Tag: Parasha

Shelach | Israel, here I come!

Shelach | Israel, here I come!

Wat als je het overleven van het Joodse volk eerlijk zou analyseren? Dan is er maar één conclusie te trekken: het is niet land, taal, cultuur of militaire macht die ons in al die duizenden jaren bij elkaar heeft gehouden. Het is onze onvoorwaardelijke verbinding met de Torah, zo vertelt ons ook de parasha van deze week.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Ongeveer een jaar nadat het Joodse volk de Torah op de berg Sinaï had ontvangen, arriveerde het in de Paran woestijn, net ten zuiden van de Israelische grens. Het is de plaats waar geklaagd werd over het gebrek aan vlees. Het is ook in Paran dat de 70 oudsten benoemd werden om Moshe te assisteren. Zie hierover de parasha van vorige week, Behaälotecha (klik hier).

Nog een paar kilometers en het Joodse volk kon het beloofde land binnentreden. Het was hoog tijd om twaalf verspieders te sturen om het land te verkennen. Zij werden nauwkeurig gekozen. Ze waren stuk voor stuk vooraanstaande leiders, ieder over zijn eigen stam. Ze kregen als opdracht om het beloofde land te verkennen en hun bevindingen te rapporteren.

Nationale ramp

Men kan zich afvragen of dit werkelijk nodig was? Had het zin om een land te verkennen dat door G-d beloofd was? Was het werkelijk nodig om na te gaan of G-d in staat was om het heilige land aan het volk Israel te schenken? Wat deed het ertoe of er veel of weinig bewoners waren en of ze sterk of zwak waren? In hoeverre was het van belang om na te gaan of er vestingsteden waren of niet? G-d is toch Almachtig! 

Toch gaan de verspieders op hun verkenningstocht. Wanneer zij terugkomen gebeurt er een nationale ramp, een vergissing van historische betekenis en met eeuwige gevolgen. Tien van de twaalf verspieders houden zich niet aan hun verkenningsopdracht. Ze geven niet alleen verslag, ze trekken ook conclusies en geven advies (Shelach 13-31):

לֹ֥א נוּכַ֖ל לַעֲל֣וֹת אֶל־הָעָ֑ם כִּֽי־חָזָ֥ק ה֖וּא מִמֶּֽנּוּ׃…

…wij zullen niet tegen het volk op kunnen, want het is sterker dan Hij.

Met andere woorden: wij zullen de volkeren die in Israel wonen niet kunnen verslaan want zij zijn sterker dan Hij (G-d).

Naar hun mening is echter nooit gevraagd, alleen dat ze verslag zouden doen. Met dit ongevraagde advies demoraliseren zij een heel volk.

“Het land eet haar bewoners op!” verklaren de verspieders. Dientengevolge raakt het hele Joodse volk in paniek. Iedereen is hysterisch. Er wordt gehuild en geklaagd over Moshe en Aharon: “Waren we maar in Egypte gestorven of zelfs in de woestijn etc…” zeiden de mensen die de Torah hadden ontvangen. “Laten wij een leider benoemen en teruggaan naar Egypte” besloten zij (Shelach 14 – 2,3,4).

Dit was de tiende keer dat G-d door het Joodse volk op de proef werd gesteld ( Shelach 14-22):

וַיְנַסּ֣וּ אֹתִ֗י זֶ֚ה עֶ֣שֶׂר פְּעָמִ֔ים וְלֹ֥א שָׁמְע֖וּ בְּקוֹלִֽי׃…

…en zij hebben mij, bij deze al tien keer op de proef gesteld en zij hebben niet naar mijn stem geluisterd. 

Bezwaar

Wanneer je alles wat dieper analyseert, kom je er al gauw achter dat dit verhaal minder simpel is dan op het eerste gezicht lijkt. Want hoe kan het zijn dat zij ineens hun vertrouwen in G-d waren verloren? Zij leefden immers van het ene wonder naar het andere. Zij waren getuigen geweest van de tien plagen en de splitsing van de zee. Ze hadden met eigen ogen kunnen aanschouwen hoe een heel Egyptisch leger in de zee verdronk. Wat hadden ze ook alweer voor het ontbijt gegeten? Juist ja, Manna dat dagelijks uit de hemel viel. Ze dronken water dat uit een steen vloeide. De wolken beschermden hen tegen warmte, kou en nog andere gevaren die in de woestijn voorkwamen zoals slangen en schorpioenen.

Eenmaal in de geschiedenis van de wereld heeft G-d Zich aan een heel volk geopenbaard. Dat was bij de berg Sinaï. Zoiets was nog nooit eerder gebeurd en is daarna nooit meer voorgekomen. En als je een verspieder zou vragen wat hij als ontbijt had gegeten, dan zou hij antwoorden dat er Manna geserveerd was. “Hoezo brood uit de hemel?” zou je hem kunnen vragen. “Nou gewoon, uit de hemel! Bij ons zijn wonderen een natuurlijke manier van leven.” ”Werkelijk? Geloof je het zelf?” ” Ja hoor, G-d heeft alles gemaakt en alles is van Hem. En dus, als G-d dit wenst dan zorgt Hij dat er voedsel uit de hemel valt.”

En deze verspieder die net brood uit G-ds keuken had gegeten en zijn dorst door middel van een steen, waar water uit kwam, had gelest, stond op en verklaarde dat G-d niet sterk genoeg was om één klein landje te veroveren? Dit is raar, niet consequent en volkomen tegen alle logica in. En niet alleen dat, het hele volk deed hier ook nog aan mee! Was er dan niemand die het Joodse volk kon overtuigen van G-ds capaciteiten? Was er niet één man of vrouw die iedereen attent kon maken op de hoeveelheid wonderen die G-d al verricht had?

De verspieders waren vooraanstaande leiders, één voor elke stam. Wat was dan hun bezwaar tegen de intocht in het Heilige Land?

Exotisch hotel

Nee, de tien verspieders hadden een veel subtielere reden om de reis naar Israel tegen te houden. Ze waren namelijk bang om hun oase in de woestijn te verlaten. Dagelijkse Manna uit de hemel, water uit een wonderbaarlijke woestijnbron, splitsende zeeën en nog meer van dit soort wondertjes maakten het leven wel heel erg aangenaam in die woestijn; een soort exotisch 5-sterren hotel met eerste klas bediening.  En nu zouden ze het land in moeten trekken? Het eerst veroveren en vervolgens het gaan bewerken, een politiek systeem opzetten, het land verdedigen, ontbijt, lunch en avondeten klaarmaken? De vloer dweilen en de ramen lappen? Wanneer is er dan nog tijd voor spirituele zaken vroegen de verspieders zich af? Dat is toch onze specialiteit? Wanneer gaan we lernen en mitswot doen? Het leven in het land, de dagelijkse beslommeringen van de fysieke wereld gaan ons volledig consumeren! “Het land eet haar bewoners op!”

En als we al van onze spirituele oase naar een lichamelijk bestaan moeten overgaan, zijn wij dan niet automatisch ook onze G-ddelijke bescherming kwijt?

Schakel tussen hemel en aarde

Noch de verspieders, noch het Joodse volk hadden begrepen hoe de vork in de steel zat. Je hoeft namelijk het spirituele niet van het lichamelijke te scheiden. Integendeel. Toen de Torah bij de berg Sinaï uit de hemel kwam en Moshe naar boven ging is er een brug ontstaan. Een schakel tussen hemel en aarde; Moshe ging omhoog en de Torah ging naar beneden.  Vanaf de openbaring op de berg Sinaï was het mogelijk om het lichamelijke en het spirituele niet alleen met elkaar te verbinden maar zelfs om het te verweven.

Het Joodse volk kreeg op dat moment een nieuwe taak en missie. Elk Jood kon vanaf de openbaring op de berg Sinaï een brug bouwen tussen het spirituele en het lichamelijke. En dat is de essentie van elk gebod: je neemt een stukje materie en daarmee voer je G-ds wil uit. Je neemt bijvoorbeeld geld (materie) en je geeft het aan een arm persoon. Het geld is nu getransformeerd.

Eerst was het een bankbiljet en nu is het een mitswa geworden: je hebt een verbintenis tot stand gebracht tussen het geld en het hogere doel waar je het geld voor hebt gebruikt. Je hebt daarmee het geld verheven. Tevens heb je alles wat je gedaan hebt om dat geld te krijgen ook in deze verbintenis met G-d opgenomen. Heb je het geld door werken verdiend, dan is elke actie die je ondernomen hebt om dat salaris te ontvangen op een hogere plek gekomen. Ook alle energie en al het eten dat je gebruikt hebt om dat loon binnen te krijgen wordt verheven. Heb je een boterham gegeten dan worden, het graan, de mest, de regen, de akker, de boer enz ad infinitum allemaal getransformeerd. Met andere woorden door een mitswa te doen verander je de hoedanigheid van de hele materiele wereld.

Dit geldt voor elk van de 613 ge- en verboden. Dit fenomeen is terug te te herleiden naar het woord mitswa dat vertaald wordt met gebod of verbod. Het woord mitswa betekent ook ‘verbinding’ omdat elke keer dat je doet wat een ander je vraagt of dat je je weerhoudt om niet te doen wat een ander van jou verzocht heeft, heb jij je relatie met de vrager versterkt. 

Ga de wereld in

Volgens dit principe begrijpen we hoe essentieel het is om ons met de materie bezig te houden. Wel moet het gebruik van de materie plaatsvinden volgens de voorwaarden zoals die in de Torah worden uiteengezet. Als we de materie op eigen houtje zouden gebruiken dan zouden wij de relatie met G-d kwijtraken en zou de fysieke wereld blijven waar die is. Daarmee zouden wij aan het hele doel van de schepping voorbijgaan aangezien G-d een lagere materiele wereld juist gemaakt heeft opdat de mens het zou verheffen.

Het doel van de schepping is dus niet om in de woestijn te blijven of om dat wat al heilig is nog heiliger te maken. Het gaat er juist om, om deze lage fysieke wereld te transformeren naar een hoger niveau. Zoiets doe je niet in een woestijn waar G-d jou een VIP-behandeling geeft.

Nee, ga de wereld in, ga ploegen, zaaien en oogsten, ga de huur betalen en in vrede leven met je eigen gezin. Ga je karakter verbeteren en leer je te beheersen!

Tijd om te leren omgaan met duisternis en negatieve krachten. Tijd om een stukje van de hemel naar het aardse toe te brengen. Ruime gelegenheid om onze beestachtige trekken af te leren en de materie voor een hoger doel te gebruiken. Wil je Joods doen, ren dan niet weg van het aardse leven, maar leer ermee om te gaan. Lééf het leven en probeer daarbij je lichamelijke neigingen te transformeren. De wens van de verspieders was om in de woestijn te blijven om zo het aardse leven te ontvluchten. Deze manier van denken was hun valkuil.

De verspieders hebben met hun denkfout het hele volk gedemoraliseerd. Iedereen begon jammer genoeg voor niets te huilen. De dag dat dit geschiedde was 9 Aw, de meest droevige dag van het jaar voor het Joodse volk. Een dag helaas waarop er ook later in de geschiedenis vele calamiteiten zouden gaan plaatsvinden.

“Jullie huilen voor niets. Jullie willen het land niet binnen?…dan maar niet” zegt G-d. “Jullie zijn zo dicht bij jullie bestemming, vlak bij de grens, maar ik zie dat jullie er niet klaar voor zijn. Er zal nog heel wat moeten gebeuren voordat jullie het heilige land binnen kunnen treden. Blijf dan nog maar even (39 jaar) in de woestijn. Jullie hebben de theorie geleerd (Torah) en nu gaan jullie 39 jaar in de wildernis stagelopen voordat jullie in Israel jullie werkelijke missie kunnen uitvoeren.”

Omweg

Het duurt namelijk geen veertig jaar om van Egypte naar Israel te gaan, zelfs niet te voet, tenzij je ontzettend omloopt of überhaupt ergens blijft steken. En dat is precies wat er gebeurde: 19 jaar lang bleef het volk in de Paran woestijn in Kadesh Barnea gelegerd, direct ten zuiden van Israel.

Daarna hebben zij 19 jaar lang een cirkel gemaakt om weer in Kadesh Barnea terecht te komen. Van daaruit zijn ze via het oosten Israel binnengetrokken. Maar we lopen op de feiten vooruit. Het is duidelijk: de intocht in Israel die in 2449 plaats had kunnen vinden, één jaar na de uittocht uit Egypte en de ontvangst van de Torah, werd 39 jaar lang, tot het jaar 2488 uitgesteld.

Deze jammerlijke geschiedenis heeft nog een staartje.

Één groep, de Maapiliem, kreeg spijt van het klagen. Ondanks het decreet om in de woestijn te blijven, besloten ze om toch direct naar Israel te gaan (Bamidbar 14, 40-44). “Nee,” zei Moshe, “daar is het nu te laat voor. Eerder had het wel gekund, maar nu niet meer. Als G-d dit niet wenst, is jullie reis gedoemd om te falen.” Maar de Maapiliem gingen toch, maar Moshe ging niet mee. De ark met de stenen tafelen, die bij oorlogen altijd meeging, bleef in het kamp. Deze fanatiekelingen vertrokken richting Israel. Het was tegen G-ds wil in én ook nog zonder de stenen tafelen!

Helaas werden zij allemaal door de Amalekieten en Kanaänieten vermoord. De verhuizing naar Israel zonder de ark waar de Torah in lag en buiten G-ds wil om, bleek fataal. Een fout met levensgevaarlijke consequenties.

Zionistische droom

De geschiedenis heeft zich nog geen eeuw geleden met het Zionisme herhaald. Zo’n 120 jaar geleden beweerde men dat antisemitisme veroorzaakt werd door het ‘gebrek aan een eigen land’. Elk volk heeft een eigen terrein nodig. Een land waar het samen in alle rust kan leven en men zich tegen zijn vijanden kan verdedigen. De Zionisten besloten in 1897 dat vanaf het moment dat zij hun eigen land zouden hebben, zij een normaal leven zouden gaan leiden. De Jodenvervolging zou dan ophouden.

Vandaag is Israel een realiteit. Het is het mooiste land op aarde met een sterk leger. Een tehuis voor miljoenen Joden waar zij naar toe kunnen vluchten, waar zij kunnen wonen en zich ontplooien. Daar hebben zij zich weten te ontwikkelen tot één van de meest geavanceerde landen ter wereld. We steunen het land met hart en ziel en zijn zo trots op al zijn prestaties en successen. Als het daar even misgaat luisteren we dag en nacht naar het nieuws, zo betrokken zijn wij. Bij elke raket die neervalt stopt ons hart even te kloppen.

Het feit dat het Joodse volk zich in zijn oorspronkelijke land opnieuw heeft weten te vestigen is een geweldig wonder. Dat het Joodse volk zich op eigen bodem kan verdedigen, zonder aan iemand verantwoording af te leggen, is een enorme prestatie!

Toch mogen we vaststellen dat de Zionistische droom maar gedeeltelijk realiteit is geworden. We zijn allesbehalve een normaal gemiddeld land geworden, waar niemand zich om bekommert. Israel is maar een piepklein plekje op de aardbol. Wij bemoeien ons met niets en met niemand. Toch krijgen wij wereldwijd ruimschoots aandacht.

Elk volk begint met een groep personen die samen op één plek – een land – woont en een eenheid vormt. Het Joodse volk is anders. Land is niet wat ons bindt. Noch is het een taal. Al 2000 jaar geleden zijn wij uit Israel verdreven, maar het Joodse volk is zijn identiteit en zijn eenheid nooit kwijtgeraakt.

Rav Saadya Gaon uit de tiende eeuw probeerde dit vreemde fenomeen te analyseren. Het is geen taal of haarkleur of stijl die ons bindt. Het is een ideologie, een mening, een manier om naar de wereld te kijken door een Torah-lens. Het is een code en het is een systeem van wat je als Jood wel en wat je niet doet dat de Jood uit Gibraltar verbindt met zijn broer uit Yemen of Taiwan.

Geen oplossing

De Zionisten dachten dat als Israel een eigen terrein zou hebben, alle volkeren ons eindelijk met rust zouden laten. Zo’n klein landje, zo ver weg in het oosten… en daarmee zou het antisemitisme tevens verdwijnen. De Jood zou dan geen religieus individu meer zijn, maar gewoon, net als ieder ander mens op deze aardbol, een bewoner van één van de vele landen ter wereld. In het Israelische volkslied werd G-ds naam vermeden. In de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 worden de Torah en haar regels en wetten verzwegen. Dit zou de veiligheid van Israel waarborgen. Geen Holocaust meer, geen aanvallen, geen antisemitisme.

Maar geen dag gaat voorbij of Israel wordt in de media besproken. Het antisemitisme zou stoppen, werd er in 1897 in Bazel, bij het eerste Zionistische congres, verklaard. Een eigen land was de oplossing.

Wat is er misgegaan met al deze prachtige intenties? Hoeveel oorlogen vanaf dag één heeft Israel moeten bevechten om zich te kunnen handhaven? Hoeveel miljoenen Israeliërs hebben zich sinds de oorlog in Koeweit in 1991 in schuilkelders moeten verstoppen, met of zonder gasmaskers? Een eigen seculier land zou ervoor moeten hebben gezorgd dat de Joden niet meer zoveel aandacht zouden krijgen. Niets is minder waar.

Integendeel, het bestaan van Israel wakkert dagelijks nog meer antisemitisme aan in Israel en in de hele wereld dan ooit tevoren. Elke keer dat er in ons land oorlog gevoerd wordt, stijgt het antisemitisme in de hele wereld! Wat hebben de Zionisten verkeerd begrepen? Terwijl onze soldaten dagelijks hun leven op het spel zetten om ons bestaansrecht te verdedigen mogen wij deze vraag niet negeren. Wat is het Joodse volk en wat is antisemitisme? 

Torah en Mitswot

Het bestaan van het Joodse volk is niet afhankelijk van een land of een politiek systeem. We zijn verspreid over de hele wereld, spreken tientallen talen en hebben talloze gewoontes. Wat is de rode draad die een Jood uit Australië verbindt met zijn geloofsgenoot uit Canada? Wat bindt hen samen?

Er is maar één antwoord mogelijk en dat is de Torah en de Mitswot. Elk volk op aarde is begonnen met een eigen terrein. De Joodse geschiedenis begint echter in een woestijn, in niemandsland. Ons land krijgt alleen maar betekenis binnen de context van de Torah. Het is de Torah die ons gebiedt om in Israel te wonen. Het is de Torah die ons gebiedt om daar, en uitsluitend daar, een tempel te bouwen. Nergens anders ter wereld mag men altaars bouwen en offers brengen.

Ons volk wordt verenigd door een ideologie, een wet en uniforme praktijken.

Onvoorwaardelijke verbinding

Ga aan tafel zitten met een Jood uit China of Mexico, nu of 200 jaar geleden toen er nog geen WhatsApp bestond en communicatie heel moeizaam ging, traag verliep of soms onmogelijk was. Misschien zul je zijn taal niet verstaan, maar hij zal wel zijn handen wassen voordat hij brood eet. Na de maaltijd zal hij dezelfde woorden uitspreken om G-d te bedanken, zoals er in de Torah staat: ”Je zult eten en je zult verzadigd zijn en je zult G-d erkennen als bron van alle zegeningen.

Mocht hij dat zelf niet meer doen, dan heeft zijn (groot)vader het wel gedaan. Zijn er heel veel generaties voorbijgegaan zonder Joodse praktijken, dan weten de nakomelingen vaak niet eens meer dat ze Joods zijn. Ze zijn dan hun verbindingsfactor kwijtgeraakt en tegelijkertijd hun Joods-zijn.

Kijk naar Moses Mendelssohn die in 1782 de integratie van het Joodse volk in het Duitse leven ging promoten. Hij was tegen het gebruik van de Jiddische taal. Hij meende dat als de Joden zouden assimileren, dan zouden de Duitsers hen niet meer discrimineren. Zijn ideeën hebben het niet lang overleefd. Vier van zijn zes kinderen hebben zich tot het Christendom bekeerd. Om maar niet te spreken over de ‘gelijke behandeling’ waar de nazi’s juist in dat land, 150 jaar later, zich schuldig aan hebben gemaakt.

De assimilatie die door de liberalen in gang was gezet heeft geen enkele Jood tegen de holocaust kunnen beschermen. Integendeel, het is juist deze trend die tot op de dag van vandaag de continuïteit van het Joodse volk in gevaar brengt. Het Joodse volk verliest meer mensen aan assimilatie en gemengde huwelijken, dan aan antisemitisme of oorlogen. De getallen liegen er niet om. In de 19de eeuw hebben 40% van de Joden uit Berlijn zich bekeerd tot het Christendom. En in de VS, tussen 1840 en 1930 zijn 1 miljoen Joden geassimileerd.

We kunnen in alle eerlijkheid stellen dat Rav Saadya Gaon gelijk had en nog steeds gelijk heeft. Iedere groepering die van de Torah is afgedwaald heeft geen stand kunnen houden. Waar zijn de aanbidders van De Baäl, een afgod in de tijd van Eliyahu de profeet? Waar wonen de Tsedoekim die alleen de schriftelijke leer in acht namen en de mondelinge leer verwierpen? Waar zijn de achterkleinkinderen van Moses Mendelssohn en de andere bedenkers van de Joodse Verlichting? Ze zijn of teruggekeerd naar het authentieke Jodendom of ze weten na enkele generaties niet meer dat ze Joods zijn.

Jodendom zonder Torah houdt geen eeuwen stand. Als je het overleven van het Joodse volk eerlijk zou analyseren kun je maar één conclusie trekken: Het is geen land, taal, cultuur of militaire macht die ons in al die duizenden jaren bij elkaar heeft gehouden. Het is onze onvoorwaardelijke verbinding met het eeuwige aspect van de Torah. Dat is de leidraad.

Verzamelen

De Zionisten hebben oprecht gedacht dat G-dsdienst alleen maar zijn nut had buiten Israel. Torah en Mitswot waren nodig om onze identiteit te waarborgen. Eenmaal in Israel zou Torah overbodig zijn. Jodendom zou zelfs in de weg staan om van Israel een gewoon democratisch, seculier land te maken waar de wereld geen aandacht meer aan zou schenken.

Hoeveel uren heeft het geduurd nadat de staat Israel uitgeroepen werd totdat het aangevallen werd? De feiten liegen er niet om.

Rav Saadya Gaon had gelijk en de Zionisten, hoe oprecht dan ook, hebben zich vergist. De parasha vertelt ons hoe Moshe een enthousiaste groep toespreekt die spijt had van al het klagen. “Nee”, zei Moshe tegen hen. “De Torah gaat deze keer niet met jullie mee. De ark blijft hier en daardoor zal jullie missie helaas in een grote catastrofe ontaarden. Want als je naar Israel gaat zonder de Torah mee te nemen, dan zul je geen succes boeken.”

Toen en nu ook. Zowel het volk als het land Israel zonder Torah zijn als een lichaam zonder ziel.
Wij vragen, hopen en wachten al eeuwen dat Mashiach alle Joden uit de hele wereld zal verzamelen en de Tempel op zijn plaats, in Israel, in Jeruzalem zal herbouwen, spoedig in onze dagen. Amen!

Bracha Heintz             
www.chabadutrecht.nl   

Geïnspireerd op o.a. een les van Rav YY Jacobson. Commentaar is welkom! 

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Behaälotecha | Wat zet je in, macht of invloed?

Behaälotecha | Wat zet je in, macht of invloed?

In plaats van macht uit te oefenen kun je er ook voor kiezen om een liefdevolle en respectvolle relatie op te bouwen met de mensen om je heen. In deze prettige sfeer kun je een ander beïnvloeden. Hij zal dan jouw advies en aanwijzingen met plezier aannemen omdat hij weet dat je van hem houdt en het beste met hem voor hebt. Hierdoor stel je jouw medemens in staat om zijn of haar eigen krachten te ontdekken en te ontplooien. Dit is ook de betekenis van het woord בהעלתך Behaälotecha ‘en je zult laten opstijgen’, de naam van onze Parasha.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Door de woestijn

Na de openbaring bij de berg Sinai bleef het Joodse volk nog bijna een jaar bij deze bijzondere berg gelegerd. Ze zouden pas weggaan wanneer de wolk, die boven de tabernakel zweefde, de voorloper van de GPS, zou opstijgen. Dat was G-ds signaal om te vertrekken. De wolk wees de weg en wanneer deze daalde wist men dat een nieuwe standplaats in de woestijn bereikt was. Soms verbleef het Joodse volk slechts enkele dagen op één plek, soms jaren.

Aangezien de wolk bijna een jaar lang bij de berg Sinai zweefde, bleef het Joodse volk daar legeren. Op 20 Ijar 2449 was het zo ver. De wolk steeg op en het Joodse volk ging op reis richting het beloofde land. Nog dezelfde dag arriveerden ze in de Paran-woestijn en daar begon het volk te klagen. Allereerst werd er gejammerd over vermoeidheid door de reis. Vervolgens werd er over het eten gemopperd: men was niet tevreden over het manna en verlangde naar vlees.

Dit werd de negende keer dat G-d door het Joodse volk op de proef werd gesteld. Kon Hij wel of kon Hij niet voor het Joodse volk in de woestijn zorgen?

Tien keer klagen

Het Joodse volk had in het eerste jaar na de uittocht uit Egypte tien keer geklaagd:

1) Toen het Joodse volk bij de rode zee aankwam en de Egyptenaren hen achterna zaten klaagde het (Shemot, 14-11):

וַיֹּאמְרוּ֮ אֶל־מֹּשֶה֒ הַַֽמִבְלִִ֤י אֵין־קְבָרִים֙ בְמִצְרַַ֔יִם לְקַחְתָָּ֖נו לָמ֣ות בַמִדְבָָּ֑ר מַה־זֹּאת֙ עָשִ֣יתָ לַָ֔נו לְהוֹצִיאָָּ֖נו מִמִצְרַָיִם׃

“En ze zeiden tegen Moshe, zijn er geen graven in Egypte dat je ons genomen hebt om in de woestijn te sterven? Wat heb je met ons gedaan dat je ons uit Egypte hebt gehaald?”

2) Na de tocht door de rode zee vermoedde het Joodse volk dat de Egyptenaren nog leefden totdat G-d hun lijken op de kust gooide.

3) Ze klaagden in Mara over het gebrek aan water. (Shemot 15-24)

4) In de Sien-woestijn werd er over honger geklaagd (Shemot, 16-3):

וַיֹּאמְר֨וּ אֲלֵהֶ֜ם בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֗ל מִֽי־יִתֵּ֨ן מוּתֵ֤נוּ בְיַד־ה’ בְּאֶ֣רֶץ מִצְרַ֔יִם בְּשִׁבְתֵּ֙נוּ֙ עַל־סִ֣יר הַבָּשָׂ֔ר בְּאָכְלֵ֥נוּ לֶ֖חֶם לָשֹׂ֑בַע כִּֽי־הוֹצֵאתֶ֤ם אֹתָ֙נוּ֙ אֶל־הַמִּדְבָּ֣ר הַזֶּ֔ה לְהָמִ֛ית אֶת־כָּל־הַקָּהָ֥ל הַזֶּ֖ה בָּרָעָֽב

“Waren wij maar door G-ds toedoen in Egypte overleden terwijl wij naast pannen vlees zaten en wij brood tot verzadiging aten, want Jij hebt ons uitgenomen naar deze woestijn om deze hele gemeenschap door honger te doen sterven.”

5) Ze hebben manna voor de volgende dag bewaard omdat zij er niet op vertrouwden dat het de volgende dag weer zou vallen.

6) Op Shabbatochtend gingen ze manna zoeken hoewel hen verteld was dat het op Shabbat niet zou vallen.

7) In Refidim werd er weer over gebrek aan water geklaagd. (Shemot, 17-3)

8) Het dienen van het gouden kalf, omdat ze niet vertrouwden dat Moshe van de berg Sinai terug zou komen.

9) In onze Parasha werd er geklaagd over het gebrek aan vlees, Behaalotecha 11, 4-6:ּ

וַיִּבְכּ֗וּ גַּ֚ם בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל וַיֹּ֣אמְר֔וּ מִ֥י יַאֲכִלֵ֖נוּ בָּשָֽׂר׃

זָכַ֙רְנוּ֙ אֶת־הַדָּגָ֔ה אֲשֶׁר־נֹאכַ֥ל בְּמִצְרַ֖יִם חִנָּ֑ם אֵ֣ת הַקִּשֻּׁאִ֗ים וְאֵת֙ הָֽאֲבַטִּחִ֔ים וְאֶת־הֶחָצִ֥יר וְאֶת־הַבְּצָלִ֖ים וְאֶת־הַשּׁוּמִֽים׃

וְעַתָּ֛ה נַפְשֵׁ֥נוּ יְבֵשָׁ֖ה אֵ֣ין כֹּ֑ל בִּלְתִּ֖י אֶל־הַמָּ֥ן עינינוּ׃

“En ook het Joodse volk huilde en het zei: wie zal ons vlees te eten geven? We herinnerden ons de vis die wij gratis in Egypte aten, de komkommers en de watermeloenen en de prei en de uien en de knoflook. En nu is onze ziel uitgedroogd, we kunnen het manna niet meer aanzien.”

10) De verspieders, die niet vertrouwden dat G-d in staat was om het Land Israël aan hen te schenken.

Wel of geen concurrentie

De negende klacht vindt in onze parasha plaats en het is Moshe te veel. Hij kan het niet meer aan en G-d heeft een voorstel. Van nu af aan staat Moshe er niet meer alleen voor. Hij zal worden geholpen door 70 oudere en wijze heren.

Rijst de vraag, hoe kiest Moshe op een eerlijke manier 70 mensen uit? Als hij van elke stam 6 personen kiest dan heeft hij er 6 x 12= 72. Twee te veel dus. Moshe is van plan om twee personen uit te laten loten, maar het blijkt niet nodig te zijn. Eldad en Medad stellen zich bescheiden op. Zij bieden zelf aan om zich terug te trekken. Het probleem is opgelost!

De overige 70 assistenten ontvangen in de nabijheid van de tabernakel, een uitstraling van Moshes spiritualiteit. Zij zijn nu, net als Moshe, profeten geworden. Is Moshe daardoor een deel van zijn profetie kwijt? Nee, vertelt de Midrash ons. Als het gaat om wijsheid en profetie kun je het vergelijken met het aansteken van een licht met een ander licht.

Is de eerste kaars, nadat hij zijn vlam aan de tweede kaars heeft geschonken, zijn eigen licht kwijt? Nee, integendeel, nu is er meer licht voor beide kaarsen. Al zou je duizenden kaarsen ermee aansteken, dan nog zou de eerste kaars zijn eigen licht niet verliezen.

Eldad en Medad bevinden zich niet in de buurt van de tabernakel. Ze horen er immers niet bij. Hun bescheidenheid is echter niet ongemerkt aan G-d voorbijgegaan. Hij beloont ze en zij zijn daardoor in staat om zelfs in het midden van het kamp, ver weg van de tabernakel, te profeteren. Hun voorspelling gaat over de dood van Moshe vele jaren later en zijn opvolging door zijn trouwe leerling Yehoshua. Yehoshua hoort hun profetie en is totaal verbijsterd. Hij rent naar zijn meester, Moshe, om hem te vertellen dat Eldad en Medad aan het profeteren zijn. Wat een brutaliteit! Hoe durven ze? Waar is de hiërarchie? Kan iedereen zomaar profetieën uitspreken? “Zet ze gevangen!” eist Yehoshua.

”Ben je jaloers voor mij?” vraagt Moshe die vervolgens verklaart: “Wat zou het fijn zijn als iedereen een profeet zou zijn!”
Wat nobel van Moshe. Zijn trouwe leerling Yehoshua verdedigt de eer van zijn meester, maar Moshe heeft het niet nodig. Immers weten wij dat hij de meest bescheiden man op aarde was. De concurrentie stoort hem niet, er is geen kruimeltje jaloezie te bespeuren. Integendeel, hij moedigt hun profeteren aan door de wens uit te spreken dat alle Joden profeten zouden kunnen zijn! Dit verhaal wordt in onze parasha, Behaalotecha, in hoofdstuk 11 van Bamidbar besproken.

Macht of invloed

In een andere parasha, die Korach heet (ook in het boek Bamidbar, hfd.16), komt een hele andere geschiedenis naar voren. Daar wordt de opstand van Korach beschreven. Korach is een onrustzaaier. Hij klaagt dat iedereen even heilig is en waarom hebben Moshe en Aharon zich boven de rest van het volk verheven? Wat is nu de reactie van Moshe? Hij is er niet blij mee! Hij vraagt (en dat is de enige keer in zijn leven dat hij dat doet) om een wonder om dit op te lossen; de aarde opent zich en slikt Korach en zijn 250 collaborateurs in.

Wat een enorm verschil! Bij Eldad en Medad is Moshe dolblij en wenst hij dat het hele volk uit profeten zou bestaan. Bij Korach verplettert Moshe onmiddellijk de oproer terwijl Korach zei: “Iedereen is heilig!” Precies wat Moshe tegen Yehoshua had gezegd: “Laat iedereen heilig zijn en profeten worden!”

Beide gevallen lijken identiek. In allebei de voorvallen komt de eer van Moshe in het gedrang. Maar waarom laat Moshe Eldad en Medad hun gang gaan, terwijl hij de opstand van Korach in de kiem smoort? Wat is het verschil? Kennelijk zijn hier twee verschillende zaken aan de hand die ervoor zorgen dat Moshe tegenovergestelde reacties laat zien. 

Het ene is invloed en het andere is macht.

Invloed vermenigvuldigt

Moshe had allebei.

Wat is het verschil tussen macht en invloed? Immers heeft iemand die macht heeft vaak ook invloed. Het omgekeerde kan ook gesteld worden. Iemand die invloed heeft, heeft ook macht. Toch is er een essentieel verschil. Beide eigenschappen staan zelfs lijnrecht tegenover elkaar.

De Midrash vergelijkt machtsoverdracht met het legen van één container in een tweede container. Na het schenken is container nummer één leeg. De conclusie is dat macht niet gedeeld kan worden. Of het nou gaat om een school, een bedrijf, de regie over een feest of een georganiseerde reis; iemand, één persoon heeft de leiding. Anders heerst er onrust en chaos.

Bij het verspreiden van invloed ligt het precies andersom. Het wordt vergeleken met het aansteken van één licht met een ander licht.

Macht kan niet gedeeld worden. Daarentegen, als het om invloed gaat dan spreken we over vermenigvuldigen. Heb je een briljant idee en lukt het je om anderen daar ook van te overtuigen, dan vermenigvuldigen de mogelijkheden zich. Hoe meer hoe beter, hoe meer kaarsen, hoe meer licht.

Daarentegen kan een koning zijn macht niet delen. Als hij het weggeeft dan heeft hij het zelf niet meer. Als de eigenaar van een bedrijf zijn aandelen verkoopt dan verliest hij de zeggenschap over zijn bedrijf.

Nog een wezenlijk verschil: Macht stopt in afwezigheid van de machthebber.

Stel, een leraar heeft ten aanzien van zijn leerlingen uitsluitend een machtspositie. Op het moment dat hij de klas verlaat verandert zijn lokaal in een treinstation midden in het spitsuur. Als een rector alleen maar in zijn school gezorgd heeft dat regels nagekomen werden en straffen uitgedeeld werden, dan zullen de leerlingen hem na het behalen van hun diploma’s snel vergeten. Als de machthebber verdwijnt of overlijdt, is zijn macht weg.

Daarentegen als het om invloed gaat, dan groeit het vaak, juist in afwezigheid van de persoon. Hoeveel geleerden en uitvinders zijn pas na hun sterven beroemd geworden? Kijk naar Moshe zelf, wat een invloed deze man tot op de dag van vandaag nog heeft. Wie heeft er nog nooit van Moses gehoord? Deze grote geleerde en leider is meer dan 3300 jaar geleden overleden. Toch is hij meer aanwezig dan ooit. In elk Joods boek, in elke synagoge, op elke Joodse school, in het hart en de ziel van miljoenen mensen op aarde!

Doorgeefluik

Vandaar dat Moshe niet van streek raakt wanneer Yehoshua hem over het profeteren van Eldad en Medad vertelt. Niet alleen is Moshe blij dat er nog meer profeten zijn, maar ook hun voorspellingen deren hem niet. Yehoshua is woedend omdat Eldad en Medad over de dood van Moshe spreken.“ Ook al ga ik dood” reageert Moshe, ”blijf ik leven”. Waar het mij in het leven om gaat is onsterfelijk. Alleen machthebbers kunnen sterven en dictators leven in angst en jaloezie.

Maar ik bezit niets, ik heb nergens de macht over en niemand kan iets van mij afpakken. www.hetjoodsevolk.com is niet mijn eigendom en www.torah.org is niet van mij en ook met www.woestijnreisbureau.il doe ik geen zaken.  Ik fungeer uitsluitend als doorgeefluik voor hemelse onderwerpen, voor het doel van de schepping, voor de grootsheid van de Torah.

שכינה מדברת מתוך גרונו של משה

“Als Moshe zijn mond opendeed, dan was het G-ds woord dat door zijn keel kwam.”

Maar Moshe was toch ook een leider. Hoe anders heeft hij drie miljoen mannen, vrouwen en kinderen van Egypte naar Israël gebracht?

Vanuit zijn machtspositie heeft hij het Joodse volk kunnen sturen. Wanneer ze moesten vertrekken en wanneer ze moesten stoppen. Wat ze wel moesten doen en wat niet. Als er problemen waren, heeft hij ze opgevangen. En wanneer Korach in opstand komt, weet hij onmiddellijk de muiterij neer te slaan. Zijn respons is heel anders dan bij Eldad en Medad omdat Korach aanspraak maakt op de machtspositie van Moshe. Daarmee overschrijdt hij een grens die Moshe, als leider, niet mag toelaten.

Drie broers tijdens WOII

Dit doet mij denken aan de Bielski-broers: Tuvia, Asael en Zoes Bielski, drie Joodse heren die ervoor gezorgd hebben dat ruim 1.200 Joodse mannen, vrouwen, bejaarden en kinderen de Tweede Wereldoorlog in de bossen van Wit-Rusland, nabij Novogrudnek, hebben overleefd. Nadat hun ouders en andere familieleden door de nazi’s weggevoerd waren, zijn de drie broers de bossen in gerend. Bossen die zij zo goed kenden.

Aanvankelijk bestond hun groep uitsluitend uit familieleden, maar al gauw werden het 100 mensen en meer en meer. Voedsel werd bij de boeren al dan niet onder dwang weggehaald. Sabotage en aanvallen op de nazi’s werden regelmatig uitgevoerd waarna de Duitse wapens in beslag genomen konden worden. De plaatselijke bevolking die met de Duitsers meewerkte, werd zonder pardon vermoord. Hun huizen werden in brand gestoken. 

Tegen de wil in van hun medebosbewoners haalde Tuvia steeds meer Joodse mensen erbij. Hij infiltreerde zelfs in de Joodse getto om de Joden daar te overtuigen om met hem mee het bos in te gaan, hetgeen ook gebeurde. Hij redde liever één oude Joodse vrouw dan dat hij 10 nazi’s vermoordde. Het vinden van voedsel voor hoe langer hoe meer mensen werd steeds lastiger en ingewikkelder. Om maar niet te spreken over het overwinteren in het ijskoude Russische bos. Gevaar lag constant op de loer. Meerdere malen moesten ze daarom wegtrekken en alle hutten en andere accommodaties die ze met minimale middelen opgebouwd hadden achterlaten.

Strijd

Maar ze waren niet de enige bewoners in het bos. Het Russische Rode Leger had zijn eigen communistische partizanen en de Polen hadden hun eigen anti-nazi en tevens antisemitische verzetsstrijders. De plaatselijke Wit-Russische bevoling was ook vreselijk antsemitisch.Verder viel het niet altijd mee om de vrede binnen de Joodse groep te bewaren. Ruzies, onenigheden, strijd en politiek waren, zoals in elke gemeenschap, ook in het bos aanwezig.

Tuvia Bielski, de oudste van de drie broers, die het gezag over de hele Joodse groep had wist zich in al deze gecompliceerde omstandigheden door zijn sterke karakter te handhaven. Op een gegeven moment was er binnen de Joodse groep een man die de autoriteit van Tuvia niet accepteerde. Hij volgde zijn aanwijzingen niet op en bemoedigde anderen om Tuvia niet meer als leider te aanvaarden. Tuvia nam zijn geweer en schoot deze Joodse man neer die door zich niet te onderwerpen aan Tuvia’s autoriteit de hele groep in gevaar had gebracht.

Een half jaar na de oorlog is Asael als soldaat van het Russische leger gesneuveld. Tuvia en Zoes emigreerden naar Israel en vervolgens naar de VS. Zij reden in een vrachtwagen in Brooklyn, New York, waar ze goederen transporteerden. Zo bescheiden waren zij dat hun verhaal pas werkelijk in de 21ste eeuw onder de aandacht van het publiek kwam (onderaan dit artikel vind je een link naar het boek en de film). Dezelfde bescheiden Tuvia die constant zijn leven riskeerde om zijn mede-Joden te redden, wist van aanpakken. Hij schroomde niet om in het bos een mede Jood te vermoorden die zijn autoriteit niet accepteerde en daarmee de hele groep in gevaar bracht. Op het moment dat zijn gezag in het gedrang kwam moest Tuvia keihard toeslaan.

Grenzen macht

Schepen hebben maar één kapitein. G-d heeft Moshe als gezagvoerder gekozen. Zijn mandaat is om drie miljoen mensen van A naar B te brengen. Als ze nog onderweg iets kunnen leren, is het meegenomen. Het is nu Moshes G-ddelijke taak om zijn eigen positie te beschermen en te behouden.

Macht is noodzakelijk maar het heeft ook zijn grenzen. Moshe was niet verblind door zijn gezag. Hij liet zich niet door zijn eigen macht bedwelmen. Als je je macht te veel gebruikt, dan verklein je je medemens. Daarentegen, als je een invloedrijke persoon bent, dan maak je een ander groter en krachtiger.

Moshe was een leider, hij had de macht, maar hij was in eerste instantie vooral een invloedrijke persoon. Een man die geliefd was, gerespecteerd werd en waar iedereen ontzag en bewondering voor had. Moshe had zo veel invloed dat hij van elke Jood een leider heeft weten te maken. Een leider hoort in eerste instantie leiderschap over zichzelf te hebben.

Wanneer jij je invloed gebruikt in plaats van je macht dan stel je je medemens in staat om zijn eigen krachten te ontdekken en die vervolgens te ontplooien. Dit is ook de betekenis van het woord בהעלתך ‘en je zult laten opstijgen’, de naam van onze Parasha.

Invloed

De Parasha deze week begint met het gebod aan Aharon, de Hogepriester, om de Menorah in de Tempel dagelijks aan te steken. In plaats van “Je zult aansteken” staat er “Je zult laten opstijgen”. Rashi, een Franse geleerde uit de elfde eeuw, vertelt ons dat Aharon de Menorah zo moest aansteken dat de vlam uit zichzelf kon opstijgen.

Zo doen we dat. We geven een ander licht en blijven erbij totdat hij in staat is om zijn eigen licht brandend en stijgend te houden. Misschien heb jij geen macht over een ander, maar invloed heb je zeker wel want dat heeft iedereen.

Leraren, bazen, ouders en directeuren opgelet! Wees voorzichtig bij het uitoefenen van je machtspositie. Wees slim en ontplooi een liefdevolle en invloedrijke relatie met de mensen om je heen. Maak ze groot, geef ze complimenten. Vertel hoe trots je op ze bent. Inspireer en motiveer ze, geef ze goede voorbeelden en ontwikkel in je medemens de wilskracht om op zijn of haar beurt een bron van inspiratie te zijn voor anderen. Zo steekt het ene lichtje het andere aan… 

Zo begint onze Parasha met het aansteken van de Menorah en ook onze Shabbat begint met het aansteken van kaarsen… één en al licht en inspiratie voor iedereen.

Shabbat Shalom!

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl
Commentaar is welkom!

Geïnspireerd op o.a. een les van Rav YY Jacobson.

Het boek over de broers Bielski is geschreven voor Peter Duffy en is in het Nederlands vertaald onder de titel Verborgen Stad. Dit boek is te vinden via Marktplaats of Boekwinkeltjes.nl. Het verhaal van de Bielski-broers is verfilmd en via YouTube te bekijken: https://youtu.be/lzfNacJlnpc Meer informatie over verschillende Joodse verzetsgroepen in heel Europa is te vinden op: www.jewishpartisans.org.


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Naso | Een G-ddelijke ziel in de woestijn

Naso | Een G-ddelijke ziel in de woestijn

Drie broers en drie taken. Reis met ons mee en ontdek oude verhuistechnieken en nieuwe inzichten in het transporteren van de meest heilige voorwerpen ter wereld inclusief je eigen Joodse ziel door een ware woestijn.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Welkom bij de familie Levi. Onze aartsvader Yakov had 12 zonen en de derde zoon was Levi.

Levi had zelf drie zonen GERSHON, KEHAT en MERARI en een dochter die Yocheved heette. Yocheved was een hele speciale vrouw, kijk maar naar haar drie kinderen: de oudste, Miriam, was een profetes. De tweede was Aharon die Hogepriester werd. Haar derde kind was Moshe, die hoogstpersoonlijk de Torah op de berg Sinaï in ontvangst nam.

Alle afstammelingen van Levi, van vader op zoon werden Levieten.  Alle nakomelingen van Aharon, de kleinzoon van Levi, werden Priesters. Zij voerden de dienst in de tempel uit en werden daarbij geholpen door de Levieten.

Drie zonen en oeroude transportmethodes

Het Joodse kamp werd 40 jaar lang in de woestijn beschermd door een wolk. Deze wolk fungeerde ook als GPS: zodra het Joodse volk moest vertrekken begon deze wolk op te stijgen en daar gingen ze, drie miljoen mensen!

De tabernakel, de voorloper van de Tempel ging ook mee. Alles moest ingepakt worden en dat was de taak van de stam Levi. Gelukkig was de tabernakel zo gemaakt dat hij te transporteren was. Wel was er een probleem en dat was dat uitsluitend de Priesters de meest heilige voorwerpen uit de Tempel mochten zien. De Levieten mochten dat niet. Daarom werden alle voorwerpen door de Priesters eerst dubbel bedekt alvorens de Levieten in actie mochten komen.

Aan het einde van de Parasha van vorige week wordt de familie KEHAT besproken die de middelste zoon van Levi was. De heren van de KEHAT-familie, die tussen de 30 en 60 jaar waren, werden geteld en kregen als taak om de meest heilige voorwerpen van de Tempel te verhuizen. 

Hoewel KEHAT de middelste zoon van Levi was, is hij toch als eerste aan de beurt. Eerst bedekten de Priesters de vijf meest heilige voorwerpen: de gouden ark waar de stenen tafelen in lagen, de gouden kandelaar, het gouden altaar, de gouden tafel en het koperen altaar. Vervolgens droeg de familie KEHAT deze voorwerpen weg.

Zo eindigt de Parasha van vorige week, Parashat Bamidbar, midden in een transportproject. De taak van de middelste zoon, KEHAT, wordt besproken en de Parasha eindigt abrupt, zonder dat de inpaktaken van de oudste en jongste zoon van Levi behandeld worden. Pas één Parasha later, deze week in Naso, komen de twee andere zonen aan de beurt. Pas in Parashat Naso wordt het vervoeren van de andere voorwerpen van de tabernakel behandeld. Daartussenin wordt bijna altijd Shawoe’ot gevierd, het feest waarbij wij het ontvangen van de Torah op de berg Sinai vieren. (Heel zelden is het niet Bamidbar dat de Shabbat vóór Shawoe’ot gelezen wordt, maar Naso).

                De balken met zilveren fundering                            Bron: Melechet Hamishkan 1969

Deze week lezen en bestuderen wij Parashat Naso. Nu beginnen we met de familie Gershon, de oudste zoon van Levi. Ook zijn familie wordt geteld en mag meedoen met het Levi transportbedrijf, gespecialiseerd in heilige en kostbare goederen. De Gershon-familie nam de gigantische grote stoffen bekledingen mee die over het heiligdom hingen alsmede de lange gordijnen die tussen de verschillende delen van het tabernakel hingen.

Tenslotte wordt MERARI, de jongste zoon en zijn gezin, geteld. Het Merari-gezin was verantwoordelijk voor het transport van de pilaren, de balken en de zilveren funderingsstukken.

Technische details

Hoe heilig dit allemaal ook mag zijn, wat hebben wij in onze moderne tijd te maken met oeroude transportmethodes? Hoe relevant is het voor mij om te weten wie wat meenam en in welke volgorde? In de woestijn ben ik al lang niet meer. Ik heb noch tabernakel noch Tempel waar ik Priesters en Levieten mag aanschouwen. Toch wordt dit elk jaar weer gelezen en geleerd. Is dit een stukje nostalgie, een geschiedenis uit de oudheid of schuilt er meer achter?

Nog meer voor de hand liggende vragen:

-Waarom worden de drie broers niet allemaal in dezelfde Parasha behandeld?
-Waarom wordt de middelste zoon KEHAT eerder genoemd dan zijn oudere broer GERSHON?
-Waarom onderbreekt het Shawoe’ot-feest dit transportverhaal?

De heilige ark. Bron: Melechet Hamishkan 1969

Om hier antwoord op te geven verdiepen we ons eerst in enkele technische details: hoewel alles in de Tempel heilig was, was er toch een verschil in heiligheid tussen verschillende onderdelen. De meest heilige voorwerpen moesten namelijk tijdens de hele reis met de hand gedragen worden. De andere voorwerpen mochten op wagens vervoerd worden. Vandaar dat KEHAT, hoewel hij de middelste zoon was, voorrang kreeg boven zijn oudere broer. Hij was namelijk fysiek sterker. KEHAT nam de heilige ark mee waar de stenen tafelen in lagen. Zijn mannen waren gespierd en konden het zware werk verrichten. Zij waren sterk genoeg om alles met de hand, zonder wagens te transporteren.

Vandaar dat KEHAT als eerste genoemd wordt én in een aparte Parasha. Alhoewel hij de middelste broer is, krijgt hij toch voorrang omdat hij de heilige ark waar de stenen tafelen in lagen meenam en de Torah altijd prioriteit heeft.

Nu wordt het duidelijk waarom het ontvangen van de Torah, dat we met Shawoe’ot vieren, pas plaats kan vinden nadat we geleerd hebben hoe KEHAT de stenen tafelen verhuisde. 

Minder zwaar

En nu lezen we de volgende Parasha (Naso) met de oudste zoon GERSHON. Hij krijgt ook een eerste plaats die hem als eerstgeborene toekomt, omdat onze Parasha met hem begint. Zo krijgt hij ook prioriteit. Door het transportverhaal te splitsen in twee Parshiot geeft de Torah beide broers het respect dat hen toekomt: de middelste zoon wordt als eerste van de drie genoemd aan het einde van Parashat Bamidbar omdat hij de Torah verplaatst. De oudste zoon wordt ook als eerste genoemd aan het begin van Parashat Naso omdat hij de oudste is.

De doeken. Bron: Melechet Hamishkan 1969

GERSHON, de oudste zoon, heeft een minder zware taak. Hij hoeft de doeken en gordijnen onderweg niet te dragen. Daar zijn de wagens voor. Toch is enige spierkracht vereist. Hij moet over muren klimmen om de grote doeken te verwijderen. Behalve dat moest hij toch een heel stuk lopen met de zware stoffen alvorens hij bij de wagens kon komen. Hoe weten wij dat? Omdat de wagens vijf amot breed waren. De afstand tussen de pilaren van de tabernakel was minder dan 5 amot waardoor de wagens niet naar binnen konden rijden. De familie Gershon moest daarom de voorwerpen die zij transporteerde naar buiten dragen totdat zij bij de wagens kon komen.

Natuurlijk werden de pilaren op een gegeven moment ook weggehaald, maar dat was de taak van MERARI, de jongste van de drie. Hij ging pas als laatste te werk nadat Gershon de tapijten al had verwijderd.

De familie GERSHON was niet de meest gespierde, maar ook niet de zwakste. Deze familie had nog wel de nodige kracht voor middelzware taken. Zij moest wel zelf dragen, echter alleen maar totdat ze de wagens had bereikt.

Zo kwam elke zoon samen met zijn gezin aan zijn trekken. De middelste zoon met de zwaarste taak wordt als eerste genoemd omdat hij de Torah constant met zich meedraagt (geen wagens). De oudste zoon wordt daarna genoemd maar staat toch aan het begin van onze Parasha. Hij moest gedeeltelijk zijn spierkracht gebruiken om de voorwerpen van de tabernakel naar buiten toe te dragen om ze op de wagens te zetten.De jongste en tevens de zwakste was MERARI. Hij kon de pilaren en zilveren funderingselementen direct op de wagens zetten.

Model

וְעָשׂוּ לִי מִקְדָּשׁ וְשָׁכַנְתִּי בְּתוֹכָם׃

“U zult voor mij een heiligdom bouwen en Ik zal in hun midden verblijven.”
(Shemot 25-8)

G-d gebiedt ons om hem te dienen en Hij belooft in ons midden te verblijven. G-d zegt ons toe om niet alleen aanwezig te zijn in de Tempel, in een gebouw, maar in hun midden: in het hart en ziel van elke Jood. Daar vind je een stukje G-ddelijkheid, een stukje Tempel. Alles wat er in de Tempel gebeurde is een model voor ons hoe wij in het leven kunnen staan. Onze ziel is het meest kostbare dat wij bezitten en wordt vergeleken met de Torah in de ark, die het meest heilige voorwerp in de Tempel was. Onze ziel is een stukje G-d dat wij met ons meedragen en is van het mooiste materiaal gemaakt. Zij glimt als goud. Verder wordt ze beschermd en bedekt door dubbele lagen doeken.

Net zoals de tabernakel door de woestijn getransporteerd moest worden, zo ook reist de Joodse ziel al duizenden jaren door een spirituele woestenij. De manier waarop de heilige voorwerpen vervoerd werden leert ons hoe wij met onze Joodse ziel kunnen omgaan zodat wij ons door millennia heen kunnen handhaven. We leven in een woestijn: een plek waar onze benodigdheden afwezig zijn. De supermarkt bij mij om de hoek verkoopt maar een beperkt aantal koshere producten. De mensen bij mij op straat vieren geen Shabbat en morele waarden zijn in mijn land vaak ver te zoeken. Een ware woestijn. Hoe houden wij dit al duizenden jaren vol? Hoe zorg ik dat ik mijn Joodse ziel blijf voelen en hoe betrek ik de volgende generatie erbij?  Door het bestuderen van de taken van de stam Levi zullen we het geheim van onze overleving ontdekken.

Er zijn drie niveaus waarop onze ziel zich kan bevinden:

  1. het KEHAT-niveau
  2. het GERSHON-niveau
  3. het MERARI-niveau

Kehat-niveau | Harmonie

De naam KEHAT betekent verzamelen (Bereeshiet 49-10). Alles bij deze persoon is bij elkaar, verzameld en in harmonie. Hij weet alle aspecten van zijn leven, materieel en spiritueel, te synchroniseren. Bij hem heerst er geen tegenstrijdigheid tussen zijn lichamelijke behoeftes en zijn spirituele realiteit. Het ene loopt harmonieus over in het andere. Zijn lichaam gebruikt hij om zijn hemelse doelen te bereiken.

Hij gebruikt deze wereld, maar misbruikt het niet. Hij leeft in evenwicht. Zijn ziel, hart en lichaam vloeien naadloos in elkaar over. Het lichaam voert uit wat de ziel nodig heeft en daardoor verheft de ziel het lichaam. Hij draagt de Torah met zich mee. De Torah is dicht bij hem en niet ‘ver weg op een wagen’.

De KEHAT-familie maakte geen gebruik van wagens. De heilige objecten droegen ze zelf. Er was geen scheiding tussen de Torah en hun lichaam. Zij gebruikten hun lichaam en geest in harmonie en wisten dat allemaal te integreren. KEHAT verzamelt alles en maakt er een coherent pakket van. In zijn leven voelt hij geen frictie tussen tegenstrijdige verlangens. Hierdoor ervaart hij rust en is hij tevreden. Alle verschillende elementen in zijn leven kloppen met elkaar.

Gershon-niveau | Wegsturen

GERSHON betekent wegsturen. Dit vertegenwoordigt de persoon die nog geen harmonie in zijn leven heeft kunnen bereiken. Het lukt hem nog niet zo goed om ervoor te zorgen dat zijn lichaam uitsluitend uitdrukking geeft aan zijn ziel. Om zijn ziel te beschermen en te koesteren is het voor hem nodig om het fysieke weg te sturen. Dan pas kan hij zijn ziel voelen. Doet hij dat niet dan zal zijn ziel verdrinken in de materiële verlangens omdat hij nog niet op het niveau is om al het fysieke uitsluitend te gebruiken om G-d te dienen.

Hij vecht tegen het materiële omdat hij het nog niet heeft weten vorm te geven binnen het kader van de Torah. Het is niet ideaal, maar zeker verdienstelijk en lovenswaardig omdat hij wegstuurt wat ongewenst is. Hij moet zich met allerlei doeken en gordijnen beschermen tegen ongewilde infiltraties. Dit zijn de grenzen die hij zichzelf oplegt. Het is een voorrecht om het slechte te kunnen herkennen en weg te jagen. Het wegsturen en zichzelf beschermen is een heilige taak in de Tempel.

Merari-niveau | Bitter

Als laatste is de jongste zoon aan de beurt, MERARI. Deze naam betekent bitter. Denk aan maror, het bittere kruid. Deze man of vrouw heeft best wel moeite om zich staande te houden. Hij is bitter omdat het hem niet lukt om zijn geest in harmonie met zijn lichaam te doen functioneren, zoals KEHAT. Het lukt hem zelfs niet om zich af te schermen tegen ongewilde elementen en ze weg te sturen, net als GERSHON.

Hij wordt als laatste genoemd, niet alleen omdat hij de jongste van de drie is, maar ook omdat hij bescheiden en gefrustreerd is. Hij is de zwakste in spierkracht maar ook in geestelijk opzicht. Hij zit er maar mooi mee. Hij denkt dat hij niets waard is en dat hij niet mee mag doen. En dit is zijn bitterheid. Niets is minder waar. G-d heeft ook voor hem een boodschap en een taak weggelegd. Hij krijgt zelfs een fundamentele functie! MERARI mag de pilaren en de fundering transporteren.

Het feit dat hij onvrede over zijn spirituele toestand heeft is op zich al een heel mooi niveau. Hij doet mee met de Tempeltaken, want iedereen hoort er bij. Of je nu perfect bent en deze wereld uitsluitend voor het goede weet te gebruiken of niet. Zijn onvrede over zijn spirituele toestand, zijn bitterheid en bescheidenheid zijn in zijn voordeel. Merari vertegenwoordigt de persoon die zich zorgen maakt over zijn lage niveau. Alleen al het feit dat hij bezorgd is laat zien hoe betrokken hij is. Het lukt hem niet om een hoger niveau te bereiken, maar hij verlangt er wel naar en is verbitterd dat het hem nog niet gelukt is. Deze houding zorgt ervoor dat hij een heilige taak heeft in de allerheiligste plek op aarde, in de Tempel!

Veerplank om verder te komen

Hij kan zijn bittere gevoelens gebruiken als veerplank, als basis en fundering om zichzelf verder voort te bewegen. Deze gevoelens van bescheidenheid vormen het begin van elke goede relatie. Het is de fundering waar de rest op gebouwd is.

Ben je gefrustreerd over je spirituele toestand? Je bent dan beter af dan je denkt. Wil je springen, dan zul je eerst door je knieën moeten gaan om hogerop te komen. Dit is de neerwaartse beweging, het bittere gevoel dat een sprong naar het positieve mogelijk maakt. 

Wil je met pijl en boog schieten, richt de achterkant van de pijl dan eerst naar je hart toe. Hoe meer je de pijl naar achteren spant, hoe verder je pijl komt.

Een stukje bescheidenheid en frustratie is soms op zijn plaats, mits het ten eerste weinig is, anders zou het tot depressie kunnen leiden en dat is natuurlijk uit den boze! De tweede voorwaarde is dat je dat gevoel vervolgens weet om te buigen om je verder vrolijk voort te bewegen op je reis door het leven.

Blijf daarom waakzaam: welk soort bitterheid ervaar je? Zijn het schuldgevoelens die ervoor zorgen dat je blokkeert? Dan ben je zeker niet goed bezig. Als je tegen je slechte neigingen wilt vechten, dan zul je daar heel veel energie in moeten stoppen. Vergelijk het met twee mensen die met elkaar vechten. Als er eentje lui is of zelfs niet enthousiast genoeg is om te willen winnen, dan zal hij de strijd verliezen, ook al zou hij in spierkracht sterker dan zijn tegenstander zijn. Zo ook in spirituele zin; wil je de strijd tegen alles wat verkeerd in je leven is winnen, dan is het niet handig om op dat moment je droevig, bitter en zwaar te voelen. Met deze emoties zul je nergens zin in hebben, totaal blokkeren en zeker geen moeilijke strijd aan kunnen. Daar is juist enthousiasme en vreugde voor nodig. Vandaar dat vrolijkheid, zang en dans een centrale rol spelen in het Jodendom. Het is dé manier om vol energie te vechten tegen alles wat ons neerwaarts probeert te sleuren.

Bitterheid: hoeveel en wanneer

Mocht je schuldgevoelens en bitterheid ervaren wanneer je met allerlei zaken bezig bent zoals, werk, school, gebed, Torah leren of mitswot doen, dan weet je zeker dat deze emoties op dat moment negatief zijn. Ze zijn alleen maar op komen dagen om je te weerhouden van het uitvoeren van de positieve zaken waar je mee bezig bent. Stuur deze bittere gevoelens op dat soort momenten onmiddellijk weg. Ga niet in discussie met een stemmetje in jezelf dat vol met schuldgevoelens zit en jou ervan probeert te weerhouden om verder te gaan met waar je mee bezig was. Zoals de wijze Koning Salomon zegt in Spreuken 26-4:

אַל־תַּ֣עַן כְּ֭סִיל כְּאִוַּלְתּ֑וֹ פֶּֽן־תִּשְׁוֶה־לּ֥וֹ גַם־אָֽתָּה׃

‘Beantwoord niet een gek, opdat jij niet met hem vergeleken zult worden.’

De gek in dit geval is het stemmetje dat jou schuldgevoelens aanpraat op een ongeschikt moment. Negeer het en ga vooral verder met waar je mee bezig was.

Daarentegen is het goed om af en toe, op gezette tijden, die wij van tevoren bepaald hebben, na te denken over ons niveau en hoe ver we eigenlijk verwijderd zijn van waar we zouden kunnen zijn. Dit is gepaste en beperkte bitterheid.

Tegelijkertijd is het wijs om te beseffen dat elk mens eigenlijk twee zielen heeft die G-d allebei in ons geplaatst heeft. Enerzijds de G-ddelijke ziel die uitsluitend de Torah wil leren en alles wat erin staat wil uitvoeren. Anderzijds de Yetser Hara, de ‘slechte wil’ die G-d in ons gezet heeft om ons te verleiden en te overtuigen om de Torah niet te volgen, om egoïstisch te zijn en in onze eigen verlangens op te gaan. Het is G-d Zelf die ons dagelijks uitdaagt. De reden daartoe is opdat wij diepere krachten uit onszelf zullen putten om deze slechte wil in ons te negeren en weg te jagen. Daarbij laten wij zien hoe zeer wij het waarderen dat G-d ons de gelegenheid geeft om dichtbij Hem en alles wat Hij vertegenwoordigt, te komen.

Enerzijds zijn wij best bitter en droevig over onze ‘verkeerde’ acties. Anderzijds laten wij deze gevoelens alleen op gepaste tijden toe en zorgen wij ervoor dat wij daarna weer vrolijk zijn omdat wij weten dat de slechte wil alleen in ons is geplaatst om ons uit te dagen. Die vrolijkheid is noodzakelijk om vol met energie tegen onze ‘verkeerde’ verlangens in te gaan.

Verder kunnen we alleen maar concluderen wat voor een hoge dunk G-d van ons heeft als Hij ons steeds zo sterk verleidt en van ons verwacht dat wij de verleidingen kunnen weerstaan. Van onze kant zijn wij al lang blij als het ons af en toe lukt om een goede daad te verrichten.

Merari betekent bitterheid. Het is het gevoel dat wij nog maar op een bescheiden niveau zijn. De taak van Merari was om de zilveren fundering te transporteren omdat beperkte bitterheid de zilveren fundering is van ons leven. Gepaste en begrensde bitterheid vormt de basis om op een vrolijke manier verder op reis te gaan in het leven. Zoals de Levieten de voorwerpen van de tempel mee op reis namen, zo ook transporteren wij in ons leven allerlei gevoelens die wij met behulp van de lessen uit de Torah weten te sturen en te kanaliseren. Of je nu op het Kehat niveau bent (waarbij je lichaam en ziel naadloos in elkaar overlopen) of je bent op het Gershon niveau (waarbij je je begeertes weg kan jagen) of op het Merari niveau (waarbij je bitter bent over je spiritueel niveau) wees ervan verzekerd dat alle drie niveaus een belangrijke plaats innemen in het dienen van G-d, zowel 3334  jaar geleden in de Tempel als in de 21ste eeuw overal ter wereld!

Goede reis!

Bracha Heintz 
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op de lessen van de eerste en zevende Lubavitcher Rebbe.
Opgedragen aan  de ziel van Marks ben Shmuel en Roza (vader van mijn schoonzoon), overleden op de eerste dag Shawoe’ot 2020, 6 Siewan 5780.
Opmaak Rianne Meijer & Sonja Tamam & Devorah van der Heiden.

Tip! Print dit artikel nog voor de aanvang van Shabbat, zodat je het rustig tijdens Shabbat kunt (na)lezen


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

Chanoeka 2020 terugkijken

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.