Tag: Bracha Heintz

Shawoe’ot | Een hemels gesprek over Torah en kaas

Shawoe’ot | Een hemels gesprek over Torah en kaas

Dankzij een hemelse discussie over het scheiden van vlees en melk ontdekken wij waarom de Torah juist op aarde is gegeven en niet in een spirituele wereld is blijven steken. 

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Shawoe’ot is het feest waarmee wij het ontvangen van de Torah op de berg Sinai vieren. We weten dat de Torah aan het Joodse volk in een woestijn geschonken is. Kon G-d geen betere plek vinden voor deze grote openbaring? In een mooi paleis misschien, in een wereldstad of in een prachtig aangelegde tuin? G-d heeft natuurlijk heel bewust de meest ideale ligging geselecteerd.

Er schuilen zoveel lessen alleen al in G-ds keuze voor de berg Sinai om juist daar de Torah aan het Joodse volk te geven: 

  1. Een woestijn is openbaar gebied, opdat niemand zou kunnen claimen dat de Torah van hem alleen is.
  2. De woestijn bestaat uit zand, steen en aarde. Om de Torah te kunnen ontvangen moet je je bescheiden opstellen, zoals zand en aarde zijn.
  3. In een barre zandvlakte groeit niets. Er is voedsel noch kleding beschikbaar zodat een mens leert op G-d te vertrouwen om in al zijn levensbehoeften te voorzien.
  4. De woestijn is een gevaarlijk gebied met o.a. veel slangen. De ballingschap wordt vergeleken met een spirituele woestenij. Het kan gevaarlijk zijn voor een Jood. Assimilatie ligt op de loer. Het kwaad in de mens, vertegenwoordigd door de slang, blijft aandringen totdat het de mens overhaalt om van de verboden vrucht te eten. Torah is het tegengif dat ons helpt om onze slechte eigenschappen in bedwang te houden. Door Torahstudie zijn wij in staat om ons als Jood te gedragen, waardoor wij de continuïteit van ons volk kunnen waarborgen. 

Kaaskoek

Op welke manier is de Torah gegeven? Wat is er toen allemaal precies gebeurd? We weten dat er op dat belangrijke moment donder, bliksem enz. was. Voor meer informatie kijk in Shemot, hoofdstuk 19 waar de gebeurtenissen, die zich hier op aarde afspeelden, beschreven worden. 

Verder zijn we natuurlijk ook nieuwsgierig naar wat zich in de hemel afspeelde. Wie weet wat daar geschiedde? Of zijn de stenen tafelen zo maar naar beneden gekomen? Welnee!
Wanneer wij het over Shawoe’ot hebben, kunnen wij ons afvragen waar de heerlijke gewoonte vandaan komt om juist op dit feest van kaaskoek en andere melkproducten te genieten en pas daarna een vleesmaaltijd te gebruiken.  

De Midrash, Tehilim 8, vertelt ons het volgende:

וכשעלה משה לקבלה פעם שניה, אמרו מלאכי השרת רבונו של עולם והלא אתמול עברו עליה, שכתבת בה לא יהיה לך אלהים אחרים (שמות כ ג). אמר להם הקב”ה בכל יום הייתם קטיגורין ביני לבין ישראל, לא אתם כשירדתם אצל אברהם אכלתם בשר בחלב, שנאמר ויקח חמאה וחלב ובן הבקר וגו’ ויאכלו (בראשית יח ח) ותינוק שלהם כשהוא בא מבית רבו, ואמו נותנת לו פת ובשר וגבינה לאכול, והוא אומר לה, היום למדני רבי, לא תבשל גדי בחלב אמו (שמות לד כו)! לא מצאו לו מענה. באותה שעה אמר הקב”ה למשה, כתב לך את הדברים האלה (שמות ל”ד כז), עד שאין להם מענה ותשובה

Toen Moshe naar boven ging om de tweede set stenen tafelen te ontvangen, spraken de dienstdoende engelen: “Meester van de wereld, is het niet zo dat het Joodse volk gisteren nog de Torah heeft overtreden door afgoden te dienen (het gouden kalf) terwijl er op de stenen tafelen staat: “Je zult geen andere goden hebben.”  

G-d zei tegen hen: “Iedere dag beschuldigen jullie het Joodse volk! Waren jullie het niet die, toen jullie naar beneden kwamen om Avraham te bezoeken, toen vlees met melk hebben gegeten, zoals er staat (Bereeshiet 18-8): “En hij (Avraham) nam boter en melk en een kalf dat hij klaargemaakt had en hij gaf het hun en hij bediende hen en zij (de engelen) aten”.

En als één van hun kinderen (van het Joodse volk), uit school komt en zijn moeder geeft hem brood met vlees en kaas te eten, dan zegt hij tegen haar: “Vandaag heb ik geleerd van mijn leraar, kook het bokje niet in de melk van zijn moeder.” (Shemot 34 -26) De engelen konden geen antwoord vinden. Op dat moment zei G-d tegen Moshe (Shemot 34- 27): “Schrijf voor jezelf deze woorden op want zij (de engelen) hebben geen antwoord.”

Tot zo ver een vrije vertaling van de Midrash. 

Vlees en melk

Wat is hier precies gaande? De Midrash is een beetje moeilijk te begrijpen. Laten we samen kijken welke boodschap wij hierin kunnen ontdekken. Wat is er precies gebeurd in de hogere werelden toen G-d de Torah aan het Joodse volk wilde geven? De Midrash vertelt ons dat de engelen protesteerden. Zij wilden zelf de Torah krijgen en beweerden dat het Joodse volk het niet waard was, aangezien het volk het gouden kalf had aanbeden. Op dat moment schoot G-d het Joodse volk te hulp en begon Hij het te verdedigen.

Nu was het G-ds beurt om de engelen te beschuldigen. De engelen hadden namelijk ook de Torah voorschriften overtreden toen zij te gast waren bij Avraham onze aartsvader. Zij werden uitgenodigd om te eten en hebben toen melk en vlees gegeten. Verder vertelt G-d aan de engelen hoe een jongetje dat uit school komt weigert om melk en vlees te eten omdat er in de Torah staat dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken. Wat hier eigenlijk gebeurt is dat de engelen het Joodse volk beschuldigen van afgodsdienst, maar G-d verdedigt zijn geliefde volk door de engelen erop te attenderen dat zij zich niet aan de kashroet wetten hebben gehouden. De engelen hadden hier geen antwoord op. 

In hoofdstuk 34 van het boek Shemot staat er eerst dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken en precies één vers later staat er dat Moshe deze woorden moest opschrijven want dankzij deze woorden (namelijk het verbod van vlees met melk) heeft G-d een verbond met jou (Moshe) en het Joodse volk gesloten. Kijk maar:

Vers 26:

 לֹא־תְבַשֵּׁ֥ל גְּדִ֖י בַּחֲלֵ֥ב אִמּֽוֹ׃ 

Kook het bokje niet in de melk van zijn moeder. 

Vers 27:

 וַיֹּ֤אמֶר ה’ אֶל־מֹשֶׁ֔ה כְּתָב־לְךָ֖ אֶת־הַדְּבָרִ֣ים הָאֵ֑לֶּה כִּ֞י עַל־פִּ֣י ׀ הַדְּבָרִ֣ים הָאֵ֗לֶּה כָּרַ֧תִּי אִתְּךָ֛ בְּרִ֖ית וְאֶת־יִשְׂרָאֵֽל׃  

En G-d zei tegen Moshe schrijf deze woorden op want volgens deze woorden heb Ik met jou en met Israël een verbond gesloten. 

Wat blijkt? Hoe heeft G-d de Torah aan het Joodse volk kunnen geven? Wegens melk en vlees; wegens het feit dat de engelen niets meer te zeggen hadden omdat, ten eerste, zij zelf melk en vlees hadden geconsumeerd en, ten tweede, omdat het Joodse volk zich juist wel aan deze wetten houdt. 

Kosher

Dames en heren, de hele Torah is aan ons gegeven omdat G-d de mond van de engelen heeft weten te snoeren! Anders hadden de engelen de Torah ontvangen in plaats van wij. En waar ging het over? Het bekende verbod van het tegelijkertijd eten van melk en vlees. 

Maar hebben de engelen inderdaad niet kosher gegeten? Was het niet zo dat Avraham een kalf ging halen en zijn dienaar vroeg om het klaar te maken? Hoe lang duurt dat wel, het slachten, zouten en spoelen en vervolgens koken? En dus gaf Avraham zijn gasten eerst wat melkgerechten als aperitief en zodra het vlees klaar was – toch minstens een uur later – heeft hij hun het hoofdgerecht voorgeschoteld. Niets aan de hand dus! Waarom beschuldigt G-d de engelen er dan van dat zij tegelijkertijd melk en vlees hebben gegeten, terwijl zij na het eten van de melkproducten lang moesten wachten tot het vlees verorberd kon worden?

De Joodse wet legt het uit. Als je vlees eet moet je zes uur wachten voordat je melk mag consumeren. Heb je melkproducten gegeten dan mag je meteen daarna vlees eten, mits je handen schoon zijn en je je mond spoelt. Nu is het de gewoonte om na melkproducten toch een uur te wachten alvorens men vlees eet. Waarom het verschil? Na vlees zes uur wachten en na melk maar één uur? 

Maimonides stelt dat het vlees nog uren tussen je tanden kan blijven zitten en de ‘Toer’ verklaart dat de smaak van vlees nog heel lang in je mond blijft. Vandaar dat het noodzakelijk is om zes uur te wachten. Melkproducten verdwijnen veel makkelijker en sneller uit je mond waardoor je al één uur na het eten van melkproducten, vlees kan eten. 

Dit is één uitleg voor het wachten van zes uur na een vleesmaaltijd. Maar de Torah heeft oneindig veel verschillende lagen en uitleg. Laten we er nu nog één van ontdekken.

Chesed: geven en liefde

Melk is in deze wereld gekomen als de vertegenwoordiger van de eigenschap van Chesed: geven en liefde. Waarom wordt Chesed, liefde, geassocieerd met melk? 

Omdat melk wit en schoon is en geven een schone zaak is. Omdat melk vloeibaar is en zich grenzeloos verspreidt tenzij het door de wanden van bijvoorbeeld een kommetje tegengehouden wordt. Die begrenzing komt dan van het kommetje en niet van de melk zelf. Liefde straalt ook naar alle kanten toe. Omdat als de moeder melk geeft aan haar kind, ze daarna niet minder melk heeft. Integendeel, hoe meer ze zoogt, hoe meer melk ze produceert. Zo zijn liefde en geven sterk met elkaar verbonden, want als je van iemand houdt en veel aan hem geeft, dan krijg je er nog meer voor terug.  

Daarentegen vertegenwoordigt vlees de eigenschap van Gewoera: begrenzing, strengheid en discipline. Dit is de mogelijkheid om nee te zeggen en te weigeren. Vlees is vast en stevig, begrensd en gelimiteerd; tot daar en niet verder. Gelijk een stuk vlees een bepaalde maat heeft en zich niet zoals melk verspreidt, zo ook vertegenwoordigen strengheid en discipline het feit dat men zaken kan begrenzen, controleren en aansturen.

Chesed (vrijgevigheid) en Gewoera (grenzen stellen) zijn twee tegenovergestelde aspecten die allebei noodzakelijke ingrediënten zijn in een gezonde relatie. Liefde en geven zijn fantastisch, maar laat het niet uit de hand lopen. Als jouw liefde geen grenzen kent, dan vloeit jouw persoonlijkheid over in de ander en raak je jezelf kwijt. Je verliest hierdoor je eigen identiteit. Zelf besta je dan niet meer waardoor je dus ook niemand lief kunt hebben. Want hoe kun je een ander lief hebben terwijl je zelf niet weet wie je bent. Als je zelf onzeker bent dan is dat geen geschikt moment om aan een relatie te beginnen. Discipline en grenzen zorgen ervoor dat iedere persoon zichzelf kan zijn en blijven. Zo behoud je je onafhankelijkheid en waardigheid. 

De Kotsker Rebbe verwoordt het als volgt: 

“Als ik, ik ben 
omdat jij, jij bent,
en jij bent jij
omdat ik, ik ben,
dan ben ik niet ik
en jij bent niet jij.  

Maar als ik, ik ben
omdat ik, ik ben,     
en jij bent jij
omdat jij, jij bent,
dan ben ik, ik en jij, jij.”

Grenzen

Met andere woorden: om een gezonde relatie te hebben moeten er grenzen zijn. Iedereen behoudt zijn eigen identiteit en respect en gunt de ander zijn ruimte en privacy. Zo kan de tweede persoon zichzelf, op zijn eigen manier, ontwikkelen. Als twee mensen weten wie zij zijn, los van elkaar, dan pas kunnen ze een relatie beginnen. Verschillen en grenzen zijn noodzakelijk zodat de liefde kan groeien en gedijen. 

Maar let op! Hoewel liefde en grenzen beiden noodzakelijk zijn, toch moet liefde altijd de overhand houden. De grenzen en de strengheid zijn alleen maar aanwezig om de liefde in goede banen te leiden en te kanaliseren. Geef je les in een klas, gebruik dan discipline om te voorkomen dat je les een chaotische vertoning wordt, maar zorg er vooral voor dat je heel lief en aardig bent tegen je leerlingen. Als je straf uitdeelt aan je kinderen omdat je boos en geïrriteerd bent, dan is dat geen discipline die de liefde van dienst is, maar strengheid om jezelf de illusie te geven dat de leerlingen jou respecteren.  

Nu terug naar de Joodse wet waarin allerlei mogelijke gevallen omschreven worden.

Wat gebeurt er als in de keuken vlees en melk wel met elkaar vermengd worden? De Talmoed geeft verheldering: als heet vlees in hete melk valt of hete melk in heet vlees dan zijn allebei verboden. Als ze allebei koud zijn dan kun je ze weer uit elkaar halen en consumeren. Waarom? Omdat, als eten koud is, verspreidt en vermengt de smaak van het ene voedsel zich niet met het andere voedsel. Elk voedsel behoudt zijn eigen smaak. Maar op het moment dat het heet wordt, dan gaat de smaak van het ene voedsel over naar het andere. Dit is wetenschappelijk heel simpel te verklaren: bij hitte openen de moleculen zich en absorberen ze alles waar ze mee in aanraking komen. 

Heet en koud

Maar we zijn er nog niet want nu komt één van de duizenden Talmoedische hersenkrakers: Wat te doen als het ene heet is en het andere koud? 

Bijvoorbeeld een pan hete melk waar een koud stuk vlees in valt. Wat zeggen we dan? Dat allebei heet zijn geworden of dat allebei als koud worden beschouwd? Verwarmt de hete melk uit de pan het koude stuk vlees dat erin is gevallen? Of verkoelt het koude vlees de hete melk die al in de pan zat?  

Of omgekeerd: een pan met heet vlees waar een koud stuk kaas in valt. Verwarmt het hete vlees dat al in de pan ligt het koude stuk kaas dat erin valt waardoor alles als heet wordt beschouwd en dus verboden wordt om te eten? Of zeggen we dat het koude stuk kaas het hete vlees in de pan afkoelt waardoor al het eten nu als koud wordt beschouwd en dus toegestaan is mits het vlees en de melk gescheiden worden? 

Tot nu toe hebben we het gehad over heet eten in de pan, waar koud voedsel in valt. Het kan ook zijn dat het eten in de pan koud is en wat erin valt heet is. Een koude melk waar een heet stuk vlees in valt of een koud vleesgerecht in een pan waar een stuk hete kaas in valt. De vraag blijft hetzelfde. Verkoelt wat in de pan of schaal ligt hetgeen dat erin valt, of verwarmt hetgeen dat erin valt wat er al in lag? Met andere woorden, wat heeft de overhand? Het onderste dat al in de bakpan of schaal ligt of het bovenste dat erin valt? 

Rav en Shmuel

De Talmoed presenteert over dit vraagstuk een meningsverschil tussen Rav en Shmuel: 

Rav zegt dat het hoogste – dus dat wil zeggen datgene wat erin valt – overheerst. Als het voedsel wat erin valt heet is, dan verhit het het koude eten dat al in de pan lag en is alles verboden. En als datgene wat erin valt koud is, dan heeft dat de overhand; het koelt af wat al in de pan zat en beiden zijn toegestaan mits ze gescheiden worden.  

Shmuel is een andere mening toegedaan. Hij stelt dat het onderste de overhand heeft. Als het eten dat al in de pan is, heet is, dan maakt het, dat wat erin valt ook heet is en dan is alles verboden om te eten. Als dat wat in de pan ligt koud is dan maakt het ook koud dat wat erin valt en is alles toegestaan. Wat onderaan ligt is bepalend. 

De wet volgt de tweede mening, die van Shmuel: het onderste heeft altijd de overhand

Vandaar dat we eerst melkproducten eten en vervolgens vlees en maar één uur ertussen wachten. Melk dat liefde vertegenwoordigt ligt dan al onderin, in onze maag en heeft daardoor de overhand. Wij absorberen in eerste instantie het concept van liefde. Dat kan omdat dat dan de overhand heeft over het vlees, de strengheid die wij pas daarna tot ons nemen. Op dat moment heeft de liefde de nadruk omdat het als eerste is gegeten. Vandaar dat een uurtje wachten voldoende is. 

Bewezen

Heb je al vlees, strengheid in je systeem – het ligt dus onderaan, gooi er dan geen melk overheen want dan zal de strengheid over de liefde heersen en dat is niet kosher. Wacht dan zes uur. Dat is de tijd die noodzakelijk is voor het vlees om helemaal uit je systeem te verdwijnen. Pas na die zes uur kunnen de melkproducten veilig naar binnen zonder door de strengheid overheerst te worden. 

De engelen hadden inderdaad bij Avraham eerst melkproducten gegeten en vervolgens vlees genuttigd. Prima zegt G-d tegen hen. Dat betekent dat jullie het eens zijn met de mening van Shmuel. Want melk, vrijgevigheid moet sowieso de overhand hebben en als jullie eerst melk hebben gegeten dan vinden jullie dat wat onderaan ligt de overhand heeft. Jullie gaan akkoord met  Shmuel, met het feit dat het onderste in de pan de overhand heeft en dus geef ik Mijn Torah aan de onderste wereld. Kennelijk, lieve Engelen vinden jullie dat de laagste wereld, de fysieke wereld waar jij en ik in leven de overhand hoort te krijgen en het belangrijkste is. Hoewel deze lage wereld vol is met allerlei ongewilde en ongunstige zaken, toch is het hier beneden waar de Torah de hoofdrol speelt. Daar waren de engelen het kennelijk mee eens, want hadden ze niet bij Avraham eerst melkproducten gegeten en vervolgens vlees? Zij hadden daardoor bewezen dat het onderste bepalend is.

Willen ze de Torah in de hemel houden, dan vinden ze kennelijk dat de hogere werelden de overhand horen te hebben. Dan hadden zij, toen zij op bezoek waren bij Avraham, eerst vlees en vervolgens melk moeten eten. Dit hebben ze echter niet gedaan en daarmee hebben ze bewezen dat de lagere wereld zegeviert en de Torah in hun hoge wereld geen nut heeft. 

Daarom moest Moshe de wet van vlees en melk opschrijven. Deze regel is het bewijs dat de Torah in deze lagere wereld hoort en niet daarboven bij de engelen. Door eerst melk te consumeren hebben de engelen bewezen dat het onderste de overhand heeft omdat melk liefde vertegenwoordigt en liefde hoort de nadruk te krijgen. 

Hemels gesprek

En dat vieren wij met Shawoe’ot door speciaal een melkmaaltijd te nuttigen en pas daarna een vleesmaaltijd. Het is een herinnering aan een hemels gesprek. Daarmee bewijzen wij dat het doel van de schepping hier beneden ligt. Wij bevestigen hiermee dat G-d van ons houdt en Zijn meest dierbare geschenk, de Torah, juist aan ons heeft gegeven. De Torah hoort bij de mensen hier op aarde, met al onze begeertes en onze gedachtes die niet altijd even zuiver zijn en onze kleine en grote fouten. De hogere spirituele en engelachtige werelden interesseren G-d niet. Hij verheugt zich als het ons af en toe lukt om in deze duistere wereld een vonkje aan te steken, een lichtje te laten branden door bijvoorbeeld iemand te helpen, hem wat te geven of door hem simpelweg toe te lachen. 

Dank je wel, G-d, dat Jij ons de Torah hebt gegeven, bedankt voor de voorkeursbehandeling die Jij ons gegeven hebt. Laten we dit prachtige cadeau dagelijks koesteren en gebruiken om ons leven mooier en rustiger te maken en met eeuwige normen en waarden te vullen. Elk jaar wordt de Torah aan mij en aan jou opnieuw geschonken. Het is aan ons om dit hemels geschenk, dat juist hier beneden hoort, met vreugde en diepgang te aanvaarden. 

Shabbat Shalom en Chag Sameach! 

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl 

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Opmaak door Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah van der Heiden.

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Shawoe’ot wekenfeest | Torah voor iedereen

Shawoe’ot wekenfeest | Torah voor iedereen

De Torah is niet alleen aan het Joodse volk geschonken, maar biedt aan alle mensen op aarde belangrijke leefregels. Op Shawoe’ot vieren we het ontvangen van de Torah, een universele gebeurtenis met een wereldwijde impact!

Download hier een printversie van dit artikel

Op 20 Maart 1991 verklaarde George Bush senior, President van de Verenigde Staten van Amerika, (1989-1993) de zeven Noachidische wetten als de grondslag voor alle beschavingen (motie 104, openbare wetgeving 102-14).

De zeven wetten zijn:

  1. Dien geen afgoden – Geloof in G-d en vertrouw uitsluitend op Hem.
  2. Vervloek G-ds naam niet – Respecteer en loof G-d.
  3. Vermoord en verwond niet. Respecteer het leven van een mens.
  4. Heb geen verboden relaties – Beschouw het huwelijk als een G-ddelijke instelling.
  5. Niet kidnappen, stelen of afpersen – Respecteer andermans eigendommen.
  6. Eet geen vlees van een levend dier – Vermijd wreedheid.
  7. Richt een rechtssysteem op – Gerechtigheid is de basis voor ware vrede.

Oorsprong Noachidische wetten

Waar komen deze regels vandaan? Door wie zijn ze gegeven? Aan wie? En, wie houdt zich daaraan?

Het zijn zeven regels die verder opgesplitst worden in meerdere sub-regels. Eigenlijk gaat het om zeven categorieën, waar 66 geboden en verboden uit voortvloeien. Deze regels gelden voor alle mensen op aarde. Zes ervan zijn door G-d aan Adam, de eerste mens, gegeven. Aan Noach is er na de zondvloed een zevende toegevoegd. Vandaar dat er zeven kleuren in de regenboog zijn.

Vervolgens zijn de zeven wetten bij de berg Sinai in het jaar 2448 (-1313) herhaald. Daar vertelt de Torah ons hoe Moshe, twee dagen voor het ontvangen van de tien geboden, deze zeven regels herhaalt. Het zijn de zeven Noachidische wetten (Rashi Shemot 24-3).

Door de geschiedenis heen

Wie heeft zich ooit aan de Noachidische wetten gehouden? Na de Chanoeka geschiedenis bestond er een hele groep Grieken die afstand deed van de Griekse cultuur en zich aan de zeven regels hield. De Romeinse keizer Julian was zelf een Noachied, die vrijheid van G-dsdienst in zijn rijk vaststelde.

De verwoesting van de Tweede Tempel in het jaar 69, (3829 vanaf de schepping) bracht een lange ballingschap met zich mee. Ballingschap voor de Joden, maar ook voor de zeven Noachidische wetten. Joden en het Jodendom liepen door de eeuwen heen bijna constant gevaar. De Joden konden zich individueel en collectief amper overeind houden. Vanaf de wrede verwoesting van de Tempel, de moordzuchtige kruistochten, de Spaanse inquisitie, de pogroms en de Tweede Wereldoorlog tot vandaag de dag toe is de geschiedenis te droevig om na te vertellen. De mogelijkheid om de zeven Noachidische wetten aan andere volkeren door te geven was vrijwel nihil. Toch noemt G-d het Joodse volk een volk van priesters (Shemot 19-6). Alhoewel er binnen het Joodse volk een hele stam priesters zijn, afstammelingen van Ahron, de broer van Moshe, toch wordt ook het hele Joodse volk priesters genoemd. Zoals de priesters onderwijs gaven binnen het Joodse volk en ook de dienst in de Tempel uitoefenden en tevens een voorbeeldfunctie hadden zo ook heeft het hele Joodse volk een voorbeeldfunctie ten aanzien van alle mensen op aarde. Het Joodse volk heeft als taak om morele normen en waarden aan iedereen kenbaar te maken en de zeven Noachidische wetten te onderwijzen.

Het einde van de dertigjarige oorlog (1618-1648) bracht een lichte verandering in de vervolging van de Joden. De katholieke overmacht was enigszins voorbij. Er ontstonden langzaam maar zeker ‘nieuwe’ wetten. De Torah en andere Joodse geschriften werden iets minder vaak op de brandstapel gegooid. Men ging zich soms juist in deze Torah verdiepen om ideeën te verkrijgen hoe de nieuwe maatschappij er uit zou moeten zien. En dit, geachte lezer, gebeurde nog het meest in Nederland. De Nederlandse regeerders hadden net de Spaanse troepen verslagen en weggestuurd. Nu werd er overleg gepleegd met de Joden en hun wetten en werd er een nieuw systeem opgezet, gebaseerd op de zeven Noachidische wetten. Er kwamen nieuwe ‘moderne’ regels, terwijl Rembrandt maar bleef schilderen over Rabbijnen en andere Joodse wetten en feesten.

Ook Engeland deed mee. John Selden (1584-1654), was een Britse Jurist, die de Engelse grondwet en de Joodse wet bestudeerde. Hij was een Hebraïst en schreef een boek over de zeven Noachidische wetten.

Niet uitsluitend het Joodse volk

Aime Palliere

Zo komen wij terecht bij Aimé Pallière (1879-1949) uit Lyon, een katholieke priester. Hij is een man die zich vreselijk stoorde aan en principiële bezwaren had tegen het katholicisme. In het protestantisme ziet hij ook geen heil: de drie-eenheid blijft voor hem een storend element. G-d kan geen partners hebben die Zijn macht en kracht zouden delen. Mochten er andere krachten zijn die even sterk zouden zijn als G-d, dan is G-d niet meer Almachtig. Bovendien staat de Torah vol met het feit dat er maar één G-d mag worden aanbeden en niets of niemand anders!

Aimé besloot toen om Joods te worden. Echter zou dit voor hem betekenen dat hij afstand zou moeten nemen van zijn lieve familie en van zijn moeder waar hij zo aan gehecht was.

Een reis naar Italië werkte verhelderend. Daar ontmoette hij Rav Eliya Benamozeg (1823-1900), een afstammeling van Spaanse Joden die hun land, gedwongen door de inquisitie, hadden moeten verlaten. Rav Benamozeg bood hem een waardevolle oplossing: om in de absolute eenheid van G-d te geloven en er ook naar te handelen hoefde hij helemaal niet Joods te worden. 

Zou G-d, die hemel en aarde heeft geschapen, zich uitsluitend over het Joodse volk ontfermen? Zou G-d alleen aan hen een code hebben gegeven, volgens welke zij in vrede en harmonie kunnen leven? Hoe zit het dan met alle andere mensen op aarde? Zouden zij maar kunnen doen en laten waar zij zin in hebben?

Nee, ook zij hebben recht op een rechtvaardige, liefdevolle maatschappij waarin de mens en G-d gerespecteerd worden. Een cultuur waarin niet alleen het eerste gebod gehouden wordt, namelijk het geloven in de eenheid van G-d, maar ook het verbod dat er pal naast staat op de tweede set stenen tafelen, namelijk het verbod tot moorden.

Beschaving wereldwijd

De Torah geeft een systeem voor elk mens dat het beste bij hem past: 613 geboden voor het Joodse volk en 66 voor alle andere volkeren. Op Shawoe-ot wordt het ontvangen van al deze geboden in de Torah gevierd.

Het is een gelegenheid om stil te staan bij de ontwikkelingen van de laatste 3335 jaar. Hoe de Torah de beschaving over de hele wereld langzaam maar zeker heeft doen veranderen. We zijn er kennelijk nog niet, maar Mashiach komt eraan. Kijk maar in Tsefania 9-3, hoe het dan zal zijn:

כִּֽי־אָ֛ז אֶהְפֹּ֥ךְ אֶל־עַמִּ֖ים שָׂפָ֣ה בְרוּרָ֑ה לִקְרֹ֤א כֻלָּם֙ בְּשֵׁ֣ם ה לְעָבְד֖וֹ שְׁכֶ֥ם אֶחָֽד׃

Omdat ik dan de volkeren een reine taal zal laten spreken, zodat zij allen G-ds naam zullen roepen om Hem te dienen als één groep.

 En Yeshayahu bevestigt het idee (56-7):

וַהֲבִיאוֹתִ֞ים אֶל־הַ֣ר קָדְשִׁ֗י וְשִׂמַּחְתִּים֙ בְּבֵ֣ית תְּפִלָּתִ֔י עוֹלֹתֵיהֶ֧ם וְזִבְחֵיהֶ֛ם לְרָצ֖וֹן עַֽל־מִזְבְּחִ֑י כִּ֣י בֵיתִ֔י בֵּית־תְּפִלָּ֥ה יִקָּרֵ֖א לְכָל־הָעַמִּֽים׃

Ik zal hun brengen naar Mijn heilige berg en ik zal zorgen dat zij zich zullen verheugen in Mijn gebedshuis (de Tempel). Hun offers zullen welkom zijn op mijn altaar want Mijn huis (de Tempel) zal een gebedshuis zijn voor alle volkeren.

Uit deze verzen blijkt duidelijk dat iedereen het recht heeft om in G-ds eenheid te geloven, om Hem in de Tempel te dienen en deel te nemen aan de voorbereidingen voor de komst van Mashiach die een afstammeling van Koning David was en op Shawoe’ot geboren is.

De eerste Mishna van het eerste hoofdstuk van Spreuken der Vaderen vertelt ons hoe Moshe de Torah heeft ontvangen op de berg Sinai en concludeert o.a. met het feit dat men veel leerlingen moet hebben, Joods of niet-Joods. Het Joodse volk heeft de opdracht om de zeven Noachidische wetten te onderwijzen aan alle volkeren. Deze 66 wetten vallen binnen deze zeven categorieën zoals de Rambam (Maimonides) het in hilchot Melachim (8-13 & 14) verklaart.

Wekenfeest Shawoe’ot

Met Shawoe’ot, het wekenfeest, wordt het ontvangen van de Torah gevierd. Het is een gelegenheid voor ieder mens op aarde om de Torah elk jaar weer opnieuw op zich te nemen. Het is een moment om zich te realiseren dat alle wetten, inclusief de civiele regels en inclusief de Noachidische wetten van G-d afkomstig zijn.

We vervullen ze niet omdat ze mooi zijn, omdat we ze begrijpen of omdat ze logisch en noodzakelijk zijn. De enige reden, de uitsluitende motivatie, hoort te zijn, dat ze door G-d Almachtig aan ons geschonken zijn. Het ontvangen van de Torah is een universele gebeurtenis met een wereldwijde impact die niet meer genegeerd kan worden.

Shawoe’ot heeft betrekking op het Joodse volk, die dit feest viert zoals G-d het hun geboden heeft.

Shawoe’ot is ook een feest dat door alle volkeren gevierd hoort te worden. Zo wordt het bewustzijn verhoogd dat ieder mens het recht heeft om een waardig en rechtvaardig leven te leiden. Een bestaan gebaseerd op respect voor G-d, respect en eerbied voor zichzelf, zijn medemens en alle schepselen op aarde en op het feit dat de zeven Noachidische wetten van G-d afkomstig zijn.

Iedereen heeft het voorrecht en de mogelijkheid om zich hieraan te houden. Doe jij ook mee?

Bracha Heintz
chabadutrecht.nl

Opmaak Rianne Meijer en Devorah van der Heiden

Klik hier als interesse heeft om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Naso | Een G-ddelijke ziel in een dorre woestijn

Naso | Een G-ddelijke ziel in een dorre woestijn

Drie broers, drie namen en drie taken. Hierin schuilen nieuwe inzichten en prachtige inspiratie om onze dagelijkse uitdagingen beter aan te kunnen. Reis met ons mee en ontdek hoe je eigen Joodse ziel tijdens haar tocht door een schrale woestijn toch kan gedijen.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Levi was de derde van de 12 zonen van onze aartsvader Yakov. 

Levi had op zijn beurt drie zonen GERSHON, KEHAT en MERARI en een dochter Yochewed. Zij was een bijzondere vrouw. Dit blijkt uit het feit dat zij drie hele speciale kinderen had. De oudste, Miriam, was een profetes. Haar middelste kind was Aharon die Hogepriester werd. Haar jongste was Moshe, die de opdracht kreeg om het Joodse volk uit Egypte te bevrijden om later de Torah op de berg Sinai in ontvangst te nemen en het Joodse volk veertig jaar lang door de woestijn te leiden. 

Alle afstammelingen van Levi, van vader op zoon, werden Levieten. Alle nakomelingen van Aharon, de (achter)kleinzoon van Levi, werden Priesters. Zij voerden de dienst in de tempel uit en werden daarbij geholpen door de Levieten. Levi was zowel grootvader als overgrootvader van Miriam, Aharon en Moshe, omdat de dochter van Levi (Yochewed) getrouwd was met de kleinzoon van Levi (Amram). Met andere woorden: Amram was met zijn tante getrouwd, de zuster van zijn vader, een huwelijk dat later door de Torah verboden zou worden. Spiritueel gezien was er een hele diepe reden waarom Moshe, ontvanger van de Torah, uit een huwelijk moest komen tussen een man en zijn tante. Raar maar waar.

Drie zonen en een oeroude taakverdeling

Het Joodse kamp werd 40 jaar lang in de woestijn beschermd door een wolk. Deze wolk fungeerde ook als GPS: zodra het Joodse volk moest vertrekken begon deze wolk op te stijgen om vervolgens de weg te wijzen. Wanneer deze wolk daalde wist het reizende Joodse volk dat de plaats bereikt was waar het moest legeren. Het was elke keer een volksverhuizing van drie miljoen mensen!

De tabernakel, de voorloper van de Tempel, ging ook mee. Deze hele constructie, plus alles wat er in zat, moest meeverhuizen en dat was de taak van de Levieten. Gelukkig was de tabernakel zo gemaakt dat hij te transporteren was. Wel was er één probleem en dat was dat uitsluitend de Priesters de meest heilige voorwerpen uit de Tempel mochten zien. De Levieten mochten dat niet. Daarom werden alle voorwerpen door de Priesters eerst minstens dubbel ingepakt alvorens de Levieten in actie mochten komen om ze te verhuizen.

Aan het einde van de Parasha van vorige week werd de familie KEHAT besproken die de middelste zoon van Levi was. De heren van de KEHAT-familie, die tussen de 30 en 60 jaar waren, werden geteld en kregen als taak om de meest heilige voorwerpen van de Tempel te verhuizen. In het artikel van vorige week hebben wij lessen getrokken uit de kleuren van de stoffen waarmee de priesters de heilige voorwerpen inpakten voor dat ze getransporteerd werden. Deze week bestuderen wij een ander aspect van de verhuizing van de Tabernakel. We gaan in op de namen van de drie broers en hoe die verbonden waren met hun specifieke verhuistaak en hoe dit weer gerelateerd is aan onze eigen taak en ons doel in het leven.

Hoewel KEHAT de middelste zoon van Levi was, is hij toch als eerste aan de beurt. Eerst pakten de Priesters de vijf meest heilige voorwerpen in: de gouden ark waar de stenen tafelen in lagen, de gouden kandelaar, het gouden altaar, de gouden tafel en het koperen altaar. Vervolgens droeg de familie KEHAT deze voorwerpen weg.

Zo eindigt de Parasha van vorige week, Parashat Bemidbar, midden in een transportproject. De taak van de middelste zoon, KEHAT, wordt besproken en de Parasha eindigt abrupt, zonder dat de verhuistaken van de oudste en jongste zoon van Levi behandeld worden. Pas één Parasha later, deze week in Naso, komen de twee andere zonen aan de beurt en wordt het vervoeren van de andere voorwerpen van de tabernakel behandeld. Daartussenin wordt bijna altijd Shawoe’ot gevierd, het feest waarbij wij het ontvangen van de Torah op de berg Sinai vieren. (Heel zelden is het niet Bemidbar die de Shabbat vóór Shawoe’ot gelezen wordt, maar Naso). 

                De balken met zilveren fundering                            Bron: Melechet Hamishkan 1969

Deze week lezen en bestuderen wij Parashat Naso. Nu beginnen we met de familie Gershon, de oudste zoon van Levi. Ook zijn familie wordt geteld en mag meedoen met het Levi transportbedrijf, gespecialiseerd in heilige en kostbare goederen. De Gershon-familie nam de gigantische grote stoffen bekledingen mee die over het heiligdom hingen, alsmede de lange gordijnen die tussen de verschillende delen van het tabernakel hingen.

Tenslotte wordt MERARI, de jongste zoon en zijn gezin, geteld. Het Merari-gezin was verantwoordelijk voor het transport van de pilaren, de balken en de zilveren funderingsstukken.

Technische details

Hoe heilig dit allemaal ook moge zijn, wat hebben wij in onze moderne tijd te maken met oeroude transportmethodes? Hoe relevant is het voor mij om te weten wie wat meenam en in welke volgorde? In de woestijn ben ik al lang niet meer. Ik heb noch tabernakel noch Tempel waar ik Priesters en Levieten mag aanschouwen. Toch wordt dit elk jaar weer gelezen en geleerd. Is dit een stukje nostalgie, een geschiedenis uit de oudheid of schuilt er meer achter?

Nog meer voor de hand liggende vragen:

-Waarom worden de drie broers niet allemaal in dezelfde Parasha behandeld?
-Waarom wordt de middelste zoon KEHAT eerder genoemd dan zijn oudere broer GERSHON?
-Waarom onderbreekt het Shawoe’ot-feest dit transportverhaal?

De heilige ark. Bron: Melechet Hamishkan 1969

Voor we hier antwoord op geven verdiepen we ons eerst in enkele technische details: Hoewel alles in de Tempel heilig was, was er toch een verschil tussen verschillende onderdelen. De meest heilige voorwerpen moesten namelijk tijdens de hele reis met de hand gedragen worden. De andere voorwerpen mochten op wagens vervoerd worden. Vandaar dat KEHAT, hoewel hij de middelste zoon was, voorrang kreeg boven zijn oudere broer. Hij was namelijk fysiek sterker. KEHAT nam de heilige ark mee waar de stenen tafelen in lagen. Zijn mannen waren gespierd en konden het zware werk verrichten. Zij waren sterk genoeg om alles met de hand, zonder wagens, te transporteren.

Vandaar dat KEHAT als eerste genoemd wordt én in een aparte Parasha. Alhoewel hij de middelste broer is, krijgt hij toch voorrang omdat hij de heilige ark, waar de stenen tafelen in lagen, meenam en de Torah altijd prioriteit heeft. (in het eerste jaar zat er nog niets in, toch, toen was de Torah nog niet gegeven…)

Nu wordt het duidelijk waarom het ontvangen van de Torah, dat we met Shawoe’ot vieren, pas plaats kan vinden nadat we geleerd hebben hoe KEHAT de stenen tafelen verhuisde. 

Minder zwaar

En nu lezen we de volgende Parasha (Naso) waarin de taak van de oudste zoon GERSHON genoemd wordt. Hij krijgt ook een eerste plaats die hem als eerstgeborene toekomt, omdat onze Parasha met hem begint. Zo krijgt hij ook prioriteit. Door het transportverhaal te splitsen in twee Parshiot geeft de Torah beide broers het respect dat hen toekomt: de middelste zoon wordt als eerste van de drie genoemd aan het einde van Parashat Bemidbar omdat hij de Torah verplaatst. De oudste zoon wordt ook als eerste genoemd aan het begin van Parashat Naso omdat hij de oudste is.

De doeken. Bron: Melechet Hamishkan 1969

GERSHON, de oudste zoon, heeft een minder zware taak. Hij hoeft de doeken en gordijnen onderweg niet te dragen. Daar zijn de wagens voor. Toch is enige spierkracht vereist. Hij moet over muren klimmen om de grote doeken te verwijderen. Behalve dat moest hij toch een heel stuk lopen met de zware stoffen alvorens hij bij de wagens kon komen. Hoe weten wij dat? Omdat de wagens vijf amot breed waren. De afstand tussen de pilaren van de tabernakel was minder dan 5 amot. Hierdoor kunnen we concluderen dat het onmogelijk was om met de de wagens naar binnen te rijden. De familie Gershon moest daarom de voorwerpen die zij transporteerde, eerst naar buiten dragen totdat zij bij de wagens kon komen.

Natuurlijk werden de pilaren op een gegeven moment ook weggehaald, maar dat was de taak van MERARI, de jongste van de drie. Hij ging pas als laatste te werk nadat Gershon de tapijten al had verwijderd.

De familie GERSHON was niet de meest gespierde, maar ook niet de zwakste. Deze familie had nog wel de nodige kracht voor middelzware taken. Zij moest wel alles zelf dragen, echter alleen maar totdat ze de wagens had bereikt.

Zo kwam elke zoon samen met zijn gezin aan zijn trekken. De middelste zoon met de zwaarste taak wordt als eerste genoemd omdat hij de Torah constant met zich meedraagt (geen wagens). De oudste zoon wordt daarna genoemd maar staat toch aan het begin van onze Parasha. Hij moest gedeeltelijk zijn spierkracht gebruiken om de voorwerpen van de tabernakel naar buiten toe te dragen om ze op de wagens te zetten.  De jongste en tevens de zwakste was MERARI. Hij kon de pilaren en zilveren funderingselementen direct op de wagens zetten. 

Model

וְעָשׂוּ לִי מִקְדָּשׁ וְשָׁכַנְתִּי בְּתוֹכָם׃

“Jullie zullen voor mij een heiligdom bouwen en Ik zal in hun midden verblijven.” (Shemot 25-8)

G-d gebiedt ons om een heiligdom te bouwen en Hij belooft in ons midden te verblijven. Er staat ‘in hun midden‘ terwijl er eigenlijk had moeten staan dat G-d in het heiligdom aanwezig zou zijn. G-d benadrukt hierbij dat het niet om het gebouw gaat maar om de bouwers van dat gebouw. G-d is vooral in ons aanwezig op het moment dat wij aan een heiligdom werken, onafhankelijk of dat heiligdom een gebouw, een tabernakel, een tempel, een synagoge of een hart is. Zo zien wij dat het Joodse volk al bijna tweeduizend jaar zonder Tempel gedijt en tijdens de corona-jaren ook zonder synagoge. G-d zegt ons toe om niet alleen aanwezig te zijn in de Tempel, in een gebouw, maar in hun midden: in het hart en in de ziel van elke Jood. Daar vind je een stukje G-ddelijkheid, een stukje Tempel. Alles wat er in de Tempel gebeurde, gebeurt ook in ons hart. De Tempel is een model voor ons, hoe wij in het leven kunnen staan. Onze ziel is het meest kostbare dat wij bezitten en wordt vergeleken met de Torah in de ark, die het meest heilige voorwerp in de Tempel was. Onze ziel is een stukje G-d dat wij met ons meedragen en is van het mooiste materiaal gemaakt. Zij glimt als goud. Verder wordt ze beschermd en ingepakt met dubbele lagen doeken (zie Parashat Bemidbar).

Net zoals de Tabernakel door de woestijn getransporteerd moest worden, zo ook reist de Joodse ziel al duizenden jaren door een spirituele woestenij. De manier waarop de heilige voorwerpen vervoerd werden leert ons hoe wij met onze Joodse ziel kunnen omgaan zodat wij ons door millennia heen kunnen handhaven. We leven in een woestijn: een plek waar onze basisbehoeftes ontbreken. De supermarkt bij mij om de hoek verkoopt maar een beperkt aantal koshere producten. De mensen bij mij op straat vieren geen Shabbat en morele waarden zijn in mijn land vaak ver te zoeken. Een ware woestijn. Hoe houden wij dit al duizenden jaren vol? Hoe zorg ik dat ik mijn Joodse ziel blijf voelen en hoe betrek ik de volgende generatie erbij?  Door het bestuderen van de taken van de stam Levi zullen we het geheim van onze overleving ontdekken.

Er zijn drie niveaus waarop onze ziel zich kan bevinden:

  1. het KEHAT-niveau
  2. het GERSHON-niveau
  3. het MERARI-niveau

Kehat-niveau | Harmonie

De naam KEHAT betekent verzamelen (Bereeshiet 49-10). Alles bij deze persoon is bij elkaar, verzameld en in harmonie. Hij weet alle aspecten van zijn leven, materieel en spiritueel, te synchroniseren. Bij hem heerst er geen tegenstrijdigheid tussen zijn lichamelijke behoeftes en zijn spirituele realiteit. Het ene loopt harmonieus over in het andere. Zijn lichaam gebruikt hij om zijn hemelse doelen te bereiken.

Hij gebruikt deze wereld, maar misbruikt het niet. Hij leeft in evenwicht. Zijn ziel, hart en lichaam vloeien naadloos in elkaar over. Het lichaam voert uit wat de ziel nodig heeft en daardoor verheft de ziel het lichaam. Hij draagt de Torah met zich mee. De Torah is dicht bij hem en niet ‘ver weg op een wagen’.

De KEHAT-familie maakte geen gebruik van wagens. De heilige objecten droegen ze zelf. Er was geen scheiding tussen de Torah en hun lichaam. Zij gebruikten hun lichaam en geest in harmonie en wisten dat allemaal te integreren. KEHAT verzamelt alles en maakt er een coherent pakket van. In zijn leven voelt hij geen frictie tussen tegenstrijdige verlangens. Hierdoor ervaart hij rust en is hij tevreden. Alle verschillende elementen in zijn leven kloppen met elkaar.

Gershon-niveau | Wegsturen

GERSHON betekent wegsturen. Dit vertegenwoordigt de persoon die nog geen harmonie in zijn leven heeft kunnen bereiken. Het lukt hem nog niet zo goed om ervoor te zorgen dat zijn lichaam uitsluitend uitdrukking geeft aan zijn ziel. Om zijn ziel te beschermen en te koesteren is het voor hem nodig om het fysieke weg te sturen. Dan pas kan hij zijn ziel voelen. Doet hij dat niet dan zal zijn ziel verdrinken in de materiële verlangens omdat hij nog niet op het niveau is om al het fysieke uitsluitend te gebruiken om G-d te dienen.

Hij vecht tegen het materiële omdat hij het nog niet heeft weten te kanaliseren binnen de wegen van de Torah. Het is niet ideaal, maar zeker verdienstelijk en lovenswaardig omdat hij wegstuurt wat ongewenst is. Hij moet zich met allerlei doeken en gordijnen beschermen tegen ongewilde infiltraties. Dit zijn de grenzen die hij zichzelf oplegt. Het is een voorrecht om het slechte te kunnen herkennen en weg te jagen. Het wegsturen en zichzelf beschermen is een heilige taak in de Tempel.

Merari-niveau | Bitter

Als laatste is de jongste zoon aan de beurt, MERARI. Deze naam betekent bitter. Denk aan maror, het bittere kruid. Deze man of vrouw heeft best wel moeite om zich staande te houden. Hij is bitter omdat het hem niet lukt om zijn geest in harmonie met zijn lichaam te doen functioneren, zoals KEHAT. Het lukt hem zelfs niet om zich af te schermen tegen ongewilde elementen en ze weg te sturen, gelijk GERSHON dat doet.

Hij wordt als laatste genoemd, niet alleen omdat hij de jongste van de drie is, maar ook omdat hij bescheiden en gefrustreerd is. Hij is de zwakste in spierkracht maar ook in geestelijk opzicht. Hij zit er echt mee. Hij denkt dat hij niets waard is en dat hij niet mee mag doen. En dit is zijn bitterheid. Niets is minder waar. G-d heeft ook voor hem een boodschap en een taak weggelegd. Hij krijgt zelfs een fundamentele functie! MERARI mag de pilaren en de fundering transporteren.

Het feit dat hij onvrede over zijn spirituele toestand heeft is op zich al een heel mooi niveau. Hij doet mee met de Tempeltaken, want iedereen hoort erbij. Of je nu perfect bent en deze wereld uitsluitend voor het goede weet te gebruiken of niet. Zijn onvrede over zijn spirituele toestand, zijn bitterheid en bescheidenheid werken in zijn voordeel. Merari vertegenwoordigt de persoon die zich zorgen maakt over zijn lage niveau. Alleen al het feit dat hij bezorgd is laat zien hoe betrokken hij is. Het lukt hem niet om een hoger niveau te bereiken, maar hij verlangt er wel naar en is verbitterd dat het hem nog niet lukt. Deze houding zorgt ervoor dat hij een heilige taak heeft in de allerheiligste plek op aarde, in de Tempel!

Veerplank om verder te komen

Hij kan zijn bittere gevoelens gebruiken als veerplank, als basis en fundering om zichzelf verder voort te bewegen. Deze gevoelens van bescheidenheid vormen het begin van elke goede relatie. Het is de fundering waar de rest op gebouwd is.

Ben je gefrustreerd over je spirituele toestand? Je bent dan beter af dan je denkt. Wil je springen, dan zul je eerst door je knieën moeten gaan om hogerop te komen. Dit is de neerwaartse beweging, het bittere gevoel dat een sprong naar het positieve mogelijk maakt. 

Wil je met pijl en boog schieten, richt dan de achterkant van de pijl eerst naar je hart toe. Hoe meer je de pijl naar achteren spant, hoe verder je pijl komt.

Een stukje bescheidenheid en frustratie is soms op zijn plaats, mits het, ten eerste, beperkt blijft, anders zou het tot depressie kunnen leiden en dat is natuurlijk uit den boze. De tweede voorwaarde is dat je dat gevoel vervolgens weet om te buigen om je verder vrolijk voort te bewegen op je reis door het leven.

Blijf daarom waakzaam: welk soort bitterheid ervaar je? Zijn het schuldgevoelens die ervoor zorgen dat je blokkeert? Dan ben je zeker niet goed bezig. Als je tegen je slechte neigingen wilt vechten, dan zul je daar heel veel energie in moeten stoppen. Vergelijk het met twee mensen die met elkaar worstelen. Als er eentje lui of zelfs niet enthousiast genoeg is om te willen winnen, dan zal hij de strijd verliezen, ook al zou hij in spierkracht sterker zijn dan zijn tegenstander. Zo ook in spirituele zin: wil je de strijd tegen alles wat verkeerd is in je leven winnen, dan is het niet handig om op dat moment je droevig, bitter en zwaar te voelen. Met deze emoties zul je nergens zin in hebben, totaal blokkeren en zeker geen moeilijke strijd aan kunnen. Daar is juist enthousiasme en vreugde voor nodig. Vandaar dat vrolijkheid, zang en dans een centrale rol spelen in het Jodendom. Het is dé manier om vol energie te vechten tegen alles wat ons neerwaarts probeert te sleuren.

Bitterheid: hoeveel en wanneer

Mocht je schuldgevoelens hebben en bitterheid ervaren terwijl je op dat moment bezig bent met allerlei zaken zoals, werk, school, gebed, Torah leren of mitswot doen, dan weet je zeker dat deze emoties negatief zijn. Ze zijn alleen maar op komen dagen om je te weerhouden van het uitvoeren van de positieve zaken waar je mee bezig bent. Stuur deze bittere gevoelens op dat soort momenten onmiddellijk weg. Ga niet in discussie met een stemmetje in jezelf dat vol met schuldgevoelens zit en jou ervan probeert te weerhouden om verder te gaan met waar je mee bezig was. Zoals de wijze Koning Salomon zegt in Spreuken 26-4:

אַל־תַּ֣עַן כְּ֭סִיל כְּאִוַּלְתּ֑וֹ פֶּֽן־תִּשְׁוֶה־לּ֥וֹ גַם־אָֽתָּה׃

‘Beantwoord niet een dwaas, opdat jij niet met hem vergeleken zult worden.’

De dwaas in dit geval is het stemmetje dat jou schuldgevoelens aanpraat op een ongeschikt moment. Negeer het en ga vooral verder met waar je mee bezig was.

Daarentegen is het goed om af en toe, op gezette tijden, die wij van tevoren bepaald hebben, na te denken over ons niveau en hoe ver we eigenlijk verwijderd zijn van waar we zouden kunnen en hadden willen zijn. Dit is gepaste en beperkte bitterheid.

Tegelijkertijd is het wijs om te beseffen dat elk mens eigenlijk twee zielen heeft die G-d allebei in ons geplaatst heeft. Enerzijds de G-ddelijke ziel die uitsluitend de Torah wil leren en alles wat erin staat wil uitvoeren. Anderzijds de Yetser Hara, de ‘slechte wil’ die G-d in ons gezet heeft om ons te verleiden en te overtuigen om de Torah niet te volgen, om egoïstisch te zijn en in onze eigen verlangens op te gaan. Het is G-d Zelf die ons dagelijks uitdaagt. De reden daartoe is opdat wij diepere krachten in onszelf naar boven zullen halen om deze slechte wil in ons te negeren en weg te jagen. Daarbij laten wij zien hoe zeer wij het waarderen dat G-d ons de gelegenheid geeft om dichtbij Hem en alles wat Hij vertegenwoordigt te komen.

Enerzijds zijn wij best bitter en droevig over onze ‘verkeerde’ acties. Anderzijds laten wij deze gevoelens alleen op gepaste tijden toe en zorgen wij ervoor dat wij daarna weer vrolijk zijn omdat wij weten dat de slechte wil alleen in ons is geplaatst om ons uit te dagen. Die vrolijkheid is noodzakelijk om vol met energie tegen onze ‘verkeerde’ verlangens in te gaan.

Verder kunnen we alleen maar concluderen wat voor een hoge dunk G-d van ons heeft als Hij ons steeds zo sterk verleidt en van ons verwacht dat wij de verleidingen kunnen weerstaan. Van onze kant zijn wij al lang blij als het ons af en toe lukt om een goede daad te verrichten.

Merari betekent bitterheid. Het is het gevoel dat wij nog maar op een bescheiden niveau zijn. De taak van Merari was om de zilveren fundering te transporteren omdat beperkte bitterheid de zilveren fundering is van ons leven. Gepaste en begrensde bitterheid vormt de basis om op een vrolijke manier verder op reis te gaan in het leven.

Zoals de Levieten de voorwerpen van de tempel mee op reis namen, zo ook transporteren wij in ons leven allerlei gevoelens die wij met behulp van de lessen uit de Torah weten te sturen en te kanaliseren. Of je nu op het Kehat niveau bent (waarbij je lichaam en ziel naadloos in elkaar overlopen) of je bent op het Gershon niveau (waarbij je je begeertes weg weet te jagen) of op het Merari niveau (waarbij je bitter bent over je spiritueel niveau) wees ervan verzekerd dat alle drie niveaus een belangrijke plaats innemen in het dienen van G-d, toen en nu!

Drie namen, drie tijdperken

De Chatam Sofer (1762-1839) vertelt ons dat de drie namen Kehat, Gershon en Merari, drie fases in de Joodse geschiedenis vertegenwoordigen, waarbij elke periode moeilijker wordt, meer uitdagend en des te waardevoller is. 
Kehat betekent verzamelen. Dit vertegenwoordigt de tijd dat beide tempels bestonden en het Joodse volk verzameld was en bij elkaar woonde.
Gershon betekent wegsturen. Dit is de ballingschap vanaf het jaar 70 toen de tweede Tempel verwoest werd waarna de Joden uit hun land door de hele wereld werden verbannen.
Merari betekent bitterheid, de vervolgingen, pogroms en holocaust, een onbeschrijfelijke verwoesting en ellende.

G-d dienen als alles koek en ei is, zoals in de eerste periode, is zeker waardevol.
De Torah en je tradities behouden in fase twee, zonder tempel en verspreid over de hele wereld is een ongelofelijke uitdaging.
Diegenen die in periode nummer drie, de inquisitie, pogroms en holocaust meemaakten zijn onze allerheiligsten. Met wat zij hebben moeten doorstaan hebben zij het hoogst mogelijke niveau bereikt, zowel diegenen die vermoord werden als diegenen die het overleefden en de moed bij elkaar hebben geraapt om verder te leven. Deze mensen verdienen ons diepste respect. Rav Yoel Teitelbaum, de Satmer Rebbe (1887 – 1979) vertelt ons dat als je een zegen wilt ontvangen, je dat het beste kunt vragen aan iemand die een getatoeëerd nummer op zijn arm heeft. Diegenen die deze bitterheid hebben meegemaakt hebben het ultieme niveau bereikt en gaan volgens de Lubavitcher Rebbe (1902 – 1994) direct naar Gan Eden (paradijs).
Moge Mashiach zich meteen openbaren en alle bitterheid en tranen van de aardbodem wegvegen en vooral al deze herinneringen totaal uit ons geheugen doen verdwijnen!

Bracha Heintz 
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op de lessen van de eerste en zevende Lubavitcher Rebbe, Rav YY Jacobson en de Chatam Sofer
Opgedragen aan de ziel van Marks ben Shmuel en Roza (vader van mijn schoonzoon), overleden op de eerste dag Shawoe’ot 2020, 6 Siewan 5780.
Opmaak Rianne Meijer, Devorah van der Heiden & Sonja Tamam.

Tip! Print dit artikel nog voor de aanvang van Shabbat, zodat je het rustig tijdens Shabbat kunt (na)lezen


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

Poerim | Vasten bij oorlog

Tijdens het Poerim gebeuren moest het Joodse volk zich op 13 Adar verdedigen tegen de antisemitische Perzen, die toestemming hadden gekregen van Koning Achashwerosh om hen te vermoorden.>> Lees hier verder!

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Poerim 2024

En zo hebben wij Poerim in Utrecht gevierd.
Op één of andere manier is het gelukt om de simcha van Poerim met de situatie in Israël te combineren.  >> Lees hier verder!

Poerim| Koningin Esther en president Zelensky

Koningin Esther toonde kracht. Ze was maar een verlegen meisje, een wees van zowel haar vader als haar moeder. Mordechai had haar in huis genomen en opgevoed en de Megila vertelt ons dat zij alles deed wat hij haar vroeg. >> Lees hier verder!

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Poerim | Alles op z’n tijd

Wat vreemd dat Mordechai niet gelijk beloond werd nadat hij het leven van koning Achashwerosh had gered. Maar Mordechai had geduld en het volste vertrouwen dat er overal een reden voor was. >>Lees hier verder!

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.