
Tetsawè | De kracht van elke dag
Stel dat je het hele Jodendom in één zin zou moeten samenvatten. Welke zin zou dat zijn? Onze wijzen discussieerden er al eeuwen geleden over en hun conclusie is verrassender dan je denkt.
Download hier een printversie van dit artikel (PDF)
Jodendom in één zin
- Ben Zoma zegt: “We hebben een vers gevonden waar alles inbegrepen is en het is: “שְׁמַ֖ע יִשְׂרָאֵ֑ל ה אֱלֹהֵקינוּ ה אֶחָֽד” (Dewariem 6-4) “Luister Israel, G-d is onze G-d, G-d is één.”
- Ben Nanas zegt: ” וְאָֽהַבְתָּ֥ לְרֵעֲךָ֖ כָּמ֑וֹךָ”(Wajiekra 19-18) “En houd van je vriend zoals je van jezelf houdt.”
- Shimon Ben Pazi zegt: “אֶת־הַכֶּ֥בֶשׂ הָאֶחָ֖ד תַּעֲשֶׂ֣ה בַבֹּ֑קֶר וְאֵת֙ הַכֶּ֣בֶשׂ הַשֵּׁנִ֔י תַּעֲשֶׂ֖ה בֵּ֥ין הָעַרְבָּֽיִם” (Tetsawè 29-39) “Het ene schaap zal je ‘s ochtends doen en het tweede schaap zal je ‘s middags doen.”
Een zekere rabbijn stond op en zei: “De wet is volgens Ben Pazi.”
Monotheïsme
De eerste mening, die van Ben Zoma, is goed te begrijpen. Shema Yisrael is toch het belangrijkste citaat in het Jodendom. Dit is hoe elke Jood zijn geloof verkondigt, hoe iedereen zijn unieke relatie met G-d ervaart en zijn geloof in Zijn eenheid bevestigt. Het is het vers dat we twee keer per etmaal zeggen. Eén keer overdag en één keer als het donker is. Ook aan het einde van Yom Kipoer wordt het uitgesproken of wanneer een Jood voelt dat zijn einde nabij is. Dan verklaart hij: “… G-d is onze G-d, G-d is één.”
Naastenliefde vanuit de ziel
Ook de tweede mening, die van Ben Nanas, kent een goede onderbouwing voor zijn stelling. Rabbi Akiva stelt dat naastenliefde het basisprincipe van de Torah vormt. Zo weten wij dat een niet-Jood eens bij Reb Hillel op bezoek kwam met het verzoek om alles over het Jodendom te leren terwijl hij op één been stond. Dat kan nooit lang hebben geduurd. Reb Hillel antwoordde: “Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Oftewel: heb uw naaste lief zoals uzelf.
De Alter Rebbe legt uit waarom onderlinge liefde zo centraal staat. Hij stelt dat haat, ruzie, jaloezie en een gebrek aan liefde voortkomen uit het feit dat de mens het fysieke tot prioriteit maakt. Inderdaad is de lichamelijke wereld vol verschillen: de ene persoon is lang, de ander klein; sommigen zijn mooi, anderen minder; de één is intelligent of begaafd, een ander eenvoudiger. Wanneer de mens daarentegen zijn spirituele kant benadrukt, zijn allen gelijk en zal er broederschap heersen. Alle zielen zijn gelijkwaardig en vormen één geheel, met elkaar verbonden omdat zij allen een deel van G-d zijn. De mate van naastenliefde onthult waar iemands prioriteit ligt.
Dagelijkse verbinding
De derde stelling roept de meeste verbazing op: het ochtend- en het middagschaap die in onze parasja worden beschreven (29-39). Hier gaat het om de dagelijkse offers die in de Tabernakel — en later in de Tempel — werden gebracht. Offers zijn natuurlijk prachtig en vormen inderdaad een belangrijk onderdeel van onze G-dsdienst. Maar kunnen wij ze ook fundamenteel noemen? Zeker nu wij al bijna tweeduizend jaar geen Tempel meer hebben en geen offers meer kunnen of mogen brengen.
Toch wordt de opvatting van Ben Pazi gekozen als de winnende van alle drie de stellingen. Hoe valt dit te verklaren?
De Maharal uit Praag, Rabbi Yehuda Loew (1525–1609), lost het raadsel op. Hij geeft aan dat het kernpunt van het Jodendom gelegen is in je voortdurende verbinding. Een schaapje in de ochtend en een schaapje in de middag; ’s ochtends een offer en ’s middags opnieuw iets van jezelf opofferen voor een hoger doel. In de winter en in de zomer, wanneer het vriest en wanneer de zon schijnt. Of je er zin in hebt of niet, of je een goede dag hebt gehad of dat een lawine van pech op je is afgekomen.
Natuurlijk voelt het exotisch aan om eenmaal per jaar op Jom Kipoer te vasten en zich geheel op het geestelijke te richten. Het hoogtepunt van de dienst op de allerheiligste dag van het jaar was het brengen van wierook in het allerheiligste deel van de Tempel. De wierook, die het genot van de ziel vertegenwoordigt, is verheven, maar vormt niet de kern van het Jodendom. Het centrale punt waar alles om draait, is het dagelijkse schaapje: één in de ochtend en één in de middag, elke dag opnieuw iets opzijzetten, een offer brengen om dichterbij te komen.
Het kan zo speciaal voelen om Yom Kipoer of een speciale herdenking mee te maken of een inspirerende lezing te beluisteren. Maar waar was je gisteren? En vanochtend? En wat ga je morgen doen?
Uiteraard is het geloof in de eenheid van G-d essentieel, en naastenliefde vormt zonder twijfel een kernpunt van onze traditie. Toch is de winnaar het dagelijkse offer: aanwezig zijn op de momenten dat er ‘iets Joods’ moet gebeuren. Niet alleen wanneer het zo uitkomt of wanneer je er zin in hebt, geïnspireerd bent of gewoon niets beters te doen hebt. Leg je andere benodigdheden, afspraken en schema’s even opzij en kom opdagen bij een Joodse activiteit of een Torahles. Maak tijd vrij om tefilien aan te leggen, sjabbat te vieren en Poerim ten volle te beleven. Sta ook van je geld af om koosjer voedsel te kunnen aanschaffen en tsedaka te geven.
Om die reden heeft G-d jou en mij gekozen en ons daarbij ook de mogelijkheid gegeven om de geboden dagelijks uit te voeren. Het uitzonderlijke van het Jodendom is het feit dat het je leven voortdurend en in alle aspecten kan verrijken, niet alleen op Yom Kipoer.
Wij zijn bevoegd om dagelijks onze relatie met onze wortels te versterken. Elke dag kunnen wij nieuwe energie genereren door een offer te brengen, door iets uit te stellen of opzij te zetten voor een hoger doel, voor een ander of voor je eigen ziel. Hierdoor maken we ruimte om spirituele zaken te ontdekken, te waarderen en te ontwikkelen. Een eeuw geleden, vanochtend en straks weer!
Wees erbij… elke dag!
Bracha Heintz
Gebaseerd o.a. op een les van YY Jacobson
Tekst: Bracha Heintz | Opmaak: Rianne Meijer, Sonja Tamam & Devorah Verwoerd
Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!


