Tag: Inspiratie

Behar | Vertrouwen of twijfelen, wat kies jij?

Behar | Vertrouwen of twijfelen, wat kies jij?

Is G-d in staat om in onze levensbehoeftes te voorzien ook al staat de landbouw of de economie stil? Als je daaraan twijfelt ben jij juist diegene die de toevloed blokkeert. Wanneer je niet alleen gelooft, maar je er ook zeker van bent dat G-d Almachtig is en in staat is, ongeacht de situatie, om voor ons te zorgen, dan is jouw vertrouwen de katalysator voor G-ds zegen. Wij maken de eerste stap door te vertrouwen, vervolgens vult G-d onze schuur en voorraadkast. Wat kies jij, vertrouwen of twijfelen?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Wajiekra, hoofdstuk 25.

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּ֤י תָבֹ֙אוּ֙ אֶל־הָאָ֔רֶץ אֲשֶׁ֥ר אֲנִ֖י נֹתֵ֣ן לָכֶ֑ם וְשָׁבְתָ֣ה הָאָ֔רֶץ שַׁבָּ֖ת לַה’׃

Spreek tot de kinderen van Israël en zeg hun, als jullie zullen komen naar het land dat ik jullie geef dan zal het land Shabbat vieren.

De naam van dit gebod is shemita en houdt in dat vanaf het moment dat het Joodse volk zich in Israël gevestigd had, men jaren ging tellen in cycli van zeven. In het zevende jaar mocht en mag het land niet bewerkt worden.

Zoals wij elke week op de zevende dag Shabbat vieren en stoppen met de schepping te bewerken, zo stopt ook de landbouw elk zevende jaar. Het is een jaar dat wij niet ploegen, niet zaaien en niet oogsten. Of het nou om groenten, graan of fruit gaat, alles staat stil. Eens in de zeven jaar krijgt de aarde rust. En of je alleen een moestuintje hebt, een paar bomen bezit of 1000 hectares graanvelden beheert, de regel blijft hetzelfde. Jouw velden en alles wat erin groeit zijn tijdens het shemita-jaar openbaar bezit geworden. Ieder mens of dier mag vrij komen plukken. De eigenaar heeft niet méér recht op zijn landbouwproducten dan wie dan ook. De eigenaar mag net als iedereen plukken wat hij voor eigen consumptie nodig acht, maar niet meer.

Levensgevaarlijk

Stelt u zich eens voor wat dit gebod te betekenen had in een tijd dat de hele economie op de landbouw gebaseerd was. In een jaar dat het bewerken en oogsten verboden zijn ligt hongersnood al snel op de loer. Er is dan niets te eten, de winkels staan leeg en de overlevingskansen zijn zeer gering. Een levensgevaarlijke situatie!

Het hele leven draaide vroeger om voedselproductie in eigen land. De mens was vroeger nauw verbonden met de aarde. Tegenwoordig zijn we meer verbonden met wolken, golven en satellieten.

Hoe dan ook had men in het shemita jaar niets te eten…of wel?
De meeste mensen waren boeren en hadden dat jaar geen inkomen. Alle mensen en dieren kregen vrije toegang om wat ze maar wilden, te plukken. Stel je voor dat één jaar op de zeven, iedereen van je bankpas gebruik zou mogen maken!

Wanneer wij nu denken, dat het ‘maar om één jaar ging’, dan bewijst dat alleen maar hoe ver onze gedachtengang van het leven op het platteland is. Want het gebrek aan voedsel duurde langer dan dat ene shemita-jaar. Wat viel er namelijk in het achtste jaar te oogsten wanneer er in het zevende jaar niet gezaaid was? Pas in het achtste jaar, dat het eerste jaar van de nieuwe cyclus was, mocht de landbouw weer starten. Men kon pas in jaar 8 beginnen met ploegen en zaaien, waarna gewacht moest worden dat er wat ging groeien. Pas wanneer men kon oogsten in jaar 8 was er sprake van voedselproductie, inkomen en eten voor het hele volk. De vraag wordt alleen maar sterker: wat was er te eten niet alleen in het zevende maar ook voor een groot gedeelte in het achtste jaar? Precies deze vraag staat in de Torah in Wajiekra 25, 20-22:

וְכִ֣י תֹאמְר֔וּ מַה־נֹּאכַ֤ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת הֵ֚ן לֹ֣א נִזְרָ֔ע וְלֹ֥א נֶאֱסֹ֖ף אֶת־תְּבוּאָתֵֽנוּ׃

וְצִוִּ֤יתִי אֶת־בִּרְכָתִי֙ לָכֶ֔ם בַּשָּׁנָ֖ה הַשִּׁשִּׁ֑ית וְעָשָׂת֙ אֶת־הַתְּבוּאָ֔ה לִשְׁלֹ֖שׁ הַשָּׁנִֽים׃

וּזְרַעְתֶּ֗ם אֵ֚ת הַשָּׁנָ֣ה הַשְּׁמִינִ֔ת וַאֲכַלְתֶּ֖ם מִן־הַתְּבוּאָ֣ה יָשָׁ֑ן עַ֣ד ׀ הַשָּׁנָ֣ה הַתְּשִׁיעִ֗ת עַד־בּוֹא֙ תְּב֣וּאָתָ֔הּ תֹּאכְל֖וּ יָשָֽׁן׃

En als jullie zullen vragen, wat zullen wij eten in het zevende jaar, wij zullen niet zaaien en onze producten niet oogsten.
En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.
En jullie zullen zaaien het achtste jaar en jullie zullen van de oude productie eten tot het negende jaar, totdat de oogst van het achtste jaar komt, zullen jullie van de oude oogst eten.

Hashem zal ons een hele speciale zegen geven: het zesde jaar zal een driedubbele oogst opbrengen:

  1. de normale hoeveelheid voor het zesde jaar.
  2. een extra hoeveelheid dat de oogst van het zevende jaar zal vervangen
  3. daarbovenop nog een extra deel in afwachting van de oogst van het achtste jaar.

Wat bijzonder, een driedubbele zegen. Moshe belooft in de Torah dat het land in het zesde jaar van de cyclus een wonderbaarlijke driedubbele hoeveelheid oogst zal opbrengen.

Woord voor woord

Hierin vinden wij het G-ddelijke aspect van de Torah. Er zijn mensen die niet geloven dat de Torah door G-d geschreven is. Theorieën bestaan dat de Torah door Moshe zelf geschreven zou zijn of door andere zeer slimme personen. In dat geval merken wij op dat het niet zo slim zou zijn geweest van die ‘slimme personen’ om te beloven dat het zesde jaar een gigantische opbrengst zal geven. Want hoe lang gaat het duren totdat men ontdekt dat het niet zo is en dat die hele Torah dus niet klopt? Zes jaar. Niet meer. Hoe kon Moshe zo’n belofte en voorspelling uitspreken? Als men na zes jaar zou ontdekken dat er geen grotere oogst was geweest, was Moshe eruit gegooid en was de Torah ergens op een tweedehands boekenkraam terecht gekomen.

Zo zijn er nog meer gevallen dat wij uitspraken in de Torah ontdekken die alleen maar door G-d geschreven hadden kunnen worden. Neem bijvoorbeeld de opsomming van vier dieren die ieder maar één van de twee koshere tekens hebben. Hoe zou een mens kunnen beweren dat er in de hele wereld maar 4 dieren bestaan die of herkauwen of gespleten hoeven hebben? Had Moshe een wereldreis gemaakt dat hij zoiets kon verklaren? Kende hij alle dieren op aarde? En ook al zou dat zo zijn, waarom zou hij het risico nemen om dat zo in de Torah op te schrijven? Als Moshe inderdaad zijn eigen document geschreven had, zogenaamd in de naam van G-d, waarom staan er dan allerlei zaken waardoor Moshe vroeg of laat door de mand zou vallen. Zelfs vandaag de dag lezen we regelmatig in het nieuws dat er ergens in de wereld een nieuw dierensoort ontdekt is. Hoe kon Moshe er zeker van zijn dat er nooit een dier ontdekt zou worden dat maar 1 van de twee koshere tekens zou hebben behalve de vier die al in de Torah opgenoemd worden?

Als je al een vals document maakt, zorg er dan voor dat niemand kan bewijzen dat het vals is. Wie liegen wil, vertelt de gemara ons, moet ver weg blijven van bewijzen. Het is dan beter om verhalen uit het verleden en mensen die niet meer leven erbij te halen en te vertellen wat zij gezegd zouden hebben. Het is namelijk onmogelijk te bewijzen dat dit niet zo was. Wanneer je een nieuwe godsdienst wilt verzinnen of een vertakking van een reeds bestaande G-dsdienst wilt innoveren, gebruik dan uitsluitend zaken waarvan het tegendeel niet te bewijzen valt.

Maar Moshe heeft niets zelf geschreven. De Torah is hem woord voor woord door G-d Almachtig, Schepper van dieren en van de oogst gedicteerd. Moshe was totaal niet bezorgd dat men ooit een vijfde dier zou vinden dat maar één kosher teken zou hebben hetgeen millenia lang ook nooit gebeurd is. En dat het land in het zesde jaar extra zou produceren, daar had Moshe het volste vertrouwen in.

‘Wat zullen wij eten in het zevende jaar?’

Nu dat de voedseldistributie over het zesde, zevende en achtste jaar opgelost is kunnen wij ons afvragen waarom de Torah een vraag en antwoord stijl gebruikt en ons niet gewoon zoals gebruikelijk direct het antwoord vertelt. Meestal als de Torah ons iets wil vertellen dan staat het er gewoon. Soms in een hele zin, soms met één woord en vaak ook alleen één letter. Maar wanneer zien wij dat er eerst een vraag wordt gesteld?:

מַה־נֹּאכַ֤֖ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת

Wat zullen we in het zevende jaar eten? staat er in onze parasha, 25:20.

Deze vraag lijkt overbodig. Bij andere wetten en regels staat normaal alleen wat je moet doen. Als de Torah ons informatie wil geven is dat niet in de vorm van vraag en antwoord, maar enkel het antwoord. Waarom wordt er in dit geval hiervan afgeweken? Waarom staat er niet gelijk dat Hashem ons een zegen gaat geven. Je hoeft toch geen doctorandus in de economie te zijn om te begrijpen dat er een voedselprobleem zal ontstaan wanneer de shemita-wetten gehouden zullen worden?!

Onophoudelijke stroom

Reb Elimelech uit Lizhensk (Polen) citeert zijn broer, Reb Zushe uit Annipoli en vertelt waarom de Torah in dit geval wel een vraag stelt. Hij biedt de volgende verklaring:

Toen Hashem de wereld schiep heeft Hij ervoor gezorgd dat er voor elk schepsel alles is wat het nodig heeft. Er bestaat voor ieder wezen een doorgaande stroom van benodigdheden, eten, drinken, meubels, vrienden, intelligentie, liefde etc… Iedereen is als het ware verbonden met Boven door middel van een buis waarlangs continu allerlei goeds naar hem toekomt. De stroom gaat onophoudelijk door, behalve wanneer er storing ontstaat doordat een mens zichzelf niet meer is. Hij verliest zijn identiteit, hij weet niet meer waar hij aan toe is. Hij ligt ’s ochtends in bed en weet niet of hij wel of niet moet opstaan en waarvoor. Een typisch menselijk probleem. Geen enkel ander schepsel heeft dit dilemma. Elk ander schepsel op aarde weet waar het voor geschapen is en wat het te doen staat.

Heb je ooit een mierennest geobserveerd? Duizenden mieren kruipen rond en zorgen samen voor hun leefomgeving, hun voedsel en hun voortplanting. Mieren beschikken over ijver waar wij nog wat van kunnen opsteken. Ooit een mier zien stoppen met werken omdat het zich afvroeg of het nog wel zin had om door te gaan? Ooit een boom ontmoet die twijfelde of hij dit seizoen wel door wilde groeien? Of de maan gezien die twijfelde of zij wel moest schijnen of in welke baan zij zich moest begeven?

Alle schepselen doen wat ze horen te doen, behalve de mens! Hij weet het niet, hij twijfelt, hij moet met zijn therapeut overleggen. De aarde voedt de planten, de planten zorgen voor voedsel voor de dieren maar zodra dit proces bij de mens arriveert, stopt ineens de cyclus. De mens twijfelt: zal hij vlees eten of niet, zal hij geloven of niet, zal hij als Jood leven of niet? Hij weet het niet zeker. Hij is niet meer in contact met zijn raison d’etre. G-d heeft hem geschapen en samen met deze schepping een hoop kanalen en toegangswegen meegegeven waar een vloed van benodigdheden doorheen stroomt. Maar wat? De mens houdt het zelf tegen omdat hij niet begrijpt hoe G-d voldoende zou hebben voor hem en voor ieder ander schepsel.

Twijfel

Het probleem ligt in de vraag, in de twijfel. Als een mens naadloos verbonden zou zijn met wie hij in werkelijkheid is, dan zou hij geen vraag hebben. Omdat hij zich afvraagt wie hij is, vraagt hij zich ook af wat hij waard is.

Op het moment dat hij zijn vertrouwen in zichzelf en in zijn capaciteiten verliest, is hij diegene die de stroom tegenhoudt. Dit was in Gan Eden al een probleem. G-d vroeg aan Adam: waar ben je? Natuurlijk wist G-d waar Adam was. G-d weet toch alles. Hij is alles en Hij is overal, ook waar Adam zich verstopt. Maar G-d wilde Adam wakker schudden omdat Adam zelf niet meer wist waar hij was. Adam was zijn relatie kwijt. Welke relatie? De relatie met zijn eigen ik, met wie hij had willen en kunnen zijn. Omdat Adam niet meer dezelfde persoon was na het eten van de verboden vrucht was hij ook zijn stroom van overvloed kwijt en moest hij het Gan Eden verlaten. Zijn vertrek uit het paradijs was geen straf. Het was een wijziging van een situatie die hij zelf gecreëerd had.

Wanneer G-d ons belooft dat het goed zal gaan wanneer wij ons aan de shemita-regels houden, dan hebben we maar één ding te doen en dat is ons daaraan te houden en dan zal alles goed komen.  Dat is het hoogste niveau.

Dat niveau van vertrouwen lukt lang niet altijd en daarom brengt de Torah in vers 20 van hoofdstuk 25 een vraag, een twijfel. Met andere woorden: als je je aan shemita houdt, komt alles goed en loopt de stroom gewoon door. Maar als je vragen hebt, als je twijfelt en je begint je zorgen te maken over de huur en de bankrekening en je gezondheid en de buren en je werk en de collega’s – en je vraagt je af of het allemaal goed kan komen: ‘Wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Door het stellen van deze vraag verplaats je je naar een hele andere situatie. Je blokkeert je eigen stroom. Je bent bang dat je het niet waard bent. Misschien denk je wel dat G-d boos op je is. Wie zegt dat dat zo is? Natuurlijk houdt G-d van jou en van zijn schepselen, anders had hij ze toch niet gemaakt! Je bent bezorgd, je twijfelt aan jezelf en aan je eigenwaarde en je vraagt je af of je van al het mooie in deze wereld wel mag genieten! Waar anders was deze prachtige natuur dan voor geschapen? Voor óns om te gebruiken volgens de Torah-code. Maar je twijfelt en je vraagt jezelf af of G-d misschien een wereld heeft geschapen met mensen erin en regels en wanneer deze mensen zich vervolgens aan die regels houden zij juist door die regels niet genoeg te eten zullen hebben. Wat een onlogische manier van denken!

Vol vertrouwen

Misschien denk je dat G-d zich vergist en ons vraagt om shemita te houden maar daarbij vergeet om ons in ons levensonderhoud te voorzien? Of Hij vraagt ons de Shabbat te vieren maar daardoor missen wij onze examens en verliezen we onze baan en levensonderhoud. Oh ja werkelijk? Zou G-d zich echt zo vergissen en de mens allerlei geboden en verboden laten uitvoeren en zou daardoor de mensheid falen, verhongeren en uiteindelijk sterven? Is dat de Torah? Is dat het Jodendom? Welnee. Maar omdat we het niveau van vol vertrouwen nog niet hebben kunnen bereiken verwoordt de Torah onze vraag: ‘wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Er is een reset nodig en G-d belooft – na je vraag – opnieuw een zegen van overvloed:

En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.

Vandaar dat de Torah eerst een vraag stelt: wat zullen we eten? Het is niet de vraag van de Torah, het is de vraag van de twijfelaar, diegene bij wie de relatie en het vertrouwen in Hashem verzwakt is. Die kan niet meer teren op een stroom van natuurlijke zegeningen. Voor hem komt er een speciale zegen van driedubbele overvloed.

De bedoeling van ons bestaan is om te genieten van deze wereld, van een overvloed aan goedheid die G-d ons schenkt en die overvloed vervolgens te delen. Alleen ligt er wel een gebruiksaanwijzing bij en dat is de Torah die ervoor zorgt dat wij alles gebruiken op een gezonde spirituele en materiële manier. Als je deze methode gebruikt hoef je niet te twijfelen. Dan kun je ‘s ochtends gewoon je bed uitkomen en je gang gaan en ’s avonds met een gerust hart naar bed gaan.

De mineralen, het water en de aarde, voorzien de planten van voedsel. De planten voeden op hun beurt de dieren, die op hun beurt de mens van dienst zijn. Maar bij de mens zou ineens het verloop kunnen stoppen; hij zou zomaar de wereldsymfonie kunnen onderbreken omdat hij de laatste schakel en steek laat vallen. De drie categorieën onder hem – mineralen, planten en dieren – die elkaar zo goed opgevolgd hebben heeft hij in de steek gelaten doordat hij vergeten is om met de wereld om te gaan op een bewuste manier. Hij had dat vlees (dier) en de groente (planten) en het zout (mineralen) op een bedachtzame manier kunnen benutten, maar de opbouw van de melodie van de schepping is bij hem gestopt. Hij kijkt om zich heen en twijfelt wat hij vandaag moet doen. Dat is niet nodig. Ook gedachten kunnen gedisciplineerd worden.

Belangrijke schakel

Door positief te denken houd je je verbindingskanalen open. Hashem gunt het je, maar gun jij het jezelf? Waardeer wie je bent: een belangrijke schakel in de kosmos. Een mens kan kiezen om een schakel te zijn in het bevrijden van de wereld. Anderzijds is hij in staat, doordat hij aan zichzelf twijfelt, om de volmaaktheid van de wereld in gevaar te brengen. Stop je de symfonie midden in de melodie of speel je de laatste scène op het toneel van het leven?

Een mens is door G-d geschapen en G-d draagt hem op om Hem hier op aarde te vertegenwooordigen. Het doel van de mens is om door de schepping heen de verborgenheid van Hashem te ontdekken. Dit doet hij door de materie te gebruiken conform de Torah-wetten. Als vertegenwoordiger van de Almachtige G-d worden natuurlijk zijn onkosten ruim vergoed tijdens de gewone jaren en zelfs tijdens het shemita-jaar. Succes gegarandeerd!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Hieronder een filmpje uit Israël in 2015 waarbij uitgelegd wordt hoe een gigantisch veld wegens de shemita eerder geoogst werd. Daardoor was het veld helemaal kaal geworden, veel vroeger in het seizoen dan normaal zou worden verwacht. Terroristen hadden een tunnel gebouwd die in dat kale veld uitmondde. Ze dachten dat wanneer ze uit de tunnel zouden komen, het graan hun zou camoufleren. Maar het graan was weg, eerder geoogst dan verwacht, nog snel voordat het shemita jaar zou beginnen. Zo werden de terroristen meteen ontdekt en hun levensgevaarlijke plannen in de kiem gesmoord. Shemita en alle Torah wetten beschermen ons hoe dan ook !

 

 

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Bechoekotai | Trots en toch bescheiden, hoe doe je dat?

Welke positie je ook hebt, weet waar je talenten vandaan komen opdat je bescheiden blijft en niet op anderen neerkijkt. Respecteer je medemens, oordeel hem ten goede en deel je bezittingen!

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

De Talmoed vertelt ons het volgende verhaal {Shabbat 127 b}: Op een dag ging een man uit het noorden van Israël naar het zuiden om drie jaar lang daar te werken. Aan het einde van deze periode, de dag voor Yom Kipoer zei hij tegen zijn werkgever: ”Geef mij mijn salaris en ik zal huiswaarts keren om mijn vrouw en kinderen te eten te geven”.

De werkgever zei tegen hem: “Ik heb geen geld om jou te betalen”.
-“Geef mij dan maar fruit.” zei de werknemer.
-“Ik heb geen fruit.”
-“Geef mij dan maar land.”
-“Ik heb geen land.”
-“Geef mij dieren.”
-“Ik heb geen dieren.”
-“Geef mij kussens en dekens.”
-“Ik heb geen kussens en dekens.”

De man hing zijn gereedschap over zijn schouders en ging teleurgesteld naar huis.
Na de feestdagen reisde de werkgever naar het noorden waar zijn werknemer woonde met het salaris en drie ezels. De eerste ezel was volgeladen met voedsel, de tweede met drinken en de derde met lekkernijen. Samen hebben ze gegeten en gedronken en de werkgever heeft het salaris uitbetaald. Daarna vroeg de werkgever: “Toen je mij om jouw salaris vroeg en ik je zei dat ik geen geld had, waar heb je mij toen van verdacht?”

Verdacht

 -“Ik dacht”, zei de werknemer, “dat jij voor een aantrekkelijke prijs goederen had ingekocht en jij al je geld had geïnvesteerd”.
-“En toen jij zei geef mij dieren en ik zei, ik heb geen dieren, waar heb je mij toen van verdacht?”
-“Ik dacht dat de dieren misschien aan anderen verhuurd waren.”

De werkgever vroeg: “Toen je tegen mij zei, geef mij land en ik zei ik heb geen land, waar heb je mij van verdacht?”
– Ik dacht: “Misschien is het land aan anderen verhuurd.”
-“En toen ik zei dat ik geen vruchten had waar heb je mij van verdacht?“
-“Ik dacht dat je misschien de tiende (10% die men van zijn oogst opzij moest zetten alvorens men er gebruik van kon maken) er nog niet van afgetrokken had.”
-“En toen ik zei dat ik geen kussens en dekens had, waar heb je mij van verdacht? “
– “Ik dacht: “Misschien heeft hij al zijn bezittingen aan de tempel beloofd”.

De werkgever zei: “Ik zweer je dat dit precies is wat er gebeurd is. Ik had al mijn bezittingen aan de tempel beloofd vanwege Hurkanus mijn zoon die geen Torah leerde. Toen ik bij mijn vrienden in het zuiden kwam hebben ze mij van mijn belofte vrijgemaakt”. De werkgever zei: “En net zoals je mij positief beoordeeld hebt, zal G-d jou positief berechten”.

Tot zover het verhaal uit de Talmoed.

Elke situatie kan op een positieve of negatieve manier geïnterpreteerd worden. Hoe je over anderen denkt zegt eigenlijk meer over jezelf dan over de persoon die je beoordeelt. Als je lekker in je vel zit, je eigen leven  op een positieve manier bekijkt en ruim denkt dan zal je deze houding ook bij anderen kunnen toepassen. Hoe je zelf in het leven staat bepaalt hoe je naar anderen kijkt.

Oordeel niet

De Torah zit vol met verhalen, geboden en verboden, maar nog voordat je de Torah rol überhaupt opent en eruit gaat leren, kun je al inzicht krijgen welke houding een mens aan moet nemen. Alleen al de plaats op aarde waar de Torah gegeven werd, bevat een waardevolle les. De Sinaï, een simpele lage berg in een woestijn, bleek de meest ideale plek in de wereld te zijn om een gigantische levensles aan de mensheid door te geven.

G-d koos de Sinaï om daar de Torah op te geven, maar eigenlijk is deze berg helemaal niet zo bijzonder, integendeel. De Midrash vertelt ons hoe de bergen met elkaar concurreerden, omdat elke berg wilde dat de Torah op hem gegeven zou worden. Elke berg liet zien waarom hij meer geschikt was dan de ander. Alleen de berg Sinaï deed niet mee aan deze concurrerende discussie omdat hij van mening was dat hij geen kans maakte. Het was een lage berg waar maar weinig op groeide.

De reden dat G-d deze berg koos was om te tonen hoe belangrijk het is om bescheiden te zijn. Een bescheiden persoon is niet vol van zichzelf. Hij stelt zich nederig op en maakt daardoor ruimte voor een ander. Denk niet dat je het altijd beter weet of dat je beter bent. Oordeel niet.

Kijk bijvoorbeeld naar die man die met zijn kinderen de metro instapte. Iedereen zat rustig voor zich uit te staren of een krant te lezen maar de kinderen verstoorden de rust. Ze renden van de ene kant van de wagon naar de andere, maakten een hoop kabaal en vielen hun medepassagiers lastig. Tot overmaat van ramp zei de vader niets tegen de kinderen. Hij liet ze hun gang gaan en leek niet eens hun wangedrag te bemerken. De irritatie bij de medepassagiers in de wagon escaleerde en uiteindelijk vroeg iemand aan de papa of hij misschien zijn kindjes tot orde kon brengen. De man keek op, realiseerde zich wat er gaande was en zei: “Oh ja, je hebt gelijk. Ik moet hier wel iets aan doen. We komen net terug uit het ziekenhuis waar hun moeder een uur geleden overleden is. Ik weet niet zo goed wat ik hiervan moet denken of hoe ik mijn kinderen kan helpen om dit te verwerken…”.

Als een mens bescheiden is dan beoordeelt hij een ander positief. Hij maakt ruimte voor zijn medemens en voor G-d. Niet dat G-d ruimte nodig heeft, maar als wij Hem willen tegenkomen in ons leven, dan is het natuurlijk wel handig om ruimte voor Hem te maken.

Bechoekotai

In Parashat Bechoekotai komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Hoe G-d ons zegent wanneer wij ons aan Zijn geboden houden.
  2. De meest vreselijke vloeken wanneer wij de geboden overtreden.
  3. Hoe je de geldwaarde van een mens kan uitrekenen als je dat bedrag aan de tempel wenst te doneren.
  4. Hoe je een dier aan de tempel kan doneren.
  5. Hoe je je huis of veld of de waarde ervan aan de tempel kunt schenken.
  6. Het geven van 10% van je oogst en één dier op de tien aan de priesters.

Na de vloeken (2), worden de donaties aan de tempel (3) besproken. Men kon bijvoorbeeld een gift geven in de vorm van de waarde van een mens. Maar hoe reken je de waarde van een mens uit? Dit werd uitgerekend aan de hand van de leeftijd en ook of het om een man of een vrouw ging. De bedragen vertegenwoordigden natuurlijk niet de werkelijke onschatbare waarde van een persoon, maar waren zuiver een symbolisch bedrag om een bepaalde som geld te kunnen geven.

Als een man, tussen de 20 en 60 jaar was, kon hij zijn waarde aan de tempel geven door 50 zilveren Shekel te betalen. Voor een jongen van 5 jaar gold een donatie van 20 Shekel en voor een jongen van 1 jaar, 5 Shekel. Of hij nou voorzitter was van een multinationaal bedrijf of een straatveger, voor de tempel was zijn waarde gelijk. Noch zijn rijkdom noch zijn prestaties waren in dit geval van belang.

Waardevolle lessen

Niet alleen schuilen er waardevolle lessen in de verhalen en wetten van de Torah, maar zelfs in de volgorde waarin deze in de Torah besproken worden is er een eeuwige boodschap. Nu kunnen we de vraag stellen waarom de geldwaarde van een mens behandeld wordt meteen nadat alle vloeken worden opgenoemd?

De Torah geeft hiermee een signaal af: Wil je je beschermen tegen allerlei misères en ziektes? Wees het vóór en besteed dan een deel van je geld aan de tempel of aan een ander hemels doel in plaats van aan een dokter of ziekenhuis.

Bij het bepalen van de waarde van mannen, vrouwen en kinderen worden de volgende bedragen genoemd: 50 Shekel, 30, 20, 10, 5, 3, 15 en 10. De Baal Hatoerim merkt op dat het totaal van deze bedragen 143 is. En dat is precies het aantal vloeken in de Torah voor het niet volgen van de geboden waarvan er 45 in onze Parasha Bechoekotai staan en 98 in Kie Tawo (Dewariem). Geld geven is kennelijk dé bescherming tegen allerlei narigheden.

De Kotsker Rebbe leert ons een andere les. Waarom wordt de waarde van een mens berekend meteen na het opnoemen van alle vloeken, vervolgingen, ziektes en ellende? Daarin ligt het geheim van de overleving van het Joodse volk. Keer op keer zijn we verdreven, vervolgd en vernietigd. Maar op één of andere manier hebben wij allemaal onze onschatbare waarde weten te koesteren en te bewaren. Waar halen wij de kracht vandaan? Elk ander volk onder gelijke omstandigheden is van de kaart verdwenen. Hoe verklaren we ons voortbestaan? Eeuw in, eeuw uit? Het antwoord ligt in deze parasha. Na de meest gruwelijke ellende vertelt de Torah ons dat elk mens waarde heeft. Het is niet de vijand en zijn gebrek aan respect die onze waarde bepaalt, maar Diegene die ons gemaakt en gevormd heeft.

Ook in de 21ste eeuw nemen wij deze opdracht mee. Ook al leef je niet in een oorlogsgebied, dan toch kun je deze boodschap ter harte nemen. Velen van ons voelen zich vanbinnen verwoest. Misschien zijn we misbruikt of hebben wij een enorm verlies geleden. Maar wij mensen hebben een bepaalde vaste waarde die onafhankelijk is van wat er met ons gebeurd is. En die waarde kan een bijdrage leveren aan het meest heilige plan van de wereld dat door de tempel vertegenwoordigd wordt. Hoe zwaar jouw leven is of was, jouw menselijke waarde blijft hetzelfde.

Geld geven

Tsedakah-busje mét molen in Jeruzalem

En hoe krijg je jezelf zover om geld weg te geven? Wie motiveert je? Als je bescheiden bent en niet vindt dat alles jou per se toekomt, dan kun je ook makkelijk tsedaka geven, zoals onze werkgever in het eerste verhaal die alles aan de tempel beloofd had. Je kunt zelfs, vertelt onze parasha, je eigen waarde aan de tempel geven.

Bescheidenheid leren wij van de plek waar de Torah gegeven is, namelijk een lage berg die Sinaï heet. Je zou je kunnen afvragen waarom G-d überhaupt een berg koos als Hij nederigheid zo wilde benadrukken. Waarom niet in ons platte kikkerlandje of nog beter in een dal of vallei?

De berg Sinaï geeft ons een bescheiden maar ook een krachtige les. De berg is wel noodzakelijk om ons te leren dat we ons niet moeten laten platwalsen door andere mensen die ons misschien uitlachen of zelfs vragen waarom we niet meedoen met de rest van de maatschappij. Waarom gedragen wij ons niet zoals ieder ander? Waarom gaan we niet gemengd zwemmen en op zaterdag gewoon boodschappen doen? Dat zou toch allemaal veel handiger en simpeler zijn? Waarom gedragen wij ons anders, vragen onze buren zich af.

We laten onszelf de grond niet inboren. Enerzijds weten wij wat we waard zijn. Anderzijds passen wij de “Moshe Rabeenoe” regel toe. Over hem is namelijk bekend dat hij de meest bescheiden man op aarde was. De Torah in Bamidbar (12-3) getuigt hiervan:

“הואיש משה ענו מאד מכל האדם אשר על פני האדמה”

“En de man Moshe, was zeer bescheiden, meer dan ieder mens op aarde.” 

Prestatie

Hoe heeft hij dat klaargespeeld? Was hij niet trots op zichzelf? Besefte hij niet de vooraanstaande rol die hij in zijn generatie speelde en in wezen in de hele geschiedenis? Wij zijn inmiddels meer dan 3000 jaar verder en iedereen weet nog steeds wie Mozes was. Hij werd door G-d gekozen om het Joodse volk uit Egypte te bevrijden! Hij heeft de Torah hoogstpersoonlijk in ontvangst genomen! Hij heeft het Joodse volk 40 jaar door de woestijn geleid. Dit was misschien wel zijn grootste prestatie! Je zou toch maar drie miljoen Joden met je mee op reis nemen. U kent toch het gesprek tussen de Amerikaanse president en zijn Israëlische collega?

De president van de VS: “Ik heb het heel erg zwaar. Mijn land is gigantisch groot en ik moet hier leiderschap geven aan miljoenen inwoners”. “Oh”, zegt de Israëlische president, “dat is niets. Ik moet een land besturen bestaande uit miljoenen presidenten!”

Moshe Rabeenoe had de hoogste positie ooit. Het ging zelfs zo ver dat de Torah getuigt van het feit dat het Joodse volk in G-d geloofde én in Moshe, Zijn dienaar (zie Shemot 14-31). Toch wist Moshe zich bescheiden te houden. Hij was er namelijk van overtuigd, dat als andere mensen op aarde zijn gaven en mogelijkheden zouden hebben gehad, zij beter zouden hebben gepresteerd dan hij.

Dat is de berg Sinaï. Het is een berg, hij is een beetje hoog en hij heeft kracht. We weten wat we waard zijn. We zijn ons ervan bewust dat wij een unieke bijdrage kunnen en horen te leveren aan de maatschappij. We laten ons niet door vijanden intimideren. Spotters en belagers worden genegeerd. Tegelijkertijd weten wij dat onze talenten en begaafdheden door G-d aan ons geschonken zijn. We zijn er blij mee en dankbaar voor dat we ze ten goede mogen gebruiken. Zo zorgen wij ervoor dat we bescheiden blijven waardoor wij ruimte maken voor anderen. Het geven aan goede doelen wordt hierdoor een natuurlijke manier van leven net zoals het positief beoordelen van onze medemens. Een waardevolle les!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les Rav YY Jacobson Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam www.chabadutrecht.nl

Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Emor | Stoppen, tellen en verbeteren

Emor | Stoppen, tellen en verbeteren

Wij kunnen ons leven verbeteren en als een saffier schijnen. We zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wat ons voorgeschoteld wordt in het leven kunnen wij niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Wat de twee onafscheidbare gedeeltes van de Torah hiermee te maken hebben, de schriftelijke en de mondelinge, lees je in dit nieuwe artikel.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het was 14 Niesan, de dag vóór Pesach en het hooggerechtshof, dat zitting had in de tempel in Jeruzalem, stuurde elk jaar drie afgevaardigden naar een gerstveld vlakbij Jeruzalem. Daar bundelden de afgezanten vochtige gerst terwijl het nog aan de grond vastzat.

De volgende dag op 15 Niesan (de eerste dag Pesach) aan het einde van de dag als het donker werd en 16 Niesan begon, begaven massa’s mensen zich naar het gerstveld. De drie afgevaardigden namen elk een zeis en een mand mee en riepen naar de menigte toe:

“Is de zon onder”?
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is de zon onder?”                                                                                                                                                              “Ja.”                                                                                          
“Is de zon onder?”
“Ja.”

Vervolgens
“Is dit een zeis?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is dit een zeis?”
“Ja.”
“Is dit een zeis?”
“Ja.”

En daarna:
“Is dit een mand?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is dit een mand?”
“Ja.”
“Is dit een mand?”
“Ja.”

En als het Shabbat was vroeg ons drietal:
“Is het vandaag Shabbat?”
En de toeschouwers antwoordden: “Ja.”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja.”
“Is het vandaag Shabbat?”
“Ja.”

En ten slotte:
“Zal ik oogsten?”
En de toeschouwers antwoordden: “Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”
“Zal ik oogsten?”
“Oogst!”

Toeters en bellen

Wat een toeters en bellen! Wat een spektakel! Wat was hier gaande?

De aanwezigheid van zovelen en het driemaal herhalen van elke vraag was bedoeld om de aandacht te trekken en te benadrukken dat dit precies gedaan werd conform de regels uit de Torah en met name de mondelinge leer. Want ziet U, geachte lezer, de Torah heeft twee onafscheidbare gedeeltes. Het ene deel is de schriftelijke leer oftewel de 5 boeken Mozes die G-d, woord voor woord, aan Moshe gedicteerd heeft. Het andere deel is de mondelinge leer die G-d aan Moshe erbij verteld heeft.

Pas 1500 jaar na het geven van de Torah werd de mondelinge leer, de Mishna, door Rabbi Yehuda Hanasi opgeschreven. Dat was in het jaar 189 van de gewone jaartelling. Het was samengesteld uit aantekeningen van verschillende geleerden.  Het op schrift stellen van de mondelinge leer achtten de geleerden noodzakelijk omdat zij zich zorgen maakten dat door de ballingschap het niet meer van generatie tot generatie nauwkeurig uit het hoofd onthouden zou worden.

De schriftelijke en mondelinge leer zijn dikke maatjes. Zij kunnen echt niet zonder elkaar. Enerzijds kan het schriftelijke deel van de Torah niet zonder uitleg begrepen of uitgevoerd worden. Anderzijds is de mondelinge leer totaal op het schriftelijke gedeelte gebaseerd. Een aantal voorbeelden zal het één en ander duidelijk maken.

In de schriftelijke leer in Wajiekra, 16: 29 en 31 staat:

בַּחֹ֣דֶשׁ הַ֠שְּׁבִיעִי בֶּֽעָשׂ֨וֹר לַחֹ֜דֶשׁ תְּעַנּ֣וּ אֶת־נַפְשֹֽׁתֵיכֶ֗ם

In de zevende maand, op de tiende van de maand zul je jezelf kwellen. (vers A)

שַׁבַּ֨ת שַׁבָּת֥וֹן הִיא֙ לָכֶ֔ם וְעִנִּיתֶ֖ם אֶת־נַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם חֻקַּ֖ת עוֹלָֽם׃

Het is voor jullie een Shabbat stopdag en jullie zullen julliezelf kwellen, een eeuwige wet. (vers B)

De tiende dag van de zevende maand is Yom Kipoer, grote verzoendag en de Torah vertelt ons om ons te kwellen. Maar nergens staat er in de schriftelijke leer wat het kwellen inhoudt. Misschien moeten we op een spijkerbed gaan liggen of op een mierennest gaan zitten. Toch weet iedereen dat Yom Kipoer een vastendag is. Maar waar komt deze kennis vandaan? Uit de mondelinge leer.

Nog een voorbeeld uit Dewariem, 12:21:

וְזָבַחְתָּ֞ מִבְּקָרְךָ֣ וּמִצֹּֽאנְךָ֗ אֲשֶׁ֨ר נָתַ֤ן ְה לְךָ֔ כַּאֲשֶׁ֖ר צִוִּיתִ֑ךָ

…en je zult je rund- en kleinvee die G-d jou gegeven heeft slachten zoals ik jou geboden heb…(vers C)

Maar waar wordt er geboden hoe je slachten moet? Nergens in de schriftelijke leer staat hier iets over! Rashi helpt ons met zijn uitleg op dit vers. Hij vertelt ons dat de slachtwetten aan Moshe verteld werden op de berg Sinai.

Compensatie

En dan het bekende voorbeeld in Shemot, 21:24:

עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן שֵׁ֖ן תַּ֣חַת שֵׁ֑ן יָ֚ד תַּ֣חַת יָ֔ד רֶ֖גֶל תַּ֥חַת רָֽגֶל

Oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.

De letterlijke betekenis van dit vers zou zijn dat als Reuven letsel toebrengt aan het oog van Shimon, dat er een oog bij Reuven weggehaald zou moeten worden. Zijn deze gruwelijke praktijken wel Joods? Nee, natuurlijk niet. Het is nooit voorgekomen dat een Joods gerechtshof een dergelijke uitspraak gedaan heeft. De mondelinge leer schiet ons te hulp. Iemand die een lichaamsdeel van een ander beschadigt moet hem financieel compenseren. Hij moet hem vergoeden voor wat hij nu minder waard is door het ontbreken van het beschadigde lichaamsdeel. Dat is compensatie nummer één. Er zijn in totaal vijf financiële vergoedingen:

1. voor het ontbreken van het beschadige lichaamsdeel
2. voor alle medische uitgaven
3. voor het gemiste salaris tot aan herstel
4. voor de pijn
5. voor de schaamte

Het kan ook niet anders want wat als Reuven al aan één oog blind was geweest? Wanneer  zijn tweede oog weggehaald zou worden dan zou hij helemaal blind worden! Wie garandeert bovendien dat je, op jouw beurt, in staat bent om precies hetzelfde letsel aan te brengen? Stel je hebt iemand z’n oog voor een derde beschadigd, hoe zorg je ervoor dat je een identieke wond aanbrengt? Misschien wordt de beschadiging wel groter of juist kleiner. De kans bestaat ook dat de persoon aan het letsel komt te overlijden door bijvoorbeeld infectie. Er staat ‘oog om oog’ en niet ‘oog om het leven’. Twee bladzijdes worden er in de Talmoed besteed aan het opsommen van wel tien verschillende redenen waarom ”oog om oog” niet letterlijk vertaald kan worden.

Nu dat we dit weten, moeten wij nog een vraag stellen: als vijf financiële vergoedingen gegeven moeten worden, waarom staat dit dan niet zo letterlijk en duidelijk in de Torah? Oog om oog kan zo gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Maar de Torah wil ons op een subtiele manier aangeven dat een dader met zijn financiële restitutie er nog lang niet is. Een mens en zijn lichaamsdelen zijn niet te koop. Anders zou je kunnen denken dat je rechts en links kunt slaan en amputeren, als je maar achteraf betaalt. Een heel rijk mens zou dan zorgeloos kunnen toeslaan en daarna met zijn financiële compensatie alles weer goed hebben gemaakt? “Welnee”, vertelt de Torah ons. “Heb jij het oog van je medemens afgehakt, dan zou eigenlijk jouw oog ook afgehakt moeten worden”. Oog om oog. Echter in de praktijk wordt het niet zo opgelost.

De Torah is niet uitsluitend een wetboek. Elk vers heeft vele betekenissen. Wanneer alleen de wet duidelijk beschreven zou zijn geweest dan hadden we alle andere verborgen lagen niet kunnen ontdekken.

Natuurlijk baseert de mondelinge leer zich ook op het schriftelijke deel. Er staat namelijk helemaal niet oog om oog. Er staat עַ֚יִן תַּ֣חַת עַ֔יִן, oog onder oog. Als je de letters van het woord עַ֔יִן, oog neemt en van elke letter neem je de letter die eronder komt, d.w.z. de letter die erna komt dan gebeurt er het volgende:

Na de עַ֚ Ajien komt de פ, Pee.
Na de יִ Joed komt de כ Kaf
Na de ן Noen komt de ס Samech.

Doe je deze drie nieuwe letters bij elkaar dan ontstaat het woord כסף (kesef) dat geld betekent, de financiële compensatie en niet de lichamelijke wraak (Gaon uit Vilna).

De schriftelijke leer zelf laat duidelijk zien dat er een mondelinge leer bij hoort. De Torah zelf is het medicijn en de mondelinge leer is de bijsluiter. “Lees goed de bijsluiter voordat U dit geneesmiddel gaat gebruiken”, staat er op mijn doosje met medicijnen.

Hebreeuws mondeling

De Talmoed vertelt ons het verhaal van een niet-Jood die zich wilde bekeren en die bij de geleerde Hillel kwam om uitsluitend de schriftelijke leer tot zich te nemen. Hij wilde de mondelinge leer van de rabbijnen niet accepteren. Hillel wist dat deze man oprecht was, maar niet begreep waar de mondelinge leer voor diende. En zo kreeg hij zijn eerste les waarin Hillel hem een Alef en een Beet liet zien.

De volgende dag leerde Hillel hem dezelfde twee letters maar omgekeerd. Van de Alef zei hij dat het een Beet was en van de Beet dat het een Alef was. De man protesteerde hevig omdat hij nog de dag tevoren het precies omgekeerd had geleerd. In dat geval, zei Hillel, zie je dat je een Rabbijn en leraar nodig hebt die jou mondeling het alfabet onderwijzen. Je moet mij dus vertrouwen dat ik de juiste traditie aan jou overbreng. Het lezen van het alfabet is een mondelinge leer. Je kunt niet leren lezen tenzij iemand jou vertelt wat er staat. En jij denkt de Torah te kunnen begrijpen zonder de uitleg van de Rabbijnen. Maar de verklaringen van de Torah zijn vele malen complexer dan het lezen van het alfabet! Zonder de mondelinge traditie zul je de Torah nooit kunnen vatten.

Datum bepalen

En nu terug naar het oogsten van de eerste gerst dat in onze Parasha besproken wordt. De vraag is wanneer dat gebeuren moest, op welke dag? Laten we de schriftelijke leer erbij halen met Wajiekra 23, vers 9 t/m 16:

וַיְדַבֵּ֥ר ֖ה אֶל־מֹשֶׁ֥ה לֵּאמֹֽר׃

G-d zei tegen Moshe om te zeggen. (vers D)

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּֽי־תָבֹ֣אוּ אֶל־הָאָ֗רֶץ אֲשֶׁ֤ר אֲנִי֙ נֹתֵ֣ן לָכֶ֔ם וּקְצַרְתֶּ֖ם אֶת־קְצִירָ֑הּ וַהֲבֵאתֶ֥ם אֶת־עֹ֛מֶר רֵאשִׁ֥ית קְצִירְכֶ֖ם אֶל־הַכֹּהֵֽן׃

Spreek tot het Joodse volk en zeg tegen hen: “Als jullie naar het land zullen komen dat ik jullie geef en jullie zullen de oogst oogsten en jullie zullen brengen één Omer (circa 2,5 liter), het eerste van jullie oogst naar de priester. (vers E)

וְהֵנִ֧יף אֶת־הָעֹ֛מֶר לִפְנֵ֥י ֖ה לִֽרְצֹנְכֶ֑ם מִֽמָּחֳרַת֙ הַשַּׁבָּ֔ת יְנִיפֶ֖נּוּ הַכֹּהֵֽן׃

En hij zal de Omer heen en weer bewegen vóór G-d, voor jullie genoegen, de dag na de Shabbat (feestdag) zal de priester het heen en weer bewegen. (vers F)

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen tellen voor jullie vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

עַ֣ד מִֽמָּחֳרַ֤ת הַשַּׁבָּת֙ הַשְּׁבִיעִ֔ת תִּסְפְּר֖וּ חֲמִשִּׁ֣ים י֑וֹם וְהִקְרַבְתֶּ֛ם מִנְחָ֥ה חֲדָשָׁ֖ה לַה׃

Tot de zevende Shabbat (week) zullen jullie 50 dagen tellen en jullie zullen een nieuw meeloffer voor G-d brengen. (vers H)

Betekenis Shabbat

Wij hebben zojuist in  de schriftelijke leer gelezen dat het gerstoffer de dag na Shabbat gebracht moest worden, maar wat betekent ‘Shabbat’?

Wij denken natuurlijk allemaal dat Shabbat de zevende dag van de week is. En terecht dat klopt ook, maar dat is niet de enige vertaling. Eigenlijk betekent Shabbat in het Hebreeuws stoppen. Inderdaad is G-d op de zevende dag van de schepping gestopt met het creëren van nieuwe schepselen. Ook wij stoppen op Shabbat met het maken van nieuwe voorwerpen. Maar dat stoppen gebeurt ook op feestdagen ongeacht op welke dag van de week die vallen.

Het woord Shabbat heeft kennelijk nog meer verklaringen. Wanneer wij dit woord tegenkomen in de Torah kan het de volgende drie betekenissen hebben:

  1. de zevende dag van de week
  2. een feestdag, bijvoorbeeld Yom Kipoer wordt in de Torah ‘Shabbat’ genoemd, terwijl het op een doordeweekse dag kan vallen. Zie bovengenoemd vers B. Ook Pesach kan Shabbat genoemd worden zoals in de verzen F en G.
  3. een hele week zoals in de verzen G en H

Wanneer het Omeroffer in de Torah besproken wordt staat erbij op welke dag het gebracht moest worden, namelijk מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת, d.w.z. de dag na de stopdag. Welke van de drie stopdagen wordt hiermee bedoeld? Het antwoord is, na de dag van het Pesachfeest, een dag wanneer werken verboden is.

Pesach is 15 Niesan en dus moest het Omeroffer de volgende dag op 16 Niesan gebracht worden, ongeacht welke dag van de week dat was.

Dit hield in dat deze gerst precies de dag na Pesach geoogst moest worden en niet zoals de Tsedoekim beweerden. Zij waren een groep Joden die de mondelinge leer verwierpen en het woordje Shabbat maar op één manier vertaalden.

Zij waren van mening dat men na Pesach moest wachten totdat er  eerst een Shabbat (een  zaterdag) voorkwam, en pas de volgende dag, op zondag, het Omeroffer moest brengen. Omdat ze de mondelinge leer niet accepteerden begrepen ze het vers verkeerd. Vandaar dat het brengen van het Omeroffer met heel veel spektakel geschiedde, om te publiceren hoe deze mitswa en vooral op welke datum het uitgevoerd moest worden.

En dus op de dag na Pesach d.w.z. op 16 Niesan werd de gerst naar de tempel gebracht. Daar werd het geroosterd in een geperforeerde pan. Vervolgens werd het gemalen en 13 keer gezeefd. Een “Omer” (een hoeveelheid van circa 2,5 liter) werd vermengd met olie en wierook en in alle richtingen bewogen. Een kleine hoeveelheid van dit mengsel werd door de priester op het altaar verbrand. Wat er overbleef werd door de priesters gegeten. Pas na dit ritueel mocht het Joodse  volk van de nieuwe oogst gebruik maken.

Zie hier hoe het brengen van de Omer in de tempel gebeurde: https://www.youtube.com/watch?v=7c1WvQXGzUQ

Tellen

Op de dag na Pesach werd niet alleen het Omeroffer gebracht. Op die dag begon men ook de dagen te tellen totdat de Torah zeven weken later ontvangen zou worden. Vandaag kunnen wij geen Omeroffer meer brengen omdat de Romeinen de tempel in Jeruzalem hebben verwoest. Echter tellen wij nog steeds zoals het in de Torah staat, de dagen vanaf Pesach tot aan het wekenfeest Shawoe’ot.

וּסְפַרְתֶּ֤ם לָכֶם֙ מִמָּחֳרַ֣ת הַשַּׁבָּ֔ת מִיּוֹם֙ הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם אֶת־עֹ֖מֶר הַתְּנוּפָ֑ה שֶׁ֥בַע שַׁבָּת֖וֹת תְּמִימֹ֥ת תִּהְיֶֽינָה׃

En jullie zullen voor jullie tellen vanaf de dag na de Shabbat (feestdag), vanaf de dag dat jullie de heen en weer bewegende Omer brengen, het zullen zeven volle shabbatot (weken) zijn. (vers G)

Na de uittocht uit Egypte begonnen de voorbereidingen voor het ontvangen van de Torah dat 7 weken later zou plaatsvinden. Het was een gelegenheid om 49 dagen lang zijn karaktereigenschappen te analyseren, te verbeteren en te doen schijnen.

Vanaf de dag na Pesach is het een mitswa om die zeven weken te tellen en elke week één van onze karaktereigenschappen te verbeteren. Zo bereiden wij onszelf ook nu voor, in de 21ste eeuw, om de Torah opnieuw op ons te nemen. De ballingschap in Egypte had het Joodse volk op het randje van een spirituele afgrond gebracht. Vanaf de uittocht uit Egypte kreeg iedere Jood zeven weken lang de tijd en de gelegenheid om zijn karakter te verbeteren alvorens hij de Torah op de berg Sinai zou gaan ontvangen. Ook vandaag gebruiken wij deze weken om ons karakter te verbeteren.

In de eerste week (chesed) werken wij aan חסד chesed, de liefde in ons leven. Ben ik in staat om liefde te voelen? Kan ik die liefde ook verwoorden aan diegenen van wie ik houd? Ben ik in staat om liefde te onvangen?

De tweede week (gewoera) ligt de focus op גבורה gewoera, het leggen van grenzen. Ben ik in staat om mijzelf te disciplineren? Geef ik mijn grenzen bij anderen aan?

De derde week kijk ik of ik in staat ben om met een ander mee te leven, תפארת tiferet. Ben ik er voor een ander volgens zijn mogelijkheden en niet volgens de mijne?

De vierde week, נצח netsach, concentreren wij ons op het doorzetten ondanks tegenslag. Heb ik voldoende ambitie?

De vijfde week הוד hod, kijken we of wij dankbaar kunnen zijn. Zijn wij in staat om toe te geven, om onze fouten te erkennen?

In week zes יסוד yesod, ligt de focus op communicatie en hechten. Verbind ik mij werkelijk met de mensen waar ik mee verbonden hoor te zijn?

De laatste week, nummer 7 , ontwikkelen wij onze capaciteiten om leiding te geven, מלכות malchoet. Ben ik voldoende zelfverzekerd om leiding te geven? Komt mijn motivatie om te leiden door onzekerheid of door een verlangen om positieve invloed te hebben?

Maar wanneer begint het tellen en dit verbeterproces precies? “Vanaf de dag na de Shabbat” staat in de Torah.

Onze geleerden vertellen dat Shabbat in dit geval niet de zevende dag van de week betekent, maar de dag na het feest. Welk feest? Pesach. Want ziet U, de betekenis van het woord “Shabbat” is niet altijd de zevende dag. Shabbat betekent stoppen. En net zo goed als wij stoppen met onze bezigheden wanneer wij Shabbat vieren, zo ook moest het Joodse volk stoppen met hun verankering in de Egyptische cultuur om zo hun weg langzaam maar zeker naar de berg Sinai te vinden.

Toen en nu ook. Hoe vaak zitten we op het randje? Iedereen zijn eigen randje… we zitten vast, geblokkeerd in gewoontes waar wij vanaf willen en G-d geeft ons de mogelijkheid om te stoppen (Shabbat), elke dag weer. Het is aan ons om die dagelijkse gelegenheden aan te pakken. Door het tellen van de Omer realiseren wij ons dat wij wel degelijk kunnen stoppen.

Elke week is er een nieuwe karaktereigenschap aan de beurt. Elke dag wordt geteld:

  1. וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem staat in de Torah en dat betekent: “Jullie zullen tellen”.
  2. Maar וּסְפַרְתֶּ֤ם, oesefartem betekent ook, jullie zullen schijnen als een saffier.
  3. En ook jullie zullen verbeteren לשפר (leshaper)
  4. Ten slotte kun je het woord ook nog relateren aan ספור (sipoer), een verhaal.

Werk aan je karakter

De uittocht uit Egypte, de zeven weken tellen en het ontvangen van de Torah zijn samen het verhaal ספור (sipoer) van onze ziel; dat wij behalve eten, slapen en werken nog een andere dimensie hebben. Dat wij als mens in staat zijn om boven onze natuurlijke instincten, gewoontes en neigingen uit te stijgen. Wij kunnen ons leven inderdaad verbeteren en schijnen als een saffier. Het tellen van de dagen herinnert ons aan het feit dat wij onszelf los kunnen maken van onze verankering in de Egyptische of Nederlandse cultuur. Dat we langzaam maar zeker, dag in dag uit, week in week uit, ons karakter weten om te buigen om een plezierig mens te worden voor onszelf en voor onze omgeving.

Nee, we zijn geen slachtoffers van onze levensomstandigheden. Wij kunnen kiezen om daar bovenuit te stijgen. Wat ons voorgeschoteld wordt in het leven kunnen wij niet veranderen, wel hoe wij ermee omgaan. Ons grootste knelpunt is wanneer wij vast gaan zitten in het verleden of in de problemen en fouten die anderen ons aandoen. Jij en ik zijn in staat om dit te stoppen. Vandaar dat we beginnen te tellen na de Shabbat (= stoppen). Eerst stoppen met verkeerde vastgeroeste patronen en daarna beginnen met tellen, schijnen en verbeteren. 

Pak de regie op, werk aan je karakter, bereid je voor en de berg Sinai komt al in zicht. Een berg waar G-d ons omarmd heeft, ons gekozen heeft en ons op een podium gezet heeft. Wij werden toen gekozen als de ambassadeurs van de Koning der koningen. Wij bewegen ons in een materiële wereld maar eigenlijk is dit schijn. Ons werkelijke leven en de realiteit is helemaal niet van deze wereld. Wij zijn op reis, van Egypte naar Israël. Met zweet en tranen werken wij aan onszelf en proberen wij te stoppen met ongewenst gedrag. Elke dag en elke stap brengt ons een stukje dichter bij de berg. Goede reis!

Bracha Heintz

www.chabadutrecht.nl

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂