Chanoeka | Kiezen waar je naar kijkt

Chanoeka | Kiezen waar je naar kijkt

Tijdens Chanoeka zingen wij iedere avond, na het aansteken van de menora, over het feit dat de lichtjes uitsluitend bestemd zijn om aanschouwd te worden. Het is ons niet toegestaan hun licht voor enig ander doel te gebruiken. Daarom is er de shamash, de dienende kaars: zij ontsteekt de overige lichtjes, en alleen van háár licht mogen wij gebruikmaken.

Aan iedere feestdag is een specifiek zintuig verbonden, dat op die dag de hoofdrol vervult.
Met Poerim zijn het onze oren die luisteren naar het Poerimverhaal en naar het ratelen dat het kwaad overstemt.
Met Pesach zijn het onze smaakpapillen die de matsa proeven en de smaak van vrijheid ervaren.
En met Chanoeka zijn het onze ogen die de hoofdrol spelen: wij kijken naar de lichtjes en laten ons door hen inspireren.

Want wij kunnen kiezen waar wij wel of niet naar willen kijken.
De Makkabeeërs kozen ervoor om niet te kijken naar het immense Syrische leger, niet naar hun eigen geringe aantallen en niet naar de schijnbaar onmogelijke opdracht die voor hen lag. Zij kozen ervoor te kijken naar het feit dat de onderdrukking van de Griekse heerser moest eindigen en dat G-d hen in deze opdracht zeker zou leiden en beschermen.

Ook de lichtjes van de menora nodigen ons uit onze ogen bewust te gebruiken. Wanneer een uitdaging zich aandient, kunnen ook wij kiezen: kijken wij naar een donkere berg van onmogelijkheden, of richten wij onze blik op een klein, wonderlijk licht dat wij zelf ontsteken  en dat G-d met 8 vermenigvuldigt?

Juist dat G-ddelijke, dat wonderlijke, was waar de Grieken zoveel moeite mee hadden. Hun hellenistische wereldbeeld draaide om het lichaam, om sport en beheersing, om orde, organisatie en logica. Maar dat kruikje olie, dat kleine vlammetje dat steeds omhoog wil, dat zich niet laat vermengen en niet laat beheersen, dát wilden zij uitroeien.

Het wonder is niet alleen dat het licht acht dagen brandde. Het ware wonder is dat het al meer dan 2200 jaar blijft branden.

Licht is niet altijd direct zichtbaar. Vaak zijn wij het, die de duisternis, het onmogelijke en het hopeloze moeten doorbreken.

Zo getuigen de gijzelaars, die na twee jaar gevangenschap in donkere tunnnels, ons vertellen dat zij een enorme hoeveelheid licht hebben ervaard. Een licht dat zij, eenmaal bevrijd niet meer voelden. 

Soms juist door, tegen alle logica in, door te zetten en dat ene kleine lichtje te zoeken en aan te steken, in onszelf en in anderen kunnen wij licht creëeren in de meest tegenwerkende omstandigheden. 

Want wanneer licht naast duisternis wordt geplaatst, overwint het licht altijd. Duisternis heeft namelijk geen substantie; zij is slechts de afwezigheid van licht. Duisternis, obstakels en onmogelijkheden bestaan niet op zichzelf. Eén klein duwtje, één lucifer, één menora kan in één ogenblik een zee van duisternis verdrijven. Het is maar hoe je ernaar kijkt. 

Chanoeka sameach

Bracha Heintz – Chabad Utrecht 

Comments are closed.