Categorie: Uncategorized

Wajeera | Lot de loser

Wajeera | Lot de loser

 

Lot was echt een deugniet. Hij had Avraham en zijn levensvisie verlaten om in Sedom te gaan wonen. In Sedom ging alles om geld en plezier, voor jezelf wel te verstaan. Gastvrijheid was in deze stad ten strengste verboden. Liefdadigheid werd met de dood bestraft.

Download hier een printversie van dit artikel

Lot was niet bepaald een lieverdje, maar het typische familielid dat het pad had verlaten. De neef waar Avraham zich voor schaamde. Maar toch zien we dat Avraham zijn neef redt wanneer hij gevangen werd genomen. Ook zien we dat twee engelen Lot redden voordat Sedom verwoest wordt.

Later kreeg Lot een kind dat Moaw heette, de voorvader van het Moabitische volk. Generaties later zien wij hoe Ruth, een Moabitische prinses met Boaz, de Joodse rechter trouwde. Hun achterkleinzoon was Koning David.

Koning David was op zijn beurt de voorvader van Mashiach die uiteindelijk de hele wereld zal redden van de leugens van de ballingschap.

Veronachtzaam niemand want je weet niet of en wanneer juist die persoon jou zal redden! Wees aardig ook tegen de deugniet, je vriend, je buurman of collega, je neef, oom of kind ook al heeft hij/zij de familietradities verlaten. Misschien snakt hij naar aandacht en liefde. Misschien is dat juist wat hij tekortkomt en ben jij de enige die het hem geven kan. Je zult zien, het komt altijd dubbel en dwars terug. De Almachtige blijft nooit iemand wat schuldig!

Als je zo omgaat met de ‘moeilijke gevallen’ om je heen dan maak je juist weer goed wat er in Sedom allemaal fout ging. De mensen van Sedom waren namelijk vreselijk wreed. De Talmoed (Sanhedrin 109b) vertelt ons dat als er een gast in Sedom kwam dan moest hij precies in een bepaald bed passen. Als de gast te kort was, werd hij gemarteld en uitgerekt om in het bed te passen. Was hij te lang, dan werd een stuk van zijn lichaam afgehakt.

Wij gedragen ons soms ook op een gelijksoortige manier. Wanneer iemand niet in ons bed past, zich niet zoals iedereen gedraagt, net iets afwijkt van het gemiddelde, dan hakken we hem af. De maatschappij hakt zijn voeten en zijn hoofd af. Het lukt de mensen om die persoon heen om zo iemand helemaal kapot te maken, totaal gek te maken tot het punt dat hij niet meer weet wat hij met zichzelf aan moet. Er wordt zo op hem neergekeken, hij wordt zo gepest of geplaagd dat hij er mentale problemen aan overhoudt. In Sedom mocht je niet anders zijn, mocht je niet afwijken van wat iedereen acceptabel vond. Of je past in de gietvorm of je wordt afgesneden.

Er zijn zoveel mensen om ons heen die naar acceptatie, liefde en aandacht verlangen. Accepteer eerst jezelf zoals je bent en verwelkom met liefde en respect ook diegenen die anders zijn.

Shabbat Shalom!

Kie Tawo | Opbiechten, de Joodse manier

Kie Tawo | Opbiechten, de Joodse manier

Ieder mens heeft zijn goede kanten. Jij ook! We ontdekken samen hoe wij naar het positieve deel van ons leven kunnen kijken. We leren te waarderen wat wel goed gaat in ons leven en er zelfs hardop over vertellen. 

Download hier de PDF van dit artikel

Wiedoei Maasser, ‘Het opbiechten van 10%’, is één van de 248 geboden en dit wordt in de Torah, in Parashat Kie Tawo, behandeld. Het gaat hier om een 3000 jaar oud belastingsysteem dat in Israël opereerde en uitstekend functioneerde. Het principe was door G-d Zelf bedacht: een cyclus van zeven jaar dat uit twee sets van drie jaar en vervolgens een apart zevende jaar bestond.

In het eerste en tweede jaar van de zevenjarige cyclus werd belasting in goederen op de volgende manier geheven. Of het nou ging om graan, vruchten of groente, elke landeigenaar of boer gaf eerst 2% van zijn oogst aan de priesters. Dit heet Teroema. De priesters vertegenwoordigden iedereen in de dienst van de tempel. Ze waren ook verantwoordelijk voor onderwijs, bezaten geen grond en waren geen zakenlui. Ze leefden van de belastingopbrengsten die het Joodse volk aan hen gaf.

Nadat die 2% geheven was werd er vervolgens over de oogst die overbleef nog eens belasting geheven die Maaser Rishon heette. Dat was 10% van de resterende oogst en deze werd aan de Levieten gegeven. De Levieten voerden ook allerlei taken uit voor het hele volk.

Nog eens 10%

Nadat er 2% aan de priesters was gegeven en vervolgens 10% aan de Levieten werd er van het restant van de oogst weer 10% genomen. Dat werd Maaser Sheni genoemd, de tweede Maaser oftewel het tweede tiende deel. Dit deel hoefde de boer aan niemand te geven. Hij nam het zelf mee naar Jerushalayim en consumeerde het in deze heilige stad. Hij kon daar van die 10% van zijn oogst zelf eten en genieten. Het was een gelegenheid voor alle boeren om op reis te gaan naar Jerushalayim en daar te genieten van de sfeer. Het was een manier om de economie in Jerushalayim te stimuleren. Het vulde de stad met actie en het gaf de boer voldoening, zowel materieel als spiritueel.

Hierna was de boer vrij om de rest van zijn oogst voor zichzelf te bewaren, te verkopen of zelf te nuttigen.

Dit belastingsysteem gold in het eerste en tweede jaar alsook in het vierde en vijfde jaar van de zevenjarige cyclus. Wat gebeurde er in het derde en zesde jaar? In jaar 3 en 6 gaf de boer hetzelfde als in jaar 1 en 2 en 4 en 5. Eerst 2% aan de priesters en vervolgens 10% aan de Levieten.  Alleen het laatste deel, Maaser Sheni, de tweede Maaser, die derde en laatste heffing was anders. Die ging niet mee naar Jerushalayim. Het werd aan de armen gegeven. Dat derde deel heette Maaser Ani, de tiende voor de armen.

Voor de armen

Behalve de tiende in jaar 3 en 6 kregen de armen elk jaar sowieso al drie delen van de oogst.

  • Deel 1. Een boer mocht nooit zijn hele veld oogsten. Een hoek van zijn veld mocht niet geoogst worden. De armen mochten daar zelf komen oogsten.
  • Deel 2. Als een boer een deel van zijn oogst was vergeten mocht hij niet teruggaan om het alsnog te halen. Dit liet hij ook achter voor de armen.
  • Deel 3. Als een deel van de oogst tijdens het plukken viel, mocht de boer het niet oprapen. Ook dit deel werd voor de armen achtergelaten.

In het derde en zesde jaar van de cyclus ontvingen de armen behalve deze drie delen ook nog eens Maasser Sheni, een tiende van de oogst nadat de delen voor de priesters en de Levieten er al afgetrokken waren.

Jaar 1 en 2 waren gelijk aan jaar 4 en 5. Jaar nummer 3 was gelijk aan jaar nummer 6.

Speciale status

En nu het zevende jaar dat Shemita genoemd wordt. Dit jaar heeft een speciale status. In dit jaar w0rden alle velden onbeheerd achtergelaten. Elk individu, boer of niet, arm of rijk, heeft dan gelijke toegang tot alle wijngaarden, velden en boomgaarden en mag daar naar behoefte plukken. Ook de eigenaar mag dat, maar alleen wat hij nodig heeft voor zichzelf, zijn gezin, zijn personeel en zijn dieren. Hij mag er niet in handelen, aangezien hij er in dat zevende jaar geen eigendom over heeft, is hij ook niet bij machte om er belasting over te betalen.

Zo werden de landbouw, de belastingen, voedsel voor de armen en een vakantie naar Jerushalayim geregeld, volgens de wetten van de Torah.

En nu de speciale mitswah die in onze parasha behandeld wordt, Wiedoei Maasser. Wanneer de cyclus van 3 of 6 jaar voorbij was, was er een gebod dat וידוי מעשר heet, oftewel het opbiechten van de tiende.

Wat was dat?

In het vierde jaar en zevende jaar moest de boer controleren of hij in de voorafgaande jaren wel aan al zijn belastingverplichtingen had voldaan. Misschien was hij niet overal aan toegekomen en had hij een bepaald deel vergeten of nog niet weggegeven. Misschien lag er nog ergens bij hem in de opslag een hoeveelheid graan of erwten die hij nog schuldig was. Nu was de tijd aangebroken om alles wat hij verzuimd had te geven, uit te betalen.

Natuurlijk moest alles het liefst op het juiste moment en in het juiste jaar weggegeven worden. Mocht hij echter iets vergeten zijn, of hij was te druk en er niet aan toegekomen, dan was het vierde jaar de laatste gelegenheid om alles recht te trekken.

Liefst in de Tempel

Wat in het derde jaar geplant werd, werd niet altijd in het derde jaar geoogst. Zo waren er bepaalde gewassen die in het derde jaar gezaaid werden en pas in de winter van het vierde jaar geoogst werden. Daarom moest de boer tot de lente van het vierde jaar wachten, op de laatste dag van Pesach, om, liefst in de Tempel, maar het kon ook bijvoorbeeld thuis, zijn ‘Maaser (tiende) op te biechten’. Hoofdstuk 26 van Dewariem helpt ons verder.

כִּ֣י תְכַלֶּ֞ה לַ֠עְשֵׂר אֶת־כָּל־מַעְשַׂ֧ר תְּבוּאָתְךָ֛ בַּשָּׁנָ֥ה הַשְּׁלִישִׁ֖ת שְׁנַ֣ת הַֽמַּעֲשֵׂ֑ר וְנָתַתָּ֣ה לַלֵּוִ֗י לַגֵּר֙ לַיָּת֣וֹם וְלָֽאַלְמָנָ֔ה וְאָכְל֥וּ בִשְׁעָרֶ֖יךָ וְשָׂבֵֽעוּ׃

וְאָמַרְתָּ֡ לִפְנֵי֩ ה’ אֱלֹקיךָ בִּעַ֧רְתִּי הַקֹּ֣דֶשׁ מִן־הַבַּ֗יִת וְגַ֨ם נְתַתִּ֤יו לַלֵּוִי֙ וְלַגֵּר֙ לַיָּת֣וֹם וְלָאַלְמָנָ֔ה כְּכָל־מִצְוָתְךָ֖ אֲשֶׁ֣ר צִוִּיתָ֑נִי לֹֽא־עָבַ֥רְתִּי מִמִּצְוֺתֶ֖יךָ וְלֹ֥א שָׁכָֽחְתִּי׃

לֹא־אָכַ֨לְתִּי בְאֹנִ֜י מִמֶּ֗נּוּ וְלֹא־בִעַ֤רְתִּי מִמֶּ֙נּוּ֙ בְּטָמֵ֔א וְלֹא־נָתַ֥תִּי מִמֶּ֖נּוּ לְמֵ֑ת שָׁמַ֗עְתִּי בְּקוֹל֙ ה אֱלֹקי עָשִׂ֕יתִי כְּכֹ֖ל אֲשֶׁ֥ר צִוִּיתָֽנִי׃

הַשְׁקִיפָה֩ מִמְּע֨וֹן קָדְשְׁךָ֜ מִן־הַשָּׁמַ֗יִם וּבָרֵ֤ךְ אֶֽת־עַמְּךָ֙ אֶת־יִשְׂרָאֵ֔ל וְאֵת֙ הָאֲדָמָ֔ה אֲשֶׁ֥ר נָתַ֖תָּה לָ֑נוּ כַּאֲשֶׁ֤ר נִשְׁבַּ֙עְתָּ֙ לַאֲבֹתֵ֔ינוּ אֶ֛רֶץ זָבַ֥ת חָלָ֖ב וּדְבָֽשׁ׃

12) “Als je klaar bent om al je tienden van je oogst te geven in het derde jaar, het jaar van de tiende, en je zult het aan de Levi, aan de vreemdeling, aan de wees en de weduwe geven, en jullie zullen eten in jullie poorten en jullie zullen verzadigd zijn.

13) En jij zult zeggen vóór Hashem jouw G-d, “Ik heb uit mijn huis al het heilige verwijderd en ik heb ook gegeven aan de Levi en aan de vreemdeling, aan de wees en aan de weduwe zoals Jouw gebod is, dat je mij geboden hebt. Ik heb Jouw gebod niet overtreden en ik ben niets vergeten.

14) Ik heb er niet van gegeten toen ik rouwde, noch heb ik het speciale deel verwijderd terwijl ik onrein was en ik heb het niet gebruikt voor een lijk. Ik heb naar de stem van Hashem, onze G-d geluisterd, ik heb gedaan zoals Jij mij alles hebt geboden.

15) Kijk vanuit Jouw heilige woonplaats, vanuit de hemel, en zegen Jouw volk, het Joodse volk en het land dat Jij ons geschonken hebt, zoals je het aan onze voorouders hebt gezworen, een land dat met honing en melk vloeit”.

Hierbij eindigt het gebod van וידוי מעשר, het opbiechten van de tiende.

Klopje op eigen schouder

Interessant, maar tegelijkertijd zeer vreemd. Ik lees hier een verklaring maar ik bespeur nergens iets wat op opbiechten zou lijken.  Vooralsnog betekent opbiechten dat je benoemt hetgeen je verkeerd hebt gedaan. Dit doen we dagelijks in ons gebed. Ook op Yom Kipoer benoemen we al onze fouten. We hebben spijt, we verontschuldigen ons en nemen de verantwoordelijkheid om ons in de toekomst aan de regels te houden.

Deze boer echter vertelt juist dat hij alles naar behoren heeft uitgevoerd. Hij is zelfs niets vergeten. Hij heeft precies alles gedaan zoals G-d hem geboden heeft. Zelfs per ongeluk heeft hij niets overtreden. Hij heeft alles foutloos en perfect uitgevoerd. Waarom wordt deze verklaring dan ‘opbiechten’ genoemd? Het is juist het tegenovergestelde. Je verklaart dat je alles perfect hebt gedaan en je bent zelfs niets vergeten!

Het is Rav Yosef Ber Soloveitchik die ons gaat helpen om dit te begrijpen.

De Torah geeft ons hier een diepe boodschap: soms moet een mens een verklaring afgeven over wat hij verkeerd  heeft gedaan. Maar hij moet ook weten te vertellen hoe goed hij is, hoe fantastisch hij alles gedaan heeft, hoe succesvol hij is. Klopje op je eigen schouder dus. Niet alleen moet hij het denken. Nee, hij moet het hardop zeggen en vertellen, niet vanuit hoogmoed of argwaan maar uit het diepste van zijn hart en met oprechtheid.

Want ziet U, geachte lezer, elk mens heeft zo zijn successen, zijn goede kanten, zijn vakken waar hij hartstikke goed in is. Hij moet leren om naar dit deel van zijn leven te kijken, het te waarderen en er zelfs over te vertellen. Dit is zo belangrijk, zo heilig dat dit vertellen bij voorkeur in de Tempel in Yerushalayim plaatsvond, de heiligste plek op aarde.

Niet alleen moet hij zijn goede kanten bekijken, hij wordt zelfs geboden om ze op te noemen en te zeggen: “Ik heb het perfect gedaan, ik ben zelfs niets vergeten!”

Twee vragen

Blijven er twee vragen over:

  1. Waarom heet deze declaratie opbiechten?
    en
  2. Waarom moet dit aan G-d verteld worden? G-d weet toch alles!

Als je iets fout hebt gedaan, dan begrijpen we dat je het op moet noemen. Ook dan weet G-d alles wat je uitgespookt hebt. In dat geval echter heeft de mens het nodig om zichzelf ermee te confronteren. Hij moet zich realiseren wat er gaande is voordat hij er iets aan kan doen. Vandaar dat elke vorm van inkeer met opbiechten begint. 

Maar onze boer heeft alles voortreffelijk en uitmuntend ten uitvoer gebracht. Wat is hij aan het opbiechten?

G-d heeft de mens gemaakt en weet hoe hij in elkaar zit, hoe hij opereert,  lichamelijk, emotioneel, mentaal, psychisch en spiritueel. De wijsheid van G-d en Zijn adviezen liggen in de Torah verborgen.

Wij zullen weldra ontdekken welke raad G-d ons meegeeft omtrent het opbiechten.

Toetje op jurk

Stel je draagt een mooi kledingstuk. Het is gewassen en gestreken en je draagt het bij een bruiloft. Helaas, bij het toetje stoot iemand tegen je aan en je zit onder de chocola. Je begeeft je naar een wastafel om de vlekken te verwijderen en onderweg laat iemand zijn bessentaart met poedersuiker over je heen vallen. Op dat moment is de zaak hopeloos. Je geeft het op. Als iemand nog een restje soep kwijt moet, dan mag het wel op jouw jurk. Als je het nog een jurk kunt noemen, aangezien er een metamorfose heeft plaatsgevonden. Een dweil zou nu een betere benaming voor je kledingstuk zijn.

‘Als er al zoveel op geknoeid is, dan heeft het schoonmaken weinig zin meer. Gooi er dan nog maar wat soep bovenop.’

Hetzelfde geldt voor je persoonlijkheid, je gevoel van eigenwaarde. Als er al zoveel op geknoeid is, dan heeft het schoonmaken weinig zin meer. Gooi er dan maar nog wat meer bovenop.

Niemand die het verschil zal merken tussen een vieze dweil en een nog viezere dweil. Er is geen noodzaak meer om een mooie jurk, een zuivere ziel, te beschermen.

Als je van jezelf denkt dat alles bij jou een mislukking is, dat je vies en onwaardig bent en dat je medemens en G-d jou niet respecteren en waarderen, ja, wat het heeft het dan voor zin om op te biechten en de smeerboel te verwijderen. Je zit toch al onder de vlekken… nee, je bent zelf één grote vlek.

Als je zo in het leven staat dan zul je nooit tot inkeer kunnen komen. Dan ga je niet eens beginnen om je fouten te wassen. Het heeft toch geen zin. Wel eens iemand tegengekomen die zegt: “Ik doe toch altijd alles fout! “Het gaat zelfs nog een stapje verder; in zo’n geval neem je niet eens verantwoordelijkheid voor je daden. Waarom zou je? Het maakt toch geen enkel verschil. Gooi er nog maar wat soep bovenop! Een overtreding meer of minder, wat maakt het uit? Ik ben toch al vies en verwerpelijk.

Hardop vertellen

Nee, vertelt de Torah ons. Wil je tot inkeer komen, ga dan eens eerst aan jezelf vertellen, hardop, in de Tempel, wie jij bent. Een schepsel in het evenbeeld van G-d gemaakt. Een persoon die ver boven zijn vlekken uitsteekt, iemand die zich niet laat definiëren door zijn  negatieve aspecten.

Ja, er is hier en daar misschien wel een vlekje, maar ik ben dat vlekje niet. Ik heb successen geboekt. Ik heb mijn plicht gedaan. Ik ben een goed persoon, die alles wat mij niet toebehoort gegeven heeft aan wie het moest ontvangen. Ik ben de baas over mijzelf.

Als ik de mist in ga, dan kan ik dat corrigeren want ik heb oneindig veel kracht, potentie en mogelijkheden. Ik houd de regie bij mijzelf. Ik heb er controle over en als het fout gaat dan is het precies dat, een vlekje op een prachtige mooie jurk. De jurk is elegant en daar hoort geen vlekje op. Het vlekje wordt meteen verwijderd. Maar op een dweil? Wie maakt zich druk om een schoonmaakdoek, vuil, vuiler of nog vuiler.

Geen vergissing

Ik heb mij misschien vergist, maar ik ben geen vergissing. Ik kan kiezen hoe ik mij verhoud tot het verleden en daardoor ook tot het heden en de toekomst. Als ik mij goed voel en mij realiseert wat ik waard ben dan zal ik automatisch deze waarde willen behouden en elk vlekje willen corrigeren.

Ik wacht ook niet op complimenten en erkenning van anderen. Dit doe ik helemaal zelf. Het is een verplichting, één van de mitswot die ons geboden is. Ik ga het liefst naar de heiligste plek op aarde, de tempel in Jerushalayim en daar ga ik zelf hardop vertellen hoe fantastisch en vlekkeloos ik ben. Zelfs per ongeluk heb ik niets verzuimd. Ik ben niet afhankelijk van de waardering van anderen.

Eigen waarde

De Torah leert ons dat elke vorm van inkeer en opbiechten begint met het opnoemen van je eigen waarde. De basis voor inkeer is het verklaren van hoe je alles perfect hebt uitgevoerd, je hebt zelfs geen enkele steek laten vallen.

Daarom wordt deze parasha gelezen vlak voor Rosh Hashana en Yom Kipoer. Het is weliswaar geen opbiechten, maar het is daar wel de voorwaarde en de inleiding voor.

Wat een waardevolle les, wat een speciaal leermoment!

Proef je successen, benadruk ze en toon het mooie en pure in jezelf en in anderen. Wil je verandering in het gedrag bewerkstelligen van jezelf of een familielid? Ga dan eerst kijken of er überhaupt wilskracht en potentie aanwezig is. Zorg dat de mensen om je heen (jezelf inbegrepen) een positief geluid horen. Zorg dat jij jouw goede daden “opbiecht”. Vanuit dit positieve gevoel zul jij de wilskracht in jezelf ontdekken om op te biechten, spijt te betuigen en verantwoordelijkheid te nemen voor jouw gedrag in de toekomst.

Alleen als je zelf gelooft dat jij een prachtig schoon en mooi kledingstuk bent waar incidenteel een klein vlekje op terecht is gekomen, zul je bij machte zijn om de viezigheid te verwijderen. Wanneer je dit positieve gevoel bij jezelf weet te ontdekken en te ontplooien, zul jij het ook aan je medemens kunnen doorgeven. Je zult in staat zijn om je kinderen, je levenspartner, je buurvrouw en de bakker in een zuiver en schoon daglicht te beschouwen. Nu ben je klaar voor Rosh Hashana, het Joodse Nieuwjaar en Yom Kipoer. Het zijn dagen van inkeer en bezinning.

Met de wetenschap dat er een fantastische kern in jouw hart en ziel ligt zul je in staat zijn dit jaar om je vlekjes te reinigen, met liefde en respect naar jezelf en je medemens!

Shabbat Shalom en Shana Tova!

Bracha Heintz

Gebaseerd op lessen artikel van Rav YY Jacobson.
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn ook zeer welkom!


Helpt u mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

 

Eekew | Gebroken en toch heel

Eekew | Gebroken en toch heel

Waarom de gebróken tafelen bewaard werden in het allerheiligste van de Tempel in Jeruzalem? Omdat niet alles volmaakt hoeft te zijn. G-d waardeert de gebroken stukken in ons leven en legt ze pal naast de volmaakte tafelen. Licht schijnt juist door de spleten en de barsten in ons leven. Zet je hoogmoed opzij en durf naar de brokstukken in je leven te kijken!

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Eekew is de derde parasha van het vijfde boek, Dewariem. Dewariem is de nalatenschap van Moshe vijf weken vóór de intocht in het beloofde land en net vóór zijn overlijden. Niet alles in de geschiedenis was even rooskleurig verlopen en Moshe moest ook een aantal pijnlijke momenten uit het verleden benoemen, leermomenten van een veertig jaar durende reis.

Onze Parasha vertelt ons over zo’n pijnlijk moment. De datum was 17 Tamoez  2448. Dit voorval had 40 jaar eerder plaatsgevonden. In aanwezigheid van minstens drie miljoen mensen had G-d zich op de berg Sinaï geopenbaard. Vervolgens beklom Moshe de berg om daarboven veertig dagen lang de hele Torah te leren.

Hemels cadeau

De veertig dagen waren om, althans zo had het Joodse volk het berekend, maar Moshe was niet terug. Leefde hij nog wel? Hij was zonder proviand naar boven gegaan! Er was hem vast iets overkomen. Het Joodse volk besloot in afwezigheid van hun leider een nieuwe gezagvoerder te benoemen. Omdat ze 210 jaar in Egypte hadden geleefd, omringd en gewend aan afgodendienst, was de meest voor de hand liggende oplossing om een afgod als nieuwe leider te kiezen. Zo ontstond het gouden kalf.

Helaas had het joodse volk de verleiding niet kunnen weerstaan. Hoewel G-d zich veertig dagen eerder aan het hele volk geopenbaard had en hoewel het met eigen oren gehoord had, hoe G-d het dienen van afgoden had verboden (het tweede van de Tien Geboden), was hun drang naar afgodendienst intens.

Maar Moshe kwam wel terug. Weliswaar een dag later, maar dat lag aan een misverstand. Hoe dan ook, het was 17 Tammoez toen hij eindelijk van de berg afdaalde met de twee stenen tafelen in zijn handen. Hij zag het gouden kalf en brak de tafelen. Kennelijk vond hij dat het Joodse volk het niet meer waard was om de stenen tafelen te ontvangen. Dit hemelse cadeau was niet aan hen besteed. Prima, begrijpelijk. Maar waarom heeft Moshe de tafelen gebroken? Hij had ze toch weg kunnen zetten, verstoppen of terug kunnen brengen naar waar ze vandaan waren gekomen?

Stel je voor dat je een diamanten ring voor je vrouw  hebt gekocht en voordat je de kans krijgt om het haar te geven, krijgen jullie vreselijke ruzie. Wat doe je dan met die ring? Ga je hem breken? Welnee. Misschien bewaar je hem voor later of je verkoopt hem of brengt hem terug naar de juwelier bij wie je de ring gekocht hebt! De stenen tafelen waren een hemels cadeau van onschatbare waarde. Hoe kon Moshe ze vernielen?

Na het breken van de tafelen volgde er opnieuw een periode van veertig dagen, die Moshe weer op de berg Sinaï doorbracht. Daar heeft hij G-d gesmeekt om het Joodse volk te vergeven. In deze periode leerde het Joodse volk dat je altijd weer goed kunt maken wat vernield is, dat je een gebroken relatie weer kunt herstellen. Vaak kun je juist in iets dat gebroken is, diepere inspiratie ontdekk en.

Scherven

Na die veertig dagen ging Moshe op de eerste dag van de maand Eloel, voor de derde keer de berg Sinaï op, om een nieuw stel tafelen in ontvangst te nemen.

Weer veertig dagen later, op Yom Kippoer (grote verzoendag) kwam Moshe van de berg af met nieuwe stenen tafelen in zijn handen. Deze tafelen werden in een speciale driedubbele kist in de allerheiligste plek in de Tempel neergelegd en bewaard.

Maar wat was er met de scherven van de eerste tafelen gebeurd? Lagen die nog waar ze gevallen waren? Nee, de gebroken stenen tafelen werden opgeborgen, weliswaar niet in dezelfde kist maar wel ernaast. Zo bleven de gebroken tafelen, in Israel, in Yerushalayim, in de Tempel en zelfs op de allerheiligste plek in de Tempel bewaard.

Waarom kregen deze scherven zo’n vooraanstaande plaats? Waarom werd er überhaupt een aandenken aan deze pijnlijke geschiedenis bewaard?

Twee maal ‘ogen’

In onze parasha staat hoe Moshe de tafelen brak:

וָאֶתְפֹּשׂ֙ בִּשְׁנֵ֣י הַלֻּחֹ֔ת וָֽאַשְׁלִכֵ֔ם מֵעַ֖ל שְׁתֵּ֣י יָדָ֑י וָאֲשַׁבְּרֵ֖ם לְעֵינֵיכֶֽם׃

“En ik nam de twee stenen tafelen en ik gooide ze uit mijn twee handen en ik brak ze voor jullie ogen” (Dewariem 9-17).

Aan het einde van de vijf boeken Moses, in het allerlaatste vers in de Torah wordt Moshe geprezen voor “De sterke hand (waarmee hij de Torah heeft ontvangen), de grote ontzagwekkende daad die hij gedaan heeft voor de ogen van het hele volk Israël.”

Rashi (Rabbi Shlomo Yitschaki, 1040-1105) verklaart om welke ontzagwekkende daad het gaat. Het is het breken van de stenen tafelen dat voor de ogen van Israël geschiedde. Omdat er in beide verzen de uitdrukking ‘voor de ogen’ gebruikt wordt, weet men dat het om hetzelfde voorval gaat. Maar sinds wanneer wordt iemand geprezen die uit boosheid iets breekt? Maar Moshe was niet boos. Moshe begreep dat onder deze omstandigheden, het de beste oplossing was om de stenen tafelen te breken.

De Midrash vertelt ons dat de stenen tafelen het gegraveerde contract was tussen het Joodse volk en G-d. Dat contract kon maar beter vernietigd worden, dan in een situatie terecht te komen waarin het Joodse volk dat contract zou hebben gebroken. Beter de afspraak verbreken voordat het contract in ontvangst genomen zou worden!

Inderdaad was dat heel dapper van Moshe, maar waarom kiest G-d juist deze daad om Moshe te prijzen en daarmee alle vijf de boeken af te sluiten? Is dit de grootste prestatie van Moshe? Kon de Torah niet met iets vrolijks  en positiefs  eindigen? De uittocht uit Egypte, de splitsing van de zee, het ontvangen van de Torah of het leiden van de veertigjarige tocht door de woestijn?

G-ddelijk licht

In de gebeurtenis van de gebroken tafelen schuilt echter een zeer waardevolle les. Zo belangrijk, dat dit het beste is wat Moshe ooit gedaan heeft. G-d heeft hem zelfs daarvoor geprezen. Het was kennelijk zo waardevol dat G-d gekozen heeft om de Torah daarmee te beëindigen.

Het leven is namelijk niet altijd volmaakt. Er bestaan heel veel gebroken stukken en daar zit het G-ddelijke licht ook in verstopt. Je zou kunnen denken dat er iets mis is, als het allemaal gescheurd, kapot of stuk is. Niets is minder waar. Ook en juist in het gebrekkige schijnt het licht en kun je inspiratie vinden. De waarheid is niet altijd te vinden in volmaaktheid. Integendeel, het is juist in het kwetsbare en machteloze deel van je leven dat je een glimmend aspect kunt ontdekken.

Soms verbind je je met de Almachtige met blijdschap en succes. Alles gaat voorspoedig: je baan, je gezin, je vakantie. Maar het gaat ook zo vaak mis en in die gebrekkige situaties zit G-d des te meer verscholen.

Licht door spleten

We hopen natuurlijk dat het altijd goed gaat, dat we ons altijd kunnen begeven in de sfeer van het heiligdom. Voel je echter niet ontmoedigd als het misgaat. Misschien is het een gelegenheid om op zoek te gaan naar een diepere band met Hashem. Je denkt misschien G-d te kunnen vinden in een perfecte Shabbat, een volmaakte saamhorigheid, de ideale liefde of een perfect artikel.

Hoe zit het dan als je er geen zin in hebt, boos bent op G-d en boos bent op het leven? Of misschien ben je neerslachtig, moedeloos en somber. Misschien ben je het slachtoffer van omstandigheden, misbruik en nog meer narigheden. Wij denken vaak dat er een bepaald gevoel van volmaaktheid bij spiritualiteit zou moeten horen, maar is dat wel zo? Wat als je al jarenlang voor een zieke of bejaarde aan het zorgen bent waardoor je het huis niet uitgaat en je je neerslachtig voelt. Misschien is die bejaarde jouw vader of tante…of iemand anders. Of je probeert op te krabbelen na een langdurige ziekte en je ziet het niet meer zitten. Of je zit dag en nacht met een huilende baby of je collega’s blijven je maar treiteren en je komt tot niets.

Je voelt je daardoor neerslachtig en klein. Het gevoel dat je de controle kwijt bent en de bescheidenheid die daaruit voortvloeit, vormen een nieuw kader voor een diepere relatie met Hashem. Een nieuwe situatie ontstaat waarin je jezelf aan Hem kan overgeven. Op dat moment maak je ruimte voor G-d in jouw leven. Je bent in een situatie terecht gekomen, waarin je jouw band met Hashem versterkt.

Psalm 51, vers 19:

זִֽבְחֵ֣י אֱלֹקים֮ ר֪וּחַ נִשְׁבָּ֫רָ֥ה לֵב־נִשְׁבָּ֥ר וְנִדְכֶּ֑ה אֱ֝לֹקים לֹ֣א תִבְזֶֽה׃

“Een gebroken ziel is een offer voor G-d, een gebroken en verstoten hart zal G-d niet veronachtzamen.”

Wat de gebroken tafelen ons leren is dat spiritualiteit juist kan bestaan in de meest neerslachtige omstandigheden. Heb je veel pijn en moeilijkheden in je leven en je weet je nog min of meer overeind te houden? Bravo! Het is juist door de spleten van een muur dat het licht kan schijnen.

Hele emmer en gebroken emmer

Een Chinese legende vertelt ons over een waterdrager die dagelijks water uit de put ging halen. Alles liep voorspoedig, ware het niet dat één van zijn emmers een kleine spleet had, waardoor de emmer lekte.

Al gauw ontstond er een gesprek tussen de hele emmer en de gebroken emmer. De hele emmer was zo trots. Dag in dag uit was hij in staat om een volle lading aan te leveren. De gebroken emmer daarentegen was niet zo blij. Bij aankomst was er altijd maar een halve emmer water, de rest was onderweg verspild en verloren. Hij voelde zich altijd zo verdrietig en neerslachtig, vooral in vergelijking met zijn trotse collega. Wat was hij waard?

Na jarenlange lekkages en tranen had hij het niet meer. Hij besloot om met de waterdrager in gesprek te gaan en hem te vertellen hoe waardeloos hij zich voelde omdat hij niet in staat was om zijn rol te vervullen waar hij voor geschapen was.

“Waar heb je het over, mijn lieve emmer”, zei de waterdrager. “Heb je niet gezien dat ik onderweg zaadjes heb geplant? Heb je nooit gemerkt dat jij dagelijks, als lekkende emmer, de plantjes hebt bewaterd terwijl wij er langs liepen? Heb je de bloemen niet gezien die daardoor gegroeid zijn? Deze bloemen pluk ik regelmatig en zet ze in een vaas. Ze versieren mijn huis en maken door hun pracht en praal iedereen blij.”

Nieuw potentieel

Ja, dames en heren, jongens en meisjes, het licht schijnt vaak juist door de spleten en de barsten in ons leven. Het zijn dikwijls de problemen in je leven die je ertoe dwingen om dieper in jezelf te graven en nieuw potentieel te ontdekken. Hierdoor leef je op een ander niveau, je relaties kennen meer diepgang en last but not least ontwikkel je meer begrip en medeleven voor de moeilijkheden van een ander.

Nu begrijpen we waarom de gebroken tafelen niet alleen bewaard werden, maar in het allerheiligste van de Tempel in Jeruzalem neergelegd werden. Niet alles hoeft volmaakt te zijn. G-d waardeert de gebroken stukken in ons leven en legt ze pal naast de volmaakte tafelen. Wissel je gevoel van neerslachtigheid over jouw falen in voor bescheidenheid. Je hoeft niet alles onder controle te hebben. Het mag wel eens misgaan. Stel je bescheiden op en realiseer dat je niet perfect kan of hoeft te zijn. Gebruik de brokken in je leven als springplank. Ze zijn net zo mooi als de bloemetjes die door een lekkende emmer konden groeien!

Shabbat Shalom
Bracha Heintz 

Gebaseerd op lessen van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn ook zeer welkom!


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂