Tag: Rav YY Jacobson

Korach | Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap

Korach | Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap

Vrede en saamhorigheid bereik je niet door iedereen gelijk te behandelen, maar door ieder mens gelijk te respecteren. Niemand is namelijk gelijk, maar iedereen is wel gelijkwaardig. Er is niets mis met hiërarchie, zolang de leiders geen misbruik van hun positie maken.  Moshe Rabbenoe was hét voorbeeld van een ware leider en zo blijft G-d ervoor zorgen dat tot op de dag van vandaag, door alle generaties heen, er altijd Joodse leiders zijn die ons richting geven en die aan kunnen voelen  en aan ons doorgeven welke spirituele zaken er op dat moment prioriteit hebben. 

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Eén jaar na de uittocht uit Egypte stond het Joodse volk aan de zuidelijke grens van Israel. Maar door het negatieve verslag van de verspieders over het land weigerde het volk Israël binnen te trekken (zie de Parasha van vorige week, Shelach Lecha). Als gevolg daarvan zou het volk nog negenendertig jaar door de woestijn trekken. Iedereen die op dat moment ouder was dan twintig jaar zou daar sterven. Pas de volgende generatie zou het voorrecht krijgen het Heilige Land binnen te gaan. Wat moet dit een ontzaglijke schok en teleurstelling zijn geweest. Op dit ingrijpende nieuws volgden drie opstanden. Twee daarvan kwamen al aan bod in de Parasha van vorige week. De derde vormt het onderwerp van deze week.

Drie opstanden

De eerste opstand was die van de Maäpiliem. Tegen de uitdrukkelijke wil van G-d besloten zij alsnog onmiddellijk het land Israel binnen te trekken. Zij gingen ten strijde zonder de Ark en zonder de Torah. De G-ddelijke leiding die hen tot dan toe had begeleid ontbrak volledig. Hun poging liep uit op een tragedie: zij werden door de toenmalige bewoners van het land verslagen en omgebracht.

Dit vertegenwoordigt de nationalistische Jood. Zijn voorkeur gaat uit naar een seculier Israel. Hij kiest voor het Heilige Land, maar zonder Torah, zonder diepte of extra dimensie. Een land waar G-d overbodig zou zijn en waarin de jurisprudentie niet op de Torah gebaseerd is.

De tweede opstand was die van de Houtverzamelaar, een man wiens naam niet vermeld wordt. Hij ging de Shabbat overtreden door hout op te rapen onder het toeziend oog van het publiek. Zijn reactie op het nog 39 jaar rondzwerven in de woestijn was een totale afscheiding van G-d. “Dan maar niet”, meende deze beste man. “Laten we alles overboord gooien.  We kunnen niet naar het beloofde land, dan hoeft Shabbat ook niet meer, geen gezeur over verplichtingen en mitswot. Vrijheid en blijheid. Als we toch niet naar Israel kunnen gaan heeft het Jodendom ook geen zin. Wij doen gewoon wat wij willen, wanneer wij willen en waar wij willen.” Dit vertegenwoordigt de Jood die zijn kop in het zand steekt. Hij speelt verstoppertje en denkt zijn Joodse ziel te kunnen verbergen. Maar vroeg of laat komt zijn Joodse hart weer bij hem aankloppen. Misschien zal hij ineens verlangen om op Yom Kipoer naar sjoel te gaan of wordt hij woedend wanneer iemand een antisemitische opmerking maakt.

De derde opstand was die van Korach. Hij trok het leiderschap van Moshe Rabbenoe openlijk in twijfel en weigerde diens gezag te erkennen. Hij was tegen rabbijnen die allerlei regels opleggen. “Iedereen kan rabbijn zijn”, verklaarde hij. “Iedereen kan de mondelinge leer bepalen. Ik ga een nieuw jodendom maken waarbij iedereen G-ds woord mag interpreteren”. Dit is de liberale Jood. Hij kiest voor een verwaterd jodendom: een Torah die hij op zijn eigen manier wenst te verklaren.

Korach verzette zich fel tegen het feit dat zijn oom, Moshe Rabbenoe, die bovendien tot dezelfde familie en stam behoorde als hijzelf, met een leidende positie was bekleed. Alsof dat nog niet genoeg was, vervulde ook Moshe’s broer, Aharon Hakohen, een uiterst vooraanstaande rol als Hogepriester. Toch hadden Moshe en Aharon deze functies niet zelf naar zich toegetrokken. Hun aanstelling was geen eigen keuze, maar een opdracht van G-d. Dat weerhield Korach er echter niet van hen te beschuldigen dat zij alle aantrekkelijke posities voor zichzelf hadden gereserveerd.

“We zijn allemaal heilig”, verklaarde Korach. “Waarom verheffen jullie jezelf boven de gemeenschap?”  

Korach had gelijk. Iedereen is een schepsel van G-d. Ieder mens draagt een stukje G-ddelijkheid en spirituele energie in zich. Iedereen heeft recht om zich direct tot G-d te wenden, zonder tussenpersoon. We zijn allemaal gelijk! Eenheid én saamhorigheid. Liberté, Égalité, Fraternité (Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap) was het motto van de Franse revolutie. Het communisme pleitte ook voor broederschap en totale gelijkheid.

Had Korach dan toch gelijk? Willen wij niet allemaal Gelijkheid, Eenheid en Broederschap! Maar Korach had beter zijn mond kunnen houden, ook al had hij gelijk. Hij had namelijk ook vreselijk ongelijk. Ten eerste en vooral omdat hij ruzie maakte. 
Ten tweede omdat G-d vele schepselen gemaakt heeft en Hij iedereen verschillend gecreëerd heeft. Er zijn zelfs geen twee sneeuwvlokken die identiek zijn. Er bestaan duizenden soorten insecten en andere dieren. De diversiteit van planten en dieren is ongekend groot.

Liberté, Égalité, Fraternité

Liberté, Égalité, Fraternité ou la Mort. Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap of de Dood stond op aanplakbiljetten in Frankrijk. De guillotine werd gebruikt om mensen te vermoorden die niet achter de revolutionaire ideeën van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap stonden. Wat een vrijheid als je om diezelfde vrijheid terechtstaat en de doodstraf krijgt! 

“Toen ik zag wat er gedaan werd onder het mom van Broederschap, was ik bang om iemand mijn broer te noemen”, zei een Franse filosoof. 

Tijdens de Franse Revolutie mochten de Joden emanciperen. Stanislas de Clermont Tonnerre verklaarde in 1789 dat elke Jood als individu, maar niet als volk, gerespecteerd zou worden. Wat een revolutie!  Totdat een Joodse officier in 1894, Dreyfus genaamd, terechtstond voor spionage voor Duitsland, verraad dat hij nooit gepleegd had. Hij kreeg een levenslange gevangenisstraf die hij op Duivelseiland moest uitzitten. Colonel Picquart, die de echte spion ontdekte, werd ook gevangengezet. Emile Zola, de schrijver die de president in zijn beroemde brief ‘J’accuse‘ beschuldigde, vluchtte naar Engeland om gevangenisstraf te ontwijken. Pas in 1906 werd Dreyfus vrijgesproken. Deze affaire bracht heel veel antisemitisme aan het licht. Je was een Dreyfusard of niet. Voor of tegen de Joden. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap!

In de voormalige Sovjet-Unie mondde het communisme eveneens uit in een onderdrukkend terreurbewind. Kennelijk waren de ideeën van Korach minder overtuigend en minder goed doordacht dan ze aanvankelijk leken. Niet iedereen is gelijk. Misschien hadden Napoleon en Karl Marx er goed aan gedaan eerst de lessen van onze Parasha ter harte te nemen voordat zij hun idealen aan de wereld presenteerden.

Verschillen toejuichen   

Vrede en saamhorigheid bereikt men namelijk niet door gelijkheid. Niemand is gelijk. Maar iedereen is wel gelijkwaardig. Let op het onderscheid.

In de Talmoed staat dat wanneer een mens munten slaat met één en dezelfde mal, alle munten identiek zijn. Maar G-d heeft alle mensen voortgebracht uit één enkele voorouder, Adam, en toch bestaan er geen twee personen die er precies hetzelfde uitzien. Onze geleerden voegen daaraan toe in Berachot 58a: zoals geen twee gezichten volledig identiek zijn, zo zijn ook geen twee karakters hetzelfde. Zelfs een eeneiige tweeling is nooit honderd procent gelijk.

Iedereen moet zijn individualiteit juist koesteren. Een timmerman is een timmerman en een wetenschapper is een wetenschapper. Ben je een kind, gedraag je dan als een kind. Ben je een koning, gedraag je dan als zodanig, enzovoort.

Vrede en saamhorigheid bereik je door respect. Respect voor een ander en vooral respect voor verschillen. Want ziet u, G-d is één. Vanuit Zijn Eenheid heeft Hij diversiteit geschapen, d.w.z. oneindig veel verschillende schepselen. Wanneer wij op onze beurt, een ieder in zijn unieke positie, weer de G-ddelijke vonk die in ons verscholen zit weten te ontdekken en te openbaren, dan hebben wij van diversiteit weer Eénheid gemaakt. De cirkel is dan rond. 

We hebben dan zelfs een nog hoger niveau bereikt dan de eenheid van G-d. Zijn eenheid is namelijk één aspect van Hem en niet Hemzelf. Hij is namelijk eenheid en diversiteit tegelijk. Wanneer ook wij diversiteit en eenheid weten te vermengen door in de diversiteit van de wereld G-ddelijke eenheid te brengen, dan hebben wij het doel van de schepping bereikt.  

Eenheid

Maar hoe doen we dat? Hoe ontdekken wij de eenheid, de G-ddelijkheid, in elk schepsel?  

  1. Door te beseffen dat elk schepsel door G-d gemaakt is en het daarom ook te respecteren. De Torah gebiedt ons om dieren en planten te respecteren, om er bewust mee om te gaan. Dieren mogen niet onnodig gekweld worden en planten horen niet roekeloos verwoest te worden. Niets in de schepping mag onnodig beschadigd of onbruikbaar gemaakt worden. Des te meer dient ieder mens gerespecteerd te worden. Daarmee moeten we een onderscheid maken tussen wat iemand doet en wat iemand is. We respecteren elk mens, maar kunnen niet altijd goedkeuren wat hij doet. Wat we ons moeten afvragen is het volgende: als het de moeite waard is voor G-d om iemand of iets te scheppen, wie zijn wij dan om het te verachten, te beschadigen of te verwoesten?  
  2. Door elk schepsel te gebruiken om G-d ermee te dienen en er een goede daad mee te verrichten. 

Korachs ideeën zijn de grond ingeboord. Hij is zelf door de aarde opgeslokt. Zijn idealisme, de Franse Revolutie en het communisme bleken formules te zijn die in vlammen opgingen. De 250 opstandelingen die Korach vergezelden, werden door vuur gedood. Kennelijk is hiërarchie een noodzaak, ook in de spirituele wereld. Blijkbaar voegen grenzen en verschillen iets toe, mits diegenen die aan de macht zijn hun onderdanen respecteren en hun positie gebruiken en niet misbruiken. 

Laat iedereen zijn eigen taken doen. Laat iedereen binnen zijn eigen mogelijkheden, grenzen en volgens zijn eigen individueel potentieel zich tot zijn maximum ontplooien. Ieder mens kan zijn unieke talenten gebruiken om een mooiere wereld te maken. Zo voegt de diversiteit juist toe.  

Laat iedereen de verschillen toejuichen omdat juist de diversiteit de mogelijkheid geeft om elkaar aan te vullen. Niemand geniet van een concert waarin steeds dezelfde noot gespeeld wordt. Een schilderij met slechts één egale kleur wordt door niemand gewaardeerd. Een wereld waar iedereen hetzelfde is en hetzelfde doet zou niet functioneren. De verscheidenheid is juist wat de mogelijkheid geeft tot harmonie. Aan ons om de verschillen niet alleen te respecteren, maar zelfs toe te juichen.   

Moshe Rabbenoe in elke generatie 

Ik heb ooit kennis mogen maken met een hele grote leider, de Lubavitcher Rebbe, die elk mens niet alleen respecteerde, maar ook aanmoedigde om zijn potentieel ten volle te gebruiken. Hij was de Mozes van de twintigste eeuw.

G-d heeft het Joodse volk namelijk nooit verlaten. Moshe Rabbenoe was een grote leider. Zo heeft G-d het Joodse volk in elke generatie leiders geschonken. Na de dood van Moshe Rabbenoe heeft Yehoshoe’a hem opgevolgd. Yehoshoe’a heeft het Joodse volk over de grens naar Israel gebracht en elke stam zijn deel gegeven. 

Vervolgens kwamen de ‘Ouderen’ en daarna 14 rechters en profeten. Daarna kwamen koningen, Sha’oel, David, Shlomo en nog vele andere vorsten. Vervolgens stonden de Nesiïem, de voorzitters van het hooggerechtshof aan het hoofd van het Joodse volk, gevolgd door grote geleerden. Dit alles is bijgehouden: de namen, de geboorte- en sterfdata van alle leiders, van generatie tot generatie, van leraar tot leerling, tot aan onze generatie toe.

In 1902 werd in de Oekraïne een speciale ziel geboren, de Lubavitcher Rebbe (1902-1994). Op 3 Tamoez (deze week) gedenken wij zijn sterfdag.  

Hij was een spirituele vorst die van kleins af aan over Mashiach en een betere toekomst droomde. Een geleerde die twee wereldoorlogen van heel dichtbij moest meemaken. Hij keek naar een wereld die in vlammen was opgegaan.

Toen hij 48 jaar werd, nam hij in New York het leiderschap van een kleine Lubavitcher gemeenschap op zich. En toen begon zijn revolutie. Hij blies frisse Joodse lucht in een bijna verbrand Jodendom, nieuw leven te midden van tranen en trauma’s. Hij was een rechtschapen man met een wereldwijde visie, een visie met een sterke wens dat Mashiach zich heel gauw zal openbaren. Een man die keihard in het unieke potentieel van elk individu geloofde, ongeacht wat hij had meegemaakt. Hij was een leider die iedere persoon aanmoedigde om zelf ook een leider te worden. Zo moedigde hij in 1984 Bibi Netanyahu aan om zich niets aan te trekken van alle leugens en om zelf zijn eigen licht over de wereld te laten schijnen.  Bij meerdere gelegenheden heeft hij dhr. Netanyahu bekrachtigd met instructies en aanwijzingen die tot vandaag en vooral vandaag zijn leidraad zijn gebleven in zijn politieke carrière. Het is alsof de Rebbe in 1984 al wist dat Bibi premier zou worden. Geen wonder dat Bibi de wereld aandurft en als een leeuw handelt, ongeacht de wereldopinie. Deze energie is hem tientallen jaren geleden door de Lubavitcher Rebbe op een profetische manier ingefluisterd. 

De Rebbe durfde het aan om alle drie de groepen uit de woestijn toe te spreken, aan te moedigen en weer op het juiste pad te brengen. De drie opstanden die in de woestijn plaatsvonden, hebben zich namelijk in ons tijdperk herhaald. Voor elke groepering had hij de juiste boodschap.

Hij sprak met groep 1, die een Israel zonder Torah wenste. Deze Israelische premiers, ministers en ambassadeurs kwamen naar New York om met de Rebbe te overleggen over militaire en politieke strategieën.

Groep 2, de Joodse groep die vindt dat het Jodendom voor hem niet relevant is, heeft hij vol liefde en met respect ontvangen. Hij keek bij elk mens naar zijn ziel en niet naar hoeveel Jodendom hij in de praktijk bracht.

Groep 3, de mensen die van mening waren dat je het Jodendom moest laten verwateren om het acceptabel te maken voor de moderne Jood. Niets ervan, verklaarde de Lubavitcher Rebbe. Jullie onderschatten de kracht en bereidwilligheid van een nieuwe generatie! Deze Rebbe had zijn grootste geloof en vertrouwen in de jeugd. Hij was ervan overtuigd dat de jonge mensen uitsluitend de waarheid wilden horen. Geen verwaterd en aangepast Jodendom voor groep drie. Alleen het authentieke zou voor deze enthousiaste jeugd voldoen. En zo geschiedde. Nieuwe generaties groeiden en bloeiden met een enorme revolutionaire kracht. Het seculiere Israel bleek helemaal niet zo seculier te zijn. 

Hij moedigde iedereen aan om zijn eigen talenten en gaven te ontplooien. Hij overtuigde elk mens ervan dat hij deze wereld tekort zou doen wanneer hij zijn individuele capaciteiten niet zou ontwikkelen. Hij moedigde de overlevenden van de Holocaust aan om nog meer goede daden te verrichten ter nagedachtenis aan allen die vermoord waren. 

Er kwam eens een gehandicapte jonge man bij de Lubavitcher Rebbe. Zoals je van een rechtschapen man zou verwachten, was de Rebbe bijzonder aardig tegen hem. Echter, er was meer aan de hand: de Rebbe heeft de jongen met heel veel liefde benaderd, doch niet met medelijden. Zijn boodschap aan hem was dat G-d hem uiteraard niet in deze situatie had gebracht om hem te pesten of te straffen. Integendeel, G-d had hem, door zijn handicap, gedwongen om naar diepere krachten in zichzelf te graven die hij anders nooit zou hebben ontdekt. Ineens werd zijn handicap juist een katalysator, een reden om inactief potentieel tot leven te roepen.

In de ogen van de Rebbe was deze jongen juist begaafd en uitgerust met ongekende mogelijkheden, waar niet-gehandicapte mensen niet over beschikken. De Rebbe had door deze benadering de situatie van deze jonge man ineens omgewenteld van een zielig geval naar een uitzonderlijke positie. Toen onze jongen de Rebbe verliet, was hij helemaal blij en opgewekt en voelde hij zich juist bevoorrecht dat G-d hém gekozen had om een unieke taak te vervullen door diep potentieel in zichzelf te ontdekken. De Lubavitcher Rebbe is een ware leider, iemand die anderen kracht geeft om op hun beurt ook een leider te worden; een leider over zichzelf, over hun omstandigheden: het kunnen omdraaien van een moeilijke situatie naar een lichtgevend punt. Alleen een invalide, juist door zijn mankement, zou zijn unieke potentieel kunnen bereiken. 

Met liefde

Zoals de Nazi’s iedere Jood uit haat hebben opgespoord, zo heeft de Lubavitcher Rebbe getracht elke Jood met liefde te bereiken (Rabbi Jonathan Sacks). Om dit doel wereldwijd te kunnen behalen heeft hij duizenden afgezanten, rabbijnen met hun gezinnen, naar alle uithoeken van de wereld gestuurd om daar te gaan wonen, tot aan Utrecht toe. Zij gingen Joden in hun stad warmte en liefde en kracht bijbrengen. Uit naam van de Lubavitcher Rebbe hebben zij een boodschap van respect, liefde en persoonlijke aandacht aan iedereen gebracht die zij tegenkwamen. Deze rabbijnen hebben hun Joodse enclave verlaten om alle drie de groepen te woord te staan.

We staan aan de drempel van de komst van de Mashiach, een Joodse koning die een nieuw tijdperk zal inluiden. Een afgezant van G-d die een revolutie zal bewerkstelligen waar we ons nu nog weinig van kunnen voorstellen. Eén ding is zeker en dat is dat de veranderingen die plaats zullen vinden zo gigantisch gaan zijn, zó verbijsterend en grandioos, dat wij dan pas de pijn van onze lange ballingschap zullen kunnen vatten en vervolgens vergeten. Met minder dan dat zullen wij geen genoegen nemen. 

Want geloof mij, we hebben niet 2000 jaar bloed en tranen vergoten om uiteindelijk een kopje koffie op het strand in Tel Aviv te kunnen drinken. Noch zijn wij millennia lang vervolgd om Nobelprijzen te kunnen winnen en onze naam in het wereldnieuws te zien staan. Ons volk heeft niet Treblinka en Dachau overleefd om ons af te vragen of de VN ons wel of niet het recht zullen geven om in ons eigen land vrij te kunnen ademen.  Het is fantastisch om een eigen vlag en luchtmacht te hebben, zoals alle 194 andere landen ter wereld dat hebben. Hoe prachtig dit allemaal ook is, dit is niet ons einddoel. Dit is nog niet ons ware succes.

Wij hebben in ons het potentieel om veel meer te bereiken en veel dieper te gaan.  Wij bereiden ons voor op een tijdperk waarin niet de diamanten zullen glimmen, maar vooral onze goede en mooie daden. Een revolutie in de geschiedenis waarbij Mashiach elke Jood uit de hele wereld zal meenemen, ongeacht zijn niveau, ongeacht zijn kennis en ongeacht hoeveel hij praktiseert.  Geen Jood zal achterblijven.

Laten we nog even volhouden en de laatste push geven, nog één goede daad verrichten en onze eigen unieke bijdrage leveren aan een betere wereld, een toekomstige wereld, waarin de kennis van G-d de wereld zal vullen, zoals de wateren de zee bedekken, (Yeshayahoe 11-9) 

כִּֽי־מָלְאָ֣ה הָאָ֗רֶץ דֵּעָה֙ אֶת־ה’ כַּמַּ֖יִם לַיָּ֥ם מְכַסִּֽים

Shabbat shalom! 

Bracha Heintz             
www.chabadutrecht.nl   

In de volgende link vertelt premier Netanyahu zelf hoe de Lubavitcher Rebbe hem 40 jaar geleden kracht heeft ingesproken!

https://youtube.com/shorts/AopMFASIxTs?si=ZV6BbM_DsnFQ5UzO

Geïnspireerd op lessen van Rav YY Jacobson. Vragen, feedback en commentaar zijn welkom! 
Speciale dank voor de opmaak en correcties van Rianne Meyer, Sonja Tamam en Devorah Verwoerd.

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

 

Shelach Lecha | Israel, waarom?

Shelach Lecha | Israel, waarom?

Wat als je het overleven van het Joodse volk eerlijk zou analyseren? Dan is er maar één conclusie mogelijk: het is niet land, taal, cultuur of militaire macht die ons in al die duizenden jaren bij elkaar heeft gehouden. Het is onze onvoorwaardelijke verbinding met de Torah, zo vertelt ons de Parasha van deze week.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Het gebeurde een jaar nadat het Joodse volk de Torah op de berg Sinai had ontvangen. Het was toen 29 Siewan 2449 en het volk arriveerde net ten zuiden van de Israelische grens. Nog een paar kilometer en het Joodse volk kon het beloofde land binnentreden.

Het was hoog tijd om twaalf verspieders uit te zenden om het land te verkennen. Zij werden met grote zorg geselecteerd. Stuk voor stuk waren het vooraanstaande leiders, ieder een vertegenwoordiger van zijn eigen stam, die als opdracht kreeg om het beloofde land te verkennen en zijn bevindingen te rapporteren.

Nationale ramp

Men kan zich afvragen of dit werkelijk nodig was. Had het zin om een land te verkennen dat door G-d beloofd was? Was het inderdaad noodzakelijk om na te gaan of G-d in staat was het heilige land aan het volk Israel te schenken? Wat deed het ertoe of er veel of weinig bewoners waren en of ze sterk of zwak waren? In hoeverre was het van belang om te onderzoeken of er vestingsteden waren of niet? G-d is toch Almachtig! 

Toch vroeg Moshe Rabenoe toestemming aan G-d om verspieders te sturen omdat het Joodse volk dat eiste. G-d heeft hun verzoek ingewilligd, hoewel het best een riskante operatie was. Wie wist of de verspieders alles wat ze zouden gaan zien op de juiste manier zouden interpreteren? Maar Hashem stemde met dit project in, met alle risico’s van dien; dan hadden zij maar niet moeten twijfelen of het land wel of niet veroverd kon worden. Moshe Rabenoe dacht van zijn kant: “Laat ze maar gaan en dan zullen zij na hun bevindingen juist enthousiast worden over het aan hen beloofde land.” שְׁלַח לְךָ֣ Shelach Lecha is de naam van deze Parasha en dat betekent Stuur voor jezelf. G-d zegt tegen Moshe Rabenoe: “Stuur voor jezelf” omdat jij (het Joodse volk) dat zo graag wilt. Voor Mij hoeft het niet. 

Wanneer de verspieders terugkomen, gebeurt er een nationale ramp, een vergissing die de koers van de komende 40 jaren zal  veranderen. Tien van de twaalf verspieders houden zich niet aan hun verkenningsopdracht: ze geven niet alleen verslag, ze trekken ook conclusies en geven advies (Shelach 13-31):

לֹ֥א נוּכַ֖ל לַעֲל֣וֹת אֶל־הָעָ֑ם כִּֽי־חָזָ֥ק ה֖וּא מִמֶּֽנּוּ׃…

…wij zullen niet tegen het volk op kunnen, want het is sterker dan Hij.

Met andere woorden: wij zullen de volkeren die in Israel wonen niet kunnen verslaan want zij zijn sterker dan Hij (G-d).

Naar hun mening was echter nooit gevraagd; hun opdracht was uitsluitend om verslag uit te brengen van wat zij hadden waargenomen. Met dit ongevraagde advies demoraliseren zij een heel volk.

“Het land eet haar bewoners op!” verklaarden de verspieders er ook nog bij. Dientengevolge raakte het hele Joodse volk in paniek. Hysterie heerste alom. Er werd gehuild en geklaagd over Moshe Rabenoe en Aharon haKohen. “Waren we maar in Egypte gestorven of zelfs in de woestijn etc…”, zeiden de mensen die de Torah hadden ontvangen. “Laten wij een leider benoemen en teruggaan naar Egypte”, besloten zij (Shelach 14 – 2,3,4).

Dit was de tiende keer dat G-d door het Joodse volk op de proef werd gesteld (Shelach 14-22):

 וַיְנַסּ֣וּ אֹתִ֗י זֶ֚ה עֶ֣שֶׂר פְּעָמִ֔ים וְלֹ֥א שָׁמְע֖וּ בְּקוֹלִֽי׃…

…en zij hebben Mij, bij deze al tien keer op de proef gesteld en zij hebben niet naar Mijn stem geluisterd. 

Bezwaar

Wanneer je alles wat dieper analyseert, kom je er al gauw achter dat dit verhaal minder simpel is dan op het eerste gezicht lijkt. Want hoe kan het zijn dat het Joodse volk ineens zijn vertrouwen in G-d was kwijtgeraakt? Het leefde immers van het ene wonder naar het andere. Iedereen was getuige geweest van de tien plagen en de splitsing van de zee. Iedereen had met eigen ogen kunnen aanschouwen hoe een heel Egyptisch leger in de zee verdronk. Wat hadden ze ook alweer voor het ontbijt gegeten? Juist ja, Manna, het dagelijkse voedsel dat uit de hemel viel. Ze dronken water dat uit een steen vloeide. De wolken beschermden hen tegen warmte, kou en nog andere gevaren die in de woestijn voorkwamen zoals slangen en schorpioenen.

Eénmaal in de geschiedenis van de wereld gebeurde het dat G-d zich aan een heel volk heeft geopenbaard. Dat was bij de berg Sinai. Zoiets was nog nooit eerder gebeurd en is daarna nooit meer voorgekomen. En als je een verspieder zou vragen wat hij voor zijn ontbijt had gegeten, dan zou hij antwoorden dat er Manna geserveerd was. “Hoezo brood uit de hemel?” zou je hem kunnen vragen. “Nou gewoon, uit de hemel! Bij ons zijn wonderen een natuurlijke manier van leven.” ”Werkelijk? Geloof je het zelf?” ”Ja hoor, G-d heeft alles gemaakt en alles is van Hem. En dus, als G-d dit wenst dan zorgt Hij dat er voedsel uit de hemel valt.”

En deze zelfde verspieder die net brood uit G-ds keuken had gegeten en zijn dorst had gelest door middel van een steen, stond op en verklaarde dat G-d niet sterk genoeg was om één klein landje te veroveren? Onbegrijpelijk! Raar en volkomen tegen alle logica in! En niet alleen dat, het hele volk deed hier ook nog eens aan mee! Was er dan niemand die het Joodse volk kon overtuigen van G-ds capaciteiten? Was er niet één man of vrouw die iedereen attent kon maken op de hoeveelheid wonderen die G-d al verricht had?

De verspieders waren vooraanstaande leiders, één voor elke stam. Ze waren gelovig en hadden volkomen vertrouwen in de capaciteiten van de Almachtige. Wat was dan hun bezwaar tegen de intocht in het Heilige Land?

Exotisch hotel

Nee, de tien verspieders hadden een veel subtielere reden om de reis naar Israel tegen te houden. Ze waren namelijk bang om hun oase in de woestijn te verlaten. Dagelijks Manna uit de hemel, water uit een wonderbaarlijke woestijnbron, splitsende zeeën en nog meer van dit soort wondertjes maakten het leven wel heel erg aangenaam in die woestijn: een soort exotisch 5-sterren hotel met eerste klas bediening.  En nu zouden ze het land in moeten trekken? Het eerst moeten veroveren en vervolgens gaan bewerken, een politiek systeem opzetten, het land verdedigen, ontbijt, lunch en avondeten klaarmaken? De vloer dweilen en de ramen lappen? “Wanneer is er dan nog tijd voor spirituele zaken?” vroegen de verspieders zich af. “Dat is toch onze specialiteit? Wanneer gaan we lernen en mitswot doen? Het leven in het land, de dagelijkse beslommeringen van de fysieke wereld, gaan ons volledig consumeren! “Het land eet haar bewoners op!” verklaarden zij letterlijk. 

En als we al van onze spirituele oase naar een lichamelijk bestaan moeten overgaan, zijn wij dan niet automatisch onze G-ddelijke bescherming kwijt?

Schakel tussen hemel en aarde

Noch de verspieders, noch het Joodse volk hadden begrepen hoe de vork in de steel zat. Je hoeft namelijk het spirituele niet van het lichamelijke te scheiden. Integendeel. Toen de Torah bij de berg Sinai uit de hemel daalde en Moshe Rabenoe de berg besteeg, werd er een brug geslagen. Er is toen een schakel gecreëerd tussen hemel en aarde: Moshe Rabenoe ging omhoog en de Torah kwam naar beneden.  Vanaf de openbaring op de berg Sinai en daarna werd het mogelijk om het lichamelijke en het spirituele niet alleen met elkaar te verbinden maar zelfs met elkaar te verweven.

Het Joodse volk kreeg op dat moment een nieuwe taak, een bijzondere rol. Elke Jood kreeg vanaf de openbaring op de berg Sinai de mogelijkheid om een verbinding te maken tussen het spirituele en het lichamelijke. En dat is de essentie van elk gebod: je neemt een fysiek voorwerp en met dat object voer je G-ds wil uit. Je neemt bijvoorbeeld geld (materie) en je geeft het aan een arm persoon. Niet alleen is de arme op dat moment geholpen en heeft de gever een goede daad verricht, maar ook is het gegeven geld op zich ineens getransformeerd. Voorheen was het een gewoon bankbiljet en nu heeft het een metamorfose ondergaan: het is een mitswah-biljet geworden.

De gever heeft een verbintenis tot stand gebracht tussen het geld en het hogere doel waar het geld voor gebruikt is. Dankzij deze ene goede daad is het geld zelf ook verheven. Tevens is alles wat de geldschenker gedaan heeft om dat geld te verdienen ook in deze verbintenis met het spirituele opgenomen. Heeft hij het geld door werken verdiend, dan is elke actie die hij ondernomen heeft om dat salaris te verdienen op een hogere plek gekomen. Ook alle energie en al het eten dat hij gebruikt heeft om dat loon binnen te halen worden verheven. Heeft hij op de dag dat hij werkte een boterham gegeten, dan worden de akker, de boer, de zaadjes en de mest, het graan, de bakker en alles wat nodig was voor het ontstaan van deze boterham, allemaal getransformeerd naar een hogere dimensie. Met andere woorden, door een mitswa te doen verander je de hoedanigheid van alle materie die direct of indirect nodig was om het gebod uit te voeren.

Dit geldt voor elk van de 613 ge- en verboden. Dit fenomeen is te herleiden tot het woord mitswa dat vertaald wordt met gebod of verbod. Het woord mitswa betekent echter ook ‘verbinding’, omdat elke keer als je doet wat een ander je vraagt of als je je weerhoudt om te doen wat een ander jou verboden heeft, jij je relatie met de vrager hebt versterkt. Wanneer je een Mitswah doet, creëer je niet alleen een relatie tussen jezelf en G-d, maar ook tussen alle materie die je voor dit gebod gebruikt hebt en G-d. 

Ga de wereld in

Volgens dit principe begrijpen we hoe essentieel het is om ons met de materie bezig te houden. Dit is de reden waarom G-d ons in deze wereld heeft neergezet en niet ergens daarboven samen met engelen en geesten. Wel moet het gebruik van het materiële plaatsvinden volgens de aanwijzingen zoals die in de Torah worden uiteengezet. Als we de materie op eigen houtje zouden gebruiken, dan zouden wij de relatie met G-d kwijtraken en zou de fysieke wereld blijven waar die is. Daarmee zouden wij aan het hele doel van de schepping voorbijgaan, aangezien G-d een lage materiële wereld juist geschapen heeft opdat de mens het zou verheffen. Eet je een koshere maaltijd, dan verhef je het voedsel dat je geconsumeerd hebt. Als je niet kosher eet, dan blijven het eten en jammer genoeg alle cellen die door dat voedsel in jouw lichaam ontstaan zijn in deze wereld steken.

Daarom heet iets wat verboden is in het Hebreeuws אסור (asoer). Maar asoer betekent niet alleen verboden. Het betekent ook vastgebonden omdat als je iets doet dat verboden is, de materie waarmee je het verbod hebt uitgevoerd vastgebonden blijft in deze lage fysieke wereld.

Anderzijds heet iets wat geoorloofd is מותר (moetar). Moetar betekent geoorloofd, maar het betekent ook ‘los’ omdat het voorwerp of de materie waarmee je een gebod uitvoert los zit en na het uitvoeren van het gebod kan stijgen naar hogere werelden. 

Door iets te eten dat אסור (asoer) verboden/vastgebonden is, heb je een kans gemist om jezelf en de hele voedselketen te verheffen.

Veel mensen raken ontmoedigd in hun leven omdat ze geen doel voor zichzelf hebben. De Torah helpt ons om te realiseren dat elke, zelfs minuscule actie, uitwerkingen heeft in alle werelden, zowel materieel als spiritueel. De mens is een schakel, een katalysator, om bewust volgens de Torah te leven en het doel waarvoor G-d de wereld heeft geschapen te bereiken. Wat een verantwoordelijkheid en wat een voorrecht! Elke handeling en beweging wordt ineens cruciaal. Ik doe er toe en niet zo’n klein beetje ook. Mijn keuzes, ook wanneer niemand mij ziet en niemand ervan af weet, maken een oneindig verschil. Ik ben in staat om alles waar ik mee in aanraking kom te transformeren. Wauw! Ik hoef alleen maar de gebruiksaanwijzingen uit de Torah te volgen! 

Door in die woestijn te blijven en geen materiële zorgen te hebben, omdat G-d in alles voorziet, ga ik voorbij aan het doel waar ik voor geschapen ben. Door alles wat heilig is nog heiliger te maken, breng ik geen enkele mutatie teweeg en bereik ik het doel van de schepping niet, integendeel! Het gaat er juist om deze lage fysieke wereld te transformeren naar een hoger niveau. Zoiets doe je niet in een woestijn waar G-d jou een VIP-behandeling geeft.

Nee, ga de wereld in, ga ploegen, zaaien en oogsten, ga de huur betalen en zorg dat er vrede in je eigen gezin heerst. Ga je karakter verbeteren en leer je te beheersen!

Tijd om te leren omgaan met duisternis en negatieve krachten. Tijd om een stukje van de hemel naar het aardse te brengen. Ruime gelegenheid om onze negatieve trekken af te leren en de materie voor een hoger doel te gebruiken. Wil je Joods doen, ren dan niet weg van het aardse leven, maar leer om ermee om te gaan. Lééf het leven en probeer daarbij je lichamelijke neigingen om te buigen naar goede daden. De wens van de verspieders was om in de woestijn te blijven om zo het aardse leven te ontvluchten. Deze manier van denken was hun valkuil.

De verspieders hebben met hun denkfout het hele volk gedemoraliseerd. Iedereen begon zinloos te huilen en te jammeren. De dag dat dit geschiedde was 9 Aw, de meest droevige dag van het jaar voor het Joodse volk. Een dag waarop er ook later in de geschiedenis vele calamiteiten zouden gaan plaatsvinden.

“Jullie huilen voor niets. Jullie willen het land niet binnen?…dan maar niet” zegt G-d tegen hen. “Jullie zijn zo dicht bij jullie bestemming, slechts enkele kilometers van de grens, maar ik zie dat jullie er niet klaar voor zijn. Er zal nog heel wat moeten gebeuren voordat jullie het heilige land binnen kunnen treden. Blijf dan nog maar even (39 jaar) in de woestijn. Jullie hebben de theorie geleerd (Torah) en nu gaan jullie 39 jaar in de wildernis stage lopen. Pas daarna zullen jullie in staat zijn om Israel binnen te treden en het doel te gaan bereiken waar de hele wereld voor geschapen is, namelijk het vermengen van het fysieke met het spirituele, oftewel het gebruiken van materie om ge- en verboden uit te voeren, waardoor deze materie een hoger niveau kan bereiken.”

Omweg

Het duurt namelijk geen veertig jaar om van Egypte naar Israel te trekken, zelfs niet te voet, tenzij je ontzettend omloopt of überhaupt ergens blijft steken. En dat is precies wat er gebeurde: 19 jaar lang bleef het volk in de Paran woestijn in Kadesh Barnea gelegerd, direct ten zuiden van Israel.

Daarna hebben zij 19 jaar lang een cirkel gemaakt om weer in Kadesh Barnea terecht te komen. Van daaruit zijn ze via het oosten Israel binnengetrokken. Maar we lopen op de feiten vooruit. Het is duidelijk: de intocht in Israel die in 2449 plaats had kunnen vinden, één jaar na de uittocht uit Egypte en de ontvangst van de Torah, werd 39 jaar lang, tot het jaar 2488, uitgesteld.

Deze jammerlijke geschiedenis heeft nog een staartje.

Één groep, de Maapiliem, kreeg spijt van het klagen. Ondanks het decreet om in de woestijn te blijven, besloten ze om toch direct naar Israel te gaan (Bemidebar 14, 40-44). “Nee,” zei Moshe Rabenoe, “daar is het nu te laat voor. Eerder had het wel gekund, maar nu niet meer. Als G-d dit niet wenst, is jullie reis gedoemd om te falen.” Maar de Maapiliem vertrokken toch. Moshe ging niet mee. De ark met de stenen tafelen, die bij oorlogen altijd meeging, bleef in het kamp. Deze fanatiekelingen vertrokken richting Israel. Het was tegen G-ds wil in én ook nog zonder de stenen tafelen!

Helaas werden zij allemaal door de Amalekieten en Kanaänieten vermoord. Deze tocht naar Israel, zonder de ark waar de Torah in lag en buiten G-ds wil om, bleek fataal. Een fout met levensgevaarlijke consequenties.

Zionistische droom

De geschiedenis heeft zich nog geen eeuw geleden met het Zionisme herhaald. Zo’n 120 jaar geleden beweerde men dat antisemitisme veroorzaakt werd door het ‘gebrek aan een eigen land’. Elk volk heeft een eigen land nodig, verklaarde men, een plek waar het samen in alle rust kan leven en men zich tegen zijn vijanden kan verdedigen. De Zionisten besloten in 1897 dat vanaf het moment dat zij hun eigen land zouden hebben, zij een normaal leven zouden gaan leiden. De Jodenvervolging zou dan ophouden.

Vandaag is Israel een realiteit. Het is het mooiste land op aarde met een sterk leger. Een tehuis voor miljoenen Joden waar zij naartoe kunnen vluchten, waar zij kunnen wonen en zich kunnen ontplooien. Daar hebben zij zich weten te ontwikkelen tot één van de meest geavanceerde landen ter wereld. We steunen het land met hart en ziel en zijn zo trots op al zijn prestaties en successen. Als het daar even misgaat luisteren we dag en nacht naar het nieuws, zo betrokken zijn wij. Bij elke raket die neervalt, stopt ons hart even met kloppen.

Het feit dat het Joodse volk zich in zijn oorspronkelijke land opnieuw heeft weten te vestigen, is een geweldig wonder. Dat het Joodse volk zich op eigen bodem kan verdedigen, zonder aan iemand verantwoording af te leggen, is een enorme prestatie!

Toch mogen we vaststellen dat de Zionistische droom maar gedeeltelijk realiteit is geworden. We zijn allesbehalve een normaal gemiddeld land geworden, waar niemand zich om bekommert. Israel is maar een piepklein plekje op de aardbol. Wij bemoeien ons met niets en met niemand. Toch krijgen wij wereldwijd ruimschoots aandacht.

Elk volk begint met een groep personen die samen op één plek – een land – woont en een eenheid vormt. Het Joodse volk is anders. Een land is niet wat ons bindt, noch een taal. Al 2000 jaar geleden zijn wij uit Israel verdreven, maar het Joodse volk is zijn identiteit en zijn eenheid nooit kwijtgeraakt.

Rav Saadya Gaon uit de tiende eeuw probeerde dit vreemde fenomeen te analyseren. Het is geen taal of haarkleur of stijl die ons bindt. Het is een ideologie, een mening, een manier om naar de wereld te kijken door een Torah-lens. Het is een code en het is een systeem van wat je als Jood wel en niet doet dat de Jood uit Gibraltar verbindt met zijn broer uit Yemen of Taiwan.

Geen oplossing

De Zionisten dachten dat als Israel een eigen terrein zou hebben, alle volkeren ons eindelijk met rust zouden laten. Zo’n klein landje, zo ver weg in het oosten… en daarmee zou het antisemitisme tevens verdwijnen. De Jood zou dan geen religieus individu meer zijn, maar gewoon, net als ieder ander mens op deze aardbol, een bewoner van één van de vele landen ter wereld. In het Israelische volkslied werd G-ds naam vermeden. In de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 worden de Torah en haar regels en wetten verzwegen. Dit zou de veiligheid van Israel waarborgen. Geen Holocaust meer, geen aanvallen, geen antisemitisme.

Maar geen dag gaat voorbij of Israel wordt in de media besproken. Het antisemitisme zou stoppen, werd er in 1897 in Bazel, bij het eerste Zionistische congres, verklaard. Een eigen land was de oplossing.

En toen 7 oktober… 

Wat is er misgegaan met al deze prachtige plannen? Hoeveel oorlogen vanaf dag één heeft Israel moeten bevechten om zich te kunnen verdedigen en handhaven? Hoeveel miljoenen Israeliërs hebben zich sinds de oorlog in Koeweit in 1991 in schuilkelders moeten verstoppen, met of zonder gasmaskers? Een eigen seculier land zou ervoor gezorgd moeten hebben dat de Joden niet meer zoveel aandacht zouden krijgen. Niets is minder waar.

Integendeel, het bestaan van Israel wakkert dagelijks nog meer antisemitisme aan in Israel en in de rest van de hele wereld dan ooit tevoren. Elke keer dat er in ons land oorlog gevoerd wordt, stijgt het antisemitisme in de hele wereld! Wat was de vergissing van de Zionisten? Terwijl onze soldaten dagelijks hun leven op het spel zetten om ons bestaansrecht te verdedigen, mogen wij deze vraag niet negeren. Wat is het Joodse volk en wat is antisemitisme? 

Torah en Mitswot

Het bestaan van het Joodse volk is niet afhankelijk van een land of een politiek systeem. We zijn verspreid over de hele wereld, spreken tientallen talen en hebben talloze gewoontes. Wat is de rode draad die een Jood uit Australië verbindt met zijn geloofsgenoot uit Canada? Wat bindt hen samen?

Er is maar één antwoord mogelijk en dat is de Torah met de Mitswot. Elk volk op aarde is begonnen met een eigen terrein. De Joodse geschiedenis begint echter in een woestijn, in niemandsland. Ons land krijgt alleen maar betekenis binnen de context van de Torah. Het is de Torah die ons gebiedt om in Israel te wonen. Het is de Torah die ons gebiedt om daar, en uitsluitend daar, een tempel te bouwen. Nergens anders ter wereld mag men altaars bouwen en offers brengen.

Ons volk wordt verenigd door een ideologie, een wet en uniforme praktijken. En het antisemitisme wordt door deze zelfde ideologie die elke Jood bewust of onbewust in zich heeft, aangewakkerd. 

Onvoorwaardelijke verbinding

Ga aan tafel zitten met een Jood uit Monaco of Mexico, nu of 200 jaar geleden toen er nog geen WhatsApp bestond en communicatie traag verliep of soms onmogelijk was. Misschien zul je zijn taal niet verstaan, maar hij zal wel zijn handen wassen voordat hij brood eet. Na de maaltijd zal hij precies dezelfde woorden uitspreken om G-d te bedanken, zoals er in de Torah staat: ”Je zult eten en je zult verzadigd zijn en je zult G-d erkennen als bron van alle zegeningen.”

Mocht hij dat zelf niet meer doen, dan heeft zijn (groot)vader het wel gedaan. Zijn er heel veel generaties voorbijgegaan zonder Joodse praktijken, dan weten de nakomelingen vaak niet eens meer dat ze Joods zijn. Ze zijn dan hun verbindingsfactor, namelijk de Joodse gebruiken, kwijtgeraakt en daarmee hun Joodse identiteit.

Kijk naar Moses Mendelssohn die in 1782 de integratie van het Joodse volk in het Duitse leven ging promoten. Hij was tegen het gebruik van de Jiddische taal. Hij stelde dat als de Joden zouden assimileren, de Duitsers hen niet meer zouden discrimineren. Zijn ideeën hebben het niet lang overleefd. Vier van zijn zes kinderen hebben zich tot het christendom bekeerd. Om maar niet te spreken over de ‘gelijke behandeling’ waar de nazi’s juist in dat land, 150 jaar later, zich schuldig aan hebben gemaakt.

De assimilatie die door de liberalen in gang was gezet heeft geen enkele Jood tegen de holocaust kunnen beschermen. Integendeel, het is juist deze trend die tot op de dag van vandaag de continuïteit van het Joodse volk nog het meest in gevaar brengt. Het Joodse volk verliest meer mensen aan assimilatie en gemengde huwelijken dan aan antisemitisme of oorlogen. De getallen liegen er niet om. In de 19de eeuw heeft 40% van de Joden uit Berlijn zich bekeerd tot het christendom. En in de VS zijn, tussen 1840 en 1930, 1 miljoen Joden geassimileerd.

We kunnen in alle eerlijkheid stellen dat Rav Saadya Gaon gelijk had en nog steeds gelijk heeft. Iedere groepering binnen het Joodse volk die van de Torah is afgedwaald, heeft geen stand kunnen houden. Waar zijn de aanbidders van De Baäl, een afgod in de tijd van Eliyahu, de profeet? Waar wonen de Tsedoekim die alleen de schriftelijke leer in acht namen en de mondelinge leer verwierpen? Waar zijn de achterkleinkinderen van Moses Mendelssohn en de andere bedenkers van de Joodse Verlichting? Ze zijn óf teruggekeerd naar het authentieke Jodendom óf ze weten na enkele generaties niet meer dat ze Joods zijn. Jodendom zonder Torah houdt geen stand.

Als je het overleven van het Joodse volk eerlijk zou analyseren, kun je maar één conclusie trekken: het is geen land, taal, cultuur of militaire macht die ons in al die duizenden jaren bij elkaar heeft gehouden. Het is onze onvoorwaardelijke verbinding met het eeuwige aspect van de Torah. Dat is de leidraad.

Verzamelen

De Zionisten hebben oprecht gedacht dat G-dsdienst alleen maar zijn nut had buiten Israel. Torah en Mitswot waren nodig om onze identiteit te waarborgen. Eenmaal in Israel zou de Torah overbodig zijn. Jodendom zou zelfs in de weg staan om van Israel een gewoon democratisch, seculier land te maken waar de wereld geen aandacht meer aan zou schenken.

Hoeveel uren heeft het geduurd nadat de staat Israel uitgeroepen werd totdat het aangevallen werd? De feiten liegen er niet om.

Rav Saadya Gaon had gelijk en de Zionisten, hoe oprecht dan ook, hebben zich vergist. De Parasha vertelt ons hoe Moshe Rabenoe een enthousiaste groep toespreekt die spijt had van al het klagen en Israel op eigen houtje toch Israel wilde binnentrekken. “Nee”, zei Moshe Rabenoe tegen hen. “De Torah gaat deze keer niet met jullie mee. De ark blijft hier en daardoor zal jullie missie helaas in een grote catastrofe ontaarden. “Want als je naar Israel gaat zonder de Torah en haar spelregelsnmee te nemen, dan zul je geen succes boeken.”

Premier Netanyahu weet het ook. Vlak voor de aanval op Iran begaf hij zich naar de Kotel (Klaagmuur) om daar zijn gebeden uit te spreken. Hij weet dat het succes van deze aanval, de superioriteit van het Israelische leger, de bescherming van het volk en de uiteindelijke overwinning allemaal uitsluitend afhankelijk zijn van G-ds hulp. Beter gisteren dan vandaag! Amen!

Bracha Heintz             
www.chabadutrecht.nl   

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Geïnspireerd op o.a. een les van Rav YY Jacobson. Commentaar is welkom! 

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Bemiedbar | Hoe neem ik de Torah mee?

Bemiedbar | Hoe neem ik de Torah mee?

In Parashat Bemiedbar lezen wij hoe de Tabernakel en haar heilige voorwerpen door de woestijn vervoerd werden. Op het eerste gezicht lijkt het een technisch verhaal over doeken, kleuren en transport. Maar juist daar, tussen de turquoise wol en de veelkleurige huid van de Tachash, schuilt het geheim van het voortbestaan van het Joodse volk.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Bemiedbar is de naam van het vierde boek van de Torah en tevens de naam van de eerste
Parasha van dit boek. Bemiedbar betekent ‘in een woestijn’. Inderdaad mogen wij in dit
vierde boek een kijkje nemen in alles wat het Joodse volk is overkomen in hun
veertigjarige trek door deze wildernis.

In Parashat Bemiedbar wordt de reis door de woestijn zorgvuldig voorbereid en georganiseerd. Allereerst wordt het Joodse volk geteld. Daarna wordt nauwkeurig beschreven hoe iedere stam zijn tenten rondom de Tabernakel moest opstellen. Elke stam kende zijn plaats binnen het kamp.

Ook het reizen zelf verliep volgens een strak georganiseerde structuur. Men kan zich voorstellen welke chaos zou ontstaan wanneer bijna drie miljoen mensen tegelijkertijd moesten vertrekken. Denk alleen al aan de chaos die ontstaat wanneer een complete stad plotseling geëvacueerd moet worden. Toch verliep in de woestijn alles opmerkelijk ordelijk. Het vertrek, de reis en de aankomst werden telkens opnieuw in gang gezet via een door G-d georkestreerd systeem..

Ook de Tabernakel, het middelpunt van het Joodse kamp, werd elke keer mee vervoerd  en juist dat vormt het slotstuk van onze Parasha. In de laatste verzen wordt uitgelegd hoe de vijf heiligste voorwerpen van de Tabernakel getransporteerd moesten worden: de Ark, de tafel, de menora, het gouden altaar en het koperen altaar.

Het waren de Levieten die de verantwoordelijkheid droegen om de Tabernakel uit elkaar te halen, te vervoeren en op de nieuwe bestemming opnieuw veilig op te bouwen. Levi, de zoon van Ja’akov, had drie zonen: Gershon, Kehat en Merari, en één dochter, Jochewed (de moeder van Aharon, Mirjam en Moshe). Bij iedere verhuizing kreeg elk van de drie families van Levi een eigen, nauwkeurig afgebakende taak.

Verhuizing    

In de veertigjarige trektocht werd er nogal wat verhuisd. Van de ene plek in de woestijn naar de andere, totdat ze veertig jaar later in Israël zouden arriveren.

Parashat Bemiedbar (4, 4-6) omschrijft hoe de familie van Kehat, de middelste zoon van Levi, verantwoordelijk was voor het transporteren van de meest heilige voorwerpen. Wel moesten de priesters (Aharon en zijn afstammelingen) eerst deze heilige voorwerpen volledig inpakken voordat de Levieten in actie mochten komen om aan hun transporttaken te beginnen.

Minstens twee verschillende doeken waren nodig om de heilige voorwerpen in te pakken:

  1. Een wollen kleed in turquoise geverfd
  2. De veelkleurige huid van een dier dat Tachash heet

De Ark, waarin de stenen tafelen werden bewaard, werd eerst bedekt met het gordijn dat het heilige deel van de Tabernakel scheidde van het Allerheiligste. Daarna werd de Ark ingepakt in de huid van de Tachash en vervolgens nog eens omhuld met een wollen, turquoise kleed.

Zo eindigt de eerste Parasha van het vierde boek van de Torah, Parashat Bemiedbar. De Parasha van volgende week, Naso, gaat verder met het transport van de overige onderdelen van de Tabernakel door de twee andere families van Levi: Gershon en Merari.

Betekenis turquoise verf

Wat is de betekenis van deze turquoise kleur en waarom werd juist de huid van de Tachash gebruikt? Waarom waren deze materialen, en vooral hun kleuren, zo essentieel om het transport mogelijk te maken? Welke diepere gedachte schuilt hierachter en welke les kunnen wij daar vandaag nog uit meenemen?

Rav Y.B. Soloveitchik, een geleerde uit de twintigste eeuw legt het uit.

Techelet is de turquoise kleur die verkregen werd uit een bepaalde vis uit de Middellandse Zee die Chilazon heet. Deze vis was moeilijk te vinden en te vangen en derhalve was deze turquoise kleur lastig te verkrijgen. Het is zelfs zo dat het nu al eeuwen niet meer gebruikt wordt omdat men gewoonweg niet meer weet welke vis dit precies is.

Deze zelfde turquoise kleur werd ook voor Tsietsiet gebruikt, de touwtjes die door mannen aan de hoeken van een vierhoekig kleed worden gedragen. Eén van die touwtjes moest ook met die turquoise kleur geverfd worden. Dit wordt tegenwoordig niet meer gedaan omdat men niet meer precies weet om welke vis het gaat. Recentelijk claimde de Radziner Rav dat hij deze zeldzame vis weer ontdekt had. Derhalve lopen vandaag de dag enkele mensen met een blauwe draad in hun tsietsiet, maar de meesten niet, omdat vele geleerden niet met zekerheid weten vast te stellen dat de gevonden vis de juiste is.

Omdat deze vis ook vroeger zelden te vinden was ontstond er destijds een handel in indigo poeder, een verf, afkomstig van de indigo plant. De indigo kleur ziet er net zo uit als het turquoise van de Chilazon vis. Toch was men in staat om te verifiëren of de turquoise kleur die men wilde kopen werkelijk van de vis afkomstig was. De Talmoed (Menachot 42b) vertelt ons dat men door het inweken van de stof de afkomst van de kleur kon nagaan. De turquoise kleur die van de Chilazon gemaakt was verbleekte namelijk nooit. Als eenmaal de wol ermee geverfd was bleef het voor altijd zijn kleur behouden. Daarentegen verkleurde de indigo-verf wel.

Onaantastbare essentie

Hierin ligt al de eerste les besloten achter het vervoeren van de meest kostbare elementen van de Tabernakel.

Niet alleen werd de Tabernakel in de woestijn getransporteerd. Ook later door de hele geschiedenis heen, zou het Joodse volk moeten verhuizen onder de meest schrijnende omstandigheden. Gediscrimineerd, vervolgd, bestolen, gemarteld en vermoord zijn wij in groepen of individueel op transport gezet. Hoe hebben wij het als volk overleefd? Wat heeft onze uitzonderlijke continuïteit gewaarborgd? Hoe hebben wij de warmte en de vonk van het Jodendom kunnen behouden?  En waar komt onze vitaliteit en het Joods bewustzijn vandaan?

Het zit hem in de Chilazon vis en juist niet in de indigo-poeder. De verf van de indigo plant komt en gaat. Het kleurt om vervolgens weer te vervagen. Daarentegen blijft de turquoise kleur, afkomstig uit de Chilazon, continu verenigd met de stof. Wat je er ook mee doet, het blijft. Niets kan het aantasten of verminderen. Waar je het ook mee mengt en waar je het ook in weekt het blijft zijn kleur behouden. Het Joodse volk behoudt ook zijn kleur. En die kleur is onafscheidelijk van onze essentie. Onze omgeving beïnvloedt ons niet. Tweeduizend jaar lang weken in ballingschap tast onze essentie niet aan.

Verschillende lagen en kleuren

Tegelijkertijd is er, alvorens men op reis gaat, een tweede bedekking nodig, de Tachash, de huid van dat ene dier dat niet meer bestaat. Hoe zag die huid eruit? Het was een mengsel van verschillende prachtige tinten (Talmoed Shabbat 28a). Dit vertegenwoordigt de vele verschillende interpretaties binnen de Torah en de verschillende benaderingen binnen het Jodendom. Alles in de Torah heeft 70 verschillende lagen. De Torah heeft meer dan één kleur, net zoals de huid van de Tachash.

Elk individu is anders en zal daarom op een andere manier geïnspireerd raken. Iedereen heeft een bepaalde muzieknoot die bij zijn ziel past en samen met de andere muzieknoten vormen zij een prachtige symfonie. Iedereen mag de Torah ervaren op zijn manier, mits het binnen het kader van haar wetten valt. Vandaar dat het gordijn als eerste op de ark gelegd werd. Het gordijn was de scheiding tussen heilig en allerheiligst. De Torah moest beschermd worden, gescheiden van de rest. Maar binnen de Torah zelf bestaan er zeeën van mogelijkheden, talloze interpretaties en vele manieren om hetzelfde idee te ervaren. De Torah en de stenen tafelen in de ark zijn niet beperkt tot één kleur, één niveau of één manier van ervaren. Iedereen heeft het recht en de mogelijkheid om daar zijn eigen weg en creativiteit in te vinden. Iedereen heeft zijn eigen bijdrage en zijn eigen invalshoek.

Ook een piano heeft 88 toetsen, maar wanneer Mozart erop speelt, ontstaat er een hele andere melodie dan wanneer Beethoven zijn vingers over het klavier laat walsen
Dezelfde toetsen, dezelfde piano, maar iedereen zijn eigen energie, zijn eigen muziek. De Torah gaat over inclusiviteit; iedereen hoort erbij, iedereen draagt op een unieke manier bij en samen vullen we elkaar aan. Stel je voor dat een volledige symfonie uit slechts één noot zou bestaan, of dat een schilderij maar één enkele kleur zou bevatten?
Iedereen hoort erbij en wordt erbij betrokken. De huid van de Tachash was een mix van prachtige tinten en daarom een uiterst geschikte stof om de Torah mee in te pakken en waar ook ter wereld naartoe te brengen. 

Veelkleurig, maar één geheel

Toch is de Tachash de huid van maar één dier. Weliswaar een veelkleurig dier maar het is er toch maar één. Omdat het Jodendom ook één geheel is. Wil je de Torah door de generaties heen meenemen dan moet je het ook als één geheel zien. Als je erin gaat hakken, als je het gaat sorteren en erin keuzes gaat maken, of zegt: dit spreekt mij aan en dit niet, dit vind ik leuk, gezellig enz… en dit is me weer te duur, te lastig en te ver, dan houd je een verwaterd Jodendom over.

De geschiedenis laat zien dat díe stromingen binnen het Jodendom, die ervoor kozen om een deel van de Torah uit te voeren en een deel niet, geen stand hebben kunnen houden. Dit soort Jodendom heeft de kracht niet in zich om naar de volgende generatie overgebracht te worden. Stel, je vindt Shabbat leuk maar je gaat ook op Shabbat boodschappen doen of werken. Wat moeten jouw kinderen of leerlingen hieruit concluderen? Is het Jodendom serieus of niet? Is het altijd waar óf af en toe niet? Natuurlijk is er ook ruimte voor groei. Niemand hoeft of moet alles in één keer op zich nemen. Dit is echter heel anders dan te zeggen: “Met dit deel ben ik het eens en met dit deel niet.” Je zou kunnen stellen: “Ik ben er nog niet aan toe of het is mij nu nog te veel, maar hopelijk in de toekomst gaat het mij wel lukken.”

Voorbeeld Ruth en Naomi

Dit is wat Ruth tegen Naomi zei toen zij weigerde terug te keren naar Moaw en haar ouderlijk huis. Ruth wilde hoe dan ook samen met Naomi naar Israël reizen en zich aansluiten bij het Joodse volk. Met haar woorden liet zij Naomi zien dat zij elk aspect van het Jodendom volledig op zich wilde nemen.

‘En Ruth zei (tegen haar schoonmoeder Naomi): “Vraag mij niet om jou niet te volgen, want waar jij naartoe gaat zal ik naartoe gaan en waar jij zult slapen zal ik slapen, jouw volk is mijn volk en jouw G-d is mijn G-d. Ik zal sterven waar jij sterft en daar zal ik begraven worden. Zo zal G-d voor mij doen en zo zal Hij het verder door laten gaan, want de dood zal een scheiding maken tussen mij en jou.” (Ruth 1, 16-17):

Zo staat het letterlijk in Megilat Ruth geschreven, maar eigenlijk was er veel meer gaande dan wij hier oppervlakkig kunnen lezen. Het gesprek was eigenlijk veel dieper en gedetailleerder (Talmoed Yevamot 47b):

Het Jodendom doet niet aan zending en toen Naomi zag dat Ruth, haar schoondochter, niet naar haar ouders wilde terugkeren, probeerde Naomi haar te overtuigen om dat wel te doen. Naomi zei tegen Ruth: “Als je Joods wilt worden dan moet je je aan de Shabbat-regels houden. Dat houdt o.a. in dat je niet meer dan 1 km buiten de bebouwde kom mag lopen.” Waarop Ruth zegt: “…waar jij heengaat zal ik heengaan.”

De reis naar Israël kon langer dan één dag duren. Dat betekende dat er onderweg ook geslapen moest worden, maar dat kon niet zomaar overal. Volgens de Joodse wet mag een vrouw namelijk niet alleen met een man op een afgesloten plaats verblijven wanneer niemand onverwachts naar binnen kan komen, tenzij het haar echtgenoot of een zeer naaste verwant betreft. Het was daarom mogelijk dat zij onderweg in de open lucht zouden moeten overnachten. Daarop antwoordde Ruth: “Waar jij slaapt, zal ik slapen.”

Wij hebben 613 geboden en verboden en jij maar 7. Waarop Ruth antwoordt: “…jouw volk is mijn volk”.

Naomi zegt: “Wij mogen geen afgoden dienen.” En Ruth zegt: “…jouw G-d is mijn G-d”.

Tenslotte zegt Naomi: “Er zijn vier verschillende doodstraffen die een mens kan krijgen bij bepaalde overtredingen.” En Ruth reageert: “…ik zal sterven waar jij sterft”. M.a.w. ik onderwerp me aan dezelfde regels als jij.

Holistisch

Wat opvalt in dit gesprek is de mix en verscheidenheid van onderwerpen, regels en wetten die door Naomi naar voren worden gebracht. Van afgodsdienst tot de details van de Shabbat-regels, van het alleen in een woning zijn met een man, tot de doodstraf. Fundamentele elementen lijken samen met zijdelingse onderwerpen ter sprake te komen. Het gesprek gaat over monotheïsme en tegelijkertijd over hoe ver je op Shabbat buiten de stad mag lopen.

De reden dat Naomi fundamentele onderdelen van het Jodendom naast ogenschijnlijk kleinere details plaatst, is omdat het Jodendom holistisch is en een geheel vormt. Het is geen keuzepakket waaruit men alleen neemt wat hem aanspreekt. Het is niet zo dat de ene regel de andere overtreft of dat sommige geboden belangrijker of essentiëler zijn dan andere. Elk gebod heeft iets oneindigs in zich, alleen al door het feit dat het van G-d afkomstig is. Met de wil van G-d verbind je je wanneer je het uitvoert. Het maakt dan niets uit of het een detail is of iets essentieels. Alles is dan essentieel. In die zin is elk gebod gelijk. Het woord gebod in het Hebreeuws is Mitswah en dat betekent verbinding, omdat, als je iets doet dat iemand wil, ongeacht wat het is, dan verbind je je automatisch met die persoon. Hetzelfde geldt met G-d. Met elk gebod dat je uitvoert versterk je je relatie met Hem. Je kunt niet zeggen: “Ik eet geen varkensvlees, maar voor de rest houd ik mij niet aan de regels.” Je kunt het natuurlijk wel zeggen, maar dan is jouw Jodendom zwak en fragiel en niet sterk genoeg om over meerdere generaties heen getild te worden. Bij de eerste storm onderweg valt het om. Het kan zijn dat het ene gebod je meer aanspreekt en dat je het graag vervult. En het kan zijn dat je het met andere elementen binnen het Jodendom niet eens bent of saai vindt of niet relevant. Maar het gaat niet om jou of om mij of om wat wij ervan vinden.

Samen dragen wij een collectieve verantwoordelijkheid om van alle kleuren en tinten in de Torah een prachtige mix te maken zoals de veelkleurigheid van de Tachash. Het is juist die houding die de continuïteit waarborgt.

Om een Jood te zijn en te blijven, om de stormen van millennia aan te kunnen en steeds weer die ark met z’n stenen tafelen mee te kunnen nemen heb je de Tachash nodig: de diverse eigenschappen van het Jodendom samengevoegd tot één geheel.

Munten van Moshe

Moshe Rabenoe moest verantwoording afleggen over hoe hij de donaties voor de Tempel, die aan hem toevertrouwd waren, had besteed. Echter, hij kon zich niet herinneren waar de 1775 zilveren gedoneerde munten voor waren gebruikt. De Talmoed vertelt ons hoe de Romeinse minister Koentroekoes maar niet begreep hoe dat kon. Koentroekoes vroeg aan Rav Yochanan ben Zakai of Moshe een dief of een oplichter was of dat hij zijn rekenlessen op school misschien niet goed had begrepen (Talmoed Bechorot 5a). Moshe wist in eerste instantie inderdaad niet waar het geld naartoe verdwenen was, maar later zag hij de zilveren haken die op de pilaren van de Tabernakel waren aangebracht en hij herinnerde zich ineens dat het zilver dáárvoor gebruikt was. 

Ook dit gesprek tussen Koentroekoes en Rabbi Yochanan ben Zakai heeft een diepere laag en betekenis. Koentroekoes wist heel goed dat het zilver niet in Moshe Rabenoes broekzak terecht was gekomen. Maar waar het bij Koentroekoes om ging was dat de details van het Jodendom best genegeerd en overgeslagen konden worden. Voor hem waren de details, de kleine haken, niet van belang. Uitsluitend de pilaren, de fundering, waren essentieel. Maar het Jodendom maakt geen onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Alles is G-ddelijk, onmeetbaar en van oneindige waarde. Of iemand zich weerhoudt van afgoden dienen of oplet dat hij niet te ver loopt op Shabbat, voor de Eeuwige G-d die boven de natuur en boven metingen en vergelijkingen staat, is het allemaal evenveel waard.

Details zijn cruciaal

Mensen vragen weleens: Kun jij niet een keertje een boterham met ham eten als je onverwacht op een vliegveld twee dagen moet wachten voor je verder kunt reizen? Of kan je niet een keertje op zaterdag werken of een examen afleggen omdat het echt niet anders kan? Kun je niet eenmalig een vrijstelling of ontheffing krijgen? Nee, is het antwoord. Het Jodendom is een pakket. Weliswaar een prachtig pakket met vele kleuren, maar een pakket desalniettemin.

Waarom heeft het Jodendom zo veel details? Ik begrijp de pilaren. Het monotheïsme aanvaard ik. Het spreekt mij aan dat wij geld geven aan de armen, dat we lief voor elkaar moeten zijn, dat we in één G-d geloven en een moreel en ethisch leven leiden waarin Joodse kennis en het gezinsleven centraal staan. Dit zijn de basisbegrippen, de pilaren van het Jodendom. Maar waarom de haken? Waarom tijd, energie en geld steken in zoveel details? Wat maakt het uit of dat kleine lepeltje in mijn keuken voor vlees of voor melk gebruikt wordt? Zelfs Moshe Rabenoe was de haken even vergeten! Maar G-d liet hem in de donkere hemel glimmende haken zien (Yalkoet Shimon Pekoedee 415). En toen wist Moshe het ineens weer. In de nacht van de ballingschap en in de duisternis van de nachtelijke reizen glimmen de zilveren details in de hemel. De details zijn cruciaal. De nuances binnen het Jodendom vormen juist een speciale glans. En dit is hoe de Torah bewaard is gebleven, millennia lang.

Goede reis

De Tachash en de turquoise kleur vormen het geheim achter het bewaren en koesteren van het Joodse leven, zowel individueel als collectief. Blauw is blauw en blijft blauw, of het nu regent of de zon schijnt. Of je jong bent of oud. Of je in Utrecht woont of in Jeroesjalajiem.

Of bepaalde details je aanspreken of niet, het Jodendom gaat door merg en been. Het is geen oppervlakkige indigokleur die langzaam vervaagt met de tijd. Het wordt een deel van wie je bent. En alles waarmee een mens zich werkelijk vereenzelvigt, blijft voortbestaan.

Hoe meer moeite je ergens voor doet, hoe meer je het zult waarderen en bewaren en hoe meer je kinderen het op hun beurt zullen overnemen. Alleen datgene dat je met overgave en vastberadenheid doet zal alle rondreizen, klimaatverschillen en generaties doorstaan. Zo zijn onze kostbaarheden met ons verhuisd, ingepakt in kleurrijke Tachash en vervolgens in duurzame turquoise.

Goede reis!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson 

Opmaak Rianne Meijer en Devorah Verwoerd

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

www.chabadutrecht.nl

Wil je geven aan een goed doel? Help dan mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.