Tag: Rav YY Jacobson

Pienchas | Hoe blijf ik objectief?

Pienchas | Hoe blijf ik objectief?

Wie is er vrij van vooroordelen? Al ben je Moshe Rabenoe zelf of een koning of hogepriester: word je gewaar van je menselijke kant. Laat je alleen je eigen waarheden meetellen of laat jij je adviseren en luister je naar het perspectief van een ander? “Sta open voor de zuivere waarheid”, leert ons deze parasha.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Omdat het Joodse volk op het punt stond om Israel binnen te trekken, wordt in deze Parasha de verdeling van het land besproken. Elke stam, behalve Levi, ontving één deel. Hierbij werd rekening gehouden met de vruchtbaarheid van het land en niet alleen hoe groot de oppervlakte was, opdat iedereen een eerlijk deel zou ontvangen. Elazar en Yehoshua zorgden voor de verdeling. Elazar was de hogepriester, opvolger van zijn vader Aharon. Yehoshua was de leider van het Joodse volk nadat Moshe Rabenoe was gestorven. 

Match

Elazar moest de borstplaat aantrekken. Dat was het speciale gewaad met 12 edelstenen dat enkel door de hogepriester gedragen werd. Vervolgens kwam het hoofd van iedere stam naar hem toe. Door de G-ddelijke inspiratie die Elazar via de borstplaat ontving, vertelde hij aan elk stamhoofd welk deel van het land hem toekwam. Deze match werd daarna door een loterij bevestigd: voor elke stam werd er een plankje met de naam van zijn stam erop in één kruik gelegd. In een tweede kruik lagen ook 12 plankjes met op ieder plankje een ander deel van Israel beschreven. Yehoshua deed één hand in de ene kruik en zijn andere hand in de tweede kruik. Vervolgens haalde hij uit elke kruik één plankje, één met de naam van de stam erop en één waar een stuk grondgebied op stond en zo werd de match  bewezen. Zo wist iedere stam welke portie het kreeg: ten eerste via de borstplaat van Elazar en ten tweede door de loterij waar precies hetzelfde resultaat uitkwam.  

Verder kreeg elke familie binnen een stam een stuk grond naar de grootte van zijn gezin. 

Dames erven ook 

Op dat moment kwamen de dochters van Tselafchad in beeld. Ze hadden een klacht en gingen die aan Moshe Rabenoe voorleggen. Zij hadden geen broers, maar wilden wel heel graag een stuk grond krijgen in het Beloofde Land. Die liefde voor het land hadden ze natuurlijk van hun ouders meegekregen. Want wie was nu hun vader Tselafchad? Zijn dochters beschreven hem als een man die uit Egypte was getrokken en wegens zijn eigen zonde in de woestijn was gestorven. 

Welke zonde? Hiervoor moeten wij 39 jaar teruggaan in de tijd, naar het moment dat het Joodse volk, naar aanleiding van het verslag van de verspieders, over Israel had geklaagd. Er werd gezegd dat het land te moeilijk was om te veroveren. G-d was boos over dit gebrek aan vertrouwen in Hem en besloot dat deze hele generatie ongeschikt was om Israel binnen te trekken. Een groepje Joden kreeg spijt van het klagen en besloot toch naar Israel te gaan. Dit was echter niet de bedoeling en ze werden aangevallen en allemaal vermoord. Tselafchad maakte deel uit van die groep. Zo veel liefde had deze man voor het beloofde land: hij had zijn leven ervoor opgeofferd. Geen wonder dat zijn dochters, 39 jaar later, erop stonden om een deel van dat land te mogen erven. 

Uit respect vertelden deze dames niet wat hun vader verkeerd had gedaan, maar wel wat hij zeker niet gedaan had. Zij vertelden aan Moshe Rabenoe hoe hun vader zich niet samen met Korach verzet had tegen de autoriteit van Moshe en Aharon. Hun betoog ging verder: iedereen die uit Egypte kwam had recht op een stukje grond in Israel. Alleen stierf deze hele generatie in de woestijn. Dat geslacht leefde niet meer, maar ze waren niet alles kwijt: G-d had hun een stukje land in Israel beloofd en dat recht hadden de kinderen bij binnenkomst in het beloofde land van hun gestorven ouders geërfd. Waarom zou onze vader, omdat hij geen zoon had, niet krijgen waar elke Jood, die uit Egypte was getrokken, recht op had? Zal de naam van onze vader en zijn erfrecht op het land verloren gaan? 

Maar Moshe Rabenoe antwoordt niet. Het lijkt alsof hij de oplossing niet weet. Hij stelt de vraag direct aan G-d, Die de dames gelijk geeft. Vervolgens worden in de Torah de wetten van erfenis besproken.  

Objectiviteit  

Wat vreemd! Een man die de hele Torah ontvangen en doorgegeven heeft kan ineens dit vraagstuk niet beantwoorden? Hij heeft de Torah geleerd en uitgelegd aan het hele Joodse volk en nu weet hij zich geen raad en kan hij een simpele vraag niet beantwoorden: Óf dames erven óf dames erven niet! Maar Moshe Rabenoe was een hele grote man. Niet alleen omdat hij zo veel wist, zo veel aankon en zo slim en heilig was, maar vooral omdat hij er ook zo bewust van was hoe klein en menselijk hij was. Want ziet U, niemand, zelfs niet Moshe Rabenoe, is vrij van subjectiviteit.  

Moshe Rabenoe was namelijk bang dat hij dit simpele geval niet objectief kon beoordelen. Want natuurlijk erven dochters van hun vader wanneer er geen broers zijn. Waar anders moeten deze dames wonen en leven wanneer hun vader gestorven is? In niemandsland? Zelfs als er broers waren, konden de jongens pas hun erfenis claimen wanneer al hun zusters uitgehuwelijkt waren. Waar anders hadden zij van moeten leven als hun vader er niet meer was en ze nog thuis woonden? Moesten ze dan ineens op straat verblijven of bij hun broer intrekken? Nee, ze bleven op het landgoed van hun vader wonen totdat ze trouwden. Moshe Rabenoe had zo makkelijk kunnen begrijpen welke wet voor hen gold. Waarom moest hij G-d inschakelen voor een simpele, logische kwestie? 

Rabenoe Bachje, een Spaanse geleerde uit de 13de eeuw biedt inzicht.

De Talmoed helpt ons verder door ons te verdiepen in sterrenkunde en objectiviteit. Een beetje astronomie en kennis van kalenders is hier op z’n plaats. 

Welnu, het duurt voor de maan ongeveer 29 ½ dagen om een rondje rond de aarde te maken: dat is één Joodse maand. Als de maan 12 keer de aarde heeft omcirkeld dan is het Joodse jaar om.

12 x 29 1/2 = 354 dagen

Maanjaar en Zonnejaar 

Echter, duurt het 365 dagen voordat de zon zijn cyclus heeft voltooid.

365 – 354 = 11 

Het Joodse maanjaar komt hierdoor 11 dagen te kort ten aanzien van het zonnejaar. Na twee jaar is er een verschil van 22 dagen. Na drie jaar is er al een afwijking van meer dan een maand. Aangezien de Joodse feestdagen vaste data hebben in de Joodse maand, vallen deze feestdagen steeds 11 dagen eerder dan het jaar ervoor, ten aanzien van de cyclus van de zon. Hierdoor zouden de feestdagen langzaam maar zeker, na een aantal jaren in een eerder seizoen vallen. Toch staat in de Torah dat Pesach in de lente gevierd moet worden. Wanneer het lente is wordt door de zon bepaald en niet door de maan. Om het verschil van 11 dagen te overbruggen wordt er af en toe een 13de maand toegevoegd.  

Resteert de vraag wanneer dit moest gebeuren. Tegenwoordig hebben wij daar een vaste kalender voor.  Vroeger werd dit door het hooggerechtshof, dat zitting in de Tempel in Yerushalayim had, besloten. Doorslaggevende factoren waren bijvoorbeeld dat Pesach na de lente equinox moest vallen of dat de wegen droog genoeg moesten zijn zodat de Joden zich naar de tempel in Yerushalayim konden begeven om daar Pesach te vieren. 

Koude voeten en eigenbelang

Niet iedereen mocht een inbreng hebben in de beslissing of er in een bepaald jaar wel of geen 13de maand ingevoegd moest worden. Twee zeer vooraanstaande personen, de koning en de hogepriester, mochten niet aan deze beslissing meedoen. Waarom? Omdat ze allebei belang hadden bij het wel of niet toevoegen van een dertiende maand. 

De koning had een jaarlijks budget om salarissen uit te betalen. Hoe lang het jaar duurde deed er niet toe. Voor dezelfde prijs kon hij mensen twaalf of dertien maanden in dienst hebben. Een toegevoegde maand was voor de koning een financieel voordeel. 

En hoe zat het met de hogepriester? Bij hem was het een warmte kwestie. Hij was verantwoordelijk voor de dienst op Yom Kipoer. Op deze heilige dag moest hij op blote voeten de dienst in de Tempel uitvoeren en zich talloze keren in het water onderdompelen. Hoe later Yom Kipoer in de herfst zou vallen door een toegevoegde maand, hoe kouder z’n voetjes zouden aanvoelen. Oh ja, werkelijk? Zou dit de motivatie zijn van de hogepriester om een noodzakelijke dertiende maand wel of niet toe te voegen? Zou voor de heiligste man, op de heiligste dag van het jaar, op de meest heilige plek op aarde, de temperatuur van het mikwe-water meer wegen dan het nationale belang? 

Ja, vertelt de Talmoed ons. Niemand is vrij van subjectiviteit. Bewust of onbewust ziet men alles een beetje scheef wanneer er eigenbelang bij komt kijken. Zelfs de koning en zelfs de priester. Zelfs op Yom Kipoer. 

Op het moment dat de dochters van Tselafchad om een stukje grond vragen, maar eerst zeggen dat hun vader niet tegen Moshe Rabenoe in opstand was gekomen, voelt Moshe Rabenoe al dat hij niet meer op een objectieve manier kan beslissen. Oh, dus jullie vader was aan mijn kant! Dan zegt Moshe Rabenoe: Ho! Stop! Weliswaar is deze hele gebeurtenis 39 jaar eerder gebeurd, toch trek ik mij terug. Want wie is vrij van vooroordelen? Al ben je Moshe zelf of een koning of een hogepriester, al sta je nog zo hoog, al ben je nog zo rechtschapen, wees je ook bewust van je kwetsbaarheid. 

Daarom is het zo belangrijk voor iedereen om een raadgever voor zichzelf te kiezen. Iemand waarmee hij kan overleggen. Een persoon met wie hij zijn kleine probleempjes en zijn grote valkuilen kan bespreken. Een mens denkt namelijk uit eigenliefde al gauw dat hij gelijk heeft.  

Wees je bewust van

Wij leren in het eerste hoofdstuk van Pirkei Awot dat Yehoshua ben Perachja zegt: “Maak voor jezelf een meester”. Een meester of raadgever hoeft niet slimmer of wijzer te zijn dan wij. Dat kan ook niet, aangezien de meeste mensen denken slimmer te zijn dan ieder ander. Het grote voordeel van het overleggen ligt in het feit dat je raadgever objectief naar jouw situaties kan kijken en jou kan helpen om beslissingen te maken in je leven, gebaseerd op juistheid en niet op eigenliefde.  

Niemand vraagt je om volmaakt te zijn, wel verantwoordelijk. Wees niet perfect, maar wel bewust van je menselijke kant. Wees eerlijk en realiseer je hoe bevooroordeeld je kunt zijn, zonder dat je daar bewust van bent. Wees bescheiden, laat je uitdagen, luister naar een ander perspectief en sta open voor de zuivere waarheid. 

Moshe Rabenoe was toen 120 jaar oud. Hij had ongelofelijk veel in zijn leven weten te bereiken. Hij stond op een niveau dat niemand ooit zou kunnen bereiken. En toch, op het moment dat een groep dames hem een complimentje geeft over iets dat 39 jaar eerder was gebeurd, is hij zich ervan bewust dat hij zijn objectiviteit kwijt is. Hij trekt zich terug en laat zich adviseren. 

Dit is de les voor ons. Wil je je hele leven in een droom leven waarin alleen je eigen waarheden meetellen? Hoe kom je dan verder? Je blijft dan jarenlang in hetzelfde rondje draaien. Kom uit je wereld van verbeelding. Laat je adviseren. Neem dat neutrale advies van een kennis of vriend aan en ga voorwaarts. Op naar de volgende uitdaging. 

Shabbat shalom! 

Bracha Heintz

Gebaseerd op lessen artikel van Rav YY Jacobson

Speciale dank voor de opmaak en correcties van Rianne Meyer, Sonja Tamam en Devorah vd Heiden. Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn zeer welkom!


Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

 

Balak | Een vloekende profeet op een babbelende ezel

Balak | Een vloekende profeet op een babbelende ezel

Het Joodse volk werd door één van de grootste Jodenhaters die de geschiedenis ooit gekend heeft gezegend. Ieder mens, Joods of niet-Joods, kan ervoor kiezen om te zegenen of om te vervloeken. Er is één voorwaarde: stel je bescheiden op en stel je open voor Hashem. Probeer niet om G-d of de Torah te slim af te zijn.

Download hier de printversie van dit artikel (PDF)

Veertig jaar na de uittocht uit Egypte stond het Joodse volk klaar om Israel, via het zuiden, binnen te trekken. Er waren alleen nog twee landen te doorkruisen, Edom en Moav. Deze landen lieten het Joodse volk niet passeren. Israel moest omlopen. Noodgedwongen moest het eerst een heel stuk oostwaarts trekken om pas daarna richting het noorden te kunnen gaan om zo het land van Edom en Moav te omzeilen. Ze zouden hun entree in Israel maken via de oostelijke grens tegenover Jericho. Ze vielen noch Edom noch Moav aan. Deze landen lagen namelijk ten oosten van de Jordaan en hoorden niet bij het nog te veroveren Israel, dat ten westen van de Jordaan lag.

Het Joodse volk wist onderhand uit ervaring dat zij zonder G-ds bescherming geen schijn van kans hadden om welk land dan ook te overwinnen. De Edomieten en Moabieten waren niet bang, want ze dachten dat het Joodse volk alleen Kanaän in beslag zou gaan nemen, het land ten westen van de Jordaan. Vrede en rust voor iedereen. Zo trok het Joodse volk langs de westelijke Jordaanoever verder noordwaarts.

Verslagen

Het Joodse volk reisde nog steeds ten westen van de Jordaan en ging nu het land van Sichon tegemoet. Ook dit land weigerde toegang te verlenen aan het Joodse volk. Het werd namelijk betaald door de Kanaänieten (bewoners van het nog te veroveren land ten westen van de Jordaan) om hun land te beschermen en als bufferzone te fungeren. In deze strijd werd Sichon, met zijn enorme leger en al zijn macht en kracht, toch door Israel verslagen. Aan de Israelische kant was er geen enkel slachtoffer.

Na de slag om Sichon trok het Joodse volk verder noordwaarts om het volgende volk tegemoet te gaan: Bashan met zijn koning Oğ.  Hij had zijn hele leger paraat maar Israel was sterker en versloeg ook Oğ. Israel had zowel het land van Sichon als het land van Oğ in bezit genomen.

En zo belanden wij in onze parasha bij een koning van Moav, die Balak heet en die het ineens heel benauwd kreeg toen hij hoorde dat Israel toch landen in bezit had genomen die ten oosten van de Jordaan liggen. Israel had de grote machten van Sichon en Og zomaar verslagen. Aan de Israelische kant was geen enkel slachtoffer gevallen, hetgeen niet bepaald een kalmerend effect had op de Moabitische koning. 

“Wacht eens even”, dacht de Moabitische koning Balak, “Is mijn land Moav, dat ook ten oosten van de Jordaan ligt, nog wel veilig? Als Israel toch landen veroverd heeft aan de oostelijke kant van de Jordaan, waarom dan ook niet Moav? Misschien zijn wij hierna aan de beurt. Weliswaar is Israel hier al voorbijgegaan maar je weet maar nooit…”

Balak werd er helemaal misselijk van (Bamidbar 22-3). Hij dacht diep na, pleegde overleg met zijn buurland Midian en besefte dat zelfs de enorme krachtige landen van Sichon en Oğ zo gemakkelijk door Israel verslagen werden.

Wat nu? Balak was zo slim om niet op een militaire defensie te rekenen. Het was namelijk overduidelijk dat G-d het Joodse volk hielp. Hun overmacht hadden zij niet te danken aan hun militaire kracht. Hij moest iets anders verzinnen om het Joodse volk te verslaan. Nu had hij natuurlijk al gehoord wat voor een soort mensen ‘die Joden’ waren. Dat ze zo spiritueel waren en dat zij heel veel lernden en dawenden (baden). De kracht van het Joodse volk lag duidelijk in hun mond, in wat ze zeggen. “En daar gaan we hen mee verslaan”, dacht deze slimme koning. Balak nam een profeet uit Midian in dienst om het klusje voor hem te klaren. Deze profeet heette Bilam en hij ging ‘de Endlösung’ voor Balak uitvoeren.

Vloekende profeet

De profeet Bilam werd erbij gehaald. Balaks vertegenwoordigers bezochten hem. Het doel was duidelijk. Bilam werd in dienst genomen om het Joodse volk te vervloeken. Hij was daar zeer bedreven in en had met zijn vervloekingen al meerdere successen weten te boeken. Spirituele krachten bestaan namelijk net zo goed in de niet-Joodse wereld.  Toch moest deze niet-Joodse profeet eerst G-d raadplegen. Bilam was zich er heel goed van bewust dat zonder G-ds toestemming hem niets zou gaan lukken. Bilam kon uitsluitend ’s nachts inspiratie opdoen, vandaar dat de delegatie van koning Balak bleef overnachten. In de nacht verbood Hashem Bilam om het Joodse volk te vervloeken. Zelfs zegenen mocht niet. Ze waren immers al gezegend! Bilam kon niet op het verzoek van Balak ingaan en de delegatie van koning Balak werd teruggestuurd.

Maar koning Balak nam hier geen genoegen mee. Hij gaf niet zo gemakkelijk op. De veiligheid van zijn hele land was in het geding. Hij dacht: ”Laat ik wat hogere pieten naar Bilam sturen en het salaris wat aantrekkelijker maken.” Zo gezegd, zo gedaan. De grootste en hoogste ministers en vertegenwoordigers van Moav werden naar Bilam gestuurd om hem te smeken om het Joodse volk te vervloeken. Bilam raadpleegde Hashem weer en nu ontving hij wel G-ddelijke toestemming om te gaan, op voorwaarde dat Bilam alleen zou zeggen wat G-d toe zou staan. “Nou, dat zien we nog wel”, bedacht Bilam.

Wat vreemd. Eerst mocht Bilam niet mee met de afgevaardigden van Balak en nu mocht het wel? Was G-d van mening veranderd? Maar G-d verandert nooit van mening. Dan zou G-d zich in één van de twee gevallen ‘vergist’ hebben. Niet alleen dat, maar nadat G-d Bilam toestemming had gegeven om met de tweede delegatie mee te gaan, werd G-d alsnog kwaad op hem! Waarom de boosheid als G-d hem toch toestemming had gegeven? Vervolgens bood Bilam aan om huiswaarts te keren, maar G-d zei dat Bilam toch verder moest gaan. Nee ja, ja nee? Heeft G-d twijfels? Onmogelijk. Hij is volmaakt en twijfelt nooit. Het zijn de omstandigheden die wijzigen waardoor G-d zijn respons aanpast.

Jodenhater zegent Israël

Terug naar Bilam de profeet. Nu heeft hij van G-d toestemming ontvangen. Hij pakt zijn ezelin en samen met Balaks hoogwaardigheidsbekleders gaat hij op weg. Hij is de machtigste en meest arrogante man op aarde. Hij gaat het opnemen tegen de nieuwste superpower, Israel, genaamd. Hij gaat de grootste profeet aller tijden, Moshe Rabenoe, overstijgen. Hij gaat Hashem ‘omzeilen’ en tijdens een moment van G-ds ‘onoplettendheid’, zal hij het Joodse volk vervloeken. Hoe is het mogelijk? Wat een arrogantie! Wat een verbeelding en verwaandheid! Alsof het mogelijk zou zijn dat G-d Almachtig even iets niet zou merken!

Maar G-d heeft hele andere plannen. Hij denkt zo: “Laat nu eens een niet-Joodse profeet het Joodse volk zegenen. Joden zijn zich altijd aan het verontschuldigen en doen alsof zij een volk zijn net als elk ander volk. Niets is minder waar. Een volk van priesters en een heilig volk is het. Als het Joodse volk zelf niet wil geloven hoe speciaal het is, laat ze het dan van een ander horen! Bovendien: als je complimenten van een vriend krijgt, weet je nooit of ze eerlijk bedoeld zijn. Maar als je grootste vijand je gaat loven, dan weet je precies wat het waard is.

En zo zien wij dat Bilam de mooiste complimenten aan het Joodse volk gaat geven. De grootste profetieën zullen straks uit zijn mond vloeien. Prachtige verzen en gedichten gaat hij uitspreken. Hij gaat zelfs de komst van Mashiach voorspellen. Eén van de zinnen uit zijn zegen staat ook nog in het dagelijkse ochtendgebed. En dit alles uit de mond van één van de grootste Jodenhaters die de geschiedenis ooit gekend heeft.

G-d koos ervoor dat deze prachtige teksten uit de mond van een niet-Joodse profeet zouden komen. Maar alvorens dit mogelijk te maken, zal deze profeet eerst een metamorfose moeten ondergaan en zijn hoogmoedige gedrag moeten afleren. Het is namelijk alleen mogelijk om G-ds woord te ontvangen als men zeer bescheiden is. Hashem gaat Bilam tot bescheidenheid brengen met behulp van een vervoermiddel. Geen kameel of een Jaguar, maar een ezelin. Bilam ging onderweg met alle VIPs van de regio. G-d was woedend op hem. Hoe durfde hij aan te dringen en G-d een tweede keer vragen. Maar in de Talmoed (Makot 10b) staat:

בדרך שאדם רוצה לילך בה, מוליכין אותו

In de weg die een mens wil inslaan, daarin wordt hij geleid.

Zelf kiezen

G-d had Bilam de eerste keer geen toestemming gegeven, maar Bilam drong aan. G-d wilde Bilam beschermen tegen zijn eigen val, maar het is moeilijk voor Bilam om ‘nee’ te horen. Hij drong aan en kreeg bij de tweede delegatie toestemming van G-d om mee te gaan, maar op voorwaarde dat hij alleen zal uitspreken wat G-d hem toe zou staan. Maar Bilam was helemaal niet van plan om zich aan voorwaarden te houden. Hij ging op stap en dacht in zijn verwaandheid tegen G-ds wil in te kunnen gaan. Dat is de reden waarom G-d woedend op hem is, hoewel Hij hem toestemming had gegeven. G-d probeerde onderweg ervoor te zorgen dat Bilam zijn GPS opnieuw ging instellen en zijn route ging aanpassen. Maar Bilam zal, zoals ieder ander mens, uiteindelijk zelf moeten kiezen welk pad hij inslaat.

G-d wilde zo graag dat zelfs deze Bilam tot inkeer zou komen. Daartoe had Hij al 2488 jaar eerder al voorbereidingen getroffen. Zo vertelt ons Spreuken der Vaderen: het was de zesde dag van de schepping. De hele wereld was geschapen. Alles stond klaar en de Shabbat kon beginnen. Maar nee, stop, nog even, terwijl het al schemerde, moesten er nog gauw enkele details aan de schepping toegevoegd worden, zoals onder andere de sprekende mond van de ezelin….

Ezelin

Een ezelin van het grootste kaliber, het trouwe dier van Bilam is een belangrijk detail in het verhaal: op het moment dat Bilam door een smalle plek trekt, stopt het dier ineens. Ze weigert verder te gaan omdat zij een engel ziet die de weg verspert. Bilam ziet de engel niet en wordt woedend op het dier en slaat het meerdere keren! De ezelin opent haar mond en begint te spreken: “Wat heb ik tegen jou gedaan dat je mij al drie keer slaat?” “Jij hebt mij beschaamd”, zegt Bilam tegen het dier, ”als ik een zwaard had zou ik jou nu doden.”

Wat een afgang voor Bilam. Hij claimt een heel volk met zijn woorden te kunnen uitroeien, maar voor zijn ezelin moet er een zwaard aan te pas komen! Uiteindelijk ziet Bilam de engel en beseft hij dat zijn tomtom een reset nodig heeft. Hij vraagt de engel of hij maar niet beter terug naar huis kan gaan. Maar nu Bilam vernederd is mag hij zijn reis voortzetten. Zijn vernedering maakt het nu mogelijk dat de zegeningen die voor het Joodse volk bestemd zijn, via zijn mond uitgesproken kunnen worden.

Bilam was als een gieter afgegaan. Hij zou toch Moshe Rabenoe in profetie verslaan? Hij zou toch krachtiger zijn dan de koningen Sichon en Oğ? Hij zou G-d te slim af zijn. Maar nu blijkt dat hij niet eens in staat is zijn eigen ezelin te laten gehoorzamen! Bilam ziet de engel niet, maar de ezelin ziet hem wel en weigert verder te lopen. Wat een afgang, vooral met al die VIPs aan zijn zijde. Daarom mocht Bilam de eerste keer niet gaan en de tweede keer wel. De tweede delegatie bestond namelijk uit veel belangrijkere personen, waardoor de schaamte en afgang van Bilam des te groter was. G-d was dus niet van mening veranderd, maar de situatie was anders geworden!

Bilam schaamde zich diep. Zijn argwaan was geraakt  en zijn arrogantie hiermee verdwenen.

Doorgeefluik

Nu hij helemaal van zijn trots af is, kan hij verder gaan. Hij heeft toestemming om zijn reis voort te zetten. Hij zal het Joodse volk loven en zegenen. Nu kan het G-ddelijke woord uit zijn keel voortkomen. Bilam is wel geschikt om als doorgeefluik te functioneren voor G-ds woord. Hieruit leren wij dat, als wij Hashem dichtbij ons willen houden, wij eerst van onze hoogmoed af moeten komen. Gooi je trots en arrogantie weg.

מה־טבו אהליך יעקב משכנתיך ישראל (Bamidbar 24-5)

Dit is de zin waarmee Bilam het Joodse volk zegent. Dit is tevens het vers dat wij dagelijks in ons ochtendgebed uitspreken: “Jakov, wat zijn jullie tenten goed en Jisrael, jullie woningen.”

Het Joodse volk heeft twee namen, vernoemd naar Jakov die de enige aartsvader was die uitsluitend Joodse kinderen had. Nadat Jakov met de engel had gevochten kreeg hij van G-d een tweede naam, namelijk Jisrael.

Bilam zegende het Joodse volk als volgt: “Of je nu een Jakov Jood bent en je jezelf sporadisch (als een tent) met het Jodendom bezighoudt of je bent een Jisrael en je leeft constant (als een woning) met het Joodse gevoel, “Wat is het toch (allebei) goed!”

Vertegenwoordiger

Iedereen kan als vertegenwoordiger of afgezant van G-d hier op aarde functioneren, op voorwaarde dat hij de spelregels kent en zich bescheiden opstelt. Hij moet niet proberen om G-d of de Torah te slim af te zijn of op een andere manier Hem te overtreffen. Ieder mens, Joods of niet-Joods, kan ervoor kiezen om te zegenen of om te vervloeken. Elke persoon kan beslissen om de G-ddelijke aanwezigheid in zich te voelen, te ervaren en verder uit te stralen. Voorwaarde is wel dat je ruimte voor Hem maakt.

Stel je bescheiden op, zie jezelf als een afgezant van een hogere Macht die jou de eer geeft om Hem hier op aarde te vertegenwoordigen. Cijfer jouw wil en comfort weg voor de wil en de geboden van Hashem en dan zal Hij de wil van anderen voor jou doen verdwijnen. Probeer die keus het liefst te maken zonder dat er een ezelin of allerlei andere narigheid aan te pas hoeft te komen.

Met een nederige groet, Shabbat shalom!

Bracha Heintz

Gebaseerd op lessen artikel van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn zeer welkom!


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Choekat | Kijk naar de slang en genees

Choekat | Kijk naar de slang en genees

Een slang die vergiftigt of een slang op een stok. Wat is het verschil? Wanneer het lukt om een probleem van bovenaf te bekijken, zullen de moeilijkheden niet per se verdwijnen, maar dan zal de manier waarop ze beleefd worden wél veranderen. In elke beproeving zit namelijk een bron van vernieuwing. In elke crisis schuilt een pad naar een nieuwe ontdekking. Als je je kijk op zaken verandert, dan zullen de zaken waar je naar kijkt ook veranderen.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Eén jaar na de uittocht uit Egypte kwam het Joodse volk aan bij de zuidelijke grens van Israel. Oorspronkelijk zou het toen Israel binnentrekken, maar doordat de verspieders het hele volk demotiveerden, weigerde het toen om het beloofde land binnen te reizen. “Dan maar niet”, zei Hashem, “Jullie zullen niet gaan, maar jullie kinderen wel.” Daarom moest de intocht naar Israel uitgesteld worden; iedereen die toen boven de 20 was zou in de woestijn sterven. De volgende generatie zou pas Israel binnen kunnen trekken.

Het Joodse volk heeft om die reden in de woestijn een enorme omweg moeten maken. Een omweg die 39 jaar zou duren. In onze Parasha stond het volk wederom aan de zuidelijke grens van Israel, klaar om eindelijk, 39 jaar later, het doel van hun lange trektocht te bereiken: Israel!

Aanval

Moshe, Aharon en diens zoon Elazar klommen een berg op waar een grot in was met daarin een graf dat op Aharon wachtte. Aharon overleed. Moshe en Elazar daalden van de berg af en het volk vroeg waar Aharon gebleven was. “Hij is naar een andere wereld heengegaan”, antwoordde Moshe Rabenoe, maar het Joodse volk beschuldigde Moshe van zijn overlijden. G-d was niet blij met dit verwijt en strafte het Joodse volk door een vijand te sturen. Het was niemand anders dan Amalek.

Het was niet de eerste keer dat deze antisemiet zijn kop opstak en helaas niet de laatste keer. Hoe dan ook, Amalek kreeg te horen dat het Joodse volk niet meer door G-d beschermd was. De ‘erewolken’ die 40 jaar lang het Joodse volk heen hadden gezweefd en als schild hadden gefunctioneerd, waren de verdienste van Aharon geweest en waren met zijn overlijden verdwenen.

Amalek wilde al langer het Joodse volk aanvallen. Nu de ‘erewolken’ verdwenen waren, zag hij zijn kans. Het Joodse volk werd bijzonder angstig en nam de benen. Het liep uiteindelijk kilometers terug richting Egypte. De Levieten probeerden deze terugreis te stoppen. Hierdoor ontstond er een burgeroorlog met sterfgevallen aan beide kanten. Toch lukte het de Levieten om uiteindelijk het volk weer richting Israel te krijgen.

Hierna werd Amalek verslagen en stond het Joodse volk eindelijk klaar om via de kortste, noordelijke weg Israel binnen te treden. Om het Beloofde Land te kunnen bereiken moesten ze nog wel het land van Edom doorkruisen, maar de Edomieten weigerden toegang. Het Joodse volk moest noodgedwongen wederom een omweg maken, deze keer om Edom heen.

Ongenoegen

Eerst moest het volk 39 jaar extra in de woestijn vertoeven. Daarna viel Amalek aan en vervolgens lieten de Edomieten het Joodse volk hun land niet passeren. De ene uitdaging en teleurstelling kwam na de andere. Het was te veel voor het Joodse volk; ze konden er niet meer tegen. Een hoop klachten en ongenoegen werden naar G-d en naar Moshe zijn dienaar geuit: “Waarom hebben jullie ons uit Egypte gehaald om in de woestijn te sterven? We stonden op het punt om Israel binnen te gaan en nu moeten wij weer een omweg maken, weer de woestijn in, weer datzelfde lichte brood eten. We hebben geen normaal voedsel om te eten, alleen manna. We hebben geen gewoon water om te drinken, alleen uit één of andere mobiele waterbron.” (Bamidbar 21-5).

Wat een geklaag, vooral als je nagaat dat het manna naar ieders voorkeur smaakte. Had je zin in biefstuk, dan smaakte het naar biefstuk. Had je zin in pizza, ijs of sushi, dan smaakte het dáár naar. Het manna smaakte precies naar hetgeen je verlangde.
G-d zei: “Laat de slang, die kwaad heeft gesproken in Gan Eden, nu het volk dat over Mij kwaadspreekt, straffen. Laat de slang die smakeloos voedsel eet het volk straffen dat over smakeloos voedsel klaagt.”

Omdat de slang Chawa overtuigd had om van de verboden vrucht te eten, had G-d de slang gestraft met het eten van aarde, m.a.w. met het eten van voedsel dat nergens naar smaakte.

Als gevolg van het geklaag kwamen giftige slangen en andere wilde dieren de mensen bijten en een groot aantal van hen stierf. Het volk kwam naar Moshe toe en erkende verkeerd tegen G-d en tegen Moshe te hebben gesproken: “Dawen (bid) voor ons dat Hij de slangen verwijdert.” Moshe heeft ze vergeven en voor ze gedawend.

Koperen slang

Moshe moest van G-d een slang maken en die op een stok zetten. Als men ernaar zou kijken dan zou men van z’n beet genezen en verder kunnen leven. En zo geschiedde: Moshe maakte een slang van koper (Nachash is het Hebreeuwse woord voor slang en heeft dezelfde letters als nechoshet = koper). Diegenen die door slangen waren gebeten keken omhoog naar de koperen slang en genazen.

“Kan een slang een mens genezen?” vraagt Rashi. Onze geleerden vertellen ons dat het niet de slang was die genezing bracht, maar het omhoog kijken naar de hemel, het nadenken over onze Hemelse Vader.

Vreemd en misleidend! “Als G-d de Genezer is, waarom moet er dan een slang aan te pas komen?”, zo wordt de vraag in de Talmoed gesteld. Men zou al gauw kunnen denken dat de slang geneest, maar nee, het is het naar boven kijken, jezelf verbinden met iets hogers, je relatie met G-d verbeteren. G-d is Degene die de giftige slang heeft geschapen. Het is G-ds wil of hij wel of niet bijt en het is G-d die jou ervan kan genezen.

Deze koperen slang is 700 jaar lang bewaard gebleven als getuige van dit wonderbaarlijk gebeuren. Jammer genoeg begon men daarna G-ddelijke krachten aan de koperen slang toe te kennen. Toen het een afgod werd, heeft koning Chizkijahoe de koperen slang vernietigd.

Blijft de vraag: Waarom een slang? Waarom een beeld, terwijl wij zo gewaarschuwd worden voor het maken en dienen van afgoden? Bovendien, hoe zou de slang, die juist de oorzaak van het probleem was, ook de oplossing kunnen bieden?

Slangen kruipen overal. Ze bijten en laten giftige sporen achter.

Vergiftigingen

Er bestaan vele soorten slangen in ons leven.

Ben jij ooit in jouw leven vergiftigd door allerlei moeilijkheden, frustraties of problemen? Heeft misschien iemand die jij vertrouwde jou daarna bedrogen? Ben jij in jouw jeugd kapot gemaakt door een gemene leerkracht, een medeleerling die jouw jeugd verwoest heeft door pesten of misschien nog veel erger? Heb je te vaak te maken met een giftig persoon? Doet je baas steeds vervelend op je werk? Heb jij er genoeg van en voel je je ontmoedigd? Vraag jij je af waarom lijden überhaupt in deze wereld noodzakelijk is?

Hoe gaan mensen met hun kleine en grote vergiftigingen om?

עֲשֵׂה לְךָ שָׂרָף וְשִׂים אֹתוֹ עַל־נֵס

Bamidbar 21-8

Maak een slang en zet hem op een stok

Het woord נֵס (nees), betekent niet alleen stok, maar ook uitdaging en verheffing. Als je een probleem hebt, kun je het ontvluchten. Dat is één manier om het voor jezelf op te lossen. Je kunt er ook voor kiezen om naar het probleem te kijken.

G-d geeft aan de mensen, die door een slang vergiftigd zijn, de mogelijkheid om juist naar die slang te kijken. Je kunt het gif en de uitdagingen in je leven ontwijken of ermee aan de slag gaan. Wel is er één heel belangrijke voorwaarde: dat je naar boven toe kijkt. Want ziet U, er zijn twee slangen: de slang hier beneden die gebeten heeft en de slang daarboven, die genezing brengt.

De slang boven biedt inzicht. De slang beneden vertegenwoordigt slechts gif en ellende, maar als je naar boven kijkt en je verdiept je in de oorsprong van alle ellende, dan kun je genezing bewerkstelligen.

Van bovenaf

Wij geloven in één G-d, d.w.z. dat er buiten G-d om geen enkele andere kracht bestaat. Hij is de enige Schepper en alles komt van Hem, alle goede zaken, maar ook alle moeilijkheden, vergiftigingen en teleurstellingen.

Kijk je naar de slang beneden dan zie je alleen maar ellende en negativiteit. Kijk je naar de slang boven dan besef je dat elke beproeving in je leven jou uiteindelijk sterker heeft gemaakt. Natuurlijk protesteren wij tegen alles wat ons tegenstaat. Toch waren wij niet geweest waar we nu zijn als wij niet alle beproevingen hadden doorstaan die G-d op ons pad heeft gebracht.

G-d stuurt ons niet de moeilijkheden in het leven om ons kapot te maken. Wat Hij wil is ons wakker schudden. Hij wil ons uit onze slaap wekken, uit de dagelijkse sleur. Als je je spieren wilt versterken, dan zul je ze moeten rekken en dat doet soms pijn.

Alles komt van G-d, het goede en het slechte en alles wat G-d doet kan alleen maar goed zijn. Het ‘slechte’ is ook goed, maar op een voor ons niet zichtbare manier. Het is onze uitdaging om voorbij de schijn te kijken. Het is onze uitdaging om te realiseren dat elk voorval ergens een goede bron heeft en daarginder is alles goed.

Soms zijn zaken echter zo hoog, zo speciaal, dat deze wereld te laag is om ze te vatten. Denk aan een wiskundeprofessor. Hij kan op twee manieren zijn kennis aan een leek communiceren. Óf de professor vertelt hem de stof zoals hij het zelf ook begrijpt. Dan zal de leek er niets van verstaan en het daarom niet kunnen waarderen. Óf de professor vereenvoudigt, beperkt en doseert zijn les zodat de leek het wel kan volgen. Nu kan de leerling wel genieten; hij ervaart het als goed en positief. Toch heeft hij slechts een aangepaste en vereenvoudigde versie van de stof tot zich kunnen nemen. Hij heeft niet de echte, volledige diepte gehoord.

Wat is beter? Een wiskundeles die in zijn volledigheid overgebracht wordt waardoor niemand het kan vatten of een aangepaste les die iedereen kan waarderen? De leerling ervaart de eerste les als slecht en de tweede optie als goed. Maar toch is het eigenlijk andersom, want de eerste versie klopt 100% met de werkelijkheid en de tweede maar gedeeltelijk. Zo ziet ons leven er ook uit. Als wij iets goeds meemaken dan is het een vereenvoudigde, aangepaste versie van de pure werkelijkheid. Wanneer wat we meemaken slecht is, dan betekent het dat we een gigantisch hoog niveau hebben geraakt.

Dit is van toepassing op elk individu maar ook op de hele geschiedenis. Na elke calamiteit kwam een enorme positieve verandering en groei. 

Na de slavernij in Egypte in 2448 kwam de uittocht en werd de Torah gegeven.

Na de verwoesting van de tweede tempel in de eerste eeuw werd de mondelinge leer op schrift gesteld. Denk aan de Mishnah, de Talmoed, de Midrash, de Zohar enz…

Onze geliefde geleerde Rashi (1040-1105) schreef zijn fantastische verklaringen niet op vakantie in Hawai onder een palmboom met een flesje cola en een zonnebril op. Terwijl hij in Troyes (Frankrijk) zijn monumentale werk opschreef, vonden de kruistochten langs zijn voordeur plaats. De ene Joodse gemeente na de andere werd verwoest, geplunderd en de leden ervan werden verkracht.

Na de inquisitie in 1492 kwamen de geleerden uit Tsfat tot leven: de Arizal, de Beit Yosef, de Alshich en nog anderen.

Na de pogroms in Polen van 1648 en 1649 kwam de Baal Shem Tov, die het chassidisme heeft gesticht.

Na de tweede wereldoorlog werd in 1948 het land Israel, waar iedere Jood eindelijk naartoe kan vluchten, een realiteit.

Wij zullen het lijden nooit kunnen verklaren en we mogen dat ook niet doen. Pijn is pijn. Voor gruwelijkheden en wreedheid bestaat geen uitleg, tenzij je zelf een nazi bent. Logica is er niet, maar een reactie is er wel, een houding hoe je ermee om kunt gaan.

Wanneer het lukt om een probleem van bovenaf te bekijken, zullen de moeilijkheden niet per se verdwijnen, maar dan zal de manier waarop ze beleefd worden wél veranderen. In elke beproeving zit namelijk een bron van vernieuwing. In elke crisis schuilt een pad naar een nieuwe ontdekking. Als je je kijk op zaken verandert, dan zullen de zaken waar je naar kijkt ook veranderen.

Als jou iets vreselijks overkomt en je bent er helemaal stuk van, voel je misschien op dat moment dat je niet meer verder kunt. Je bent geparalyseerd en je stagneert. Wees moedig en prik door de illusie heen. Ontdek de oorzaak van elk voorval. Wie is de dirigent van de schepping? Wie heeft deze narigheid uiteindelijk georkestreerd?

Als je een probleem hebt kun je het oplossen, maar dat is onvoldoende. Als dat alles zou zijn, waarom is dat probleem überhaupt op je pad gekomen als je na het oplossen ervan geen stap verder bent gekomen? Nee, er zit hier meer achter. Je kunt namelijk van de gelegenheid gebruik maken om je mentale spieren te rekken en sterker te maken. Kijk wat je nu, na het doorstaan van deze beproeving, allemaal aankan! Gebruik jouw pijn en duister om licht voor jezelf te creëren en ook anderen te helpen. Het is geen zonde om met moeilijkheden en duisternis te worstelen. Integendeel, dat is de hele reden dat wij naar deze aarde worden gestuurd, om ervoor te zorgen dat licht over duisternis zegeviert, vreugde over droefheid, zelfvertrouwen over twijfel en veerkracht over misbruik. 

Velen van ons weten dit uit ervaring. We maken situaties mee die pijnlijk zijn of zelfs heel pijnlijk. Situaties die ons dwingen om goed naar onszelf te kijken en diepe slapende krachten op te graven. Op deze manier zul je misschien ontdekken dat er in jouw vraag een antwoord schuilt, dat het probleem juist de oplossing wordt en dat het gif je medicijn kan zijn. Zo werkt het hele inenting systeem. Je neemt een beetje van het gif om het lichaam te stimuleren om zichzelf te versterken, juist tegen dat ene gif of die ene ziekte.

Nee, boven bestaat er geen kwaad en daarom zijn wij, wanneer G-d ons uitdaagt, niet zielig omdat in elke moeilijkheid oneindig veel licht verborgen ligt. Als wij uitgedaagd worden dan bezitten wij kennelijk ongelofelijke diepe krachten die zonder de uitdaging voor altijd in een diepe slaap zouden zijn gebleven. Uiteraard vragen wij zelf niet om een uitdaging, maar als die er is, verwelkomen wij de gelegenheid en beseffen wij dat, als het van Hashem komt, het uiteraard vol met liefde gegeven is. 

Springplank

Dit geldt ook voor andere aspecten in je leven. Als je van bovenaf kijkt, kan de spijt van het begaan van een overtreding iemand aanmoedigen om meer potentieel in zichzelf te ontdekken; een mislukking leidt tot groter succes, moeilijkheden in een huwelijk of andere relatie geven de kans om op een betere manier met elkaar om te gaan. Het einde van het ene tijdperk vormt het begin van iets nieuws. Pijn kun je gebruiken als springplank naar verbeteringen in je leven. Frustraties kunnen een aanleiding worden tot dieper bewustzijn.

“Zegen mij”, vroeg Yakov aan de engel die de hele nacht met hem gevochten had en hem aan zijn heup had verwond. Sinds wanneer vragen wij onze vijanden om ons te zegenen? Maar de zegen was de nieuwe kracht die Yakov in zichzelf ontdekte toen hij op de proef werd gesteld door de engel die tegen hem vocht. Een kracht waar hij later in z’n hele leven gebruik van kon gaan maken. De uitdaging wordt een verheffing. Kijk omhoog naar de slang, aanschouw het probleem, ontdek je eigen potentieel en laat jouw diepe kracht jou verheffen. De slang wordt een unieke gelegenheid om op een hogere plek te komen, om je eigen speciale krachten naar boven te laten komen. Jij wordt daardoor krachtiger en verstandiger. Jij komt mentaal, geestelijk en emotioneel op een hoger niveau en tenslotte voel je je voldaan en gelukkiger.

Wees je ervan bewust dat ieder mens naar G-ds beeld geschapen is en dat iedereen een unieke taak op deze wereld heeft. Elk mens is per definitie gemachtigd om alle moeilijkheden in zijn leven te doorstaan mits hij naar de slang boven kijkt. Mits hij beseft dat de uitdaging van G-d Almachtig komt. Nee, ik ben niet zielig. Ik ben niet klein. Ik ben geen willekeurige kruimel in het heelal. Ik ben een afgezant van Hashem. Ik ben op aarde gestuurd en uitgerust met oneindig veel potentieel. Ik doe meer dan alleen mijn moeilijkheden doorstaan. Ik benut mijn pijn en mijn trauma’s om zó diep te graven dat er uit die duisternis, dat contrast en die frictie een enorm licht gaat schijnen. Misschien heb ik een vreselijke gebeurtenis moeten meemaken, maar ik ben zo veel meer dan wat mij overkomen is. Ik ben een ambassadeur van G-d Zelf en ik ben hier op aarde gekomen om liefde, licht, hoop en zelfvertrouwen te laten schijnen.

Shabbat shalom!

Bracha Heintz

Gebaseerd op lessen van Rav YY Jacobson
Laat het mij weten indien U deze artikelen niet wenst te ontvangen. Vragen en kritiek zijn zeer welkom!

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

Poerim | Vasten bij oorlog

Tijdens het Poerim gebeuren moest het Joodse volk zich op 13 Adar verdedigen tegen de antisemitische Perzen, die toestemming hadden gekregen van Koning Achashwerosh om hen te vermoorden.>> Lees hier verder!

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Poerim 2024

En zo hebben wij Poerim in Utrecht gevierd.
Op één of andere manier is het gelukt om de simcha van Poerim met de situatie in Israël te combineren.  >> Lees hier verder!

Poerim| Koningin Esther en president Zelensky

Koningin Esther toonde kracht. Ze was maar een verlegen meisje, een wees van zowel haar vader als haar moeder. Mordechai had haar in huis genomen en opgevoed en de Megila vertelt ons dat zij alles deed wat hij haar vroeg. >> Lees hier verder!

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

Poerim | Alles op z’n tijd

Wat vreemd dat Mordechai niet gelijk beloond werd nadat hij het leven van koning Achashwerosh had gered. Maar Mordechai had geduld en het volste vertrouwen dat er overal een reden voor was. >>Lees hier verder!

Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.