Tag: Rav YY Jacobson

Behar | Vertrouwen of twijfelen, wat kies jij?

Behar | Vertrouwen of twijfelen, wat kies jij?

Is G-d in staat om in onze levensbehoeftes te voorzien ook al staat de landbouw of de economie stil? Als je daaraan twijfelt ben jij juist diegene die de toevloed blokkeert. Wanneer je niet alleen gelooft, maar je er ook zeker van bent dat G-d Almachtig is en in staat is, ongeacht de situatie, om voor ons te zorgen, dan is jouw vertrouwen de katalysator voor G-ds zegen. Wij maken de eerste stap door te vertrouwen, vervolgens vult G-d onze schuur en voorraadkast. Wat kies jij, vertrouwen of twijfelen?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Wajiekra, hoofdstuk 25.

דַּבֵּ֞ר אֶל־בְּנֵ֤י יִשְׂרָאֵל֙ וְאָמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם כִּ֤י תָבֹ֙אוּ֙ אֶל־הָאָ֔רֶץ אֲשֶׁ֥ר אֲנִ֖י נֹתֵ֣ן לָכֶ֑ם וְשָׁבְתָ֣ה הָאָ֔רֶץ שַׁבָּ֖ת לַה’׃

Spreek tot de kinderen van Israël en zeg hun, als jullie zullen komen naar het land dat ik jullie geef dan zal het land Shabbat vieren.

De naam van dit gebod is shemita en houdt in dat vanaf het moment dat het Joodse volk zich in Israël gevestigd had, men jaren ging tellen in cycli van zeven. In het zevende jaar mocht en mag het land niet bewerkt worden.

Zoals wij elke week op de zevende dag Shabbat vieren en stoppen met de schepping te bewerken, zo stopt ook de landbouw elk zevende jaar. Het is een jaar dat wij niet ploegen, niet zaaien en niet oogsten. Of het nou om groenten, graan of fruit gaat, alles staat stil. Eens in de zeven jaar krijgt de aarde rust. En of je alleen een moestuintje hebt, een paar bomen bezit of 1000 hectares graanvelden beheert, de regel blijft hetzelfde. Jouw velden en alles wat erin groeit zijn tijdens het shemita-jaar openbaar bezit geworden. Ieder mens of dier mag vrij komen plukken. De eigenaar heeft niet méér recht op zijn landbouwproducten dan wie dan ook. De eigenaar mag net als iedereen plukken wat hij voor eigen consumptie nodig acht, maar niet meer.

Levensgevaarlijk

Stelt u zich eens voor wat dit gebod te betekenen had in een tijd dat de hele economie op de landbouw gebaseerd was. In een jaar dat het bewerken en oogsten verboden zijn ligt hongersnood al snel op de loer. Er is dan niets te eten, de winkels staan leeg en de overlevingskansen zijn zeer gering. Een levensgevaarlijke situatie!

Het hele leven draaide vroeger om voedselproductie in eigen land. De mens was vroeger nauw verbonden met de aarde. Tegenwoordig zijn we meer verbonden met wolken, golven en satellieten.

Hoe dan ook had men in het shemita jaar niets te eten…of wel?
De meeste mensen waren boeren en hadden dat jaar geen inkomen. Alle mensen en dieren kregen vrije toegang om wat ze maar wilden, te plukken. Stel je voor dat één jaar op de zeven, iedereen van je bankpas gebruik zou mogen maken!

Wanneer wij nu denken, dat het ‘maar om één jaar ging’, dan bewijst dat alleen maar hoe ver onze gedachtengang van het leven op het platteland is. Want het gebrek aan voedsel duurde langer dan dat ene shemita-jaar. Wat viel er namelijk in het achtste jaar te oogsten wanneer er in het zevende jaar niet gezaaid was? Pas in het achtste jaar, dat het eerste jaar van de nieuwe cyclus was, mocht de landbouw weer starten. Men kon pas in jaar 8 beginnen met ploegen en zaaien, waarna gewacht moest worden dat er wat ging groeien. Pas wanneer men kon oogsten in jaar 8 was er sprake van voedselproductie, inkomen en eten voor het hele volk. De vraag wordt alleen maar sterker: wat was er te eten niet alleen in het zevende maar ook voor een groot gedeelte in het achtste jaar? Precies deze vraag staat in de Torah in Wajiekra 25, 20-22:

וְכִ֣י תֹאמְר֔וּ מַה־נֹּאכַ֤ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת הֵ֚ן לֹ֣א נִזְרָ֔ע וְלֹ֥א נֶאֱסֹ֖ף אֶת־תְּבוּאָתֵֽנוּ׃

וְצִוִּ֤יתִי אֶת־בִּרְכָתִי֙ לָכֶ֔ם בַּשָּׁנָ֖ה הַשִּׁשִּׁ֑ית וְעָשָׂת֙ אֶת־הַתְּבוּאָ֔ה לִשְׁלֹ֖שׁ הַשָּׁנִֽים׃

וּזְרַעְתֶּ֗ם אֵ֚ת הַשָּׁנָ֣ה הַשְּׁמִינִ֔ת וַאֲכַלְתֶּ֖ם מִן־הַתְּבוּאָ֣ה יָשָׁ֑ן עַ֣ד ׀ הַשָּׁנָ֣ה הַתְּשִׁיעִ֗ת עַד־בּוֹא֙ תְּב֣וּאָתָ֔הּ תֹּאכְל֖וּ יָשָֽׁן׃

En als jullie zullen vragen, wat zullen wij eten in het zevende jaar, wij zullen niet zaaien en onze producten niet oogsten.
En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.
En jullie zullen zaaien het achtste jaar en jullie zullen van de oude productie eten tot het negende jaar, totdat de oogst van het achtste jaar komt, zullen jullie van de oude oogst eten.

Hashem zal ons een hele speciale zegen geven: het zesde jaar zal een driedubbele oogst opbrengen:

  1. de normale hoeveelheid voor het zesde jaar.
  2. een extra hoeveelheid dat de oogst van het zevende jaar zal vervangen
  3. daarbovenop nog een extra deel in afwachting van de oogst van het achtste jaar.

Wat bijzonder, een driedubbele zegen. Moshe belooft in de Torah dat het land in het zesde jaar van de cyclus een wonderbaarlijke driedubbele hoeveelheid oogst zal opbrengen.

Woord voor woord

Hierin vinden wij het G-ddelijke aspect van de Torah. Er zijn mensen die niet geloven dat de Torah door G-d geschreven is. Theorieën bestaan dat de Torah door Moshe zelf geschreven zou zijn of door andere zeer slimme personen. In dat geval merken wij op dat het niet zo slim zou zijn geweest van die ‘slimme personen’ om te beloven dat het zesde jaar een gigantische opbrengst zal geven. Want hoe lang gaat het duren totdat men ontdekt dat het niet zo is en dat die hele Torah dus niet klopt? Zes jaar. Niet meer. Hoe kon Moshe zo’n belofte en voorspelling uitspreken? Als men na zes jaar zou ontdekken dat er geen grotere oogst was geweest, was Moshe eruit gegooid en was de Torah ergens op een tweedehands boekenkraam terecht gekomen.

Zo zijn er nog meer gevallen dat wij uitspraken in de Torah ontdekken die alleen maar door G-d geschreven hadden kunnen worden. Neem bijvoorbeeld de opsomming van vier dieren die ieder maar één van de twee koshere tekens hebben. Hoe zou een mens kunnen beweren dat er in de hele wereld maar 4 dieren bestaan die of herkauwen of gespleten hoeven hebben? Had Moshe een wereldreis gemaakt dat hij zoiets kon verklaren? Kende hij alle dieren op aarde? En ook al zou dat zo zijn, waarom zou hij het risico nemen om dat zo in de Torah op te schrijven? Als Moshe inderdaad zijn eigen document geschreven had, zogenaamd in de naam van G-d, waarom staan er dan allerlei zaken waardoor Moshe vroeg of laat door de mand zou vallen. Zelfs vandaag de dag lezen we regelmatig in het nieuws dat er ergens in de wereld een nieuw dierensoort ontdekt is. Hoe kon Moshe er zeker van zijn dat er nooit een dier ontdekt zou worden dat maar 1 van de twee koshere tekens zou hebben behalve de vier die al in de Torah opgenoemd worden?

Als je al een vals document maakt, zorg er dan voor dat niemand kan bewijzen dat het vals is. Wie liegen wil, vertelt de gemara ons, moet ver weg blijven van bewijzen. Het is dan beter om verhalen uit het verleden en mensen die niet meer leven erbij te halen en te vertellen wat zij gezegd zouden hebben. Het is namelijk onmogelijk te bewijzen dat dit niet zo was. Wanneer je een nieuwe godsdienst wilt verzinnen of een vertakking van een reeds bestaande G-dsdienst wilt innoveren, gebruik dan uitsluitend zaken waarvan het tegendeel niet te bewijzen valt.

Maar Moshe heeft niets zelf geschreven. De Torah is hem woord voor woord door G-d Almachtig, Schepper van dieren en van de oogst gedicteerd. Moshe was totaal niet bezorgd dat men ooit een vijfde dier zou vinden dat maar één kosher teken zou hebben hetgeen millenia lang ook nooit gebeurd is. En dat het land in het zesde jaar extra zou produceren, daar had Moshe het volste vertrouwen in.

‘Wat zullen wij eten in het zevende jaar?’

Nu dat de voedseldistributie over het zesde, zevende en achtste jaar opgelost is kunnen wij ons afvragen waarom de Torah een vraag en antwoord stijl gebruikt en ons niet gewoon zoals gebruikelijk direct het antwoord vertelt. Meestal als de Torah ons iets wil vertellen dan staat het er gewoon. Soms in een hele zin, soms met één woord en vaak ook alleen één letter. Maar wanneer zien wij dat er eerst een vraag wordt gesteld?:

מַה־נֹּאכַ֤֖ל בַּשָּׁנָ֣ה הַשְּׁבִיעִ֑ת

Wat zullen we in het zevende jaar eten? staat er in onze parasha, 25:20.

Deze vraag lijkt overbodig. Bij andere wetten en regels staat normaal alleen wat je moet doen. Als de Torah ons informatie wil geven is dat niet in de vorm van vraag en antwoord, maar enkel het antwoord. Waarom wordt er in dit geval hiervan afgeweken? Waarom staat er niet gelijk dat Hashem ons een zegen gaat geven. Je hoeft toch geen doctorandus in de economie te zijn om te begrijpen dat er een voedselprobleem zal ontstaan wanneer de shemita-wetten gehouden zullen worden?!

Onophoudelijke stroom

Reb Elimelech uit Lizhensk (Polen) citeert zijn broer, Reb Zushe uit Annipoli en vertelt waarom de Torah in dit geval wel een vraag stelt. Hij biedt de volgende verklaring:

Toen Hashem de wereld schiep heeft Hij ervoor gezorgd dat er voor elk schepsel alles is wat het nodig heeft. Er bestaat voor ieder wezen een doorgaande stroom van benodigdheden, eten, drinken, meubels, vrienden, intelligentie, liefde etc… Iedereen is als het ware verbonden met Boven door middel van een buis waarlangs continu allerlei goeds naar hem toekomt. De stroom gaat onophoudelijk door, behalve wanneer er storing ontstaat doordat een mens zichzelf niet meer is. Hij verliest zijn identiteit, hij weet niet meer waar hij aan toe is. Hij ligt ’s ochtends in bed en weet niet of hij wel of niet moet opstaan en waarvoor. Een typisch menselijk probleem. Geen enkel ander schepsel heeft dit dilemma. Elk ander schepsel op aarde weet waar het voor geschapen is en wat het te doen staat.

Heb je ooit een mierennest geobserveerd? Duizenden mieren kruipen rond en zorgen samen voor hun leefomgeving, hun voedsel en hun voortplanting. Mieren beschikken over ijver waar wij nog wat van kunnen opsteken. Ooit een mier zien stoppen met werken omdat het zich afvroeg of het nog wel zin had om door te gaan? Ooit een boom ontmoet die twijfelde of hij dit seizoen wel door wilde groeien? Of de maan gezien die twijfelde of zij wel moest schijnen of in welke baan zij zich moest begeven?

Alle schepselen doen wat ze horen te doen, behalve de mens! Hij weet het niet, hij twijfelt, hij moet met zijn therapeut overleggen. De aarde voedt de planten, de planten zorgen voor voedsel voor de dieren maar zodra dit proces bij de mens arriveert, stopt ineens de cyclus. De mens twijfelt: zal hij vlees eten of niet, zal hij geloven of niet, zal hij als Jood leven of niet? Hij weet het niet zeker. Hij is niet meer in contact met zijn raison d’etre. G-d heeft hem geschapen en samen met deze schepping een hoop kanalen en toegangswegen meegegeven waar een vloed van benodigdheden doorheen stroomt. Maar wat? De mens houdt het zelf tegen omdat hij niet begrijpt hoe G-d voldoende zou hebben voor hem en voor ieder ander schepsel.

Twijfel

Het probleem ligt in de vraag, in de twijfel. Als een mens naadloos verbonden zou zijn met wie hij in werkelijkheid is, dan zou hij geen vraag hebben. Omdat hij zich afvraagt wie hij is, vraagt hij zich ook af wat hij waard is.

Op het moment dat hij zijn vertrouwen in zichzelf en in zijn capaciteiten verliest, is hij diegene die de stroom tegenhoudt. Dit was in Gan Eden al een probleem. G-d vroeg aan Adam: waar ben je? Natuurlijk wist G-d waar Adam was. G-d weet toch alles. Hij is alles en Hij is overal, ook waar Adam zich verstopt. Maar G-d wilde Adam wakker schudden omdat Adam zelf niet meer wist waar hij was. Adam was zijn relatie kwijt. Welke relatie? De relatie met zijn eigen ik, met wie hij had willen en kunnen zijn. Omdat Adam niet meer dezelfde persoon was na het eten van de verboden vrucht was hij ook zijn stroom van overvloed kwijt en moest hij het Gan Eden verlaten. Zijn vertrek uit het paradijs was geen straf. Het was een wijziging van een situatie die hij zelf gecreëerd had.

Wanneer G-d ons belooft dat het goed zal gaan wanneer wij ons aan de shemita-regels houden, dan hebben we maar één ding te doen en dat is ons daaraan te houden en dan zal alles goed komen.  Dat is het hoogste niveau.

Dat niveau van vertrouwen lukt lang niet altijd en daarom brengt de Torah in vers 20 van hoofdstuk 25 een vraag, een twijfel. Met andere woorden: als je je aan shemita houdt, komt alles goed en loopt de stroom gewoon door. Maar als je vragen hebt, als je twijfelt en je begint je zorgen te maken over de huur en de bankrekening en je gezondheid en de buren en je werk en de collega’s – en je vraagt je af of het allemaal goed kan komen: ‘Wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Door het stellen van deze vraag verplaats je je naar een hele andere situatie. Je blokkeert je eigen stroom. Je bent bang dat je het niet waard bent. Misschien denk je wel dat G-d boos op je is. Wie zegt dat dat zo is? Natuurlijk houdt G-d van jou en van zijn schepselen, anders had hij ze toch niet gemaakt! Je bent bezorgd, je twijfelt aan jezelf en aan je eigenwaarde en je vraagt je af of je van al het mooie in deze wereld wel mag genieten! Waar anders was deze prachtige natuur dan voor geschapen? Voor óns om te gebruiken volgens de Torah-code. Maar je twijfelt en je vraagt jezelf af of G-d misschien een wereld heeft geschapen met mensen erin en regels en wanneer deze mensen zich vervolgens aan die regels houden zij juist door die regels niet genoeg te eten zullen hebben. Wat een onlogische manier van denken!

Vol vertrouwen

Misschien denk je dat G-d zich vergist en ons vraagt om shemita te houden maar daarbij vergeet om ons in ons levensonderhoud te voorzien? Of Hij vraagt ons de Shabbat te vieren maar daardoor missen wij onze examens en verliezen we onze baan en levensonderhoud. Oh ja werkelijk? Zou G-d zich echt zo vergissen en de mens allerlei geboden en verboden laten uitvoeren en zou daardoor de mensheid falen, verhongeren en uiteindelijk sterven? Is dat de Torah? Is dat het Jodendom? Welnee. Maar omdat we het niveau van vol vertrouwen nog niet hebben kunnen bereiken verwoordt de Torah onze vraag: ‘wat zullen we in het zevende jaar eten?’

Er is een reset nodig en G-d belooft – na je vraag – opnieuw een zegen van overvloed:

En ik zal mijn zegen gebieden voor jullie in het zesde jaar en het zal een productie opleveren voor drie jaar.

Vandaar dat de Torah eerst een vraag stelt: wat zullen we eten? Het is niet de vraag van de Torah, het is de vraag van de twijfelaar, diegene bij wie de relatie en het vertrouwen in Hashem verzwakt is. Die kan niet meer teren op een stroom van natuurlijke zegeningen. Voor hem komt er een speciale zegen van driedubbele overvloed.

De bedoeling van ons bestaan is om te genieten van deze wereld, van een overvloed aan goedheid die G-d ons schenkt en die overvloed vervolgens te delen. Alleen ligt er wel een gebruiksaanwijzing bij en dat is de Torah die ervoor zorgt dat wij alles gebruiken op een gezonde spirituele en materiële manier. Als je deze methode gebruikt hoef je niet te twijfelen. Dan kun je ‘s ochtends gewoon je bed uitkomen en je gang gaan en ’s avonds met een gerust hart naar bed gaan.

De mineralen, het water en de aarde, voorzien de planten van voedsel. De planten voeden op hun beurt de dieren, die op hun beurt de mens van dienst zijn. Maar bij de mens zou ineens het verloop kunnen stoppen; hij zou zomaar de wereldsymfonie kunnen onderbreken omdat hij de laatste schakel en steek laat vallen. De drie categorieën onder hem – mineralen, planten en dieren – die elkaar zo goed opgevolgd hebben heeft hij in de steek gelaten doordat hij vergeten is om met de wereld om te gaan op een bewuste manier. Hij had dat vlees (dier) en de groente (planten) en het zout (mineralen) op een bedachtzame manier kunnen benutten, maar de opbouw van de melodie van de schepping is bij hem gestopt. Hij kijkt om zich heen en twijfelt wat hij vandaag moet doen. Dat is niet nodig. Ook gedachten kunnen gedisciplineerd worden.

Belangrijke schakel

Door positief te denken houd je je verbindingskanalen open. Hashem gunt het je, maar gun jij het jezelf? Waardeer wie je bent: een belangrijke schakel in de kosmos. Een mens kan kiezen om een schakel te zijn in het bevrijden van de wereld. Anderzijds is hij in staat, doordat hij aan zichzelf twijfelt, om de volmaaktheid van de wereld in gevaar te brengen. Stop je de symfonie midden in de melodie of speel je de laatste scène op het toneel van het leven?

Een mens is door G-d geschapen en G-d draagt hem op om Hem hier op aarde te vertegenwooordigen. Het doel van de mens is om door de schepping heen de verborgenheid van Hashem te ontdekken. Dit doet hij door de materie te gebruiken conform de Torah-wetten. Als vertegenwoordiger van de Almachtige G-d worden natuurlijk zijn onkosten ruim vergoed tijdens de gewone jaren en zelfs tijdens het shemita-jaar. Succes gegarandeerd!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson

Hieronder een filmpje uit Israël in 2015 waarbij uitgelegd wordt hoe een gigantisch veld wegens de shemita eerder geoogst werd. Daardoor was het veld helemaal kaal geworden, veel vroeger in het seizoen dan normaal zou worden verwacht. Terroristen hadden een tunnel gebouwd die in dat kale veld uitmondde. Ze dachten dat wanneer ze uit de tunnel zouden komen, het graan hun zou camoufleren. Maar het graan was weg, eerder geoogst dan verwacht, nog snel voordat het shemita jaar zou beginnen. Zo werden de terroristen meteen ontdekt en hun levensgevaarlijke plannen in de kiem gesmoord. Shemita en alle Torah wetten beschermen ons hoe dan ook !

 

 

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Acharee Mot | Yom Kipoer en daarna

Acharee Mot | Yom Kipoer en daarna

Het leven bestaat uit vele contrasten. De ene dag voelen we ons geïnspireerd en high en de volgende dag vragen wij ons af waar al onze begeertes vandaan komen. Weet dat het leven er ná je meest sublieme momenten er soms heel anders uit kan zien. Gebruik dan de eerder opgedane inspiratie om valkuilen te omzeilen.

Download hier een printversie van dit artikel

Parashat Acharee Mot (na de dood)  is onderverdeeld in drie hoofdstukken waar tegenstrijdige onderwerpen aan bod komen. De opbouw is als volgt:

Het eerste deel van de parasha staat in hoofdstuk 16 van Wajiekra. Daar gaat het over de dienst van de Hogepriester, de Kohen Gadol, in de Tempel op de heiligste dag van het jaar, Yom Kipoer. Hier staat beschreven welke offers hij moest brengen, welke kleding hij op welk moment aandeed, hoe en voor wie hij verzoening verkreeg en welke handelingen hij in het allerheiligste moest verrichten.

Het tweede deel, hoofdstuk 17 waarin het verbod om offers buiten de Tempel te brengen en om bloed te consumeren beschreven wordt. Vervolgens komt de onreinheid van een niet-geslachte vogel aan bod.

Ten slotte het derde deel, hoofdstuk 18 dat verboden relaties behandelt.  Het Joodse volk mag zich niet gedragen zoals de immorele Egyptenaren, wiens land zij net verlaten hebben. Noch mogen zij de Kanaänieten, die in Israël wonen, nadoen. Daarom is het verboden om een relatie te hebben met je vader, je moeder, je zuster of broer, je oom of je tante. Buitenechtelijke relaties zijn verboden alsook homoseksualiteit en bestialiteit.

‘Wie denkt er nu aan zoiets’

Twee keer wordt er op Yom Kipoer, Grote Verzoendag, uit de Torah gelezen. De eerste keer gebeurt dat tijdens het ochtendgebed. Dan wordt hoofdstuk 16 van onze Parasha gelezen, het hoe en wat van Yom Kipoer. De tweede keer dat er uit de Torah wordt gelezen is tijdens het middaggebed. Dan wordt hoofdstuk 18 gelezen, over verboden relaties.

Het contrast kan niet genegeerd worden. De eerste vraag: hoe komen twee zulke tegenstrijdige stukken in één Parasha voor? Enerzijds wordt de heiligste dag van het jaar omschreven en anderzijds worden we gewaarschuwd tegen de meest immorele zaken.

Een tweede vraag: waarom moeten wij op de heiligste dag van het jaar überhaupt geattendeerd worden op verboden relaties? Wie denkt er aan zoiets? Op zo’n speciale dag? Een dag waarop we witte kleren dragen zodat wij op engelen lijken? Op het moment dat het middaggebed gezegd wordt is het grootste gedeelte van Yom Kipoer al voorbij. Men heeft dan al bijna een heel etmaal gevast en gebeden. Onze gedachtes gaan op dat moment al naar het hoogtepunt van Yom Kipoer dat meteen daarna plaats gaat vinden, namelijk het slotgebed dat Neíla heet. Dan sluit G-d de deuren van de hemel en neemt ons mee naar binnen.

Vlak voor dit bijzondere moment moeten we luisteren naar het verbod om niet intiem te zijn met een dier? We hebben dan al bijna 24 uur gevast. Wij hebben om vergiffenis gevraagd. We voelen ons schoon en rein. Zelfs de Jood die door het jaar niet zo vaak op komt dagen, is aanwezig en voelt zich hemels en één met G-d. En dan dit? Je mag de naaktheid van je moeder of vader niet blootstellen! Je mag niet met een dier naar bed! Je mag niet met een koe trouwen. Wie denkt er nu aan zoiets, op dat moment?!?

Wetten en regels

Wanneer Maimonides de regels van Yom Kipoer in zijn wetboek omschrijft, eindigt hij met het volgende:

רמב”ם: הלכות עבודת יוהכ”פ ד, ב

ואחר כך מקדש ידיו ורגליו ופושט בגדי זהב ולובש בגדי עצמו ויוצא לביתו וכל העם מלוין אותו עד ביתו  ויום טוב היה עושה על שיצא בשלום מן הקדש

En daarna waste hij zijn handen en voeten en trok hij zijn gouden kleren uit en deed zijn eigen kleren aan. En hij ging naar huis en het hele volk vergezelde hem tot zijn huis en hij maakte een feestdag omdat hij in vrede uit het heiligdom was gekomen.

Alles in de Torah inclusief de mondelinge leer is nauwkeurig. Nu komen wij de derde vraag tegen: welk belang heeft het voor ons om te weten waar de Hogepriester naar toe ging na afloop van de dienst? Waar anders had hij naar toe moeten gaan? Naar het stadion voor de volgende wedstrijd?

En behalve dat, in hoeverre is het naar huis gaan een onderdeel van een wet, vraag nummer vier . Aangezien de Rambam, Maimonides, het naar huis gaan behandelt in zijn wetboek, kunnen wij niet anders concluderen dan dat dit één van de vele regels is die de Hogepriester uit moest voeren. Het is dus niet zo dat Maimonides ons vertelt dat hij naar huis ging als extra interessante informatie. Nee, Maimonides schrijft een boek over wetten en dus is alles wat in dat boek staat een wet. Het naar huis gaan is dus een regel zoals elke andere. En niet alleen hoort deze regel erbij, het is ook nog het laatste voorschrift, het hoogtepunt van de Yom Kipoer-dienst.

Niet toevallig

Verder weten wij dat in het Jodendom de naam voor een persoon of een voorwerp niet toevallig is. Een naam geeft de essentie weer van het voorwerp, dier of persoon dat het aanduidt. En dus moeten we proberen te begrijpen waarom onze Parasha ‘Acharee Mot’ – na de dood – heet. De dood van wie? Wat? Waarom?

Het ging om Nadaw en Awiehoe, de twee zonen van Aharon, de eerste Hogepriester. Deze twee jongens waren niet zomaar gestorven. Ze waren namelijk in de allerheiligste plek van de tempel geweest terwijl het geen Yom Kipoer was. Onze Parasha begint met het feit dat Aharon gewaarschuwd wordt om het allerheiligste te betreden, uitsluitend  op Yom Kipoer. Niet zoals zijn twee zonen. Die wilden permanent dichtbij G-d zijn. Het voelde zo spiritueel, zo warm, zo subliem. Heerlijk…voor hen, maar het was niet de bedoeling. Op een gegeven moment waren zij zo hoog gekomen dat hun ziel niet meer in hun lichaam kon blijven waardoor ze automatisch kwamen te overlijden.

Nu begrijpen wij waarom de Parasha begint met “na de dood”. Maar waarom heet de hele Parasha zo? Kennelijk heeft de titel “na de dood”  betrekking op de hele Parasha, op elk hoofdstuk (16 – 17 en 18) en op elk detail. Na de dood geeft kennelijk de essentie weer van ieder onderwerp en ieder vers en niet alleen van het begin.

Daarmee komen we tot de vijfde vraag: wat is het verband tussen Na de dood, de titel van deze Parasha en elk onderwerp dat daarin voorkomt? In hoeverre heeft de dienst op Yom Kipoer en verboden relaties betrekking op na de dood?

Vreemde manier van tellen

Resteert nog één vraag, de zesde: voor diegenen onder ons die wel vaker in een synagoge zijn geweest, is het bekend hoe de Hogepriester, op Yom Kipoer, het bloed van de koe en de geit tegenover de ark en vervolgens tegen het  gordijn sprenkelde. Hij moest eerst één keer naar boven sprenkelen en vervolgens zevenmaal naar beneden. De voorganger in de synagoge zingt dan op een meest prachtige melodie hoe de Hogepriester het sprenkelen telde:

Eén (naar boven)
Eén (naar boven)  en één (naar beneden)
Eén  (naar boven) en twee (naar beneden)
Eén (naar boven) en drie (naar beneden)
Eén (naar boven) en vier (naar beneden)
Eén (naar boven) en vijf (naar beneden)
Eén (naar boven) en zes (naar beneden)
Eén (naar boven) en zeven (naar beneden)

Wat een vreemde manier van tellen! Kon de priester niet gewoon één zeggen en vervolgens van 1 tot 7 tellen? Waarom elke keer weer die één toevoegen?

Om de kerngedachte van Yom Kipoer te kunnen begrijpen zullen we het verband tussen de naam van de Parasha, ‘Na de dood’ en de essentie van Yom Kipoer moeten doorzien en de antwoorden op deze zes vragen ontdekken.

Zes vragen

1 Waarom worden er twee tegengestelde onderwerpen in één parasha behandeld?

2 Waarom worden verboden relaties op Yom Kipoer voorgelezen?

3 Waarom moeten we weten waar de Hogepriester naar toe ging na afloop van Yom Kipoer?

4 Hoezo is het naar huis gaan van de Hogepriester een wet?

5 In hoeverre heeft de naam van de Parasha, Acharee Mot (na de dood) betrekking op alle onderwerpen die in de Parasha besproken worden?

6 Waarom wanneer de Hogepriester het bloed sprenkelt, herhaalt hij steeds het woord één?

Tijdens en daarna

Het draait allemaal om ‘na de dood’, de naam van de parasha. Het gaat om daarna. Over tijdens hebben we geen vragen. Tijdens Yom Kipoer is iedereen heilig. Dat is de sfeer, dat zijn de omstandigheden, het gevoel, het vasten, het dragen van witte kleren en het samenzijn in sjoel. De vraag is meer over het daarna.

Natuurlijk is Yom Kipoer bijzonder. Je voelt je op zo’n dag verheven, spiritueel gedreven, geïnspireerd. Je hart stroomt waarschijnlijk over van liefde, plezier en saamhorigheid. Maar hoe is het daarna? Hoe sta je er een uur later voor? Of een dag later, een week, een jaar?

Eenmaal uit de Yom Kipoer sfeer zullen je gevoelens en je verlangens niet meer zo verheven zijn. Misschien ben je over een maand in een andere bui en ga je ineens over tot het verrichten van de meest grove daden?

Beide benen op de grond

Daarom lezen wij op Yom Kipoer, bij het middaggebed, dichtbij het hoogtepunt van deze meest heilige dag, over de meest gewone dingen waar een mens in het dagelijks leven overheen kan struikelen. De ene meer en de andere minder. Maar iedereen moet op Yom Kipoer beseffen, op het moment dat hij zich zo verheven voelt, dat er ook een daarna is. Dat er gruwelijkheden in het leven zijn, dat mensen zich beestachtig kunnen gedragen. “Wees je ervan bewust”, vertelt de Torah ons, “dat je moet opletten. Dat je niet dronken hoeft te zijn met je allerheiligste gevoel. Er is nog een ‘daarna’.

Niet zoals de twee broers Nadaw en Awiehoe. Die hadden geen daarna. Zíj bleven daarboven vast in hun spirituele ervaring. Maar G-d wil dat wij terugkomen. Yom Kipoer is niet voor engelen. Eén dag per jaar worden we met engelen vergeleken, maar de rest van het jaar is daarna.

Beide benen terug op de grond. De ladder van Yakov raakte weliswaar de hemel, maar de onderkant stond op de grond. De bedoeling is dat wij de eenheid van G-d niet alleen daarboven ervaren, Eén (naar boven), maar die eenheid ook in de zeven dagen van de week weten te brengen.

Eén (naar boven) en één (naar beneden), Eén (naar boven) en twee (naar beneden), Eén (naar boven) en drie (naar beneden)… Eén (naar boven) en zeven (naar beneden). Bij elke telling werd diegene die Eén is opnieuw genoemd, om te laten zien dat we de eenheid van G-d in de verscheidenheid (1-2-3-4-5-6-7) van de schepping weten te brengen, in de zeven dagen van de week, de zeven kleuren van de regenboog of de zeven noten in de muziek. Het doel van de schepping is om de eenheid van G-d in de aardse details van het leven te brengen.

Op zondag gebruik ik mijn tijd om vrijwilligerswerk te doen, Eén in één.
Op maandag ga ik Tora leren, Eén in twee.
Op dinsdag ga ik een extra goede daad doen voor mijn echtgenoot en mijn kinderen, Eén in drie.
Op woensdag ga ik boodschappen doen en zorg ik dat ik enkel koshere producten aanschaf, Eén in vier.
Op donderdag ga ik challa bakken, Eén in vijf.
Op vrijdag steek ik de Shabbat kaarsen aan en maak ik kidoesh, Eén in 6.
Op Zaterdag ga ik leren over de Parasha, Eén in 7.

Dagelijks leven

Fantastisch dat je het zo fijn hebt gehad op Yom Kipoer, maar hoe was het toen je thuiskwam? Ben je überhaupt naar huis gegaan? Heb je wel een huis? Wat voor een zin heeft het om zo heilig te doen in sjoel als je daarna niet weet hoe je thuis moet komen! Het hoogtepunt van de Yom Kipoer dienst van de Hogepriester was juist zijn thuiskomst; de aandacht en de sfeer waarmee hij zijn familie tegemoetkwam na afloop van de meest heilige dag van het jaar!

Bestaat G-d bij jou ook in het dagelijks leven en in de diversiteit van de schepping? Lukt het je om ook in je dagelijkse beslommeringen je als ambassadeur van G-d te gedragen of is Yom Kipoer en de eenheid van G-d alweer vervaagd of zelfs verdwenen?

Het feit dat zelfs verboden relaties op Yom Kipoer besproken worden leert ons nog iets cruciaals: Jodendom is niet alleen gereserveerd voor de elite onder ons, de mensen die nooit een zonde begaan, die zich nooit laten verleiden, maar de Torah is er voor iedereen. Ook op de meest sublieme momenten zoals Yom Kipoer is iedereen welkom, ongeacht je niveau op de ladder.

Vandaar dat de Torah juist bij het middaggebed ons laat horen over het meest lage gedrag, zoals bijvoorbeeld je vrouw voor een affaire verlaten. “Wees je ervan bewust”, vertelt de Torah, “dat niet alles constant heilig is, dat de gemiddelde mens er ook bij hoort ook al heeft hij nog zo veel overtredingen in z’n boekje staan. Hij hoort er ook bij. Wees gewaarschuwd tijdens je meest sublieme momenten en weet dat het leven er daarna soms heel anders uit kan  zien”.

Moreel dilemma

Op Yom Kipoer worden wij opgeroepen om onze sublieme energie door te voeren naar onze dagelijkse activiteiten. Anderzijds, als we beproefd worden, kunnen we weten dat wij ooit in een Yom Kipoer-bui waren en dat wij die speciale energie nu kunnen inzetten om ons hoofd boven water te houden, ook op moreel gebied. Wij laten ons niet meesleuren in allerlei misdrijven, tegenstrijdigheden en relaties die niet kloppen.

ּמִי־יַעֲלֶה בְהַר־ה’ וּמִי־יָקוּם בִּמְקוֹם קָדְשׁוֹ׃

Wie zal G-ds berg beklimmen en wie is in staat om zich op de heilige plek te handhaven?

In dit vers, Tehilim 24-3, vraagt David niet alleen wie de berg van spiritualiteit kan beklimmen, maar ook wie in staat is om daar te blijven.

Iedereen gaat op dieet, maar wie houdt het vol? 
Iedereen vindt Yom Kipoer fijn, maar wie kan het gevoel handhaven en meenemen naar de zeven dagen van de week, één en zeven?

Evenwicht handhaven

Het leven is één en al contrast. De ene dag zijn we helemaal high en de volgende dag vragen wij ons af waar onze lusten en begeertes vandaan komen. Vandaar dat we juist op Yom Kipoer voor het meest  lage en immorele gedrag gewaarschuwd worden. “Denk niet”, zegt de Torah tegen ons, “dat het van nu af aan allemaal koek en ei zal zijn. Bereid je voor. Neem dit heilige moment mee. Gebruik je inspiratie van nu om jezelf ook morgen te bewapenen tegen de valkuilen van het dagelijks leven”.

Besprenkel je bloed, je warmte en je energie niet alleen naar boven. Eén naar boven, maar verspreid het ook op zondag, Eén en één naar beneden, op maandag, Eén en twee naar beneden, op dinsdag, Eén en drie naar beneden enzovoort.

Pak die eenheid, dat intieme gevoel dat je je één met G-d voelt en ga ermee naar huis, naar je dagelijkse aardse bezigheden. Nadaw en Awiehoe zijn niet gestraft omdat ze gangsters waren. Hun overtreding was juist dat ze hun sublieme gevoel in de hemel hebben gelaten. Ze hebben verzuimd om terug naar beneden te gaan, om de eenheid van G-d te openbaren in de diversiteit van het aardse bestaan.

Nu begrijpen wij waarom de Rambam het naar huis gaan van de Hogepriester aan het einde van Yom Kipoer als onderdeel opneemt in de dienst van de allerheiligste dag.

Het is niet alleen een deel, het is het hoogtepunt van Yom Kipoer. Een huis kan vol met familieleden zijn die zich op allerlei manieren kunnen gedragen. Hoe reageer je daarop in de drukte van je dagelijks leven? Behalve alle afspraken, verantwoordelijkheden, stress en tijddruk waaronder wij worden verwacht te opereren, zoeken wij ook naar momenten van rust, eenheid en onderling respect. 

Het draait er allemaal om hoe je je daarna gedraagt.

G-d nodigt ieder mens op aarde uit om Hem te dienen. Contrasten zijn er, humeurige buien bestaan, maar wij hebben de sleutel in onze handen om ons evenwicht te handhaven. Enerzijds voeren we dagelijks in ons leven Yom Kipoer-momenten in. Anderzijds zorgen we dat we niet helemaal opgaan in onze spirituele ervaringen. We komen terug in het hier en nu. We zijn ons ervan bewust dat G-d ons hier op aarde neergezet heeft om juist in de wereldse zaken de eenheid van G-d te ontdekken. Als je 10 euro aan een arme man schenkt of aan een Joodse school geeft, dan heb  je de eenheid van G-d geopenbaard in het aardse geld en in alles wat je gedaan hebt om dat geld te kunnen verdienen. We houden ons evenwicht en weten ons te handhaven op Yom Kipoer en daarna!

Shabbat shalom!

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Metsora | Jouw woorden kunnen opbouwen of verwoesten

Metsora | Jouw woorden kunnen opbouwen of verwoesten

Met woorden kun je mensen maken of breken. Kwaadspreken zegt meer over de spreker dan over diegene over wie hij vertelt. Reis met ons mee en ontdek hoe de Torah op subtiele wijze ons uitlegt wat de oorzaak van kwaadspreken is en hoe het te genezen. Hoe zit het met jou? Probeer jij jezelf boven anderen te verheffen door kwaad over hun te spreken of stralen jouw woorden zelfrespect en liefde uit?

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Twee broers speelden met elkaar. De oudere broer was kleiner dan de jongere broer. De oudere broer plaatste zijn langere broertje in een kuil. Hierop vroeg zijn vader, de Rebbe Maharash, waar hij mee bezig was. “Het is niet eerlijk dat hij jonger is en toch langer dan ik. Dus heb ik hem in een kuil gezet zodat ik de langste ben.” Zijn vader zei daarop: “Als je hier last van hebt, ga dan zelf op een berg staan.” 

Maar een berg beklimmen is lastig en vermoeiend en dus geven wij meestal de voorkeur aan een  gemakkelijkere weg. Bewust of onbewust kiezen wij er vaak voor om een ander persoon te verlagen in plaats van onszelf te verheffen.

Woorden hebben scheppingskracht

Spreken is een krachtig middel. De wereld is geschapen door gesproken woorden, Bereeshiet (1-3): ‘En G-d zei, ‘…er zij licht’, en er was licht’.

Woorden hebben een scheppende kracht. Ze zijn door G-d gebruikt om de wereld te creëren. De letters van elk Hebreeuws woord vormen samen een code, de DNA van elk schepsel. Denk je dat het niets uitmaakt wat je zegt, of meen je dat enkel acties betekenis hebben? Spreken lijkt misschien geen consequenties te hebben, maar in het Joodse leven is elk woord waardevol en cruciaal.

Met woorden kun je scheppen of kapot maken. Je kunt ermee bouwen of verwoesten, je medemens groot maken of hem helemaal afbreken. Niet alleen dat, het zou zo maar kunnen zijn dat als je iets zegt, dat het gaat gebeuren. Zeg je positieve dingen, dan zal er iets positiefs uit voortvloeien. Spreek je op een  negatieve manier, dan kan de uitkomst precies zijn zoals je voorspeld hebt.

Zo gaat het ook als je over een ander spreekt. Doe je dat op een positieve manier, dan ondersteun en benadruk je zijn goede kant. Mooie aspecten worden door jouw compliment – ook al hoort die ander het niet – belicht en versterkt. Als vanzelf wordt het negatieve zwakker. Spreek je negatieve woorden, dan versterk je juist het aspect waar je zoveel last van hebt. Niet slim!

Laster brengt scheiding

In de tijd van de Tempel waren de mensen spiritueel zo gevoelig dat zij zelfs wanneer ze kwaadspraken een bepaalde spirituele huidziekte kregen die Tsaraat heette. De zieke werd Metsora genoemd en zo heet de Parasha van deze week. Metsora betekent letterlijk ‘hij uit iets slechts’.

Zo zien we dat Moshe door deze ziekte getroffen werd toen hij bij de brandende struik kwaadsprak over het Joodse volk (Shemot 4):

וַיַּ֤עַן מֹשֶׁה֙ וַיֹּ֔אמֶר וְהֵן֙ לֹֽא־יַאֲמִ֣ינוּ לִ֔י וְלֹ֥א יִשְׁמְע֖וּ בְּקֹלִ֑י כִּ֣י יֹֽאמְר֔וּ לֹֽא־נִרְאָ֥ה אֵלֶ֖יךָ ה’׃

En Moshe antwoordde en hij zei, zij zullen mij niet geloven en zij zullen niet naar mijn stem luisteren, want zij zullen zeggen G-d is niet aan jou verschenen.

Daarna moest Moshe zijn hand op zijn borst plaatsen en toen hij zijn hand weghaalde was er Tsaraat op als sneeuw.

Was deze ‘ziekte’ eenmaal geconstateerd, dan werd de persoon onrein verklaard en moest hij tijdelijk buiten de stad in quarantaine. Door zijn laster waren mensen uit elkaar gehaald en gescheiden. Als rectificatie moest hij zelf isolement ervaren. Wanneer de ziekte over was, moest de gewezen kwaadspreker een offer brengen om zijn reiniging te voltooien.

Dit offer bestond uit twee duiven; één werd geslacht en de tweede vogel werd na een bepaald ritueel vrijgelaten. Waarom vogels? En waarom werd de tweede vogel niet geslacht?

Vogels

De Talmoed geeft antwoord: vogels fluiten en kwekken aan één stuk door. Zoals de kwaadspreker zijn mond niet kon houden, zo zingen vogels non-stop! Laster moet stoppen, vandaar dat de ene vogel geslacht wordt. De tweede, die bij het ritueel gebruikt werd, bleef leven; een mens is namelijk niet alleen verantwoordelijk voor de slechte woorden die hij uitgesproken heeft. Ieder mens moet ook verantwoording afleggen voor wat hij níet gezegd heeft wanneer hij zijn mond wél open had moeten doen.

Kwaad kan slechts gedijen wanneer men zwijgt.

Ijow, adviseur van Farao, werd gestraft omdat hij zweeg toen de Endlösung van het Joodse volk in het Egyptische paleis besproken werd. Awiehoe vond de dood omdat hij niet protesteerde toen zijn broer Nadav kwaadsprak over Moshe en Aharon.

Heel veel ellende had in de Tweede Wereldoorlog voorkomen kunnen worden als de vrije landen tijdig op waren gekomen tegen de bezetting en het uitroeien van miljoenen!

Kwaadspreken

Tsaraat was niet alleen een ziekte die zich op  de huid manifesteerde. Ook kleding of de muren van je huis konden bepaalde vlekken vertonen die door de priesters geanalyseerd moesten worden. Soms werd er een week gewacht om te kijken of er veranderingen in de Tsaraat te bespeuren waren. Als de ziekte aanhield moest aangedane kleding weleens verbrand worden en bevlekte muren verwoest om op een afdoende manier de ziekte en de zieke te genezen.

De Rambam vertelt ons dat kwaadspreken, ook al is wat wij zeggen waar, even erg is als moord, verboden relaties en afgodsdienst samen!

Iedereen weet het. Kwaadspreken is verboden, maar toch wordt het zo veel gedaan. Wat is het toch dat men de verleiding niet kan weerstaan?

Men zou kunnen denken dat er een of ander mystiek verband bestaat tussen lasteren en Tsaraat en die zal er heus wel zijn. Er bestaat echter een direct verband. Iemand die kwaadspreekt doet dit niet zomaar. Hij denkt daar iets mee te bereiken. Wat hij zeker bereikt is een misvorming van zijn huid. Deze huid verminking weerspiegelt de vervorming van zijn eigen ziel.

Gezonde mensen hebben namelijk geen behoefte aan kwaadspreken. Ze hoeven zichzelf niet te verheffen door een ander te vernederen. Ze zijn zelf al op een berg, misschien niet bovenaan, maar ze dromen wel van een ladder die aan de onderkant op de grond staat en aan de bovenkant de hemel bereikt.

וַֽיַּחֲלֹ֗ם וְהִנֵּ֤ה סֻלָּם֙ מֻצָּ֣ב אַ֔רְצָה וְרֹאשׁ֖וֹ מַגִּ֣יעַ הַשָּׁמָ֑יְמָה

En hij (Yakov) droomde over een ladder die op de aarde stond waarvan de bovenkant de hemel bereikte…

Stevig in je schoenen

We leven in de realiteit, maar we weten deze realiteit te combineren met een hoger doel, met een ideaal. Iemand die zich verbindt met de hemel, weet dat G-d van hem houdt en heeft geen behoefte om een ander met woorden te verlagen. Hij staat met beide benen op de grond en ziet heus wel dat een ander niet altijd even goed bezig is. Het is niet zo dat hij zich weerhoudt van laster omdat hij bang is van een G-ddelijke straf. Hij ondersteunt de verkeerde handelingen die hij bij een ander waarneemt absoluut niet. Dit motiveert hem echter niet om er met anderen over te spreken. Nee, hij gaat juist actie ondernemen om zijn vriend te helpen om de situatie te corrigeren. Bij hem is er geen behoefte aan laster! Want kwaadspreken over een ander heeft in de geschiedenis nog nooit een probleem opgelost, een wond genezen of een negatieve situatie verbeterd.

Als je behoefte hebt om kwaad te spreken is dat waarschijnlijk uit onzekerheid en arrogantie. Die twee gaan altijd samen. Maar als je gezond bent en stevig in je schoenen staat dan heb je geen laster nodig om een diep en ongelukkig gat  in jezelf op te vullen.

Dan ben jij een ladder-persoon. Iemand die weliswaar aards is, met alle problemen die daarbij horen, maar ook iemand die zich tegelijkertijd bewust is van het feit dat je de hemel kan raken. Niemand kan jouw waardigheid en zelfrespect afnemen. Je hebt een bepaald doel waar je op focust en het kwaad dat om je heen gebeurt is geen reden voor jou om tot kwaadspreken over te gaan.

Drie vormen van laster

De Torah noemt drie soorten Tzaraat in Wajiekra 13-2. De aandoening kon drie vormen aannemen:

  • שְׂאֵ֤ת > een zwelling
  • סַפַּ֙חַת֙ > een vlek
  • בַהֶ֔רֶת > een lichtverkleuring

Alle drie reflecteren direct de toestand waarin de kwaadspreker verkeert, zijn huidtoestand en zijn gemoedstoestand.

De zwelling is de persoon die zich onzeker voelt en zich verheft door een ander in een kuil te plaatsen. De ene verdooft zijn onaangename gevoelens door een driedubbele maaltijd te eten en een ander gebruikt laster als uitlaatklep.

De vlek is iets dat op de huid is. Deze laster is niet van hem afkomstig, maar zit er als een extraatje bovenop, net als de wond die iets vreemds  is voor de huid. Het hoort er niet te zijn. Het is een weefsel dat niet bij het lichaam hoort. Dit vertegenwoordigt diegene die graag meedoet. Zelf is hij niet begonnen met kwaadspreken, maar eenmaal in de sociale groep durft hij het spannende gesprek niet te stoppen of weg te lopen. Bij hem ontbreekt de wilskracht om te zijn wie hij eigenlijk wil zijn.

De lichtverkleuring is de persoon die alles duidelijk (‘licht’) denkt te weten over de ander. Hij ziet een bepaald gedrag en weet al meteen waarom die persoon dat gedaan heeft en trekt zijn conclusies. Hij is zo zeker van zijn zaak, hij is zo arrogant dat hij niet eens navraagt wat er aan de hand is. In plaats van kwaad te spreken kan hij ook even bellen, om te vragen wat er gebeurd is. Misschien kun je helpen oplossen in plaats van het probleem en diegene die eronder lijdt nog verder de grond in te boren. Het geven van het voordeel van de twijfel getuigt van grootsheid en bescheidenheid.

Ben je zelf gezond, dan heeft laster jou niets te bieden. Ben je een zuurpruim, dan zie je bij jezelf en bij anderen een berg van negativiteit. Ben je een levensgenieter, dan zijn de moeilijkheden niet verdwenen, noch van jezelf noch van een ander, maar je kijkt er wel anders naar.

Hoe je kijkt

Ook daarover geeft de Torah ons een subtiele boodschap: soms moest een kledingstuk waar Tsaraat op geconstateerd was gewassen worden – waarna er een week gewacht moest worden:

וְרָאָ֨ה הַכֹּהֵ֜ן אַחֲרֵ֣י ׀ הֻכַּבֵּ֣ס אֶת־הַנֶּ֗גַע וְ֠הִנֵּה לֹֽא־הָפַ֨ךְ הַנֶּ֤גַע אֶת־עֵינוֹ֙

En de Kohen zal  kijken nadat de vlek gewassen is en zie, het oog van de vlek was niet omgewenteld…

Hoezo het oog van de vlek? Daarmee wordt natuurlijk bedoeld hoe de vlek er uit zag, maar waarom het woord עין (ajien) gebruiken dat oog betekent en dat tevens de 16de letter van het Hebreeuwse alfabet is. Omdat het verschil tussen kwaadspreken en stil zijn direct verbonden is met je oog, met hoe je naar dingen kijkt. Het is het verschil tussen נגע een plaag, vlek of letsel en ענג dat plezier betekent.

De twee woorden נגע , plaag en ענג , plezier hebben beide dezelfde letters, alleen zit de letter ע (oog) op een andere plaats in het woord. En daar moest de Kohen naar kijken: had je de ע van het woord נֶּ֤גַע, plaag, weten om te draaien naar het begin van het woord om zo plezier, ענג te verkrijgen? Was je van een ongezonde negatieve zuurpruim een levensgenieter geworden?

Als je jezelf genezen had van je onzekerheden en leegtes, dan was je weer in staat om in de maatschappij toe te treden. Wanneer je jezelf op een positieve manier kan bekijken, dan kun je dat ook bij je medemens. Je behoefte en beweegreden tot kwaadspreken is dan verdwenen.

Het grootste plezier, ענג (oneg), dat ouders kunnen hebben, is wanneer ze van iemand anders horen dat hun kind zich goed gedragen heeft. Misschien wisten zij al dat hun zoon of dochter deze karaktereigenschap had of zich zo gedroeg, of misschien klopt het zelfs helemaal niet. Maar het hart van Papa en Mamma zwelt op van liefde, trots en plezier wanneer zij op een ouderavond goede geluiden over hun kind(eren) te horen krijgen.

Evenbeeld: liefde verspreiden

Wij zijn naar het evenbeeld van G-d geschapen. We kunnen G-d geen groter plezier schenken dan op een positieve manier over Zijn kinderen te spreken. En dan dames en heren, zult U zien dat het goede zich gaat uitbreiden. Het negatieve heeft dan geen ruimte meer en verdwijnt vanzelf.

G-d is diegene die het spreken in ons geschapen heeft. Dat was een gigantische maar ook riskante investering. We zijn de enige schepselen op aarde die deze gave bezitten. Laten we deze instrumenten, onze tanden, keel, gehemelte en tong die tot onze beschikking gesteld zijn, optimaal gebruiken. Laten we woorden en zinnen benutten om goede en liefdevolle gevoelens weer te geven. Een lief woordje hier, een vriendelijke Whatsapp daar, een respectvolle email of een leuk ansichtkaartje maken allemaal een wereld van verschil.

Denk na voor dat je iets zegt. Heb je kritiek? Kijk eerst eens waar het vandaan komt. Zeg je het uit liefde of heb je behoefte om te laten zien dat je beter bent? Ben je de andere persoon aan het helpen of voel je jezelf onzeker?

Zorg ervoor dat je jezelf voldaan en gelukkig voelt en dan zal je een ander ook op een positieve manier zien.

De mens is het enige schepsel dat kan spreken. Zorg ervoor dat jouw woorden laten zien dat je een mens bent, iemand die grootsheid, waardigheid en zelfrespect uitstraalt. Met onze woorden en zinnen kunnen wij hele werelden creëren, liefde verspreiden en genezing bewerkstelligen. Wat zeg jij?

Bracha Heintz

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Opmaak Rianne Meijer en Sonja Tamam

Help jij mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen? Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

🌿 Soekot in Utrecht

Vrienden Joods Utrecht

Ook Hebreeuws leren?

Poerim 2019 Utrecht 🤹‍♂