Categorie: Pesach

Emor | Stoppen, tellen en verbeteren

Emor | Stoppen, tellen en verbeteren

Wij kunnen ons leven verbeteren en als een saffier schijnen. We zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wat ons voorgeschoteld wordt in het leven kunnen wij niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Wat de twee onafscheidbare gedeeltes van de Torah hiermee te maken hebben, de schriftelijke en de mondelinge, lees je in dit nieuwe artikel.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het was 14 Niesan, de dag vóór Pesach en het hooggerechtshof, dat zitting had in de tempel in Jeruzalem, stuurde elk jaar drie afgevaardigden naar een gerstveld vlakbij Jeruzalem. Daar bundelden de afgezanten vochtige gerst terwijl het nog aan de grond vastzat.

De volgende dag op 15 Niesan (de eerste dag Pesach) aan het einde van de dag als het donker werd en 16 Niesan begon, begaven massa’s mensen zich naar het gerstveld. De drie afgevaardigden namen elk een zeis en een mand mee en riepen naar de menigte toe:

“Is de zon onder”?
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is de zon onder?”                                                                                                                                                              “Ja.”                                                                                          
“Is de zon onder?”
“Ja.”

Vervolgens
“Is dit een zeis?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is dit een zeis?”
“Ja.”
“Is dit een zeis?”
“Ja.”

En daarna:
“Is dit een mand?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is dit een mand?”
“Ja.”
“Is dit een mand?”
“Ja.”

En als het Shabbat was vroeg ons drietal:
“Is het vandaag Shabbat?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja.”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja.”

En ten slotte:
“Zal ik oogsten?”
En de toeschouwers antwoordden: “Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”

Toeters en bellen

Wat een toeters en bellen! Wat een spektakel! Wat was hier gaande?

De aanwezigheid van zovelen en het driemaal herhalen van elke vraag was bedoeld om de aandacht te trekken en te benadrukken dat dit precies gedaan werd conform de regels uit de Torah en met name de mondelinge leer. Want ziet U, geachte lezer, de Torah heeft twee onafscheidbare gedeeltes. Het ene deel is de schriftelijke leer oftewel de 5 boeken Mozes die G-d, woord voor woord, aan Moshe gedicteerd heeft. Het andere deel is de mondelinge leer die G-d aan Moshe erbij verteld heeft.

Pas 1500 jaar na het geven van de Torah werd de mondelinge leer, de Mishna, door Rabbi Yehuda Hanasi opgeschreven. Dat was in het jaar 189 van de gewone jaartelling. Het was samengesteld uit aantekeningen van verschillende geleerden.  Het op schrift stellen van de mondelinge leer achtten de geleerden noodzakelijk omdat zij zich zorgen maakten dat door de ballingschap het niet meer van generatie tot generatie nauwkeurig uit het hoofd onthouden zou worden.

De schriftelijke en mondelinge leer zijn dikke maatjes. Zij kunnen echt niet zonder elkaar. Enerzijds kan het schriftelijke deel van de Torah niet zonder uitleg begrepen of uitgevoerd worden. Anderzijds is de mondelinge leer totaal op het schriftelijke gedeelte gebaseerd. Een aantal voorbeelden zal het één en ander duidelijk maken.

In de schriftelijke leer in Wajiekra, 16: 29 en 31 staat:

בַּחֹ֣דֶשׁ הַ֠שְּׁבִיעִי בֶּֽעָשׂ֨וֹר לַחֹ֜דֶשׁ תְּעַנּ֣וּ אֶת־נַפְשֹֽׁתֵיכֶ֗ם

In de zevende maand, op de tiende van de maand zul je jezelf kwellen. (vers A)

שַׁבַּ֨ת שַׁבָּת֥וֹן הִיא֙ לָכֶ֔ם וְעִנִּיתֶ֖ם אֶת־נַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם חֻקַּ֖ת עוֹלָֽם׃

Het is voor jullie een Shabbat stopdag en jullie zullen julliezelf kwellen, een eeuwige wet. (vers B)

De tiende dag van de zevende maand is Yom Kipoer, grote verzoendag en de Torah vertelt ons om ons te kwellen. Maar nergens staat er in de schriftelijke leer wat het kwellen inhoudt. Misschien moeten we op een spijkerbed gaan liggen of op een mierennest gaan zitten. Toch weet iedereen dat Yom Kipoer een vastendag is. Maar waar komt deze kennis vandaan? Uit de mondelinge leer.

Nog een voorbeeld uit Dewariem, 12:21:

וְזָבַחְתָּ֞ מִבְּקָרְךָ֣ וּמִצֹּֽאנְךָ֗ אֲשֶׁ֨ר נָתַ֤ן ְה לְךָ֔ כַּאֲשֶׁ֖ר צִוִּיתִ֑ךָ

…en je zult je rund- en kleinvee die G-d jou gegeven heeft slachten zoals ik jou geboden heb…(vers C)

Maar waar wordt er geboden hoe je slachten moet? Nergens in de schriftelijke leer staat hier iets over! Rashi helpt ons met zijn uitleg op dit vers. Hij vertelt ons dat de slachtwetten aan Moshe verteld werden op de berg Sinai.

Compensatie

En dan het bekende voorbeeld in Shemot, 21:24:

עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן שֵׁ֖ן תַּ֣חַת שֵׁ֑ן יָ֚ד תַּ֣חַת יָ֔ד רֶ֖גֶל תַּ֥חַת רָֽגֶל

Oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.

De letterlijke betekenis van dit vers zou zijn dat als Reuven letsel toebrengt aan het oog van Shimon, dat er een oog bij Reuven weggehaald zou moeten worden. Zijn deze gruwelijke praktijken wel Joods? Nee, natuurlijk niet. Het is nooit voorgekomen dat een Joods gerechtshof een dergelijke uitspraak gedaan heeft. De mondelinge leer schiet ons te hulp. Iemand die een lichaamsdeel van een ander beschadigt moet hem financieel compenseren. Hij moet hem vergoeden voor wat hij nu minder waard is door het ontbreken van het beschadigde lichaamsdeel. Dat is compensatie nummer één. Er zijn in totaal vijf financiële vergoedingen:

1. voor het ontbreken van het beschadige lichaamsdeel
2. voor alle medische uitgaven
3. voor het gemiste salaris tot aan herstel
4. voor de pijn
5. voor de schaamte

Het kan ook niet anders want wat als Reuven al aan één oog blind was geweest? Wanneer  zijn tweede oog weggehaald zou worden dan zou hij helemaal blind worden! Wie garandeert bovendien dat je, op jouw beurt, in staat bent om precies hetzelfde letsel aan te brengen? Stel je hebt iemand z’n oog voor een derde beschadigd, hoe zorg je ervoor dat je een identieke wond aanbrengt? Misschien wordt de beschadiging wel groter of juist kleiner. De kans bestaat ook dat de persoon aan het letsel komt te overlijden door bijvoorbeeld infectie. Er staat ‘oog om oog’ en niet ‘oog om het leven’. Twee bladzijdes worden er in de Talmoed besteed aan het opsommen van wel tien verschillende redenen waarom ”oog om oog” niet letterlijk vertaald kan worden.

Nu dat we dit weten, moeten wij nog een vraag stellen: als vijf financiële vergoedingen gegeven moeten worden, waarom staat dit dan niet zo letterlijk en duidelijk in de Torah? Oog om oog kan zo gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Maar de Torah wil ons op een subtiele manier aangeven dat een dader met zijn financiële restitutie er nog lang niet is. Een mens en zijn lichaamsdelen zijn niet te koop. Anders zou je kunnen denken dat je rechts en links kunt slaan en amputeren, als je maar achteraf betaalt. Een heel rijk mens zou dan zorgeloos kunnen toeslaan en daarna met zijn financiële compensatie alles weer goed hebben gemaakt? “Welnee”, vertelt de Torah ons. “Heb jij het oog van je medemens afgehakt, dan zou eigenlijk jouw oog ook afgehakt moeten worden”. Oog om oog. Echter in de praktijk wordt het niet zo opgelost.

De Torah is niet uitsluitend een wetboek. Elk vers heeft vele betekenissen. Wanneer alleen de wet duidelijk beschreven zou zijn geweest dan hadden we alle andere verborgen lagen niet kunnen ontdekken.

Natuurlijk baseert de mondelinge leer zich ook op het schriftelijke deel. Er staat namelijk helemaal niet oog om oog. Er staat עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן, oog onder oog. Als je de letters van het woord עַ֔יִן, oog neemt en van elke letter neem je de letter die eronder komt, d.w.z. de letter die erna komt dan gebeurt er het volgende:

Na de עַ֚ Ajien komt de פ, Pee.
Na de יִ Joed komt de כ Kaf
Na de ן Noen komt de ס Samech.

Doe je deze drie nieuwe letters bij elkaar dan ontstaat het woord כסף (kesef) dat geld betekent, de financiële compensatie en niet de lichamelijke wraak (Gaon uit Vilna).

De schriftelijke leer zelf laat duidelijk zien dat er een mondelinge leer bij hoort. De Torah zelf is het medicijn en de mondelinge leer is de bijsluiter. “Lees goed de bijsluiter voordat U dit geneesmiddel gaat gebruiken”, staat er op mijn doosje met medicijnen.

Hebreeuws mondeling

De Talmoed vertelt ons het verhaal van een niet-Jood die zich wilde bekeren en die bij de geleerde Hillel kwam om uitsluitend de schriftelijke leer tot zich te nemen. Hij wilde de mondelinge leer van de rabbijnen niet accepteren. Hillel wist dat deze man oprecht was, maar niet begreep waar de mondelinge leer voor diende. En zo kreeg hij zijn eerste les waarin Hillel hem een Alef en een Beet liet zien.

De volgende dag leerde Hillel hem dezelfde twee letters maar omgekeerd. Van de Alef zei hij dat het een Beet was en van de Beet dat het een Alef was. De man protesteerde hevig omdat hij nog de dag tevoren het precies omgekeerd had geleerd. In dat geval, zei Hillel, zie je dat je een Rabbijn en leraar nodig hebt die jou mondeling het alfabet onderwijzen. Je moet mij dus vertrouwen dat ik de juiste traditie aan jou overbreng. Het lezen van het alfabet is een mondelinge leer. Je kunt niet leren lezen tenzij iemand jou vertelt wat er staat. En jij denkt de Torah te kunnen begrijpen zonder de uitleg van de Rabbijnen. Maar de verklaringen van de Torah zijn vele malen complexer dan het lezen van het alfabet! Zonder de mondelinge traditie zul je de Torah nooit kunnen vatten.

Datum bepalen

En nu terug naar het oogsten van de eerste gerst dat in onze Parasha besproken wordt. De vraag is wanneer dat gebeuren moest, op welke dag? Laten we de schriftelijke leer erbij halen met Wajiekra 23, vers 9 t/m 16:

וַיְדַבֵּ֥ר ֖ה אֶל־מֹשֶׁ֥ה לֵּאמֹֽר׃

G-d zei tegen Moshe om te zeggen. (vers D)

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּֽי־תָבֹ֣אוּ אֶל־הָאָ֗רֶץ אֲשֶׁ֤ר אֲנִי֙ נֹתֵ֣ן לָכֶ֔ם וּקְצַרְתֶּ֖ם אֶת־קְצִירָ֑הּ וַהֲבֵאתֶ֥ם אֶת־עֹ֛מֶר רֵאשִׁ֥ית קְצִירְכֶ֖ם אֶל־הַכֹּהֵֽן׃

Spreek tot het Joodse volk en zeg tegen hen: “Als jullie naar het land zullen komen dat ik jullie geef en jullie zullen de oogst oogsten en jullie zullen brengen één Omer (circa 2,5 liter), het eerste van jullie oogst naar de priester. (vers E)

וְהֵנִ֧יף אֶת־הָעֹ֛מֶר לִפְנֵ֥י ֖ה לִֽרְצֹנְכֶ֑ם מִֽמָּחֳרַת֙ הַשַּׁבָּ֔ת יְנִיפֶ֖נּוּ הַכֹּהֵֽן׃

En hij zal de Omer heen en weer bewegen vóór G-d, voor jullie genoegen, de dag na de Shabbat (feestdag) zal de priester het heen en weer bewegen. (vers F)

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen tellen voor jullie vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

עַ֣ד מִֽמָּחֳרַ֤ת הַשַּׁבָּת֙ הַשְּׁבִיעִ֔ת תִּסְפְּר֖וּ חֲמִשִּׁ֣ים י֑וֹם וְהִקְרַבְתֶּ֛ם מִנְחָ֥ה חֲדָשָׁ֖ה לַה׃

Tot de zevende Shabbat (week) zullen jullie 50 dagen tellen en jullie zullen een nieuw meeloffer voor G-d brengen. (vers H)

Betekenis Shabbat

Wij hebben zojuist in  de schriftelijke leer gelezen dat het gerstoffer de dag na Shabbat gebracht moest worden, maar wat betekent ‘Shabbat’?

Wij denken natuurlijk allemaal dat Shabbat de zevende dag van de week is. En terecht dat klopt ook, maar dat is niet de enige vertaling. Eigenlijk betekent Shabbat in het Hebreeuws stoppen. Inderdaad is G-d op de zevende dag van de schepping gestopt met het creëren van nieuwe schepselen. Ook wij stoppen op Shabbat met het maken van nieuwe voorwerpen. Maar dat stoppen gebeurt ook op feestdagen ongeacht op welke dag van de week die vallen.

Het woord Shabbat heeft kennelijk nog meer verklaringen. Wanneer wij dit woord tegenkomen in de Torah kan het de volgende drie betekenissen hebben:

  1. de zevende dag van de week
  2. een feestdag, bijvoorbeeld Yom Kipoer wordt in de Torah ‘Shabbat’ genoemd, terwijl het op een doordeweekse dag kan vallen. Zie bovengenoemd vers B. Ook Pesach kan Shabbat genoemd worden zoals in de verzen F en G.
  3. een hele week zoals in de verzen G en H

Wanneer het Omeroffer in de Torah besproken wordt staat erbij op welke dag het gebracht moest worden, namelijk מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת, d.w.z. de dag na de stopdag. Welke van de drie stopdagen wordt hiermee bedoeld? Het antwoord is, na de dag van het Pesachfeest, een dag wanneer werken verboden is.

Pesach is 15 Niesan en dus moest het Omeroffer de volgende dag op 16 Niesan gebracht worden, ongeacht welke dag van de week dat was.

Dit hield in dat deze gerst precies de dag na Pesach geoogst moest worden en niet zoals de Tsedoekim beweerden. Zij waren een groep Joden die de mondelinge leer verwierpen en het woordje Shabbat maar op één manier vertaalden.

Zij waren van mening dat men na Pesach moest wachten totdat er  eerst een Shabbat (een  zaterdag) voorkwam, en pas de volgende dag, op zondag, het Omeroffer moest brengen. Omdat ze de mondelinge leer niet accepteerden begrepen ze het vers verkeerd. Vandaar dat het brengen van het Omeroffer met heel veel spektakel geschiedde, om te publiceren hoe deze mitswa en vooral op welke datum het uitgevoerd moest worden.

En dus op de dag na Pesach d.w.z. op 16 Niesan werd de gerst naar de tempel gebracht. Daar werd het geroosterd in een geperforeerde pan. Vervolgens werd het gemalen en 13 keer gezeefd. Een “Omer” (een hoeveelheid van circa 2,5 liter) werd vermengd met olie en wierook en in alle richtingen bewogen. Een kleine hoeveelheid van dit mengsel werd door de priester op het altaar verbrand. Wat er overbleef werd door de priesters gegeten. Pas na dit ritueel mocht het Joodse  volk van de nieuwe oogst gebruik maken.

Zie hier hoe het brengen van de Omer in de tempel gebeurde: https://www.youtube.com/watch?v=7c1WvQXGzUQ

Tellen

Op de dag na Pesach werd niet alleen het Omeroffer gebracht. Op die dag begon men ook de dagen te tellen totdat de Torah zeven weken later ontvangen zou worden. Vandaag kunnen wij geen Omeroffer meer brengen omdat de Romeinen de tempel in Jeruzalem hebben verwoest. Echter tellen wij nog steeds zoals het in de Torah staat, de dagen vanaf Pesach tot aan het wekenfeest Shawoe’ot.

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen voor jullie tellen vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

Na de uittocht uit Egypte begonnen de voorbereidingen voor het ontvangen van de Torah dat 7 weken later zou plaatsvinden. Het was een gelegenheid om 49 dagen lang zijn karaktereigenschappen te analyseren, te verbeteren en te doen schijnen.

Vanaf de dag na Pesach is het een mitswa om die zeven weken te tellen en elke week één van onze karaktereigenschappen te verbeteren. Zo bereiden wij onszelf ook nu voor, in de 21ste eeuw, om de Torah opnieuw op ons te nemen. De ballingschap in Egypte had het Joodse volk op het randje van een spirituele afgrond gebracht. Vanaf de uittocht uit Egypte kreeg iedere Jood zeven weken lang de tijd en de gelegenheid om zijn karakter te verbeteren alvorens hij de Torah op de berg Sinai zou gaan ontvangen. Ook vandaag gebruiken wij deze weken om ons karakter te verbeteren.

In de eerste week (chesed) werken wij aan חסד chesed, de liefde in ons leven. Ben ik in staat om liefde te voelen? Kan ik die liefde ook verwoorden aan diegenen van wie ik houd? Ben ik in staat om liefde te onvangen?

De tweede week (gewoera) ligt de focus op גבורה gewoera, het leggen van grenzen. Ben ik in staat om mijzelf te disciplineren? Geef ik mijn grenzen bij anderen aan?

De derde week kijk ik of ik in staat ben om met een ander mee te leven, תפארת tiferet. Ben ik er voor een ander volgens zijn mogelijkheden en niet volgens de mijne?

De vierde week, נצח netsach, concentreren wij ons op het doorzetten ondanks tegenslag. Heb ik voldoende ambitie?

De vijfde week הוד hod, kijken we of wij dankbaar kunnen zijn. Zijn wij in staat om toe te geven, om onze fouten te erkennen?

In week zes יסוד yesod, ligt de focus op communicatie en hechten. Verbind ik mij werkelijk met de mensen waar ik mee verbonden hoor te zijn?

De laatste week, nummer 7 , ontwikkelen wij onze capaciteiten om leiding te geven, מלכות malchoet. Ben ik voldoende zelfverzekerd om leiding te geven? Komt mijn motivatie om te leiden door onzekerheid of door een verlangen om positieve invloed te hebben?

Maar wanneer begint het tellen en dit verbeterproces precies? “Vanaf de dag na de Shabbat” staat in de Torah.

Onze geleerden vertellen dat Shabbat in dit geval niet de zevende dag van de week betekent, maar de dag na het feest. Welk feest? Pesach. Want ziet U, de betekenis van het woord “Shabbat” is niet altijd de zevende dag. Shabbat betekent stoppen. En net zo goed als wij stoppen met onze bezigheden wanneer wij Shabbat vieren, zo ook moest het Joodse volk stoppen met hun verankering in de Egyptische cultuur om zo hun weg langzaam maar zeker naar de berg Sinai te vinden.

Toen en nu ook. Hoe vaak zitten we op het randje? Iedereen zijn eigen randje… we zitten vast, geblokkeerd in gewoontes waar wij vanaf willen en G-d geeft ons de mogelijkheid om te stoppen (Shabbat), elke dag weer. Het is aan ons om die dagelijkse gelegenheden aan te pakken. Door het tellen van de Omer realiseren wij ons dat wij wel degelijk kunnen stoppen.

Elke week is er een nieuwe karaktereigenschap aan de beurt. Elke dag wordt geteld:

  1. וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem staat in de Torah en dat betekent: “Jullie zullen tellen”.
  2. Maar וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem betekent ook, jullie zullen schijnen als een saffier.
  3. En ook jullie zullen verbeteren לשפר (leshaper)
  4. Ten slotte kun je het woord ook nog relateren aan ספור (sipoer), een verhaal.

Werk aan je karakter

De uittocht uit Egypte, de zeven weken tellen en het ontvangen van de Torah zijn samen het verhaal ספור (sipoer) van onze ziel; dat wij behalve eten, slapen en werken nog een andere dimensie hebben. Dat wij als mens in staat zijn om boven onze natuurlijke instincten, gewoontes en neigingen uit te stijgen. Wij kunnen ons leven inderdaad verbeteren en schijnen als een saffier. Het tellen van de dagen herinnert ons aan het feit dat wij onszelf los kunnen maken van onze verankering in de Egyptische of Nederlandse cultuur. Dat we langzaam maar zeker, dag in dag uit, week in week uit, ons karakter weten om te buigen om een plezierig mens te worden voor onszelf en voor onze omgeving.

Nee, we zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wij kunnen kiezen om daar bovenuit te stijgen. Wat ons voorgeschoteld wordt in het leven kunnen wij niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Ons grootste knelpunt is wanneer wij vast gaan zitten in het verleden of in de problemen en fouten die anderen ons aandoen. Jij en ik zijn in staat om dit te stoppen. Vandaar dat we beginnen te tellen na de Shabbat (= stoppen). Eerst stoppen met verkeerde vastgeroeste patronen en daarna beginnen met tellen, schijnen en verbeteren. 

Pak de regie op, werk aan je karakter, bereid je voor en de berg Sinai komt al in zicht. Een berg waar G-d ons omarmd heeft, ons gekozen heeft en ons op een podium gezet heeft. Wij werden toen gekozen als de ambassadeurs van de Koning der koningen. Wij bewegen ons in een materiële wereld maar eigenlijk is dit schijn. Ons werkelijke leven en de realiteit is helemaal niet van deze wereld. Wij zijn op reis, van Egypte naar Israël. Met zweet en tranen werken wij aan onszelf en proberen wij te stoppen met ongewenst gedrag. Elke dag en elke stap brengt ons een stukje dichter bij de berg. Goede reis!

Bracha Heintz

www.chabadutrecht.nl

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Pesach | Ontdek de vier zonen in jezelf

Pesach | Ontdek de vier zonen in jezelf

Het magische getal van Pesach is vier. We dringen vier bekers wijn, stellen vier vragen en verwelkomen vier soorten kinderen aan tafel. Deze vier kinderen en hun vragen staan voor vier stemmen die wij allemaal in ons eigen hart tegenkomen: een les van hoge klasse!
 
 
Met Pesach drinken we vier bekers wijn, stellen de vier Ma Nishtana-vragen en hebben vier kinderen aan tafel:
Één (echad) is wijs.
Één heeft slechte bedoelingen.
Één is onschuldig.
En één die niet weet wat hij vragen moet.
 
De twee avonden van Pesach zijn bestemd voor communicatie. Het is de gelegenheid in het jaar dat papa’s het Jodendom aan hun kinderen overdragen. Niet alleen met woorden en uitleg, maar met een hele show eraan vast. Op een bepaalde volgorde (seder=volgorde) wordt er een 15-stappenplan uitgevoerd, compleet met geluidseffecten: stromend bloed, kwakende kikkers, vallende hagel, sissende sprinkhanen en dit alles gemengd met onze traditionele Pesach liederen. Uitleg en beleving.

Passende antwoorden 

Met wie communiceren wij?
Met vier verschillende types, de vier zonen. De Haggada leert ons om iedereen te benaderen zoals hij is: ieder kind krijgt een antwoord dat bij hem past. Maar waarom staat er steeds vóór elke zoon het woord “Één”? Waarom niet alle vier achter elkaar benoemen? Zoiets als: De Torah spreekt over vier zonen, de wijze, de slechterik, de naïeveling en de onschuldige. Maar zo staat het er niet. Kijk maar:” Eén is wijs, één is slecht enzovoort. En waar halen onze geleerden deze vier zonen überhaupt vandaan?
 
Op vier verschillende plaatsen in de Torah gebiedt G-d ons om de geschiedenis van de uittocht uit Egypte aan onze zoon te vertellen. Vier keer hetzelfde? Nee, concluderen onze geleerden. Als het vier keer genoemd wordt, zitten er vier verschillende gedachtes achter. Dit zijn de vier verschillende zonen en natuurlijk ook de vijfde die nergens genoemd wordt omdat hij helaas nog afwezig is.

Vier in één

Het stappenplan kan nu beginnen, mits je elk type benadert op een manier die hem aanspreekt. De Haggada helpt ons verder en biedt kant en klare antwoorden en oplossingen. Een les in pedagogie van de hoogste klasse, direct uit de Torah gehaald! Maar de herhaling van het woordje één blijft verbazen. De clou is dat alle vier één zijn. Wij zijn zelf die ene persoon en in ons zijn vier zonen verstopt, vier types en vier vragen. De Haggada geeft ons vier antwoorden.
 
Niet alleen hebben onze kinderen vragen, bezwaren, moeilijkheden en kritiek op het Jodendom. Die hebben wij zelf natuurlijk ook. Soms één soort vraag soms twee, drie of vier…
 

Vraag 1: waarom zoveel verschillende wetten?

Het wijze kind, dwz het wijze aspect in ons, stelt de eerste vraag: “Waarom hebben wij eigenlijk zoveel verschillende wetten? Edoet (de begrijpelijke regels), choekim (de onbegrijpelijke regels) en mishpatiem (de civiele regels).” De reden voor civiele regels en begrijpelijke regels is logisch, maar hoe zit het met de onbegrijpelijke regels? Daar hebben we moeite mee. Daar kunnen we met ons verstand niet bij. Die willen wij niet uitvoeren! We zitten vast, geblokkeerd. Deze regels zijn niet leuk en ze hebben geen smaak net als matsa dat ook geen smaak heeft. We protesteren.
 
De Haggada vertelt ons om de wijze als volgt te beantwoorden:
 
“We eten geen toetje na de Afikoman, dat laatste stukje matsa dat aan het einde van de maaltijd gegeten wordt.” De smaakloze matsa is wat in onze mond zal blijven voor de rest van de avond om ons te vertellen dat smaakloze dingen juist meer smaak hebben. Waarom? Omdat als wij alle regels zouden begrijpen dan zouden wij heel veel missen. Het is net een kind die rekenen gaat leren met een wiskunde professor. Het kind zal maar heel weinig aan dit lesje hebben aangezien een wiskunde professor zijn gigantische kennis nooit aan een kleuter kan doorgeven. Uiteindelijk mist het kind alles. Hoe kunnen wij met onze hersens, die G-d gemaakt heeft, G-d begrijpen? Hoe kan een computer de programmeur vatten?
 
Om de regels te kunnen begrijpen, moet G-d ze voor ons heel erg naar beneden brengen. Zo laag zelfs dat ons menselijke begrensde intellect ze kan vatten. Maar G-d heeft nog vele andere aspecten die zo hoog zijn dat ze hier niet op papier gezet kunnen worden, niet uitgesproken of geschreven noch uitgelegd kunnen worden. Het niveau is zo hoog dat het in deze wereld niet zou passen.
 
Door de onbegrijpelijke geboden uit te voeren, verbinden wij ons met een deel van G-d dat te hoog is om door ons te bevatten. We verbinden ons met een niveau dat zo verheven is dat we het niet kunnen begrijpen of bewust waarderen. Het is een smaak die wij niet kunnen  proeven maar die des te hoger is. Het smakeloze matsa-toetje is geen nadeel, in tegendeel, het is een gelegenheid om op een hoger niveau terecht te komen.

Vraag 2: waar zijn jullie mee bezig?

In ieder van ons schuilt ook een slechterik. Die heeft ook een vraag: ”Waar zijn jullie (niet wij) vanavond toch mee bezig? Wat maakt dit allemaal uit? Denk je echt dat G-d zich over ons bekommert? Heb je ooit de aardbol vanuit de hemel gezien? Het is maar een heel klein balletje. We zijn nog geen vlekje in de kosmos.”
 
Hoe richt je je tot dit cynische aspect van jezelf? Dit stemmetje dat alsmaar zegt dat je niets waard bent en dat het allemaal niets uitmaakt?
 
De Haggada geeft raad: “Maak de tanden stom.” Maak je geen overdreven zorgen over alles wat onze depressieve kant verzint. Hij roept veel maar de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. Waarschijnlijk voelt deze arme ziel zich buitengesloten en heeft daardoor besloten om afstand te nemen. Betrek hem er weer bij en maak hem attent op het feit dat elk detail van belang is. Ook al zijn we maar een knikker in de kosmos, door het uitvoeren van de geboden bereiken wij een niveau waar zelfs de engelen in de hogere sferen niet bij kunnen.
Sinds wij bij de berg Sinai de Torah hebben ontvangen telt iedereen die daar stond mee, jij en ik ook. Niet zoals in Egypte, toen  80% van het Joodse volk te cynisch was en niet in de verlossing geloofde. Deze lui hadden geen vertrouwen en weigerden om de Egyptische slavernij te verlaten. Ze deden niet mee aan de uittocht en bleven in Egypte achter.
 
Nummer drie is de Tam, de naïeve zoon. Maar Tam betekent ook volmaakt en compleet. Dat is het deel van ons dat denkt alles te kunnen en te hebben. Hem maken we attent op het feit dat het G-d is die ons uit Egypte heeft gehaald en niet wijzelf.
 
Ten slotte is er ook een deel van ons dat niet weet hoe het moet vragen. Zoon nummer vier. Iets weten betekent dat je jezelf ermee verbindt. Maar dit stemmetje zegt dat het hem niets kan schelen. Apathie en onverschilligheid zijn lastig. De Haggada weet hier ook raad mee en vertelt ons: “Jij moet beginnen met contact te zoeken,(את פתח לו).” Open je hart, geef hem warmte en je zult automatisch respons krijgen. Wanneer je anderen en jezelf met liefde benadert is er geen ruimte meer voor onverschilligheid.
 
Tot zover de vier zonen – stemmetjes en vragen – in je hart en ziel. De Haggada begeleidt je hierin en geeft je een psychologische les op het hoogste niveau. Een les dierechtstreeks uit de Torah is gehaald en jou leert hoe je met anderen maar ook met jezelf om kunt gaan! Een ‘nieuwe’ manier om je eigen grenzen te doorbreken. Niet alleen met Pesach maar het hele jaar door.
 
Succes ermee en geniet nog lang na van de ‘smakeloze’ matses!
 
Pesach Kasher we Sameeach!
Bracha Heintz
 
Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson en de Sefat Emet.
 
Beeld: chabad.org
 
 
Pesach | De komst van Mashiach

Pesach | De komst van Mashiach

Wanneer komt de Mashiach? Wanneer is de tijd rijp voor zijn komst? Iemand van 200 jaar geleden zou ervan overtuigd zijn dat de Mashiach er al was, in deze 21ste eeuw. Alle technische ontwikkelingen zijn er klaar voor. Maar, Mashiach is geen plotselinge verandering maar een geleidelijk proces, waarin de mens een essentiële rol speelt. Ben jij er klaar voor?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Aan het einde van de achttiende eeuw verhuisde Rav Mendel Horodok van Wit-Rusland naar Israël. Één of andere halve gek besloot in die tijd de Olijvenberg in Yerushalayim te beklimmen om daar op een sjofar te gaan blazen. Al gauw gingen de geruchten rond dat Mashiach gearriveerd was, aangezien zijn komst door het blazen op een sjofar aangekondigd zou worden. Toch twijfelde men. Voor de zekerheid ging men Reb Mendel Horodok raadplegen. Om de vraag te beantwoorden, opende hij zijn raam, snoof de buitenlucht en concludeerde dat het vals alarm was geweest.

Wat knap van deze rabbijn dat hij dat wist! Resteert nog de vraag waarom hij de buitenlucht moest inademen. Kon hij zijn conclusie niet binnenshuis trekken?

Echt vrij

Pesach duurt 8 dagen. De eerste twee dagen zijn feestdagen wanneer wij de uittocht uit Egypte gedenken. Daarna komen er 4 tussen-dagen, gevolgd door de laatste twee dagen Pesach wanneer wij de splitsing van de zee en tevens de toekomstige verlossing vieren.

Nadat het joodse volk de zee had doorstoken, keerde de zee weer terug en verdronken de Egyptenaren die hun achterna waren gegaan. Pas op dat moment voelde het Joodse volk zich echt vrij. Daarvoor heerste nog altijd de angst dat de Egyptenaren hun achterna zouden komen en hun weer tot slaven zouden maken. Maar nu dat de Egyptenaren verdronken waren was hun verlossing compleet. Uit blijdschap zongen zij een lied (Shemot 15-1)

אָז יָשִׁיר־מֹשֶׁה וּבְנֵי יִשְׂרָאֵל אֶת־הַשִּׁירָה הַזֹּאת לַיהוָה וַיֹּאמְרוּ לֵאמֹר אָשִׁירָה לַיהוָה כִּי־גָאֹה גָּאָה סוּס וְרֹכְבוֹ רָמָה בַיָּם׃

Toen zal Moshe en de kinderen van Israël dit lied voor G-d zingen, zeggende ik zal zingen voor G-d want Hij is enorm hoog, paard en zijn wagen (van de Egyptenaren) heeft hij in de zee gegooid.

Het is vaak lastig om een vers te vertalen en ook hier zien wij een grammaticale fout. ‘Toen’ past niet bij de toekomstige tijd van ‘zal zingen’. Normaal zou zijn om te zeggen, ‘toen zong hij’ en niet ‘toen zal hij zingen’. En zoals altijd, als er in de tekst iets vreemds staat, is het een indicatie dat we verder en dieper moeten zoeken naar een betekenis die misschien net iets verder gaat dan de letterlijke vertaling.

Maschiach

De boodschap hier is als volgt: Toen heeft Moshe gezongen en in de toekomst zal hij ook zingen. Wanneer zal dit gaan gebeuren? Moshe leeft al meer dan drie millennia niet meer! Wij kunnen niet anders dan concluderen dan dat Moshe ooit terug zal komen. Hij, samen met het hele Joodse volk zullen ooit herleven en zingen. De doden zullen herrijzen en het bewijs hiervoor is in dit stukje van de Torah te vinden. Dit is de toekomstige tijd waar wij allemaal op wachten. Een tijd dat er een gezalfde koning over de hele wereld zal heersen. Het woord Mashiach betekent gezalfd. Wanneer hij zich zal openbaren zal G-d’s eenheid zo vanzelfsprekend zijn dat niemand meer zal twijfelen over de schepping, over de Torah of over het Joodse volk.

De Rambam helpt ons verder om te begrijpen wie Mashiach is en hoe de wereld eruit zal zien na zijn komst. Volgens zijn wetboek zal Mashiach een koning zijn die aan alle Joden Torah zal leren, hun uit de hele wereld zal verzamelen en naar Israël zal brengen en de derde, eeuwige tempel in Yerushalayim zal bouwen.

Maar wanneer komt hij dan? In elke generatie is er iemand die Mashiach kan zijn. Het ligt dus niet aan wie hij zou kunnen zijn, dat hij er nog niet is. Wat zal dan wel de komst van Mashiach teweegbrengen?

De tijd moet er rijp voor zijn. De wereld dient zich klaar te maken. De mensen moeten zich voorbereiden. Wij kunnen de tijd en de sfeer van Mashiach verwezenlijken en dan zal hij zich vanzelf openbaren. Mashiach is geen plotselinge verandering maar een geleidelijk proces, waarin de mens een essentiële rol speelt.

Bevrijding realiseren

En wat wordt er dan van ons verwacht? Dat wij wonderen gaan verrichten? Dat we de natuur gaan veranderen? Wat gaat er anders zijn als Mashiach er is? Het antwoord is heel simpel. Het is de א (Alef), de eerste letter van het Alfabet. Want kijk maar: ballingschap in het Hebreeuws is גולה (Gola) en bevrijding is גאולה (ge-oela).

Wat is het verschil? Beide woorden hebben precies dezelfde Hebreeuwse letters, op één na, de א alef. Die zit niet in de ballingschap, maar wel in de bevrijding. Nu hebben de Hebreeuwse letters allemaal een betekenis maar ze zijn ook nog een cijfer. De missende א Alef is het teken voor de cijfer 1 en het woord Alef betekent baas.

U heeft het al geraden. Het verschil tussen ballingschap en bevrijding, tussen vóór Mashiach en na Mashiach zit hem in de Baas van de wereld, diegene die 1 is.

Als jij erin slaagt om het G-ddelijke, de א alef in alles te ontdekken, dan heb jij Mashiach gevonden en daardoor voortgebracht. Dan heb jij je eigen bevrijding gerealiseerd. Als je bijvoorbeeld G-d bedankt voordat je een stukje appel in je mond stopt, dan heb je G-d in de appel ontdekt.

Vonkje

Je hebt de G-ddelijke energie, de levenskracht van de appel die G-d in die appel verborgen houdt, bevrijd. Ben je vandaag aardig geweest tegen je collega’s, je medeleerlingen of de buschauffeur? Dan heb je in deze ontmoetingen een G-ddelijk vonkje aangestoken. Heb je je even weten te beheersen? Elk moment van de dag en elke gelegenheid, hoe klein of onbelangrijk het maar lijkt te zijn, kan een gigantische stap zijn naar de komst van Mashiach, een utopie, waar wij allemaal op zitten te wachten.

Als professor kun je de grootste ontdekkingen doen in het laboratorium van een ziekenhuis. Daarmee duw je de wetenschap weer een stuk naar voren en heb je talloze mensen geholpen. Daarmee draag je bij aan de ontwikkeling van de wetenschap en help je talloze mensen. Maar als die professor thuiskomt, was hij wel aardig tegen zijn echtgenote? Heeft hij tijd vrij gemaakt voor zijn kinderen? Heeft hij minstens tien procent van zijn salaris aan tsedaka gegeven?

Zo kun je in al je materiële en emotionele zaken een G-dddelijk vonkje ontdekken. Dan heb je jezelf en de materie bevrijd van een sluier. Deze bedekking doet alsof de wereld op zichzelf bestaat, ontwricht van zijn Bron en zijn Schepper.

Open raam

De wereld is eigenlijk een hele grote schijn, leugen en droom. De waarheid in de wereld is niet de materiële wereld die je kunt waarnemen. Wat je ziet is alleen een omhulsel, een verpakking. Als je een cadeau krijgt, loop je dan met het cadeaupapier weg en laat je het cadeau staan? De levenskracht en spirituele energie die constant in elk schepsel verborgen zit, dat is de ware wereld. De wetenschap is er ook al achtergekomen: alle materie is energie. Het is aan ons om die verborgen kracht te ontdekken en daardoor te bevrijden.

G-d heeft Zijn energie zo goed verstopt dat iemand met diezelfde energie kan roepen dat hij niet in G-d gelooft.

Reb Mendel Horodok had zichzelf al bevrijd van alle sluiers en belemmeringen. Hij was noch een slaaf van de Egyptenaren (of welk ander volk of individu dan ook) noch een slaaf van zijn eigen gewoontes en manieren. Hij had voor zichzelf en om zich heen alle G-ddelijke energie weten te openbaren. Bij hem thuis was Mashiach er al! Vandaar dat hij het raam opendeed om te testen of de geest van Mashiach ook in de buitenwereld gevoeld kon worden.

Verborgen wereld

De eerste dagen van Pesach herdenken en herleven wij de uittocht uit Egypte. Een week na de bevrijding (de laatste twee dagen van Pesach) bevond het Joodse volk zich in een zeer benarde situatie. Achter hun aan, rende een leger van Egyptenaren die zijn slaven terug kwam halen…voor hun een ondoordringbare zee. Hoe verder? Een gesplitste zee bood de oplossing!

Bij de splitsing van het water kwam ineens een hele verborgen wereld bloot. Terwijl het Joodse volk de zee doorkruiste, kon het even kijken en een heel leven aanschouwen dat normaal onder het water verstopt ligt. Door de muren van water konden ze alles zien. Het was een moment waarop de wereld op z’n kop stond. Een vermenging was gaande van de verborgen wereld met de zichtbare wereld, van de tegenwoordige tijd met de toekomstige tijd: ‘Toen zal Moshe en de kinderen van Israel zingen”.

Precies 3331 jaar zijn voorbij gegaan. Zoals de Zohar het voorspeld heeft zijn de bronnen van kennis opengebarsten in de zesde eeuw van het zesde millennium.

Inderdaad in de achttiende eeuw van de gewone jaartelling begon de industriële revolutie in Engeland en werden tegelijkertijd nieuwe bronnen in de Torah door de Baal Shem Tov geopenbaard.

Al deze vernieuwingen bereiden ons voor op de komst van Mashiach. De geleerden profeteerden er al honderden jaren geleden over; hoe het Joodse volk op wolken naar Israël teruggebracht zal worden (vliegtuigen?), hoe lekkernijen volop beschikbaar zullen zijn (de supermarkt?), hoe Mashiach het hele Joodse volk zal onderwijzen (skype?).

Als iemand van 200 jaar geleden ons in de 21ste eeuw zou bezoeken dan zou hij ervan overtuigd zijn dat Mashiach er al was. De technische ontwikkelingen zijn er klaar voor… en jij?

Chag Sameach!

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl

Laatste twee dagen Pesach dit jaar beginnen op: Donderdagavond 25 April. Kaarsen aansteken 20:35 uur.

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Beeld: chabad.org

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂