hoop kabaal en vielen hun medepassagiers lastig. Tot overmaat van ramp zei de vader niets tegen zijn kinderen. Hij liet ze hun gang gaan en leek niet eens hun wangedrag te bemerken. De irritatie bij de medepassagiers escaleerde en uiteindelijk vroeg iemand aan de papa of hij misschien zijn kindjes tot de orde kon brengen. De man keek op, realiseerde zich wat er gaande was en zei: “Oh ja, je hebt gelijk. Ik moet hier wel iets aan doen. We komen net terug uit het ziekenhuis waar hun moeder een uur geleden overleden is. Ik weet niet zo goed wat ik hiervan moet denken of hoe ik mijn kinderen kan helpen om dit te verwerken…”.

Als een mens bescheiden is dan beoordeelt hij een ander positief. Hij maakt ruimte voor zijn medemens en voor G-d. Niet dat G-d ruimte nodig heeft, maar als wij Hem willen tegenkomen in ons leven, dan is het natuurlijk wel handig om ruimte voor Hem te maken, anders is Hij er wel, maar laat hij zich niet zien.

Bechoekotai

In Parashat Bechoekotai komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Hoe G-d ons zegent wanneer wij ons aan Zijn geboden houden.
  2. De meest vreselijke vloeken wanneer wij de geboden overtreden.
  3. Hoe je de geldwaarde van een mens kan uitrekenen als je dat bedrag aan de tempel wenst te doneren.
  4. Hoe je een dier aan de tempel kan doneren.
  5. Hoe je je huis of veld of de waarde ervan aan de tempel kunt schenken.
  6. Het geven van 10% van je oogst en één dier op de tien aan de priesters.

Na de vloeken (2), worden de donaties aan de tempel (3) besproken. Men kon bijvoorbeeld een gift geven in de vorm van de waarde van een mens. Maar hoe reken je de waarde van een mens uit? Dit werd uitgerekend aan de hand van de leeftijd en ook of het om een man of een vrouw ging. De bedragen vertegenwoordigden natuurlijk niet de werkelijke, onschatbare waarde van een persoon, maar waren zuiver een symbolisch bedrag om een bepaalde som geld te geven.

Als een man tussen de 20 en 60 jaar was, kon hij zijn eigen waarde aan de tempel geven door 50 zilveren Shekalim te betalen. Voor een jongen van 5 jaar gold een donatie van 20 Shekel en voor een jongen van 1 jaar, 5 Shekel. Of hij nou voorzitter van een multinationaal bedrijf was of een straatveger, voor de tempel was zijn waarde gelijk, noch zijn rijkdom noch zijn prestaties wogen in deze beslissing mee.

Waardevolle lessen

Niet alleen schuilen er waardevolle lessen in de verhalen en wetten van de Torah, maar zelfs in de volgorde waarin deze in de Torah besproken worden zit er een eeuwige boodschap. Nu kunnen we de vraag stellen waarom de geldwaarde van een mens behandeld wordt meteen nadat alle vloeken worden opgenoemd?

De Torah geeft hiermee een signaal af: Wil je je beschermen tegen allerlei misères en ziektes? Wees het vóór en besteed een deel van je geld aan de tempel of aan een ander goed doel in plaats van aan een dokter of ziekenhuis.

Bij het bepalen van de waarde van mannen, vrouwen en kinderen worden de volgende bedragen genoemd: 50, 30, 20, 10, 15, 10, 5 en 3 Shekel. De Ba’al Hatoerim merkt op dat het totaal van deze bedragen 143 is. En dat is precies het aantal vloeken in de Torah voor het niet volgen van de geboden waarvan er 45 in onze Parasha Bechoekotai staan en 98 in Kie Tawo (Dewariem). Geld geven is kennelijk dé bescherming tegen allerlei narigheden.

De Kotsker Rebbe leert ons een andere les. Waarom wordt de waarde van een mens berekend meteen na het opnoemen van alle vloeken, vervolgingen, ziektes en ellende? Daarin ligt het geheim van de overleving van het Joodse volk. Keer op keer zijn we verdreven, vervolgd en vernietigd. Maar op de één of andere manier hebben wij allemaal onze onschatbare waarde weten te koesteren en te bewaren. Waar halen wij de kracht vandaan? Elk ander volk dat onder gelijke omstandigheden heeft geleefd is van de kaart verdwenen. Hoe verklaren wij ons voortbestaan, eeuw in, eeuw uit? Het antwoord ligt in deze parasha. Na de meest gruwelijke ellende vertelt de Torah ons dat elk mens waarde heeft. Het is niet de vijand en zijn gebrek aan respect die onze waarde bepaalt, maar Diegene die ons gemaakt en gevormd heeft.

Ook in de 21ste eeuw kunnen wij deze boodschap ter harte nemen. Velen van ons voelen zich vanbinnen verwoest. Misschien zijn we misbruikt of hebben wij een enorm verlies geleden. Maar wij mensen hebben een bepaalde vaste waarde die onafhankelijk is van wat er met ons gebeurd is. En die waarde kan een bijdrage leveren aan het meest heilige plan van de wereld dat door de tempel vertegenwoordigd wordt. Hoe zwaar jouw leven was of is, jouw menselijke waarde blijft hetzelfde.

Geld geven

Tsedakah-busje mét molen in Jeruzalem

En hoe krijg je jezelf zover om geld weg te geven? Wie motiveert je? Als je bescheiden bent en niet vindt dat alles jou per se toekomt, dan kun je ook makkelijk tsedaka geven, zoals onze werkgever in het verhaal hierboven, die alles aan de tempel beloofd had. Je kunt zelfs, vertelt onze parasha, je eigen waarde aan de tempel geven.

Bescheidenheid leren wij van de plek waar de Torah gegeven is, namelijk een lage berg die Sinai heet. Je zou je kunnen afvragen waarom G-d überhaupt een berg koos als Hij nederigheid zo wilde benadrukken. Waarom niet in ons platte kikkerlandje of nog beter in een dal of vallei?

De berg Sinai geeft ons een bescheiden, maar ook een krachtige les. De berg is wel noodzakelijk om ons te leren dat we ons niet moeten laten platwalsen door andere mensen die ons misschien uitlachen of zelfs vragen waarom we niet meedoen met de rest van de maatschappij. Waarom gedragen wij ons niet zoals ieder ander? Waarom gaan we niet gemengd zwemmen en op zaterdag gewoon boodschappen doen? Dat zou toch allemaal veel handiger en simpeler zijn? Waarom gedragen wij ons anders, vragen onze buren zich af.

We laten onszelf de grond niet inboren. Enerzijds weten wij wat we waard zijn. Anderzijds passen wij de “Moshe Rabenoe” regel toe. Van hem is namelijk bekend dat hij de meest bescheiden man op aarde was. De Torah in Bamidbar (12-3) getuigt hiervan:

“והאיש משה ענו מאד מכל האדם אשר על פני האדמה”

“En de man Moshe, was zeer bescheiden, meer dan ieder mens op aarde.” 

Prestatie

Hoe heeft hij dat klaargespeeld? Was hij niet trots op zichzelf? Besefte hij niet welke vooraanstaande rol hij in zijn generatie speelde en in wezen in de hele geschiedenis? Wij zijn inmiddels meer dan 3000 jaar verder en iedereen weet nog steeds wie Moshe Rabenoe was. Hij werd door G-d gekozen om het Joodse volk uit Egypte te bevrijden! Hij heeft de Torah hoogstpersoonlijk in ontvangst genomen! Hij heeft het Joodse volk 40 jaar door de woestijn geleid. Dit was misschien wel zijn grootste prestatie! Je zou toch maar drie miljoen Joden met je mee op reis nemen. U kent toch het gesprek tussen de Amerikaanse president en zijn Israëlische collega?

De president van de VS: “Ik heb het heel erg zwaar. Mijn land is gigantisch groot en ik moet hier leiding geven aan miljoenen inwoners”. “Oh”, zegt de Israëlische president, “dat is niets. Ik moet een land besturen die uit miljoenen presidenten bestaat!”

Moshe Rabenoe had de hoogste positie ooit. Het ging zelfs zo ver dat de Torah getuigt van het feit dat het Joodse volk in G-d geloofde én in Moshe, Zijn dienaar (zie Shemot 14-31). Toch wist Moshe zich bescheiden op te stellen. Hij was er namelijk van overtuigd dat, als andere mensen op aarde zijn gaven en mogelijkheden zouden hebben gehad, zij beter zouden hebben gepresteerd dan hij.

Dat is precies de boodschap van de berg Sinai. Enerzijds is het een berg en dat wijst op hoogte, kracht en aanzien. Anderzijds is deze berg laag en dat vertegenwoordigt bescheidenheid. We weten wat we waard zijn. We hebben kracht en aanzien. We zijn ons ervan bewust dat wij een unieke bijdrage kunnen en horen te leveren aan de maatschappij. We laten ons niet door vijanden intimideren. Spotters en belagers worden genegeerd. Tegelijkertijd weten wij dat onze talenten en begaafdheden door G-d aan ons geschonken zijn. We zijn er blij mee en dankbaar voor dat we ze ten goede mogen gebruiken. Zo zorgen wij ervoor dat we bescheiden blijven waardoor wij ruimte maken voor anderen. Het geven aan goede doelen wordt hierdoor een natuurlijke manier van leven, net zoals het positief beoordelen van onze medemens. Een waardevolle les!

Bracha Heintz

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Gebaseerd op een les Rav YY Jacobson  

Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam en Devorah Verwoerd

www.chabadutrecht.nl

Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Èmor | Schouwspel in een gersteveld

Èmor | Schouwspel in een gersteveld

De mondelinge leer. Waarvoor dient zoveel uitleg en interpretatie? Waarom niet eenvoudig de tekst letterlijk aanvaarden? Er staat immers al zo veel – over oogsten en data, over het tellen van dagen en weken, over het verfijnen van wat nog onvolmaakt is. Toch is niet alles meteen helder; soms prikkelt het, soms lijkt het zelfs tegenstrijdig. Waarom al die nuances, waarom dat subtiele en mysterieuze? Juist in de woorden die zich niet direct prijsgeven, liggen diepere lagen verborgen. Misschien ligt daar wel de ware uitnodiging van de Torah: niet alleen de tekst letterlijk te lezen, maar te doorgronden wat erin besloten ligt.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

 14 Niesan, in de middag – de dag waarop het Pesachoffer werd gebracht. Op diezelfde dag zond het Hooggerechtshof, dat zetelde in de Beit Hamikdash in Jerushalayim, drie afgevaardigden naar een gersteveld vlak buiten de stad. Daar bonden zij de vochtige gerst samen, terwijl deze nog met de aarde verbonden bleef.

15 Niesan, in de avond – de eerste avond van Pesach, waarop het Pesachoffer werd gegeten.

16 Niesan, in de avond – de avond waarop men in groten getale naar het gersteveld trok, samen met de drie afgevaardigden die daar ook op 14 Niesan waren geweest. Ieder van hen droeg een zeis en een mand en richtte zich tot de menigte:

“Is de zon onder?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is de zon onder?”
“Ja.”
“Is de zon onder?”
“Ja.”

Vervolgens vroegen zij:
“Is dit een zeis?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is dit een zeis?”
“Ja.”
“Is dit een zeis?”
“Ja.”

Daarna:
“Is dit een mand?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is dit een mand?”
“Ja.”
“Is dit een mand?”
“Ja.”

En indien het Shabbat was, vroeg het drietal:
“Is het vandaag Shabbat?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja.”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja.”

En ten slotte:
“Zal ik oogsten?”
En de toeschouwers antwoordden: “Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”

Tafereel en toneel

Wat een indrukwekkend tafereel. Wat een schouwspel. Wat speelde zich hier af?

De aanwezigheid van zovelen en het driemaal herhalen van elke vraag dienden om de aandacht te vestigen en te onderstrepen dat alles nauwgezet werd uitgevoerd volgens de voorschriften van de Torah, en in het bijzonder volgens de mondelinge leer. Want, geachte lezer, de Torah kent twee onafscheidelijke delen. Het ene deel is de schriftelijke leer, de Tenach, waarvan de vijf boeken van Moshe woord voor woord aan hem door G-d zijn gedicteerd en de overige geschriften die met G-ddelijke inspiratie zijn opgetekend. Het andere deel is de mondelinge leer, die G’d aan Moshe als toelichting op de schriftelijke leer op de berg Sinai heeft overgeleverd.

Pas ongeveer 1500 jaar na het geven van de Torah werd de mondelinge leer, de Mishna, door Rabbi Yehuda Hanasi op schrift gesteld, in het jaar 189 van de gewone jaartelling. Zij werd samengesteld op basis van aantekeningen van verschillende geleerden. Het vastleggen van de mondelinge leer werd toen noodzakelijk geacht, omdat men vreesde dat deze kennis door de ballingschap niet langer nauwkeurig van generatie op generatie zou worden overgeleverd.

De schriftelijke en mondelinge leer zijn dikke maatjes; zij kunnen niet zonder elkaar bestaan. Enerzijds kan het schriftelijke deel van de Torah zonder toelichting niet volledig worden begrepen of uitgevoerd. Anderzijds is de gehele mondelinge leer gegrond in het schriftelijke gedeelte. Enkele voorbeelden zullen dit verduidelijken.

In de schriftelijke leer in Wajikra, 16: 29 en 31 staat:

:בַּחֹ֣דֶשׁ הַ֠שְּׁבִיעִי בֶּֽעָשׂ֨וֹר לַחֹ֜דֶשׁ תְּעַנּ֣וּ אֶת־נַפְשֹֽׁתֵיכֶ֗ם

In de zevende maand, op de tiende van de maand zullen jullie jezelf kwellen. (vers A)

שַׁבַּ֨ת שַׁבָּת֥וֹן הִיא֙ לָכֶ֔ם וְעִנִּיתֶ֖ם אֶת־נַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם חֻקַּ֖ת עוֹלָֽם׃

Het is voor jullie een Shabbat stopdag en jullie zullen jezelf kwellen, een eeuwige wet. (vers B)

De tiende dag van de zevende maand is Yom Kipoer, Grote Verzoendag en de Torah vertelt ons om ons te kwellen. Maar nergens staat er in de schriftelijke leer wat het kwellen inhoudt. Misschien moeten we op een spijkerbed gaan liggen of op een mierennest gaan zitten. Toch weet iedereen dat Yom Kipoer een vastendag is. Maar waar komt deze kennis vandaan? Uit de mondelinge leer.

Nog een voorbeeld uit Dewariem, 12:21:

:וְזָבַחְתָּ֞ מִבְּקָרְךָ֣ וּמִצֹּֽאנְךָ֗ אֲשֶׁ֨ר נָתַ֤ן ה לְךָ֔ כַּאֲשֶׁ֖ר צִוִּיתִ֑ךָ

…en je zult je rund- en kleinvee die G-d jou gegeven heeft slachten zoals ik jou geboden heb… (vers C)

Maar waar wordt er geboden hoe je moet slachten? Nergens in de schriftelijke leer staat hier iets over! Rashi helpt ons met zijn uitleg over dit vers. Hij vertelt ons dat de slachtwetten aan Moshe Rabenoe op de berg Sinai werden verteld.

Compensatie

En dan het bekende voorbeeld in Shemot, 21:24:

:עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן שֵׁ֖ן תַּ֣חַת שֵׁ֑ן יָ֚ד תַּ֣חַת יָ֔ד רֶ֖גֶל תַּ֥חַת רָֽגֶל

Oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.

De letterlijke betekenis van dit vers zou zijn dat als Reuven letsel toebrengt aan het oog van Shimon, er een oog bij Reuven verwond zou moeten worden. Zijn deze gruwelijke praktijken wel Joods? Nee, natuurlijk niet. Het is nooit voorgekomen dat een Joods gerechtshof een dergelijke uitspraak gedaan heeft. De mondelinge leer schiet ons te hulp. Iemand die een lichaamsdeel van een ander beschadigt, moet hem financieel compenseren. Hij moet hem vergoeden voor wat hij nu minder waard is door het ontbreken van het beschadigde lichaamsdeel. Dat is compensatie nummer één. Er zijn in totaal 5 financiële vergoedingen:

1. voor het ontbreken van het beschadigde lichaamsdeel
2. voor alle medische uitgaven
3. voor het gemiste salaris tot aan herstel
4. voor de pijn
5. voor de schaamte

Het kan ook niet anders. Wat immers als Reuven reeds aan één oog blind was? Wanneer ook zijn tweede oog verwond zou worden, zou hij volledig blind raken. Wie kan bovendien garanderen dat men in staat is exact hetzelfde letsel toe te brengen? Stel dat iemands oog voor een derde wordt beschadigd, hoe zorgt men ervoor dat de wond precies gelijk is? Misschien valt de schade groter uit, of juist geringer. Daarbij komt dat de betrokkene door het letsel ernstig ziek kan worden, of zelfs kan overlijden, bijvoorbeeld ten gevolge van een infectie. Er staat “oog om oog” en niet “oog om leven”. In de Talmoed worden hieraan twee bladzijden gewijd, waarin maar liefst tien verschillende redenen worden opgesomd waarom “oog om oog” niet letterlijk kan worden opgevat.

Nu wij dit weten, rijst nog een vraag: als er vijf vormen van financiële vergoeding verschuldigd zijn, waarom wordt dit dan niet duidelijk en expliciet in de Torah vermeld? De formulering “oog om oog” lijkt immers vatbaar voor misverstand.

Juist daarin ligt echter een diepere bedoeling besloten. De Torah laat ons op subtiele wijze verstaan dat een dader, zelfs wanneer hij alle vijf vormen van vergoeding betaalt, het in wezen nog steeds niets heeft rechtgezet. Een mens en zijn ledematen zijn immers niet te koop. Anders zou men kunnen denken dat men zonder aarzeling een ander kan slaan, verwonden of zelfs verminken, zolang men achteraf maar betaalt. Een vermogend persoon zou dan onbezorgd kunnen toeslaan en het vervolgens met geld kunnen aflossen.

“Welnee,” leert de Torah ons. “Heb jij het oog van je medemens beschadigd, dan zou in wezen jouw eigen oog diezelfde beschadiging moeten ondergaan.” “Oog om oog.” In de praktijk echter zal de rechtbank de dader slechts tot financiële compensatie verplichten.

De Torah is niet uitsluitend een wetboek. Elke zin en zelfs elk woord en letter heeft vele betekenissen. Wanneer alleen de wet van geldcompensatie in de Torah had gestaan, dan hadden we alle andere verborgen lagen niet kunnen ontdekken.

Natuurlijk baseert de mondelinge leer zich op het schriftelijke deel. Er staat namelijk helemaal niet oog om oog, maar עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן (ajien tachat ajien), oog onder oog. Wanneer men de letters van het woord עַיִן, oog, neemt en telkens de daaropvolgende letter in het alfabet kiest, ontstaat het volgende:

Na de עַ֚ Ajien komt de פ, Pee.
Na de יִ Joed komt de כ Kaf. 
Na de ן Noen komt de ס Samech.

Wanneer dezenieuwe letters tot een woord samengevoegd worden, vormen zij het woord כסף, kesef, dat “geld” betekent, oftewel financiële compensatie. Zo laat de Torah in dit vers doorschemeren, via de mondelinge leer, dat enerzijds geldelijke vergoeding wordt bedoeld, en anderzijds dat de dader in wezen dezelfde verwonding zou behoren te ondergaan als die hij heeft toegebracht.

De schriftelijke leer zelf wijst er dus op dat zij vergezeld gaat van een mondelinge leer. De Torah zelf is het medicijn en de mondelinge leer is de bijsluiter. “Lees goed de bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken”, staat er op elk doosje medicijnen.

Hebreeuws mondeling

De Talmoed verhaalt over een niet-Jood die zich tot het Jodendom wilde bekeren. Hij wendde zich tot de geleerde Hillel met het verzoek uitsluitend de schriftelijke leer te willen aanvaarden, terwijl hij de mondelinge leer afwees. Hillel doorzag zijn oprechtheid, maar ook zijn onbegrip ten aanzien van de aard en de noodzaak van de mondelinge leer. Daarom gaf hij hem een eerste les: hij toonde hem de letters alef en beet.

De volgende dag onderwees Hillel hem opnieuw dezelfde twee letters, maar nu omgekeerd. De alef noemde hij beet en de beet noemde hij alef. De man protesteerde heftig, want nog geen dag eerder had hij het precies andersom geleerd.

“Nu zie je,” zei Hillel tot zijn leerling, “dat je een leraar nodig hebt die je mondeling het alfabet bijbrengt. Nergens staat vastgelegd hoe een letter moet worden uitgesproken. Om te leren lezen is de mens geheel aangewezen op de mondelinge overlevering. Je moet er dus op vertrouwen dat je leraar de juiste traditie aan je doorgeeft, dezelfde traditie die hij op zijn beurt van zijn leraar heeft ontvangen, en zo teruggaand tot aan de berg Sinai.

Het lezen van het alfabet is een deel van de mondelinge leer. Je kunt niet leren lezen tenzij iemand jou vertelt wat er staat. En jij denkt de Torah te kunnen begrijpen zonder de uitleg van de Rabbijnen. Maar de verklaringen van de Torah zijn vele malen complexer dan het lezen van het alfabet! Zonder de mondelinge traditie zul je de Torah nooit kunnen vatten.”

Datum bepalen

En nu terug naar het oogsten van de eerste gerst, dat in onze Parasha besproken wordt. De vraag is wanneer dat gebeuren moest, op welke dag? Laten we de schriftelijke leer erbij halen uit parashat Emor, Wajiekra 23 ( 9 – 16)

וַיְדַבֵּ֥ר ה אֶל־מֹשֶׁ֥ה לֵּאמֹֽר׃

G-d zei tegen Moshe om te zeggen. (vers D)

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּֽי־תָבֹ֣אוּ אֶל־הָאָ֗רֶץ אֲשֶׁ֤ר אֲנִי֙ נֹתֵ֣ן לָכֶ֔ם וּקְצַרְתֶּ֖ם אֶת־קְצִירָ֑הּ וַהֲבֵאתֶ֥ם אֶת־עֹ֛מֶר רֵאשִׁ֥ית קְצִירְכֶ֖ם אֶל־הַכֹּהֵֽן׃

Spreek tot het Joodse volk en zeg tegen hen: “Als jullie naar het land zullen komen dat ik jullie geef en jullie zullen de oogst oogsten en jullie zullen brengen één Omer (circa 2,5 liter), het eerste van jullie oogst naar de priester. (vers E)

וְהֵנִ֧יף אֶת־הָעֹ֛מֶר לִפְנֵ֥י ה לִֽרְצֹנְכֶ֑ם מִֽמָּחֳרַת֙ הַשַּׁבָּ֔ת יְנִיפֶ֖נּוּ הַכֹּהֵֽן׃

En hij zal de Omer heen en weer bewegen vóór G-d, voor jullie genoegen, de dag na de Shabbat (feestdag) zal de priester het heen en weer bewegen. (vers F)

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen tellen voor jullie vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

עַ֣ד מִֽמָּחֳרַ֤ת הַשַּׁבָּת֙ הַשְּׁבִיעִ֔ת תִּסְפְּר֖וּ חֲמִשִּׁ֣ים י֑וֹם וְהִקְרַבְתֶּ֛ם מִנְחָ֥ה חֲדָשָׁ֖ה לַה׃

Tot de zevende Shabbat (week) zullen jullie 50 dagen tellen en jullie zullen een nieuw meeloffer voor G-d brengen. (vers H)

Betekenis Shabbat 

In de bovengenoemde tekst, die deel uitmaakt van de schriftelijke leer, hebben wij zojuist gelezen dat het gerstoffer de dag na ‘Shabbat’ gebracht moest worden en dat er vanaf die dag, elk jaar weer, zeven weken geteld moeten worden, waarna het feest van Shawoe’ot gevierd wordt.  Ook weten wij dat het gerstoffer en de omertelling de dag na de eerste dag Pesach beginnen en Pesach niet per se op Shabbat valt.

Vraag 1: Wat betekent eigenlijk ‘Shabbat’?

Vraag 2: Hoe weten we dat de Torah hier niet per se Shabbat (zaterdag) bedoelt?

Vraag 3: Waarom staat er in de Torah dat we de dag na Shabbat horen te beginnen in plaats van te schrijven de dag na Pesach?

Wij denken natuurlijk allemaal dat Shabbat de zevende dag van de week is. En terecht, dat klopt ook, maar dat is niet de enige vertaling. Eigenlijk betekent Shabbat in het Hebreeuws stoppen. Inderdaad is G-d op de zevende dag van de schepping gestopt met het creëren van nieuwe schepselen. Ook wij stoppen op Shabbat met het maken van nieuwe voorwerpen. Maar dat stoppen gebeurt ook op feestdagen ongeacht op welke dag van de week die vallen.

Het woord Shabbat heeft nog meer verklaringen. Wanneer wij dit woord tegenkomen in de Torah kan het de volgende drie betekenissen hebben:

  1. de zevende dag van de week, zaterdag
  2. een feestdag, bijvoorbeeld Yom Kipoer wordt in de Torah ‘Shabbat’ genoemd, terwijl het op een doordeweekse dag kan vallen. Zie bovengenoemd vers B. Ook Pesach kan Shabbat genoemd worden zoals in de verzen F en G.
  3. een hele week zoals in de verzen G en H

Wanneer het Omeroffer in de Torah besproken wordt staat erbij op welke dag het gebracht moest worden, namelijk מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת (mimacharat hashabbat), d.w.z. de dag na ‘Shabbat’, de Stopdag. Welke van de vele stopdagen (Shabbat en feestdagen) wordt hiermee bedoeld? Wordt hier letterlijk Shabbat bedoeld of een feestdag? Als het gaat om het tellen van de Omer dan betekent Shabbat de eerste dag Pesach. Want ziet u, geachte lezer, het tellen van de omer wordt in parashat Emor beschreven. Maar niet alleen wordt de Omer hier besproken. Alle feestdagen komen in deze parasha aan bod en allemaal worden ze hier Shabbat (stopdag) genoemd. Als alle feestdagen shabbat worden genoemd, waarom zou Pesach een uitzondering zijn? We kunnen alleen maar concluderen dat als er in parashat Emor ‘Shabbat’ staat, dat daar een feestdag mee wordt bedoeld.

Pesach is 15 Niesan en dus moest het Omeroffer de volgende dag op 16 Niesan gebracht worden, ongeacht welke dag van de week dat was.

Had er in de Torah letterlijk gestaan dat het Omeroffer de dag na Pesach gebracht moest worden, dan had men niet geweten welke dag dat was. Wat wordt er precies met Pesach bedoeld? Is dat 14 Niesan, de dag dat het Pesachoffer gebracht werd of zou het 15 Niesan zijn, de feestdag waarop het Pesachoffer gegeten werd?  Door de term Shabbat te gebruiken, kon er geen verwarring zijn, omdat het woord ‘Shabbat’ alleen een feestdag kan zijn, een dag wanneer men stopt (shabbat) met het uitvoeren van werkzaamheden. 14 Niesan, de dag dat het Pesach offer gebracht werd is geen stopdag d.w.z. dat werk op die dag geoorloofd is. Daarentegen is 15 Niesan wel een stopdag. Mimacharat hashabbat, de dag na de stopdag kan dus alleen de dag na 15 Niesan zijn, dus 16 Niesan.

Dit hield in dat deze gerst precies de dag na de feestdag (stopdag) van Pesach geoogst moest worden en niet zoals de Tsedoekim beweerden. Zij waren een groep Joden die de mondelinge leer verwierpen en het woordje Shabbat maar op één manier vertaalden. Zij waren van mening dat men tot na Pesach moest wachten totdat er eerst een Shabbat (een zaterdag) was, en dat men pas de volgende dag, op zondag, het Omeroffer moest brengen. Omdat ze de mondelinge leer niet accepteerden, begrepen ze het woord ‘Shabbat’ verkeerd. Vandaar dat het brengen van het Omeroffer met heel veel spektakel geschiedde, om er publiciteit aan te geven hoe deze mitswa vervuld moest worden en vooral wanneer.

En dus op de dag na Pesach d.w.z. op 16 Niesan werd de gerst naar de tempel gebracht. Daar werd het geroosterd in een geperforeerde pan. Vervolgens werd het gemalen en 13 keer gezeefd. Een “Omer” (een hoeveelheid van circa 2,5 liter) werd vermengd met olie en wierook en in alle richtingen gezwaaid. Een kleine hoeveelheid van dit mengsel werd door de priester op het altaar verbrand. Wat er overbleef, werd door de priesters gegeten. Pas na dit ritueel mocht het Joodse volk van de nieuwe oogst gebruik maken.

Zie hier hoe het brengen van de Omer in de tempel gebeurde:

https://www.youtube.com/watch?v=7c1WvQXGzUQ

Tellen

Op de dag na Pesach werd niet alleen het Omeroffer gebracht. Op die dag begon men ook de dagen te tellen tot aan het moment dat de Torah zeven weken later ontvangen zou worden. Vandaag kunnen wij geen Omeroffer meer brengen omdat de Romeinen, onder leiding van hun bevelhebber Titus, in het jaar 70, de Tempel in Jeruzalem hebben verwoest. Offers kunnen we niet brengen, maar tellen kan, mag en moet altijd: zeven weken lang, tussen Pesach (het bevrijdingsfeest) en Shawoe’ot (het Wekenfeest) tellen we de dagen en de weken, zoals het in de schriftelijke leer staat:

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen voor jullie tellen vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. 

De ballingschap in Egypte had het Joodse volk tot op de rand van een spirituele afgrond gebracht. Een ingrijpende rehabilitatie was noodzakelijk. Daarom begon het Joodse volk onmiddellijk na de uittocht uit Egypte met de voorbereidingen op het ontvangen van de Torah, dat zeven weken later zou plaatsvinden. Het was en is nog steeds de periode die ieder mens de gelegenheid biedt gedurende 49 dagen zijn karaktereigenschappen te onderzoeken, te verfijnen en te doen schijnen. Het Joodse volk had zeven weken de tijd om een innerlijke transformatie aan te gaan om van een verslaafde staat over te gaan naar vrijheid. Vrijheid om zich boven hun trauma’s uit te tillen, vrijheid om eigen keuzes te maken. Daarmee baanden zij de weg voor alle generaties die volgden. Ook wij staan immers voor diezelfde opdracht: ons losmaken van wat ons gevangen houdt en leren kiezen voor wat werkelijk van waarde is boven wat slechts lokt door gemak of genot.

Vanaf de dag na Pesach is het een mitswa om die zeven weken te tellen en elke week één van onze karaktereigenschappen te verbeteren. Zo bereiden wij onszelf ook nu, in de eenentwintigste eeuw, voor om onze verbinding met de Torah elk jaar opnieuw te versterken door haar een nieuwe injectie van warmte en toewijding te geven. 

In de eerste week (chesed) werken wij aan חסד chesed, de liefde in ons leven. Ben ik in staat om liefde te voelen? Kan ik die liefde ook verwoorden aan diegenen van wie ik houd? En ben ik in staat om liefde te ontvangen?

De tweede week (gewoera) ligt de focus op גבורה gewoera, het stellen van grenzen. Ben ik in staat om mijzelf te disciplineren? Geef ik mijn grenzen bij anderen aan? Ben ik in staat om de grenzen die anderen mij opleggen te aanvaarden?

De derde week kijk ik of ik in staat ben om met een ander mee te leven, תפארת tiferet. Ben ik er voor een ander volgens zijn behoeften en niet volgens de mijne?

De vierde week, נצח netsach, concentreren wij ons op het doorzetten ondanks tegenslag. Heb ik voldoende ambitie?

De vijfde week הוד hod, kijken we of wij dankbaar kunnen zijn. Zijn wij in staat om toe te geven dat wij zoveel van Hashem ontvangen, om ons kwetsbaar op te stellen en om onze fouten te erkennen?

In week zes יסוד yesod, ligt de focus op communicatie en hechten. Verbind ik mij werkelijk met de mensen waar ik mee verbonden hoor te zijn, met de mensen van wie ik houd?

De laatste week, nummer 7, ontwikkelen wij onze capaciteiten om leiding te geven, מלכות malchoet. Ben ik voldoende zelfverzekerd om leiding te geven? Komt mijn motivatie om te leiden door onzekerheid of door een verlangen om positieve invloed te hebben? Ben ik ook in staat om aan mijzelf leiding te geven?

Maar wanneer begint het tellen en dit verbeterproces precies? “Vanaf de dag na de Shabbat” staat in de Torah. Onze geleerden vertellen dat Shabbat in dit geval niet de zevende dag van de week betekent, maar de dag na de Stopdag, de feestdag. Welk feest? Pesach. Net zo goed als wij stoppen met onze bezigheden wanneer wij Shabbat vieren, zo ook doen we dat op onze feestdagen.

Hierin schuilt nog een les: ook het Joodse volk moest stoppen met zijn verankering in de Egyptische cultuur om zo zijn weg langzaam maar zeker naar de berg Sinai te vinden.

Toen en nu ook. Hoe vaak zitten we niet op het randje? Iedereen zijn eigen randje… we zijn geblokkeerd, we zitten vast in gewoontes, waar wij vanaf willen. G-d geeft ons de mogelijkheid om te stoppen (Shabbat), elke dag weer. Het is aan ons om die dagelijkse gelegenheden aan te grijpen. Door het tellen van de Omer realiseren wij ons dat wij wel degelijk kunnen stoppen en dat verandering mogelijk is. Elke week is er een nieuwe karaktereigenschap aan de beurt. Elke dag wordt geteld: 

  1. וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem staat in de Torah en dat betekent: “Jullie zullen tellen = לספור ( liespor betekent tellen) ”.
  2. Maar וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem betekent ook, jullie zullen schijnen als een saffier = ספיר.
  3. En ook: jullie zullen verbeteren = לשפר (leshaper)
  4. Ten slotte kun je het woord ook nog relateren aan ספור (sipoer), een verhaal. Het verhaal van het Joodse volk en het verhaal van elke Jood, van mij, van jou, van ons. Mijn ontberingen, mijn angst na weer een steekpartij en mijn onverzettelijke doorzettingsvermogen. 

Reset 

De uittocht uit Egypte, het tellen van de zeven weken en het ontvangen van de Torah vormen samen het verhaal,  סיפור (sipoer) van onze ziel: dat wij, naast eten, slapen en werken, nog een andere dimensie bezitten. Dat wij als mens in staat zijn om boven onze natuurlijke instincten, gewoontes en neigingen uit te stijgen. Dat wij ons leven daadwerkelijk kunnen verfijnen en kunnen schijnen als een saffier. Het tellen van de dagen herinnert ons eraan dat wij onszelf kunnen losmaken van onze verankering in welke cultuur dan ook. Dat wij, langzaam maar zeker, dag na dag, week na week, ons karakter kunnen vormen en ombuigen, om een plezierig mens te worden voor onszelf en voor onze omgeving.

Nee, we zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wij kunnen ervoor kiezen om daarbovenuit te stijgen. Wat ons in het leven wordt voorgeschoteld, kunnen we niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Ons grootste knelpunt ontstaat wanneer we blijven vastzitten in wat anderen ons hebben aangedaan, of in de fouten die we zelf in het verleden hebben gemaakt. Jij en ik zijn in staat om dat te stoppen en te doorbreken. Daarom beginnen we te tellen na de Shabbat = stoppen. Eerst stoppen met verkeerde, vastgeroeste patronen, en daarna beginnen met tellen, verbeteren en schijnen.

Deze reset is binnen handbereik. Neem de regie, werk aan je karakter, bereid je voor en de berg Sinai komt al in zicht. Een berg waar G-d ons omarmd heeft, ons gekozen heeft en ons op een podium heeft geplaatst. Wij werden toen gekozen om als ambassadeurs van de Koning der koningen te functioneren. Wij bewegen ons in een materiële wereld maar eigenlijk is dit schijn. Onze natuurlijke staat ligt daar ver boven omdat wij onszelf weten te tillen naar een hogere dimensie. En Hashem beweegt met ons mee in een werkelijkheid waarin wonderen onze normale staat van ‘zijn’ is. Ons leven en onze realiteit zijn helemaal niet van deze wereld.

Wij zijn op reis, van Egypte naar Israël, van verankerde, verkeerde gewoontes naar vrijheid. Met zweet en tranen werken wij aan onszelf en proberen wij te stoppen met ongewenst gedrag. Elke dag en elke stap brengt ons een stukje dichter bij de Sinaï-berg, de plek waar het Joodse volk, de Torah en haar wonderen bij elkaar komen.

Goede reis! 

Bracha Heintz

www.chabadutrecht.nl

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Tazria | Hemelse energie in vrouwelijke handen

Tazria | Hemelse energie in vrouwelijke handen

Waarom zou een vrouw onrein zijn na de geboorte van een zoon en zelfs tweemaal zo lang na de geboorte van een dochter? Het mysterie dat hierachter schuilgaat bevat een belangrijke boodschap: hoe groter de levenskracht, des te groter de leegte die kan ontstaan.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Er zijn drie sleutels die uitsluitend in G-ds handen berusten, sleutels die nooit aan een tussenpersoon of engel worden toevertrouwd. Het zijn de sleutel van de regen, de sleutel van het baren en de sleutel van het herleven der doden. (Talmoed, Taanit 2a). In deze verhandeling richten wij onze aandacht op de tweede sleutel: de geboorte van een kind.

Discriminatie

Onze parasha opent met de wet dat een vrouw, nadat zij een kind had gebaard, twee offers naar de Tempel bracht. Na het baren van een jongen was zij zeven dagen onrein waarna zij zich in een mikwe, een ritueel bad, onderdompelde. Daarna telde ze er nog eens 33 dagen bij. Gedurende deze periode mocht zij noch van de offers eten noch de Tempel betreden. Wanneer zij een meisje had gebaard, dan was de onderdompeling in het ritueel bad pas 14 dagen na de geboorte i.p.v. zeven dagen. Vervolgens telde zij nog eens 66 dagen (i.p.v. 33) om de Tempel weer te mogen betreden. Voor een jongen telde ze dus 7 plus 33 dagen, een totaal van 40 dagen en voor een meisje 14 plus 66 dagen, een totaal van 80 dagen.

Aan het einde van deze onreine periode, op de 41ste dag na de geboorte van een jongen of op de 81ste dag na de geboorte van een meisje, bracht de moeder twee soorten offers naar de Tempel. Een schaap als עולה (Ola), een opgaand offer en een jonge duif of tortelduif als חטאת (Chatat), een zonde-offer.

 

Nu moeten we ons afvragen, waarom zij twee offers moest brengen. Wat is de betekenis hiervan? Het lijkt vooral vreemd dat ze een חטאת (Chatat), een zondeoffer moest brengen. Welke zonde had zij begaan? Ze had na pijnlijke weeën en met zweet en tranen een kind gebaard. Ze heeft het eerste gebod dat in de Torah staat vervuld: ‘Wees vruchtbaar en vermenigvuldigt uzelf!’ Bereeshiet 1- 28.

Zou het baren van een kind dan een overtreding zijn? Natuurlijk niet, integendeel! Waarom wordt zij dan door het baren onrein? En vooral, wat betekent het als iemand onrein is? Ook begrijpen we niet waarom zij tweemaal zo lang onrein is na de geboorte van een meisje. Is hier sprake van discriminatie? Waarom voor een jongetje 40 dagen en voor een meisje 80? Laten we niet zonder kennis van zaken aannemen dat de Joodse vrouw zomaar in een onrein hoekje geplaatst wordt. Niets is minder waar. Binnen het Jodendom wordt de vrouw juist geëerd en gerespecteerd. Wanneer de moeder Joods is, zijn haar kinderen dat automatisch ook. Is alleen de vader Joods, dan zijn de kinderen dat niet. Zij is diegene die bepaalt of haar kinderen het Jodendom erven of niet. Een Joodse man kan dat nooit. De Joodse vrouw staat in hoog aanzien en de vragen worden hierdoor alleen maar sterker: waarom wordt ze bij het baren überhaupt ‘onrein’ en waarom voor een meisje dubbel zo lang?

Mysterie

Alle wetten van reinheid en onreinheid behoren tot de categorie van חוקים (choekim), regels die wij niet begrijpen, net zoals kosher eten of het verbod om wol en linnen samen te dragen. 

De logica van deze regels kunnen wij niet vatten. Wel kunnen wij proberen, gebaseerd op de Kabbalah en de chassidische leer, om deze onverklaarbare wetten op een spirituele manier te bekijken. Het klinkt ingewikkeld maar al gauw zullen wij samen dit mysterie oplossen. Want wat is nu de definitie van טומאה (toema) onreinheid en טהרה (tahara) reinheid?

Heeft onreinheid te maken met viezigheid, stank of besmettelijkheid? Absoluut niet! Toema en tahara zijn geen lichamelijke gesteldheden, maar verwijzen naar spirituele hoedanigheden. 

Spirituele onreinheid is altijd gerelateerd aan de dood of met een afgeleide daarvan. Zo weten wij dat wanneer een priester een lijk aanraakt, of zich zelfs onder hetzelfde dak bevindt als een overledene, hij gedurende zeven dagen de Tempel niet mag betreden. Daarna moet hij nog een volledige reinigingsprocedure ondergaan.De hoogste vorm van onreinheid is die van een menselijk lichaam na het overlijden. Niet alleen een priester, maar ieder mens die een lijk aanraakt, wordt hierdoor onrein. Als onreinheid zo duidelijk samenhangt met de dood dan kunnen we daaruit afleiden dat reinheid gerelateerd is aan het leven.

Wat is leven? Natuurlijk weet iedereen wat leven betekent. Toch willen wij er ons iets meer in gaan verdiepen. We kunnen proberen te begrijpen dat leven op verschillende niveaus kan bestaan.

Een mens kan bestaan of hij kan werkelijk leven.

Hoe sterker een mens verbonden is met zijn levensbron hoe krachtiger hij leeft.  Als een mens zich bewust is van zijn ware essentie, van zijn kosmische levenskracht, en hij het doel waar hij voor geschapen is helder voor ogen houdt, dan is hij diep verbonden met zijn eigen levensenergie. Daarentegen veroorzaakt elke disconnectie van zijn levensbron een vermindering van zijn energie. Net zoals bij de tuinslang, wanneer je deze aansluit maar er een kink in de kabel zit, dan kun je de kraan nog zo wijd opendraaien, toch zal het water alleen druppelsgewijs naar buiten komen. Dit is de definitie van onreinheid: een buis die verstopt is. Je relatie met je levensbron is versperd. De dood is het ultieme gebrek aan levensenergie en tevens de meest intense vorm van onreinheid.

Vacuüm

Wanneer de verbinding tussen de mens en de kern van zijn vitaliteit verzwakt of zelfs  de synchronisatie niet optimaal is, dan spreken wij van een staat van onreinheid. Hij heeft zich dan losgekoppeld van zijn eigen essentie en realiteit, waardoor hij een leegte heeft doen ontstaan. Dit vacuüm is een ideale plek geworden om allerlei ongewilde krachten aan te trekken. En wanneer is deze leegte het grootst? Vlak na een intensief moment van reinheid en verbinding met de Allerhoogste.

Alles wat wij hier op aarde bewerkstelligen zijn slechts veranderingen en verbeteringen op al bestaande creaties. Wij ontwikkelen nieuwe producten aan de hand van reeds bestaande elementen. Nieuwe uitvindingen zijn ontdekkingen van al bestaande entiteiten of een nieuwe combinatie van verschillende existerende componenten. Een timmerman maakt van een boom een tafel en een schoenmaker maakt van de huid van een dier een laars. Een researcher observeert reeds bestaande processen of brengt nieuwe chemische reacties aan het licht. 

Hemelse hoedanigheid

Echter, wanneer een vrouw zwanger is, dan is zij bezig om een nieuw mensje te maken dat nog nooit, in welke vorm dan ook, op aarde is geweest. 

Het is een vaststaand gegeven dat geen twee mensen op aarde volledig identiek zijn, niet in uiterlijk, noch in karakter, intellect of gevoelens. Zelfs tweelingen zijn niet 100% hetzelfde.

Op het moment dat een baby wordt geboren, bevindt de vrouw zich in een staat van bijzondere nabijheid tot G-d. Een baby is immers bijna een G-ddelijke creatie. Hoe zeg je geboorte in het Hebreeuws? Leeda: לידה.  Verdeel je dit woord in tweeën dan krijg je ליד ה (leyad Hashem), wat ‘naast G-d’ betekent.

Bij een geboorte is de moeder bezig om een kind te creëren. Dit is hét moment dat zij G-ddelijkheid op het hoogste niveau mag ervaren en meemaken. Op dat moment is de vrouw bijna geen mens meer. Ze wordt dan zo G-ddelijk als maar mogelijk is. Ze neemt een hemelse hoedanigheid aan. Ze is geen begrensd wezen meer, maar ze schept leven en creëert oneindigheid.Immers, het kind dat zij baart zal op zijn beurt kinderen krijgen, die weer nieuw leven voortbrengen, een keten die zich uitstrekt tot in het oneindige. Wat een energie! Wat een ervaring! Wat een onvoorstelbare kracht!
Alles wat wij in deze wereld doen is begrensd, door tijd, door ruimte, behalve één daad die die grenzen doorbreekt: het krijgen van kinderen.

Wanneer overtreffen wij onze menselijkheid? Wanneer kunnen wij op G-d lijken? Enkel als wij ervoor kiezen om een partner te zijn in de schepping van een nieuw leven. Bij deze gebeurtenis zijn wij naadloos verbonden met de bron van het leven, reinheid op het hoogste niveau.

Onze medici proberen al tientallen jaren te onderzoeken en te analyseren waarom het plezier van geslachtsgemeenschap zo intens is. Verschillende theorieën zijn naar voren gekomen, maar een duidelijke verklaring ontbreekt nog steeds. In de chassidische leer is dit geheim al eeuwen geleden opgeschreven. Op het moment dat man en vrouw samen zijn, creëren zij mogelijkerwijs een oneindig schepsel. Zij gebruiken op dat moment een sleutel niet alleen naar een nieuw leven, maar zelfs naar oneindige vitaliteit.

Krachtig

Man en vrouw hebben zo’n krachtig potentieel dat deze energie in goede banen geleid moet worden om niet verkeerd terecht te komen. Vandaar de noodzaak voor de huwelijksinzegening en de onderdompeling van de vrouw na haar menstruatie in een mikwe (een speciale verzameling van natuurlijk regen of bronwater). Zo constateren wij dat de wereld tijdens de zondvloed volledig werd ondergedompeld in water. Veertig dagen en veertig nachten lang stroomde het neer. Het getal veertig is niet toevallig: het correspondeert precies met veertig se’a (= circa 40 x 10 liter), de minimale hoeveelheid water die vereist is voor een mikwe, het rituele bad dat de reinheid herstelt van wie zich daarin onderdompelt.

Wanneer deze geweldige en intense levensenergie tussen man en vrouw geen richting of begrenzing kent, kan zij afdalen tot de laagste en meest immorele vormen. Als je daarentegen deze kracht stuurt en kanaliseert, gelijk het licht dat via een laser uitgestraald wordt, dan krijg je de geconcentreerde energie daar waar je hem hebben wilt, in een liefdevolle relatie en mogelijkerwijs in een schattig kindje, een wonder in je armen, een toegangspas naar het oneindige. Dit kind is dan in reinheid geboren. Vader en moeder hebben zich beheerst om er uitsluitend voor elkaar te zijn.

Doordat zij zich aan de regels van reinheid gehouden hebben en de vrouw na haar menstruatie het mikwe heeft gebruikt, hebben zij G-d verwelkomd in hun relatie. 

Een geboorte is de grootste openbaring van G-ddelijkheid. Het is een hemelse ervaring, een ultiem plezier dat een grote spirituele ervaring weergeeft.

Wanneer een vrouw zwanger is, vinden zeer intensieve veranderingen plaats in haar lichaam. Vanaf de bevruchting tot de bevalling heeft deze dame een dubbelleven in zich, een extra levenskracht.

Leegte

Maar nu komt de valstrik, namelijk het gevoel en de staat na de bevalling. De moeder, hoe blij ook, wordt geconfronteerd met een enorm gevoel van leegte. De weeën en toevoer van gigantische hoeveelheden adrenaline, die nodig waren om dit nieuwe leven naar buiten te brengen, zijn ineens gestopt. Het extra leventje is weg. 

Ook hier vinden wij in de chassidische leer een verklaring op spiritueel niveau voor het fenomeen dat Postnatale Depressie heet. Voor sommige dames is het contrast tussen de extra levensenergie die zij bij zich droegen en het abrupte einde te veel om te verwerken. Natuurlijk spelen hormonen en vermoeidheid een rol. Maar er bestaan ook spirituele hormonen. De vrouw bevindt zich ineens in een leegte en ze heeft tijd nodig om een nieuw evenwicht te vinden.

Velen van ons maken gelijksoortige ervaringen mee. Men bereidt zich voor op een groot evenement, een bijzondere verjaardag, een bruiloft, een examen, een project of een speciale reis. Wekenlang ben je bezig en je bereikt uiteindelijk het ultieme moment. De volgende dag heb je nog wat opruimwerk, maar wat gebeurt er daarna? Je maakt een enorm dieptepunt mee en niet iedereen is altijd in staat om dit contrast te overbruggen. Een vrouw raakt een hemelse plek wanneer ze baart. Wanneer deze intense ervaring en alle bijbehorende emoties voorbij zijn, ontstaat er een gigantische leegte en een gebrek aan vitaliteit.

Opvullen met ongewilde zaken

Het Joodse volk maakte iets soortgelijks mee bij het ontvangen van de Torah op de berg Sinaï. Na die ongekende openbaring verviel men echter tot het aanbidden van het gouden kalf. Wat was hier gaande? Een overweldigende spirituele ervaring werd gevolgd door een diepe leegte. Ineens was Moshe verdwenen… en wat resteerde, was een leegte, een groot vacuüm.

Wanneer een krachtige hemelse ervaring eindigt, ontstaat er een gat dat al gauw met ongewilde zaken wordt opgevuld.

Onreinheid heeft niets met viezigheid te maken. Onreinheid is het gebrek aan leven, aan energie en aan levenskracht. Vandaar dat je ‘s ochtends, wanneer je wakker wordt, je je handen om en om met een speciale beker met water overgiet. In je slaap ga je als het ware een beetje dood. Je verliest controle over een deel van je lichaam en je bent eigenlijk een beetje weg. Onze geleerden vertellen ons dat slaap één zestigste van de dood is. Het is een milde vorm van onreinheid.

Hetzelfde proces vindt plaats wanneer een vrouw menstrueert. Haar lichaam heeft zich voorbereid op nieuw leven; zij had geovuleerd. In haar baarmoeder had zich bloed verzameld om een mogelijk embryo te voeden. Maar dat nieuwe leven is niet tot stand gekomen. Er is een leegte ontstaan en dát is de definitie van onreinheid. Het is het vacuüm dat ontstaat juist na een moment van verhoogde levenskracht.

Hoe wordt deze leegte hersteld? Hoe vullen wij haar op een positieve manier? Door middel van water, de bron van alle vitaliteit. Wanneer een vrouw zich onderdompelt in het mikwe, het rituele bad, verbindt zij zich opnieuw met de fysieke bron van leven, en daardoor automatisch ook met haar spirituele levensbron.

Verbinding herstellen

De onreinheid die een vrouw ervaart nadat ze gebaard heeft, is niet iets negatiefs; het is alleen maar dat ze dat extra leventje heeft moeten loslaten. ‘Gebrek aan leven’ is de Joodse definitie van onreinheid. Vandaar dat ze een חטאת Gatat-offer moest brengen. Natuurlijk had zij niet gezondigd, maar het woord חטאת Gatat – dat meestal als zonde vertaald wordt – betekent eigenlijk gebrek. Een zonde is namelijk een gebrek in je connectie met G-d. Een vrouw die gebaard heeft, heeft niets misdaan, integendeel.  Wel heeft ze te maken met een plotseling gebrek aan levenskracht. Het Gatat-offer vertegenwoordigt het gebrek aan spiritualiteit en levenskracht die de moeder post partum heeft moeten ervaren.

Het andere offer, het zogenaamde Ola, wordt geheel verbrand en niet, zoals andere offers, gedeeltelijk gegeten. Dit vertegenwoordigt een complete overgave en het zichzelf wegcijferen ten aanzien van G-d. De verbinding tussen mens en G-d wordt daarmee hersteld. 

Zo fluctueert een vrouw maandelijks tussen een enorm potentieel aan energie en dan weer het ontbreken van juist dat stukje vitaliteit. Haar lichaam gaat op en neer omdat dit precies is wat er op spiritueel niveau met haar gebeurt. Gelijk de maan die dan weer vol is en dan weer onzichtbaar. De cyclus van de vrouw is een maan(d)cyclus.

Nu wordt ook duidelijk waarom de moeder bij de geboorte van een meisje twee keer zo lang onrein is als bij een jongen. Een babymeisje draagt namelijk veel meer levenskracht bij zich dan een jongetje omdat zij in de toekomst ook zelf weer zal baren. Bij een pasgeboren dochter zijn reeds alle eicellen aanwezig die ooit in de toekomst zullen ovuleren. Wat een energie! Bij een meisje verliest de moeder nog meer levenskracht dan bij een jongen.

Vandaar dat de mogelijkheid en ruimte voor onreinheid dubbel zo groot is. Wanneer een baby tevoorschijn komt, verlaat hij of zij het reine vruchtwater en laat hij een vacuüm van levenskracht achter. Bij een meisje is de levenskracht groter en de leegte daarna dus ook. Hoe intenser het hoogtepunt hoe dieper de val  die daarop volgt.

Het gebrek aan leven dat de moeder bij de geboorte van haar kind overkomt wordt door het Gatat-offer hersteld. En wat brengt zij? Een duif. Van alle soorten dieren zijn duiven één van de weinigen die trouw blijven aan hun partner, zeker in één seizoen en soms levenslang.

Trouw

Net zoals een duif trouw is, zo zijn man en vrouw trouw aan elkaar en is het Joodse volk trouw aan zijn Schepper. Gelijk deze nieuwe moeder haar verbinding met G-d weer nieuw leven inblaast met behulp van haar offers die haar connectie weer herstellen, zo ook gaan wij om met onze partners in het leven, op een trouwe en respectvolle manier.

Ook al ben jij je je verbinding met G-d even kwijt of is je spirituele hoedanigheid iets afgezwakt, juist na een moment van grote intensiteit, waardoor je daarna een leegte ervaart, wees gerustgesteld: er bestaan twee offers die jou weer verbinden en de oorspronkelijke situatie herstellen. Een Ola dat geheel verbrand wordt en jou volledig met G-d verbindt en een Gatat die het grote gat, het gebrek aan levenskracht, komt herstellen.

Een Jood blijft altijd verbonden met G-d. Zo zit hij organisch in elkaar. Dat is zijn staat. Daar hoeft hij niets voor te doen en daar kán hij zelfs niets aan veranderen. Niet altijd reflecteert hij deze connectie, gelijk de maan die altijd wel aanwezig is maar niet altijd het zonlicht weerkaatst. Zo ook is een Jood niet altijd in staat om het G-ddelijke licht dat in hem aanwezig is, uit te stralen. Maar als hij diep geraakt en geschud wordt, zoals in tijden van antisemitisme en oorlog, dan komt zijn ware essentie naar buiten. Hij voelt zich Joodser dan hij ooit van zichzelf had gedacht. Nu is het alleen nog zaak om dat Joodse gevoel uit te drukken door Torah te leren, gebeden uit te spreken en geboden uit te voeren zoals Shabbat, kosher eten en tsedaka geven.

In het Hooglied, waarin de liefde tussen G-d en het Joodse volk beschreven wordt, staat (15-1):

הִנָּ֤ךְ יָפָה֙ רַעְיָתִ֔י הִנָּ֥ךְ יָפָ֖ה עֵינַ֥יִךְ יוֹנִֽים׃

Kijk, jij bent mooi, mijn vriendin, kijk je bent mooi, jouw ogen zijn als die van duiven.

De Midrash legt uit:

Zoals de duif, die eenmaal haar partner kent, hem nooit verruilt, zo heeft ook het Joodse volk, sinds het G-d heeft erkend – Hem nooit voor een ander ingewisseld.

Herstel

Er zijn hoogtepunten geweest in de Joodse geschiedenis, tijdperken waarin het volk opbloeide, zoals in de dagen van koning Salomon. De dieptepunten  zijn te talrijk om op te sommen; zij kunnen zowel collectief als individueel zijn. Wij kennen momenten van vreugde en vervulling, maar gaan helaas ook door tijden van moeite en duisternis. Soms voelt onze verbinding met Boven heerlijk warm en actueel. En op andere momenten… voelen we niets. Een leegte. Apathie in haar diepste vorm of zelfs boosheid jegens onze Schepper.

Ook al voelen wij leegtes in ons leven en worden wij met gebreken geconfronteerd, de duif vertelt ons dat wij van nature intrinsiek verbonden blijven. Ook al voelen wij een gebrek aan levenskracht en zijn wij al dan niet spiritueel depressief, er wordt ons altijd weer een mogelijkheid gegeven om onszelf te herenigen met G-d (het Ola-offer) en ons gebrek aan leven en enthousiasme te herstellen (het Gatat-offer). 

Dit is de diepere betekenis van Am Yisrael Chai: het Joodse volk leeft. Omdat wij diep verbonden zijn met de Eeuwige, overstijgen wij tijd en ruimte en blijven wij, door alle generaties heen, bestaan.

Am Yisrael chai!
Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah Verwoerd.

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Beeld: Chabad.org