Tag: Rav YY Jacobson

Teroema | Waar G-d zich thuis voelt

Teroema | Waar G-d zich thuis voelt

Wist je dat iedereen in staat is om van zichzelf een Tempel, een G-ddelijk huis te maken? Vandaar dat een aanzienlijk deel van de Torah over de constructie van en de dienst in de Tempel gaat.  Deze Tempel is al 2000 jaar geleden verwoest, maar onze Parasha vertelt hoe G-d zich toch nog steeds openbaart, namelijk in ons eigen leven. Hij manifesteert zich in ons, gelijk Hij dat in de Tempel deed.

Download hier de printversie van het artikel

“ועשו לי מקדש ושככנתי בתוכם” (Teroema 25-8)

U zult een Tempel voor Mij maken en Ik zal in hen rusten.

Grammaticaal klopt deze zin niet. Er had moeten staan “en Ik zal erin rusten” en niet in “hen”. Deze ‘fout’ wakkert onze nieuwsgierigheid aan, en, zoals altijd in dergelijke gevallen, wil de Torah ons ergens op attent maken.

In dit ‘foutje’ schuilt namelijk de volgende les: de G-ddelijke aanwezigheid rust niet alleen in de Tempel of in een synagoge, maar in ieder persoon. Iedereen is namelijk in staat, overal (niet alleen in Jeruzalem) en altijd (ook nu) om van zichzelf een G-ddelijk huis te maken.

Huis voor G-d

Waarom zou G-d een huis moeten hebben? Welke toegevoegde waarde zou een Tempel voor G-d hebben, terwijl Hij de hemel en de aarde vult? G-d is volmaakt. Per definitie heeft hij niets nodig en niets kan aan Hem toegevoegd worden. Alle geboden die G-d van ons vraagt om uit te voeren zijn aan ons gegeven omdat ze goed voor ons zijn. Wíj hebben ze nodig om fysiek, spiritueel, emotioneel en mentaal gezond te zijn. Elk gebod/verbod dat wij uitvoeren helpt ons om een evenwichtig leven te leiden, zowel materieel als spiritueel. Hieruit kunnen wij concluderen dat wij diegenen zijn die het nodig hebben om voor G-d een huis te maken.

Blijft de vraag wat er met een huis bedoeld wordt.
Het huis van een mens is de plek waar hij zich prettig voelt, waar hij zich kan ontspannen omdat het volgens zijn wensen ingericht is. Hetzelfde geldt voor G-ds huis. Het is de plek waar G-d ‘comfortabel’ is en ‘Zich prettig voelt.’ En wij zijn in staat om van ons leven een G-ddelijk huis te maken. Dat wil zeggen dat wij ons bestaan zo kunnen inrichten dat G-d Zich bij ons welkom voelt. Wanneer wij een leven leiden waarbij wij de ge- en verboden van de Torah uitvoeren, voelt G-d zich prettig bij ons en kan Hij ons als Zijn tehuis beschouwen.

In de Tempel werden allerlei handelingen verricht die deel uitmaakten van de dienst, precies zoals G-d dat geboden had. Vandaar dat G-d zijn aanwezigheid in die Tempel openbaarde. Dit heeft zo veel indruk gemaakt dat de plek van deze Tempel, zelfs 2000 jaar na zijn verwoesting, nog steeds doordrenkt is van deze G-ddelijke spirituele energie. Het gaat zelfs zo ver dat mensen tot op de dag van vandaag bij de westelijke muur van de Tempelberg nog steeds geïnspireerd raken.

G-d gebiedt ons in bovengenoemd vers om van onszelf een heiligdom te maken, een thuis voor G-d, een plek waar Hij zich prettig voelt.  Een huis waar Zijn aanwezigheid regelmatig voelbaar is. Wij zijn door onze handelingen in staat om G-ds aanwezigheid in onszelf te openbaren. G-d zal zich dan via ons in meer of mindere mate manifesteren, door bijvoorbeeld ons te helpen, ons te beschermen en hier en daar wondertjes of -zoals mensen het noemen- toevalligheden te laten gebeuren. 

Geschiedenisboek of niet?

De Torah lijkt op een geschiedenisboek. In het begin schiep G-d de hemel en de aarde. Vervolgens worden alle schepselen opgenoemd. Daarna gaat het verhaal verder met de eerste mens, zijn afstammelingen, de aartsvaders, de ballingschap in en de uittocht uit Egypte en tenslotte de aankomst in Israel. Het lijkt allemaal op een interessant verhaal, maar dat is enkel schijn. Bij nader onderzoek blijkt al gauw dat niet alles op chronologische volgorde beschreven staat. Sommige evenementen die pas later gebeurden, worden eerder genoemd.

Ook blijkt dat vele generaties amper genoemd worden, terwijl over andere heel uitgebreid verteld wordt. Sommige gebeurtenissen worden tot in detail besproken en andere voorvallen worden niet eens genoemd.

Neem bijvoorbeeld de schepping van de wereld. Dat is een nogal groot project. 31 verzen worden hieraan besteed. Daar moeten we het maar mee doen. In deze 31 zinnen schuilen alle geheimen van de schepping. Hoewel wij nog veel te ontdekken hebben in onze wereld, zowel in het groot, het heelal, als in het klein, onder de microscoop, vertelt de Torah er heel weinig over. 

Als de Torah geen geschiedenisboek is, wat is het dan wel?

Aanwijzing

Het woord Torah is af te leiden van het woord הוראה (Hora-a) dat laten zien en aanwijzing betekent. De Torah beschrijft alleen díe gebeurtenissen, waar wij voor altijd een les uit kunnen leren. Uitsluitend die verhalen waaruit een eeuwige lering getrokken kan worden zijn in de Torah opgenomen. Wanneer een vertelling ons bepaalde levensvaardigheden kan instrueren, zelfs nog in de 21ste eeuw, pas dan wordt het vermeld. Er moet in het relaas iets verborgen zijn waar wij ook in onze generatie iets mee kunnen.

Het kan dus zomaar zijn dat onze aartsvader Avraham of Moshe bijvoorbeeld, hele bijzondere daden heeft verricht. Toch worden deze alleen in de Torah vermeld wanneer er een les in schuilt die van eeuwigdurend belang is. Ook in het scheppingsverhaal worden er alleen maar die zaken beschreven waar een mens te allen tijde een lering uit kan trekken. Er is natuurlijk heel veel gebeurd bij het ontstaan van de wereld, maar kennelijk zijn 31 verzen voldoende om ons op de hoogte te brengen van díe zaken die voor ons van belang zijn, waar wij iets mee kunnen. 

Eerste synagoge

De eerste helft van Shemot (het tweede boek van de Torah)  beschrijft de ballingschap in en uittocht uit Egypte, met als hoogtepunt het ontvangen van de Torah op de berg Sinai. Helaas eindigde deze grote spirituele openbaring verkeerd. Het gouden kalf werd gemaakt en aanbeden omdat Moshe niet snel genoeg van de berg terugkwam. De drang naar afgodsdienst was te groot en de verleiding te sterk.

Daarna moest er verzoening komen tussen een Almachtige G-d en een volk dat geen geduld had gehad om te wachten totdat Moshe, onze leraar, van de berg Sinai zou terugkomen.

G-d had geen vertrouwen meer in het Joodse volk en wilde het in zijn geheel uitroeien. Zijn wens was om met Moshe en zijn afstammelingen een nieuw volk te stichten, gelijk Hij dat met Noach tijdens de zondvloed had gedaan. Maar Moshe wilde hier niets van weten. Hij was een ware leider en kapitein en hij zou zijn schip niet verlaten. Hij stond vierkant achter het volk waar hij onvoorwaardelijk van hield. Hij eiste van G-d dat Hij het volk zou vergeven hetgeen ook geschiedde.

Een tent mocht gebouwd worden, een huis voor G-d: de eerste synagoge, een plek waar verzoening plaats zou vinden tussen G-d en de mens, niet alleen toen, maar voor altijd. Dit werd de Tabernakel genoemd. Het was een constructie die makkelijk opgebouwd en afgebroken kon worden, waardoor deze bij elke etappe in de woestijn getransporteerd kon worden. In deze verplaatsbare Tempel waren er o.a. altaars, een gouden menorah en een bovennatuurlijke driedubbele doos, met een engelachtig deksel van goud waar de stenen tafelen in bewaard zouden worden.

Plek van verzoening

De offers die men in de Tabernakel ging brengen zouden verzoening teweegbrengen tussen het Joodse volk en G-d. Collectieve offers werden gebracht om het volk als geheel te vergeven. Maar ook individuen die over de schreef waren gegaan konden toenadering bewerkstelligen door middel van een offer. Het woord voor offer in het Hebreeuws is קרבן (korban) dat ‘dichtbij’ en ‘toenadering’ betekent.

Want waarom begaat iemand een overtreding? Omdat zijn band met G-d op één of andere manier verzwakt is. Zijn geloof is niet meer zo sterk en zijn enthousiasme is misschien wat afgezwakt. En dus wordt hij verleid om zich met zaken bezig te houden die niet bij zijn ware Joodse kern passen; hij gaat iets doen dat niet in overeenstemming is met de wil van zijn Schepper. Maar niet alles is verloren. Hij krijgt al meteen de gelegenheid om het voor zichzelf weer goed te maken. De mogelijkheid wordt hem geboden om een offer, קרבן (korban) te brengen. Hij begeeft zich naar de Tempel en voert alle handelingen uit die bij het brengen van een offer horen. Ondertussen vertoeft hij op de meest heilige plek op aarde. Een plaats waarvan onze geleerden vertellen dat zich daar dagelijks tien wonderen voltrokken (Pirkei Awot 5-5). Een unieke ruimte op aarde dat altijd een bezoekje waard was en zo is het nog steeds. Een plek waar iedereen tot op de dag van vandaag geïnspireerd raakt.

We zijn inmiddels duizenden jaren verder. De Tabernakel uit de woestijn bestaat al lang niet meer en de twee Tempels in Yerushalayim zijn al millenia geleden verwoest. Het enige wat er nog van over is, is een klein stukje van de westelijke muur. Dat stukje is niet eens van de Tempel zelf maar van de omheining rond de Tempelberg. En zelfs hiervoor voelen bezoekers tot op de dag van vandaag veel ontzag. Je ziet ze daar staan, zo serieus, geëmotioneerd en geïnspireerd. Natuurlijk, wat had je anders verwacht? Want deze plek is dé ontmoetingsplek voor de mens om zijn connectie met de Almachtige te versterken.

Het begon allemaal met een gouden kalf, een noodzaak tot verzoening en de bouw van een heilige tent.

Toen het Joodse volk 40 jaar later in Israel arriveerde kreeg het de opdracht om van deze tijdelijke Tempel een vast huis voor G-d te bouwen. Dit gebod werd honderden jaren later door Koning Salomon voltooid.

Beschrijving Tabernakel

Zo komen we deze week terecht in de tweede helft van het boek Shemot dat met Parashat Teroema begint. In deze parasha, alsook in de volgende vier parshiot, zijn een totaal van 371 verzen nodig om de Tabernakel, die maar een tijdelijke constructie was, te beschrijven. De voorwerpen in de Tabernakel en de kleren van de priesters worden allemaal uitgebreid besproken: hoe ze eruit moesten zien, hoe en door wie ze gemaakt moesten worden, wat de afmetingen waren, van welke materialen ze vervaardigd mochten worden: goud, zilver, koper, hout, edelstenen, stoffen enzovoort en welke donaties er gegeven werden.

31 verzen zijn er nodig om de schepping te omschrijven en 371 voor een Tabernakel, die niet meer bestaat en die voornamelijk dienst heeft gedaan in de woestijn.

Dit contrast kan niet genegeerd worden!

Voor een oneindige G-d schijnt het niet zo bijzonder te zijn om een begrensde wereld te maken.  De 31 verzen zijn voldoende om dit kunstje te beschrijven. Maar voor ons, om G-d weer in deze geschapen wereld te ontdekken, daar zijn kennelijk 371 verzen voor nodig.

Wij zijn na meer dan 5000 jaar nog steeds bezig om de wereld te doorgronden, om nog verder in het heelal te kijken, om nieuwe diersoorten op aarde te ontdekken. Over de hele wereld, in alle universiteiten wordt er keihard gewerkt aan research: het ontdekken en ontrafelen van nog meer fenomenen, verbanden en mutaties. Maar voor G-d was het met enkele luttele 31 verzen gepiept.

Anderzijds komt er heel wat bij kijken als een begrensd wezen, zoals de mens, een thuis moet maken voor een oneindige G-d. Dit is gecompliceerd en daar is veel tekst en uitleg voor nodig, wel 371 verzen.

Plek waar spiritualiteit kan gedijen

Er komt heel wat bij kijken als iemand van het materiële hier op aarde een heiligdom moet vormen. Wanneer het hem lukt om de wereld om zich heen te verheffen, dan heeft hij een Tabernakel gebouwd, zelfs 2000 jaar nadat het echte gebouw verwoest is. Dit kan hij bijvoorbeeld bereiken als hij niet zomaar iets eet, maar ervoor zorgt dat het een koshere hap is. Bovendien kan hij ook nog de energie van dit voedsel gebruiken om een goede daad te verrichten. Nu heeft hij alle ingrediënten van zijn eten en alle handelingen die verricht zijn om dat eten te bereiden, naar een niveau gebracht waarvan wij zeggen: dit is een plekje dat dichtbij G-d is.

Dit is een Tabernakel, een Tempel, een plaats waar G-d zich thuis voelt omdat de handelingen die er verricht worden de Torah-code en instructies volgen. Dit kan overal en altijd bewerkstelligd worden, ongeacht de aanwezigheid van een Tempel, synagoge of Klaagmuur. Het enige dat hiervoor nodig is, is een mens, jij of ik, een stukje materie en een gebruiksaanwijzing, namelijk de Torah.

De gebeurtenissen bij de berg Sinai hebben een grote omwenteling teweeg gebracht:  vóórdat de Torah gegeven werd was een goede daad geweldig, maar daar bleef het bij. Deze daad bleef vaststeken in de materiële wereld. Bij de berg Sinai trad een wezenlijke verandering op. Mozes ging naar boven op de berg en G-d daalde af, naar Mozes toe. Er vond een ontmoeting plaats tussen de hogere en de lagere  werelden. Vanaf dat moment zou de materie, waarmee een goede daad verricht werd, opgaan in een hogere wereld. Ook de persoon zelf die een gebod uitvoert zou een spirituele verandering ondergaan. De G-ddelijke aanwezigheid zou zich hier op aarde zowel in de materie als in de mens zelf openbaren. G-d zou zichzelf openbaren door middel van een door ons uitgevoerde mitswah. De G-ddelijke aanwezigheid, zoals die in Gan Eden voelbaar was en die door alle fouten van vele generaties van de aarde verdwenen was, was in de Tabernakel weer teruggekomen.

Als een mens erin slaagt om de gebroken stukjes van zijn leven bij elkaar te rapen en er een huis voor G-d van weet te maken, is dat heel bijzonder. Als het hem lukt, al is het maar voor even, om een plekje hier op aarde te creëren waar G-d zich thuis voelt, waar spiritualiteit kan gedijen, dan heeft hij heel wat bereikt. 

Het wonder van G-d en het wonder van de mens

Het leven bestaat uit tegenstellingen. De ene dag zijn we geïnspireerd en kunnen we de hele wereld aan. De volgende dag vragen wij ons af waar al onze lusten en begeertes vandaan komen en hoe wij zo diep hebben kunnen zinken. Wat is het toch wat ons steeds weer naar beneden sleurt en ons tot de meest afschuwelijke en lage gedachtes en daden brengt?

Wij zijn geen engelen die nooit kwaad verrichten en constant in harmonie met hun bron weten te leven. Volmaaktheid wordt dan ook niet van ons verwacht. Wel moeten we steeds een strijd leveren tegen allerlei kwaad dat in ons opkomt d.m.v. een stemmetje in ons hoofd dat ons probeert te overtuigen om iets verkeerds te doen. Hierbij gaat het om de inspanning en niet per se om het resultaat. Een mens vergeet herhaaldelijk waar hij vandaan komt en wat hij met de wereld aan moet. Door zijn blindheid heeft hij moeite om de G-ddelijke vonken uit de materie te halen.

Het Jodendom is geen religie die zich voornamelijk in een synagoge afspeelt. Het G-ddelijke aspect kan overal ontdekt worden, zelfs in de woestijn. Juist in de wildernis wordt een Tabernakel gebouwd! Midden in je eigen chaos en rommel kun je dat vonkje aansteken. De schepping van de wereld, het veranderen van energie in materie, dat is een wonder van G-d. Het terugkoppelen van de materie naar de bron, het ontdekken van de G-ddelijke energie in de kleinste details van ons leven, dat is het wonder van de mens. Daar is innovatie en creativiteit voor nodig.

Als je naar de bouwplannen van de Tabernakel kijkt, merk je dat G-d aandacht heeft voor elk detail. Ineens blijkt elke balk, spijker, knoop en lus van belang te zijn. Waar het zich bevindt, hoeveel ervan zijn, van welk materiaal het gemaakt moet worden etc… Het is een opsomming van de kleinste details waarbij vaak halve maten gebruikt moeten worden.

Ons leven is ook vol kleine details en zelfs halve stukjes. Was je eerlijk bij de kassa vandaag? Heb je de mensen die je op straat tegenkwam op een respectvolle manier gegroet? Heb je de Shabbat kaarsen nog net op tijd aangestoken? Had je nog een glimlach over voor je leerling? Was je aardig tegen je werknemer en vooral tegen je broer, je moeder en je echtgenoot? Heb je een bracha gezegd voordat je dat kleine schijfje appel in je mond stopte? Heb je de verleiding kunnen weerstaan, al is het maar eventjes, om niet….?

Energie openbaren

Denk niet dat het een alles-of-niets-spelletje is. Nee, elke keer dat je moeite doet om in deze wereld de materie, je geld of je liefde te gebruiken en deze naar een hoger niveau te brengen, heb je weer een detail, een bouwsteen toegevoegd aan de constructie van een Tabernakel, een thuis voor G-d, een plek op aarde waar G-d zich prettig voelt. Een moment in je dag waarin je voelt dat het allemaal klopt, dat het zo hoort, dat je goed bezig bent. En ja, het gaat honderd keer mis, maar dat ene vonkje dat je steeds weet te ontdekken maakt het verschil. Het is die halve maat, dat kleine stapje. Al die vonkjes bij elkaar resulteren in een prachtige constructie. Het kost veel tijd en moeite. De 371 verzen zijn nodig om de energie te openbaren die G-d in deze wereld heeft verstopt.

De Talmoed heeft het geheim al lang verklapt (Ketoebot 5a): Bar Kapara wordt geciteerd en vertelt ons dat “De daden van goede mensen op een hoger niveau zijn dan de schepping van hemel en aarde”.

Ja, wij zijn het die, ongeacht ons spiritueel niveau, dagelijks een detail kunnen toevoegen aan het bouwen van de derde Tempel, met de komst van Mashiach, spoedig in onze dagen! Amen…

Bracha Heintz

Gebaseerd o.a. op een artikel van YY Jacobson

Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer, Sonja Tamam & Devorah van der Heiden

Yitro | Tien geboden onderling verbonden

Yitro | Tien geboden onderling verbonden

De tien geboden vormen een samenhangend geheel. Wanneer de mens veranderingen in deze tiencijferige code gaat aanbrengen en zélf over leven en dood gaat beslissen, dan gaat het volledig mis. Alle tien zijn tegelijkertijd nodig om een ethische beschaving te bereiken, gebaseerd op een G-ddelijke visie.

Download hier de printversie van dit artikel (PDF)

Bij de berg Sinai ontving het Joodse volk de tien geboden op twee tafels. Heb je je ooit afgevraagd waarom twéé tafels? Waarom niet één tafel of drie, of meer? Wat heeft G-d belet om alle tien geboden op één steen te graveren? Waren de stenen niet groot genoeg?

Wanneer de geboden wel allemaal op één steen waren gegraveerd, hadden de tien geboden hoogstwaarschijnlijk allemaal onder elkaar gestaan. OK, maar wat dan nog? Het gaat toch om de inhoud en toch  niet om de lay-out!

Laten we ons geheugen opfrissen en kijken wat de tien geboden precies waren:

    Op de eerste steen stond:    Op de tweede steen stond:
   1. Ik ben G-d, jullie G-d, die jullie uit               Egypte heeft gehaald.    6. U zult niet moorden.
    2. U zult geen andere goden hebben.    7. U zult geen overspel plegen.
    3. U zult niet voor niets met G-ds naam          zweren.    8. U zult niet stelen.
    4. Onthoud de Shabbat.    9. U zult geen valse getuigenis afleggen.
     5. Eer Uw vader en Uw moeder.    10. U zult het huis van een ander niet                begeren enz.

Eerlijke verdeling

Nu we vastgesteld hebben dat er twee tafels zijn, constateren wij dat er vijf geboden op de ene en vijf op de andere tafel staan. Een mooie en eerlijke verdeling. De eerste vijf gaan over de relatie tussen de mens en G-d en de laatste vijf tussen de mens en zijn medemens. Maar je kunt er nog meer mee doen. De Midrash vertelt ons dat je de tien geboden niet alleen achter elkaar kunt lezen van 1 tot 10, maar dat je ze ook, juist omdat ze over twee tafelen verdeeld zijn, van rechts naar links kunt lezen. Dan lees je na het eerste gebod, het zesde gebod en na het tweede gebod het zevende, enzovoort.

Op deze manier staat het geloven in G-d (nummer 1) naast het verbod om te moorden (nummer 6). Hierin schuilt een cruciale les.

Vooruitgang

In de achttiende eeuw begon de industriële revolutie. Na eeuwen weinig vooruitgang te hebben geboekt barstten ineens bronnen van kennis en verandering los. De ene na de andere ontdekking werd gedaan. Veel van deze technische hoogstandjes waren al veel eerder ontdekt, zoals de stoommachine bijvoorbeeld. Zij deed reeds in de eerste eeuw haar intrede maar werd toen als een soort speelgoed gezien met geen enkel nut. Pas in de achttiende eeuw werd er een praktische toepassing gevonden voor ontdekkingen die al eeuwen eerder werden gedaan.

Machines vervingen spierkracht, vermoeidheid en armoede. De economische omstandigheden verbeterden. Tegelijkertijd ontstond er een nieuwe filosofie en daarmee een nieuwe manier van leven: Weg met geloof en religie. We hebben G-d niet meer nodig. We hebben nu alles zelf uitgevonden. Wij kunnen alles logisch verklaren. Alles kan in een laboratorium ontdekt en bewezen worden. 

Oh ja? Kan werkelijk alles  met testen en  microscopen hard gemaakt worden? 

Nog steeds worden er dagelijks nieuwe wetenschappelijke feiten aan het licht gebracht. Wij zijn in staat om feiten, bewegingen en patronen vast te stellen die een bepaalde koers varen. Deze ontdekte patronen die binnen enkele tientallen jaren geobserveerd worden, worden vervolgens toegepast op miljoenen jaren terug, de zogenaamde extrapolatie. Maar let op, dit is geen echte wetenschap meer. De wetenschappers stellen met een minimum aan gegevens een hele theorie vast die zij vervolgens op andere situaties toepassen. Wie zegt echter dat een bepaald patroon, dat je maar enkele tientallen jaren hebt kunnen observeren, tot miljoenen jaren terug, in het verleden toegepast kunnen worden? Hierdoor treed je uit de wereld van de wetenschap en begeef je je in een wazig gebied van theorieën, die elkaar vaak tegenspreken. Deze theorieën worden verward met wetenschap.

Er worden conclusies getrokken die oorspronkelijk hun basis in de wetenschap hadden, maar waar we ondertussen miljoenen jaren van verwijderd zijn geraakt. De ene theorie volgt de andere op.

Onder controle

Theorie betekent: het zóu zo kunnen zijn, maar misschien is het ook anders. Het is immers maar een theorie, een mogelijkheid. We gaan ervan uit dat het zo had kunnen zijn. Vervolgens wordt hier een heel nieuw soort ‘wetenschap’, filosofie of geloof op gebouwd. Zoals bijvoorbeeld de evolutietheorie die op alle scholen en in musea als feit wordt onderwezen maar die slechts een theorie is!

Zo wordt iedereen geleerd dat de mens uit een aap is geëvolueerd en dat de wereld al miljoenen jaren bestaat. Men vergeet daarbij te vermelden dat het een theorie is en vooral ook wordt niet uitgelegd wat het woord theorie betekent. Op deze manier groeien reeds enkele generaties op met de zekerheid dat de wereld uit één of andere ontploffing ontstaan is, dat onze voorouders apen waren en dat het geloven in G-d de wetenschap zou tegenspreken. Deze theorieën worden zo vaak verteld en herhaald dat ze uiteindelijk als betrouwbaar beschouwd en als feit geaccepteerd worden.

Het begin

Echte wetenschap is echter hetgeen je kunt waarnemen al dan niet in een laboratorium. Het moet geobserveerd en geanalyseerd worden en het mag geen speculatie of theorie zijn. Alle ware wetenschappers zijn het er over eens dat er ergens een begin heeft moeten zijn. De vraag is alleen welke naam men aan dat begin wenst te geven. Noemen we het ‘Het begin’, ‘De Big Bang’ of ‘G-d’? Het zijn allemaal namen voor hetzelfde fenomeen.

Maar als men het G-d gaat noemen dan zitten er allerlei consequenties aan vast. G-d heeft namelijk met de schepping een gebruiksaanwijzing meegeleverd, de Torah.

Daarentegen, wanneer je in een verzonnen theorie wilt geloven dan is jouw leven het resultaat van een willekeurige ontploffing. Op deze manier heb je geen enkele morele verantwoordelijkheid en kun je doen en laten wat je wilt. Geen wonder dat zo velen onder ons niet geloven. Hier kiezen wij bewust of onbewust voor.  Zonder geloof ben je maar een willekeurige schepping: het resultaat van een ‘ongeluk’. In dat geval kunnen je handelingen ook willekeurig zijn. Het maakt toch allemaal niets uit in een wereld van ongelukken en toevalligheden.

Geloven in ‘ik weet het niet’

Je kunt er ook voor kiezen om de waarheid onder ogen te zien door toe te geven dat je niet weet waar de wereld vandaan komt. Je kunt geloven in een soort onbekende energie die de wereld tot stand heeft doen komen. Je gelooft in een ‘ik weet het niet’; met andere woorden: in iets dat je niet weet wat het is en wat je niet begrijpt. Je gelooft in een soort energie die de hemel en aarde tot stand heeft gebracht. Aan jou de keus om deze bron van alle schepselen G-d te noemen of niet.

Kent U het verhaal van de bar mitswah-jongen die zijn toespraak voor zijn feest aan het voorbereiden is? Hij gaat naar zijn vader toe en vraagt hem waar hun familie vandaan komt, waarop Papa antwoordt dat ze afstammelingen zijn van apen. Vervolgens gaat de jongen naar zijn moeder toe met dezelfde vraag. Mama reageert anders en vertelt over Opa en Oma, de grootouders en de betovergrootouders, de Joodse geschiedenis,  de aartsvaders en de eerste mens, Adam, door G-d geschapen. Onze bar mitswah jongen begrijpt er niets meer van! Papa had het over een hele andere afkomst! Oh, geen probleem reageert zijn moeder. Papa stamt af van de apen en mijn kant van de familie stamt af van Avraham, Yitschak en Yakov.

Hoe dan ook, we proberen alles onder controle te krijgen, te begrijpen en te verklaren, maar soms ook  veel. We denken met onze nieuw verkregen wijsheid ook een stap naar morele waarden en een gezonde maatschappij te kunnen maken. De wetenschap is geweldig! De industriële revolutie, de techniek en de digitale wereld hebben ons gebracht naar een vernieuwde, razendsnelle wereld met tal van mogelijkheden. 

Of het nu een nieuwe ontdekking op de maan betreft of een digitale hersenoperatie: de vooruitgang is verbijsterend. Toch blijkt enige voorzichtigheid geboden.

Overbodig

Met al deze nieuwe wijsheid hebben de mensen geconcludeerd dat ze zélf ook maatschappelijke en morele regels kunnen bepalen. G-dsdienst en religieuze regels lijken passé. Wij kunnen met onze logica niet alleen natuurlijke feiten ontdekken maar wij kunnen ook heel goed begrijpen dat stelen en moord niet hand in hand gaan met een gezonde samenleving. Vroeger hadden we G-d nodig om ons te genezen, om wonderbaarlijke feiten te verklaren en om regels te bepalen. Nu is Hij door de wetenschap vervangen. Een overbodige G-d!

Niets nieuws onder de zon, zou onze koning Salomon zeggen. De slang hield er ook al soortgelijke ideeën op na. Hij overtuigde Chava (Eva) om van de boom te eten zodat ‘Jullie zullen zijn net als G-d die goed en kwaad kent’, Bereeshiet 3-6. Als Chava van de verboden vrucht at, zou ze een soort slimheid verkrijgen waardoor ze op G-d zou lijken en onder andere ethische regels zelf zou kunnen gaan bepalen. Kun je het geloven? Het lijkt alsof  G-d wel enige concurrentie heeft!

Wat zich tijdens de verlichting afspeelde is dat men opperde dat gebod 6, niet moorden, heel goed zou functioneren zonder gebod 1, het geloven in   G-d. Ons gezond verstand vertelt ons dat we geen moord moeten plegen (gebod 6) en daar hebben we G-d dus helemaal niet meer voor nodig (gebod 1).

Helemaal mis

Misschien zou dit gedachtegoed nog steeds hebben kunnen standhouden, ware het niet dat het helemaal mis ging. In hét land waar wetenschap en cultuur bloeiden en groeiden vonden de grootste gruwelijkheden plaats…

Inderdaad: de grootste componisten en orkesten, de meest geavanceerde universiteiten waren in Duitsland geconcentreerd. Na het vergassen van 12.000 mensen per dag genoten de SS’ers ‘s avonds van een prachtig concert van Bach of Mozart. In de avonduren na ‘het werk’ aaiden zij hun trouwe honden en genoten ze samen met hun echtgenoten van voortreffelijke wijnen.

Wat is er mis met moord als je niet in G-d gelooft? Helemaal niets. Op het moment dat het wel of niet vermoorden een menselijke keuze is, is het aan iedereen om te oordelen naar eigen verstand. Vindt iemand het rechtvaardig en juist om één persoon of zes miljoen mensen te vermoorden om welke reden dan ook, waarom niet? Dit is dan puur een kwestie van persoonlijke mening, smaak en mode.

Niemand kan objectief bepalen of een gedrag ethisch is of niet. 

Een mens vermoorden is onacceptabel, daar zijn velen het over eens. Maar hoe zit het dan met een heel oud vrouwtje, dat vreselijk lijdt aan een ongeneeslijke ziekte? Of met een Chinees? Een Jood? Een Indiaan? Een gestoord persoon? Een beetje gestoord persoon? Heel erg gestoord? Of een ongewilde baby? Een ongeboren baby? Of een ongezond kindje? Na vier maanden zwangerschap mag het niet, maar mag het daarvoor wel? Waar ligt de grens? Wie bepaalt die grens? Gebod 1 (geloof) is nodig om gebod 6 (geen moord) te kunnen uitvoeren.

Als de mens over leven en dood beslist, eindigen wij in Auschwitz.

Nu het omgekeerde, het religieuze kwaad. Wel gebod 1, het geloven in G-d, in ere houden, maar gebod 6 negeren. Dat wil zeggen, je gelooft in G-d en je bent super religieus. Zo fanatiek ben jij dat je anderen gaat vermoorden (6) omdat zij niet met jouw geloofsovertuiging meedoen.

Zolang je in G-d gelooft mag je links en rechts vermoorden, zeggen deze extremisten. Zijn alle middelen en manieren toegestaan om in de naam van een religie, ongelovigen of andersgelovigen uit te schakelen? Door de eeuwen heen werden en worden vandaag de dag hele volkeren uitgeroeid omdat ze een andere G-dsdienst aanhangen. Geen wonder dat velen zo’n soort G-dsdienst verafschuwen. Omdat gebod 1 (geloof) dan in z’n eentje rechts staat, zonder zijn linker maatje nummer 6 (moord). 

De tien geboden zijn geen multiple choice, het is geen keuzepakket!

G-dsdienst en moord passen niet bij elkaar. Als je G-d eert, eer je ook Zijn schepselen. Het leven van elk schepsel dient in stand te worden gehouden en gerespecteerd te worden. Als het voor G-d belangrijk genoeg is om iemand of iets te creëren, wie zijn wij dan om het te verachten, laat staan te vermoorden? Moord gaat regelrecht in tegen de schepping. Wie G-ds schepsel kapot maakt heeft geen respect voor G-d zelf. Als ik een mooi kunstwerk maak en jij verscheurt het, dan respecteer je noch mijn kunst noch mij.

Revolutionaire code

In het jaar 2448 na de schepping heeft het Joodse volk een tiencijferige code op de berg Sinai gekregen. Daarmee heeft het Joodse volk een beschaving verkregen gebaseerd op rechtvaardigheid, vrede, respect en liefde. Afgodsdienst, kinderoffers en wreedheid waren in die tijd de norm. Via het Joodse volk kreeg de mensheid een revolutionaire code aangeboden. Een code die je zowel verticaal als horizontaal dient te gebruiken. Wanneer je deze beschaving wilt creëren en handhaven, moet je wel alle toetsen indrukken, anders werkt de code niet en bereik jij je doel niet.

Wanneer de tien geboden in shul gelezen worden, gaat iedereen staan, net zoals iedereen bij de berg Sinai, heeft gedaan. Het is alsof wij er  staan. We nemen de tien geboden en daarmee de hele Torah opnieuw op ons. Niet alleen wat er uitdrukkelijk staat, maar ook wat de Torah op subtiele wijze en in verschillende richtingen laat doorschemeren.

Shabbat Shalom!

Bracha Heintz
+31628478657

www.chabadutrecht.nl


Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer, Devorah van der Heiden & Sonja Tamam

 
 
 

 
 
 
 

 

 

Bo | Vrijheid, wat doe je ermee?

Bo | Vrijheid, wat doe je ermee?

In Parashat Bo wordt een belangrijke fase in de Joodse geschiedenis beschreven: het overstappen van ballingschap naar bevrijding. Door de details van deze overgang te bestuderen, leren wij hoe wij, ook tegenwoordig, werkelijk vrij kunnen zijn. 

Download hier het artikel in printversie (PDF) 

In onze Parasha komen de laatste drie plagen, waar de Egyptenaren mee getroffen werden, aan de orde. Ook worden het einde van de ballingschap en het begin van de uittocht uit Egypte gedetailleerd besproken. Deze hele geschiedenis heeft eenmalig plaatsgevonden. Toch gebiedt G-d het Joodse volk om deze uittocht regelmatig te herdenken. Dit is één van de 248 geboden. 

De uittocht uit Egypte vond plaats in het jaar 2448, bijna drie en een halve millennia geleden. En nog houdt het ons bezig: jaarlijks is dit het hoofdthema van Pesach en zelfs dagelijks in ons gebed wordt het meerdere malen benoemd 

Wat is er toch met de uittocht uit Egypte, dat het ons tot op de dag van vandaag zo intens en diep raakt? Wat hebben wij te maken met een antieke beschaving, een Egyptische slavernij en wonderlijke plagen? Spreekt dit ons nog wel aan in een wereld van sportclubs, Tik Tok, drones, razendsnelle jets en nog snellere smartphones?

Vergelijking Shabbat 

De Rambam, Rabbi Moshe ben Maimon (1135-1204), Torah geleerde en arts van het hoogste kaliber, noemt en beschrijft alle 248 geboden en 365 verboden die G-d ons via de Torah geboden heeft. Wanneer hij in hoofdstuk 7 van zijn magnus opum de wetten van Pesach behandelt en het daarbij behorende gebod nummer 157 omschrijft, doet hij dat met de volgende bewoording: “Het vertellen van de wonderen die verricht werden voor onze voorouders in Egypte op de avond van 15 Nissan, zoals er staat (Shemot 13-3), herinner de dag dat jullie uit Egypte trokken, net zoals er staat (Shemot 20-7), herinner de Shabbat-dag.” 

Er komen allerlei belangrijke details aan bod, maar wat opvalt is dat de Rambam de herinnering aan de uittocht uit Egypte vergelijkt met het gebod om Shabbat te herdenken. Waarom deze vergelijking? Wat voegt het toe? Wat is het verband tussen de uittocht uit Egypte en Shabbat? Kunnen we hierdoor de uittocht uit Egypte beter begrijpen of herdenken? En zo ja, hoe? 

De Rogatchover Gaon, Rav Yosef Rosen uit Dvinsk (1858 -1936) verdiept zich hierin en legt de achterliggende gedachte van deze vergelijking uit: kennelijk probeert de Rambam de aard van de uittocht uit Egypte uit te leggen. Kennelijk zit er iets in het beleven van de Shabbat dat ons helpt om de uittocht uit Egypte beter te begrijpen en te integreren.

Het geheim ligt hem in het feit dat zowel de uittocht en de Shabbat beiden een negatief en een positief aspect hebben. 

Sommige activiteiten zijn op Shabbat verboden, dat is het negatieve aspect. Andere handelingen voert men op Shabbat juist wel uit, dit is het positieve aspect oftewel het gebod van het vieren van deze bijzondere dag. Volgens de Rogatchover wil de Rambam ons leren dat net zoals de Shabbat zowel een negatief als een positief aspect heeft, zo ook is dit van toepassing op de uittocht uit Egypte. 

We beginnen met het toelichten van het achterliggende idee van de Shabbat. 

Shabbat: rust én schepping 

Shabbat vier je op twee manieren: 

  1. Het negatieve aspect: er zijn bepaalde activiteiten die je op Shabbat níet uitvoert. Je beschermt de Shabbat door niet te werken, niet te koken, niets op straat mee te nemen, je mobieltje niet te gebruiken enzovoort. Pa en Ma rennen niet halverwege de maaltijd weg voor één of andere vergadering en de kinderen hebben geen wedstrijd waar ze aan mee doen of waar ze naar willen kijken. Alle digitale apparatuur is veilig opgeborgen. De beltoon staat uit en de tijd staat stil. Dit is de passieve kant van Shabbat. Je voert geen handelingen uit die verboden zijn. Maar dan ben je er nog niet. 
  2. Het positieve aspect: Shabbat heeft ook een actieve kant. Je steekt kaarsen aan, maakt kidoesh en eet Challah en andere Shabbat-gerechten. Je besteedt de dag met familie en vrienden, je zit samen aan tafel. Je maakt tijd voor gezelligheid, zingen, lernen en discussie. Je zorgt ervoor dat er gelegenheid is voor rust en meditatie. Tijd om je te verbinden met je dierbaren, jezelf, je ziel en je G-d. Een oase in de week. Eén dag waar je ervoor kiest om reflectie en introspectie voor jezelf mogelijk te maken en actief te genereren. 

Alleen het negatieve aspect is niet voldoende. Als je op Shabbat stopt met verboden handelingen te verrichten is dat nog niet voldoende om de intellectuele en emotionele dieptes van de Shabbat te kunnen ervaren en voelen. Er hangt ook nog een actief deel aan. Zou je de hele Shabbat niets overtreden en bijvoorbeeld de hele dag rusten en slapen, dan nog heb je de Shabbat niet gevierd. Maar ben je actief bezig met de Shabbat door ook bepaalde positieve handelingen te verrichten, dan heb je het positieve deel toegevoegd en is je viering compleet. Lukt het je om op deze bijzondere dag op een ander niveau met jezelf en je medemens bezig te zijn dan ervaar je pas echt waar Shabbat voor bedoeld is: innerlijke ontspanning die je bereikt door die omstandigheden te creëren, die ervoor zorgen dat je lichaam en ziel naadloos in elkaar overlopen. 

Shabbat is niet alleen een dag van fysieke rust, het is ook een dag van spirituele schepping. Het ene kan niet los staan van het andere. 

Op vrijdagavond zingen we ‘שמור וזכור בדיבור אחד, ‘Bewaak en Gedenk in één uitspraak’. 
‘Bewaak’ betekent dat je geen verboden handelingen verricht, het negatieve element. ‘Gedenk’ is dat je acties uitvoert om de Shabbat speciaal te maken, het positieve element. Deze twee woorden werden als één woord gezegd. Toen G-d de tien geboden gaf heeft Hij op een wonderbaarlijke manier שמור  bewaak de Shabbaten זכור  gedenk de Shabbattegelijkertijd gezegd. Hij had eerst שמור  kunnen zeggen en vervolgens זכור.  Maar nee, het moest simultaan gebeuren. Beide zijn niet van elkaar los te koppelen. 

Besteed je de zevende dag van de week door alleen niet te werken, dan is de Shabbat aan jou voorbijgegaan. Anderzijds, wanneer je de Shabbat viert door bijvoorbeeld kidoesh te maken en je tegelijkertijd de Shabbat overtreedt, dan mis je de innerlijke rust die deze fantastische dag je had kunnen bieden. De positieve en negatieve componenten van Shabbat zijn niet van elkaar los te koppelen. Ze zijn één! 

Uittocht: vrijheid én invulling 

Laten we nu de uittocht uit Egypte analyseren: 

  1. De slavernij stopte en natuurlijk waren de Joden vrij. Inderdaad, zij waren geen slaven meer. Dit was geweldig! Dit is de passieve kant van de zaak. Want, wat nu? Je bent vrij en wat doe je er dan mee?
  2.  Nu je eenmaal vrij bent, is het wel zaak om die vrijheid te benutten, om er invulling aan te geven en ook te gaan ontdekken wie je bent, anders weet je niet wie vrij is.

Wie ben je? En wat wil je? Wat kun je en wat heb je te bieden aan jezelf en aan anderen? Nu dat je vrij bent, ga je jezelf ontplooien en jouw unieke capaciteiten gebruiken. Of ga je de buurman nadoen?

Het leven is één groot examen waarbij velen de antwoorden van hun buren kopiëren, niet wetende dat iedereen een andere vragenlijst heeft. 

Hoe vertaal je vrijheid? In het Hebreeuws kun je het חופש (chofesh) noemen, het moderne woord voorvrijheid en vakantie‘. Het is gerelateerd aan חפש, zoeken. Je bent wel vrij, maar je bent nog op zoek naar een invulling van die vrijheid. 

Of gebruik je het woord חרות (geeroet) dat ook vrijheid betekent, en tegelijkertijd ook als gegraveerd vertaald kan worden (zie Spreuken der Vaderen 6-2)?

De tien geboden waren in de stenen gegraveerd. Wanneer je met inkt op papier of perkament schrijft, dan is het geschreven woord niet totaal verenigd met de stof waar het op geschreven staat. Je zou de letters en de inkt immers van het papier kunnen verwijderen. Bovendien vervaagt de inkt sowieso na verloop van tijd. Daarentegen is het gegraveerde woord helemaal verenigd mét  en onafscheidelijk ván de stof, waar het in gegraveerd is. 

Dit staat symbool voor het feit dat de Torah en de materie helemaal met elkaar verenigd zijn en elkaar niet hoeven tegen te spreken. Integendeel, de Torah weet zich juist te verbinden met het fysieke. Men zou kunnen denken dat het materiële de spirituele ontwikkeling begrenst en tegenhoudt. Niets is minder waar. Als de Torah uitsluitend op een spirituele manier uitgedrukt zou kunnen worden, dan had G-d deze hemelse leer beter aan de engelen kunnen gevenen niet aan de mensen hier op aarde. Maar de Torah is híer aanwezig, in déze wereld, juist om ons de gelegenheid te geven om het spirituele en het materiële met elkaar te verbinden. Iets dat alleenhier benedenplaats kan vinden. 

Materie inzetten 

Maar hoe doen wij dat? Neem bijvoorbeeld geld, een voorbeeld van materie bij uitstek. Wat doe je ermee? Waar gebruik je het voor? Om je begeertes te bevredigen of om je noodzakelijke spulletjes aan te schaffen? Om het te verspillen of om een deel ervan te gebruiken om een ander te helpen? 

Wanneer in jouw leven de Torah zich kan verenigen met de materiële wereld om jou heen, dan is de materie geen belemmering, maar juist een middel om uitdrukking te geven aan je spiritualiteit. Het lichamelijke heeft dan geen grip op je maar andersom: jij bent diegene die de materie beheerst en het benut op een speciale manier. Je bent niet van de materie afhankelijk en je bent er niet aan verslaafd. Integendeel, jij weet de fysieke wereld om jou heen te gebruiken, te sturen en te kanaliseren om jouw talenten en jouw gaven te ontplooien. 

De materie helpt jou om jezelf te zijn, om vrij te zijn. Dit is waarom Hashem ervoor gekozen heeft om de tien geboden in te graveren. De letters zijn hierdoor onafscheidelijk en compleet verenigd met de steen.

Heeft de materie jou in zijn greep? Word je erdoor belemmerd? Ben je eraan verslaafd? Gebruik je het om je behoeftes te bevredigen? Of is het juist omgekeerd en ben jij diegene die de materie benut en stuurt om gezond te leven, de geboden uit te voeren en je medemens te helpen? Ben jij diegene die de materie gebruikt of laat je je door de materie gebruiken? Wie is de baas? 

Vrijheid is geen eindstation. Zo zien we dat in de Torah de uittocht steeds gekoppeld wordt aan het dienen van G-d door middel van het ontvangen van de tien geboden, gegraveerd in de stenen tafelen. 

Inhoud geven 

Kijk maar: wanneer G-d Moshe toespreekt bij de brandende struik zegt Hij: 
Als je het volk uit Egypte zult halen zullen zij G-d dienen op deze berg (Sinaï).’
Shemot 3-12 

Als G-d Moshe gebiedt om naar Farao te gaan om de zevende plaag aan te kondigen, moet Moshe tegen Farao zeggen: 
Stuur Mijn volk en ze zullen Mij dienen.’ 

Shemot 9-13 

In deze citaten zien we dat de vrijheid gekoppeld is aan een vervolg, iets wat op de berg Sinaï ging gebeuren, namelijk het ontvangen van de Torah, de tien geboden die in steen gegraveerd zijn. 

Zonder deze koppeling heeft de uittocht geen zin. 

Vandaar dat Shawoe’ot, het feest van de ontvangst van de Torah, geen vaste datum in de kalender heeft. Alle andere feestdagen hebben dat wel omdat ze een eigen onafhankelijk bestaansrecht hebben. Zij worden op een bepaalde datum in de maand gevierd. Maar het ontvangen van de tien geboden, dat wij met Shawoe’ot vieren, is nauw verbonden met de uittocht uit Egypte. Daarom wordt het 49 dagen daarna gevierd. Die 50ste dag valt niet altijd op dezelfde datum. Dit kan variëren afhankelijk van de datum waarop de nieuwe maan gezien wordt. 

Pesach, de uittocht uit Egypte, en Shawoe’ot, het ontvangen van de Torah, zijnfeesten die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn omdat het doel van de uittocht het ontvangen van de Torah is. Het doel van de vrijheid uit de slavernij is, door middel van de Torah, vrij te zijn van de grip die de materiële wereld op je kan hebben. 

Je zou het kunnen vergelijken met een gevangene die op straat komt, die niet gerehabiliteerd is en zichzelf niet kan helpen om een nieuw bestaan op te bouwen. Zolang hij geen invulling aan zijn vrijheid weet te geven is hij nog steeds een gevangene. Deze keer zijn het niet de muren van de inrichting die hem tegenhouden, maar zijn eigen innerlijke beperkingen. 

Nu is het duidelijk waarom de Rambam Shabbat en de uittocht uit Egypte met elkaar vergelijkt. Door je op Shabbat te weerhouden van specifieke handelingen, schep je een sfeer en een kader die je alsnog dient in te vullen. 

Zo ook dien je aan je verkregen vrijheid een waardevolle inhoud te geven! 

Wat doen wij met onze vrijheid? Hebben wij misschien de slavernij van Egypte omgeruild voor een slavernij aan gewoontes en lege egoïstische tijdsbestedingen? 

Wij kunnen veel meer. Door ons uit de Egyptische slavernij te halen heeft G-d een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid in ons geprogrammeerd. We zijn sindsdien uitgerust met een drang naar vrijheid en onafhankelijkheid waar wij ons millennia lang aan vast hebben kunnen houden. Hoe? Door die vrijheid, zelfs tijdens gevangenissen, brandstapels en vernietigingskampen, in te vullen met wie wij werkelijk zijn, waar we vandaan komen en vooral waar we heen willen gaan.  Ook al zit ons lichaam vast, onze geest blijft altijd vrij. Niets en niemand kan onze ziel gevangen nemen.

Het Joodse volk heeft bij de uittocht uit Egypte vrijheid ervaren en er invulling aan mogen geven. Dat vrijheidsgevoel is van generatie op generatie overgebracht en verder naar alle volkeren verspreid. Vandaag wordt een groot deel van de mensheid geïnspireerd om keihard voor z’n vrijheid te knokken. Koningen, graven en andere “belangrijke mensen” die de vrijheid van anderen beperken worden niet meer getolereerd. Denk aan de vrijheidsstrijders in de koloniën en de slaven in de VS die zongen: ‘Go down Moses, way down to Egypt land. Tell old Pharaoh, let my people go’ . De bevrijding uit Egypte heeft de mens doordrongen van een vrijheidsgevoel waar hij voor zal blijven vechten: het recht om niet alleen vrij te zijn maar om daar ook een waardevolle invulling aan te geven.

Ik ben geen slaaf meer, maar wie en wat ben ik dan wel?    

Bracha Heintz   
06-28478657
chabadutrecht.nl

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson
Met dank aan Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah van der Heiden voor de opmaak.

 

 

 

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.