Tag: Rav YY Jacobson

Shelach | Israel, here I come!

Shelach | Israel, here I come!

Wat als je het overleven van het Joodse volk eerlijk zou analyseren? Dan is er maar één conclusie te trekken: het is niet land, taal, cultuur of militaire macht die ons in al die duizenden jaren bij elkaar heeft gehouden. Het is onze onvoorwaardelijke verbinding met de Torah, zo vertelt ons ook de parasha van deze week.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Ongeveer een jaar nadat het Joodse volk de Torah op de berg Sinaï had ontvangen, arriveerde het in de Paran woestijn, net ten zuiden van de Israelische grens. Het is de plaats waar geklaagd werd over het gebrek aan vlees. Het is ook in Paran dat de 70 oudsten benoemd werden om Moshe te assisteren. Zie hierover de parasha van vorige week, Behaälotecha (klik hier).

Nog een paar kilometers en het Joodse volk kon het beloofde land binnentreden. Het was hoog tijd om twaalf verspieders te sturen om het land te verkennen. Zij werden nauwkeurig gekozen. Ze waren stuk voor stuk vooraanstaande leiders, ieder over zijn eigen stam. Ze kregen als opdracht om het beloofde land te verkennen en hun bevindingen te rapporteren.

Nationale ramp

Men kan zich afvragen of dit werkelijk nodig was? Had het zin om een land te verkennen dat door G-d beloofd was? Was het werkelijk nodig om na te gaan of G-d in staat was om het heilige land aan het volk Israel te schenken? Wat deed het ertoe of er veel of weinig bewoners waren en of ze sterk of zwak waren? In hoeverre was het van belang om na te gaan of er vestingsteden waren of niet? G-d is toch Almachtig! 

Toch gaan de verspieders op hun verkenningstocht. Wanneer zij terugkomen gebeurt er een nationale ramp, een vergissing van historische betekenis en met eeuwige gevolgen. Tien van de twaalf verspieders houden zich niet aan hun verkenningsopdracht. Ze geven niet alleen verslag, ze trekken ook conclusies en geven advies (Shelach 13-31):

לֹ֥א נוּכַ֖ל לַעֲל֣וֹת אֶל־הָעָ֑ם כִּֽי־חָזָ֥ק ה֖וּא מִמֶּֽנּוּ׃…

…wij zullen niet tegen het volk op kunnen, want het is sterker dan Hij.

Met andere woorden: wij zullen de volkeren die in Israel wonen niet kunnen verslaan want zij zijn sterker dan Hij (G-d).

Naar hun mening is echter nooit gevraagd, alleen dat ze verslag zouden doen. Met dit ongevraagde advies demoraliseren zij een heel volk.

“Het land eet haar bewoners op!” verklaren de verspieders. Dientengevolge raakt het hele Joodse volk in paniek. Iedereen is hysterisch. Er wordt gehuild en geklaagd over Moshe en Aharon: “Waren we maar in Egypte gestorven of zelfs in de woestijn etc…” zeiden de mensen die de Torah hadden ontvangen. “Laten wij een leider benoemen en teruggaan naar Egypte” besloten zij (Shelach 14 – 2,3,4).

Dit was de tiende keer dat G-d door het Joodse volk op de proef werd gesteld ( Shelach 14-22):

וַיְנַסּ֣וּ אֹתִ֗י זֶ֚ה עֶ֣שֶׂר פְּעָמִ֔ים וְלֹ֥א שָׁמְע֖וּ בְּקוֹלִֽי׃…

…en zij hebben mij, bij deze al tien keer op de proef gesteld en zij hebben niet naar mijn stem geluisterd. 

Bezwaar

Wanneer je alles wat dieper analyseert, kom je er al gauw achter dat dit verhaal minder simpel is dan op het eerste gezicht lijkt. Want hoe kan het zijn dat zij ineens hun vertrouwen in G-d waren verloren? Zij leefden immers van het ene wonder naar het andere. Zij waren getuigen geweest van de tien plagen en de splitsing van de zee. Ze hadden met eigen ogen kunnen aanschouwen hoe een heel Egyptisch leger in de zee verdronk. Wat hadden ze ook alweer voor het ontbijt gegeten? Juist ja, Manna dat dagelijks uit de hemel viel. Ze dronken water dat uit een steen vloeide. De wolken beschermden hen tegen warmte, kou en nog andere gevaren die in de woestijn voorkwamen zoals slangen en schorpioenen.

Eenmaal in de geschiedenis van de wereld heeft G-d Zich aan een heel volk geopenbaard. Dat was bij de berg Sinaï. Zoiets was nog nooit eerder gebeurd en is daarna nooit meer voorgekomen. En als je een verspieder zou vragen wat hij als ontbijt had gegeten, dan zou hij antwoorden dat er Manna geserveerd was. “Hoezo brood uit de hemel?” zou je hem kunnen vragen. “Nou gewoon, uit de hemel! Bij ons zijn wonderen een natuurlijke manier van leven.” ”Werkelijk? Geloof je het zelf?” ” Ja hoor, G-d heeft alles gemaakt en alles is van Hem. En dus, als G-d dit wenst dan zorgt Hij dat er voedsel uit de hemel valt.”

En deze verspieder die net brood uit G-ds keuken had gegeten en zijn dorst door middel van een steen, waar water uit kwam, had gelest, stond op en verklaarde dat G-d niet sterk genoeg was om één klein landje te veroveren? Dit is raar, niet consequent en volkomen tegen alle logica in. En niet alleen dat, het hele volk deed hier ook nog aan mee! Was er dan niemand die het Joodse volk kon overtuigen van G-ds capaciteiten? Was er niet één man of vrouw die iedereen attent kon maken op de hoeveelheid wonderen die G-d al verricht had?

De verspieders waren vooraanstaande leiders, één voor elke stam. Wat was dan hun bezwaar tegen de intocht in het Heilige Land?

Exotisch hotel

Nee, de tien verspieders hadden een veel subtielere reden om de reis naar Israel tegen te houden. Ze waren namelijk bang om hun oase in de woestijn te verlaten. Dagelijkse Manna uit de hemel, water uit een wonderbaarlijke woestijnbron, splitsende zeeën en nog meer van dit soort wondertjes maakten het leven wel heel erg aangenaam in die woestijn; een soort exotisch 5-sterren hotel met eerste klas bediening.  En nu zouden ze het land in moeten trekken? Het eerst veroveren en vervolgens het gaan bewerken, een politiek systeem opzetten, het land verdedigen, ontbijt, lunch en avondeten klaarmaken? De vloer dweilen en de ramen lappen? Wanneer is er dan nog tijd voor spirituele zaken vroegen de verspieders zich af? Dat is toch onze specialiteit? Wanneer gaan we lernen en mitswot doen? Het leven in het land, de dagelijkse beslommeringen van de fysieke wereld gaan ons volledig consumeren! “Het land eet haar bewoners op!”

En als we al van onze spirituele oase naar een lichamelijk bestaan moeten overgaan, zijn wij dan niet automatisch ook onze G-ddelijke bescherming kwijt?

Schakel tussen hemel en aarde

Noch de verspieders, noch het Joodse volk hadden begrepen hoe de vork in de steel zat. Je hoeft namelijk het spirituele niet van het lichamelijke te scheiden. Integendeel. Toen de Torah bij de berg Sinaï uit de hemel kwam en Moshe naar boven ging is er een brug ontstaan. Een schakel tussen hemel en aarde; Moshe ging omhoog en de Torah ging naar beneden.  Vanaf de openbaring op de berg Sinaï was het mogelijk om het lichamelijke en het spirituele niet alleen met elkaar te verbinden maar zelfs om het te verweven.

Het Joodse volk kreeg op dat moment een nieuwe taak en missie. Elk Jood kon vanaf de openbaring op de berg Sinaï een brug bouwen tussen het spirituele en het lichamelijke. En dat is de essentie van elk gebod: je neemt een stukje materie en daarmee voer je G-ds wil uit. Je neemt bijvoorbeeld geld (materie) en je geeft het aan een arm persoon. Het geld is nu getransformeerd.

Eerst was het een bankbiljet en nu is het een mitswa geworden: je hebt een verbintenis tot stand gebracht tussen het geld en het hogere doel waar je het geld voor hebt gebruikt. Je hebt daarmee het geld verheven. Tevens heb je alles wat je gedaan hebt om dat geld te krijgen ook in deze verbintenis met G-d opgenomen. Heb je het geld door werken verdiend, dan is elke actie die je ondernomen hebt om dat salaris te ontvangen op een hogere plek gekomen. Ook alle energie en al het eten dat je gebruikt hebt om dat loon binnen te krijgen wordt verheven. Heb je een boterham gegeten dan worden, het graan, de mest, de regen, de akker, de boer enz ad infinitum allemaal getransformeerd. Met andere woorden door een mitswa te doen verander je de hoedanigheid van de hele materiele wereld.

Dit geldt voor elk van de 613 ge- en verboden. Dit fenomeen is terug te te herleiden naar het woord mitswa dat vertaald wordt met gebod of verbod. Het woord mitswa betekent ook ‘verbinding’ omdat elke keer dat je doet wat een ander je vraagt of dat je je weerhoudt om niet te doen wat een ander van jou verzocht heeft, heb jij je relatie met de vrager versterkt. 

Ga de wereld in

Volgens dit principe begrijpen we hoe essentieel het is om ons met de materie bezig te houden. Wel moet het gebruik van de materie plaatsvinden volgens de voorwaarden zoals die in de Torah worden uiteengezet. Als we de materie op eigen houtje zouden gebruiken dan zouden wij de relatie met G-d kwijtraken en zou de fysieke wereld blijven waar die is. Daarmee zouden wij aan het hele doel van de schepping voorbijgaan aangezien G-d een lagere materiele wereld juist gemaakt heeft opdat de mens het zou verheffen.

Het doel van de schepping is dus niet om in de woestijn te blijven of om dat wat al heilig is nog heiliger te maken. Het gaat er juist om, om deze lage fysieke wereld te transformeren naar een hoger niveau. Zoiets doe je niet in een woestijn waar G-d jou een VIP-behandeling geeft.

Nee, ga de wereld in, ga ploegen, zaaien en oogsten, ga de huur betalen en in vrede leven met je eigen gezin. Ga je karakter verbeteren en leer je te beheersen!

Tijd om te leren omgaan met duisternis en negatieve krachten. Tijd om een stukje van de hemel naar het aardse toe te brengen. Ruime gelegenheid om onze beestachtige trekken af te leren en de materie voor een hoger doel te gebruiken. Wil je Joods doen, ren dan niet weg van het aardse leven, maar leer ermee om te gaan. Lééf het leven en probeer daarbij je lichamelijke neigingen te transformeren. De wens van de verspieders was om in de woestijn te blijven om zo het aardse leven te ontvluchten. Deze manier van denken was hun valkuil.

De verspieders hebben met hun denkfout het hele volk gedemoraliseerd. Iedereen begon jammer genoeg voor niets te huilen. De dag dat dit geschiedde was 9 Aw, de meest droevige dag van het jaar voor het Joodse volk. Een dag helaas waarop er ook later in de geschiedenis vele calamiteiten zouden gaan plaatsvinden.

“Jullie huilen voor niets. Jullie willen het land niet binnen?…dan maar niet” zegt G-d. “Jullie zijn zo dicht bij jullie bestemming, vlak bij de grens, maar ik zie dat jullie er niet klaar voor zijn. Er zal nog heel wat moeten gebeuren voordat jullie het heilige land binnen kunnen treden. Blijf dan nog maar even (39 jaar) in de woestijn. Jullie hebben de theorie geleerd (Torah) en nu gaan jullie 39 jaar in de wildernis stagelopen voordat jullie in Israel jullie werkelijke missie kunnen uitvoeren.”

Omweg

Het duurt namelijk geen veertig jaar om van Egypte naar Israel te gaan, zelfs niet te voet, tenzij je ontzettend omloopt of überhaupt ergens blijft steken. En dat is precies wat er gebeurde: 19 jaar lang bleef het volk in de Paran woestijn in Kadesh Barnea gelegerd, direct ten zuiden van Israel.

Daarna hebben zij 19 jaar lang een cirkel gemaakt om weer in Kadesh Barnea terecht te komen. Van daaruit zijn ze via het oosten Israel binnengetrokken. Maar we lopen op de feiten vooruit. Het is duidelijk: de intocht in Israel die in 2449 plaats had kunnen vinden, één jaar na de uittocht uit Egypte en de ontvangst van de Torah, werd 39 jaar lang, tot het jaar 2488 uitgesteld.

Deze jammerlijke geschiedenis heeft nog een staartje.

Één groep, de Maapiliem, kreeg spijt van het klagen. Ondanks het decreet om in de woestijn te blijven, besloten ze om toch direct naar Israel te gaan (Bamidbar 14, 40-44). “Nee,” zei Moshe, “daar is het nu te laat voor. Eerder had het wel gekund, maar nu niet meer. Als G-d dit niet wenst, is jullie reis gedoemd om te falen.” Maar de Maapiliem gingen toch, maar Moshe ging niet mee. De ark met de stenen tafelen, die bij oorlogen altijd meeging, bleef in het kamp. Deze fanatiekelingen vertrokken richting Israel. Het was tegen G-ds wil in én ook nog zonder de stenen tafelen!

Helaas werden zij allemaal door de Amalekieten en Kanaänieten vermoord. De verhuizing naar Israel zonder de ark waar de Torah in lag en buiten G-ds wil om, bleek fataal. Een fout met levensgevaarlijke consequenties.

Zionistische droom

De geschiedenis heeft zich nog geen eeuw geleden met het Zionisme herhaald. Zo’n 120 jaar geleden beweerde men dat antisemitisme veroorzaakt werd door het ‘gebrek aan een eigen land’. Elk volk heeft een eigen terrein nodig. Een land waar het samen in alle rust kan leven en men zich tegen zijn vijanden kan verdedigen. De Zionisten besloten in 1897 dat vanaf het moment dat zij hun eigen land zouden hebben, zij een normaal leven zouden gaan leiden. De Jodenvervolging zou dan ophouden.

Vandaag is Israel een realiteit. Het is het mooiste land op aarde met een sterk leger. Een tehuis voor miljoenen Joden waar zij naar toe kunnen vluchten, waar zij kunnen wonen en zich ontplooien. Daar hebben zij zich weten te ontwikkelen tot één van de meest geavanceerde landen ter wereld. We steunen het land met hart en ziel en zijn zo trots op al zijn prestaties en successen. Als het daar even misgaat luisteren we dag en nacht naar het nieuws, zo betrokken zijn wij. Bij elke raket die neervalt stopt ons hart even te kloppen.

Het feit dat het Joodse volk zich in zijn oorspronkelijke land opnieuw heeft weten te vestigen is een geweldig wonder. Dat het Joodse volk zich op eigen bodem kan verdedigen, zonder aan iemand verantwoording af te leggen, is een enorme prestatie!

Toch mogen we vaststellen dat de Zionistische droom maar gedeeltelijk realiteit is geworden. We zijn allesbehalve een normaal gemiddeld land geworden, waar niemand zich om bekommert. Israel is maar een piepklein plekje op de aardbol. Wij bemoeien ons met niets en met niemand. Toch krijgen wij wereldwijd ruimschoots aandacht.

Elk volk begint met een groep personen die samen op één plek – een land – woont en een eenheid vormt. Het Joodse volk is anders. Land is niet wat ons bindt. Noch is het een taal. Al 2000 jaar geleden zijn wij uit Israel verdreven, maar het Joodse volk is zijn identiteit en zijn eenheid nooit kwijtgeraakt.

Rav Saadya Gaon uit de tiende eeuw probeerde dit vreemde fenomeen te analyseren. Het is geen taal of haarkleur of stijl die ons bindt. Het is een ideologie, een mening, een manier om naar de wereld te kijken door een Torah-lens. Het is een code en het is een systeem van wat je als Jood wel en wat je niet doet dat de Jood uit Gibraltar verbindt met zijn broer uit Yemen of Taiwan.

Geen oplossing

De Zionisten dachten dat als Israel een eigen terrein zou hebben, alle volkeren ons eindelijk met rust zouden laten. Zo’n klein landje, zo ver weg in het oosten… en daarmee zou het antisemitisme tevens verdwijnen. De Jood zou dan geen religieus individu meer zijn, maar gewoon, net als ieder ander mens op deze aardbol, een bewoner van één van de vele landen ter wereld. In het Israelische volkslied werd G-ds naam vermeden. In de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 worden de Torah en haar regels en wetten verzwegen. Dit zou de veiligheid van Israel waarborgen. Geen Holocaust meer, geen aanvallen, geen antisemitisme.

Maar geen dag gaat voorbij of Israel wordt in de media besproken. Het antisemitisme zou stoppen, werd er in 1897 in Bazel, bij het eerste Zionistische congres, verklaard. Een eigen land was de oplossing.

Wat is er misgegaan met al deze prachtige intenties? Hoeveel oorlogen vanaf dag één heeft Israel moeten bevechten om zich te kunnen handhaven? Hoeveel miljoenen Israeliërs hebben zich sinds de oorlog in Koeweit in 1991 in schuilkelders moeten verstoppen, met of zonder gasmaskers? Een eigen seculier land zou ervoor moeten hebben gezorgd dat de Joden niet meer zoveel aandacht zouden krijgen. Niets is minder waar.

Integendeel, het bestaan van Israel wakkert dagelijks nog meer antisemitisme aan in Israel en in de hele wereld dan ooit tevoren. Elke keer dat er in ons land oorlog gevoerd wordt, stijgt het antisemitisme in de hele wereld! Wat hebben de Zionisten verkeerd begrepen? Terwijl onze soldaten dagelijks hun leven op het spel zetten om ons bestaansrecht te verdedigen mogen wij deze vraag niet negeren. Wat is het Joodse volk en wat is antisemitisme? 

Torah en Mitswot

Het bestaan van het Joodse volk is niet afhankelijk van een land of een politiek systeem. We zijn verspreid over de hele wereld, spreken tientallen talen en hebben talloze gewoontes. Wat is de rode draad die een Jood uit Australië verbindt met zijn geloofsgenoot uit Canada? Wat bindt hen samen?

Er is maar één antwoord mogelijk en dat is de Torah en de Mitswot. Elk volk op aarde is begonnen met een eigen terrein. De Joodse geschiedenis begint echter in een woestijn, in niemandsland. Ons land krijgt alleen maar betekenis binnen de context van de Torah. Het is de Torah die ons gebiedt om in Israel te wonen. Het is de Torah die ons gebiedt om daar, en uitsluitend daar, een tempel te bouwen. Nergens anders ter wereld mag men altaars bouwen en offers brengen.

Ons volk wordt verenigd door een ideologie, een wet en uniforme praktijken.

Onvoorwaardelijke verbinding

Ga aan tafel zitten met een Jood uit China of Mexico, nu of 200 jaar geleden toen er nog geen WhatsApp bestond en communicatie heel moeizaam ging, traag verliep of soms onmogelijk was. Misschien zul je zijn taal niet verstaan, maar hij zal wel zijn handen wassen voordat hij brood eet. Na de maaltijd zal hij dezelfde woorden uitspreken om G-d te bedanken, zoals er in de Torah staat: ”Je zult eten en je zult verzadigd zijn en je zult G-d erkennen als bron van alle zegeningen.

Mocht hij dat zelf niet meer doen, dan heeft zijn (groot)vader het wel gedaan. Zijn er heel veel generaties voorbijgegaan zonder Joodse praktijken, dan weten de nakomelingen vaak niet eens meer dat ze Joods zijn. Ze zijn dan hun verbindingsfactor kwijtgeraakt en tegelijkertijd hun Joods-zijn.

Kijk naar Moses Mendelssohn die in 1782 de integratie van het Joodse volk in het Duitse leven ging promoten. Hij was tegen het gebruik van de Jiddische taal. Hij meende dat als de Joden zouden assimileren, dan zouden de Duitsers hen niet meer discrimineren. Zijn ideeën hebben het niet lang overleefd. Vier van zijn zes kinderen hebben zich tot het Christendom bekeerd. Om maar niet te spreken over de ‘gelijke behandeling’ waar de nazi’s juist in dat land, 150 jaar later, zich schuldig aan hebben gemaakt.

De assimilatie die door de liberalen in gang was gezet heeft geen enkele Jood tegen de holocaust kunnen beschermen. Integendeel, het is juist deze trend die tot op de dag van vandaag de continuïteit van het Joodse volk in gevaar brengt. Het Joodse volk verliest meer mensen aan assimilatie en gemengde huwelijken, dan aan antisemitisme of oorlogen. De getallen liegen er niet om. In de 19de eeuw hebben 40% van de Joden uit Berlijn zich bekeerd tot het Christendom. En in de VS, tussen 1840 en 1930 zijn 1 miljoen Joden geassimileerd.

We kunnen in alle eerlijkheid stellen dat Rav Saadya Gaon gelijk had en nog steeds gelijk heeft. Iedere groepering die van de Torah is afgedwaald heeft geen stand kunnen houden. Waar zijn de aanbidders van De Baäl, een afgod in de tijd van Eliyahu de profeet? Waar wonen de Tsedoekim die alleen de schriftelijke leer in acht namen en de mondelinge leer verwierpen? Waar zijn de achterkleinkinderen van Moses Mendelssohn en de andere bedenkers van de Joodse Verlichting? Ze zijn of teruggekeerd naar het authentieke Jodendom of ze weten na enkele generaties niet meer dat ze Joods zijn.

Jodendom zonder Torah houdt geen eeuwen stand. Als je het overleven van het Joodse volk eerlijk zou analyseren kun je maar één conclusie trekken: Het is geen land, taal, cultuur of militaire macht die ons in al die duizenden jaren bij elkaar heeft gehouden. Het is onze onvoorwaardelijke verbinding met het eeuwige aspect van de Torah. Dat is de leidraad.

Verzamelen

De Zionisten hebben oprecht gedacht dat G-dsdienst alleen maar zijn nut had buiten Israel. Torah en Mitswot waren nodig om onze identiteit te waarborgen. Eenmaal in Israel zou Torah overbodig zijn. Jodendom zou zelfs in de weg staan om van Israel een gewoon democratisch, seculier land te maken waar de wereld geen aandacht meer aan zou schenken.

Hoeveel uren heeft het geduurd nadat de staat Israel uitgeroepen werd totdat het aangevallen werd? De feiten liegen er niet om.

Rav Saadya Gaon had gelijk en de Zionisten, hoe oprecht dan ook, hebben zich vergist. De parasha vertelt ons hoe Moshe een enthousiaste groep toespreekt die spijt had van al het klagen. “Nee”, zei Moshe tegen hen. “De Torah gaat deze keer niet met jullie mee. De ark blijft hier en daardoor zal jullie missie helaas in een grote catastrofe ontaarden. Want als je naar Israel gaat zonder de Torah mee te nemen, dan zul je geen succes boeken.”

Toen en nu ook. Zowel het volk als het land Israel zonder Torah zijn als een lichaam zonder ziel.
Wij vragen, hopen en wachten al eeuwen dat Mashiach alle Joden uit de hele wereld zal verzamelen en de Tempel op zijn plaats, in Israel, in Jeruzalem zal herbouwen, spoedig in onze dagen. Amen!

Bracha Heintz             
www.chabadutrecht.nl   

Geïnspireerd op o.a. een les van Rav YY Jacobson. Commentaar is welkom! 

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Beeld: chabad.org

Behaälotecha | Wat zet je in, macht of invloed?

Behaälotecha | Wat zet je in, macht of invloed?

In plaats van macht uit te oefenen kun je er ook voor kiezen om een liefdevolle en respectvolle relatie op te bouwen met de mensen om je heen. In deze prettige sfeer kun je een ander beïnvloeden. Hij zal dan jouw advies en aanwijzingen met plezier aannemen omdat hij weet dat je van hem houdt en het beste met hem voor hebt. Hierdoor stel je jouw medemens in staat om zijn of haar eigen krachten te ontdekken en te ontplooien. Dit is ook de betekenis van het woord בהעלתך Behaälotecha ‘en je zult laten opstijgen’, de naam van onze Parasha.

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Door de woestijn

Na de openbaring bij de berg Sinai bleef het Joodse volk nog bijna een jaar bij deze bijzondere berg gelegerd. Ze zouden pas weggaan wanneer de wolk, die boven de tabernakel zweefde, de voorloper van de GPS, zou opstijgen. Dat was G-ds signaal om te vertrekken. De wolk wees de weg en wanneer deze daalde wist men dat een nieuwe standplaats in de woestijn bereikt was. Soms verbleef het Joodse volk slechts enkele dagen op één plek, soms jaren.

Aangezien de wolk bijna een jaar lang bij de berg Sinai zweefde, bleef het Joodse volk daar legeren. Op 20 Ijar 2449 was het zo ver. De wolk steeg op en het Joodse volk ging op reis richting het beloofde land. Nog dezelfde dag arriveerden ze in de Paran-woestijn en daar begon het volk te klagen. Allereerst werd er gejammerd over vermoeidheid door de reis. Vervolgens werd er over het eten gemopperd: men was niet tevreden over het manna en verlangde naar vlees.

Dit werd de negende keer dat G-d door het Joodse volk op de proef werd gesteld. Kon Hij wel of kon Hij niet voor het Joodse volk in de woestijn zorgen?

Tien keer klagen

Het Joodse volk had in het eerste jaar na de uittocht uit Egypte tien keer geklaagd:

1) Toen het Joodse volk bij de rode zee aankwam en de Egyptenaren hen achterna zaten klaagde het (Shemot, 14-11):

וַיֹּאמְרוּ֮ אֶל־מֹּשֶה֒ הַַֽמִבְלִִ֤י אֵין־קְבָרִים֙ בְמִצְרַַ֔יִם לְקַחְתָָּ֖נו לָמ֣ות בַמִדְבָָּ֑ר מַה־זֹּאת֙ עָשִ֣יתָ לַָ֔נו לְהוֹצִיאָָּ֖נו מִמִצְרַָיִם׃

“En ze zeiden tegen Moshe, zijn er geen graven in Egypte dat je ons genomen hebt om in de woestijn te sterven? Wat heb je met ons gedaan dat je ons uit Egypte hebt gehaald?”

2) Na de tocht door de rode zee vermoedde het Joodse volk dat de Egyptenaren nog leefden totdat G-d hun lijken op de kust gooide.

3) Ze klaagden in Mara over het gebrek aan water. (Shemot 15-24)

4) In de Sien-woestijn werd er over honger geklaagd (Shemot, 16-3):

וַיֹּאמְר֨וּ אֲלֵהֶ֜ם בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֗ל מִֽי־יִתֵּ֨ן מוּתֵ֤נוּ בְיַד־ה’ בְּאֶ֣רֶץ מִצְרַ֔יִם בְּשִׁבְתֵּ֙נוּ֙ עַל־סִ֣יר הַבָּשָׂ֔ר בְּאָכְלֵ֥נוּ לֶ֖חֶם לָשֹׂ֑בַע כִּֽי־הוֹצֵאתֶ֤ם אֹתָ֙נוּ֙ אֶל־הַמִּדְבָּ֣ר הַזֶּ֔ה לְהָמִ֛ית אֶת־כָּל־הַקָּהָ֥ל הַזֶּ֖ה בָּרָעָֽב

“Waren wij maar door G-ds toedoen in Egypte overleden terwijl wij naast pannen vlees zaten en wij brood tot verzadiging aten, want Jij hebt ons uitgenomen naar deze woestijn om deze hele gemeenschap door honger te doen sterven.”

5) Ze hebben manna voor de volgende dag bewaard omdat zij er niet op vertrouwden dat het de volgende dag weer zou vallen.

6) Op Shabbatochtend gingen ze manna zoeken hoewel hen verteld was dat het op Shabbat niet zou vallen.

7) In Refidim werd er weer over gebrek aan water geklaagd. (Shemot, 17-3)

8) Het dienen van het gouden kalf, omdat ze niet vertrouwden dat Moshe van de berg Sinai terug zou komen.

9) In onze Parasha werd er geklaagd over het gebrek aan vlees, Behaalotecha 11, 4-6:ּ

וַיִּבְכּ֗וּ גַּ֚ם בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל וַיֹּ֣אמְר֔וּ מִ֥י יַאֲכִלֵ֖נוּ בָּשָֽׂר׃

זָכַ֙רְנוּ֙ אֶת־הַדָּגָ֔ה אֲשֶׁר־נֹאכַ֥ל בְּמִצְרַ֖יִם חִנָּ֑ם אֵ֣ת הַקִּשֻּׁאִ֗ים וְאֵת֙ הָֽאֲבַטִּחִ֔ים וְאֶת־הֶחָצִ֥יר וְאֶת־הַבְּצָלִ֖ים וְאֶת־הַשּׁוּמִֽים׃

וְעַתָּ֛ה נַפְשֵׁ֥נוּ יְבֵשָׁ֖ה אֵ֣ין כֹּ֑ל בִּלְתִּ֖י אֶל־הַמָּ֥ן עינינוּ׃

“En ook het Joodse volk huilde en het zei: wie zal ons vlees te eten geven? We herinnerden ons de vis die wij gratis in Egypte aten, de komkommers en de watermeloenen en de prei en de uien en de knoflook. En nu is onze ziel uitgedroogd, we kunnen het manna niet meer aanzien.”

10) De verspieders, die niet vertrouwden dat G-d in staat was om het Land Israël aan hen te schenken.

Wel of geen concurrentie

De negende klacht vindt in onze parasha plaats en het is Moshe te veel. Hij kan het niet meer aan en G-d heeft een voorstel. Van nu af aan staat Moshe er niet meer alleen voor. Hij zal worden geholpen door 70 oudere en wijze heren.

Rijst de vraag, hoe kiest Moshe op een eerlijke manier 70 mensen uit? Als hij van elke stam 6 personen kiest dan heeft hij er 6 x 12= 72. Twee te veel dus. Moshe is van plan om twee personen uit te laten loten, maar het blijkt niet nodig te zijn. Eldad en Medad stellen zich bescheiden op. Zij bieden zelf aan om zich terug te trekken. Het probleem is opgelost!

De overige 70 assistenten ontvangen in de nabijheid van de tabernakel, een uitstraling van Moshes spiritualiteit. Zij zijn nu, net als Moshe, profeten geworden. Is Moshe daardoor een deel van zijn profetie kwijt? Nee, vertelt de Midrash ons. Als het gaat om wijsheid en profetie kun je het vergelijken met het aansteken van een licht met een ander licht.

Is de eerste kaars, nadat hij zijn vlam aan de tweede kaars heeft geschonken, zijn eigen licht kwijt? Nee, integendeel, nu is er meer licht voor beide kaarsen. Al zou je duizenden kaarsen ermee aansteken, dan nog zou de eerste kaars zijn eigen licht niet verliezen.

Eldad en Medad bevinden zich niet in de buurt van de tabernakel. Ze horen er immers niet bij. Hun bescheidenheid is echter niet ongemerkt aan G-d voorbijgegaan. Hij beloont ze en zij zijn daardoor in staat om zelfs in het midden van het kamp, ver weg van de tabernakel, te profeteren. Hun voorspelling gaat over de dood van Moshe vele jaren later en zijn opvolging door zijn trouwe leerling Yehoshua. Yehoshua hoort hun profetie en is totaal verbijsterd. Hij rent naar zijn meester, Moshe, om hem te vertellen dat Eldad en Medad aan het profeteren zijn. Wat een brutaliteit! Hoe durven ze? Waar is de hiërarchie? Kan iedereen zomaar profetieën uitspreken? “Zet ze gevangen!” eist Yehoshua.

”Ben je jaloers voor mij?” vraagt Moshe die vervolgens verklaart: “Wat zou het fijn zijn als iedereen een profeet zou zijn!”
Wat nobel van Moshe. Zijn trouwe leerling Yehoshua verdedigt de eer van zijn meester, maar Moshe heeft het niet nodig. Immers weten wij dat hij de meest bescheiden man op aarde was. De concurrentie stoort hem niet, er is geen kruimeltje jaloezie te bespeuren. Integendeel, hij moedigt hun profeteren aan door de wens uit te spreken dat alle Joden profeten zouden kunnen zijn! Dit verhaal wordt in onze parasha, Behaalotecha, in hoofdstuk 11 van Bamidbar besproken.

Macht of invloed

In een andere parasha, die Korach heet (ook in het boek Bamidbar, hfd.16), komt een hele andere geschiedenis naar voren. Daar wordt de opstand van Korach beschreven. Korach is een onrustzaaier. Hij klaagt dat iedereen even heilig is en waarom hebben Moshe en Aharon zich boven de rest van het volk verheven? Wat is nu de reactie van Moshe? Hij is er niet blij mee! Hij vraagt (en dat is de enige keer in zijn leven dat hij dat doet) om een wonder om dit op te lossen; de aarde opent zich en slikt Korach en zijn 250 collaborateurs in.

Wat een enorm verschil! Bij Eldad en Medad is Moshe dolblij en wenst hij dat het hele volk uit profeten zou bestaan. Bij Korach verplettert Moshe onmiddellijk de oproer terwijl Korach zei: “Iedereen is heilig!” Precies wat Moshe tegen Yehoshua had gezegd: “Laat iedereen heilig zijn en profeten worden!”

Beide gevallen lijken identiek. In allebei de voorvallen komt de eer van Moshe in het gedrang. Maar waarom laat Moshe Eldad en Medad hun gang gaan, terwijl hij de opstand van Korach in de kiem smoort? Wat is het verschil? Kennelijk zijn hier twee verschillende zaken aan de hand die ervoor zorgen dat Moshe tegenovergestelde reacties laat zien. 

Het ene is invloed en het andere is macht.

Invloed vermenigvuldigt

Moshe had allebei.

Wat is het verschil tussen macht en invloed? Immers heeft iemand die macht heeft vaak ook invloed. Het omgekeerde kan ook gesteld worden. Iemand die invloed heeft, heeft ook macht. Toch is er een essentieel verschil. Beide eigenschappen staan zelfs lijnrecht tegenover elkaar.

De Midrash vergelijkt machtsoverdracht met het legen van één container in een tweede container. Na het schenken is container nummer één leeg. De conclusie is dat macht niet gedeeld kan worden. Of het nou gaat om een school, een bedrijf, de regie over een feest of een georganiseerde reis; iemand, één persoon heeft de leiding. Anders heerst er onrust en chaos.

Bij het verspreiden van invloed ligt het precies andersom. Het wordt vergeleken met het aansteken van één licht met een ander licht.

Macht kan niet gedeeld worden. Daarentegen, als het om invloed gaat dan spreken we over vermenigvuldigen. Heb je een briljant idee en lukt het je om anderen daar ook van te overtuigen, dan vermenigvuldigen de mogelijkheden zich. Hoe meer hoe beter, hoe meer kaarsen, hoe meer licht.

Daarentegen kan een koning zijn macht niet delen. Als hij het weggeeft dan heeft hij het zelf niet meer. Als de eigenaar van een bedrijf zijn aandelen verkoopt dan verliest hij de zeggenschap over zijn bedrijf.

Nog een wezenlijk verschil: Macht stopt in afwezigheid van de machthebber.

Stel, een leraar heeft ten aanzien van zijn leerlingen uitsluitend een machtspositie. Op het moment dat hij de klas verlaat verandert zijn lokaal in een treinstation midden in het spitsuur. Als een rector alleen maar in zijn school gezorgd heeft dat regels nagekomen werden en straffen uitgedeeld werden, dan zullen de leerlingen hem na het behalen van hun diploma’s snel vergeten. Als de machthebber verdwijnt of overlijdt, is zijn macht weg.

Daarentegen als het om invloed gaat, dan groeit het vaak, juist in afwezigheid van de persoon. Hoeveel geleerden en uitvinders zijn pas na hun sterven beroemd geworden? Kijk naar Moshe zelf, wat een invloed deze man tot op de dag van vandaag nog heeft. Wie heeft er nog nooit van Moses gehoord? Deze grote geleerde en leider is meer dan 3300 jaar geleden overleden. Toch is hij meer aanwezig dan ooit. In elk Joods boek, in elke synagoge, op elke Joodse school, in het hart en de ziel van miljoenen mensen op aarde!

Doorgeefluik

Vandaar dat Moshe niet van streek raakt wanneer Yehoshua hem over het profeteren van Eldad en Medad vertelt. Niet alleen is Moshe blij dat er nog meer profeten zijn, maar ook hun voorspellingen deren hem niet. Yehoshua is woedend omdat Eldad en Medad over de dood van Moshe spreken.“ Ook al ga ik dood” reageert Moshe, ”blijf ik leven”. Waar het mij in het leven om gaat is onsterfelijk. Alleen machthebbers kunnen sterven en dictators leven in angst en jaloezie.

Maar ik bezit niets, ik heb nergens de macht over en niemand kan iets van mij afpakken. www.hetjoodsevolk.com is niet mijn eigendom en www.torah.org is niet van mij en ook met www.woestijnreisbureau.il doe ik geen zaken.  Ik fungeer uitsluitend als doorgeefluik voor hemelse onderwerpen, voor het doel van de schepping, voor de grootsheid van de Torah.

שכינה מדברת מתוך גרונו של משה

“Als Moshe zijn mond opendeed, dan was het G-ds woord dat door zijn keel kwam.”

Maar Moshe was toch ook een leider. Hoe anders heeft hij drie miljoen mannen, vrouwen en kinderen van Egypte naar Israël gebracht?

Vanuit zijn machtspositie heeft hij het Joodse volk kunnen sturen. Wanneer ze moesten vertrekken en wanneer ze moesten stoppen. Wat ze wel moesten doen en wat niet. Als er problemen waren, heeft hij ze opgevangen. En wanneer Korach in opstand komt, weet hij onmiddellijk de muiterij neer te slaan. Zijn respons is heel anders dan bij Eldad en Medad omdat Korach aanspraak maakt op de machtspositie van Moshe. Daarmee overschrijdt hij een grens die Moshe, als leider, niet mag toelaten.

Drie broers tijdens WOII

Dit doet mij denken aan de Bielski-broers: Tuvia, Asael en Zoes Bielski, drie Joodse heren die ervoor gezorgd hebben dat ruim 1.200 Joodse mannen, vrouwen, bejaarden en kinderen de Tweede Wereldoorlog in de bossen van Wit-Rusland, nabij Novogrudnek, hebben overleefd. Nadat hun ouders en andere familieleden door de nazi’s weggevoerd waren, zijn de drie broers de bossen in gerend. Bossen die zij zo goed kenden.

Aanvankelijk bestond hun groep uitsluitend uit familieleden, maar al gauw werden het 100 mensen en meer en meer. Voedsel werd bij de boeren al dan niet onder dwang weggehaald. Sabotage en aanvallen op de nazi’s werden regelmatig uitgevoerd waarna de Duitse wapens in beslag genomen konden worden. De plaatselijke bevolking die met de Duitsers meewerkte, werd zonder pardon vermoord. Hun huizen werden in brand gestoken. 

Tegen de wil in van hun medebosbewoners haalde Tuvia steeds meer Joodse mensen erbij. Hij infiltreerde zelfs in de Joodse getto om de Joden daar te overtuigen om met hem mee het bos in te gaan, hetgeen ook gebeurde. Hij redde liever één oude Joodse vrouw dan dat hij 10 nazi’s vermoordde. Het vinden van voedsel voor hoe langer hoe meer mensen werd steeds lastiger en ingewikkelder. Om maar niet te spreken over het overwinteren in het ijskoude Russische bos. Gevaar lag constant op de loer. Meerdere malen moesten ze daarom wegtrekken en alle hutten en andere accommodaties die ze met minimale middelen opgebouwd hadden achterlaten.

Strijd

Maar ze waren niet de enige bewoners in het bos. Het Russische Rode Leger had zijn eigen communistische partizanen en de Polen hadden hun eigen anti-nazi en tevens antisemitische verzetsstrijders. De plaatselijke Wit-Russische bevoling was ook vreselijk antsemitisch.Verder viel het niet altijd mee om de vrede binnen de Joodse groep te bewaren. Ruzies, onenigheden, strijd en politiek waren, zoals in elke gemeenschap, ook in het bos aanwezig.

Tuvia Bielski, de oudste van de drie broers, die het gezag over de hele Joodse groep had wist zich in al deze gecompliceerde omstandigheden door zijn sterke karakter te handhaven. Op een gegeven moment was er binnen de Joodse groep een man die de autoriteit van Tuvia niet accepteerde. Hij volgde zijn aanwijzingen niet op en bemoedigde anderen om Tuvia niet meer als leider te aanvaarden. Tuvia nam zijn geweer en schoot deze Joodse man neer die door zich niet te onderwerpen aan Tuvia’s autoriteit de hele groep in gevaar had gebracht.

Een half jaar na de oorlog is Asael als soldaat van het Russische leger gesneuveld. Tuvia en Zoes emigreerden naar Israel en vervolgens naar de VS. Zij reden in een vrachtwagen in Brooklyn, New York, waar ze goederen transporteerden. Zo bescheiden waren zij dat hun verhaal pas werkelijk in de 21ste eeuw onder de aandacht van het publiek kwam (onderaan dit artikel vind je een link naar het boek en de film). Dezelfde bescheiden Tuvia die constant zijn leven riskeerde om zijn mede-Joden te redden, wist van aanpakken. Hij schroomde niet om in het bos een mede Jood te vermoorden die zijn autoriteit niet accepteerde en daarmee de hele groep in gevaar bracht. Op het moment dat zijn gezag in het gedrang kwam moest Tuvia keihard toeslaan.

Grenzen macht

Schepen hebben maar één kapitein. G-d heeft Moshe als gezagvoerder gekozen. Zijn mandaat is om drie miljoen mensen van A naar B te brengen. Als ze nog onderweg iets kunnen leren, is het meegenomen. Het is nu Moshes G-ddelijke taak om zijn eigen positie te beschermen en te behouden.

Macht is noodzakelijk maar het heeft ook zijn grenzen. Moshe was niet verblind door zijn gezag. Hij liet zich niet door zijn eigen macht bedwelmen. Als je je macht te veel gebruikt, dan verklein je je medemens. Daarentegen, als je een invloedrijke persoon bent, dan maak je een ander groter en krachtiger.

Moshe was een leider, hij had de macht, maar hij was in eerste instantie vooral een invloedrijke persoon. Een man die geliefd was, gerespecteerd werd en waar iedereen ontzag en bewondering voor had. Moshe had zo veel invloed dat hij van elke Jood een leider heeft weten te maken. Een leider hoort in eerste instantie leiderschap over zichzelf te hebben.

Wanneer jij je invloed gebruikt in plaats van je macht dan stel je je medemens in staat om zijn eigen krachten te ontdekken en die vervolgens te ontplooien. Dit is ook de betekenis van het woord בהעלתך ‘en je zult laten opstijgen’, de naam van onze Parasha.

Invloed

De Parasha deze week begint met het gebod aan Aharon, de Hogepriester, om de Menorah in de Tempel dagelijks aan te steken. In plaats van “Je zult aansteken” staat er “Je zult laten opstijgen”. Rashi, een Franse geleerde uit de elfde eeuw, vertelt ons dat Aharon de Menorah zo moest aansteken dat de vlam uit zichzelf kon opstijgen.

Zo doen we dat. We geven een ander licht en blijven erbij totdat hij in staat is om zijn eigen licht brandend en stijgend te houden. Misschien heb jij geen macht over een ander, maar invloed heb je zeker wel want dat heeft iedereen.

Leraren, bazen, ouders en directeuren opgelet! Wees voorzichtig bij het uitoefenen van je machtspositie. Wees slim en ontplooi een liefdevolle en invloedrijke relatie met de mensen om je heen. Maak ze groot, geef ze complimenten. Vertel hoe trots je op ze bent. Inspireer en motiveer ze, geef ze goede voorbeelden en ontwikkel in je medemens de wilskracht om op zijn of haar beurt een bron van inspiratie te zijn voor anderen. Zo steekt het ene lichtje het andere aan… 

Zo begint onze Parasha met het aansteken van de Menorah en ook onze Shabbat begint met het aansteken van kaarsen… één en al licht en inspiratie voor iedereen.

Shabbat Shalom!

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl
Commentaar is welkom!

Geïnspireerd op o.a. een les van Rav YY Jacobson.

Het boek over de broers Bielski is geschreven voor Peter Duffy en is in het Nederlands vertaald onder de titel Verborgen Stad. Dit boek is te vinden via Marktplaats of Boekwinkeltjes.nl. Het verhaal van de Bielski-broers is verfilmd en via YouTube te bekijken: https://youtu.be/lzfNacJlnpc Meer informatie over verschillende Joodse verzetsgroepen in heel Europa is te vinden op: www.jewishpartisans.org.


Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

Bamidbar| Een hemels gesprek over Torah en kaas

Bamidbar| Een hemels gesprek over Torah en kaas

Dankzij een hemelse discussie over het scheiden van vlees en melk ontdekken wij waarom de Torah juist op aarde is gegeven en niet in een spirituele wereld is blijven steken. 

Download hier een printversie van dit artikel (PDF)

Bamidbar betekent in de woestijn. Deze Parasha wordt bijna altijd op de Shabbat gelezen die net voor Shawoe’ot valt. Shawoe’ot is het feest waarmee wij het ontvangen van de Torah op de berg Sinaï vieren. We weten dat de Torah aan het Joodse volk in een woestijn geschonken is. Kon G-d geen betere plek vinden voor deze grote openbaring? In een mooi paleis misschien, in een wereldstad of in een prachtig aangelegde tuin? G-d heeft natuurlijk heel bewust de meest ideale ligging geselecteerd.

Er schuilen zoveel lessen alleen al in G-ds keuze voor de berg Sinaï om juist daar de Torah aan het Joodse volk te geven: 

  1. Een woestijn is openbaar gebied, opdat niemand zou kunnen claimen dat de Torah van hem alleen is.
  2. De woestijn bestaat uit zand, steen en aarde. Om de Torah te kunnen ontvangen moet je je bescheiden opstellen, zoals zand en aarde.
  3. In een barre zandvlakte groeit niets. Er is voedsel noch kleding beschikbaar zodat een mens leert op G-d te vertrouwen om in al zijn levensbehoeften te voorzien.
  4. De woestijn is een gevaarlijk gebied met o.a. veel slangen. De ballingschap wordt vergeleken met een spirituele woestenij. Het kan gevaarlijk zijn voor een Jood. Assimilatie ligt op de loer. Het kwaad in de mens, vertegenwoordigd door de slang, blijft aandringen totdat het de mens overhaalt om van de verboden vruchten te eten. Torah is het tegengif dat ons helpt om onze slechte eigenschappen in bedwang te houden. Door Torahstudie zijn wij in staat om ons als Jood te gedragen, waardoor wij de continuïteit van ons volk kunnen waarborgen. 

Kaaskoek

Op welke manier is de Torah gegeven? Wat is er toen allemaal precies gebeurd? We weten dat er op dat belangrijke moment donder, bliksem en nog veel meer was. Voor meer informatie kijk in Shemot, hoofdstuk 19 waar de gebeurtenissen op aarde beschreven worden. 

Verder zijn we natuurlijk ook nieuwsgierig naar wat zich in de hemel afspeelde. Wie weet wat daar geschiedde? Of zijn de stenen tafelen zo maar naar beneden gekomen? Welnee!
Wanneer wij het over Shawoe’ot hebben, kunnen wij ons afvragen waar de heerlijke gewoonte vandaan komt om juist bij dit feest van kaaskoek en andere melkproducten te genieten en pas daarna een vleesmaaltijd te gebruiken.  

De Midrash, Tehilim 8, vertelt ons het volgende:

וכשעלה משה לקבלה פעם שניה, אמרו מלאכי השרת רבונו של עולם והלא אתמול עברו עליה, שכתבת בה לא יהיה לך אלהים אחרים (שמות כ ג). אמר להם הקב”ה בכל יום הייתם קטיגורין ביני לבין ישראל, לא אתם כשירדתם אצל אברהם אכלתם בשר בחלב, שנאמר ויקח חמאה וחלב ובן הבקר וגו’ ויאכלו (בראשית יח ח) ותינוק שלהם כשהוא בא מבית רבו, ואמו נותנת לו פת ובשר וגבינה לאכול, והוא אומר לה, היום למדני רבי, לא תבשל גדי בחלב אמו (שמות לד כו)! לא מצאו לו מענה. באותה שעה אמר הקב”ה למשה, כתב לך את הדברים האלה (שמות ל”ד כז), עד שאין להם מענה ותשובה

Toen Moshe naar boven ging om de tweede set stenen tafelen te ontvangen, spraken de dienstdoende engelen: “Meester van de wereld, is het niet zo dat het Joodse volk gisteren nog de Torah heeft overtreden door afgoden te dienen (het gouden kalf) terwijl er op de stenen tafelen staat: “Je zult geen andere goden hebben.”  

G-d zei tegen hen: “Iedere dag beschuldigen jullie het Joodse volk! Waren jullie het niet die, toen jullie naar beneden kwamen om Avraham te bezoeken, jullie toen vlees met melk hebben gegeten, zoals er staat (Bereeshiet 18-8): “En hij (Avraham) nam boter en melk en een kalf dat hij klaargemaakt had en hij gaf het hun en hij bediende hen en zij (de engelen) aten”.

En als één van hun kinderen (van het Joodse volk), uit school komt en zijn moeder geeft hem brood met vlees en kaas te eten, dan zegt hij tegen haar: “Vandaag heb ik geleerd van mijn leraar, kook het bokje niet in de melk van zijn moeder.” (Shemot 34 -26) De engelen konden geen antwoord vinden. Op dat moment zei G-d tegen Moshe (Shemot 34- 27): “Schrijf voor jezelf deze woorden op want zij (de engelen) hebben geen antwoord.”

Tot zo ver een vrije vertaling van de Midrash. 

Vlees en melk

Wat is hier precies gaande? De Midrash is een beetje moeilijk te begrijpen. Laten we samen kijken welke boodschap wij hierin kunnen ontdekken. Wat is er precies gebeurd in de hogere werelden toen G-d de Torah aan het Joodse volk wilde geven? De Midrash vertelt ons dat de engelen protesteerden. Zij wilden zelf de Torah krijgen en beweerden dat het Joodse volk het niet waard was, aangezien het volk het gouden kalf had aanbeden. Op dat moment schoot G-d het Joodse volk te hulp en begon Hij het te verdedigen.

Nu was het G-ds beurt om de engelen te beschuldigen. De engelen hadden namelijk ook de Torah voorschriften overtreden toen zij te gast waren bij Avraham onze aartsvader. Zij werden uitgenodigd om te eten en hebben toen melk en vlees gegeten. Verder vertelt G-d aan de engelen hoe een jongetje dat uit school komt weigert om melk en vlees te eten omdat er in de Torah staat dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken. Wat hier eigenlijk gebeurt is dat de engelen het Joodse volk beschuldigen van afgodsdienst, maar G-d verdedigt zijn geliefde volk door de engelen erop te attenderen dat zij zich niet aan de kashroet wetten hebben gehouden. De engelen hadden hier geen antwoord op. 

In hoofdstuk 34 van het boek Shemot staat er eerst dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken en precies één vers later staat er dat Moshe deze woorden moest opschrijven want dankzij deze woorden (namelijk het verbod van vlees met melk) heeft G-d een verbond met jou (Moshe) en het Joodse volk gesloten. Kijk maar:

Vers 26:

 לֹא־תְבַשֵּׁ֥ל גְּדִ֖י בַּחֲלֵ֥ב אִמּֽוֹ׃ 

Kook het bokje niet in de melk van zijn moeder. 

Vers 27:

 וַיֹּ֤אמֶר ה’ אֶל־מֹשֶׁ֔ה כְּתָב־לְךָ֖ אֶת־הַדְּבָרִ֣ים הָאֵ֑לֶּה כִּ֞י עַל־פִּ֣י ׀ הַדְּבָרִ֣ים הָאֵ֗לֶּה כָּרַ֧תִּי אִתְּךָ֛ בְּרִ֖ית וְאֶת־יִשְׂרָאֵֽל׃  

En G-d zei tegen Moshe schrijf deze woorden op want volgens deze woorden heb Ik met jou en met Israël een verbond gesloten. 

Wat blijkt? Hoe heeft G-d de Torah aan het Joodse volk kunnen geven? Wegens melk en vlees; wegens het feit dat de engelen niets meer te zeggen hadden omdat, ten eerste, zij zelf melk en vlees hadden geconsumeerd en, ten tweede, omdat het Joodse volk zich juist wel aan deze wetten houdt. 

Kosher

Dames en heren, de hele Torah is aan ons gegeven omdat G-d de mond van de engelen heeft weten te snoeren! Anders hadden de engelen de Torah ontvangen in plaats van wij. En waar ging het over? Het bekende verbod van het tegelijkertijd eten van melk en vlees. 

Maar hebben de engelen inderdaad niet kosher gegeten? Was het niet zo dat Avraham een kalf ging halen en zijn dienaar vroeg om het klaar te maken? Hoe lang duurt dat wel, het slachten, zouten en spoelen en vervolgens koken? En dus gaf Avraham zijn gasten eerst wat melkgerechten als aperitief en zodra het vlees klaar was – toch minstens een uur later – heeft hij hun het hoofdgerecht voorgeschoteld. Niets aan de hand dus! Waarom beschuldigt G-d de engelen er dan van dat zij tegelijkertijd melk en vlees hebben gegeten, terwijl zij na het eten van de melkproducten lang moesten wachten tot het vlees verorberd kon worden?

De Joodse wet legt het uit. Als je vlees eet moet je zes uur wachten voordat je melk mag consumeren. Heb je melkproducten gegeten dan mag je meteen daarna vlees eten, mits je handen schoon zijn en je je mond schoonmaakt. Nu is het de gewoonte om na melkproducten toch een uur te wachten alvorens men vlees eet. Waarom het verschil? Na vlees zes uur en na melk maar één uur? 

Maimonides stelt dat het vlees nog uren tussen je tanden kan blijven zitten en de ‘Toer’ verklaart dat de smaak van vlees nog heel lang in je mond blijft. Vandaar dat het noodzakelijk is om zes uur te wachten. Melkproducten verdwijnen veel makkelijker en sneller uit je mond waardoor je al één uur na het eten van melkproducten, vlees kan eten. 

Dit is één uitleg voor het wachten van zes uur na een vleesmaaltijd. Maar de Torah heeft oneindig veel verschillende lagen met uitleg. Laten we er daar nu nog één van ontdekken.

Chesed: geven en liefde

Melk is in deze wereld gekomen als de vertegenwoordiger van de eigenschap van Chesed: geven en liefde. Waarom wordt Chesed, liefde, geassocieerd met melk? 

Omdat melk wit en schoon is en geven een schone zaak is. Omdat melk vloeibaar is en zich grenzeloos verspreidt tenzij het door de wanden van bijvoorbeeld een kommetje tegengehouden wordt. Die begrenzing komt dan van het kommetje en niet van de melk zelf. Liefde straalt ook naar alle kanten toe. Omdat als de moeder melk geeft aan haar kind, ze daarna niet minder melk heeft. Integendeel, hoe meer ze zoogt, hoe meer melk ze produceert. Zo zijn liefde en geven sterk met elkaar verbonden, want als je van iemand houdt en veel aan hem geeft, dan krijg je er nog meer voor terug.  

Daarentegen vertegenwoordigt vlees de eigenschap van Gewoera: begrenzing, strengheid en discipline. Dit is de mogelijkheid om nee te zeggen en te weigeren. Vlees is vast en stevig, begrensd en gelimiteerd; tot daar en niet verder. Gelijk een stuk vlees een bepaalde maat heeft en zich niet zoals melk verspreidt, zo ook vertegenwoordigen strengheid en discipline het feit dat men zaken kan begrenzen, controleren en aansturen.

Chesed (vrijgevigheid) en Gewoera (grenzen stellen) zijn twee tegenovergestelde aspecten die allebei noodzakelijke ingrediënten zijn in een gezonde relatie. Liefde en geven zijn fantastisch, maar laat het niet uit de hand lopen. Als jouw liefde geen grenzen kent, dan vloeit jouw persoonlijkheid over in de ander en raak je jezelf kwijt. Je verliest hierdoor je eigen identiteit. Zelf besta je dan niet meer waardoor je dus ook niemand lief kunt hebben. Want hoe kun je een ander lief hebben terwijl je zelf niet weet wie je bent. Als je zelf onzeker bent dan is dat geen geschikt moment om aan een relatie te beginnen. Discipline en grenzen zorgen ervoor dat iedere persoon zichzelf kan zijn en blijven. Zo behoud je je onafhankelijkheid en waardigheid. 

De Kotsker Rebbe verwoordt het als volgt: 

“Als ik, ik ben 
omdat jij, jij bent,
en jij bent jij
omdat ik, ik ben,
dan ben ik niet ik
en jij bent niet jij.  

Maar als ik, ik ben
omdat ik, ik ben,     
en jij bent jij
omdat jij, jij bent,
dan ben ik, ik en jij, jij.”

Grenzen

Met andere woorden: om een gezonde relatie te hebben moeten er grenzen zijn. Iedereen behoudt zijn eigen identiteit en respect en gunt de ander zijn ruimte en privacy. Zo kan de tweede persoon zichzelf, op zijn eigen manier, ontwikkelen. Als twee mensen weten wie zij zijn, los van elkaar, dan pas kunnen ze een relatie beginnen. Verschillen en grenzen zijn noodzakelijk zodat de liefde kan groeien en gedijen. 

Maar let op! Hoewel liefde en grenzen beiden noodzakelijk zijn, toch moet liefde altijd de overhand houden. De grenzen en de strengheid zijn alleen maar aanwezig om de liefde in goede banen te leiden en te kanaliseren. Geef je les in een klas, gebruik dan discipline om te voorkomen dat je les een chaotische vertoning wordt, maar zorg er vooral voor dat je heel lief en aardig bent tegen je leerlingen. Als je straf uitdeelt aan je kinderen omdat je boos en geïrriteerd bent, dan is dat geen discipline die de liefde van dienst is, maar strengheid om jezelf de illusie te geven dat de leerlingen jou respecteren.  

Nu terug naar de Joodse wet: 

Wat gebeurt er als in de keuken vlees en melk wel met elkaar vermengd worden? De Talmoed geeft verheldering: als heet vlees in hete melk valt of hete melk in heet vlees dan zijn allebei verboden. Als ze allebei koud zijn dan kun je ze weer uit elkaar halen en consumeren. Waarom? Omdat, als eten koud is, verspreidt  en vermengt de smaak van het ene voedsel zich niet met het andere voedsel. Elk voedsel behoudt zijn eigen smaak. Maar op het moment dat het heet wordt, dan gaat de smaak van het ene voedsel over naar het andere. Dit is wetenschappelijk heel simpel te verklaren: bij hitte openen de moleculen zich en absorberen ze alles waar ze mee in aanraking komen. 

Heet en koud

Maar we zijn er nog niet want nu komt één van de duizenden Talmoedische hersenkrakers: Wat te doen als het ene heet is en het andere koud? 

Let op! Bijvoorbeeld een pan hete melk waar een koud stuk vlees in valt. Wat zeggen we dan? Dat allebei heet zijn geworden of dat allebei als koud worden beschouwd? Verwarmt de hete melk uit de pan het koude stuk vlees dat erin is gevallen? Of verkoelt het koude vlees de hete melk die al in de pan zat?  

Of omgekeerd: een pan met heet vlees waar een koud stuk kaas in valt. Verwarmt het hete vlees dat al in de pan ligt het koude stuk kaas dat erin valt waardoor alles als heet wordt beschouwd en dus verboden wordt om te eten? Of zeggen we dat het koude stuk kaas het hete vlees in de pan afkoelt waardoor al het eten nu als koud wordt beschouwd en dus toegestaan is mits het vlees en de melk gescheiden worden? 

Tot nu toe hebben we het gehad over heet eten in de pan, waar koud voedsel in valt. Het kan ook zijn dat het eten in de pan koud is en wat erin valt heet is. Een koude melk waar een heet stuk vlees in valt of een koud vleesgerecht in een pan waar een stuk hete kaas in valt. De vraag blijft hetzelfde. Verkoelt wat in de pan of schaal ligt hetgeen dat erin valt, of verwarmt hetgeen dat erin valt wat er al in lag? Met andere woorden, wat heeft de overhand? Het onderste dat al in de bakpan of schaal ligt of het bovenste dat erin valt? 

Rav en Shmuel

De Talmoed presenteert over dit vraagstuk een meningsverschil tussen Rav en Shmuel: 

Rav zegt dat het hoogste – dus dat wil zeggen datgene wat erin valt – overheerst. Als het voedsel wat erin valt heet is, dan verhit het het koude eten dat al in de pan lag en is alles verboden. En als datgene wat erin valt koud is, dan heeft dat de overhand; het koelt af wat al in de pan zat en beiden zijn toegestaan mits ze gescheiden worden.  

Shmuel is een andere mening toegedaan. Hij stelt dat het onderste de overhand heeft. Als het eten dat al in de pan is, heet is, dan maakt dat, dat wat erin valt ook heet is en dan is alles verboden om te eten. Als dat wat in de pan ligt koud is dan maakt het ook koud dat wat erin valt en is alles toegestaan. Wat onderaan ligt is bepalend. 

De wet volgt de tweede mening, die van Shmuel: het onderste heeft altijd de overhand

Vandaar dat we eerst melkproducten eten en vervolgens vlees en maar één uur ertussen wachten. Melk dat liefde vertegenwoordigt ligt dan al onderin, in onze maag en heeft daardoor de overhand. Wij absorberen in eerste instantie het concept van liefde. Dat kan omdat dat dan de overhand heeft over het vlees, de strengheid die wij pas daarna tot ons nemen. Op dat moment heeft de liefde de nadruk omdat het als eerste is gegeten. Vandaar dat een uurtje wachten voldoende is. 

Bewezen

Heb je al vlees, strengheid in je systeem – het ligt dus onderaan, gooi er dan geen melk overheen want dan zal de strengheid over de liefde heersen en dat is niet kosher. Wacht dan zes uur. Dat is de tijd die noodzakelijk is voor het vlees om helemaal uit je systeem te verdwijnen. Pas na die zes uur kunnen de melkproducten veilig naar binnen zonder door de strengheid overheerst te worden. 

De engelen hadden inderdaad bij Avraham eerst melkproducten gegeten en vervolgens vlees genuttigd. Prima zegt G-d tegen hen. Dat betekent dat jullie het eens zijn met de mening van Shmuel. Want melk, vrijgevigheid moet sowieso de overhand hebben en als jullie eerst melk hebben gegeten dan vinden jullie dat wat onderaan ligt de overhand heeft. Jullie gaan akkoord met  Shmuel, met het feit dat het onderste in de pan de overhand heeft en dus geef ik Mijn Torah aan de onderste wereld. Kennelijk, lieve Engelen vinden jullie dat de laagste wereld, de fysieke wereld waar jij en ik in leven de overhand hoort te krijgen en het belangrijkste is. Hoewel deze lage wereld vol is met allerlei ongewilde en ongunstige zaken, toch is het hier beneden waar de Torah de hoofdrol speelt. Daar waren de engelen het kennelijk mee eens, want hadden ze niet bij Avraham eerst melkproducten gegeten en vervolgens vlees? Zij hadden daardoor bewezen dat het onderste bepalend is.

Willen ze de Torah in de hemel houden, dan vinden ze kennelijk dat de hogere werelden de overhand horen te hebben. Dan hadden zij, toen zij op bezoek waren bij Avraham, eerst vlees en vervolgens melk moeten eten. Dit hebben ze echter niet gedaan en daarmee hebben ze bewezen dat de lagere wereld zegeviert en de Torah in hun hoge wereld geen nut heeft. 

Daarom moest Moshe de wet van vlees en melk opschrijven. Deze regel is het bewijs dat de Torah in deze lagere wereld hoort en niet daarboven bij de engelen. Door eerst melk te consumeren hebben de engelen bewezen dat het onderste de overhand heeft omdat melk liefde vertegenwoordigt en liefde hoort de nadruk te krijgen. 

Hemels gesprek

En dat vieren wij met Shawoe’ot door speciaal een melkmaaltijd te nuttigen en pas daarna een vleesmaaltijd. Het is een herinnering aan een hemels gesprek. Daarmee bewijzen wij dat het doel van de schepping hier beneden ligt. Wij bevestigen hiermee dat G-d van ons houdt en Zijn meest dierbare geschenk, de Torah, juist aan ons heeft gegeven. De Torah hoort bij de mensen hier op aarde, met al onze begeertes en onze gedachtes die niet altijd even zuiver zijn en onze kleine en grote fouten. De hogere spirituele en engelachtige werelden interesseren G-d niet. Hij verheugt zich als het ons af en toe lukt om in deze duistere wereld een vonkje aan te steken, een lichtje te laten branden door bijvoorbeeld iemand te helpen, hem wat te geven of door hem simpelweg toe te lachen. 

Dank je wel, G-d, dat Jij ons de Torah hebt gegeven, bedankt voor de voorkeursbehandeling die Jij ons gegeven hebt. Laten we dit prachtige cadeau dagelijks koesteren en gebruiken om ons leven mooier en rustiger te maken en vol met eeuwige normen en waarden te vullen. Elk jaar wordt de Torah aan mij en aan jou opnieuw geschonken. Het is aan ons om dit hemels geschenk, dat juist hier beneden hoort, met vreugde en diepgang te aanvaarden. 

Shabbat Shalom en Chag Sameach! 

Bracha Heintz
www.chabadutrecht.nl 

Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson.
Opmaak door Rianne Meijer, Sonja Tamam en Devorah van der Heiden.

Help mee om de continuïteit van deze artikelen te waarborgen. Door te sponsoren word je een actieve partner en steun je ook verdere activiteiten! Doneren kan hier op chabadutrecht.nl/doneren.

 

Even voorstellen

Samen al meer dan 30 jaar in Utrecht aan het werk: rabbijn & rebbeztin Heintz! Lees meer..

Vrienden Joods Utrecht

🕯️🕯️ Shabaton Utrecht🍷🥖

Chanoeka 2020 terugkijken

🎥 Masterclass Joods Monument

Op deze bijzondere locatie in Utrecht vertelt Bracha Heintz over de Joodse geschiedenis van Utrecht en blies Rabbijn Heintz op de sjofar. Bekijk ook de bijdragen van Wim Rietkerk en kunstenaar Amiran Djanashvili. Meer foto’s hier.