Tag: Parasha

Acharé Mot | Hoe je die vonk in het dagelijkse vasthoudt

Acharé Mot | Hoe je die vonk in het dagelijkse vasthoudt

Het leven is één en al contrast. De ene dag voelen we ons geïnspireerd en high en de volgende dag vragen wij ons af waar al onze begeertes vandaan komen. Weet dat het leven er ná je meest sublieme momenten er soms heel anders uit kan zien en hoe gebruik je de eerder opgedane inspiratie om valkuilen te omzeilen?

Download hier een printversie van dit artikel

Parashat Acharee Mot (na de dood) is onderverdeeld in drie hoofdstukken waarin tegenstrijdige onderwerpen aan bod komen. De opbouw is als volgt:

Het eerste deel van de Parasha staat in hoofdstuk 16 van Wajiekra. Daar gaat het over de dienst van de Kohen Gadol (de Hogepriester) in de Tempel op de heiligste dag van het jaar, namelijk Yom Kipoer. Hier staat beschreven welke offers hij moest brengen, welke kleding hij op welk moment aandeed, hoe en voor wie hij verzoening verkreeg en welke handelingen hij in het allerheiligste moest verrichten. 

Het tweede deel, hoofdstuk 17, waarin het verbod om offers buiten de Tempel te brengen en om bloed te consumeren beschreven wordt. Vervolgens komt de onreinheid aan bod van een vogel die zijn dood vond zonder geslacht te zijn geweest.

Ten slotte het derde deel, hoofdstuk 18, dat verboden relaties behandelt.  Het Joodse volk mocht zich niet gedragen zoals de immorele Egyptenaren, wier land zij zojuist hadden verlaten. Evenmin mochten zij de Kanaänieten, die in Israel woonden nadoen. Daarom is het verboden om een relatie te hebben met je vader, je moeder, je zuster of broer, je oom of je tante. Ook zijn buitenechtelijke relaties verboden, evenals homoseksualiteit en bestialiteit.

‘Wie denkt er nu aan zoiets’

Tweemaal wordt tijdens de dienst van Jom Kipoer, (Grote Verzoendag), uit de Torah gelezen. De eerste keer gebeurt dit tijdens het ochtendgebed. Dan wordt hoofdstuk zestien van onze Parasha gelezen, waarin het hoe en wat van Jom Kipoer wordt uiteengezet. De tweede keer vindt de Toralezing plaats tijdens het middaggebed. Ook dan komt onze Parasha aan bod, maar nu met hoofdstuk achttien, waarin de verboden relaties worden behandeld.

Het contrast kan niet worden genegeerd. De eerste vraag is hoe twee zulke tegenstrijdige gedeelten in één parasja voorkomen. Enerzijds wordt de heiligste dag van het jaar beschreven, anderzijds worden wij gewaarschuwd tegen de meest immorele zaken.

Een tweede vraag doet zich voor: waarom zouden wij op de heiligste dag van het jaar juist attent gemaakt worden op verboden relaties? Wie denkt er op zo’n bijzondere dag aan zulke zaken? Op een dag waarop wij witte kleren dragen en op engelen lijken, lijkt dit bijna vreemd. Tegen de tijd dat het middaggebed wordt gezegd, is het grootste gedeelte van Jom Kipoer reeds voorbij. Men heeft dan bijna een volledig etmaal gevast en gebeden. Onze gedachten richten zich op dat moment op het hoogtepunt van Jom Kipoer, dat onmiddellijk daarna volgt: het slotgebed, Neíla genaamd, wanneer G‑d de hemelse deuren sluit nadat Hij ons naar binnen heeft genomen.

Vlak voor dit bijzondere moment moeten we luisteren naar het verbod om geen intieme omgang te hebben met een dier? We hebben dan al bijna 24 uur gevast. Wij hebben om vergiffenis gevraagd. We voelen ons schoon en rein. Zelfs de Jood die het jaar door niet zo vaak op komt dagen is aanwezig en voelt zich hemels en één met G-d. En dan dit? Je mag de naaktheid van je moeder of vader niet blootstellen! Je mag niet met een dier naar bed! Je mag niet met een koe trouwen! Wie denkt er nu aan zoiets, op dat moment?!?

Wetten en regels

Wanneer Maimonides de regels van Yom Kipoer in zijn wetboek omschrijft, eindigt hij met de volgende handelingen van de Hoge Priester:

רמב”ם: הלכות עבודת יוהכ”פ ד, ב

ואחר כך מקדש ידיו ורגליו ופושט בגדי זהב ולובש בגדי עצמו ויוצא לביתו וכל העם מלוין אותו עד ביתו  ויום טוב היה עושה על שיצא בשלום מן הקדש

En daarna waste hij (de Hoge Priester) zijn handen en voeten en trok hij zijn gouden kleren uit en deed hij zijn eigen kleren aan. En hij ging naar huis en het hele volk vergezelde hem tot zijn huis en hij maakte een feestdag omdat hij in vrede uit het heiligdom was gekomen.

Alles in de Torah, inclusief de mondelinge leer, is nauwkeurig. Dit leidt ons tot de derde vraag: welk belang hebben wij bij het weten waar de Hogepriester na afloop van de dienst naartoe ging? Wat is de toegevoegde waarde hiervan? Waar anders had hij naartoe moeten gaan?

Daarnaast rijst de vierde vraag: in hoeverre is het naar huis gaan onderdeel van een wet? Aangezien de Rambam, Maimonides, het naar huis gaan in zijn wetboek behandelt, kunnen wij niet anders concluderen dan dat dit één van de vele regels is die de Hogepriester moest uitvoeren. Het is dus niet zo dat Maimonides dit als extra, interessante informatie vermeldt. Nee, Maimonides schrijft een boek over wetten, en alles wat daarin staat is een wet. Het naar huis gaan is dus een wet zoals elke andere. Niet alleen hoort deze regel erbij, het is bovendien het laatste voorschrift en vormt daardoor het hoogtepunt van de Yom Kipoer-dienst.

Niet toevallig

Verder weten wij dat in het Jodendom de naam van een persoon of een voorwerp nooit toevallig is. Een naam weerspiegelt de essentie van het voorwerp, het dier of de persoon. Daarom moeten wij proberen te begrijpen waarom onze Parasha Acharee Mot – na de dood – heet. De dood van wie? Wat? Waarom?

Het ging om Nadaw en Awiehoe, de twee zonen van Aharon, de eerste Cohen Gadol (Hogepriester).  Deze twee jongens waren op een unieke manier gestorven. Ze hadden zich namelijk in de allerheiligste plek van de tempel begeven terwijl het geen Yom Kipoer was. Onze Parasha begint met de waarschuwing aan Aharon om uitsluitend het allerheiligste te betreden op Yom Kipoer. Hij mag zich niet gedragen zoals zijn twee zonen die permanent dichtbij G-d wilden zijn. Het voelde voor hen zo spiritueel, zo warm en subliem, maar dit was niet de bedoeling. Op een gegeven moment waren hun zielen zo verheven geraakt dat ze door hun lichaam niet langer bevat konden, waardoor zij automatisch stierven.

Nu begrijpen wij waarom de Parasha begint met “na de dood”. Maar waarom heet de hele Parasha zo? Een titel hoort toch van toepassing te zijn op het geheel en niet alleen op het begin! Kennelijk heeft de titel “na de dood” toch betrekking op de hele Parasha, op hoofdstuk 16, 17 en 18 en op elk detail. Na de dood geeft kennelijk de essentie weer van ieder onderwerp en ieder vers en niet alleen van het begin en van één vers.

Daarmee komen we bij de vijfde vraag: wat is het verband tussen Na de dood, de titel van deze Parasha, en elk onderwerp dat daarin voorkomt? In hoeverre heeft de dienst op Yom Kipoer en verboden relaties betrekking op ‘na de dood’?

Vreemde manier van tellen

Resteert nog één vraag, de zesde voor wie de tel heeft bijgehouden. Wie ooit op Jom Kipoer een synagoge is binnengelopen, heeft wellicht het gebed gehoord waarin wordt beschreven hoe de Kohen Gadol op Jom Kipoer het bloed van de koe en de geit voor de ark en daarna tegen het gordijn sprenkelde. Eerst moest hij éénmaal naar boven sprenkelen en vervolgens zevenmaal naar beneden. De voorganger in de synagoge zingt dan op een prachtige melodie hoe de Hogepriester het sprenkelen telde.

Eén (naar boven)
Eén (naar boven) en één (naar beneden)
Eén (naar boven) en twee (naar beneden)
Eén (naar boven) en drie (naar beneden)
Eén (naar boven) en vier (naar beneden)
Eén (naar boven) en vijf (naar beneden)
Eén (naar boven) en zes (naar beneden)
Eén (naar boven) en zeven (naar beneden)

Wat een vreemde manier van tellen! Kon de priester niet gewoon ‘één’ zeggen en vervolgens van 1 tot 7 tellen? Waarom elke keer weer die ‘één’ toevoegen?

Aan de hand van alle vragen die er gesteld zijn en de antwoorden zullen wij de kerngedachte van Yom Kipoer kunnen doorzien, alsmede het verband tussen de naam van de Parasha, ‘Na de dood’ en de essentie van Yom Kipoer.

Zes vragen

1 Waarom worden er twee tegengestelde onderwerpen in één Parasha behandeld?

2 Waarom worden verboden relaties op Yom Kipoer voorgelezen?

3 Waarom moeten we weten waar de Cohen Gadol naar toe ging na afloop van Yom Kipoer?

4 Hoezo is het naar huis gaan van de Cohen Gadol een wet?

5 In hoeverre heeft de naam van de Parasha, Acharee Mot (na de dood) betrekking op alle onderwerpen die in de Parasha behandeld worden?

6 Waarom herhaalt de Cohen Gadol steeds het woord ‘één’ als hij het bloed sprenkelt?

Tijdens en daarna

Inderdaad het draait allemaal om ‘Na de dood’, de naam van de Parasha. Het gaat om daarna. Over tijdens hebben we geen vragen. Tijdens Yom Kipoer is iedereen heilig. Dat is de sfeer, dat zijn de omstandigheden, het gevoel, het vasten, het dragen van witte kleren en het samenzijn in sjoel. De vraag is meer over het daarna.

Natuurlijk is Yom Kipoer bijzonder. Je voelt je op zo’n dag verheven, spiritueel gedreven, geïnspireerd. Je hart stroomt waarschijnlijk over van liefde, plezier en saamhorigheid. Maar hoe is het daarna? Hoe sta je er een uur later voor? Of een dag later, een week, een jaar?

Eenmaal uit de Yom Kipoer-sfeer zullen je  gevoelens en je verlangens niet meer zo verheven zijn. Misschien ben je over een maand in een andere bui en ga je ineens over tot het verrichten van bepaalde daden die niet helemaal overeenkomen met het Yom Kipoer-gevoel en waar jij je misschien voor moet schamen?

Beide benen op de grond

Daarom lezen wij op Yom Kipoer, bij het middaggebed, vlak voor het hoogtepunt van deze meest heilige dag, over de meest gewone zaken waarin een mens in het dagelijkse leven kan struikelen. De ene persoon meer, de ander minder, maar iedereen moet op Yom Kipoer beseffen, op het moment dat hij zich zo verheven voelt, dat er ook een daarna is. Dat er vele valkuilen in het leven bestaan en dat mensen zich beestachtig kunnen gedragen. Wees je ervan bewust, vertelt de Torah ons, dat je moet opletten. Dat je niet dronken hoeft te zijn met je allerheiligste gevoel. Er is nog een ‘daarna’.

Zo was het niet met de twee broers Nadaw en Awiehoe. Die hadden geen daarna. Zíj bleven daarboven, vast in hun spirituele ervaring. Maar G-d wil dat wij terugkomen. Yom Kipoer is niet voor engelen. Eén dag per jaar worden we met engelen vergeleken, maar de rest van het jaar hoort het ‘daarna’ te zijn. Met beide benen terug op de grond. De ladder van Yakov raakte weliswaar de hemel, maar de onderkant stond op de grond. De bedoeling is dat wij de eenheid van G-d niet alleen daarboven ervaren, Eén (naar boven), maar die eenheid ook in de zeven dagen van de week weten te brengen.

Eén naar boven en één naar beneden, één naar boven en twee naar beneden, één naar boven en drie naar beneden… tot één naar boven en zeven naar beneden. Bij elke telling werd diegene die Eén is opnieuw genoemd, om te laten zien dat we de eenheid van G-d in de verscheidenheid (1-2-3-4-5-6-7) van de schepping weten te brengen, in de zeven dagen van de week, in de zeven kleuren van de regenboog of in de zeven noten in de muziek. Het doel van de schepping is om de eenheid van G-d in de aardse details van het leven te brengen.

Op zondag gebruik ik mijn tijd om vrijwilligerswerk te doen, Eén in één.
Op maandag ga ik Torah leren, Eén in twee.
Op dinsdag ga ik een extra goede daad doen voor mijn echtgenoot en mijn kinderen, Eén in drie.
Op woensdag ga ik boodschappen doen en zorg ik dat ik enkel koshere producten aanschaf, Eén in vier.
Op donderdag ga ik challa bakken, Eén in vijf.
Op vrijdag steek ik de Shabbat kaarsen aan en maak ik kidoesh, Eén in zes.
Op Zaterdag ga ik leren over de Parasha, Eén in zeven.

Dagelijks leven

Fantastisch dat je het zo fijn hebt gehad op Yom Kipoer, maar hoe was het toen je thuiskwam? Ben je überhaupt naar huis gegaan? Heb je wel een huis? Wat voor een zin heeft het om zo heilig te doen in sjoel als je daarna niet weet hoe je thuis moet komen! Het hoogtepunt van de Yom Kipoer-dienst van de Cohen Gadol was juist zijn thuiskomst: de aandacht en de sfeer waarmee hij zijn familie tegemoetkwam na afloop van de meest heilige dag van het jaar!

Bestaat G-d bij jou ook in het dagelijks leven en in de diversiteit van de schepping? Lukt het je om je ook in je dagelijkse beslommeringen als ambassadeur van G-d te gedragen of is Yom Kipoer en de eenheid van G-d alweer vervaagd of zelfs verdwenen?

Het feit dat zelfs verboden relaties op Yom Kipoer besproken worden leert ons dat we voorzichtig moeten zijn en ons moeten realiseren dat Yom Kipoer beleven geen garantie is voor het wegblijven van uitdagingen en valkuilen. Anderzijds is het benoemen van verboden relaties ook een boodschap dat het Jodendom, zelfs op Yom Kipoer en misschien juist op Yom Kipoer, zich niet alleen richt op de eliten onder ons, de mensen die nooit een zonde begaan, diegenen die zich nooit laten verleiden, maar de Torah is een bron van inspiratie voor iedereen, ook voor diegenen die zich moeilijk kunnen weerhouden van verboden relaties. Ook op de meest sublieme momenten, zoals Yom Kipoer, is iedereen welkom, ongeacht je niveau op de ladder en ook al heb je te maken gehad met ernstige overtredingen.

Vandaar dat de Torah juist bij het middaggebed ons laat horen over het meest lage gedrag, zoals bijvoorbeeld je vrouw voor een onbenullige affaire bedriegen. ‘Wees je ervan bewust’, vertelt de Torah, ‘dat niet alles constant heilig is, dat de gemiddelde mens er ook bij hoort ook al heeft hij nog zo veel overtredingen in z’n boekje staan. Hij hoort er ook bij. Wees gewaarschuwd tijdens je meest sublieme momenten en weet dat het leven er daarna soms heel anders uit kan zien’.

Moreel dilemma

Op Yom Kipoer worden wij opgeroepen om onze sublieme energie door te voeren naar onze dagelijkse activiteiten. Anderzijds, als we beproefd worden, kunnen we weten dat wij ooit in een Yom Kipoer-stemming waren en dat wij die speciale energie nu kunnen inzetten om ons hoofd boven water te houden, ook op moreel gebied. Wij laten ons niet meesleuren in allerlei misdrijven, tegenstrijdigheden en relaties die niet kloppen.

ּמִי־יַעֲלֶה בְהַר־ה’ וּמִי־יָקוּם בִּמְקוֹם קָדְשׁוֹ׃

Wie zal G-ds berg beklimmen en wie is in staat om zich op de heilige plek te handhaven?

In dit vers, Tehilim 24-3, vraagt David niet alleen wie de berg van spiritualiteit kan beklimmen, maar ook wie in staat is om daar te blijven.

Iedereen gaat op dieet, maar wie houdt het vol? 
Iedereen vindt Yom Kipoer fijn, maar wie kan het gevoel handhaven en meenemen naar de zeven dagen van de week, één en zeven?

Evenwicht handhaven 

Het leven is één en al contrast. De ene dag zijn we helemaal high en de volgende dag vragen wij ons af waar onze lusten en begeertes vandaan komen. Vandaar dat we juist op Yom Kipoer voor het meest lage en immorele gedrag gewaarschuwd worden. Denk niet, zegt de Torah tegen ons, dat het van nu af aan allemaal koek en ei gaat zijn. Bereid je voor. Neem dit heilige moment mee. Gebruik je inspiratie van nu om jezelf ook morgen te bewapenen tegen de valkuilen van het dagelijkse leven. 

Besprenkel je bloed, dat symbool staat voor je warmte, je energie en je enthousiasme, niet alleen naar boven. Eén naar boven, maar verspreid het ook op zondag, Eén en één naar beneden, op maandag, Eén en twee naar beneden, op dinsdag, Eén en drie naar beneden enzovoort.

Pak die eenheid, dat intieme gevoel dat je je één met G-d voelt en ga ermee naar huis, naar je dagelijkse, aardse bezigheden. Nadaw en Awiehoe zijn niet gestraft omdat ze gangsters waren. Hun overtreding was juist dat ze met hun sublieme gevoel in de hemel bleven. Ze hebben verzuimd om terug naar beneden te gaan, om de eenheid van G-d te openbaren in de diversiteit van het aardse bestaan.

Nu begrijpen wij waarom de Rambam het naar huis gaan van de Hogepriester aan het einde van Yom Kipoer als onderdeel opneemt in de dienst van de allerheiligste dag. Het is niet alleen een deel, het is het hoogtepunt van Yom Kipoer. Een huis kan vol met familieleden zijn die zich op allerlei manieren kunnen gedragen. Hoe reageer je daarop in de drukte van je dagelijkse leven? Behalve alle afspraken, verantwoordelijkheden, stress en tijdsdruk waaronder wij worden verwacht te opereren, zoeken wij juist thuis naar momenten van rust, eenheid en onderling respect. Het draait er allemaal om hoe je je daarna thuis gedraagt.

G-d nodigt ieder mens op aarde uit om Hem te dienen. Contrasten zijn er, humeurige buien bestaan, maar wij hebben de sleutel in onze handen om ons evenwicht te bewaren. Enerzijds voeren we dagelijks in ons leven Yom Kipoer-momenten in. Denk aan de tijden dat je dawent of een diep ontroerende melodie hoort. Anderzijds zorgen we dat we niet helemaal opgaan in onze spirituele ervaringen. We komen terug in het hier en nu. We zijn ons ervan bewust dat G-d ons hier op aarde neergezet heeft om juist in de wereldse zaken de eenheid van G-d te ontdekken. Als je 10 euro aan een arme man schenkt of aan een Joodse school geeft, dan heb je de eenheid van G-d geopenbaard in het aardse geld en in alles wat je gedaan hebt om dat geld te kunnen verdienen. We houden ons in evenwicht en weten ons te handhaven op Yom Kipoer en daarna

Shabbat shalom!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah Verwoerd
Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

beeld: chabad.org

Tazria | Hemelse energie in vrouwelijke handen

Tazria | Hemelse energie in vrouwelijke handen

Waarom zou een vrouw onrein zijn na de geboorte van een zoon en zelfs tweemaal zo lang na de geboorte van een dochter? Het mysterie dat hierachter schuilgaat bevat een belangrijke boodschap: hoe groter de levenskracht, des te groter de leegte die kan ontstaan.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Er zijn drie sleutels die uitsluitend in G-ds handen berusten, sleutels die nooit aan een tussenpersoon of engel worden toevertrouwd. Het zijn de sleutel van de regen, de sleutel van het baren en de sleutel van het herleven der doden. (Talmoed, Taanit 2a). In deze verhandeling richten wij onze aandacht op de tweede sleutel: de geboorte van een kind.

Discriminatie

Onze parasha opent met de wet dat een vrouw, nadat zij een kind had gebaard, twee offers naar de Tempel bracht. Na het baren van een jongen was zij zeven dagen onrein waarna zij zich in een mikwe, een ritueel bad, onderdompelde. Daarna telde ze er nog eens 33 dagen bij. Gedurende deze periode mocht zij noch van de offers eten noch de Tempel betreden. Wanneer zij een meisje had gebaard, dan was de onderdompeling in het ritueel bad pas 14 dagen na de geboorte i.p.v. zeven dagen. Vervolgens telde zij nog eens 66 dagen (i.p.v. 33) om de Tempel weer te mogen betreden. Voor een jongen telde ze dus 7 plus 33 dagen, een totaal van 40 dagen en voor een meisje 14 plus 66 dagen, een totaal van 80 dagen.

Aan het einde van deze onreine periode, op de 41ste dag na de geboorte van een jongen of op de 81ste dag na de geboorte van een meisje, bracht de moeder twee soorten offers naar de Tempel. Een schaap als עולה (Ola), een opgaand offer en een jonge duif of tortelduif als חטאת (Chatat), een zonde-offer.

 

Nu moeten we ons afvragen, waarom zij twee offers moest brengen. Wat is de betekenis hiervan? Het lijkt vooral vreemd dat ze een חטאת (Chatat), een zondeoffer moest brengen. Welke zonde had zij begaan? Ze had na pijnlijke weeën en met zweet en tranen een kind gebaard. Ze heeft het eerste gebod dat in de Torah staat vervuld: ‘Wees vruchtbaar en vermenigvuldigt uzelf!’ Bereeshiet 1- 28.

Zou het baren van een kind dan een overtreding zijn? Natuurlijk niet, integendeel! Waarom wordt zij dan door het baren onrein? En vooral, wat betekent het als iemand onrein is? Ook begrijpen we niet waarom zij tweemaal zo lang onrein is na de geboorte van een meisje. Is hier sprake van discriminatie? Waarom voor een jongetje 40 dagen en voor een meisje 80? Laten we niet zonder kennis van zaken aannemen dat de Joodse vrouw zomaar in een onrein hoekje geplaatst wordt. Niets is minder waar. Binnen het Jodendom wordt de vrouw juist geëerd en gerespecteerd. Wanneer de moeder Joods is, zijn haar kinderen dat automatisch ook. Is alleen de vader Joods, dan zijn de kinderen dat niet. Zij is diegene die bepaalt of haar kinderen het Jodendom erven of niet. Een Joodse man kan dat nooit. De Joodse vrouw staat in hoog aanzien en de vragen worden hierdoor alleen maar sterker: waarom wordt ze bij het baren überhaupt ‘onrein’ en waarom voor een meisje dubbel zo lang?

Mysterie

Alle wetten van reinheid en onreinheid behoren tot de categorie van חוקים (choekim), regels die wij niet begrijpen, net zoals kosher eten of het verbod om wol en linnen samen te dragen. 

De logica van deze regels kunnen wij niet vatten. Wel kunnen wij proberen, gebaseerd op de Kabbalah en de chassidische leer, om deze onverklaarbare wetten op een spirituele manier te bekijken. Het klinkt ingewikkeld maar al gauw zullen wij samen dit mysterie oplossen. Want wat is nu de definitie van טומאה (toema) onreinheid en טהרה (tahara) reinheid?

Heeft onreinheid te maken met viezigheid, stank of besmettelijkheid? Absoluut niet! Toema en tahara zijn geen lichamelijke gesteldheden, maar verwijzen naar spirituele hoedanigheden. 

Spirituele onreinheid is altijd gerelateerd aan de dood of met een afgeleide daarvan. Zo weten wij dat wanneer een priester een lijk aanraakt, of zich zelfs onder hetzelfde dak bevindt als een overledene, hij gedurende zeven dagen de Tempel niet mag betreden. Daarna moet hij nog een volledige reinigingsprocedure ondergaan.De hoogste vorm van onreinheid is die van een menselijk lichaam na het overlijden. Niet alleen een priester, maar ieder mens die een lijk aanraakt, wordt hierdoor onrein. Als onreinheid zo duidelijk samenhangt met de dood dan kunnen we daaruit afleiden dat reinheid gerelateerd is aan het leven.

Wat is leven? Natuurlijk weet iedereen wat leven betekent. Toch willen wij er ons iets meer in gaan verdiepen. We kunnen proberen te begrijpen dat leven op verschillende niveaus kan bestaan.

Een mens kan bestaan of hij kan werkelijk leven.

Hoe sterker een mens verbonden is met zijn levensbron hoe krachtiger hij leeft.  Als een mens zich bewust is van zijn ware essentie, van zijn kosmische levenskracht, en hij het doel waar hij voor geschapen is helder voor ogen houdt, dan is hij diep verbonden met zijn eigen levensenergie. Daarentegen veroorzaakt elke disconnectie van zijn levensbron een vermindering van zijn energie. Net zoals bij de tuinslang, wanneer je deze aansluit maar er een kink in de kabel zit, dan kun je de kraan nog zo wijd opendraaien, toch zal het water alleen druppelsgewijs naar buiten komen. Dit is de definitie van onreinheid: een buis die verstopt is. Je relatie met je levensbron is versperd. De dood is het ultieme gebrek aan levensenergie en tevens de meest intense vorm van onreinheid.

Vacuüm

Wanneer de verbinding tussen de mens en de kern van zijn vitaliteit verzwakt of zelfs  de synchronisatie niet optimaal is, dan spreken wij van een staat van onreinheid. Hij heeft zich dan losgekoppeld van zijn eigen essentie en realiteit, waardoor hij een leegte heeft doen ontstaan. Dit vacuüm is een ideale plek geworden om allerlei ongewilde krachten aan te trekken. En wanneer is deze leegte het grootst? Vlak na een intensief moment van reinheid en verbinding met de Allerhoogste.

Alles wat wij hier op aarde bewerkstelligen zijn slechts veranderingen en verbeteringen op al bestaande creaties. Wij ontwikkelen nieuwe producten aan de hand van reeds bestaande elementen. Nieuwe uitvindingen zijn ontdekkingen van al bestaande entiteiten of een nieuwe combinatie van verschillende existerende componenten. Een timmerman maakt van een boom een tafel en een schoenmaker maakt van de huid van een dier een laars. Een researcher observeert reeds bestaande processen of brengt nieuwe chemische reacties aan het licht. 

Hemelse hoedanigheid

Echter, wanneer een vrouw zwanger is, dan is zij bezig om een nieuw mensje te maken dat nog nooit, in welke vorm dan ook, op aarde is geweest. 

Het is een vaststaand gegeven dat geen twee mensen op aarde volledig identiek zijn, niet in uiterlijk, noch in karakter, intellect of gevoelens. Zelfs tweelingen zijn niet 100% hetzelfde.

Op het moment dat een baby wordt geboren, bevindt de vrouw zich in een staat van bijzondere nabijheid tot G-d. Een baby is immers bijna een G-ddelijke creatie. Hoe zeg je geboorte in het Hebreeuws? Leeda: לידה.  Verdeel je dit woord in tweeën dan krijg je ליד ה (leyad Hashem), wat ‘naast G-d’ betekent.

Bij een geboorte is de moeder bezig om een kind te creëren. Dit is hét moment dat zij G-ddelijkheid op het hoogste niveau mag ervaren en meemaken. Op dat moment is de vrouw bijna geen mens meer. Ze wordt dan zo G-ddelijk als maar mogelijk is. Ze neemt een hemelse hoedanigheid aan. Ze is geen begrensd wezen meer, maar ze schept leven en creëert oneindigheid.Immers, het kind dat zij baart zal op zijn beurt kinderen krijgen, die weer nieuw leven voortbrengen, een keten die zich uitstrekt tot in het oneindige. Wat een energie! Wat een ervaring! Wat een onvoorstelbare kracht!
Alles wat wij in deze wereld doen is begrensd, door tijd, door ruimte, behalve één daad die die grenzen doorbreekt: het krijgen van kinderen.

Wanneer overtreffen wij onze menselijkheid? Wanneer kunnen wij op G-d lijken? Enkel als wij ervoor kiezen om een partner te zijn in de schepping van een nieuw leven. Bij deze gebeurtenis zijn wij naadloos verbonden met de bron van het leven, reinheid op het hoogste niveau.

Onze medici proberen al tientallen jaren te onderzoeken en te analyseren waarom het plezier van geslachtsgemeenschap zo intens is. Verschillende theorieën zijn naar voren gekomen, maar een duidelijke verklaring ontbreekt nog steeds. In de chassidische leer is dit geheim al eeuwen geleden opgeschreven. Op het moment dat man en vrouw samen zijn, creëren zij mogelijkerwijs een oneindig schepsel. Zij gebruiken op dat moment een sleutel niet alleen naar een nieuw leven, maar zelfs naar oneindige vitaliteit.

Krachtig

Man en vrouw hebben zo’n krachtig potentieel dat deze energie in goede banen geleid moet worden om niet verkeerd terecht te komen. Vandaar de noodzaak voor de huwelijksinzegening en de onderdompeling van de vrouw na haar menstruatie in een mikwe (een speciale verzameling van natuurlijk regen of bronwater). Zo constateren wij dat de wereld tijdens de zondvloed volledig werd ondergedompeld in water. Veertig dagen en veertig nachten lang stroomde het neer. Het getal veertig is niet toevallig: het correspondeert precies met veertig se’a (= circa 40 x 10 liter), de minimale hoeveelheid water die vereist is voor een mikwe, het rituele bad dat de reinheid herstelt van wie zich daarin onderdompelt.

Wanneer deze geweldige en intense levensenergie tussen man en vrouw geen richting of begrenzing kent, kan zij afdalen tot de laagste en meest immorele vormen. Als je daarentegen deze kracht stuurt en kanaliseert, gelijk het licht dat via een laser uitgestraald wordt, dan krijg je de geconcentreerde energie daar waar je hem hebben wilt, in een liefdevolle relatie en mogelijkerwijs in een schattig kindje, een wonder in je armen, een toegangspas naar het oneindige. Dit kind is dan in reinheid geboren. Vader en moeder hebben zich beheerst om er uitsluitend voor elkaar te zijn.

Doordat zij zich aan de regels van reinheid gehouden hebben en de vrouw na haar menstruatie het mikwe heeft gebruikt, hebben zij G-d verwelkomd in hun relatie. 

Een geboorte is de grootste openbaring van G-ddelijkheid. Het is een hemelse ervaring, een ultiem plezier dat een grote spirituele ervaring weergeeft.

Wanneer een vrouw zwanger is, vinden zeer intensieve veranderingen plaats in haar lichaam. Vanaf de bevruchting tot de bevalling heeft deze dame een dubbelleven in zich, een extra levenskracht.

Leegte

Maar nu komt de valstrik, namelijk het gevoel en de staat na de bevalling. De moeder, hoe blij ook, wordt geconfronteerd met een enorm gevoel van leegte. De weeën en toevoer van gigantische hoeveelheden adrenaline, die nodig waren om dit nieuwe leven naar buiten te brengen, zijn ineens gestopt. Het extra leventje is weg. 

Ook hier vinden wij in de chassidische leer een verklaring op spiritueel niveau voor het fenomeen dat Postnatale Depressie heet. Voor sommige dames is het contrast tussen de extra levensenergie die zij bij zich droegen en het abrupte einde te veel om te verwerken. Natuurlijk spelen hormonen en vermoeidheid een rol. Maar er bestaan ook spirituele hormonen. De vrouw bevindt zich ineens in een leegte en ze heeft tijd nodig om een nieuw evenwicht te vinden.

Velen van ons maken gelijksoortige ervaringen mee. Men bereidt zich voor op een groot evenement, een bijzondere verjaardag, een bruiloft, een examen, een project of een speciale reis. Wekenlang ben je bezig en je bereikt uiteindelijk het ultieme moment. De volgende dag heb je nog wat opruimwerk, maar wat gebeurt er daarna? Je maakt een enorm dieptepunt mee en niet iedereen is altijd in staat om dit contrast te overbruggen. Een vrouw raakt een hemelse plek wanneer ze baart. Wanneer deze intense ervaring en alle bijbehorende emoties voorbij zijn, ontstaat er een gigantische leegte en een gebrek aan vitaliteit.

Opvullen met ongewilde zaken

Het Joodse volk maakte iets soortgelijks mee bij het ontvangen van de Torah op de berg Sinaï. Na die ongekende openbaring verviel men echter tot het aanbidden van het gouden kalf. Wat was hier gaande? Een overweldigende spirituele ervaring werd gevolgd door een diepe leegte. Ineens was Moshe verdwenen… en wat resteerde, was een leegte, een groot vacuüm.

Wanneer een krachtige hemelse ervaring eindigt, ontstaat er een gat dat al gauw met ongewilde zaken wordt opgevuld.

Onreinheid heeft niets met viezigheid te maken. Onreinheid is het gebrek aan leven, aan energie en aan levenskracht. Vandaar dat je ‘s ochtends, wanneer je wakker wordt, je je handen om en om met een speciale beker met water overgiet. In je slaap ga je als het ware een beetje dood. Je verliest controle over een deel van je lichaam en je bent eigenlijk een beetje weg. Onze geleerden vertellen ons dat slaap één zestigste van de dood is. Het is een milde vorm van onreinheid.

Hetzelfde proces vindt plaats wanneer een vrouw menstrueert. Haar lichaam heeft zich voorbereid op nieuw leven; zij had geovuleerd. In haar baarmoeder had zich bloed verzameld om een mogelijk embryo te voeden. Maar dat nieuwe leven is niet tot stand gekomen. Er is een leegte ontstaan en dát is de definitie van onreinheid. Het is het vacuüm dat ontstaat juist na een moment van verhoogde levenskracht.

Hoe wordt deze leegte hersteld? Hoe vullen wij haar op een positieve manier? Door middel van water, de bron van alle vitaliteit. Wanneer een vrouw zich onderdompelt in het mikwe, het rituele bad, verbindt zij zich opnieuw met de fysieke bron van leven, en daardoor automatisch ook met haar spirituele levensbron.

Verbinding herstellen

De onreinheid die een vrouw ervaart nadat ze gebaard heeft, is niet iets negatiefs; het is alleen maar dat ze dat extra leventje heeft moeten loslaten. ‘Gebrek aan leven’ is de Joodse definitie van onreinheid. Vandaar dat ze een חטאת Gatat-offer moest brengen. Natuurlijk had zij niet gezondigd, maar het woord חטאת Gatat – dat meestal als zonde vertaald wordt – betekent eigenlijk gebrek. Een zonde is namelijk een gebrek in je connectie met G-d. Een vrouw die gebaard heeft, heeft niets misdaan, integendeel.  Wel heeft ze te maken met een plotseling gebrek aan levenskracht. Het Gatat-offer vertegenwoordigt het gebrek aan spiritualiteit en levenskracht die de moeder post partum heeft moeten ervaren.

Het andere offer, het zogenaamde Ola, wordt geheel verbrand en niet, zoals andere offers, gedeeltelijk gegeten. Dit vertegenwoordigt een complete overgave en het zichzelf wegcijferen ten aanzien van G-d. De verbinding tussen mens en G-d wordt daarmee hersteld. 

Zo fluctueert een vrouw maandelijks tussen een enorm potentieel aan energie en dan weer het ontbreken van juist dat stukje vitaliteit. Haar lichaam gaat op en neer omdat dit precies is wat er op spiritueel niveau met haar gebeurt. Gelijk de maan die dan weer vol is en dan weer onzichtbaar. De cyclus van de vrouw is een maan(d)cyclus.

Nu wordt ook duidelijk waarom de moeder bij de geboorte van een meisje twee keer zo lang onrein is als bij een jongen. Een babymeisje draagt namelijk veel meer levenskracht bij zich dan een jongetje omdat zij in de toekomst ook zelf weer zal baren. Bij een pasgeboren dochter zijn reeds alle eicellen aanwezig die ooit in de toekomst zullen ovuleren. Wat een energie! Bij een meisje verliest de moeder nog meer levenskracht dan bij een jongen.

Vandaar dat de mogelijkheid en ruimte voor onreinheid dubbel zo groot is. Wanneer een baby tevoorschijn komt, verlaat hij of zij het reine vruchtwater en laat hij een vacuüm van levenskracht achter. Bij een meisje is de levenskracht groter en de leegte daarna dus ook. Hoe intenser het hoogtepunt hoe dieper de val  die daarop volgt.

Het gebrek aan leven dat de moeder bij de geboorte van haar kind overkomt wordt door het Gatat-offer hersteld. En wat brengt zij? Een duif. Van alle soorten dieren zijn duiven één van de weinigen die trouw blijven aan hun partner, zeker in één seizoen en soms levenslang.

Trouw

Net zoals een duif trouw is, zo zijn man en vrouw trouw aan elkaar en is het Joodse volk trouw aan zijn Schepper. Gelijk deze nieuwe moeder haar verbinding met G-d weer nieuw leven inblaast met behulp van haar offers die haar connectie weer herstellen, zo ook gaan wij om met onze partners in het leven, op een trouwe en respectvolle manier.

Ook al ben jij je je verbinding met G-d even kwijt of is je spirituele hoedanigheid iets afgezwakt, juist na een moment van grote intensiteit, waardoor je daarna een leegte ervaart, wees gerustgesteld: er bestaan twee offers die jou weer verbinden en de oorspronkelijke situatie herstellen. Een Ola dat geheel verbrand wordt en jou volledig met G-d verbindt en een Gatat die het grote gat, het gebrek aan levenskracht, komt herstellen.

Een Jood blijft altijd verbonden met G-d. Zo zit hij organisch in elkaar. Dat is zijn staat. Daar hoeft hij niets voor te doen en daar kán hij zelfs niets aan veranderen. Niet altijd reflecteert hij deze connectie, gelijk de maan die altijd wel aanwezig is maar niet altijd het zonlicht weerkaatst. Zo ook is een Jood niet altijd in staat om het G-ddelijke licht dat in hem aanwezig is, uit te stralen. Maar als hij diep geraakt en geschud wordt, zoals in tijden van antisemitisme en oorlog, dan komt zijn ware essentie naar buiten. Hij voelt zich Joodser dan hij ooit van zichzelf had gedacht. Nu is het alleen nog zaak om dat Joodse gevoel uit te drukken door Torah te leren, gebeden uit te spreken en geboden uit te voeren zoals Shabbat, kosher eten en tsedaka geven.

In het Hooglied, waarin de liefde tussen G-d en het Joodse volk beschreven wordt, staat (15-1):

הִנָּ֤ךְ יָפָה֙ רַעְיָתִ֔י הִנָּ֥ךְ יָפָ֖ה עֵינַ֥יִךְ יוֹנִֽים׃

Kijk, jij bent mooi, mijn vriendin, kijk je bent mooi, jouw ogen zijn als die van duiven.

De Midrash legt uit:

Zoals de duif, die eenmaal haar partner kent, hem nooit verruilt, zo heeft ook het Joodse volk, sinds het G-d heeft erkend – Hem nooit voor een ander ingewisseld.

Herstel

Er zijn hoogtepunten geweest in de Joodse geschiedenis, tijdperken waarin het volk opbloeide, zoals in de dagen van koning Salomon. De dieptepunten  zijn te talrijk om op te sommen; zij kunnen zowel collectief als individueel zijn. Wij kennen momenten van vreugde en vervulling, maar gaan helaas ook door tijden van moeite en duisternis. Soms voelt onze verbinding met Boven heerlijk warm en actueel. En op andere momenten… voelen we niets. Een leegte. Apathie in haar diepste vorm of zelfs boosheid jegens onze Schepper.

Ook al voelen wij leegtes in ons leven en worden wij met gebreken geconfronteerd, de duif vertelt ons dat wij van nature intrinsiek verbonden blijven. Ook al voelen wij een gebrek aan levenskracht en zijn wij al dan niet spiritueel depressief, er wordt ons altijd weer een mogelijkheid gegeven om onszelf te herenigen met G-d (het Ola-offer) en ons gebrek aan leven en enthousiasme te herstellen (het Gatat-offer). 

Dit is de diepere betekenis van Am Yisrael Chai: het Joodse volk leeft. Omdat wij diep verbonden zijn met de Eeuwige, overstijgen wij tijd en ruimte en blijven wij, door alle generaties heen, bestaan.

Am Yisrael chai!
Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah Verwoerd.

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Beeld: Chabad.org

Tsaaw | Het vuur dat je zelf moet aansteken

Tsaaw | Het vuur dat je zelf moet aansteken

Vaak wachten wij op een teken, een wonder of een openbaring. We zoeken een bewijs dat G-d inderdaad bestaat en dat Hij de wereld aanstuurt en beheerst, maar wat als wij juist diegenen zijn die het hele systeem in beweging kunnen brengen? Wat als wij wonderen doen ontstaan? Zou één kleine vonk van ons hier beneden de hemel doen bewegen?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

‘En het vuur zal op het altaar brandend gehouden worden, je zult het niet doven…’     

‘…וְהָאֵ֨שׁ עַל־הַמִּזְבֵּ֤חַ תּֽוּקַד־בּוֹ֙ לֹ֣א תִכְבֶּ֔ה’

Wajikra 6-5

In deze tekst staan we stil bij het altaar in de Tabernakel, en later in de Tempel, de centrale plek waar het contact tussen mens en G-d zichtbaar werd. Elke ochtend opnieuw begon de dienst met een ogenschijnlijk eenvoudige handeling: een priester legde vers hout op het altaar, stak het vuur aan en waakte ervoor dat het bleef branden. Maar wat daar gebeurde, ging verder dan menselijke inspanning alleen. Zodra het vuur van beneden werd ontstoken, daalde er een hemels vuur neer dat het offer verteerde.

Precies in dat spanningsveld, tussen wat van boven komt en wat van beneden wordt aangewakkerd, ligt de kern van een diepere uitleg. Want als het vuur toch uit de hemel neerdaalt, waarom is het dan nodig dat de mens zelf het eerste vuur aansteekt? Die vraag vormt het vertrekpunt van een diep inzicht dat de Maggid van Mezritch doorgaf aan de Alter Rebbe.

In het boek Hayom Yom (20 Adar 2) wordt het volgende naar voren gebracht: De Alter Rebbe vertelde: “Eén van de leringen die mijn meester, de Maggid van Mezritch, mij tijdens een persoonlijk onderhoud meegaf, ging over het vers: ‘Een voortdurend vuur moet op het altaar branden; je zult het niet doven.’

Hoewel het vuur van boven neerdaalt, als een G-ddelijke impuls, een ontwaken van bovenaf, blijft het een gebod om ook zelf vuur van beneden te brengen. Want juist een beweging van beneden zet een beweging van boven in gang. M.a.w. alles wat wij hier op aarde doen heeft een direct gevolg op wat zich in de hogere werelden afspeelt. Elke handeling, elk woord en elke gedachte is als het ware met een touwtje verbonden met een soort energie dat zich in de hemel bevindt. Het initiatief van beneden vormt een voorwaarde voor het respons van boven. Vandaar het gebod voor de priester om dagelijks het vuur op het altaar te ontsteken.

Het altaar bevindt zich niet alleen in de Tempel, maar ook in ieder van ons, waarbij het offer de dierlijke kant van een mens vertegenwoordigt, zoals het vers aangeeft (wajikra 1-2): ‘een mens zal van zichzelf een offer brengen.’ (zie het artikel van Parashat Wajikra). Het brengen van dat offer alleen is echter niet genoeg. Het vraagt ook om vuur, een innerlijke vlam, die het offer werkelijk betekenis geeft. En ‘je zult het niet doven’. Dit kun je letterlijk vertalen of wat dieper bekijken en dan staat er: je zult het NIET doven, m.a.w. je zult de negativiteit  in je leven doven. 

De Alter Rebbe voegde daaraan toe:  “Mijn meester heeft deze leer tien keer aan mij herhaald, om haar diep in de tien vermogens van mijn ziel te verankeren. Hij zei tegen mij: ‘Jij, mijn leerling, zult een voortdurend vuur nodig hebben. Want jouw taak zal zijn om een groot ‘nee’ te doven namelijk het verzet van de tegenstanders. Jij zult dat ‘nee’ uitdoven, en de Eeuwige zal het omvormen tot een ‘ja’.’

Een offer is iets wat je van jezelf weggeeft. Je zet ‘een dier’ of ‘je eigen dierlijke aspecten’ aan de kant voor een ander, voor een hoger doel. Maar hoe doe je dit? Hoe waarborg je de kwaliteit en de continuïteit?

Warmte vasthouden

Voor een goede temperatuur in huis heb je brandstof nodig en een thermostaat. Offers kunnen niet zonder brandstof en vuur. Met andere woorden: je kunt in je leven ‘de thermostaat aanzetten’ en van alles en nog wat doen door bijvoorbeeld regelmatig Torah te leren en je keurig aan alle geboden houden. Je kunt je eigen comfort opzijzetten en tijd, geld en moeite opofferen aan iets wat hoger is dan jezelf. Maar dan nog zul je het ook brandend moeten houden. Er moet continu een bepaalde warmte in zijn. Zonder die warmte blijft alles wat je doet uiteindelijk koud en mechanisch, correct misschien, maar een beetje onverschillig. 

Soms zijn we geïnspireerd, maar soms hebben we er totaal geen zin in. Soms is het leuk en spannend, andere keren saai en eentonig. Soms voelen we de warmte van het Jodendom, andere keren staan we er cynisch tegenover. Hoe houden we de warmte vast, elke dag… constant? Er is maar één manier, vertelt de Torah: ‘De priester moest elke ochtend het hout op het altaar aansteken’. Vuur en warmte hebben brandstof nodig en die zullen we zelf moeten aanleveren.

Reken niet op je buren, je ouders, de Rabbijn en zelfs niet op Hashem. Sommigen onder ons wachten op een wonder, een G-ddelijke stem of vuur uit de hemel. Wil je hulp van Boven krijgen, dan zul je de eerste stap moeten zetten. Wil je dat planten groeien, dan zul je eerst moeten ploegen en zaaien. Daarna kan de groeikracht, die zich in de aarde bevindt, zijn werk gaan doen. De regen die vervolgens uit de hemel valt, zorgt voor het gewenste resultaat. Zo gebeurt het niet alleen in de fysieke wereld maar ook in de spirituele wereld.

Het vuur komt pas uit de hemel nadat het hout hier beneden aangestoken wordt.

Met vreugde

Creëer je eigen inspiratie, motiveer jezelf, ontwikkel je eigen enthousiasme. Maak het Jodendom leuk, zet een vrolijk muziekje aan, doe een dansje in je woonkamer, zet je grote glimlach op en ga ervoor. Niet omdat het moet… maar uit blijheid. Blijheid dat G-d ons gekozen heeft om Hem te dienen. Blij dat wij het voorrecht hebben d.m.v. zijn geboden om dichter bij Hem te mogen komen. Blij dat Hij ons de gelegenheid geeft om een relatie met Hem te hebben. Tsaaw betekent gebod maar hetzelfde woord betekent ook verbinding. Die verbinding komt tot stand door Zijn geboden uit te voeren. De beste en misschien wel enige manier om een stevige relatie met iemand te ontwikkelen is door uit te voeren wat hij je vraagt om te doen (gebod) en je te onthouden (verbod) van zaken die hij onwenselijk vindt. 

‘Omdat je G-d niet met simcha (vreugde) gediend hebt’, vertelt ons de Torah in Dewarim 28-46. De oorzaak van alle ellende is niet het feit dat je G-d niet hebt gediend. Nee, je hebt Hem wel gediend, je hebt het offer wel gebracht, maar het is koud op het altaar blijven liggen. De warmte en de innerlijke vreugde ontbraken. En dan heb je een groot, koud en donker gat. Zo’n gat raakt al gauw gevuld met spulletjes die je helemaal niet wilt. Ondertussen blijft jouw offer daar in de kou liggen. Er gebeurt niets, helemaal niets. Alle moeite voor… niets.

Elke actie veroorzaakt een reactie; als je het vuur hier beneden aansteekt komt het vuur van Boven als antwoord. Zo ook veroorzaakt alle moeite die je doet een reactie van Boven.

Je eigen vuur is begrensd; het is een menselijk vuur en dus gelimiteerd door tijd en ruimte. Wanneer jouw vuur eenmaal brandt, voegt G-d Zijn eigen vuur toe. Dit is zijn eigen onbegrensde warmte, Zijn zegen en bovennatuurlijk succes, vuur dat komt nadat jij de eerste stap hebt genomen. Laat de ketel branden, houd de warmte in je hart en in je ziel. Ervaar de pracht en praal van het Jodendom en straal het uit.

Warmpjes

Dat heerlijke stukje van je favoriete cake, het overdreven bijhouden van het nieuws of het checken van je emails en appjes, hoe heerlijk ook, ze zullen je hart en ziel niet warm houden. Ze zijn niet in staat om je ziel te ontsteken. Deze bezigheden werken allemaal verslavend en sleuren je neerwaarts.

Wil je een super-dag voor jezelf creëren? Wil je gedreven door het leven gaan? Begin dan je dag met stilte, meditatie en gebed. Leer een stukje uit de Torah en leg een paar muntjes in het tsedaka-busje. Doe het met warmte en plezier. Wees vrolijk of doe net alsof. Op den duur zal je glimlach jezelf en anderen aansteken en zal het onbegrensde, hemelse vuur jou boven alles uittillen.

“Je zult het niet doven.” De Maggid van Mezritch leest dit vers op een verrassende manier: hij plaatst een komma na het woord ‘niet’. Dan ontstaat er een andere betekenis: ‘Je zult het niet, doven.’ Met dat ene woord, ‘niet’, wordt het negatieve bedoeld. Het is niet alleen het vuur dat niet gedoofd mag worden, maar ook het ‘niet’ dat uitgeschakeld dient te worden. Wanneer wij ervoor zorgen dat we de mitswot met warmte en enthousiasme vervullen en onze innerlijke weerstand en de krachten die ons beletten om door en door Joods te zijn doven, dan zal Hashem met Zijn vuur van boven de negativiteit omvormen tot positiviteit.

Warme groet,

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een artikel van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Devorah Verwoerd
Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.