Tag: Bracha Heintz

Bemiedbar | Hoe neem ik de Torah mee?

Bemiedbar | Hoe neem ik de Torah mee?

In Parashat Bemiedbar lezen wij hoe de Tabernakel en haar heilige voorwerpen door de woestijn vervoerd werden. Op het eerste gezicht lijkt het een technisch verhaal over doeken, kleuren en transport. Maar juist daar, tussen de turquoise wol en de veelkleurige huid van de Tachash, schuilt het geheim van het voortbestaan van het Joodse volk.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Bemiedbar is de naam van het vierde boek van de Torah en tevens de naam van de eerste
Parasha van dit boek. Bemiedbar betekent ‘in een woestijn’. Inderdaad mogen wij in dit
vierde boek een kijkje nemen in alles wat het Joodse volk is overkomen in hun
veertigjarige trek door deze wildernis.

In Parashat Bemiedbar wordt de reis door de woestijn zorgvuldig voorbereid en georganiseerd. Allereerst wordt het Joodse volk geteld. Daarna wordt nauwkeurig beschreven hoe iedere stam zijn tenten rondom de Tabernakel moest opstellen. Elke stam kende zijn plaats binnen het kamp.

Ook het reizen zelf verliep volgens een strak georganiseerde structuur. Men kan zich voorstellen welke chaos zou ontstaan wanneer bijna drie miljoen mensen tegelijkertijd moesten vertrekken. Denk alleen al aan de chaos die ontstaat wanneer een complete stad plotseling geëvacueerd moet worden. Toch verliep in de woestijn alles opmerkelijk ordelijk. Het vertrek, de reis en de aankomst werden telkens opnieuw in gang gezet via een door G-d georkestreerd systeem..

Ook de Tabernakel, het middelpunt van het Joodse kamp, werd elke keer mee vervoerd  en juist dat vormt het slotstuk van onze Parasha. In de laatste verzen wordt uitgelegd hoe de vijf heiligste voorwerpen van de Tabernakel getransporteerd moesten worden: de Ark, de tafel, de menora, het gouden altaar en het koperen altaar.

Het waren de Levieten die de verantwoordelijkheid droegen om de Tabernakel uit elkaar te halen, te vervoeren en op de nieuwe bestemming opnieuw veilig op te bouwen. Levi, de zoon van Ja’akov, had drie zonen: Gershon, Kehat en Merari, en één dochter, Jochewed (de moeder van Aharon, Mirjam en Moshe). Bij iedere verhuizing kreeg elk van de drie families van Levi een eigen, nauwkeurig afgebakende taak.

Verhuizing    

In de veertigjarige trektocht werd er nogal wat verhuisd. Van de ene plek in de woestijn naar de andere, totdat ze veertig jaar later in Israël zouden arriveren.

Parashat Bemiedbar (4, 4-6) omschrijft hoe de familie van Kehat, de middelste zoon van Levi, verantwoordelijk was voor het transporteren van de meest heilige voorwerpen. Wel moesten de priesters (Aharon en zijn afstammelingen) eerst deze heilige voorwerpen volledig inpakken voordat de Levieten in actie mochten komen om aan hun transporttaken te beginnen.

Minstens twee verschillende doeken waren nodig om de heilige voorwerpen in te pakken:

  1. Een wollen kleed in turquoise geverfd
  2. De veelkleurige huid van een dier dat Tachash heet

De Ark, waarin de stenen tafelen werden bewaard, werd eerst bedekt met het gordijn dat het heilige deel van de Tabernakel scheidde van het Allerheiligste. Daarna werd de Ark ingepakt in de huid van de Tachash en vervolgens nog eens omhuld met een wollen, turquoise kleed.

Zo eindigt de eerste Parasha van het vierde boek van de Torah, Parashat Bemiedbar. De Parasha van volgende week, Naso, gaat verder met het transport van de overige onderdelen van de Tabernakel door de twee andere families van Levi: Gershon en Merari.

Betekenis turquoise verf

Wat is de betekenis van deze turquoise kleur en waarom werd juist de huid van de Tachash gebruikt? Waarom waren deze materialen, en vooral hun kleuren, zo essentieel om het transport mogelijk te maken? Welke diepere gedachte schuilt hierachter en welke les kunnen wij daar vandaag nog uit meenemen?

Rav Y.B. Soloveitchik, een geleerde uit de twintigste eeuw legt het uit.

Techelet is de turquoise kleur die verkregen werd uit een bepaalde vis uit de Middellandse Zee die Chilazon heet. Deze vis was moeilijk te vinden en te vangen en derhalve was deze turquoise kleur lastig te verkrijgen. Het is zelfs zo dat het nu al eeuwen niet meer gebruikt wordt omdat men gewoonweg niet meer weet welke vis dit precies is.

Deze zelfde turquoise kleur werd ook voor Tsietsiet gebruikt, de touwtjes die door mannen aan de hoeken van een vierhoekig kleed worden gedragen. Eén van die touwtjes moest ook met die turquoise kleur geverfd worden. Dit wordt tegenwoordig niet meer gedaan omdat men niet meer precies weet om welke vis het gaat. Recentelijk claimde de Radziner Rav dat hij deze zeldzame vis weer ontdekt had. Derhalve lopen vandaag de dag enkele mensen met een blauwe draad in hun tsietsiet, maar de meesten niet, omdat vele geleerden niet met zekerheid weten vast te stellen dat de gevonden vis de juiste is.

Omdat deze vis ook vroeger zelden te vinden was ontstond er destijds een handel in indigo poeder, een verf, afkomstig van de indigo plant. De indigo kleur ziet er net zo uit als het turquoise van de Chilazon vis. Toch was men in staat om te verifiëren of de turquoise kleur die men wilde kopen werkelijk van de vis afkomstig was. De Talmoed (Menachot 42b) vertelt ons dat men door het inweken van de stof de afkomst van de kleur kon nagaan. De turquoise kleur die van de Chilazon gemaakt was verbleekte namelijk nooit. Als eenmaal de wol ermee geverfd was bleef het voor altijd zijn kleur behouden. Daarentegen verkleurde de indigo-verf wel.

Onaantastbare essentie

Hierin ligt al de eerste les besloten achter het vervoeren van de meest kostbare elementen van de Tabernakel.

Niet alleen werd de Tabernakel in de woestijn getransporteerd. Ook later door de hele geschiedenis heen, zou het Joodse volk moeten verhuizen onder de meest schrijnende omstandigheden. Gediscrimineerd, vervolgd, bestolen, gemarteld en vermoord zijn wij in groepen of individueel op transport gezet. Hoe hebben wij het als volk overleefd? Wat heeft onze uitzonderlijke continuïteit gewaarborgd? Hoe hebben wij de warmte en de vonk van het Jodendom kunnen behouden?  En waar komt onze vitaliteit en het Joods bewustzijn vandaan?

Het zit hem in de Chilazon vis en juist niet in de indigo-poeder. De verf van de indigo plant komt en gaat. Het kleurt om vervolgens weer te vervagen. Daarentegen blijft de turquoise kleur, afkomstig uit de Chilazon, continu verenigd met de stof. Wat je er ook mee doet, het blijft. Niets kan het aantasten of verminderen. Waar je het ook mee mengt en waar je het ook in weekt het blijft zijn kleur behouden. Het Joodse volk behoudt ook zijn kleur. En die kleur is onafscheidelijk van onze essentie. Onze omgeving beïnvloedt ons niet. Tweeduizend jaar lang weken in ballingschap tast onze essentie niet aan.

Verschillende lagen en kleuren

Tegelijkertijd is er, alvorens men op reis gaat, een tweede bedekking nodig, de Tachash, de huid van dat ene dier dat niet meer bestaat. Hoe zag die huid eruit? Het was een mengsel van verschillende prachtige tinten (Talmoed Shabbat 28a). Dit vertegenwoordigt de vele verschillende interpretaties binnen de Torah en de verschillende benaderingen binnen het Jodendom. Alles in de Torah heeft 70 verschillende lagen. De Torah heeft meer dan één kleur, net zoals de huid van de Tachash.

Elk individu is anders en zal daarom op een andere manier geïnspireerd raken. Iedereen heeft een bepaalde muzieknoot die bij zijn ziel past en samen met de andere muzieknoten vormen zij een prachtige symfonie. Iedereen mag de Torah ervaren op zijn manier, mits het binnen het kader van haar wetten valt. Vandaar dat het gordijn als eerste op de ark gelegd werd. Het gordijn was de scheiding tussen heilig en allerheiligst. De Torah moest beschermd worden, gescheiden van de rest. Maar binnen de Torah zelf bestaan er zeeën van mogelijkheden, talloze interpretaties en vele manieren om hetzelfde idee te ervaren. De Torah en de stenen tafelen in de ark zijn niet beperkt tot één kleur, één niveau of één manier van ervaren. Iedereen heeft het recht en de mogelijkheid om daar zijn eigen weg en creativiteit in te vinden. Iedereen heeft zijn eigen bijdrage en zijn eigen invalshoek.

Ook een piano heeft 88 toetsen, maar wanneer Mozart erop speelt, ontstaat er een hele andere melodie dan wanneer Beethoven zijn vingers over het klavier laat walsen
Dezelfde toetsen, dezelfde piano, maar iedereen zijn eigen energie, zijn eigen muziek. De Torah gaat over inclusiviteit; iedereen hoort erbij, iedereen draagt op een unieke manier bij en samen vullen we elkaar aan. Stel je voor dat een volledige symfonie uit slechts één noot zou bestaan, of dat een schilderij maar één enkele kleur zou bevatten?
Iedereen hoort erbij en wordt erbij betrokken. De huid van de Tachash was een mix van prachtige tinten en daarom een uiterst geschikte stof om de Torah mee in te pakken en waar ook ter wereld naartoe te brengen. 

Veelkleurig, maar één geheel

Toch is de Tachash de huid van maar één dier. Weliswaar een veelkleurig dier maar het is er toch maar één. Omdat het Jodendom ook één geheel is. Wil je de Torah door de generaties heen meenemen dan moet je het ook als één geheel zien. Als je erin gaat hakken, als je het gaat sorteren en erin keuzes gaat maken, of zegt: dit spreekt mij aan en dit niet, dit vind ik leuk, gezellig enz… en dit is me weer te duur, te lastig en te ver, dan houd je een verwaterd Jodendom over.

De geschiedenis laat zien dat díe stromingen binnen het Jodendom, die ervoor kozen om een deel van de Torah uit te voeren en een deel niet, geen stand hebben kunnen houden. Dit soort Jodendom heeft de kracht niet in zich om naar de volgende generatie overgebracht te worden. Stel, je vindt Shabbat leuk maar je gaat ook op Shabbat boodschappen doen of werken. Wat moeten jouw kinderen of leerlingen hieruit concluderen? Is het Jodendom serieus of niet? Is het altijd waar óf af en toe niet? Natuurlijk is er ook ruimte voor groei. Niemand hoeft of moet alles in één keer op zich nemen. Dit is echter heel anders dan te zeggen: “Met dit deel ben ik het eens en met dit deel niet.” Je zou kunnen stellen: “Ik ben er nog niet aan toe of het is mij nu nog te veel, maar hopelijk in de toekomst gaat het mij wel lukken.”

Voorbeeld Ruth en Naomi

Dit is wat Ruth tegen Naomi zei toen zij weigerde terug te keren naar Moaw en haar ouderlijk huis. Ruth wilde hoe dan ook samen met Naomi naar Israël reizen en zich aansluiten bij het Joodse volk. Met haar woorden liet zij Naomi zien dat zij elk aspect van het Jodendom volledig op zich wilde nemen.

‘En Ruth zei (tegen haar schoonmoeder Naomi): “Vraag mij niet om jou niet te volgen, want waar jij naartoe gaat zal ik naartoe gaan en waar jij zult slapen zal ik slapen, jouw volk is mijn volk en jouw G-d is mijn G-d. Ik zal sterven waar jij sterft en daar zal ik begraven worden. Zo zal G-d voor mij doen en zo zal Hij het verder door laten gaan, want de dood zal een scheiding maken tussen mij en jou.” (Ruth 1, 16-17):

Zo staat het letterlijk in Megilat Ruth geschreven, maar eigenlijk was er veel meer gaande dan wij hier oppervlakkig kunnen lezen. Het gesprek was eigenlijk veel dieper en gedetailleerder (Talmoed Yevamot 47b):

Het Jodendom doet niet aan zending en toen Naomi zag dat Ruth, haar schoondochter, niet naar haar ouders wilde terugkeren, probeerde Naomi haar te overtuigen om dat wel te doen. Naomi zei tegen Ruth: “Als je Joods wilt worden dan moet je je aan de Shabbat-regels houden. Dat houdt o.a. in dat je niet meer dan 1 km buiten de bebouwde kom mag lopen.” Waarop Ruth zegt: “…waar jij heengaat zal ik heengaan.”

De reis naar Israël kon langer dan één dag duren. Dat betekende dat er onderweg ook geslapen moest worden, maar dat kon niet zomaar overal. Volgens de Joodse wet mag een vrouw namelijk niet alleen met een man op een afgesloten plaats verblijven wanneer niemand onverwachts naar binnen kan komen, tenzij het haar echtgenoot of een zeer naaste verwant betreft. Het was daarom mogelijk dat zij onderweg in de open lucht zouden moeten overnachten. Daarop antwoordde Ruth: “Waar jij slaapt, zal ik slapen.”

Wij hebben 613 geboden en verboden en jij maar 7. Waarop Ruth antwoordt: “…jouw volk is mijn volk”.

Naomi zegt: “Wij mogen geen afgoden dienen.” En Ruth zegt: “…jouw G-d is mijn G-d”.

Tenslotte zegt Naomi: “Er zijn vier verschillende doodstraffen die een mens kan krijgen bij bepaalde overtredingen.” En Ruth reageert: “…ik zal sterven waar jij sterft”. M.a.w. ik onderwerp me aan dezelfde regels als jij.

Holistisch

Wat opvalt in dit gesprek is de mix en verscheidenheid van onderwerpen, regels en wetten die door Naomi naar voren worden gebracht. Van afgodsdienst tot de details van de Shabbat-regels, van het alleen in een woning zijn met een man, tot de doodstraf. Fundamentele elementen lijken samen met zijdelingse onderwerpen ter sprake te komen. Het gesprek gaat over monotheïsme en tegelijkertijd over hoe ver je op Shabbat buiten de stad mag lopen.

De reden dat Naomi fundamentele onderdelen van het Jodendom naast ogenschijnlijk kleinere details plaatst, is omdat het Jodendom holistisch is en een geheel vormt. Het is geen keuzepakket waaruit men alleen neemt wat hem aanspreekt. Het is niet zo dat de ene regel de andere overtreft of dat sommige geboden belangrijker of essentiëler zijn dan andere. Elk gebod heeft iets oneindigs in zich, alleen al door het feit dat het van G-d afkomstig is. Met de wil van G-d verbind je je wanneer je het uitvoert. Het maakt dan niets uit of het een detail is of iets essentieels. Alles is dan essentieel. In die zin is elk gebod gelijk. Het woord gebod in het Hebreeuws is Mitswah en dat betekent verbinding, omdat, als je iets doet dat iemand wil, ongeacht wat het is, dan verbind je je automatisch met die persoon. Hetzelfde geldt met G-d. Met elk gebod dat je uitvoert versterk je je relatie met Hem. Je kunt niet zeggen: “Ik eet geen varkensvlees, maar voor de rest houd ik mij niet aan de regels.” Je kunt het natuurlijk wel zeggen, maar dan is jouw Jodendom zwak en fragiel en niet sterk genoeg om over meerdere generaties heen getild te worden. Bij de eerste storm onderweg valt het om. Het kan zijn dat het ene gebod je meer aanspreekt en dat je het graag vervult. En het kan zijn dat je het met andere elementen binnen het Jodendom niet eens bent of saai vindt of niet relevant. Maar het gaat niet om jou of om mij of om wat wij ervan vinden.

Samen dragen wij een collectieve verantwoordelijkheid om van alle kleuren en tinten in de Torah een prachtige mix te maken zoals de veelkleurigheid van de Tachash. Het is juist die houding die de continuïteit waarborgt.

Om een Jood te zijn en te blijven, om de stormen van millennia aan te kunnen en steeds weer die ark met z’n stenen tafelen mee te kunnen nemen heb je de Tachash nodig: de diverse eigenschappen van het Jodendom samengevoegd tot één geheel.

Munten van Moshe

Moshe Rabenoe moest verantwoording afleggen over hoe hij de donaties voor de Tempel, die aan hem toevertrouwd waren, had besteed. Echter, hij kon zich niet herinneren waar de 1775 zilveren gedoneerde munten voor waren gebruikt. De Talmoed vertelt ons hoe de Romeinse minister Koentroekoes maar niet begreep hoe dat kon. Koentroekoes vroeg aan Rav Yochanan ben Zakai of Moshe een dief of een oplichter was of dat hij zijn rekenlessen op school misschien niet goed had begrepen (Talmoed Bechorot 5a). Moshe wist in eerste instantie inderdaad niet waar het geld naartoe verdwenen was, maar later zag hij de zilveren haken die op de pilaren van de Tabernakel waren aangebracht en hij herinnerde zich ineens dat het zilver dáárvoor gebruikt was. 

Ook dit gesprek tussen Koentroekoes en Rabbi Yochanan ben Zakai heeft een diepere laag en betekenis. Koentroekoes wist heel goed dat het zilver niet in Moshe Rabenoes broekzak terecht was gekomen. Maar waar het bij Koentroekoes om ging was dat de details van het Jodendom best genegeerd en overgeslagen konden worden. Voor hem waren de details, de kleine haken, niet van belang. Uitsluitend de pilaren, de fundering, waren essentieel. Maar het Jodendom maakt geen onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Alles is G-ddelijk, onmeetbaar en van oneindige waarde. Of iemand zich weerhoudt van afgoden dienen of oplet dat hij niet te ver loopt op Shabbat, voor de Eeuwige G-d die boven de natuur en boven metingen en vergelijkingen staat, is het allemaal evenveel waard.

Details zijn cruciaal

Mensen vragen weleens: Kun jij niet een keertje een boterham met ham eten als je onverwacht op een vliegveld twee dagen moet wachten voor je verder kunt reizen? Of kan je niet een keertje op zaterdag werken of een examen afleggen omdat het echt niet anders kan? Kun je niet eenmalig een vrijstelling of ontheffing krijgen? Nee, is het antwoord. Het Jodendom is een pakket. Weliswaar een prachtig pakket met vele kleuren, maar een pakket desalniettemin.

Waarom heeft het Jodendom zo veel details? Ik begrijp de pilaren. Het monotheïsme aanvaard ik. Het spreekt mij aan dat wij geld geven aan de armen, dat we lief voor elkaar moeten zijn, dat we in één G-d geloven en een moreel en ethisch leven leiden waarin Joodse kennis en het gezinsleven centraal staan. Dit zijn de basisbegrippen, de pilaren van het Jodendom. Maar waarom de haken? Waarom tijd, energie en geld steken in zoveel details? Wat maakt het uit of dat kleine lepeltje in mijn keuken voor vlees of voor melk gebruikt wordt? Zelfs Moshe Rabenoe was de haken even vergeten! Maar G-d liet hem in de donkere hemel glimmende haken zien (Yalkoet Shimon Pekoedee 415). En toen wist Moshe het ineens weer. In de nacht van de ballingschap en in de duisternis van de nachtelijke reizen glimmen de zilveren details in de hemel. De details zijn cruciaal. De nuances binnen het Jodendom vormen juist een speciale glans. En dit is hoe de Torah bewaard is gebleven, millennia lang.

Goede reis

De Tachash en de turquoise kleur vormen het geheim achter het bewaren en koesteren van het Joodse leven, zowel individueel als collectief. Blauw is blauw en blijft blauw, of het nu regent of de zon schijnt. Of je jong bent of oud. Of je in Utrecht woont of in Jeroesjalajiem.

Of bepaalde details je aanspreken of niet, het Jodendom gaat door merg en been. Het is geen oppervlakkige indigokleur die langzaam vervaagt met de tijd. Het wordt een deel van wie je bent. En alles waarmee een mens zich werkelijk vereenzelvigt, blijft voortbestaan.

Hoe meer moeite je ergens voor doet, hoe meer je het zult waarderen en bewaren en hoe meer je kinderen het op hun beurt zullen overnemen. Alleen datgene dat je met overgave en vastberadenheid doet zal alle rondreizen, klimaatverschillen en generaties doorstaan. Zo zijn onze kostbaarheden met ons verhuisd, ingepakt in kleurrijke Tachash en vervolgens in duurzame turquoise.

Goede reis!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson 

Opmaak Rianne Meijer en Devorah Verwoerd

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

www.chabadutrecht.nl

Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Welke positie je ook hebt, weet waar je talenten vandaan komen opdat je bescheiden blijft en niet op anderen neerkijkt. Respecteer je medemens, oordeel hem ten goede en deel je bezittingen!

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

De Talmoed vertelt ons het volgende verhaal (Shabbat 127 b) : Op een dag ging een man uit het noorden van Israel naar het zuiden om drie jaar lang daar te werken. Aan het einde van deze periode, op de dag voor Yom Kipoer, zei hij tegen zijn werkgever: ”Geef mij mijn salaris en ik zal huiswaarts keren om mijn vrouw en kinderen te eten te geven.” 

De werkgever zei tegen hem: “Ik heb geen geld om jou te betalen”.
-“Geef mij dan maar fruit.” zei de werknemer.
-“Ik heb geen fruit.”
-“Geef mij dan maar land.”
-“Ik heb geen land.”
-“Geef mij dieren.”
-“Ik heb geen dieren.”
-“Geef mij kussens en dekens.”
-“Ik heb geen kussens en dekens.”

De man hing zijn gereedschap over zijn schouders en ging teleurgesteld naar huis.
Na de feestdagen reisde de werkgever naar het noorden waar zijn werknemer woonde met het salaris en drie ezels. De eerste ezel was volgeladen met voedsel, de tweede met drinken en de derde met lekkernijen. Samen hebben ze gegeten en gedronken en de werkgever heeft het salaris uitbetaald. Daarna vroeg de werkgever: “Toen je mij om jouw salaris vroeg en ik je zei dat ik geen geld had, waar heb je mij toen van verdacht?”

Verdacht

 -“Ik dacht”, zei de werknemer, “dat jij voor een aantrekkelijke prijs goederen had ingekocht en jij al je geld had geïnvesteerd”.
-“En toen jij zei: “Geef mij dieren” en ik zei: “Ik heb geen dieren”, waar heb je mij toen van verdacht?”
-“Ik dacht dat de dieren misschien aan anderen verhuurd waren.”

De werkgever vroeg: “Toen je tegen mij zei: “Geef mij land” en ik zei: “Ik heb geen land”, waar heb je mij van verdacht?”
– Ik dacht: “Misschien is het land aan anderen verhuurd.”
-“En toen ik zei dat ik geen vruchten had, waar heb je mij van verdacht?“
-“Ik dacht dat je misschien de tiende (10% die men van zijn oogst opzij moest zetten alvorens men er gebruik van kon maken) er nog niet van afgetrokken had.”
-“En toen ik zei dat ik geen kussens en dekens had, waar heb je mij van verdacht?“
– “Ik dacht: “Misschien heeft hij al zijn bezittingen aan de tempel beloofd”.

De werkgever zei: “Ik zweer je dat dit precies is wat er gebeurd is. Ik had al mijn bezittingen aan de tempel beloofd vanwege Hurkanus, mijn zoon, die geen Torah leerde. Toen ik bij mijn vrienden in het zuiden kwam hebben ze mij van mijn belofte vrijgemaakt”. De werkgever zei: “En net zoals je mij positief beoordeeld hebt, zal G-d jou positief berechten”.

Tot zover het verhaal uit de Talmoed.

Elke situatie kan op een positieve of negatieve manier geïnterpreteerd worden. Hoe je over anderen denkt zegt eigenlijk meer over jezelf dan over de persoon die je beoordeelt. Als je lekker in je vel zit, je eigen leven op een positieve manier bekijkt en ruim denkt, dan zal je deze houding ook bij anderen kunnen toepassen. Hoe je zelf in het leven staat bepaalt hoe je naar anderen kijkt.

Oordeel niet

De Torah zit vol met verhalen, geboden en verboden, maar nog voordat je de Torah rol überhaupt opent en eruit gaat leren, kun je al inzicht krijgen welke houding een mens aan moet nemen. Alleen al de plaats op aarde waar de Torah gegeven werd, bevat een waardevolle les. De Sinai, een simpele, lage berg in een woestijn, bleek de meest ideale plek in de wereld te zijn om een gigantische hoeveelheid levenslessen aan de mensheid te geven.

G-d koos de Sinai om daar de Torah op te geven, maar eigenlijk is deze berg helemaal niet zo bijzonder, integendeel. De Midrash vertelt ons hoe de bergen met elkaar concurreerden omdat elke berg wilde dat de Torah op hem gegeven zou worden. Elke berg liet zien waarom hij meer geschikt was dan de ander. Alleen de berg Sinai deed aan deze discussie niet mee omdat hij van mening was dat hij geen kans maakte. Het was een lage berg waar maar weinig op groeide.

Toch had G-d een hele goede reden om juist deze lage, kale berg te kiezen. Het was om aan te tonen hoe belangrijk het is om bescheiden te zijn. Een bescheiden persoon is niet vol van zichzelf. Hij stelt zich nederig op en maakt daardoor ruimte voor een ander. Denk niet dat je het altijd beter weet of dat je beter bent. Oordeel niet.

Kijk bijvoorbeeld naar die man die met zijn kinderen de metro instapte. Iedereen zat rustig voor zich uit te staren of een krant te lezen, maar de kinderen verstoorden de rust. Ze renden van de ene kant van de wagon naar de andere, maakten een hoop kabaal en vielen hun medepassagiers lastig. Tot overmaat van ramp zei de vader niets tegen zijn kinderen. Hij liet ze hun gang gaan en leek niet eens hun wangedrag te bemerken. De irritatie bij de medepassagiers escaleerde en uiteindelijk vroeg iemand aan de papa of hij misschien zijn kindjes tot de orde kon brengen. De man keek op, realiseerde zich wat er gaande was en zei: “Oh ja, je hebt gelijk. Ik moet hier wel iets aan doen. We komen net terug uit het ziekenhuis waar hun moeder een uur geleden overleden is. Ik weet niet zo goed wat ik hiervan moet denken of hoe ik mijn kinderen kan helpen om dit te verwerken…”.

Als een mens bescheiden is dan beoordeelt hij een ander positief. Hij maakt ruimte voor zijn medemens en voor G-d. Niet dat G-d ruimte nodig heeft, maar als wij Hem willen tegenkomen in ons leven, dan is het natuurlijk wel handig om ruimte voor Hem te maken, anders is Hij er wel, maar laat hij zich niet zien.

Bechoekotai

In Parashat Bechoekotai komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Hoe G-d ons zegent wanneer wij ons aan Zijn geboden houden.
  2. De meest vreselijke vloeken wanneer wij de geboden overtreden.
  3. Hoe je de geldwaarde van een mens kan uitrekenen als je dat bedrag aan de tempel wenst te doneren.
  4. Hoe je een dier aan de tempel kan doneren.
  5. Hoe je je huis of veld of de waarde ervan aan de tempel kunt schenken.
  6. Het geven van 10% van je oogst en één dier op de tien aan de priesters.

Na de vloeken (2), worden de donaties aan de tempel (3) besproken. Men kon bijvoorbeeld een gift geven in de vorm van de waarde van een mens. Maar hoe reken je de waarde van een mens uit? Dit werd uitgerekend aan de hand van de leeftijd en ook of het om een man of een vrouw ging. De bedragen vertegenwoordigden natuurlijk niet de werkelijke, onschatbare waarde van een persoon, maar waren zuiver een symbolisch bedrag om een bepaalde som geld te geven.

Als een man tussen de 20 en 60 jaar was, kon hij zijn eigen waarde aan de tempel geven door 50 zilveren Shekalim te betalen. Voor een jongen van 5 jaar gold een donatie van 20 Shekel en voor een jongen van 1 jaar, 5 Shekel. Of hij nou voorzitter van een multinationaal bedrijf was of een straatveger, voor de tempel was zijn waarde gelijk, noch zijn rijkdom noch zijn prestaties wogen in deze beslissing mee.

Waardevolle lessen

Niet alleen schuilen er waardevolle lessen in de verhalen en wetten van de Torah, maar zelfs in de volgorde waarin deze in de Torah besproken worden zit er een eeuwige boodschap. Nu kunnen we de vraag stellen waarom de geldwaarde van een mens behandeld wordt meteen nadat alle vloeken worden opgenoemd?

De Torah geeft hiermee een signaal af: Wil je je beschermen tegen allerlei misères en ziektes? Wees het vóór en besteed een deel van je geld aan de tempel of aan een ander goed doel in plaats van aan een dokter of ziekenhuis.

Bij het bepalen van de waarde van mannen, vrouwen en kinderen worden de volgende bedragen genoemd: 50, 30, 20, 10, 15, 10, 5 en 3 Shekel. De Ba’al Hatoerim merkt op dat het totaal van deze bedragen 143 is. En dat is precies het aantal vloeken in de Torah voor het niet volgen van de geboden waarvan er 45 in onze Parasha Bechoekotai staan en 98 in Kie Tawo (Dewariem). Geld geven is kennelijk dé bescherming tegen allerlei narigheden.

De Kotsker Rebbe leert ons een andere les. Waarom wordt de waarde van een mens berekend meteen na het opnoemen van alle vloeken, vervolgingen, ziektes en ellende? Daarin ligt het geheim van de overleving van het Joodse volk. Keer op keer zijn we verdreven, vervolgd en vernietigd. Maar op de één of andere manier hebben wij allemaal onze onschatbare waarde weten te koesteren en te bewaren. Waar halen wij de kracht vandaan? Elk ander volk dat onder gelijke omstandigheden heeft geleefd is van de kaart verdwenen. Hoe verklaren wij ons voortbestaan, eeuw in, eeuw uit? Het antwoord ligt in deze parasha. Na de meest gruwelijke ellende vertelt de Torah ons dat elk mens waarde heeft. Het is niet de vijand en zijn gebrek aan respect die onze waarde bepaalt, maar Diegene die ons gemaakt en gevormd heeft.

Ook in de 21ste eeuw kunnen wij deze boodschap ter harte nemen. Velen van ons voelen zich vanbinnen verwoest. Misschien zijn we misbruikt of hebben wij een enorm verlies geleden. Maar wij mensen hebben een bepaalde vaste waarde die onafhankelijk is van wat er met ons gebeurd is. En die waarde kan een bijdrage leveren aan het meest heilige plan van de wereld dat door de tempel vertegenwoordigd wordt. Hoe zwaar jouw leven was of is, jouw menselijke waarde blijft hetzelfde.

Geld geven

Tsedakah-busje mét molen in Jeruzalem

En hoe krijg je jezelf zover om geld weg te geven? Wie motiveert je? Als je bescheiden bent en niet vindt dat alles jou per se toekomt, dan kun je ook makkelijk tsedaka geven, zoals onze werkgever in het verhaal hierboven, die alles aan de tempel beloofd had. Je kunt zelfs, vertelt onze parasha, je eigen waarde aan de tempel geven.

Bescheidenheid leren wij van de plek waar de Torah gegeven is, namelijk een lage berg die Sinai heet. Je zou je kunnen afvragen waarom G-d überhaupt een berg koos als Hij nederigheid zo wilde benadrukken. Waarom niet in ons platte kikkerlandje of nog beter in een dal of vallei?

De berg Sinai geeft ons een bescheiden, maar ook een krachtige les. De berg is wel noodzakelijk om ons te leren dat we ons niet moeten laten platwalsen door andere mensen die ons misschien uitlachen of zelfs vragen waarom we niet meedoen met de rest van de maatschappij. Waarom gedragen wij ons niet zoals ieder ander? Waarom gaan we niet gemengd zwemmen en op zaterdag gewoon boodschappen doen? Dat zou toch allemaal veel handiger en simpeler zijn? Waarom gedragen wij ons anders, vragen onze buren zich af.

We laten onszelf de grond niet inboren. Enerzijds weten wij wat we waard zijn. Anderzijds passen wij de “Moshe Rabenoe” regel toe. Van hem is namelijk bekend dat hij de meest bescheiden man op aarde was. De Torah in Bamidbar (12-3) getuigt hiervan:

“והאיש משה ענו מאד מכל האדם אשר על פני האדמה”

“En de man Moshe, was zeer bescheiden, meer dan ieder mens op aarde.” 

Prestatie

Hoe heeft hij dat klaargespeeld? Was hij niet trots op zichzelf? Besefte hij niet welke vooraanstaande rol hij in zijn generatie speelde en in wezen in de hele geschiedenis? Wij zijn inmiddels meer dan 3000 jaar verder en iedereen weet nog steeds wie Moshe Rabenoe was. Hij werd door G-d gekozen om het Joodse volk uit Egypte te bevrijden! Hij heeft de Torah hoogstpersoonlijk in ontvangst genomen! Hij heeft het Joodse volk 40 jaar door de woestijn geleid. Dit was misschien wel zijn grootste prestatie! Je zou toch maar drie miljoen Joden met je mee op reis nemen. U kent toch het gesprek tussen de Amerikaanse president en zijn Israëlische collega?

De president van de VS: “Ik heb het heel erg zwaar. Mijn land is gigantisch groot en ik moet hier leiding geven aan miljoenen inwoners”. “Oh”, zegt de Israëlische president, “dat is niets. Ik moet een land besturen die uit miljoenen presidenten bestaat!”

Moshe Rabenoe had de hoogste positie ooit. Het ging zelfs zo ver dat de Torah getuigt van het feit dat het Joodse volk in G-d geloofde én in Moshe, Zijn dienaar (zie Shemot 14-31). Toch wist Moshe zich bescheiden op te stellen. Hij was er namelijk van overtuigd dat, als andere mensen op aarde zijn gaven en mogelijkheden zouden hebben gehad, zij beter zouden hebben gepresteerd dan hij.

Dat is precies de boodschap van de berg Sinai. Enerzijds is het een berg en dat wijst op hoogte, kracht en aanzien. Anderzijds is deze berg laag en dat vertegenwoordigt bescheidenheid. We weten wat we waard zijn. We hebben kracht en aanzien. We zijn ons ervan bewust dat wij een unieke bijdrage kunnen en horen te leveren aan de maatschappij. We laten ons niet door vijanden intimideren. Spotters en belagers worden genegeerd. Tegelijkertijd weten wij dat onze talenten en begaafdheden door G-d aan ons geschonken zijn. We zijn er blij mee en dankbaar voor dat we ze ten goede mogen gebruiken. Zo zorgen wij ervoor dat we bescheiden blijven waardoor wij ruimte maken voor anderen. Het geven aan goede doelen wordt hierdoor een natuurlijke manier van leven, net zoals het positief beoordelen van onze medemens. Een waardevolle les!

Bracha Heintz

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Gebaseerd op een les Rav YY Jacobson  

Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam en Devorah Verwoerd

www.chabadutrecht.nl

Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Behar | Ontspannen en loslaten

Behar | Ontspannen en loslaten

Is G-d in staat om in onze levensbehoeften te voorzien ook al stagneert de landbouw of de economie? Als je daaraan twijfelt, ben jij juist diegene die de toevoer blokkeert. Wanneer je niet alleen gelooft, maar je er ook zeker van bent dat G-d Almachtig in staat is, ongeacht de situatie, voor ons te zorgen, dan is jouw vertrouwen de katalysator voor G-ds zegen. Wij maken de eerste stap door te vertrouwen; vervolgens vult G-d onze schuur en voorraadkast. Wat kies jij, vertrouwen of twijfelen? 

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Wajiekra 25 – 2

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּ֤י תָבֹ֙אוּ֙ אֶל־הָאָ֔רֶץ אֲשֶׁ֥ר אֲנִ֖י נֹתֵ֣ן לָכֶ֑ם וְשָׁבְתָ֣ה הָאָ֔רֶץ שַׁבָּ֖ת לַה’׃

Spreek tot de kinderen van Israel en zeg tot hen: als jullie zullen komen naar het land dat ik jullie geef dan zal het land Shabbat vieren.

Inderdaad, geachte lezer, niet alleen het Joodse volk viert Shabbat, maar ook het Joodse land. De naam van deze bijzondere rustperiode is Shemita. Vanaf het moment dat het Joodse volk zich in Israel vestigde, begon men de jaren te tellen in cycli van zeven. In elk zevende jaar mocht het land niet worden bewerkt, en dat geldt tot op de dag van vandaag. Zo constateren wij dat vele boeren in Israel zich aan dit gebod houden en hun land gedurende het Shemita-jaar niet bewerken.

Zoals wij elke week op de zevende dag Shabbat vieren en niets nieuws tot stand brengen, zo komt ook de landbouw in Israel ieder zevende jaar volledig tot stilstand. Het is een jaar waarin wij niet ploegen, niet zaaien en niet oogsten. Of het nu gaat om groenten, graan of fruit, alles blijft onbewerkt. Eens in de zeven jaar krijgt de aarde rust. En of je alleen een moestuintje hebt, een paar bomen bezit of 1000 hectares aan graanvelden beheert, de regel blijft hetzelfde. Jouw velden en alles wat erop groeit blijven tijdens het Shemita-jaar onbewerkt en worden zelfs openbaar bezit. Ieder mens of dier mag vrij komen plukken. De eigenaar heeft niet méér recht op zijn landbouwproducten dan wie dan ook. De eigenaar mag, net als ieder ander plukken wat hij voor eigen consumptie nodig acht, maar niet meer.

Levensgevaarlijk

Stelt u zich eens voor wat dit gebod te betekenen had in een tijd dat de gehele economie op landbouw gebaseerd was. In een jaar waarin het bewerken en oogsten verboden was, lag hongersnood al snel op de loer. Er is dan niets te eten, de winkels staan leeg en de overlevingskansen zijn zeer gering. Eigenlijk een levensgevaarlijke situatie!

Het hele leven draaide vroeger om voedselproductie in eigen land. De mens was nauw verbonden met de aarde. Tegenwoordig zijn we meer verbonden met wolken, golven en satellieten.

Hoe dan ook had men in het Shemita-jaar niets te eten… of toch wel?
De meeste mensen waren boeren en hadden dat jaar geen inkomen. Alle mensen en dieren kregen vrije toegang tot alle velden en boomgaarden om naar eigen wens te plukken wat daar vanzelf gegroeid was. Stel je voor dat één op de zeven jaar iedereen vrij van je bankpas gebruik zou mogen maken!

Wanneer wij nu denken dat het “maar om één jaar ging”, bewijst dat alleen hoe ver onze belevingswereld verwijderd is geraakt van het leven op het platteland. De gevolgen van het Shemita-jaar strekten zich namelijk uit tot veel verder dan dat ene jaar. Want wat viel er in het achtste jaar te oogsten wanneer er in het zevende jaar niet gezaaid was? Pas in het achtste jaar, oftewel het eerste jaar van de nieuwe cyclus, mocht de landbouw weer starten. In dat achtste jaar was het weer toegestaan om met ploegen en zaaien te beginnen, waarna er gewacht moest worden tot er weer wat ging groeien. Pas wanneer men kon oogsten in jaar 8 was er sprake van voedselproductie, inkomen en eten voor het hele volk. De vraag wordt alleen maar sterker: wat viel er te eten, niet alleen in het zevende, maar ook, voor een groot deel, in het achtste jaar? Precies deze vraag staat in de Torah in Wajiekra 25, 20-22:

וְכִ֣י תֹאמְר֔וּ מַה־נֹּאכַ֤ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת הֵ֚ן לֹ֣א נִזְרָ֔ע וְלֹ֥א נֶאֱסֹ֖ף אֶת־תְּבוּאָתֵֽנוּ׃

וְצִוִּ֤יתִי אֶת־בִּרְכָתִי֙ לָכֶ֔ם בַּשָּׁנָ֖ה הַשִּׁשִּׁ֑ית וְעָשָׂת֙ אֶת־הַתְּבוּאָ֔ה לִשְׁלֹ֖שׁ הַשָּׁנִֽים׃

וּזְרַעְתֶּ֗ם אֵ֚ת הַשָּׁנָ֣ה הַשְּׁמִינִ֔ת וַאֲכַלְתֶּ֖ם מִן־הַתְּבוּאָ֣ה יָשָׁ֑ן עַ֣ד ׀ הַשָּׁנָ֣ה הַתְּשִׁיעִ֗ת עַד־בּוֹא֙ תְּב֣וּאָתָ֔הּ תֹּאכְל֖וּ יָשָֽׁן׃

En als jullie zullen vragen: wat zullen wij eten in het zevende jaar? Wij zullen toch niet zaaien en onze producten niet oogsten.
En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.
En jullie zullen zaaien het achtste jaar en jullie zullen van de oude productie eten tot het negende jaar, totdat de oogst van het achtste jaar komt, zullen jullie van de oude oogst eten.

Hashem zal ons een hele speciale zegen geven: het zesde jaar zal een driedubbele oogst opbrengen:

  1. de normale hoeveelheid voor het zesde jaar.
  2. plus een extra hoeveelheid die de oogst van het zevende jaar zal vervangen
  3. daarbovenop nog een extra deel in afwachting van de oogst van het achtste jaar.

Wat bijzonder, een driedubbele zegen. Hashem belooft in de Torah dat het land in het zesde jaar van de cyclus een wonderbaarlijke driedubbele hoeveelheid oogst zal opbrengen.

Woord voor woord

Dit is een van de vele manieren waarop het G-ddelijke aspect van de Torah zichtbaar wordt. Er zijn immers mensen die niet geloven dat de Torah door G-d is gegeven. Sommigen menen dat zij door Moshe Rabenoe zelf geschreven werd, of door andere uitzonderlijk intelligente mensen.

Maar juist dan rijst een opvallende vraag. Hoe verstandig zou het zijn geweest om in die Torah een concrete en controleerbare belofte op te nemen, namelijk dat het zesde jaar een uitzonderlijk grote opbrengst zou voortbrengen? Want hoe lang zou het duren voordat men kon vaststellen of die bewering waar was? Slechts zes jaar. Niet langer.

Als er in het zesde jaar géén overvloedige oogst was geweest, dan was Moshe onmiddellijk door de mand gevallen en had men de Torah eenvoudig terzijde geschoven. Hoe kon Moshe zo’n gedurfde voorspelling doen? Hoe kon hij een belofte uitspreken die zo snel gecontroleerd en weerlegd kon worden?

Het is opvallend dat veel andere religies en sektes juist gebouwd zijn op zaken die niet te verifiëren zijn: een droom, een visioen van één persoon, een verborgen openbaring of een stelling van iemand die inmiddels niet meer leeft. Juist doordat zulke claims niet controleerbaar zijn, missen zij iedere werkelijke betrouwbaarheid. De Torah daarentegen verbindt haar boodschap op meerdere plaatsen aan gebeurtenissen die zichtbaar, concreet en toetsbaar zijn.

Zo ontdekken wij nog meer uitspraken in de Torah, die alleen door G-d opgetekend hadden kunnen worden. Neem bijvoorbeeld de opsomming van vier dieren, waarvan elk maar één van de twee koshere kenmerken heeft. Hoe zou een mens kunnen beweren dat er in de hele wereld maar vier dieren bestaan die óf herkauwen óf gespleten hoeven hebben? Had Moshe Rabenoe een wereldreis gemaakt, dat hij zoiets kon beweren? Kende hij alle dieren op de gehele aardbol? Had hij een tocht door de Amazone gemaakt of de dieren die op de Zuidpool leven bestudeerd? En ook al zou dat zo zijn, waarom zou hij het risico nemen om dat zo in de Torah op te tekenen? Als Moshe Rabenoe inderdaad zijn eigen document geschreven had, zogenaamd in naam van G-d, waarom staan er dan allerlei zaken in waardoor Moshe vroeg of laat door de mand zou vallen? Zelfs vandaag de dag lezen we regelmatig in het nieuws dat er ergens in de wereld een nieuwe diersoort ontdekt is. Hoe kon Moshe er zeker van zijn dat er nooit in de toekomst een dier ontdekt zou worden dat maar één van de twee koshere kenmerken zou hebben, behalve de vier die al in de Torah genoemd worden?

Als je al een vals document maakt, zorg er dan voor dat niemand kan bewijzen dat het vals is. De Talmoed vertelt ons dat iemand die wil liegen ver weg moet blijven van bewijzen. Om je verhaal betrouwbaar te laten klinken, is het slimmer om mensen erbij te halen die niet meer leven en te vertellen wat zij gezegd zouden hebben. Het is namelijk onmogelijk te bewijzen dat dit niet zo was. Wanneer je een nieuwe godsdienst wilt verzinnen of een vertakking van een reeds bestaande G-dsdienst wilt instellen, gebruik dan uitsluitend zaken waarvan het tegendeel niet te bewijzen valt.

Maar Moshe Rabbenoe heeft niets uit zichzelf geschreven. De Torah werd hem woord voor woord gedicteerd door G-d Almachtig, de Schepper van alle dieren en van iedere oogst. Daarom vreesde Moshe Rabenoe geen moment dat men ooit een vijfde diersoort zou ontdekken met slechts één kosher kenmerk, iets wat al duizenden jaren nooit is gebeurd. Evenmin twijfelde hij eraan dat het land in het zesde jaar een uitzonderlijke opbrengst zou voortbrengen. Ook daarin was zijn vertrouwen absoluut, want wie anders dan G-d kon zoiets garanderen?

‘Wat zullen wij eten in het zevende jaar?’

Nu de voedselvoorziening voor het zesde, zevende en achtste jaar is opgelost, kunnen wij ons afvragen waarom de Torah de zorg hierover in een vraag- en antwoordvorm weergeeft, terwijl iedere andere wet of regel in de Torah zonder voorafgaande vraag wordt opgetekend. Gewoonlijk lezen wij eenvoudigweg de wet, de regel, het gebod of het verbod. Wanneer de Torah ons iets wil leren, staat het er immers direct: soms in een volledige zin, soms in één woord en soms zelfs slechts in één letter besloten. Hier gebeurt echter iets opvallends. Eerst wordt de vraag uitgesproken.

מַה־נֹּאכַ֤ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת

‘Wat zullen we in het zevende jaar eten? Wajiekra 25:20.

Deze vraag lijkt echt overbodig. Bij andere wetten en regels is het gebruikelijk dat er uitsluitend staat wat je moet doen. Waarom wordt er in dit geval van afgeweken? Waarom staat er niet gelijk dat Hashem ons een zegen gaat geven? Je hoeft toch geen doctorandus in de economie te zijn om te begrijpen dat er een voedselprobleem zal ontstaan wanneer de Shemita-wetten gehouden zullen worden?!

Onophoudelijke stroom

Reb Elimelech uit Lizhensk (Polen) citeert zijn broer, Reb Zushe uit Annipoli (Oekraïne), en vertelt waarom de Torah in dit geval wel een vraag stelt. Hij biedt de volgende verklaring:

Toen Hashem de wereld schiep, heeft Hij ervoor gezorgd dat er voor elk schepsel alles voorradig zal zijn om in al zijn behoeftes te voorzien. Er bestaat voor ieder wezen een doorgaande stroom van benodigdheden: eten, drinken, meubels, vrienden, intelligentie, liefde etc… Iedereen is als het ware verbonden met Boven door middel van een buis, waardoorheen continu allerlei goeds naar hem toe vloeit. De stroom gaat onophoudelijk door, behalve wanneer er een storing is. Een kink in de kabel ontstaat doordat een mens zichzelf niet meer is. Hij verliest zijn identiteit; hij weet niet meer waar hij aan toe is. Hij ligt ’s ochtends in bed en weet niet of hij wel of niet moet opstaan en waarvoor. Een typisch menselijk probleem. Geen enkel ander schepsel lijdt onder dit dilemma. Elk ander schepsel op aarde weet waar het voor geschapen is en wat hem te doen staat als hij ’s ochtends opstaat.

Heb je ooit een mierennest geobserveerd? Duizenden mieren kruipen rond en zorgen samen voor hun leefomgeving, hun voedsel en hun voortplanting. Mieren beschikken over ijver waar wij nog wat van kunnen opsteken. Ooit een mier zien stoppen met werken omdat het zich afvroeg of het nog wel zin had om door te gaan? Ooit een boom tegengekomen die twijfelde of hij dit seizoen wel door wilde groeien? Of de maan gezien die aarzelde of zij wel moest schijnen of in welke baan zij zich moest begeven?

Alle schepselen doen wat ze horen te doen en waar ze voor geschapen zijn, behalve de mens! Hij weet het niet, hij twijfelt, hij moet er eerst over nadenken, overleggen en een nieuwe politieke partij stichten. De aarde voedt de planten, de planten dienen als voedsel voor de dieren, maar zodra dit proces bij de mens belandt, kan de cyclus ineens stoppen. De mens twijfelt: zal hij vlees eten of niet, zal hij geloven of niet, zal hij als Jood leven of niet? Hij weet het niet zeker. Hij is niet meer in contact met zijn raison d’être. G-d heeft hem geschapen en heeft samen met deze schepping vele kanalen en toegangswegen voor hem ter beschikking gesteld, waar een stroom van benodigdheden doorheen vloeit. Maar wat? De mens houdt het zelf tegen omdat hij niet begrijpt hoe G-d hem en ieder ander schepsel voldoende kan bevoorraden.

Twijfel

Het probleem ligt besloten in de vraag zelf, in de twijfel. Als een mens naadloos verbonden zou zijn met wie hij werkelijk is, dan zou hij geen vraag hebben. Omdat hij zich afvraagt wie hij is, vraagt hij zich ook af of hij het waard is dat hij in al zijn benodigdheden wordt voorzien.

Op het moment dat hij zijn vertrouwen in zichzelf en in zijn capaciteiten verliest, is hij diegene die de stroom tegenhoudt. Dit was in Gan Eden al een probleem. G-d vroeg aan Adam: ‘Waar ben je?’ Natuurlijk wist G-d waar Adam was. G-d weet toch alles! Hij is alles, Hij is overal en hij weet ook waar Adam zich ‘verstopt’. Maar G-d wilde Adam wakker schudden omdat Adam zelf niet meer wist waar hij was. Adam was zijn relatie kwijt. Welke relatie? De relatie met zijn eigen ik, met wie hij had willen en kunnen zijn. Omdat Adam niet meer dezelfde persoon was na het eten van de verboden vrucht, was hij ook zijn stroom van overvloed kwijt en moest hij Gan Eden verlaten. Zijn vertrek uit het paradijs was geen straf. Het was een wijziging van een situatie die hij zelf had veroorzaakt.

Wanneer G-d ons belooft dat het goed zal gaan wanneer wij ons aan de Shemita-regels houden, dan hebben we maar één ding te doen en dat is ons daaraan te houden. En dan zal alles goedkomen. Dat is het hoogste niveau.

Dat niveau van vertrouwen lukt lang niet altijd en daarom komt de Torah in vers 20 van hoofdstuk 25 met een vraag, een twijfel. Met andere woorden: als je je aan Shemita houdt, komt alles goed en loopt de stroom gewoon door. Maar als je vragen hebt, als je twijfelt en je begint je zorgen te maken over de huur, jouw bankrekening, je gezondheid, de buren en je werk en de collega’s en je vraagt je af of het allemaal gaat lukken: ‘Wat zullen we in het zevende jaar eten?’ dan blokkeer je je eigen stroom.

Door het stellen van deze vraag verplaats je je naar een andere hoedanigheid. Hiermee houd je zelf de toestroom tegen. Je bent bang dat je het niet waard bent. Misschien denk je wel dat G-d boos op je is. Wie zegt dat dat zo is? Natuurlijk houdt G-d van jou en van zijn schepselen, anders had hij jou en hen toch niet geschapen? Je bent bezorgd, je twijfelt aan jezelf en aan je eigenwaarde en je vraagt je af of je van al het mooie in deze wereld wel mag genieten! Waar anders was deze prachtige natuur dan voor geschapen? Voor óns om te gebruiken volgens de Torah-code. Maar je twijfelt en je vraagt je af: G-d heeft mensen in een wereld geschapen en hen verzocht om zich aan bepaalde regels (ge- en verboden) te houden en vervolgens laat Hij ze door diezelfde regels schade ondervinden? Je hebt bijvoorbeeld een winkel en je weet dat alle winkeliers op zaterdag bijna evenveel verkopen als alle andere dagen van de week samen. Hoe kun je dan je winkel op Shabbat sluiten? Dat kan toch niet, denk je. Hoezo kan dat niet? Dus G-d is in staat om hemel en aarde te scheppen, maar Hij zou niet in staat zijn om in de levensbehoefte te voorzien van die ene winkelier die Shabbat viert?

Zou het zo zijn dat G-d de mens tekort zou doen wanneer hij Zijn wil uitvoert? Welnee, wat een rare manier van denken, alsof G-d ons schade zou willen berokkenen! Integendeel, elk gebod dat we uitvoeren is voor ons bestwil. We gaan er alleen maar op vooruit. Hoeveel we ook weggeven, we worden er alleen maar rijker van. Hoeveel we ons ook inspannen, we worden er alleen maar beter van. G-d zal nooit iemand wat dan ook schuldig zijn. Integendeel! 

Vol vertrouwen 

Misschien denk je dat G-d zich vergist en ons vraagt om Shemita te houden maar daarbij vergeet om in ons levensonderhoud te voorzien? Of Hij vraagt ons de Shabbat te vieren maar daardoor missen wij onze examens of verliezen we onze baan. Oh ja werkelijk? Zou G-d zich echt zo vergissen? Is dat de Torah? Is dat het Jodendom? Welnee. Maar omdat we het niveau van vol vertrouwen nog niet hebben kunnen bereiken, verwoordt de Torah onze zorg en twijfel: ‘Wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Er is een reset nodig en G-d belooft na je vraag opnieuw een zegen van overvloed:

En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.

Vandaar dat de Torah eerst een vraag stelt: wat zullen we eten? Het is niet de vraag van de Torah, het is de vraag van de twijfelaar, diegene bij wie de relatie en het vertrouwen in Hashem verzwakt is. Die kan niet meer teren op een stroom van natuurlijke zegeningen. Voor hem komt er een speciale zegen van driedubbele overvloed.

De bedoeling van ons bestaan is om van deze wereld te genieten, van de overvloed aan goedheid die G-d ons schenkt, en het is vervolgends de bedoeling die overvloed met anderen te delen. Alleen hoort daar wel een gebruiksaanwijzing bij: de Torah. Zij leert ons hoe wij alles op een gezonde manier kunnen gebruiken, zowel in spirituele als in materiële zin.  Met deze gebruiksaanwijzing hoef je niet te twijfelen. Je kunt er ‘s ochtends vol vertrouwen snel je bed mee uitkomen en uitvoeren wat je hoort te doen en ’s avonds zorgeloos je bed ingaan.

De mineralen, het water en de aarde voorzien de planten van voedsel. De planten voeden op hun beurt de dieren, die op hun beurt de mens bevoorraden. Maar bij de mens zou ineens het verloop kunnen worden verstoord; hij zou zomaar de wereld-symfonie kunnen onderbreken omdat hij de laatste schakel laat vallen. De drie categorieën die onder hem zijn – mineralen, planten en dieren – die elkaar zo goed opgevolgd hebben, heeft hij in de steek gelaten doordat hij vergeten is om met de wereld om te gaan op een bewuste manier. Hij had dat vlees (dier) en de groente (planten) en het zout (mineralen) op een bedachtzame manier kunnen benutten, maar de opbouw van de melodie van de schepping is bij hem gestopt. Hij kijkt om zich heen en twijfelt wat hij vandaag moet doen. Dat is niet nodig. Ook gedachten kunnen gedisciplineerd worden.

Belangrijke schakel

Door positief te denken houd je je verbindingskanalen naar boven toe open. Hashem gunt het je, maar gun jij het jezelf? Hashem vergeeft je, maar vergeef jij jezelf? Waardeer wie je bent: een belangrijke schakel in de kosmos. Een mens kan kiezen om een schakel te zijn in het bevrijden van de wereld uit zijn materiële staat. Dat doet hij door de materie volgens de Torah te gebruiken. Anderzijds is hij in staat, doordat hij aan zichzelf twijfelt, om de volmaaktheid van de wereld in gevaar te brengen. Stop je de symfonie midden in de melodie of speel je de laatste scène op het toneel van het leven?

De mens is door G-d geschapen en krijgt de opdracht om Hem hier op aarde te vertegenwoordigen. Zijn taak is om, midden in de schepping, de verborgen aanwezigheid van Hashem te ontdekken en zichtbaar te maken. Dat doet hij door de materiële wereld te gebruiken overeenkomstig de wetten van de Torah.

En wie als vertegenwoordiger van de Almachtige handelt, hoeft niet bang te zijn tekort te komen. Zijn “onkosten” worden ruimschoots vergoed, tijdens de gewone jaren en zeker ook gedurende het Shemita-jaar.

Het Hebreeuwse woord Shemita betekent loslaten. Je laat het land los, en daarmee ook de controle over je werk, je inkomen en alles waarvan je denkt dat jij de enige bent die de touwtjes in handen houdt.

Het is een periode waarin wij ruimte maken om na te denken en terug te keren naar wie wij werkelijk zijn, zonder voortdurend opgeslokt en afgeleid te worden door werk en de verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan. Een sabbatical waarin wij leren los te laten wat wij zo krampachtig proberen vast te houden. Een tijd van reflectie, waarin het diepe vertrouwen dat in ieder mens verborgen ligt de kans krijgt om zich te ontplooien. Een jaar waarin wij onze vragen en twijfels doen verdwijnen. 

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Hieronder een filmpje uit Israel in 2015 waarbij uitgelegd wordt hoe een gigantisch veld wegens de Shemita eerder geoogst werd. Daardoor was het veld helemaal kaal geworden, veel vroeger in het seizoen dan normaal zou worden verwacht. Terroristen hadden een tunnel gebouwd die in dat kale veld uitmondde. Ze dachten dat wanneer ze uit de tunnel zouden komen, het graan hen zou camoufleren. Maar het graan was weg, eerder geoogst dan verwacht, nog snel voordat het Shemita-jaar zou beginnen. Zo werden de terroristen meteen ontdekt en hun levensgevaarlijke plannen in de kiem gesmoord. Shemita en alle Torah wetten beschermen ons, hoe dan ook!

 

 

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.