
Acharé Mot | Hoe je die vonk in het dagelijkse vasthoudt
Het leven is één en al contrast. De ene dag voelen we ons geïnspireerd en high en de volgende dag vragen wij ons af waar al onze begeertes vandaan komen. Weet dat het leven er ná je meest sublieme momenten er soms heel anders uit kan zien en hoe gebruik je de eerder opgedane inspiratie om valkuilen te omzeilen?
Download hier een printversie van dit artikel
Parashat Acharee Mot (na de dood) is onderverdeeld in drie hoofdstukken waarin tegenstrijdige onderwerpen aan bod komen. De opbouw is als volgt:
Het eerste deel van de Parasha staat in hoofdstuk 16 van Wajiekra. Daar gaat het over de dienst van de Kohen Gadol (de Hogepriester) in de Tempel op de heiligste dag van het jaar, namelijk Yom Kipoer. Hier staat beschreven welke offers hij moest brengen, welke kleding hij op welk moment aandeed, hoe en voor wie hij verzoening verkreeg en welke handelingen hij in het allerheiligste moest verrichten.
Het tweede deel, hoofdstuk 17, waarin het verbod om offers buiten de Tempel te brengen en om bloed te consumeren beschreven wordt. Vervolgens komt de onreinheid aan bod van een vogel die zijn dood vond zonder geslacht te zijn geweest.
Ten slotte het derde deel, hoofdstuk 18, dat verboden relaties behandelt. Het Joodse volk mocht zich niet gedragen zoals de immorele Egyptenaren, wier land zij zojuist hadden verlaten. Evenmin mochten zij de Kanaänieten, die in Israel woonden nadoen. Daarom is het verboden om een relatie te hebben met je vader, je moeder, je zuster of broer, je oom of je tante. Ook zijn buitenechtelijke relaties verboden, evenals homoseksualiteit en bestialiteit.
‘Wie denkt er nu aan zoiets’
Tweemaal wordt tijdens de dienst van Jom Kipoer, (Grote Verzoendag), uit de Torah gelezen. De eerste keer gebeurt dit tijdens het ochtendgebed. Dan wordt hoofdstuk zestien van onze Parasha gelezen, waarin het hoe en wat van Jom Kipoer wordt uiteengezet. De tweede keer vindt de Toralezing plaats tijdens het middaggebed. Ook dan komt onze Parasha aan bod, maar nu met hoofdstuk achttien, waarin de verboden relaties worden behandeld.
Het contrast kan niet worden genegeerd. De eerste vraag is hoe twee zulke tegenstrijdige gedeelten in één parasja voorkomen. Enerzijds wordt de heiligste dag van het jaar beschreven, anderzijds worden wij gewaarschuwd tegen de meest immorele zaken.
Een tweede vraag doet zich voor: waarom zouden wij op de heiligste dag van het jaar juist attent gemaakt worden op verboden relaties? Wie denkt er op zo’n bijzondere dag aan zulke zaken? Op een dag waarop wij witte kleren dragen en op engelen lijken, lijkt dit bijna vreemd. Tegen de tijd dat het middaggebed wordt gezegd, is het grootste gedeelte van Jom Kipoer reeds voorbij. Men heeft dan bijna een volledig etmaal gevast en gebeden. Onze gedachten richten zich op dat moment op het hoogtepunt van Jom Kipoer, dat onmiddellijk daarna volgt: het slotgebed, Neíla genaamd, wanneer G‑d de hemelse deuren sluit nadat Hij ons naar binnen heeft genomen.
Vlak voor dit bijzondere moment moeten we luisteren naar het verbod om geen intieme omgang te hebben met een dier? We hebben dan al bijna 24 uur gevast. Wij hebben om vergiffenis gevraagd. We voelen ons schoon en rein. Zelfs de Jood die het jaar door niet zo vaak op komt dagen is aanwezig en voelt zich hemels en één met G-d. En dan dit? Je mag de naaktheid van je moeder of vader niet blootstellen! Je mag niet met een dier naar bed! Je mag niet met een koe trouwen! Wie denkt er nu aan zoiets, op dat moment?!?
Wetten en regels
Wanneer Maimonides de regels van Yom Kipoer in zijn wetboek omschrijft, eindigt hij met de volgende handelingen van de Hoge Priester:
רמב”ם: הלכות עבודת יוהכ”פ ד, ב
ואחר כך מקדש ידיו ורגליו ופושט בגדי זהב ולובש בגדי עצמו ויוצא לביתו וכל העם מלוין אותו עד ביתו ויום טוב היה עושה על שיצא בשלום מן הקדש
En daarna waste hij (de Hoge Priester) zijn handen en voeten en trok hij zijn gouden kleren uit en deed hij zijn eigen kleren aan. En hij ging naar huis en het hele volk vergezelde hem tot zijn huis en hij maakte een feestdag omdat hij in vrede uit het heiligdom was gekomen.
Alles in de Torah, inclusief de mondelinge leer, is nauwkeurig. Dit leidt ons tot de derde vraag: welk belang hebben wij bij het weten waar de Hogepriester na afloop van de dienst naartoe ging? Wat is de toegevoegde waarde hiervan? Waar anders had hij naartoe moeten gaan?
Daarnaast rijst de vierde vraag: in hoeverre is het naar huis gaan onderdeel van een wet? Aangezien de Rambam, Maimonides, het naar huis gaan in zijn wetboek behandelt, kunnen wij niet anders concluderen dan dat dit één van de vele regels is die de Hogepriester moest uitvoeren. Het is dus niet zo dat Maimonides dit als extra, interessante informatie vermeldt. Nee, Maimonides schrijft een boek over wetten, en alles wat daarin staat is een wet. Het naar huis gaan is dus een wet zoals elke andere. Niet alleen hoort deze regel erbij, het is bovendien het laatste voorschrift en vormt daardoor het hoogtepunt van de Yom Kipoer-dienst.
Niet toevallig
Verder weten wij dat in het Jodendom de naam van een persoon of een voorwerp nooit toevallig is. Een naam weerspiegelt de essentie van het voorwerp, het dier of de persoon. Daarom moeten wij proberen te begrijpen waarom onze Parasha Acharee Mot – na de dood – heet. De dood van wie? Wat? Waarom?
Het ging om Nadaw en Awiehoe, de twee zonen van Aharon, de eerste Cohen Gadol (Hogepriester). Deze twee jongens waren op een unieke manier gestorven. Ze hadden zich namelijk in de allerheiligste plek van de tempel begeven terwijl het geen Yom Kipoer was. Onze Parasha begint met de waarschuwing aan Aharon om uitsluitend het allerheiligste te betreden op Yom Kipoer. Hij mag zich niet gedragen zoals zijn twee zonen die permanent dichtbij G-d wilden zijn. Het voelde voor hen zo spiritueel, zo warm en subliem, maar dit was niet de bedoeling. Op een gegeven moment waren hun zielen zo verheven geraakt dat ze door hun lichaam niet langer bevat konden, waardoor zij automatisch stierven.
Nu begrijpen wij waarom de Parasha begint met “na de dood”. Maar waarom heet de hele Parasha zo? Een titel hoort toch van toepassing te zijn op het geheel en niet alleen op het begin! Kennelijk heeft de titel “na de dood” toch betrekking op de hele Parasha, op hoofdstuk 16, 17 en 18 en op elk detail. Na de dood geeft kennelijk de essentie weer van ieder onderwerp en ieder vers en niet alleen van het begin en van één vers.
Daarmee komen we bij de vijfde vraag: wat is het verband tussen Na de dood, de titel van deze Parasha, en elk onderwerp dat daarin voorkomt? In hoeverre heeft de dienst op Yom Kipoer en verboden relaties betrekking op ‘na de dood’?
Vreemde manier van tellen

Eén (naar boven)
Eén (naar boven) en één (naar beneden)
Eén (naar boven) en twee (naar beneden)
Eén (naar boven) en drie (naar beneden)
Eén (naar boven) en vier (naar beneden)
Eén (naar boven) en vijf (naar beneden)
Eén (naar boven) en zes (naar beneden)
Eén (naar boven) en zeven (naar beneden)
Wat een vreemde manier van tellen! Kon de priester niet gewoon ‘één’ zeggen en vervolgens van 1 tot 7 tellen? Waarom elke keer weer die ‘één’ toevoegen?
Aan de hand van alle vragen die er gesteld zijn en de antwoorden zullen wij de kerngedachte van Yom Kipoer kunnen doorzien, alsmede het verband tussen de naam van de Parasha, ‘Na de dood’ en de essentie van Yom Kipoer.
Zes vragen
1 Waarom worden er twee tegengestelde onderwerpen in één Parasha behandeld?
2 Waarom worden verboden relaties op Yom Kipoer voorgelezen?
3 Waarom moeten we weten waar de Cohen Gadol naar toe ging na afloop van Yom Kipoer?
4 Hoezo is het naar huis gaan van de Cohen Gadol een wet?
5 In hoeverre heeft de naam van de Parasha, Acharee Mot (na de dood) betrekking op alle onderwerpen die in de Parasha behandeld worden?
6 Waarom herhaalt de Cohen Gadol steeds het woord ‘één’ als hij het bloed sprenkelt?
Tijdens en daarna
Inderdaad het draait allemaal om ‘Na de dood’, de naam van de Parasha. Het gaat om daarna. Over tijdens hebben we geen vragen. Tijdens Yom Kipoer is iedereen heilig. Dat is de sfeer, dat zijn de omstandigheden, het gevoel, het vasten, het dragen van witte kleren en het samenzijn in sjoel. De vraag is meer over het daarna.
Natuurlijk is Yom Kipoer bijzonder. Je voelt je op zo’n dag verheven, spiritueel gedreven, geïnspireerd. Je hart stroomt waarschijnlijk over van liefde, plezier en saamhorigheid. Maar hoe is het daarna? Hoe sta je er een uur later voor? Of een dag later, een week, een jaar?
Eenmaal uit de Yom Kipoer-sfeer zullen je gevoelens en je verlangens niet meer zo verheven zijn. Misschien ben je over een maand in een andere bui en ga je ineens over tot het verrichten van bepaalde daden die niet helemaal overeenkomen met het Yom Kipoer-gevoel en waar jij je misschien voor moet schamen?
Beide benen op de grond
Daarom lezen wij op Yom Kipoer, bij het middaggebed, vlak voor het hoogtepunt van deze meest heilige dag, over de meest gewone zaken waarin een mens in het dagelijkse leven kan struikelen. De ene persoon meer, de ander minder, maar iedereen moet op Yom Kipoer beseffen, op het moment dat hij zich zo verheven voelt, dat er ook een daarna is. Dat er vele valkuilen in het leven bestaan en dat mensen zich beestachtig kunnen gedragen. Wees je ervan bewust, vertelt de Torah ons, dat je moet opletten. Dat je niet dronken hoeft te zijn met je allerheiligste gevoel. Er is nog een ‘daarna’.
Zo was het niet met de twee broers Nadaw en Awiehoe. Die hadden geen daarna. Zíj bleven daarboven, vast in hun spirituele ervaring. Maar G-d wil dat wij terugkomen. Yom Kipoer is niet voor engelen. Eén dag per jaar worden we met engelen vergeleken, maar de rest van het jaar hoort het ‘daarna’ te zijn. Met beide benen terug op de grond. De ladder van Yakov raakte weliswaar de hemel, maar de onderkant stond op de grond. De bedoeling is dat wij de eenheid van G-d niet alleen daarboven ervaren, Eén (naar boven), maar die eenheid ook in de zeven dagen van de week weten te brengen.
Eén naar boven en één naar beneden, één naar boven en twee naar beneden, één naar boven en drie naar beneden… tot één naar boven en zeven naar beneden. Bij elke telling werd diegene die Eén is opnieuw genoemd, om te laten zien dat we de eenheid van G-d in de verscheidenheid (1-2-3-4-5-6-7) van de schepping weten te brengen, in de zeven dagen van de week, in de zeven kleuren van de regenboog of in de zeven noten in de muziek. Het doel van de schepping is om de eenheid van G-d in de aardse details van het leven te brengen.
Op zondag gebruik ik mijn tijd om vrijwilligerswerk te doen, Eén in één.
Op maandag ga ik Torah leren, Eén in twee.
Op dinsdag ga ik een extra goede daad doen voor mijn echtgenoot en mijn kinderen, Eén in drie.
Op woensdag ga ik boodschappen doen en zorg ik dat ik enkel koshere producten aanschaf, Eén in vier.
Op donderdag ga ik challa bakken, Eén in vijf.
Op vrijdag steek ik de Shabbat kaarsen aan en maak ik kidoesh, Eén in zes.
Op Zaterdag ga ik leren over de Parasha, Eén in zeven.
Dagelijks leven
Fantastisch dat je het zo fijn hebt gehad op Yom Kipoer, maar hoe was het toen je thuiskwam? Ben je überhaupt naar huis gegaan? Heb je wel een huis? Wat voor een zin heeft het om zo heilig te doen in sjoel als je daarna niet weet hoe je thuis moet komen! Het hoogtepunt van de Yom Kipoer-dienst van de Cohen Gadol was juist zijn thuiskomst: de aandacht en de sfeer waarmee hij zijn familie tegemoetkwam na afloop van de meest heilige dag van het jaar!
Bestaat G-d bij jou ook in het dagelijks leven en in de diversiteit van de schepping? Lukt het je om je ook in je dagelijkse beslommeringen als ambassadeur van G-d te gedragen of is Yom Kipoer en de eenheid van G-d alweer vervaagd of zelfs verdwenen?
Het feit dat zelfs verboden relaties op Yom Kipoer besproken worden leert ons dat we voorzichtig moeten zijn en ons moeten realiseren dat Yom Kipoer beleven geen garantie is voor het wegblijven van uitdagingen en valkuilen. Anderzijds is het benoemen van verboden relaties ook een boodschap dat het Jodendom, zelfs op Yom Kipoer en misschien juist op Yom Kipoer, zich niet alleen richt op de eliten onder ons, de mensen die nooit een zonde begaan, diegenen die zich nooit laten verleiden, maar de Torah is een bron van inspiratie voor iedereen, ook voor diegenen die zich moeilijk kunnen weerhouden van verboden relaties. Ook op de meest sublieme momenten, zoals Yom Kipoer, is iedereen welkom, ongeacht je niveau op de ladder en ook al heb je te maken gehad met ernstige overtredingen.
Vandaar dat de Torah juist bij het middaggebed ons laat horen over het meest lage gedrag, zoals bijvoorbeeld je vrouw voor een onbenullige affaire bedriegen. ‘Wees je ervan bewust’, vertelt de Torah, ‘dat niet alles constant heilig is, dat de gemiddelde mens er ook bij hoort ook al heeft hij nog zo veel overtredingen in z’n boekje staan. Hij hoort er ook bij. Wees gewaarschuwd tijdens je meest sublieme momenten en weet dat het leven er daarna soms heel anders uit kan zien’.
Moreel dilemma
Op Yom Kipoer worden wij opgeroepen om onze sublieme energie door te voeren naar onze dagelijkse activiteiten. Anderzijds, als we beproefd worden, kunnen we weten dat wij ooit in een Yom Kipoer-stemming waren en dat wij die speciale energie nu kunnen inzetten om ons hoofd boven water te houden, ook op moreel gebied. Wij laten ons niet meesleuren in allerlei misdrijven, tegenstrijdigheden en relaties die niet kloppen.
ּמִי־יַעֲלֶה בְהַר־ה’ וּמִי־יָקוּם בִּמְקוֹם קָדְשׁוֹ׃
Wie zal G-ds berg beklimmen en wie is in staat om zich op de heilige plek te handhaven?
In dit vers, Tehilim 24-3, vraagt David niet alleen wie de berg van spiritualiteit kan beklimmen, maar ook wie in staat is om daar te blijven.
Iedereen gaat op dieet, maar wie houdt het vol?
Iedereen vindt Yom Kipoer fijn, maar wie kan het gevoel handhaven en meenemen naar de zeven dagen van de week, één en zeven?
Evenwicht handhaven
Het leven is één en al contrast. De ene dag zijn we helemaal high en de volgende dag vragen wij ons af waar onze lusten en begeertes vandaan komen. Vandaar dat we juist op Yom Kipoer voor het meest lage en immorele gedrag gewaarschuwd worden. Denk niet, zegt de Torah tegen ons, dat het van nu af aan allemaal koek en ei gaat zijn. Bereid je voor. Neem dit heilige moment mee. Gebruik je inspiratie van nu om jezelf ook morgen te bewapenen tegen de valkuilen van het dagelijkse leven.
Besprenkel je bloed, dat symbool staat voor je warmte, je energie en je enthousiasme, niet alleen naar boven. Eén naar boven, maar verspreid het ook op zondag, Eén en één naar beneden, op maandag, Eén en twee naar beneden, op dinsdag, Eén en drie naar beneden enzovoort.
Pak die eenheid, dat intieme gevoel dat je je één met G-d voelt en ga ermee naar huis, naar je dagelijkse, aardse bezigheden. Nadaw en Awiehoe zijn niet gestraft omdat ze gangsters waren. Hun overtreding was juist dat ze met hun sublieme gevoel in de hemel bleven. Ze hebben verzuimd om terug naar beneden te gaan, om de eenheid van G-d te openbaren in de diversiteit van het aardse bestaan.
Nu begrijpen wij waarom de Rambam het naar huis gaan van de Hogepriester aan het einde van Yom Kipoer als onderdeel opneemt in de dienst van de allerheiligste dag. Het is niet alleen een deel, het is het hoogtepunt van Yom Kipoer. Een huis kan vol met familieleden zijn die zich op allerlei manieren kunnen gedragen. Hoe reageer je daarop in de drukte van je dagelijkse leven? Behalve alle afspraken, verantwoordelijkheden, stress en tijdsdruk waaronder wij worden verwacht te opereren, zoeken wij juist thuis naar momenten van rust, eenheid en onderling respect. Het draait er allemaal om hoe je je daarna thuis gedraagt.
G-d nodigt ieder mens op aarde uit om Hem te dienen. Contrasten zijn er, humeurige buien bestaan, maar wij hebben de sleutel in onze handen om ons evenwicht te bewaren. Enerzijds voeren we dagelijks in ons leven Yom Kipoer-momenten in. Denk aan de tijden dat je dawent of een diep ontroerende melodie hoort. Anderzijds zorgen we dat we niet helemaal opgaan in onze spirituele ervaringen. We komen terug in het hier en nu. We zijn ons ervan bewust dat G-d ons hier op aarde neergezet heeft om juist in de wereldse zaken de eenheid van G-d te ontdekken. Als je 10 euro aan een arme man schenkt of aan een Joodse school geeft, dan heb je de eenheid van G-d geopenbaard in het aardse geld en in alles wat je gedaan hebt om dat geld te kunnen verdienen. We houden ons in evenwicht en weten ons te handhaven op Yom Kipoer en daarna!
Shabbat shalom!
Bracha Heintz
Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah Verwoerd
Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!
Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.
beeld: chabad.org

Aan het einde van deze onreine periode, op de 41ste dag na de geboorte van een jongen of op de 81ste dag na de geboorte van een meisje, bracht de moeder twee soorten offers naar de Tempel. Een schaap als עולה (Ola), een opgaand offer en een jonge duif of tortelduif als חטאת (Chatat), een zonde-offer.
Net zoals een duif trouw is, zo zijn man en vrouw trouw aan elkaar en is het Joodse volk trouw aan zijn Schepper. Gelijk deze nieuwe moeder haar verbinding met G-d weer nieuw leven inblaast met behulp van haar offers die haar connectie weer herstellen, zo ook gaan wij om met onze partners in het leven, op een trouwe en respectvolle manier.







